George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Kunstsector

Kunst moet van rechts en links de politieke zaak dienen en er het zwijgen toe doen. Autonomie van kunst is niet de bedoeling

leave a comment »

Prikkelende column van Özcan Akyol in het AD. Hij schrijft: ‘Kunst en cultuur zijn verdacht gemaakt door rechtse politici die te maken kregen met onwelgevallige meningen.’ Dat klopt, maar het is de vraag of de onwelgevallige meningen niet vooral vanuit henzelf komen. En vanuit hun politieke gedachtegoed. De haat tegen vooral de hedendaagse kunst (cultuur zou Akyol niet op een hoop moeten gooien met kunst) bestaat al tientallen jaren in een partij als de VVD. Google maar eens op ‘Jan Hanlo’ en ‘Willem Carel Wendelaar’, een Eerste Kamerlid van de VVD die in 1952 vragen stelde over een gedicht van Hanlo dat hij een ‘onaanvaardbare uiting van kunst’ vond. Alsof Wendelaar ook maar enig verstand van kunst had en zich als politicus met de inhoud van kunst zou moeten bemoeien. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector.

Dat is een verre echo van wat de toenmalige liberale premier Rudolf Thorbecke in 1863 zei: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Maar zoals Marita Mathijsen in een repliek op een stuk van Melle Daamen in 2014 opmerkte in haar uitleg over wat Thorbecke werkelijk bedoelde over kunst is dat advies aan de huidige Nederlandse politici niet besteed: ‘Dat de overheid een taak in de kunsten had als iets publiek belang had en de macht van particulieren te boven ging, zag hij wel degelijk. Maar een Raad voor Cultuur, die in opdracht van de regering oordelen velt, daarvan zou hij gegruwd hebben.’ Nu is het gebruik dat kunst door bestuurders wordt gebruikt voor het realiseren van politieke doelen, zoals voorbeelden in Amsterdam of Utrecht laten zien. In de visie van de huidige linkse en rechtse, landelijke en lokale bestuurders is kunst niet langer vrij, onafhankelijk en tegendraads, maar een beleidsinstrument. Kunst is getemd en ondergeschikt gemaakt. Kunst mag niet langer autonoom zijn.

Het is een trieste constatering dat Wendelaar vele navolgers heeft. Die zich doorgaans minder uitdrukkelijk manifesteren en geniepiger opereren. De voormalige staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra (ook VVD) was daarop nog een uitzondering omdat hij het als een voordeel zag dat hij een outsider in de kunstwereld was. Hij pochte met zijn onkunde. In de politiek geldt deskundigheid als een vereiste bij beleidsterreinen als zorg, landbouw, defensie, onderwijs, waterstaat, financiën, rechtspraak, diplomatie of noem maar op, maar niet bij kunst. Bij kunst wordt door Nederlandse politici deskundigheid als nadeel gezien. Minister Ingrid van Engelshoven is daar het laatste, trieste dieptepunt van. Tekenend is dat letterkundige Aad Nuis (D66) van 1994 tot 1998 de laatste staatssecretaris van OCW was die zelf voortkwam uit de kunstsector. In andere landen willen schrijvers of zangers nog wel eens minister van cultuur worden, maar niet in Nederland. Waarom in de Nederlandse politiek voor bewindslieden deskundigheid in de kunst als nadeel wordt gezien is duidelijk. Kunstbeleid dient niet primair de kunst, maar politieke doelen die kunst gebruiken. Het is niet de bedoeling dat een Nederlandse politicus echt opkomt voor de kunst. Daar ontstaan alleen maar misverstanden door.

Özcan Akyol gaat verder met zijn beoog en betrekt het ook op links als hij zegt: ‘En in een gepolariseerde samenleving, waar het zwart-witdenken welig tiert, staat een pleidooi voor de kunst gelijk aan een flirt met oubollig links, dat in de beeldvorming zakken met geld naar kunstenaars bracht.’ Hier buitelen de hypotheses en het wensdenken over elkaar heen. Het is beeldvorming die niet overeenkomt met de politieke praktijk. Het dubbelzinnige ervan is dat links zich dat door rechts berustend én toestemmend laat zeggen, terwijl links weet dat het de kunst niet door dik en dun steunt. Maar die foute beeldvorming weerlegt het niet omdat de marketing helpt die zegt dat links opkomt voor de kunst. Niet dus. Je zou bijna hopen dat de scherts van Akyol waar was, want dan was er in elk geval nog linkse politiek die hart had voor kunst. Links steunt de kunst evenmin als rechts dat doet. Als links geld overheeft voor kunst is dat uitsluitend om eigen doeleinden te realiseren. Kunst moet van de rechtse en linkse politiek de politieke zaak dienen en er verder het zwijgen toe doen. Want autonomie van kunst is in Nederland niet de bedoeling. Ben je gek, dan kunnen wethouders en ministers niet meer timmeren, boetseren en figuurzagen met kunst als de ware hobby-boeren van de cultuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEen pleidooi voor de kunst staat gelijk aan een flirt met oubollig links’ van Özcan Akyol in het AD, 1 oktober 2019.

VVD vervolgt bij monde van cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen zijn kruistocht tegen kunst met dom pleidooi voor volkscultuur

with one comment

Woordvoerder cultuur van de VVD in de Tweede Kamer Thierry Aartsen slaat weer toe. Deze keer in een pleidooi voor een lager BTW-tarief voor volkscultuur. Maar daar laat hij het niet bij. In zijn culturele fruitmand is alles gelijk: opera en bloemencorso’s. Hij zegt in het programma Goedemorgen Nederland van WNL: ‘Een bloemencorso is wat mij betreft net zo mooi en waardevol als een opera’. Hij zegt dat niet als individu, maar als vertegenwoordiger van de VVD. Hij verwoordt de visie van zijn partij op kunst en cultuur. Het is opvallend dat deze Brabantse provinciegenoot van fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zijn veldtocht voor volkscultuur mag voortzetten. Zijn onuitgesproken claim is dat hij opkomt voor het volk en zich keert tegen een elite.

Aartsen creëert eerst een tegenstelling tussen hoge en lage cultuur die niet in de mate bestaat zoals hij suggereert. Want zo’n tegenstelling tussen opera en bloemencorso bestaat niet. Slechts in het denkpatroon van deze VVD’er die eerst de tegenstelling uitvergroot om zich vervolgens met de gelijkschakeling ervan te kunnen profileren. Hij geeft in zijn wijsheid steeds dezelfde voorbeelden. Aartsen kletst echter uit zijn nek en weet totaal niet waar hij het over heeft. Want er is niet te weinig aandacht en waardering voor volkscultuur.

Aartsens kijk op de kunst is eveneens van een verbijsterende onkunde en verschoond van elk historisch besef. Hij slaat zo vaak de plank mis dat hij met zijn uitspraken vooral de vraag oproept wat hij eigenlijk van kunst weet. Hoeveel onkunde en domheid is er in de VVD-fractie verzameld? Is opera niet juist de ultieme uiting van volkscultuur? In het artikel “Expecting Rain”: Opera as Popular Culture?’ citeert auteur John Storey uit ‘Getting Opera: A Guide for the Cultured but Confused’ van Matt Dobkin: ‘Mijn punt is in de kern, schuif de hele strijd tussen hoog en laag opzij. Wees zeker niet bang voor opera omdat de een of andere kracht het schaapachtig heeft geconstrueerd als het ultieme in verfijning. Opera is van oudsher een populaire kunstvorm die bedoeld was om gewone mensen te vermaken. Laat dat je niet storen, en laat een of andere nerveuze klassieke nerd je niet anders vertellen’. Of laat een populist van de VVD die erg in de war is over kunst je niet anders vertellen.

Wat bezielt de VVD om zich te keren tegen kunst? Bij een petitie die vraagt om Körmelings draaiend huis in Tilburg te verwijderen

with 5 comments

Voorzitter Emmy Duinkerke van de afdeling Hart van Brabant van de JOVD is petitionaris van deze petitie van 20 november. De JOVD is een jongerenafdeling gelieerd aan de VVD. De petitie verzoekt vanwege financiële redenen om te stoppen met het kunstproject Het Draaiend Huis op de Hasselrotonde in Tilburg. Duinkerke schrijft de petitie namens de JOVD. Ze noemt de naam van de kunstenaar niet, maar dat is de in Eindhoven wonende kunstenaar/ architect John Körmeling. Hij werkt veel in de publieke ruimte, landelijke bekendheid kreeg Körmeling toen hij het Nederlandse paviljoen Happy Street voor de Expo 2010 in Shanghai ontwierp.

Duinkerke reageert waarschijnlijk op een bericht van 16 november 2018 van Omroep Brabant dat meldt dat het kunstwerk kapot is en de reparatie ervan 45.000 euro kost. Zij wijdt op haar persoonlijke FB-pagina een posting aan hetzelfde onderwerp: ‘De JOVD Hart van Brabant is een petitie gestart om het Draaiend Huis Tilburg uit te krijgen. Dit kunstproject heeft al ontzettend veel geld gekost en gaat nog meer geld kosten, waar wij als Tilburgers voor mogen opdraaien’. Aan het kostenaspect ontleent ze haar enige argument.

Het is opvallend dat de VVD en de adspirant-VVD’ers van de JOVD zich profileren door tegen hedendaagse kunst te schoppen. Afgelopen week was er nog het pleidooi van VVD-kamerlid en cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen die ‘cultuur’ tegen ‘volkscultuur’ afweegt en meende dat de steun voor kunst afgebouwd moet worden ten gunste van volkscultuur. In het debat over de cultuurbegroting kreeg hij veel kritiek. Kamerlid Carla Dik-Faber van de ChristenUnie noemt Aartsens idee ‘ontzettend polariserend’. Een misverstand is dat in 2010 tijdens het staatssecretariaat van Halbe Zijlstra als verantwoordelijke bewindsman voor kunst niet de VVD maar de PVV de kwade genius zou zijn achter de afbraak van de kunstsector. De PVV had die macht niet en profileerde zich uitsluitend op het dossier immigratie, islam en integratie. Ik schreef in 2012 in een commentaar: ‘De VVD is de oorzaak voor de kaalslag op cultuur en heeft dat de afgelopen jaren voorbereid en vormgegeven. Eerst binnen de VVD-fractie bij monde van cultuurwoordvoerder Han ten Broeke, in 2010 door VVD-informateur Ivo Opstelten in het regeerakkoord en in de uitvoering door VVD-staatssecretaris Zijlstra.’

De lijn Halbe Zijlstra – Thierry Aartsen – Emmy Duinkerke is geen toeval, maar bewust beleid binnen de VVD. De partij profileert zich met het schoppen tegen kunst en het terugdringen van overheidssubsidie voor kunst. Wat de partij denkt te bereiken door zich als vijand van kunst te profileren is de vraag. Want zowel in positieve als negatieve zin leeft kunst in Nederland nauwelijks bij het electoraat. Het risico bestaat dat gematigde liberalen om deze reden de VVD de rug toekeren. Vooral vanwege de volksmennerij die ermee samengaat. Op de rechtse flank van de politiek bestaat haat tegen kunst omdat het als een linkse hobby wordt beschouwd.

Uiteraard mogen politici zich tegen kunst keren als ze dat volgens hun overtuiging vinden. Maar dat de grootste partij van Nederland over de rug van de kunst denkt te kunnen scoren baart zorgen. Het gaat ook niet om backbenchers als Aartsen of Duinkerke die in de rat race van de politiek kunst aangrijpen om gehoord te worden. Zo werkt politiek nu eenmaal. Het gaat om een mentaliteit bij de VVD die handelt in oude reflexen.

De VVD in de jaren ’50 en ’60 was een elitaire partij van de gegoede burgerij. Zo noteert Jan Hanlo die Oote oote oote boe schreef in 1952 over een VVD’er: In dezelfde maand haalt het vers de Eerste Kamer waar Mr. W.C. Wendelaar (VVD) zich erover opwindt. Met name ergert hij zich aan het feit dat het vers gepubliceerd werd in een door het rijk gesubsidieerd tijdschrift. De pendule is na ruim 60 jaar terug bij de minachting door de VVD voor kunst. Pleidooien voor het schrappen van overheidssubsidie voor kunst zetten een doorgaande streep onder een VVD die vrijgestelden bedient en geld omploegt richting bedrijfsleven en banken.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieStilstaand Huis Tilburg uit’ van Emmy Duinkerke, voorzitter van de JOVD Hart van Brabant, 20 november 2018.

Foto 2: John Körmeling, ‘Hasselt Traffic Circle’, Tilburg 2008. ‘Freestanding row house rotating on roundabout’.

VVD vervolgt bij monde van cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen kruistocht tegen kunst met overbodig pleidooi voor volkscultuur

with 4 comments

Nederland heeft iemand als president Trump die opjut en liegt niet nodig, want Nederland heeft kamerlid Thierry Aartsen van de VVD. Hij ziet de kunst van het Opera, Museum en Theater als cultuur. Weet hij veel als cultuurwoordvoerder van de VVD. Aartsen creëert een tegenstelling tussen de kunst van het Concertgebouw en de volkscultuur van het bloemencorso. Meer voorbeelden geeft hij niet. Hij kletst uit zijn nek omdat er nu helemaal niet te weinig aandacht en waardering voor volkscultuur is. Hij zuigt dat uit zijn duim om in het gevlei te komen in een regio als Noord-Brabant met het oog op de provinciale verkiezingen van 20 maart 2019. In de concurrentie met het CDA. Thierry Aartsen gedraagt zich als leeghoofd en behager van het volk in de traditie van de VVD. Bij deze in naam liberale partij neemt de volksmennerij tegen kunst grootse vormen aan. Aartsen dekt het populisme in de politiek met zijn marketing prima af. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector en laat daar bij monde van Thierry Aartsen geen enkele twijfel over bestaan.

Foto: Schermafbeelding van opiniepanel van deel van ‘De Stemming van 18 november 2018’ met de vraag ‘Maandag wordt er in de Tweede Kamer gesproken over de Cultuurbegroting. In een interview heeft een VVD-kamerlid aangegeven dat er meer subsidie zou moeten overgeheveld worden naar Volkscultuur, zoals bloemencorso’s, gilden, schutterijen en fanfares. Wat vindt Nederland over de verschillende aspecten van dit onderwerp?

Emphos Project besteedt uitgebreid aandacht aan de ‘business developer’ van het Cobra Museum

leave a comment »

Update 1 juli 2018: Of het met dit commentaar van 24 juni 2018 te maken heeft is onduidelijk, maar sinds de plaatsing ervan zijn zowel de 21 korte filmpjes met Bert Mennings op het YouTube-kanaal van Emphos Project als de verwijzing naar hem op de site van emphosproject.eu verwijderd. Waarom en door wie dat is gebeurd is gissen, maar toevallig is het wel. Als herinnering een schermafbeelding van een van de 21 filmpjes met Mennings die Emphos Project op YouTube plaatste voordat ze er na korte tijd weer van verwijderd werden. Deze filmpjes met Bert Mennings op blinksound.com en thexvid.com zijn eveneens niet meer op te roepen.

Bert Mennings is sinds 2012 werkzaam als ‘business developer’ bij het Cobra Museum, aldus opgave van de Amsterdamse Kunstraad. ‘Hij houdt zich daar bezig met nieuwe innovatieve concepten voor publiek private partnerships in de museumwereld’ zo heet het. Hij is tevens lid van de commissie Dans van de Kunstraad.

Het Emphos Project (Empowering Museum Professionals and Heritage Organizations Staff) plaatste op haar YouTube-kanaal de afgelopen weken 21 korte filmpjes met Mennings. Het nieuws is niet zozeer dat Mennings iets nieuws vertelt, maar wel dat het Emphos Project door zoveel aandacht aan zijn woorden te besteden partij lijkt te kiezen voor marketing, marktwerking, rendementsdenken en bezoekcijfers. Dat is een opvallende en volgens velen bedenkelijke richting die de Nederlandse museumsector niet in zou moeten slaan.

Het Cobra Museum in Amstelveen is in zwaar weer terechtgekomen. De vorig jaar aangetreden directeur Xander Karskens is alweer opgestapt. Oorzaak voor de onrust is onenigheid over de koers die het museum moet inslaan. Grofweg gezegd is dat de keuze tussen verbreding en verdieping, tussen tentoonstellingen als doel en als middel, tussen bezoekcijfers, marketing en populisme, en inhoud. En organisatorisch tussen een artistiek beleid dat dienend (business) of leidend (kunstgeschiedenis) is. Zie hier mijn commentaar over de gemeente die wil sturen, de kosten wil drukken en het lokale museum iets toedicht dat het niet in zich heeft.

‘Murder on the Brouwn Express’. Flaters bij inzending voor Biënnale Venetië 2019: Mondriaan Fonds, Tempel en jury. De leegte regeert

with one comment

De Nederlandse kunstwereld is in rep en roer. Zoals iedereen in rep en roer is en zich verzet tegen het een of het ander. Ontspannen achterover leunen is tegenwoordig de buitensporige reactie geworden. Het gaat om de conceptuele Surinaams-Nederlandse kunstenaar stanley brouwn (1935-2017). Een plan van museumdirecteur Benno Tempel waarin diens werk werd gepresenteerd onder verantwoordelijkheid van het Mondriaanfonds was door een jury geselecteerd als Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië 2019, maar nu blijkt dat toch weer niet het geval. In de revisie is het teruggebracht tot een eerbetoon aan hem. De uitmuntende Surinaams-Nederlandse kunstenaars Remy Jungerman en Iris Kensmil worden wel getoond in Venetië.

Bovenstaande verklaring van het Mondriaan Fonds is ontwijkend en onbegrijpelijk. ‘Wat blijft is de leegte die stanley brouwn achterlaat’, zo heet het. Als dat op te vatten valt als de intellectuele leegte van directeur Birgit Donker van het Mondriaanfonds, projectontwikkelaar Benno tempel en de juryleden dan klopt de verklaring, anders is het onzin. Een leegte die dient als inspiratiebron en ingevuld wordt houdt op een leegte te zijn.

Deze kwestie doet denken aan de detective ‘Murder on the Orient Express’. Alle verdachten samen hadden de moord gepleegd. Detective Poirot die het complot ontrafelt stelt de verdachten voor de keuze of hij aan de politie de simpele of de complexe uitleg geeft. Men kiest voor de simpele uitleg die de verdachten buiten schot laat. Dat gaat buiten de schuldvraag om. Het Mondriaan Fonds kiest ook voor de simpele uitleg.

Nu zijn wij toeschouwers van het drama ‘Murder on the Brouwn Express’. We weten niet wat we zien. Alle verdachten hebben steekjes laten vallen. Al die steekjes samen tellen op tot een flater van de eerste orde. Zowel de jury die tot de keuze van stanley brouwn kwam, curator Tempel die het projectplan ontwikkelde als het begeleidende en faciliterende Mondriaan Fonds hebben samen deze artistieke moord gepleegd.

Maar van hem die met zijn werk niet gefotografeerd wilde worden en afstand hield van het kunstwereldje moesten Tempel en de juryleden toch geweten hebben dat zo iemand niet zomaar geannexeerd kan worden? Ook nog eens met de kennis van de spreekwoordelijk kritische weduwe en bewaakster van het oeuvre en de nalatenschap op de achtergrond. Type weduwe Simon Vestdijk of Constant Nieuwenhuys. Dit is een flater die de vraag oproept of Tempel, Donker en de juryleden in hun slonzige onachtzaamheid beseffen waarmee ze bezig zijn. Dit soort tussenpersonen en ‘kunstprofessionals’ promoveren zichzelf op deze manier tot de grootste vijanden van kunst. Want ze beschadigen de kunstsector van binnenuit. Dat is erger dan Zijlstra.

Zo kiezen de verantwoordelijken ervoor om het drama ‘Murder on the Brouwn Express’ af te laten open met een sisser. Ze kiezen ervoor om de simpele uitleg naar buiten te brengen. Want de publieke opinie eist hoe dan ook een verklaring. De complexe uitleg en zelfreflectie zijn te beschadigend voor henzelf. Stel je voor als uitkomt dat de betrokken kunstprofessionals in dit project in commissie faalden. Je moet er niet aan denken.

Voor verder lezen: de kanttekening  van Jeroen Bosch (Trendbeheer).

Foto 1: Schermafbeelding van deel persberichtVerklaring Nederlandse inzending Biennale van Venetië 2019’ van Mondriaan Fonds, zonder datum.

Foto 2: STANLEY BROUWN (1935 – 2017), Project voor het Rijksmuseum Kröller-Müller, 1984 – 1985.

Open brief trekt identitaire kaart, maar gaat voorbij aan de dieperliggende reden voor de selectie van de Belgian Art Prize

with one comment

Het spookt in de Belgische kunstwereld. Deze keer niet surrealistisch. Vijf genomineerden (Sven Augustijnen, Koenraad Dedobbeleer, Jos De Gruyter, Gabriel Kuri en Harald Thys als duo) voor de tweejaarlijkse Belgian Art Prize hebben zich teruggetrokken. In een brief van 22 mei 2018 op Artnet lichten ze dat toe in een verklaring: ‘The all too rapid shift of public attention from artistic discourse or content—let alone merit—towards white male privilege is frankly something that we regret.’ Ze zijn allen wit, mannelijk, woonachtig in Brussel en geboren tussen 1965 en 1975. De jury verklaart in een verantwoording achteraf de selectie als volgt: ‘De keuze voor deze vier kunstenaars ligt besloten in het analytische en ruimtelijke karakter van hun artistieke praktijk.’ Een open brief en petitie op change.org van 12 mei 2018 was de aanleiding voor de beslissing van de genomineerden om zich terug te trekken. Die brief sprak van ‘flagrante exclusiviteit van deze selectie’.

Overigens leiden de veeltalige teksten van zowel voor- als tegenstanders die hetzelfde pretenderen te zeggen, maar dat niet altijd doen niet altijd tot eenduidigheid en helder taalgebruik. Voorbeeld in de open brief: ‘Deze selectie werpt tevens cruciale vragen op over hoe privilege zich voortbeweegt.’ Vooral zo’n onbegrijpelijke zin roept vragen op. Mogelijk verklaren slecht taalgebruik en povere vertalingen in de Belgische kunstsector een deel van het ongenoegen. Dat roept misverstanden op die tot ontsporingen en gebrek aan scherpte leiden.

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Op de site van de Belgian Art Prize wordt uitgelegd wat de prijs precies inhoudt. Die toelichting is van belang omdat de prijs in 2017 fundamenteel van karakter is veranderd. Zo is het leeftijdscriterium van een maximum van 35 jaar losgelaten. Wellicht verklaart dat mede dat bij de jaargang 2019 een inhaalslag gemaakt wordt met kunstenaars van de generatie 53-43 jaar die in aanmerking komen.

Waar in de Engelstalige (en Franstalige) tekst sprake is van een commissie die bestaat uit kunstprofessionals (‘art professionals’) en verzamelaars (‘collectors’), spreekt de Nederlandstalige tekst van ‘een pool van experts’.  Dat laatste is niet alleen minder specifiek omschreven, maar deze onnodige vaagheid en onvolledige vertaling geeft ook aan dat er in de Belgische kunstwereld een hiërarchie tussen taalgemeenschappen bestaat.

Iedereen heeft gelijk. De genomineerde kunstenaars als ze opmerken dat ze niet op hun artistieke kwaliteiten, maar op hun identiteit aangesproken worden. Buiten hun schuld om zouden ze terechtgekomen zijn in een identitair mijnenveld dat door het wereldwijde MeToo-debat aangescherpt is. Hoewel ze niet belangeloos zijn en in een maatschappelijk vacuüm opereren. Daarnaast is het de vraag is of dat vermeende verwijt van ‘white male privilege’ het enige verwijt is. Toch plaatst een ondertekenaar van de open brief een kanttekening bij deze houding van de genomineerden. Niels Poiz verwijt ze in een commentaar op Artnet dat ze gezwegen hebben en zich in het openbaar uitgesproken zouden kunnen hebben over het gebrek aan diversiteit:

De schrijvers van de open brief hebben gelijk als ze opmerken dat de shortlist niet representatief is voor de diversiteit van de Belgische kunstwereld (‘wensen we samen nogmaals zeer duidelijk te stellen dat wij staan voor een inclusieve artistieke gemeenschap die zijn sterkte vindt in diversiteit’). Ze zeggen duidelijk dat het ze niet alleen om de sekse van de genomineerden te doen is, maar ook om de ‘esthetische realiteit’ van de geselecteerde kunst. Ofwel, de kunstenaars zouden deel uitmaken van een bepaalde stroming binnen de kunstsector. Alleen is het jammer dat de briefschrijvers niet ingaan op de dieperliggende reden voor de selectie van de shortlist en voornamelijk de identitaire kaart trekken. Dat laatste is gemakzuchtig en modieus.

Ze gaan niet in op het belang van de commercie bij de selectie en laten de vermenging van kunsthandel en kunstsector ongenoemd. Het feit dat de genomineerden door prestigieuze galeries worden vertegenwoordigd (Esther Schipper, ClearingGallery Dépendance, Jan Mot) is geen toeval en had in een evenwichtige brief die werkelijk de structuur van de Belgische kunstsector aan de kaak wil stellen niet ongenoemd kunnen blijven. Want wat betekent het zakelijk als de nominatie van kunstenaars mede door verzamelaars tot stand komt?

Dat er ook een intriest menselijk aspect aan deze kwestie zit laat de positie van Sven Augustijnen zien. Samen met onder meer Manon de Boer en Anouk De Clercq heeft hij het Brusselse platform Auguste Orts opgericht. Hij is een van de genomineerden die in de open brief onder vuur wordt genomen. Twee van de ondertekenaars van de open brief die kritiek op de nominatie hebben zijn Manon de Boer en Anouk De Clercq. Zo worden door deze kwestie ook loyaliteiten en vriendschappen binnen de kunstsector onder druk gezet.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitie en open brief ‘Response to the BelgianArtPrize exclusionary shortlist 2019’ op change.org, 12 mei 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van deel van de Engels- en Nederlandstalige versie van de paragraaf le-belgianartprize op belgianartprize.be.

Foto 4: Schermafbeelding van deel artikelIn an Open Letter, Members of Belgium’s Art Community Denounce the BelgianArtPrize’s ‘Flagrant Exclusivity’ op Artnet, 11 mei 2018.