Waarom adverteert de Volkskrant op de rechts-radicale nieuwssite TPO?

Stel je voor dat in de Hersteld Hervormde Kerk van Staphorst reclame wordt gemaakt voor de diensten van een naburige katholieke kerk. Of de plaatselijke slager de folder van de natuurwinkel met vegetarische producten verspreidt. Of de perschef van de Voetbalbond voetballers oproept om lid te worden van de Schietbond.

De onaannemelijke voorbeelden zijn theoretische hersengymnastiek. In de praktijk zullen ze niet voorkomen.

Zo’n voorbeeld komt in de praktijk voor. Op de rechts-radicale nieuwssite TPO (The Post Online) dat meer meningen dan feiten in de berichtgeving doet en een continue campagne voert om de politieke leider van FvD Thierry Baudet te promoten valt op de voorpagina bovenstaande banner/ reclame voor de Volkskrant te lezen.

De plaatsing van de advertentie van de Volkskrant op TPO roept de volgende vragen op:
1) Waarom adverteert DPG Media (waar de Volkskrant een onderdeel van is) op TPO? Of liever gezegd, waarom heeft DPG Media via het advertentiebureau dat online reclames plaatst niet aangeven dat TPO een ongewenste omgeving voor reclames van de Volkskrant is?
2) Wat is de logica van DPG Media om een concurrent op de mediamarkt financieel te helpen?
3) Wat is de logica van TPO om eigen lezers te confronteren met een advertentie van de Volkskrant dat als exponent van de linkse kerk wordt geafficheerd? Ontstaat zo niet een geloofwaardigheidsprobleem voor TPO? Ontstaat in het verlengde ervan bij de lezers van TPO niet het besef dat het financieel wel slecht met TPO moet gaan als het blijkbaar gedwongen wordt om een advertentie van de Volkskrant te plaatsen om het hoofd boven water te houden?
4) Waarom schat DPG Media niet in dat de associatie van de Volkrant met TPO ongewenst is en zijdelings publicitair averechts kan uitpakken? Deze blogpost is daar een voorbeeld van. TPO opereert ver buiten de gevestigde journalistiek en promoot complotdenken en een anti-overheidsbeleid.
5) Denkt DPG Media werkelijk dat de kloof overbrugbaar is om lezers van TPO te werven? Ofwel, denkt DPG Media dat het eigen advertentiebudget optimaal besteed wordt door lezers van TPO (dat haaks staat op de koers van de Volkskrant), als (tijdelijk) abonnee te werven?
6) Geeft deze advertentie van de Volkskrant op TPO niet het failliet van online adverteren op internet aan waar adverteerders klaarblijkelijk geen controle meer hebben over de omgeving waarin hun advertentie verschijnt?

Foto: Schermafbeelding van 20 oktober 2020 van advertentie voor de Volkskrant op voorpagina van TPO.

Antwoord aan Fidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, gedijt het vrije woord

Journalist Fidan Ekiz plaatste op de rechts-radicale site TPO het opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’. Aanleiding is de kwestie Johan Derksen en zijn recht om in het programma VI verkeerde grappen te maken met een racistische ondertoon. Met Ekiz ben ik het over dit onderwerp hartgrondig oneens. Ik vermoed dat ze een denkfout maakt en in de verkeerde stelling blijft hangen. Ik betwist het recht van Derksen niet, maar zet daar het recht naast om hem te kritiseren. Dat is een opvatting waar meningen kunnen botsen en waarbij alle middelen uit de kast kunnen worden gehaald. Inclusief een oproep tot een boycot van adverteerders aan een commercieel programma. Ekiz  heeft trouwens veel woorden nodig om iets simpels te zeggen. Daarnaast haalt ze er van alles bij dat haar betoog eerder vertroebelt dan verheldert. Dat geeft geen vertrouwen in de houdbaarheid van haar denkbeelden.

Het debat gaat erover wat de publieke opinie is en hoe die werkt. Dat doorgedacht valt het nog ruimer op te vatten. Het gaat er in de kern over wat de samenleving is. Kan een sponsor van een commerciële omroep met verwijzing naar een politiek doel door een publieksactie opgeroepen worden om afstand te nemen van een programma? Zijn dat achterbakse streken of is dat een toelaatbaar middel om in de openbaarheid politiek te bedrijven? Ik vermoed het laatste.

Een voorbeeld maakt dat wellicht duidelijk. Op dit moment speelt de vrees in de VS dat president Trump oneigenlijke middelen in zal zetten om de verkiezingen van november 2020 te verstoren. Hij ligt ver achter in de peilingen. Naast de optie van het beginnen van een oorlog ter afleiding is er een breed programma van kiezersonderdrukking dat ervoor moet zorgen dat kiezers die op Joe Biden willen stemmen ontmoedigd worden om naar de stembus te gaan. Dat gebeurde ook in 2016. Daarom worden nu bedrijven door Democraten onder druk gezet om zich uit te spreken voor eerlijke verkiezingen. Zo wordt het in Georgia machtige Coca-Cola onder druk gezet door activisten om op hun beurt het Republikeinse bestuur van de staat onder druk te zetten om te zorgen voor eerlijke verkiezingen. Ook voor de eigen werknemers.

Het gaat dus over de bandbreedte van het publieke debat. Waar moet dat getrokken worden? Dit leert dat de grenzen van een open en weerbare democratie mede bepaald worden door de opvatting van politieke cultuur en de werking van de samenleving. De media zijn daar een integraal onderdeel van. Ofwel, is politiek alleen ‘politiek’ in enge zin of moet dat ruimer opgevat worden? Dit gaat over de emancipatie van de deelnemers aan het publieke debat. En omgekeerd over de dominantie van opinieleiders die anderen het recht op een open debat ontzeggen.

Daar komt het meningsverschil over het onder druk zetten van sponsors van het programma VI van Talpa op neer. Het gaat niet over Boomsma of Derksen. Zij zijn de toevallige passanten in dit verhaal. Ekiz neemt het te nauw als ze zegt dat het vrije woord eindigt waar de oproep tot een boycot begint. Dat geldt alleen binnen haar enge perspectief. De oproep tot een boycot kan evengoed opgevat worden als de ultieme werking van een levende democratie waar het vrije woord als nooit tevoren bloeit. Zonder beperkingen en taboes.

Tegenstanders van een boycot zoals Youp van ’t Hek die Arie Boomsma persoonlijk aanvielen houden het misverstand in de lucht dat er in de afgelopen jaren nooit oproepen waren om de adverteerders van VI tot een boycot te bewegen. Zodat ze het indirect kunnen koppelen aan het zogenaamde radicalisme van de BLM-beweging. Ook die framing is onjuist. De boycot van VI is een terugkerend onderwerp. Zo vroegen belangengroepen als het COC en TNN (Transgender Netwerk Nederland) in februari 2018 aan de toenmalige sponsors Heineken, Gillette en Toto van de omroep RTL die toen het programma VI uitzond om hun medewerking aan dat programma te stoppen.

De radicalisering in de programmering van VI volgt direct uit het commercieel belang. Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en de omroep die het uitzendt rechtstreeks te verzwakken. Via een oproep tot een advertentieboycot dus. Zoals in Georgia alleen het machtige Coca-Cola het bestuur van de staat onder druk kan zetten. Dat past perfect binnen de publieke opinie. De oproep tot een boycot is een directe vertaling van het vrije woord en een toelaatbaar middel om het publieke debat te voeren. Ekiz heeft een te beperkte opvatting van wat de democratie, het publieke debat en de vrijheid van meningsuiting zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’ op TPO, 2 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarCOC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken’ van George Knight, 4 februari 2018.

De Nederlandse Staat adverteert via de Staatsloterij en Eurojackpot op de radicaal-rechtse site DDS. Is dat bekend en gewenst?

In de VS beëindigen adverteerders de sponsoring van programma’s die ongenuanceerd Black Lives Matter (BLM) aanvallen. Het overkwam Fox News’ presentator Tucker Carlson volgens een bericht op Media Matters. Afgelopen week stopten T-Mobile, SmileDirectClub, Disney, Vari en Papa John’s Pizza de sponsoring van zijn programma. Wie het geld volgt die weet wie een programma met radicale ideeën steunt. Of er afstand van neemt vanwege die ideeën of uitspraken die haaks op de grondwet en de grondrechten staan.

In Nederland is er de radicaal-rechtse site De Dagelijkse Standaard. Zo op het oog is naast Forum voor Democratie en wat kleine adverteerders als Eigen Huis en een Verzekeringsvergelijkingstite de enige grotere sponsor die deze site heeft Eurojackpot. Dat is een onderdeel van de Nederlandse Loterij waaraan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij deelneemt. Dat is weer een project van de Nederlandse Staat. Indirect adverteert de Nederlandse Staat dus op een radicaal-rechtse site die continu de overheid, de regering, niet-ultrarechtse  politici en maatschappelijke groeperingen, zoals anti-racisme groepen aanvalt.

De vraag is of het gelukkig is dat de Nederlandse Staat mede deze aanvallen financiert. Wat is de logica dat de Nederlandse Staat als adverteerder De Dagelijkse Standaard ondersteunt? Het lijkt nodig dat er duidelijkheid komt over het advertentiebeleid van de Nederlandse Staat, de Nederlandse Staatsloterij en Eurojackpot. Het is gewenst om te weten wat de voorwaarden zijn en of De Dagelijks Standaard binnen die voorwaarden valt.

Foto: Schermafbeelding van een pagina van DDS, 11 juni 2020.

Zalando’s onjuiste claim om met campagne afscheid te nemen van stereotyperingen die obstakels zijn voor diversiteit en vrijheid

De van oorsprong Duitse webshop voor schoenen, kleding en mode- accessoires Zalando heeft een nieuwe lentecampagne ‘Zerotypes. Het zegt hiermee naar eigen zeggen afscheid te nemen van stereotypes die het als ‘een van de grote obstakels voor diversiteit en vrijheid’ ziet. Dubbelzinnig is dat Zalando het vervolgens over verouderde stereotypering heeft met de suggestie dat er ook niet-verouderde stereotypering is.

Zalando pretendeert ons met deze lentecampagne in ‘een rijkere wereld van vrijheid te verwelkomen’. De stereotypering die de campagne van Zalando omschrijft zou eruit bestaan dat alleen vrouwen roze mogen dragen, kostuums alleen op kantoor gedragen worden en jurken uitsluitend voor vrouwen zijn. Maar de stereotypering waarvan Zalando zegt afscheid te nemen bestaat niet omdat die allang achter ons ligt.

De marketing van Zalando is hol omdat de feiten waarop de campagne gebaseerd zijn duidelijk onjuist zijn. Zoals van een commercieel bedrijf als Zalando mag worden verwacht speelt het op veilig door te claimen een idee van diversiteit en vrijheid te overstijgen dat allang overstegen is. Zalando staat niet op de barricades van de maatschappelijke verandering, maar pretendeert alleen daar te staan. Een enkeling als de Vlaamse rechtse politicus Theo Francken maakt zich er nog druk om als hij zegt dat mannen niet in een jurk gekleed moeten gaan. In de wereld van de marketing is het verschil tussen echt en nep niet bestaand. Marketing is een gesloten wereld zonder veel kritisch vermogen. Zo neemt het vakblad over reclame, marketing en media Adformatie in een bericht de claims van Zalando over vrijheid en diversiteit zonder enige kanttekening over.

Zalando’s campagnebeeld van zon, jong, mooi, vrolijk, zelfverzekerd en ‘op het randje’ die het met deze lentecampagne geeft roept nieuwe stereotyperingen op. De ‘Zerotypes’ wekken de indruk de vrijheid en diversiteit niet minder te beperken dan de oude stereotyperingen die Zalando claimt te bestrijden. Op z’n best kan van deze lentecampagne gezegd worden dat het de ene stereotypering voor de andere inwisselt. Dat is de wetmatigheid van stereotype’s die continu veranderen naargelang de samenleving verandert. Commerciële bedrijven volgen daarin met hun marketing. Zalando’s claim dat het met de campagne ‘Zerotypes’ een doorbraak forceert in het afscheid nemen van stereotyperingen is daarom om meerdere redenen lariekoek.

Foto: Campagnebeeld van Zalando’s lentecampagne 2020 ‘Zerotypes’.

Gedachten bij de foto ‘Petit marché place Saint-Médard, 5ème arrondissement, Paris’ (1898)

Het tafereel op de bovenste foto is overduidelijk Frans en niet het Amsterdam van George Breitner. Fotograaf Eugène Atget geeft een indruk van het Parijse stadsleven op het eind van de 19de eeuw. Het is 1898. Op de kleine marktplaats Saint-Médard in het 5de arrondissement, ofwel het Quartier Latin passeert een vrouw als de fotograaf afdrukt. Links loopt de Rue Mouffetard. Atget was op dit moment nog maar enkele jaren bezig om Parijs documentaire-achtig op foto vast te leggen. Hij zou er beroemd door worden. De marktplaats is vol. Met mensen, met muurreclame, met indrukken. In 1907 ondernam Breitner een reis naar België. In Brussel drukte hij af in de buurt van de Magdalenasteenweg. In de beschrijving wordt de muurreclame ‘reclameposter’ genoemd. Op beide foto’s kijken vrouwelijke passanten in de camera. Nieuwsgierig. Hun beloning is dat ze vereeuwigd worden, maar niet scherp in beeld komen. Wie te dicht bij de fotograaf komt heeft het nakijken.

Foto 1: Eugène Atget, ‘Petit marché place Saint-Médard, 5ème arrondissement, Paris’, 1898. Collectie Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Foto 2: George Breitner, ‘Gezicht op een straat in Brussel, België’, 1907. Collectie RKD.

Misverstanden over de invloed van media bij homogeweld: ‘Ellie aan de verkeerde kant’ en Johan Derksen

Naar aanleiding van de aflevering van 29 juli 2019 van ‘Ellie aan de verkeerde kant’ (AVROTROS) van Ellie Lust is een debat op Twitter ontstaan. ‘Uitgescholden, bespuugd of zelfs zwaar mishandeld worden vanwege je geaardheid. Het is van alle tijden en ook anno 2019 worden LHTBI-ers in Nederland ermee geconfronteerd’ zegt de toelichting. Hierboven enkele reacties. Het is een debat tussen doven.

Kop-van-jut is programmamaker en voetbal-analist Johan Derksen. Lust spreekt hem aan op uitspraken van hem en zijn panelgenoten in het programma Veronica Inside (VI) van John de Mols Talpa. De mannen van VI zouden zich bezondigen aan homofobe grappen. Derksen meent dat homo’s van zich af moeten bijten en niet te zielig moeten doen. Hij karakteriseert de homoscene als ‘huilerig’ en vindt dat het in de slachtofferrol kruipt. Hij stelt expliciet dat dat zijn mening is. Derksen veroordeelt het geweld tegen homo’s.

Hoe kan een debat tussen mensen die homogeweld veroordelen zo ontsporen? Er is om te beginnen het misverstand over de invloed van de media dat door critici van Derksen als groot wordt ingeschat. De paradox is dat ze door hem aan te vallen zijn stem gewicht geven dat het niet heeft. Advocaat Sidney Smeets maakt het bont. Hij legt een direct verband tussen de homofobe grappen van mediapersoonlijkheden als Johan Derksen en het uitschelden op straat van homo’s. Smeets meent dat het eerste uit het laatste volgt omdat Derksen mede verantwoordelijk is voor de normalisering van geweld tegen homo’s door de grappen erover. Maar dat is een bewering uit het ongerede. Smeets heeft daarnaar geen onderzoek gedaan, is geen mediadeskundige en verwijst evenmin naar onderzoeken hierover. Het is onduidelijk vanuit welke expertise Smeets meent Derksen te kunnen veroordelen. Zo smoort de kritiek op Derksen in een welles-nietes discussie.

Het geschil valt te herleiden tot identiteitspolitiek. Wikipedia omschrijft dat zo: ‘Identiteitspolitiek is het bedrijven van politiek vanuit de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht’. Terwijl Derksen redeneert vanuit het standpunt van het individu die voor zichzelf opkomt, redeneren zijn critici vanuit het standpunt van de groep die aan het emanciperen is en in dat proces de eigen groepsidentiteit wil versterken. Maar identiteitspolitiek heeft een nadeel, namelijk dat leden van de groep zich afzonderen in hun -overigens gerechtvaardigde- strijd. Risico is dat hierdoor positieve krachten die feitelijk hetzelfde nastreven op twee sporen rijden, verdeeld raken en energie besteden aan onderling gekissebis. In de VS openbaart zich die kloof in de Democratische partij die zo verzwakt wordt.

Is er dan helemaal niks verkeerd aan de homofobe en transfobe grappen van Derksen en zijn voetbalmaatjes? Dat is een kwestie van smaak. Over een voorloper van VI die door RTL uitgezonden werd schreef ik in 2018: ‘Slechte humor is immers ook humor’. Het is het platte amusement van een commerciële omroep die draait om winst en kijkcijfers. De verontwaardiging over Derksens uitspraken is een valkuil omdat het een sociaal probleem van homogeweld verkeerd framet. Derksen is geen (mede)oorzaak van homogeweld zoals Smeets suggereert, maar een BN’er die er lol aan beleeft om dat verschijnsel te exploiteren. Meer is het niet.

Foto: Schermafbeelding van tweets met de hashtag ‘#ellieaandeverkeerdekant’, 29-30 juli 2019.

DDS is agitatie voorbij en in een glijvlucht richting amusement en tijdverdrijf terechtgekomen waarbij desinformatie vooral verwart

Je kunt er op twee manieren tegenaan kijken. Of het radicaal-rechtse opinieplatform De Dagelijkse Standaard (DDS) dat zich identificeert met alt-right doet vol opwinding en spektakel aan opruiing en volksmennerij en zet de achterban bekwaam op tegen de gevestigde macht. Of DDS is de agitatie en politieke voorlichting voorbij en is in een glijvlucht richting amusement en tijdverdrijf terechtgekomen waarbij desinformatie het unieke verkooppunt is. DDS informeert de achterban zo slecht dat het die achterban niet machtigt voor de strijd met de macht, maar juist verzwakt. Dit is des te schrijnender omdat het marketingbedrijf MediaBookers meent dat het lezerspubliek ‘hoger opgeleid’ is. De claim dat de artikelen en interviews voor ‘deining in medialand’ zorgen maakt het er nog onwaarachtiger op. DDS met hoofdredacteur Michael van der Galien lijkt nog vooral in gesprek met zichzelf te zijn, zelfs niet met de achterban die op de koop toe wordt genomen.

DDS heeft het financieel lastig omdat grote adverteerders zijn afgehaakt, maar toch is het opvallend dat Vattenfall-dochter NUON adverteert op DDS. Vattenfall dat in een recent NRC-artikel wordt beschuldigd van bevoordeling van Siemens door onregelmatigheden bij aanbestedingen en het onder druk zetten van het eigen personeel om aan die fraude mee te werken. Die dochter NUON van dat Vattenfall adverteert dus op DDS.

In het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van 11 februari 2019 richt Van der Galien zijn pijlen op Erik Mouthaan, de VS-correspondent van RTL Nieuws. Wat zijn vijandigheid verklaart is onduidelijk. Dat Mouthaan wel eens is aangeschoven bij MSNBC-presentator Rachel Maddow die in haar show nauwgezet de onderzoeken tegen president Trump volgt en analyseert verklaart mogelijk Van der Galiens schuim op de lippen. De lezer van DDS is het kind van de rekening bij het vereffenen van deze persoonlijke rekening en moet het als ‘hoger opgeleid lezerspubliek’ doen met zo’n artikel dat de lezer informeert noch middelen tot desinformatie biedt, maar vooral in verwarring brengt. Dat kan niet de opzet van een geslaagde agitator zijn die de gevestigde orde wil afbreken. Met dank aan NUON.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 februari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van informatie van MediaBookers over adverteren op DDS.

Foto 3: Schermafbeelding van advertentie ‘Nuon Powerdeal: € 250,- korting en 5% Blijven Loont-korting op stroom’ van NUON zoals die door doorklikken wordt opgeroepen op 11 februari 2019 bij het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ op DDS, 11 februari 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van mijn reactie bij het artikelTrump-hater Erik Mouthaan slaat weer toe: ‘Als het sneeuwt kan het klimaat niet veranderen?’’ van Michael van der Galien op DDS, 11 februari 2019.

Zie hier voor stemgedrag van senator Amy Klobuchar in het 115de en 116de congres (januari 2017 – heden).

Petitie ‘Behoud van Street Art gevel’ pleit voor schildering van vis op gevel in Antwerpen. Omgevingsvergunning ervoor is geweigerd

De petitie ‘Behoud van Street Art gevel’ vraagt om steun voor een muurschildering in de Sint-Elisabethstraat te Antwerpen-Noord. De eigenaar had geen omgevingsvergunning aangevraagd. De aanvraag om die alsnog te verlenen werd door de gemeente Antwerpen geweigerd. Nu moet de schildering van Joachim Lambrechts dus verwijderd worden van de gevel. Hij heeft er op 11 januari de volgende vis aan toegevoegd:

De reacties bij de petitie spreken boekdelen. Zoals Dieter Ohler: ‘Kunst is van essentieel belang. Gooi ons niet terug naar de middeleeuwen maar bescherm mensen die zich inzetten hiervoor, en gebouwen die drager zijn. Wat is het volgende? Historische gebouwen afbreken? Heb kloten aan uw lijf en bewijs dat cultuur voor dit bestuur belangrijk is.’ Maar gaat het hier wel om kunst? En doet het er iets toe of het om kunst gaat? Dennis Leys maakt een ander onderscheid en merkt op: ‘Ik teken omdat er een verschil is tussen graffiti en streetart. Dit werk heeft een duidelijke meerwaarde voor de straat en buurt.’ Pieter Linders: ‘Ik begrijp dat niet iedereen zomaar wat met zijn gevel kan doen, zeker in straten met een harmonieuze bouwstijl. Maar in deze buurt met allerlei gevelafwerkingen, verloedering, … en ook vele voedingszaken en viswinkels is deze gevelschildering geen storend element, maar een lichtpunt. Of een startpunt, wanneer komen er nog gevels aan de beurt?

Gerdi Cracco zet de museumschildering af tegen museumkunst: ‘Street art een belangrijk expressiemiddel vind dat de niet museumgaande burger confronteert met kunst en emotie.’ Riet van der Plas verwoordt een breder gedeeld gevoel: ‘Ik vind het niet aan een gemeente om te oordelen over de kleur/ het ontwerp van je gevel.’ Viviane Cammers trekt de uiterste consequentie uit de geweigerde omgevingsvergunning: ‘Ik vind dat iedereen het recht heeft om op zijn/haar huis te tekenen wat hij/zij wilt , ik vind het echt prachtig’.

In deze kwestie lijkt van alles samen te komen nadat het eerst in de blender is gemixt. Waaronder een hoop misverstanden en irrelevanties. De klare lijn tussen vrijheid, democratie en anarchie wordt troebel. ‘Ik teken omdat kunst subjectief is en dat nooit zou mogen zijn dat een iemand hierover beslist’, zegt Karen Bertels. Wilbert Huigens reduceert democratie tot de wil van het volk: ‘Democratie is luisteren naar het volk’. Een werkelijk onnavolgbare reactie is van de Nederlander Juup de Boer: ‘Nederland steeds saaier wordt’.

Er lijkt met de muurschildering niks mis. Maar het moet wel in de omgeving passen. De plek maakt het verschil. In een winkelstraat lijkt de vis van Joachim goed te passen. Uiteraard kan het niet zo zijn dat alles vrij wordt gelaten zoals sommigen wensen. Want waar ligt dan de grens? Denk aan twee voorbeelden. Te weten het oranje gebouw van Studio Thonik (Thomas Widdershoven) dat vanwege de kleur voor overlast van de omwonenden zorgde en overgeschilderd moest worden. Of denk aan afbeeldingen met een politiek of seksueel geladen karakter waaraan mensen met een bepaalde achtergrond zich kunnen storen. Als de straat een arena wordt waar op gevels tegengestelde meningen de strijdpunten zijn, dan is het gedaan met een neutrale openbare ruimte. Of een openbare ruimte die door velen nog als neutraal kan worden ervaren.

Het oprukken van de commercie met licht- en gevelreclames zet de neutraliteit van de openbare ruimte in steden toch al danig onder druk. Schoonheids- of welzijnscommissies zouden daar veel actiever in kunnen opereren, in die zin dat ze het straatbeeld beter beschermen en schoonhouden van platte commercie. Maar dat gebeurt niet. In het voorbeeld uit Antwerpen zou een schoonheidscommissie die over de omgevingsvergunning gaat positief kunnen adviseren over de schildering van de vis, maar negatief over de wanstaltige reclame daaronder die in sfeer, kleur en stijl totaal niet aansluit bij de muurschildering van de vis.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieBehoud van Street Art gevel’ van Katleen Linders op Petities24.com, 12 januari 2019.

Foto 2: Joachim (Lambrechts), Sketching. ‘The Fisherman’

Bedenkingen bij de verbolgen toon én de opvattingen van het CDA Utrecht over kunst, de openbare ruimte en marketing

Aldus een passage uit een artikel op de site van het CDA Utrecht. De vorm van de tekst is exemplarisch voor de inhoud. Het ziet er chaotisch, onsamenhangend en slordig uit. De titel maakt dat duidelijk: ‘Waarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’. Daar valt geen chocola van te maken. Wat wordt hier bedoeld?

Het CDA Utrecht meent dat ‘kunst omwille van de kunst zeker een waarde heeft’, maar … En dan komt het grote ‘maar’ dat dat eerste standpunt onderuit haalt en de grond inboort. Een wijziging maakt duidelijk hoe normatief de uitspraak is: ‘Religie omwille van de religie heeft zeker een waarde, maar als gemeente moeten we ook kijken hoe religie voor onze inwoners een meerwaarde kan hebben’. Ik vermoed niet dat religieuze organisaties dit zouden pikken onder verwijzing naar hun soevereiniteit in eigen kring. En gelijk hebben ze. Maar het CDA Utrecht wil die soevereiniteit die het voor religie claimt blijkbaar niet geven aan de kunst en de organisaties werkzaam in de kunstsector. Kunst moet in de visie van CDA Utrecht dienstbaar, zichtbaar en afhankelijk zijn. En vooral niet zichzelf. Het CDA Utrecht creëert daarnaast met een paternalistische houding tegenover kunst ook nog eens een tegenstelling die niet noodzakelijkerwijze  bestaat. Want waar concludeert het CDA Utrecht uit dat ‘kunst omwille van de kunst’ geen meerwaarde voor de inwoners van Utrecht heeft?

In het artikel geeft het CDA Utrecht het standpunt van DENK over kunst in de openbare ruimte verkeerd weer als het zegt dat DENK tegen het plaatsen van schilderijen in de openbare ruimte is. CDA Utrecht bedoelt daar ongetwijfeld de afbeelding van iconische schilderijen van oude meesters mee. Het wordt lastig met het oog op behoud en verzekering om schilderijen van oude meesters aan gevels in de wijken Overvecht en Kanaleneiland op te hangen. Aanleiding zijn schriftelijke vragen die door DENK-fractiemedewerker en kunsthistoricus Jelle Bouwhuis zijn geformuleerd en ingaan tegen de visie van het CDA Utrecht om ‘Utrechtse Meesters een gezicht’ in de openbare ruimte te geven. In een commentaar van 23 november 2018 besteedde ik aandacht aan deze aanvaring tussen DENK en het CDA. DENK lijkt echter niet zozeer tegen het voorstel om afbeeldingen van schilderijen in de openbare ruimte te plaatsen, maar wil daar wel de bewoners inspraak in geven en voorwaarden aan het soort afbeeldingen stellen opdat ze zinvol zijn voor alle inwoners van de stad.

Wat is er aan de hand als het CDA Utrecht op verbolgen wijze opmerkt: ‘En Utrecht Marketing krijgt op de kop omdat ze geschikte schilderijen selecteren’. Het kan toch nooit de taak van een uitvoerende dienst als Utrecht Marketing zijn om geschikte schilderijen voor een afbeelding te selecteren? Dat behoort toch op beleidsniveau te gebeuren door beleidsmakers op het snijvlak van openbare ruimte, cultuur en wijkgerichte participatie? Utrecht Marketing heeft 57 medewerkers met als expertise citymarketing, communicatie en het signaleren van ontwikkelingen. CDA Utrecht laat zich kennen omdat niet iedereen haar voorstel voor de Utrechtse Meesters in de openbare ruimte omarmt en verzet zich zelfs tegen de VVD dat ‘opeens’ het voorstel wel omarmde.

Het wordt er nog merkwaardiger op als het CDA zegt: ‘Het achterhoedegevecht van DENK en de VVD moeten ze lekker samen uitvechten, ik hoop dat veel inwoners en culturele organisaties met ons meedenken over hoe we onze cultuurgeschiedenis en toekomstig talent een mooie plek in het straatbeeld kunnen geven.’ Dit soort kinderachtige uitspraken over tamelijk ondergeschikte onderwerpen is er precies de reden voor dat burgers afstand van de politiek nemen en er vervreemd van raken. CDA Utrecht claimt voor zichzelf in de avant-garde van de kunst te opereren omdat het verder wenst te kijken dan kunst omwille van de kunst. CDA Utrecht is de artistieke spookrijder die de meerwaarde voor kunst vooral bij zichzelf legt. Hoe het CDA Utrecht meent door het realiseren van afbeeldingen van oude meesters in de openbare ruimte het ‘toekomstig talent’ een mooie plek in het straatbeeld te geven is illustratief voor het onzorgvuldig en lui denken van het CDA Utrecht.

Foto’s 1 en 2: Schermafbeelding van deel artikelWaarom kunst júist zichtbaar moet zijn in de stad’ van het CDA Utrecht, 27 november 2018.

Foto 3: Realisering van de afbeelding van een schilderij van een Utrechtse meester (Dirck van Baburen, De luitspeler) aan een gevel van een flat op Kanaleneiland, Utrecht; eigen foto 30 november 2018.

Hoe gepast is realisatie door het bestuur van christelijke werken in de openbare ruimte? DENK stelt vragen aan Utrechts college

Utrechtse raadsleden willen Utrechtse meesters een gezicht geven. Bovenstaande motie 51 van 29 juni 2017 die werd ingediend door GroenLinks, CDA en Student&Starter verzocht het college mogelijkheden te onderzoeken ‘voor het permanent onder de aandacht brengen van enkele oude Utrechtse meesters in de binnenstad’. In een commentaar van 3 september 2018 had ik daar kritiek op. Ik schreef: ‘Laten de Utrechtse meesters niet ondergeschikt gemaakt worden aan de stadspromotie en de marketing van Utrecht. Een Utrechtse meester past per definitie niet in dat frame. Het surplus van een culturele icoon is niet te vangen. Dat moet daarom niet geprobeerd worden. Ook als de poging goedbedoeld en welgemeend is. Het wringt.’

Ook DENK dat in de raad met 2 zetels vertegenwoordigd is heeft twijfels over het idee om de Utrechtse meesters in de openbare ruimte te promoten met het oog op cultuureducatie en publieksbereik. Het lijkt er trouwens op dat gaandeweg de werking van de openbare ruimte is verruimd van de binnenstad uit motie 51 naar andere delen van de stad. Uit het antwoord op bovenstaande schriftelijke vragen van 18 oktober 2018 van DENK (‘Eerdere vragen Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’) bleek al dat een partij die vragen stelt over het vanzelfsprekende dat niet zo vanzelfsprekend is een heel eind kan komen. Want het college stelt in haar antwoord weliswaar dat de Utrechtse meesters ‘Utrechtse iconen voor álle bewoners van Utrecht zijn’, maar het is nog maar helemaal de vraag of dat zo is, hoe dat aangetoond kan worden, of dat zo door alle inwoners ervaren wordt en het etnisch, cultureel en kunsthistorisch wel klopt. Het lijkt er sterk op dat het college met het volgen van motie 51 (2017) met ogen open het mijnenveld van de identiteitspolitiek in is gelopen.

Op 22 november heeft DENK opnieuw schriftelijke vragen gesteld (‘Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’) die inzoomen op de openbare ruimte van Kanaleneiland en Overvecht. DENK merkt op over het antwoord van het college op de vragen van 18 oktober: ‘Hierin werd duidelijk dat het Centraal Museum en Utrecht Marketing enkele monumentale wandschilderingen willen realiseren in de wijken Kanaleneiland en Overvecht, bij wijze van publiciteit voor de aanstaande overzichtstentoonstelling van Caravaggisten in het Centraal Museum.’ Op 16 december 2018 opent de tentoonstellingUtrecht, Caravaggio en Europa’ in het Centraal Museum. DENK stelt vragen ‘over de aard van deze werken, en de informatie erover naar de Raad en de buurtbewoners’ en vraagt zich in het bijzonder af hoe gepast het is dat ‘instellingen ( ..) monumentale werken met religieuze thematiek realiseren in de openbare ruimte’. De schilderijen van de Caravaggisten staan bij uitstek bekend om ‘de Christelijke, bijbelse thematiek’ zo stellen deze vragen met kunsthistorische invalshoek. DENK meent dat het gemeentebestuur hierover ‘duidelijk’ de raad moet informeren ‘aangezien het gaat om religieuze uitingen in de openbare ruimte die buiten het domein staan van religieuze instellingen en gebouwen’.

Deze vragen stellen op een demonstratieve wijze dat deze religieuze uitingen niet neutraal of onpartijdig zijn in een stad als Utrecht waar de grote meerderheid van de inwoners vrijdenker of niet-christen is. Het tonen van wandschilderingen met christelijke, bijbelse thematiek in Overvecht en Kanaleneiland mag dan marketing zijn voor een lokale tentoonstelling en verkocht worden als promotie voor de kunst en cultuur van Utrecht, maar valt tevens op te vatten als religieuze propaganda voor het christendom in de openbare ruimte. Dat is ongewenst. De principiële vraag die DENK stelt is volgens welk grondrecht het gemeentebestuur dit meent te kunnen doen of waarom het een uitzondering op dit grondrecht meent te kunnen maken. Deze vragen gaan over heel wat meer dan marketing en stadspromotie alleen. Ze gaan er ook over van wie de stad is en hoe gewenst en neutraal de realisatie van ‘culturele’ werken met religieuze thematiek in de openbare ruimte is.

Foto 1: Schermafbeelding van motie 51 (2017) ‘Geef Utrechtse meesters een gezicht’ van Reinhild Freytag (Student & Starter), Steven de Vries (GroenLinks) en Marloes Metaal-Froon (CDA) in gemeenteraad Utrecht, 29 juni 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van deel schriftelijke vragen (met antwoord) 140 (2018) ‘Eerdere vragen Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’ van College  B&W aan Mahmut Sengur (DENK) in gemeenteraad Utrecht, 18 oktober 2018.

Foto 3: Caravaggio, De graflegging van Christus (‘Deposizione’), 1602-04. Collectie: Pinacoteca Vaticana, werk wordt getoond op tentoonstellingUtrecht, Caravaggio en Europa’ in het Centraal Museum (16 december 2018 – 24 maart 2019).

Foto 4: Schermafbeelding van schriftelijke vragen 160 (2018) ‘Geef Utrechtse Meesters een Gezicht’ van Mahmut Sengur (DENK) in gemeenteraad Utrecht, 22 november 2018.