Martha & The Vandellas: Nowhere To Run in Detroit


Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 24 juli 2013.

Martha & The Vandellas weten in 1965 niet waarheen te vluchten. Of zich te verbergen. Dus dansen ze in de openbaarheid. In een autofabriek in Detroit waar de Ford Mustang wordt gemaakt.

De cabriolet met open kap rolt van de band. Motown Sound in Motor City. Bijna 50 jaar later allebei uit de tijd. Meer dan terloops wordt het productieproces getoond.

Foto uit Billboard van Martha & The Vandellas, 17 april 1965.

Nowhere To Run wordt in 1965 het meest succesvolle nummer van Martha & The Vandellas. Geschreven door team Holland-Dozier-Holland dat tot 1967 volop hits voor het label Motown schrijft. Totdat een geschil daaraan een eind maakt. Vluchten kan niet meer. Liefde is onherroepelijk:

Nowhere to run, baby nowhere to hide
Got nowhere to run, baby nowhere to hide

I know you’re no good for me
But free of you, I’ll never be
How can I fight a lover that’s sugar sweet
When it’s so deep, so deep, deep inside of me

My love reaches so high, you can’t get over it
So wide, you can’t get around, no

Martha & The Vandellas, Hoes ‘Dance Party‘ met ‘Nowhere To Run‘. Tamla Motown LP 1965.

Leadzangeres Martha Reeves, Rosalind Ashford en Betty Kelley kleuren in 1965 roze. De soul houdt het simpel. Motown bleef plakken op Detroit dat er later aan schilfers bijhangt. Kleur is geschiedenis.

En de Ford Mustang? Die roept associaties op om afstand te nemen van Detroit. Al in 1965.

Advertentie

Qatar zal door WK Voetbal de eigen reputatie niet verbeteren

Een voetbalfan ben ik niet. Soms zie ik in gezelschap een stukje van een wedstrijd. Meer niet. Ik kijk dan ook niet uit naar het WK Voetbal in Qatar. Ik laat het graag aan me voorbijgaan. Maar ik gun liefhebbers een spannend toernooi.

Het WK Voetbal in Qatar dat op 20 november 2022 begint kent voor- en tegenstanders. Heikel punt zijn de duizenden gastarbeiders die gestorven zouden zijn bij de bouw van de stadions. Niet minder bepalend voor het slechte beeld van Qatar is de min of meer geheime samenwerking met het Taliban-regime in Afghanistan. De in Qatar gevestigde zender Al Jazeera is alleen kritisch over anderen, niet over Qatar zelf. Dat is geen evenwichtige journalistiek in een niet evenwichtig land.

Qatar probeert met een massaal media-offensief waarbij het de beste pr-bedrijven inschakelt om de westerse publieke opinie voor zich te winnen. Op de achtergrond loeren de Qatarese gasvoorraden waar Europese landen begerig naar kijken nu het afnemen van Russisch gas niet meer kan door de oorlog in Oekraïne. Daarom binden westerse regeringen in. De Nederlandse regering dreigt zelfs tegen de zin van de Tweede Kamer in om een hoge delegatie naar het WK te sturen.

Het uitgangspunt van marketing is dat het onmogelijk is om een slecht product te verkopen. Dat geldt voor Qatar. Dat is een slecht product. Maar Qatar moet niet verkocht worden, maar het WK Voetbal wel. Wat Qatar als middel voor de eigen marketing gebruikt is het doel. Zo kan het dat het WK straks een succes word dat niet positief afstraalt op Qatar. De knip tussen Qatar en WK is te groot.

De vrees dat via sportswashing van het WK Voetbal de reputatie van Qatar wordt opgekrikt lijkt ongegrond. Ook hier is de knip te groot. Alle reclames en advertenties van Qatar die zijn gericht op een westers publiek tonen onwezenlijk als een eigen parallelle werkelijkheid. Het is een te aantoonbare sprookjeswereld die weinig verbinding met de werkelijkheid vindt. Het is fantasie die zich te duidelijk laat kennen als fantasie. Daarbij komt dat een 100% positief Qatarees verhaal door een westers publiek cynisch als naïef zal worden afgedaan.

Voor het WK Voetbal kan dat gunstig uitpakken omdat zo’n voetbaltoernooi een sterk merk is van een op zichzelf staande werkelijkheid die alleen maar om het spelletje draait. Zonder verdere pretenties. Dat geldt niet voor Qatar. Daar blijft het valse beeld van belabberde marketing overheersen. Het valt te verzen voor de machthebbers van dat land dat ze overschat hebben hoe de westerse publieke opinie over hun land te beïnvloeden valt.

Qatar heeft zich met de hoop op sportswashing rijk gerekend, maar door de extra media-aandacht voor de slechte mensenrechtensituatie, de puissant rijke in zichzelf gekeerde elite, de export van en financiële steun voor islamitisch radicalisme, de corruptie rond de keuze voor dit WK en de geopolitieke band met het Taliban-regime in Afghanistan valt eerder te verwachten dat de reputatie van Qatar niet verbetert, maar verslechtert. Qatar had zich beter gedeisd gehouden door niet de aandacht op zich te vestigen.

Foto ‘Sichtwerbungspyramide für den Monat der Deutsch-Sowjetischen Freundschaft in der Papiermühlstraße, 1951’

Roger en Renate Rössing,’Sichtwerbungspyramide für den Monat der Deutsch-Sowjetischen Freundschaft in der Papiermühlstraße, 1951. Collectie: Deutsche Fotothek.

Leipzig, Oost-Duitsland, 1951. Een visuele reclamepiramide voor de maand van de Duits-Sovjet-vriendschap in de Papiermühlstraße, 1951. Dat is het verleden van een deel van Duitsland. Waarin onvrijheid vrijheid wordt genoemd, oorlog vrede en een vijand ineens een vriend is. Dat is even schakelen voor iemand die doordenkt.

Is sinds 1951 de mentaliteit van Duitsland fundamenteel veranderd? Daar twijfelen vele buitenstaanders aan. Zeker wat de oudere generaties betreft. Jongeren staan per definitie losser tegenover het verleden. Indoctrinatie is aan hen voorbijgegaan. Zijn zij de redding van Duitsland?

Loskomen van het verleden met alle schuld en misverstand die daar bij hoort is niet typisch Duits. Hoewel de projectie vanuit een belast verleden in Duitsland groter lijkt dan in andere landen en nog steeds een open blik naar het heden verhindert. Dat is grotere tragiek dan dat verleden zelf. We zullen zien wat het wordt.

Een piramide is een grafmonument. Passen daar ronkende teksten op die niemand serieus hoeft te nemen? Ach, niet iedereen heeft stante pede door dat woorden je bij de neus kunnen nemen.

Nacht, sigaretten en lichtreclames in Montréal, 1937

Conrad Poirier, La rue Sainte-Catherine Montréal, 1937.

Tram 41 stopt om passagiers uit te laden en op te pikken. Niet alleen uit het straatbeeld volgt dat het andere tijden zijn. Ook uit de reclames voor sigaretten. Sweet Corporal op zowel de tram als op de pui op de straathoek. De lichtreclame voor Buckingham domineert het beeld. De slogan van dit merk was ‘Throat Easy‘. Dat klinkt nu akelig tegenstrijdig. De fotograaf is Conrad Poirier.

Het is 1937, Montreal, Canada. De regen maakt het er fotogeniek op omdat het zorgt voor een spiegelend oppervlakte. Het beeld verdubbelt door regen en lichtreclames, en wordt gehalveerd door de nacht. De optelsom is vermengd en verward. Dit is voyant de parallelle biotoop van de film noir.

Heineken verwijst in commercial naar het voordeel van vaccinatie. Reactie erop bleek storm in een glas bier

In de commercialThe Night is Young‘ verwijst Heineken naar de voordelen van vaccinatie. Zo’n politieke stellingname in de marketing van een bedrijf is ongewoon, maar begrijpelijk. Want door de pandemie heeft het bierconcern aan omzet verloren. Kroegen en andere gelegenheden waar de producten van Heineken werden verkocht moesten noodgedwongen sluiten. Verhoogde omzet in de supermarkten compenseerde dat onvoldoende. Normalisering door vaccinatie is de weg terug naar hogere winst voor Heineken.

Paradox is dat bedrijven gebaat zijn bij rust en een open samenleving. Dat bevordert de handel. Door zich politiek uit te spreken doet Heineken in deze commercial het omgekeerde. Dat is echter verklaarbaar doordat het de stemmingmakerij en onrust van de tegenstanders van vaccinatie indirect aanspreekt. Want juist die bedreigen de harmonie, de sociale vrede en de open samenleving waarvan bedrijven optimaal kunnen profiteren. Onrust is niet in het belang van Heineken en daar neemt het stelling tegen. De boodschap van de commercial is: ‘The night belongs to the vaccinated. Time to join them.’

Still uit commercialThe Night is Young van Heineken‘, op 8 juli 2021 geplaatst op YouTube.

De commercial kan opgevat worden als een afkeurend commentaar op het gedrag en de houding van complotdenkers, anti-vaxxers en allerlei radicale linkse, rechtse en religieuze activisten die zich om uiteenlopende redenen tegen vaccinatie verzetten. De boodschap van de commercial is er een van genotzucht en zal voor de opponenten tamelijk plat tonen. De commercial presenteert een sfeer waarin genotzucht het hoogste goed is. Dat is een simpele boodschap.

Overigens zegt de commercial niet dat men zich moet laten vaccineren. Het suggereert alleen dat vaccinatie meer vrijheden biedt. Daarom hoeven de tegenstanders van vaccinatie zich niet direct aangesproken te voelen. Dat doen sommigen wel. De framing dat dit een ‘pro-vaccination promotion‘ is, zoals New York Daily News in een artikel zegt lijkt echter onterecht. Heineken maakt alleen publiciteit voor Heineken. Als daarbij politiek om de hoek komt kijken, dan dient dat uitsluitend om producten van Heineken te promoten, niet om een politiek standpunt te slijten. Maar een en ander kan toevallig samengaan.

Het wachten was dus op een reactie van de tegenstanders van vaccinatie. Sociale media zijn immers het domein bij uitstek voor hun ongenoegen. Heineken is een internationaal bedrijf dat die negatieve reacties van de complotdenkers en anti-vaxxers vooraf zal hebben ingeschat. Heineken lijkt dat goed te hebben gedaan, want op de top 50 van de Twitter Trends van 10 juli 2021 is #BoycottHeineken in de VS en het VK niet meer te vinden. De reactie tegen deze commercial was een storm in een glas bier.

Straatreclame voor William Fish. Gedachte bij foto ‘Street Advertising’ (1877)

John Thomson, Street Advertising (1877).

De naam van William Fish staat op een affiche dat in 1877 wordt opgeplakt door de man in de witte jas. Het is reclame voor het wassenbeeldenmuseum Madame Tussauds in Londen. De fotograaf is de ‘baanbrekende’ John Thomson die als eerste buitenlander in China fotografeerde en later als een Charles Dickens van de sociale fotografie de armoede in de Londense sloppen en straten vastlegde.

Wat zou aardig aan het internet is dat iemand die bijna 150 jaar later wil weten wie William Fish is daar altijd wel een bron voor kan vinden. In dit geval is dat makkelijk omdat iemand van wie een wassen beeld is gemaakt in de eigen tijd een zekere bekendheid moet hebben gehad.

Nou, in een bericht uit 2020 van Lancashire News (Lancs Live) stelt niet teleur. Tot in details wordt nauwgezet uit de doeken gedaan wie William Fish was. Hij was een moordenaar die in maart 1876 in Blackburn de 7-jarige Emily Holland vermoordde. Op weg naar de winkel om tabak te kopen ging ze volgens getuigen vergezeld van een sjofel geklede man. Enkele dagen later werd op een landje in een koffer verborgen lichaam gevonden. Gruwelijk ontdaan van armen, benen en hoofd. Het bleek het lichaam van Emily te zijn. De benen werden even later in een riool teruggevonden. Dat zette de speurtocht in gang.

De gruwelijke moord trok landelijke bekendheid. Er werd een beloning van 200 pond uitgeloofd om de dader te vinden. Mensen zochten tevergeefs naar Emilys’ armen en hoofd. Zwervers werden opgepakt, maar moesten weer vrijgelaten worden omdat er geen aanknopingspunt met de moord was. Uiteindelijk viel mede door de haren die op Emily’s lichaam waren gevonden de verdenking op kapper William Fish. Maar hij wist zich in eerste instantie vrij te pleiten.

De doorbraak in deze moordzaak kwam toen de politie speurhonden van een particulier inzette die de half verbrande armen en de rottende schedel van Emily in een schoorsteen in Fish’ kapperszaak vond. Het bericht van Lancs Live zegt daarover: ‘Honden werden nog niet regelmatig gebruikt door de politie, maar deze zaak zou daar verandering in brengen’.

Eind goed, al goed. De moordenaar is na een speurtocht van zo’n drie weken door slim opereren van de politie opgepakt. De ‘Blackburn Murderer’ is ermee een Britse bekendheid geworden. Madame Tussauds haakt er op in en laat een jaar later weten dat het wassen beeld van William Fish (‘portrait model’) in haar museum is te bezichtigen. Kom dat zien, om te griezelen. Straatreclame werkt.

Waarom adverteert de Volkskrant op de rechts-radicale nieuwssite TPO?

Stel je voor dat in de Hersteld Hervormde Kerk van Staphorst reclame wordt gemaakt voor de diensten van een naburige katholieke kerk. Of de plaatselijke slager de folder van de natuurwinkel met vegetarische producten verspreidt. Of de perschef van de Voetbalbond voetballers oproept om lid te worden van de Schietbond.

De onaannemelijke voorbeelden zijn theoretische hersengymnastiek. In de praktijk zullen ze niet voorkomen.

Zo’n voorbeeld komt in de praktijk voor. Op de rechts-radicale nieuwssite TPO (The Post Online) dat meer meningen dan feiten in de berichtgeving doet en een continue campagne voert om de politieke leider van FvD Thierry Baudet te promoten valt op de voorpagina bovenstaande banner/ reclame voor de Volkskrant te lezen.

De plaatsing van de advertentie van de Volkskrant op TPO roept de volgende vragen op:
1) Waarom adverteert DPG Media (waar de Volkskrant een onderdeel van is) op TPO? Of liever gezegd, waarom heeft DPG Media via het advertentiebureau dat online reclames plaatst niet aangeven dat TPO een ongewenste omgeving voor reclames van de Volkskrant is?
2) Wat is de logica van DPG Media om een concurrent op de mediamarkt financieel te helpen?
3) Wat is de logica van TPO om eigen lezers te confronteren met een advertentie van de Volkskrant dat als exponent van de linkse kerk wordt geafficheerd? Ontstaat zo niet een geloofwaardigheidsprobleem voor TPO? Ontstaat in het verlengde ervan bij de lezers van TPO niet het besef dat het financieel wel slecht met TPO moet gaan als het blijkbaar gedwongen wordt om een advertentie van de Volkskrant te plaatsen om het hoofd boven water te houden?
4) Waarom schat DPG Media niet in dat de associatie van de Volkrant met TPO ongewenst is en zijdelings publicitair averechts kan uitpakken? Deze blogpost is daar een voorbeeld van. TPO opereert ver buiten de gevestigde journalistiek en promoot complotdenken en een anti-overheidsbeleid.
5) Denkt DPG Media werkelijk dat de kloof overbrugbaar is om lezers van TPO te werven? Ofwel, denkt DPG Media dat het eigen advertentiebudget optimaal besteed wordt door lezers van TPO (dat haaks staat op de koers van de Volkskrant), als (tijdelijk) abonnee te werven?
6) Geeft deze advertentie van de Volkskrant op TPO niet het failliet van online adverteren op internet aan waar adverteerders klaarblijkelijk geen controle meer hebben over de omgeving waarin hun advertentie verschijnt?

Foto: Schermafbeelding van 20 oktober 2020 van advertentie voor de Volkskrant op voorpagina van TPO.

Antwoord aan Fidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, gedijt het vrije woord

Journalist Fidan Ekiz plaatste op de rechts-radicale site TPO het opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’. Aanleiding is de kwestie Johan Derksen en zijn recht om in het programma VI verkeerde grappen te maken met een racistische ondertoon. Met Ekiz ben ik het over dit onderwerp hartgrondig oneens. Ik vermoed dat ze een denkfout maakt en in de verkeerde stelling blijft hangen. Ik betwist het recht van Derksen niet, maar zet daar het recht naast om hem te kritiseren. Dat is een opvatting waar meningen kunnen botsen en waarbij alle middelen uit de kast kunnen worden gehaald. Inclusief een oproep tot een boycot van adverteerders aan een commercieel programma. Ekiz  heeft trouwens veel woorden nodig om iets simpels te zeggen. Daarnaast haalt ze er van alles bij dat haar betoog eerder vertroebelt dan verheldert. Dat geeft geen vertrouwen in de houdbaarheid van haar denkbeelden.

Het debat gaat erover wat de publieke opinie is en hoe die werkt. Dat doorgedacht valt het nog ruimer op te vatten. Het gaat er in de kern over wat de samenleving is. Kan een sponsor van een commerciële omroep met verwijzing naar een politiek doel door een publieksactie opgeroepen worden om afstand te nemen van een programma? Zijn dat achterbakse streken of is dat een toelaatbaar middel om in de openbaarheid politiek te bedrijven? Ik vermoed het laatste.

Een voorbeeld maakt dat wellicht duidelijk. Op dit moment speelt de vrees in de VS dat president Trump oneigenlijke middelen in zal zetten om de verkiezingen van november 2020 te verstoren. Hij ligt ver achter in de peilingen. Naast de optie van het beginnen van een oorlog ter afleiding is er een breed programma van kiezersonderdrukking dat ervoor moet zorgen dat kiezers die op Joe Biden willen stemmen ontmoedigd worden om naar de stembus te gaan. Dat gebeurde ook in 2016. Daarom worden nu bedrijven door Democraten onder druk gezet om zich uit te spreken voor eerlijke verkiezingen. Zo wordt het in Georgia machtige Coca-Cola onder druk gezet door activisten om op hun beurt het Republikeinse bestuur van de staat onder druk te zetten om te zorgen voor eerlijke verkiezingen. Ook voor de eigen werknemers.

Het gaat dus over de bandbreedte van het publieke debat. Waar moet dat getrokken worden? Dit leert dat de grenzen van een open en weerbare democratie mede bepaald worden door de opvatting van politieke cultuur en de werking van de samenleving. De media zijn daar een integraal onderdeel van. Ofwel, is politiek alleen ‘politiek’ in enge zin of moet dat ruimer opgevat worden? Dit gaat over de emancipatie van de deelnemers aan het publieke debat. En omgekeerd over de dominantie van opinieleiders die anderen het recht op een open debat ontzeggen.

Daar komt het meningsverschil over het onder druk zetten van sponsors van het programma VI van Talpa op neer. Het gaat niet over Boomsma of Derksen. Zij zijn de toevallige passanten in dit verhaal. Ekiz neemt het te nauw als ze zegt dat het vrije woord eindigt waar de oproep tot een boycot begint. Dat geldt alleen binnen haar enge perspectief. De oproep tot een boycot kan evengoed opgevat worden als de ultieme werking van een levende democratie waar het vrije woord als nooit tevoren bloeit. Zonder beperkingen en taboes.

Tegenstanders van een boycot zoals Youp van ’t Hek die Arie Boomsma persoonlijk aanvielen houden het misverstand in de lucht dat er in de afgelopen jaren nooit oproepen waren om de adverteerders van VI tot een boycot te bewegen. Zodat ze het indirect kunnen koppelen aan het zogenaamde radicalisme van de BLM-beweging. Ook die framing is onjuist. De boycot van VI is een terugkerend onderwerp. Zo vroegen belangengroepen als het COC en TNN (Transgender Netwerk Nederland) in februari 2018 aan de toenmalige sponsors Heineken, Gillette en Toto van de omroep RTL die toen het programma VI uitzond om hun medewerking aan dat programma te stoppen.

De radicalisering in de programmering van VI volgt direct uit het commercieel belang. Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en de omroep die het uitzendt rechtstreeks te verzwakken. Via een oproep tot een advertentieboycot dus. Zoals in Georgia alleen het machtige Coca-Cola het bestuur van de staat onder druk kan zetten. Dat past perfect binnen de publieke opinie. De oproep tot een boycot is een directe vertaling van het vrije woord en een toelaatbaar middel om het publieke debat te voeren. Ekiz heeft een te beperkte opvatting van wat de democratie, het publieke debat en de vrijheid van meningsuiting zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’ op TPO, 2 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarCOC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken’ van George Knight, 4 februari 2018.

De Nederlandse Staat adverteert via de Staatsloterij en Eurojackpot op de radicaal-rechtse site DDS. Is dat bekend en gewenst?

In de VS beëindigen adverteerders de sponsoring van programma’s die ongenuanceerd Black Lives Matter (BLM) aanvallen. Het overkwam Fox News’ presentator Tucker Carlson volgens een bericht op Media Matters. Afgelopen week stopten T-Mobile, SmileDirectClub, Disney, Vari en Papa John’s Pizza de sponsoring van zijn programma. Wie het geld volgt die weet wie een programma met radicale ideeën steunt. Of er afstand van neemt vanwege die ideeën of uitspraken die haaks op de grondwet en de grondrechten staan.

In Nederland is er de radicaal-rechtse site De Dagelijkse Standaard. Zo op het oog is naast Forum voor Democratie en wat kleine adverteerders als Eigen Huis en een Verzekeringsvergelijkingstite de enige grotere sponsor die deze site heeft Eurojackpot. Dat is een onderdeel van de Nederlandse Loterij waaraan de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij deelneemt. Dat is weer een project van de Nederlandse Staat. Indirect adverteert de Nederlandse Staat dus op een radicaal-rechtse site die continu de overheid, de regering, niet-ultrarechtse  politici en maatschappelijke groeperingen, zoals anti-racisme groepen aanvalt.

De vraag is of het gelukkig is dat de Nederlandse Staat mede deze aanvallen financiert. Wat is de logica dat de Nederlandse Staat als adverteerder De Dagelijkse Standaard ondersteunt? Het lijkt nodig dat er duidelijkheid komt over het advertentiebeleid van de Nederlandse Staat, de Nederlandse Staatsloterij en Eurojackpot. Het is gewenst om te weten wat de voorwaarden zijn en of De Dagelijks Standaard binnen die voorwaarden valt.

Foto: Schermafbeelding van een pagina van DDS, 11 juni 2020.

Zalando’s onjuiste claim om met campagne afscheid te nemen van stereotyperingen die obstakels zijn voor diversiteit en vrijheid

De van oorsprong Duitse webshop voor schoenen, kleding en mode- accessoires Zalando heeft een nieuwe lentecampagne ‘Zerotypes. Het zegt hiermee naar eigen zeggen afscheid te nemen van stereotypes die het als ‘een van de grote obstakels voor diversiteit en vrijheid’ ziet. Dubbelzinnig is dat Zalando het vervolgens over verouderde stereotypering heeft met de suggestie dat er ook niet-verouderde stereotypering is.

Zalando pretendeert ons met deze lentecampagne in ‘een rijkere wereld van vrijheid te verwelkomen’. De stereotypering die de campagne van Zalando omschrijft zou eruit bestaan dat alleen vrouwen roze mogen dragen, kostuums alleen op kantoor gedragen worden en jurken uitsluitend voor vrouwen zijn. Maar de stereotypering waarvan Zalando zegt afscheid te nemen bestaat niet omdat die allang achter ons ligt.

De marketing van Zalando is hol omdat de feiten waarop de campagne gebaseerd zijn duidelijk onjuist zijn. Zoals van een commercieel bedrijf als Zalando mag worden verwacht speelt het op veilig door te claimen een idee van diversiteit en vrijheid te overstijgen dat allang overstegen is. Zalando staat niet op de barricades van de maatschappelijke verandering, maar pretendeert alleen daar te staan. Een enkeling als de Vlaamse rechtse politicus Theo Francken maakt zich er nog druk om als hij zegt dat mannen niet in een jurk gekleed moeten gaan. In de wereld van de marketing is het verschil tussen echt en nep niet bestaand. Marketing is een gesloten wereld zonder veel kritisch vermogen. Zo neemt het vakblad over reclame, marketing en media Adformatie in een bericht de claims van Zalando over vrijheid en diversiteit zonder enige kanttekening over.

Zalando’s campagnebeeld van zon, jong, mooi, vrolijk, zelfverzekerd en ‘op het randje’ die het met deze lentecampagne geeft roept nieuwe stereotyperingen op. De ‘Zerotypes’ wekken de indruk de vrijheid en diversiteit niet minder te beperken dan de oude stereotyperingen die Zalando claimt te bestrijden. Op z’n best kan van deze lentecampagne gezegd worden dat het de ene stereotypering voor de andere inwisselt. Dat is de wetmatigheid van stereotype’s die continu veranderen naargelang de samenleving verandert. Commerciële bedrijven volgen daarin met hun marketing. Zalando’s claim dat het met de campagne ‘Zerotypes’ een doorbraak forceert in het afscheid nemen van stereotyperingen is daarom om meerdere redenen lariekoek.

Foto: Campagnebeeld van Zalando’s lentecampagne 2020 ‘Zerotypes’.