George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Diversiteit

Cultuurnota ‘Kunst Kleurt de Stad’ van de gemeente Utrecht bevat weeffout omdat het een waardeoordeel over kunst geeft

with one comment

In juli 2019 verscheen de Cultuurnota 2021-2024 ‘Kunst Kleurt de Stad’ van de gemeente Utrecht. In een commentaar van 3 juli 2019 toonde ik begrip voor de kritiek van Henk Westbroek over het Berlijnplein in stadswijk Leidsche Rijn. Hij sprak over ‘stadskunst‘. Mijn slotsom: ‘Het stadsbestuur moet wegblijven van de inhoud. Ook indirect via organisaties die het subsidieert’. In een toelichting op de Cultuurnota heeft de verantwoordelijke wethouder Anke Klein het over aanmoedigen en gedragsbeïnvloeding van kunstenaars. ‘Nudging’ dus, dat middel uit de timmerkist van hedendaagse bestuurders dat de inhoud bepaalt onder het mom dat die uitsluitend voortkomt uit het gedrag van de burgers. Dat is een valse voorstelling van zaken. Klein doet in de Cultuurnota niet aan ‘nudging’, maar aan sturing via beleidsmaatregelen. Mijn commentaar bij het artikelNieuwe cultuurnota Utrecht: ‘We moedigen de culturele sector aan buiten de lijntjes te kleuren’:

De Cultuurnota bevat in de kern een weeffout. Het blijkt voor het stadsbestuur een lastige opgave om tegelijk aan de zijlijn te staan en tegelijk te willen sturen. De fout die wethouder Klein maakt is dat ze zich niet terughoudend opstelt. Ze wil de kunst gebruiken om de samenleving te veranderen, of die een afspiegeling van de samenleving te laten zijn. Maar hiermee rekt ze haar mandaat op. Dat is niet haar taak.

Als vanouds is in het Nederlands openbaar bestuur het adagium van Thorbecke leidend: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Ofwel, de overheid moet de kunst steunen, maar er geen waardeoordeel over geven.

Wie de Cultuurnota leest struikelt over de waardeoordelen en de sturing. Dat bracht Henk Westbroek in een uitgesproken column onlangs tot de terechte vraag of hier geen sprake is van ‘stadskunst’. Daar lijkt het sterk op. Dat is ongelukkig en ongewenst. Het stadsbestuur wil blijkbaar zo graag het goede doen, dan het het foute doet. Het stadsbestuur dient de voorwaarden voor kunst te scheppen, maar zich te onthouden van oordelen.

In hoofdstuk 1.3.2. over ‘een inclusieve cultuursector’ staat zo’n oordeel dat in tegenspraak is met de opvatting van Thorbecke: ‘Met zo’n grote diversiteit is het, in een stad die bovendien groeit, de uitdaging niet uit elkaar te groeien. Kunst en cultuur kunnen daarbij een rol spelen, juist door verbindingen aan te gaan. Dat maakt inclusiviteit voor deze sector extra belangrijk. Kunst en cultuur zijn bij uitstek in staat alle inwoners van de stad aan te spreken, met verschillende verhalen en cultuurvormen.

De Cultuurnota introduceert verwarring door te spreken over zowel kunst als cultuur. Kunst en cultuur worden op dezelfde hoop gegooid terwijl ze verschillende functies hebben. Dat is een ongelukkige, en ook wel kwaadaardige begripsverwarring en -vervaging. Cultuur verbindt en heeft een sociale component die ingezet kan worden om politieke doelen te bereiken. Maar dat geldt niet in de meest gangbare opvatting over kunst.

Kunst die voor politieke doeleinden wordt gebruikt houdt op kunst te zijn. Wethouder Anke Klein en haar beleidsambtenaren verliezen in deze Cultuurnota de functie van kunst uit het oog. De Cultuurnota maakt kunstenaars onnodig afhankelijk van de gemeentelijke overheid. De Cultuurnota wil de kunst temmen en in lijn met het overheidsbeleid brengen.

Hiermee wordt het voor kunstenaars die afhankelijk zijn van de voorzieningen die door overheidssubsidie worden gerealiseerd lastig gemaakt om zich in alle vrijheid tot die overheid te verhouden Kunstenaars moeten zich voegen in deze Cultuurnota. Het helpt niet als daar ‘onafhankelijke’ beoordelaars tussen worden gezet omdat de overkoepelende en inkaderende Cultuurnota de sturing blijft geven.

Het valt te hopen dat de leden van de Utrechtse gemeenteraad kritische vragen stellen over de Cultuurnota in het besef dat de overheid geen waardeoordeel of sturing moet willen geven aan de kunst, maar dat met deze Cultuurnota wel beoogt. De raad moet beseffen dat de Cultuurnota een weeffout bevat en dient bij zichzelf te rade te gaan of het dat gewenst vindt. Dat is geen debat over links of rechts, of over pro of contra de zittende coalitie. Dit is een debat over de functie van kunst.

Daarnaast bevat de Cultuurnota tegenstrijdige uitgangspunten die met elkaar in tegenspraak zijn. Want hoe kan kunst tegelijk ‘experimenteel’ en ‘voor iedereen’ zijn? Dat is als de kwadratuur van de cirkel, namelijk een vraagstuk dat onoplosbaar is. Wethouder Klein doet met deze Cultuurnota alsof de verschillende doeleinden die met elkaar in tegenspraak zijn verenigbaar zijn.

Of dat voortkomt uit gemakzucht, intellectuele luiheid, een doorgeslagen politiek compromis waardoor geen echte keuzes kunnen worden gemaakt valt te bezien, maar dat maakt voor de weging van de kwaliteit van de Cultuurnota weinig uit. Die bevat een weeffout en deugt niet.

Kunstenaars moeten zelf kunnen uitmaken of ze inclusief, exclusief, excessief, obsessief of passief willen zijn. Daar gaat de overheid niet over en daar moet de overheid zich niet mee willen bemoeien. De overheid moet voorwaarden scheppen. En anders niks.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe cultuurnota Utrecht: ‘We moedigen de culturele sector aan buiten de lijntjes te kleuren’’ op DUIC, 16 juli 2019.

Advertenties

Bijlage ‘Diversiteit in de cultuursector’ bevat statistieken over herkomst waarvan de waarde en strekking discutabel zijn

leave a comment »

Vandaag stuurde minister Van Engelshoven (OCW) haar brief ‘Uitgangspunten Cultuurbeleid 2021 – 2024’ naar de Kamer. De brief en de bijlagen zijn hier te lezen. Reacties laten nog op zich wachten. De bijlageDiversiteit in de cultuursector’ is een ‘visuele samenvatting van de meest recente cijfers en ontwikkelingen in de personele diversiteit van culturele instellingen en adviescommissies van cultuurfondsen en raden’ en bevat bovenstaand diagram. Eruit blijkt dat ‘personen met een westerse en niet-westerse migratie achtergrond’ zijn oververtegenwoordigd in bestuur en personeel in de culturele sector. Vooral westerse migranten vallen op met een drie- tot viermaal zo grote vertegenwoordiging dan statistisch zou kunnen worden verwacht. Dat wordt een positieve ontwikkeling genoemd. Is het dat wel? Niet-westerse migranten blijven met 8% licht achter.

Wat is deze statistiek waard? Wie wordt er onder ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ verstaan? Omvat dat Duitsers, Belgen, Britten en Amerikanen die al vele jaren in Nederland wonen en eigenlijk niet beschouwd kunnen worden als migranten, laat staan buitenlanders? Denk aan de talloze directeuren van Nederlandse musea van buitenlandse herkomst die in Nederland geïntegreerd zijn en die leden van het publiek zonder voorkennis niet zal aanduiden als migrant. Hoe relevant is dit onderscheid, waarom wordt het gemaakt en in een officieel overheidsdocument opgenomen, en wat moet het ons duidelijk maken?

Daarnaast is onduidelijk wat met wat vergeleken wordt en wat de vergelijking waard is. Hoe methodologisch correct is het om een subcategorie van de beroepsbevolking van 9 of 10% groot te leggen op de cultuursector? Want de beroepsbevolking is niet volgens een perfecte afspiegeling over de afzonderlijke sectoren verdeeld. De specifieke cultuursector met relatief veel middel- en hoogopgeleid personeel is dat weer anders afwijkend in dan bij andere sectoren. Ook in de landbouwsector zullen door het aantal werkzame Polen de ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ waarschijnlijk oververtegenwoordigd zijn. Maar wat zegt dat dan?

Wat hier aan de hand is lijkt een geval van politieke hypercorrectie. Het zijn niet de ‘personen met een westerse migratie achtergrond’ waar het om gaat, maar ‘de personen met een niet-westerse migratie achtergrond’. De westerse migranten worden er aan de haren bijgesleept vanwege de statistiek over de niet-westerse migranten. Maar de redactie van deze bijlage geeft zich bloot in het commentaar bij deze diagram als die zegt: ‘Aandachtspunten. Hoewel het aandeel personen met een niet-westerse migratieachtergrond werkzaam bij culturele instellingen toeneemt, blijft deze achter bij de verhouding in de beroepsbevolking’.

Waarom wordt dit zo scherp gepresenteerd als volgens de statistieken de ondervertegenwoordiging minimaal is en het daarnaast onduidelijk is hoe de relatie tussen ‘niet-westerse migratie’ en opleiding is die specifiek is voor de culturele sector? Zo beredeneerd is er wellicht sprake van oververtegenwoordiging van ‘niet-westerse migranten’ die middel- of hoogopgeleid zijn. Aan de 19de-eeuwse Britse staatsman Benjamin Disraeli wordt de volgende uitspraak toegeschreven: ‘Er zijn drie soorten leugens: leugens, grove leugens, en statistieken’.

Foto: Schermafbeelding van deel bijlageDiversiteit in de cultuursector’ van het ministerie van OCW over ‘Herkomst’.

Links-radicale feministes en conservatieve christelijke vrouwen vinden elkaar in aanval op Equality Act en op LGBTQ-gemeenschap

with 3 comments

Dat conservatieve christenen onder het mom van religieuze vrijheid tegen gelijkheid van LGBTQ-ers zijn valt te verwachten. Het is begrijpelijk omdat dit uit de aard van godsdienst volgt, namelijk verbondenheid in eigen kring via de eigen dogmatiek en verwerping van wat daarbuiten valt. Conservatieve christenen zijn daarin minder verdraagzaam dan gematigde christenen. De afgelopen maanden heeft in de VS de parlementaire behandeling en modernisering van de ‘Equality Act’ uit 1974 de verhoudingen in de samenleving op scherp gezet. Dat gaat over de toevoeging van federale LGBTQ non-discriminatie bescherming aan de burgerrechtenwetgeving. De wet is op 1 mei 2019 in de Judiciary Committee van het door de Democraten gedomineerde Huis aangenomen, maar nog niet in de door de Republikeinen gedomineerde Senaat. De behandeling ervan wordt voor januari 2021 verwacht als de zittingsperiode van het huidige Congres afloopt.

Bovenstaand citaat uit het artikelStop the Ill-Named ‘Equality Act’: Your Religious Freedom at Stake’ van twee christelijke opiniemakers op Christian Headlines verduidelijkt dat de uitersten elkaar hebben gevonden in de bestrijding van de Equality Act: links-radicale feministes en conservatieve christelijke vrouwen. Normaal is dat niet en dat monsterverbond zorgt voor spanningen bij de radicale feministes. Hoe de discussie enkele maanden geleden verliep maakt een FB-posting van Radical Feminism By the Sea inzichtelijk. Daar neemt ook Natasha Chart (voorzitter WoLF) aan deel die een van de auteurs is van het artikelFeminists, Conservatives Join Forces to Oppose ‘Equality Act’ van 6 mei 2019 op Real Clear Politics dat in bovenstaand citaat genoemd wordt. Complicatie is dat WoLF in zee is gegaan met de conservatieve Heritage Foundation zoals blijkt uit dit bericht van die stichting onder de ijzingwekkende titel ‘The Inequality of the Equality Act: Concerns from the Left’. Wordt WoLF hier gebruikt door radicaal-rechts? Dat is in elk geval wel wat een andere feministe Cathy Brennan denkt die zich niet alleen in genoemd FB-debatje ‘indirect’ bedreigd voelt door Chart, maar in een YouTube-video de samenwerking van de radicale feministes met de Heritage Foundation sterk bekritiseert.

Dat links-radicale feministes zich verbinden met radicaal-rechts terwijl die godbetert op staatsniveau via het terugdraaien van het arrest Roe vs Wade en onder dekking van de mannelijke, witte evangelical-achterban van president Trump al sinds 2017 bezig is om de wetgeving op het gebied van abortus terug te draaien is een lastig te begrijpen politiek-strategische inschatting. Een verklaring van geen vertrouwen in het leiderschap van de LGB beweging van 30 januari 2019 op de site van WoLF geeft uitleg. De verhouding tussen de links-radicale feministes en de LGBTQ-beweging lijkt zwaar beschadigd en blijvend verziekt als de verklaring op een agressieve en niet verhullende wijze als onderwerp geeft: ‘Je politieke wanpraktijken, aanvallen op de rechten van vrouwen en meisjes, bedreiging van risicojongeren, goedkeuring van commerciële seksuele uitbuiting, aanvallen op publiek fatsoen en privacyrechten, onjuiste voorstelling van medische en biologische wetenschap en inspanningen om buitengewone privileges voor roofzuchtige individuen (‘predatory individuals’) veilig te stellen op het risico van de reputatie van elke persoon voor wie u beweert te spreken’.

Dit gaat verder dan politieke verschillen, dit is een strijd tussen bondgenoten die door maatschappelijke ontwikkelingen en een verschuivend machtsevenwicht binnen de beweging die zich bezighoudt met seksuele diversiteit tegenover elkaar zijn komen te staan. Oud wordt deels vervangen door nieuw, en dat doet pijn bij oud. De centrum-rechtse Democratische senator Joe Manchin (W.Va) zegt dat hij de Equality Act in de huidige vorm niet kan steunen, aldus een artikel van het door de Heritage Foundation uitgegeven The Daily Signal. Met het opgeroepen schrikbeeld over de Equality Act: ‘die werknemers zou dwingen om zich aan nieuwe seksuele normen te conformeren of anders hun bedrijven en banen te verliezen’. Logisch trouwens dat de Heritage Foundation dit zo probeert te framen en suggereert dat de Democraten in de Senaat verdeeld zijn. Maar Manchin richt zijn pijlen niet op de LGBTQ-gemeenschap zoals WoLF doet, maar op de kwaliteit van het wetsvoorstel. Verandering is lastig. Dat geldt ook voor radicale feministes. Dat zou via politieke standpunten besproken moeten kunnen worden zonder in de armen van de rechtse vijand te vluchten. Ook is mogelijk dat links-radicale feministes makkelijk de Heritage Foundation vinden omdat ze in de kern ook conservatief zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelStop the Ill-Named ‘Equality Act’: Your Religious Freedom at Stake’ van John Stonestreet en Roberto Rivera op Christian Headlines, 10 mei 2109.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘Feminists, Conservatives Join Forces to Oppose ‘Equality Act’’ van Natasha Chart en Penny Nance op Real Clear Politics, 6 mei 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaringDECLARATION OF NO CONFIDENCE IN LGB MOVEMENT LEADERSHIP’ op WoLF, 30 januari 2019.

Trump verliest in de tussentijdse verkiezingen van 2018

with 5 comments

De tussentijdse verkiezingen in de VS zijn ook weer geweest. De spin doet nu het werk zodat het er per definitie verwarrend op wordt wie nou eigenlijk gewonnen heeft. Zo wordt iedereen winnaar en verliezer. Het doorslaggevend feit is dat de Republikeinen de meerderheid in het Huis hebben verloren door verlies in de voorsteden en die in de Senaat hebben uitgebreid. Voor het eerst sinds 2016 heeft president Donald Trump het niet langer alleen voor het zeggen en dient hij rekening te houden met de Democraten in het Huis.

Dat is verlies. Des te meer omdat het voorzitterschap van Huiscommissies naar de Democraten gaat, zodat daar het Rusland-onderzoek niet langer geblokkeerd kan worden. Speciale aanklager Robert Mueller ligt genoeg op stoom met zijn onderzoek om het Huis nog nodig te hebben, eigenlijk uitsluitend voor het verdedigen van zijn positie. Via de belastingdienst IRS dreigen vanuit het Huis Trumps belastingaangiften geopenbaard te worden zodat zijn vermenging van zakendoen en criminaliteit duidelijk wordt. Vox geeft een overzicht van mogelijke onderzoeken. Het verlies in de Senaat was ingecalculeerd omdat vele Democratische zetels op het spel stonden. In 2020 geldt het omgekeerde en moeten Republikeinen vele van hun zetels verdedigen, zodat zij zich in een nadelige positie bevinden. Het oneerlijke van het Amerikaanse kiesstelsel is dat de Democraten met 44 miljoen tegen 33 miljoen Republikeinse kiezers toch Senaatszetels verloren.

Voor de langere termijn is de demografische ontwikkeling van de VS van belang. Het land wordt steeds minder wit en steeds diverser. Minderheden worden electoraal belangrijker, hoewel de Republikeinen deze ontwikkeling succesvol vertragen door kiezersonderdrukking (in onder meer Georgië, Florida, Nebraska) en het herindelen van kiesdistricten, de zogenaamde gerrymandering. Daarbij komt ook nog eens een oneerlijk kiesstelsel dat de Democraten ernstig benadeelt. Maar uiteindelijk kan deze ontwikkeling niet gestuit worden.

Democraten kijken naar de toekomst en geven deze ontwikkeling goed weer door de diversiteit in de selectie van hun kandidaten, terwijl de Republikeinen daarin achterblijven. Het actuele effect van de verbreding in de Democratisch partij is dat deze diversiteit in de partij geïntroduceerd wordt. Centristen staan er tegenover radicalen. Omdat de onderzoeken tegen Trump alle Democraten tevreden stellen omdat ze niet raken aan partijfinanciering of de partijorganisatie valt te verwachten dat de Democraten daar vol op gaan inzetten.

Het kan best dat er geen sprake was van een ‘blue wave’ van Democratische overwinningen, maar de Republikeinen hebben wel verloren. Ondanks een oneerlijk kiesstelsel en manipulatie van het electorale proces. President Trump voerde campagne in regio’s die hij toch al in zijn zak had en liet de kwetsbare voorsteden lopen waar vooral witte vrouwen hem massaal de rug toekeerden. Toch is het bizar en zelfs beschamend dat een president die zich zo racistisch en kleinerend naar minderheden opstelt een grote minderheid van het electoraat achter zich heeft verzameld. De positie van speciale aanklager Robert Mueller is versterkt door zijn dekking in het Huis. Nu de radiostilte van de campagne achter de rug is zal hij naar verwachting met aanklachten of dagvaardingen komen tegen mensen uit de naaste omgeving van Trump.

Vraag is of de Republikeinse partij nu meer de partij van Trump is, zoals Amerika ‘deskundige’ Willem Post denkt. Dat is een gemengd beeld. De luis in de pels Senator John McCain is overleden, maar Mitt Romney maakt zijn entree als Senator in Utah en zou wel eens de nieuwe John McCain kunnen worden die zich tamelijk onafhankelijk opstelt. Hoe dan ook zal Trumps grip op het Congress kleiner worden door de Democratische winst in het Huis en het valt te bezien welke dynamiek dat oplevert. De president flirtte eerder onsuccesvol met de Democratische leiders in het Congres. Met de nieuwe meerderheidsleider in het Huis Nancy Pelosi die een middenkoers vaart moet Trump het in principe goed kunnen vinden, hoewel de onderzoeken in het Huis een goede samenwerking vermoedelijk in de weg zitten. Zodat Trump weliswaar zijn grip op grote delen van de Republikeinse partij mag verstevigen, maar hij daar door het toegenomen belang van de Democraten in het Huis en de demografische en electorale vooruitzichten daar uiteindelijk minder profijt van heeft.

Foto: ‘Anti-integration protest at Little Rock, 1959 © Library of Congress’.

Etnokitsch op het MKB Ondernemerscongres: Jimmy Nelson pretendeert culturele diversiteit van ‘nieuwe culturen’ te behouden

leave a comment »

Het MKB onderschrijft de etnokitsch van fotograaf Jimmy Nelson. Het is opmerkelijk dat het MKB vindt dat Nelson salonfähig is om spreker op het MKB Ondernemerscongres te zijn. Nelson reist volgens de toelichting van het MKB ‘momenteel de wereld over op zoek naar nieuwe culturen’. De suggestie is dat hij ‘nieuwe culturen’ (?) voor ondergang behoudt door ze op te merken en vast te liggen. Maar het omgekeerde is ook mogelijk. Namelijk dat Nelson oude culturen die voor hem nieuwe culturen zijn beschadigt en hij door zijn interventie de culturele diversiteit niet behoudt, maar geweld aandoet. Het is trouwens nogal een pretentie om zoveel belang aan hem te hechten. Dat is de marketing van Jimmy Nelson. Nu overgenomen door het MKB.

Foto: Schermafbeelding van toelichting door MKB van Jimmy Nelson wegens zijn optreden op het MKB Ondernemerscongres 2018.

Written by George Knight

25 oktober 2018 at 15:27

Diversiteit kunst afdwingen met overheidssubsidie gaat ten koste van de kunst en vergroot de macht van grote culturele instellingen

with 2 comments

Op 22 augustus verscheen een opinie-artikel in NRC over diversiteit in de kunst dat geschreven was door zeven bestuurders van culturele instellingen. Het had de prikkelende en polemische titel ‘Diversiteit kunst dwingen wij vanaf nu af met subsidie’. Het heeft veel kritiek gekregen, onder meer van Kate Sinha en Stefan Ruitenbeek van Kirac die hun opinie ertegenover zetten op de rechtse nieuwssite TPO. Kirac heeft gelijk als het zegt: ‘(..) nu deze zeven ambtenaarsfiguren beloven dat zij voortaan in hun queeste naar diversiteit aan iedere ‘valse noot in de discussie’ voorbij zullen gaan. Zij ondermijnen daarmee met één klein gebaar alles wat subsidiecultuur democratisch en vooruitstrevend maakt. Het is namelijk niet de ambtenaar die bepaalt wat vals is en wat niet. Het is de kunstenaar die de valse noot een plek geeft in zijn werk, die haar laat zien voor wat zij is, en haar betekenis geeft in het grotere geheel.’ Zowel het opinie-artikel als reacties erop bevestigen jammergenoeg het beeld dat kunst een linkse hobby is in handen van een linkse bestuurdersklasse.

De zeven cultuurbobo’s overschatten hun eigen opinie en onderschatten de gevoeligheid van het onderwerp dat ze aankaarten. Ze vermengen twee aspecten die niet te vermengen zijn en spelen een rol die ze niet zouden moeten spelen. Ze gebruiken het streven naar diversiteit als legitimatie voor overheidssubsidie en bereiken mogelijk het omgekeerde van wat ze beogen. Door het te politiseren vergroten ze het risico – in het huidige politieke klimaat dat vijandig staat tegenover kunst – dat het draagvlak voor overheidssubsidie nog verder afneemt. Maar ze zeggen dat het verlenen van overheidssubsidie legitimatie kan geven aan diversiteit. Dat is prima als ze dat binnen hun eigen organisatie doen, maar ze gaan hun rol als bestuurders te buiten als ze hiermee (cultuur)politiek menen te kunnen bedrijven. Ze gaan niet over de verdeling van overheidsgeld en zijn er slechts de ontvangers of herverdelers van. Dat is daarenboven een ongewenste vermenging van functies. Het is een raadsel waarom ze meenden deze opinie op te moeten schrijven en te publiceren.

De zeven cultuurbobo’s spelen het opzichtig en eendimensionaal over de band van de overheidssubsidie. Ze zitten gevangen achter de muren van hun eigen visie op de cultuurpolitiek en willen die anderen opleggen. Zoals gezegd, kunnen ze ermee de weerstand tegen overheidssubsidie voor kunst vergroten. Hun lobby oogt te zichtbaar als lobby en verliest daardoor aan zeggingskracht. Hun betoog is te ambtelijk en leunt eenzijdig op de macht van maakbaarheid en overheid, de disciplinering van kunstenaars via subsidiepolitiek en de institutionalisering van de culturele infrastructuur die alle desorganisatie, anarchie en vrije ruimte sterk wil terugdringen. Deze opinie die ongetwijfeld uit goede bedoelingen voortkomt schiet hierdoor zijn doel voorbij.

Kritiek op deze opinie wil zeker niet zeggen dat hiermee diversiteit in de kunst afgewezen wordt. Integendeel, diversiteit in de kunst is gewenst en moet vergroot worden. Maar of het model van de overheidssubsidie en geïnstitutionaliseerde kunst daar de juiste instrumenten voor zijn valt te betwijfelen. Evenmin betekent deze kritiek dat het belang van overheidssubsidie gekleineerd wordt of als linkse hobby wordt gezien. Duizend bloemen kunnen het beste van onderop bloeien. Om niet te zeggen welig tieren op wilde plekken. Een groei die vanaf bovenaan wordt ‘ondernomen’ is kunstmatig, mist organische noodzaak, gaat de richting op van overheidskunst en grenst aan zelfoverschatting van de overheid of van degenen die zich in de plaats van de overheid stellen. Kunst die van boven (aan)gestuurd wordt houdt op kunst te zijn die per definitie ‘uit de toon’, tegenstrijdig en dwars is. Diversiteit moet niet direct, maar indirect gestimuleerd worden. Door beter onderwijs, maatschappelijke bewustwording en vooral een andere basisinfrastructuur van de culturele sector waar kleinere en middelgrote initiatieven beter gewaardeerd en gefinancierd worden dan nu het geval is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDiversiteit kunst dwingen wij vanaf nu af met subsidie’ van Henriëtte Post, Andrée van Es, Birgit Donker, Doreen Boonekamp, Jan Jaap Knol, Tiziano Perez en Syb Groeneveld in NRC, 22 augustus 2018.

Open brief trekt identitaire kaart, maar gaat voorbij aan de dieperliggende reden voor de selectie van de Belgian Art Prize

with one comment

Het spookt in de Belgische kunstwereld. Deze keer niet surrealistisch. Vijf genomineerden (Sven Augustijnen, Koenraad Dedobbeleer, Jos De Gruyter, Gabriel Kuri en Harald Thys als duo) voor de tweejaarlijkse Belgian Art Prize hebben zich teruggetrokken. In een brief van 22 mei 2018 op Artnet lichten ze dat toe in een verklaring: ‘The all too rapid shift of public attention from artistic discourse or content—let alone merit—towards white male privilege is frankly something that we regret.’ Ze zijn allen wit, mannelijk, woonachtig in Brussel en geboren tussen 1965 en 1975. De jury verklaart in een verantwoording achteraf de selectie als volgt: ‘De keuze voor deze vier kunstenaars ligt besloten in het analytische en ruimtelijke karakter van hun artistieke praktijk.’ Een open brief en petitie op change.org van 12 mei 2018 was de aanleiding voor de beslissing van de genomineerden om zich terug te trekken. Die brief sprak van ‘flagrante exclusiviteit van deze selectie’.

Overigens leiden de veeltalige teksten van zowel voor- als tegenstanders die hetzelfde pretenderen te zeggen, maar dat niet altijd doen niet altijd tot eenduidigheid en helder taalgebruik. Voorbeeld in de open brief: ‘Deze selectie werpt tevens cruciale vragen op over hoe privilege zich voortbeweegt.’ Vooral zo’n onbegrijpelijke zin roept vragen op. Mogelijk verklaren slecht taalgebruik en povere vertalingen in de Belgische kunstsector een deel van het ongenoegen. Dat roept misverstanden op die tot ontsporingen en gebrek aan scherpte leiden.

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Op de site van de Belgian Art Prize wordt uitgelegd wat de prijs precies inhoudt. Die toelichting is van belang omdat de prijs in 2017 fundamenteel van karakter is veranderd. Zo is het leeftijdscriterium van een maximum van 35 jaar losgelaten. Wellicht verklaart dat mede dat bij de jaargang 2019 een inhaalslag gemaakt wordt met kunstenaars van de generatie 53-43 jaar die in aanmerking komen.

Waar in de Engelstalige (en Franstalige) tekst sprake is van een commissie die bestaat uit kunstprofessionals (‘art professionals’) en verzamelaars (‘collectors’), spreekt de Nederlandstalige tekst van ‘een pool van experts’.  Dat laatste is niet alleen minder specifiek omschreven, maar deze onnodige vaagheid en onvolledige vertaling geeft ook aan dat er in de Belgische kunstwereld een hiërarchie tussen taalgemeenschappen bestaat.

Iedereen heeft gelijk. De genomineerde kunstenaars als ze opmerken dat ze niet op hun artistieke kwaliteiten, maar op hun identiteit aangesproken worden. Buiten hun schuld om zouden ze terechtgekomen zijn in een identitair mijnenveld dat door het wereldwijde MeToo-debat aangescherpt is. Hoewel ze niet belangeloos zijn en in een maatschappelijk vacuüm opereren. Daarnaast is het de vraag is of dat vermeende verwijt van ‘white male privilege’ het enige verwijt is. Toch plaatst een ondertekenaar van de open brief een kanttekening bij deze houding van de genomineerden. Niels Poiz verwijt ze in een commentaar op Artnet dat ze gezwegen hebben en zich in het openbaar uitgesproken zouden kunnen hebben over het gebrek aan diversiteit:

De schrijvers van de open brief hebben gelijk als ze opmerken dat de shortlist niet representatief is voor de diversiteit van de Belgische kunstwereld (‘wensen we samen nogmaals zeer duidelijk te stellen dat wij staan voor een inclusieve artistieke gemeenschap die zijn sterkte vindt in diversiteit’). Ze zeggen duidelijk dat het ze niet alleen om de sekse van de genomineerden te doen is, maar ook om de ‘esthetische realiteit’ van de geselecteerde kunst. Ofwel, de kunstenaars zouden deel uitmaken van een bepaalde stroming binnen de kunstsector. Alleen is het jammer dat de briefschrijvers niet ingaan op de dieperliggende reden voor de selectie van de shortlist en voornamelijk de identitaire kaart trekken. Dat laatste is gemakzuchtig en modieus.

Ze gaan niet in op het belang van de commercie bij de selectie en laten de vermenging van kunsthandel en kunstsector ongenoemd. Het feit dat de genomineerden door prestigieuze galeries worden vertegenwoordigd (Esther Schipper, ClearingGallery Dépendance, Jan Mot) is geen toeval en had in een evenwichtige brief die werkelijk de structuur van de Belgische kunstsector aan de kaak wil stellen niet ongenoemd kunnen blijven. Want wat betekent het zakelijk als de nominatie van kunstenaars mede door verzamelaars tot stand komt?

Dat er ook een intriest menselijk aspect aan deze kwestie zit laat de positie van Sven Augustijnen zien. Samen met onder meer Manon de Boer en Anouk De Clercq heeft hij het Brusselse platform Auguste Orts opgericht. Hij is een van de genomineerden die in de open brief onder vuur wordt genomen. Twee van de ondertekenaars van de open brief die kritiek op de nominatie hebben zijn Manon de Boer en Anouk De Clercq. Zo worden door deze kwestie ook loyaliteiten en vriendschappen binnen de kunstsector onder druk gezet.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitie en open brief ‘Response to the BelgianArtPrize exclusionary shortlist 2019’ op change.org, 12 mei 2018.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van deel van de Engels- en Nederlandstalige versie van de paragraaf le-belgianartprize op belgianartprize.be.

Foto 4: Schermafbeelding van deel artikelIn an Open Letter, Members of Belgium’s Art Community Denounce the BelgianArtPrize’s ‘Flagrant Exclusivity’ op Artnet, 11 mei 2018.