George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Diversiteit

Waarom is Rutte III zo onredelijk op fiscaal gebied en vrijt het de bedrijven op?

with one comment

Ik ben een man. Het interesseert me best hoeveel vrouwen er in het kabinet Rutte III zitten. Dat zijn er met 6 van de 17 ministers te weinig. Vooral de VVD laat het ernstig afweten. Maar op andere terreinen als diversiteit is het kabinet nog minder representatief. Daarover wordt in de media nauwelijks gesproken. Het risico bestaat dat het debat over die man-vrouw verdeling een afleiding wordt. Een gezellig kletspraatje waar niemand zich een buil aan kan vallen. Ergerlijker is de rechtse koers die dit kabinet op sociaal-economisch en fiscaal gebied inslaat. Niet alleen wordt een tendens niet gestopt, maar zelfs nog versterkt. Onbegrijpelijk. Bedrijven dragen niet alleen steeds minder bij aan de totale belastinginkomsten, maar door belastingverlaging wordt dat nog minder dan het al is. Bedrijven krijgen een gratis ritje en de BTW op onder meer groente, fruit en water wordt verhoogd van 6 naar 9%. Linkse partijen zetten daar hun retoriek tegenover. Een redelijke middenkoers wordt nu door geen enkele politieke partij meer ingenomen. En dat baart me meer zorgen dan het aantal vrouwen.

Advertenties

Bij een Europese enquête over vertrouwen in de politie door moslims

leave a comment »

Een tabel uit de gisteren gepubliceerde enquête van het Europese Agentschap voor Grondrechten (FRA) dat in Wenen is gevestigd. Het is de tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten. Het persbericht concludeert dat moslims in de EU een hoge mate van vertrouwen in de instituties hebben: ‘We zien onder hen zelfs juist een groter vertrouwen in democratische instellingen dan bij een groot deel van de algemene bevolking’, aldus FRA-directeur Michael O’Flaherty. Dit schetst tegelijk de complexiteit om de enquete goed op waarde te schatten. Wat wordt er precies gemeten? Hoe dan ook combineert de enquête positieve en negatieve ervaringen en verworvenheden.

Uit bovenstaande tabel 34 blijkt dat Nederlandse moslims van alle ondervraagden het minste vertrouwen in de politie hebben. Wie kijkt naar de etnische profilering door de politie -wat de grootste steen des aanstoot voor discriminatie door de politie is- ziet dat de Turkse moslimmigranten in onderstaande tabel 31 naar hun ervaring op een gemiddelde waarde uitkomen. Dat spoort lastig. Het rechtvaardigt geen tweede plek in tabel 31. Er moeten andere redenen zijn. Het is voorstelbaar dat de politie een witte organisatie wordt gevonden die met name in hoge functies te weinig divers is. Er zou sprake zijn van een discriminerende, anti-feministische cultuur. Leden van minderheidsgroepen kunnen zich daarom onvoldoende met de politie vereenzelvigen.

Het valt te bezien waar de hoge negatieve score van met name de Turks-Nederlandse moslims in tabel 34 vandaan komt. Heeft het te maken met de emancipatie van deze moslims die gemiddeld groter is dan in andere Europese landen? Komt het gebrek aan vertrouwen mede voort uit negatief sentiment en publiciteit die in de hele Nederlandse samenleving bestaat over alle problemen, het lage oplossingspercentage en de slechte organisatie van de Nationale Politie? Het is logisch dat Turkse en Noord-Afrikaanse moslims in Nederland negatief over de politie zijn gaan denken. Een kwestie van integratie en vereenzelviging met Nederland. De openheid over het debat van etnisch profileren en diversiteit kan leiden tot het zich miskend voelen zonder dat ervoor directe aanleiding bestaat. Wat tabel 34 precies betekent is daarom niet op voorhand duidelijk.

Foto’s. Tabel 34 en 31 uit enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II): moslims – geselecteerde resultaten, gepubliceerd op 22 september 2017.

Bestuurders van Hogescholen pleiten vanwege diversiteit voor lagere lat taalonderwijs. Ze gooien Nederlandse taal te grabbel

with 2 comments

De maatschappelijke discussie moet niet alleen maar gaan of wij goed kunnen spellen met d’s en t’s en dergelijke, maar dat het ook gaat over de rijkheid van de taal, over de manier hoe je de taal gebruikt om te communiceren. Daarmee zet je ook een breder palet neer voor diegene die die taalachterstand hebben. Het moet niet alleen over de techniek van de taal gaan, maar ook om het gebruik. Zo ga je van taalachterstand naar taalenthousiasme.’ Aldus een citaat van Nienke Meijer in een verslag op ScienceGuide over een bijeenkomst (‘meet-up) van de NVAO (de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) en de Verenigde Hogescholen. Nienke Meijer is geen taalkundige of sociolinguïst, maar volgens opgave van haar werkgever Fontys Hogescholen ‘studeerde ze organisatie en sociale psychologie en marketing’.

In hetzelfde artikel op ScienGuide wordt ook Marja Poulussen van de Hogeschool Rotterdam geciteerd: ‘Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij niet precies op die grammatica gaan zitten, maar op de betekenis van taal. Op de po-scholen in Rotterdam-Zuid waar ik weleens kom is er geen enkele docent die grammaticaal perfect Nederlands spreekt. Hoe belangrijk is die ‘d’ en ‘t’ of het juiste gebruik van een lidwoord ‘de’ of ‘het’ nu eigenlijk? In een bi-culturele samenleving moet er gewoon wat water bij de wijn.’ Poulussen is geen taalkundige of sociolinguïst, maar volgens haar LinkedIn-profiel opgeleid als onder meer psychiatrisch verpleegkundige en culturele antropologe.

Op dat idee van Meijer en Poulussen om in het taalonderwijs water bij de wijn te doen kwam kritiek van onder gastcolumnist Izz ad-Din Ruhulessin in de Volkskrant. Hij schrijft onder meer: ‘Aandachtig lees ik het artikel op ScienceGuide. Hoe verder ik in het artikel vorder, hoe meer een gevoel van walging mij bekruipt. Ik wil nog een glas whisky inschenken, maar de fles is leeg. Het doet een beetje denken aan dat memorabele moment waar Job Cohen tijdens een televisiedebat zei dat allochtonen succesvol zijn omdat ze zijn geholpen.’

Ruhulessin heeft gelijk, Meijer en Poulussen spannen het paard achter de wagen. Als het taalonderwijs niet toereikend is, dan moet dat verbeterd worden door de inspanning van de Verenigde Hogescholen. Dat kan door een betere organisatie van middelen en een hogere prioriteit voor onderwijs in de Nederlandse taal. Het is een teken van zwakte en een brevet van onvermogen die de Verenigde Hogescholen zichzelf geven door de lat te verlagen. Ruhulessin: ‘Het docentencorps moet diverser worden en om dat te bereiken moeten we de lat verlagen zodat die diversiteit ook de kans krijgt om toe te treden. Wat? Dan kun je toch net zo goed alle vormen van toetsing afschaffen zodat iedereen overal een gelijke kans heeft om ergens binnen te komen.

Bestuurders als Meijer en Poulussen tornen vanuit problemen die ze in hun opleidingen niet op kunnen lossen aan de Nederlandse taal en het taalonderwijs. Het is alarmerend als Poulissen zegt dat op ‘po-scholen in Rotterdam-Zuid (..) geen enkele docent is die grammaticaal perfect Nederlands spreekt’. Dat vraagt om actie van de Verenigde Hogescholen om te zorgen dat de opleidingen die ze aanbieden beter van kwaliteit worden. Docenten met taalachterstand, hoe kunnen ze aangesteld worden in zo’n pedagogische voorbeeldfunctie? Ze geven het verkeerde voorbeeld. Evenals niet-taalkundigen als Meijer en Poulussen die onvoldoende beseffen welke schade ze de Nederlandse taal en het taalonderwijs aandoen met hun gratuite schoten voor de boeg.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVan taalachterstand naar taalenthousiasme’ van Frans van Heest op ScienceGuide, 29 maart 2017.

Raad voor Cultuur schept in advies verwarring door gebruik van term ‘niet-westers aanbod’

leave a comment »

Aldus het persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur over een advies dat voorstelt om 1 miljoen euro ‘extra’ te verdelen over dertien instellingen. Het is een lovenswaardig initiatief dat er al langere tijd zat aan te komen. Het is een eenmalige subsidie die resteert na een amendement om 10 miljoen voor de cultuursector vrij te maken. Trouwens een doekje voor het bloeden. Een schrale en late compensatie die de bezuinigingen sinds 2011 op de cultuursector bij lange na niet weet te compenseren.

Het initiatief is goed, maar de toelichting had beter gekund. Ik verbaas me met name over de zinsnede ‘Instellingen met een vernieuwend, niet-westers aanbod en nieuwe publiekgroepen zijn nog te weinig zichtbaar’. Nog los van de vrijblijvende betekenis van het woord ‘vernieuwend‘. Wat wordt bedoeld met een ‘niet-westers aanbod‘ in een westers land als Nederland? Is dat niet tegenstrijdig en per definitie onmogelijk? Ook als een in Nederland gevestigde instelling inspiratie haalt uit een niet-westerse omgeving dan blijft het onderdeel van de Nederlandse, westerse cultuurpolitiek. Dat kan zich immers niet anders verhouden tot de culturele basisinfrastructuur die de bedding en de kadrering geeft. Ofwel, elk divers aanbod dat met overheidssubsidie wordt ingepast in de culturele basisinfrastructuur is onderdeel van het culturele aanbod van Nederland. En dat aanbod is per definitie westers. Hoewel de inspiratie niet-westers kan zijn. Het is dan ook onjuist om in dit verband over niet-westers aanbod te praten zoals de raad abusievelijk doet.

Ook het advies geeft niet echt duidelijkheid over wat precies met een niet-westers aanbod bedoeld wordt. Het lijkt er sterk op dat de opstellers van dit advies niet goed begrijpen welke terminologie welke betekenis heeft. En ze daarom teruggrijpen naar een gepolitiseerde correcte taal die meer verhult dan verklaart. Dat is een zorgelijke ontwikkeling en geeft te denken over de opstelling van sommige beleidsmakers binnen de raad. Uit de volgende passage blijkt dat de opstellers vermoedelijk iets anders bedoelen dan ze zeggen: ‘De raad vindt het dan ook van belang dat niet-canonieke genres, interactieve en multidisciplinaire benaderingen (..) kunnen rekenen op ondersteuning van het Rijk. Zij dragen bij aan een gevarieerd aanbod van kunst en cultuur en verrijken het cultureel leven.’ Dat klinkt zinvol, ondubbelzinnig en overtuigend. Hoe meer diversiteit, variatie in het culturele aanbod en aandacht voor ‘niet-canonieke’ genres hoe beter. Maar zelfs als een in Nederland gevestigde culturele instelling -opgenomen in de basisinfrastructuur- inspiratie haalt uit Mongolië, Burundi, Pakistan of Guatamala en dat presenteert aan het Nederlandse publiek dan is dat gewoon westers aanbod.

Foto: Schermafbeelding van persberichtEén miljoen euro extra voor nieuwe genres’ van de Raad voor Cultuur, 9 maart 2017.

Religieuze organisaties moeten zich niet laten gijzelen door politiek. Deense populisten eigenen zich het christendom toe

with 3 comments

loc

Martin Henriksen van de Deense Volkspartij (Dansk Folkeparti) eist dat immigranten Kerstmis en Pasen vieren om zichzelf Deens te kunnen noemen. Er stak een golf van kritiek op. Het is de politieke strijd om de vraag wat Deensheid is. Aanleiding voor de uitspraak was het debat in het parlement over de veelomstreden vraag wat het inhoudt om Deens te zijn. Is de eis van Henriksen realistisch, is Deensheid wel te toetsen en vooral, is de Deense nationale identiteit niet eerder de vrijheid om het eigen gedachtengoed te kiezen?

Vertaald naar Nederland is het niet ondenkbeeldig dat de zogenaamde rechts-populistische partijen met soortgelijke eisen komen over het Nederlanderschap. Het sluit aan bij het opkalefateren van het idee van nationalisme, christendom en witte suprematie dat door traditionalisten als een eigenheid van landen wordt voorgesteld. De presidenten Putin en Trump hebben deze nieuw uitgevonden traditionele trits tot kern van hun beleid gemaakt. Het nadeel ervan is dat het anderen uitsluit, zeg maar de regenboog-coalitie van atheïsten, moslims, zwarten, seksueel ‘anders geaarden’ en iedereen met een ander land van herkomst.

Interessant in dat gesloten wereldbeeld van christendom, nationale eigenheid en witte suprematie is hoe rekkelijke christenen -die zich hard maken voor immigranten- reageren als hun geloof door politieke leiders dreigt te worden gekaapt. Een voorbeeld geeft de islam die in vele landen wordt misbruikt door politici. Maar zoals die gijzeling in landen als Saoedi-Arabië, Iran of Pakistan de islam politiseert en corrumpeert, dreigt dat gevaar in Denemarken, de VS of de Russische Federatie met het christendom. Het is te laat en te weinig als gelovigen en kerkleiders met kritiek komen als hun geloof al is gekaapt en besmeurd door de politiek.

Het is verleidelijk voor leiders van religieuze organisaties om aan te schurken tegen de wereldlijke macht. Vaak trekken fiscale voordelen of een staatsprogramma van kerkbouw de geestelijke leiders over de drempel. Of individuele zelfverrijking. Soms gebeurt dat onder dwang, soms vrijwillig uit opportunisme. Maar het is een knellende omarming waarin de religieuze leiders vervolgens terechtkomen. Altijd verliezen ze de zeggenschap over hun organisatie. Ze moeten dansen naar de pijpen van de wereldlijke macht en lopen de kans een hellend vlak opgetrokken te worden. Zodat ze normen en waarden moeten billijken die strijdig zijn met die van hun geloof. Religieuze leiders worden zo een lege huls en zijn dan nog alleen in vorm vertegenwoordigers van de gelovigen. Die beseffen mogelijk door de politieke situatie dat ze door de geestelijke en wereldlijke macht voor de gek worden gehouden, maar omdat de religieuze markt gesloten is hebben ze geen alternatief om hun heil elders te zoeken. Dat besef verstevigt de positie van de politieke leiders die zo’n religie kapen.

Politieke partijen pakken graag bouwstenen uit de knutseldoos als het in hun belang is. Dat is niet per definitie verkeerd. Kiezers begrijpen dat spel en doorzien die eenzijdigheid en eigenbaat van partijen. Het vertrouwen in politici is laag en de verwachtingen eveneens. Partijen gaan pas ontoelaatbaar een grens over als ze bouwstenen uit de knutseldoos van anderen pakken en doen alsof die uit de eigen knutseldoos komen. Dan verliezen religie, kunst of wetenschap hun functie en worden ze tot vehikel van politiek gemaakt. Dat is ongewenst omdat het tot een versimpeling en versmalling van de samenleving leidt en keuzevrijheid inperkt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelImmigrants must celebrate Christmas to be Danish’: DPP’ in The Local, 17 februari 2017.

Wat is er mis met verplicht bidden van schoolkinderen in de moskee?

with 2 comments

Dit fragment circuleert op sociale media. Binnen en buiten Nederland. Het wordt gebruikt om de islamitische indoctrinatie van Nederlandse schoolkinderen aan te tonen. Ze zouden verplicht moeten bidden in de moskee. Verdere context ontbreekt. Gerard de Boer verwijst in een posting op zijn blog naar OBS Het Palet in Ommen.

Meer dan de helft van de Nederlanders is niet gelovig. Godsdienst moet daarom niet overschat worden. Ook in de oriëntatie of burgerschapskunde van schoolkinderen niet. Het is prima als een basisschool open is naar de samenleving en de diversiteit die daarin bestaat, maar het deelnemen van schoolkinderen aan het bidden in een religieuze instelling zoals een moskee is een stap te ver. Oriëntatie kan beter bestaan uit het in contact brengen van schoolkinderen door leerkrachten van de gang van zaken in een religieuze instelling. Dat voldoet.

Het nieuwe normaal is niet gelovig. Dit soort oriëntatie is een achterhoedegevecht om godsdienst groter te maken dan het is. Echte oriëntatie kiest voor een filosofische invalshoek en kijkt verder dan oppervlakkigheid van een bezoek aan kerk of moskee. Echte oriëntatie op godsdienst en levensbeschouwing kijkt verder dan religieuze instellingen en het ene humanistische verbond dat er als excuus aan de levensbeschouwelijke kant wordt bijgeplakt om het ‘objectief’ te doen lijken. Echte oriëntatie stelt ook religiekritiek centraal en zet op een rijtje dat godsdiensten voor- en nadelen hebben. Burgerschapskunde bereidt schoolkinderen voor op de toekomst en geeft leerkrachten de ruimte om meer te doen dan het gemakzuchtig afvinken van kerndoelen. Dat is er mis aan bovenstaande video. Indoctrinatie wordt in de hand gewerkt door het ministerie van OCW.

Neemt de angst voor globalisering af als globalisering afneemt?

with 3 comments

pvv

Angst voor globalisme bij Europese kiezers kan bestreden worden door aan te tonen dat het globalisering over haar hoogtepunt heen is. Dat blijkt uit academisch onderzoek. Hoogleraar Economische groei en ontwikkeling Marcel Timmer maakt dat aannemelijk in een bericht in NRC. Hij verwijst onder meer naar een van de pijlers onder het globalisme, namelijk ‘de zogeheten ‘internationale fragmentatie’ van productieketens’. Die fragmentatie groeide in de twee decennia tot 2011, maar nam daarna af. Timmer geeft een verklaring: ‘Waarschijnlijker is dat bedrijven zich meer bewust zijn geworden van de nadelen van productie in het buitenland. Soms valt de kwaliteit van de producten of de dienstverlening tegen. Een andere verklaring is de snelle technologische innovatie. Die zorgt nu soms voor verplaatsing van productie terúg naar rijkere landen.’ Het verplaatsen van productie naar lage loon-landen is dus een proces dat al op haar retour is.

Deze constatering lijkt een zijdelings en onverwacht antwoord op de gisteren gepubliceerde studieFear not Values. Public opinion and the populist vote in Europe’ van de Bertelsmann Stiftung die tot de conclusie komt dat globalisme de hoofdoorzaak is voor mensen om op populistische partijen te stemmen. In een toelichting bij de studie merkt de Bertelsmann Stiftung op dat er twee interpretaties zijn voor de angst bij deze kiezers en de opkomst van het populisme. De eerste benadrukt het conflict tussen progressieve en traditionele waarden en de tweede de kloof tussen zij die van de globalisering profiteren tegenover degenen die achterblijven.

Voor de Nederlandse partijen is het weinig opvallend (zie diagram) dat kiezers op de PVV en in mindere mate de SP globalisering het meeste als dreiging zien. Evenmin opvallend is dat kiezers op de PVV en het CDA zich het meeste bekommeren om traditionele waarden en progressieve waarden als seksegelijkheid, homorechten, etnische diversiteit en milieubescherming als bedreiging zien. Wel is opvallend hoe traditioneel de achtervan van de PvdA is. De angst voor globalisering (40%) is in Nederland overigens kleiner dan in de meeste andere onderzochte landen. Maar dat geldt niet voor de achterban van de PVV. Bekommernis om de teloorgang van traditionele waarden is in Nederland wel betrekkelijk hoog (53%). Hoe dan ook, D66, PvdA en VVD met een achterban die het minst vreest voor globalisering hebben er alle belang bij om kiezers op andere partijen erop te wijzen dat de angst voor globalisering grotendeels ongegrond is omdat de dreiging ervan afneemt.

Foto: Schermafbeelding van grafiek 17 ‘PVV voters fear globalisation more than others’ uit studie ‘Fear not Values. Public opinion and the populist vote in Europe’ van de Bertelsmann Stiftung.