Onderzoeken over religie zijn een methodologische warboel. Minder dan helft van Britten kruist naar verwachting ‘christelijk’ aan in Britse volkstelling

Guardian graphic. Source: British Social Attitudes Survey (1983-2018)

Vandaag wordt in delen van het Verenigd Koninkrijk een volkstelling gehouden. Het vindt om de 10 jaar plaats. Schotland volgt vanwege COVID-19 in 2022. Er wordt ook een vraag over godsdienst gesteld. De verwachting is dat een kleine meerderheid van de Britse bevolking zal aangeven niet christelijk te zijn. Bij de vorige volkstelling in 2011 gaf 57,3% aan christelijk te zijn. Uit het British Social Attitudes (BSA) onderzoek uit 2018 blijkt dat zo’n 38% van de Britten verklaart christen te zijn. Dat is eeen aanzienlijk verschil in uitkomsten dat minder lijkt te zeggen over de demografische ontwikkeling van de Britse bevolking dan over de validiteit van de bevolkingsonderzoeken.

Een artikel in The Guardian onttrekt zich niet aan de methodologische verwarring door allerlei categorieën door elkaar heen te gebruiken. Want ‘niet christelijk’ en ‘niet religieus’ zijn geen exclusieve categorieën.

Ook wordt de vraagstelling van eerdere onderzoeken naar levensovertuiging bekritiseerd omdat het de zogenaamde ‘culturele christenen’ niet onderscheidt van belijdende christenen. Volgens recente kritiek van de Britse Humanisten leidt dat tot een te rooskleuring beeld van de christelijke aanhang. Het heeft onderzoek laten verrichten waaruit blijkt dat meer dan de helft van de mensen die verklaren christen te zijn niet of minder dan een maal per jaar een kerk bezoeken. Voor andere religies ligt dat percentage op 43%.

Hoe logisch is het dat deze grote minderheden van ‘culturele gelovigen’ binnen het christendom en andere godsdiensten aangeven tot betreffende godsdienst te behoren terwijl ze de regels van die godsdiensten niet volgen? Dat roept de vraag op tot op welk punt een geloof verwaterd kan worden om nog een geloof genoemd te kunnen worden en degene die zich erdoor laat inspireren een gelovige. Dat is financieel en economisch van belang omdat uit een volkstelling aspecten over planning, bouw van kerken en stedenbouw worden afgeleid.

De bovenstaande grafiek uit het BSA onderzoek is verwarrend en vertekenend omdat het allerlei categorieën door elkaar haalt: ’niet religieus’, ’Anglicaans’, ‘ander christelijk’, ‘katholiek’ en ’niet christelijk’. Die verwarring komt altijd terug in dit soort onderzoeken, ook van het Nederlandse CBS. De grootste groep ’niet religieus’ wordt niet onderverdeeld, terwijl dat voor christenen of religieus geïnspireerden van andere godsdiensten wel gebeurt. Dat heeft als gevolg dat mensen die ’niet religieus’ zijn zich in de vraagstelling lastiger kunnen identificeren.

In een commentaar naar aanleiding van het onderzoekReligie in Nederland’ van het CBS schreef ik in december 2020: ‘Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.’

Onzorgvuldige onderzoeken kunnen vehikels zijn om leugens te verspreiden. Vooral als het gaat over onderzoeken naar de levensovertuiging van mensen zijn de methodologische onzorgvuldigheden niet van de lucht. Dat hoeft geen moedwil te zijn van de onderzoekers, maar kan een gevolg zijn van het probleem om mensen over hun levensovertuiging een eerlijk antwoord af te dwingen. Wellicht is de ondervraagden onvoldoende uitgelegd wat de begrippen betekenen zodat ze er verschillende voorstellingen over hebben wat een geloof is. Wellicht zorgt hun cultureel conservatisme voor een maatschappelijk gewenst antwoord waarvan ze zelf weten dat het achterhaald is. Maar juist dan zou dat cijfer door statistisch onderzoek gecorrigeerd moeten worden. In zowel Nederland als het Verenigd Koninkrijk lijkt in statistieken over religieuze betrokkenheid en oriëntatie van mensen een vertekening van ongeveer 10 tot 15% te bestaan die de religieuze aanhang te hoog inschat.

Term ‘secularisme’ moet ingevoerd worden bij onderzoeken naar religie en levensovertuiging. Het is ongewenst dat de maatstaf religieus is

In een tweet van 16 april 2019 antwoordde ik op iemand die reageerde op een tweet van Ryan Burge die verwees naar een onderzoek uit 2018 over het religieuze landschap van de VS. Burge concludeerde: ‘Those of “no religion” (23.1%) are statistically the same size as evangelicals (22.8%)’. Daar antwoordde de Pastafarian (aanhanger van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster) Skitzefrenyic Mitch op met de tweet: ‘the atheists are trying to take over this country!’. Daar reageerde ik in bovenstaande tweet op.

Als ik naar mezelf kijk dan val ik in de categorie ‘geen geloof’ of ‘niet verbonden’. De term ‘geen geloof’ is in mijn ogen overigens een verkeerde term die in dit soort onderzoek niet gebruikt zou moeten worden omdat het de ‘niet verbondenen’ indirect aan het geloof verbindt. Iemand die zwart of bruin is noemt men toch ook niet ‘niet-wit’? Dat is zowel onjuist als kleinerend. Omdat ik mezelf niet beschouw als atheïst omdat het me niet interesseert om me te verbinden met of af te zetten tegen de Godsbeelden van de gevestigde godsdiensten ben ik dus niet een van de atheïsten die het land over wil nemen. Ik beschouw mezelf als secularist. Dat is een categorie die tot mijn spijt en verbazing niet in dit soort onderzoeken wordt gebruikt. Terwijl vooral de christelijke godsdiensten tot achter de komma worden uitgesplitst in stromingen, afscheidingen en losmakingen.

Het raadsel van het onderzoek naar het religieuze landschap van landen is daarom vooral het raadsel van een ongeschikt instrumentarium om dat landschap eerlijk, treffend en betrouwbaar te beschrijven. Onderzoekers zien weliswaar de verscheidenheid, maar lijken met hun mentaliteit in een vroege fase van ontkerstening te zijn blijven steken. Dat maakt dit soort onderzoeken minder deugdelijk en overzichtelijk dan de gerenommeerde instituten die er doorgaans hun naam aan verbinden (Pew, CBS en dergelijke) doen vermoeden.

Foto 1: Tweet 16 april 2019.

Foto 2: Uit tweet van Ryan Burge, 20 maart 2019.

CBS-onderzoek ‘Religie in Nederland’ is verwarrend. Het Humanistisch Verbond wordt gerekend tot ‘een andere christelijke geloofsgroep’

Het vandaag 18 december 2020 verschenen onderzoek ‘Religie In Nederland’ van het CBS naar de religieuze oriëntatie van de Nederlandse bevolking bevat weinig verrassends, maar zit vol met methodologische ruis.

De trend zet door dat een steeds groter deel van de bevolking zegt zich niet door religie te laten inspireren. Dat aandeel van ongebondenen groeit jaarlijks met 1 tot 2 procent. De cijfers gelden voor 2019 en toen verklaarde 54,1% van de Nederlanders ongebonden te zijn en zich niet tot een religieuze organisatie te rekenen. Of eigenlijk is het omgekeerd zoals uit het onderzoek blijkt als het zegt dat dat 45,9 procent van de bevolking zich in 2019 wel tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering rekent. Ook in dit soort statistieken worden ongebondenen beschouwd als een diapositief van gelovigen. Dat is de macht van een religieuze traditie die het onderzoek op de achtergrond stuurt. De onderzoekers lijken zich daar niet aan te kunnen onttrekken.

Onduidelijk is waarom het CBS ‘kerkelijke gezindte’ en ‘levensbeschouwelijke groepering’ als een categorie beschouwt. Met dat laatste bedoelt het 14 soorten christelijke gezindten. Opmerkelijk is dat naar de vraag naar een ‘andere christelijke gezindte’ waartoe zo’n 1,4% zich rekent ook het humanistisch verbond wordt genoemd. Is het humanistisch verbond volgens het CBS een christelijke gezindte? Zo neemt de begripsverwarring eerder toe dan af. Dat kan toch niet de opzet van dit onderzoek zijn? Het humanistisch verbond is naar eigen zeggen de officiële niet-godsdienstige levensbeschouwing in Nederland. Het is een onverklaarbare indeling van de onderzoekers om het humanistisch verbond te scharen onder de religieuze groepen. Of liever gezegd de levensbeschouwelijke groepen onder religie te scharen. Zo werkt het CBS er bewust aan mee om een deel van de bevolking dat zegt niet tot een religieuze groep te behoren in te delen bij dat deel van de bevolking dat zich rekent tot een godsdienst. Dat is dezelfde annexatie van orthodoxe christenen die het atheïsme een godsdienst noemen. Waarom doet het CBS dit? Alleen deze onregelmatigheid al doet twijfelen over de waarde van de cijfers en de serieusheid van dit onderzoek.

Het onderzoek wordt ronduit hilarisch als naar het geloof in God gevraagd wordt. Wat wordt hier bevraagd en wat kan hier eigenlijk methodisch geconcludeerd worden? Een derde van de bevolking gelooft niet in God en zo’n 24,6% gelooft zonder twijfel in God. De overige 42,2% neemt een tussenpositie in: agnost (14,8%), geloof in hogere macht (14%), twijfelend in God (7,1%) en soms wel, soms niet gelovend in God (6,3%). Interessant is dat 10% van de katholieken zegt niet in God te geloven. Wat voor geloof is dat, een katholicisme met een gat in het midden? Atheïsten (gelooft niet in God: 33,2%), agnosten  (weet niet of er een God is: 14,8%) en de niet-gelovers in God, maar wel in een hogere macht: 14%) tellen samen op tot 62% van de Nederlandse bevolking die niet in God gelooft of zegt niet te weten hoe men dat te weten moet komen. En daarbij zijn er nog de twijfelaars die soms wel en soms niet in God geloven (6,3%) of er wel in geloven, maar met twijfels (7,1%).

Afgemeten aan het Godsbeeld gelooft dus ruwweg tegen de 70% van de Nederlanders niet ondubbelzinnig in de God van de Nederlandse religie. Er gaapt een gat van ongeveer 15% met de berekening van het CBS als het zegt dat 54% van de Nederlanders zich niet laat inspireren door religie. Met wat wordt dat gat gevuld? Met ‘culturele’ gelovigen die niet geloven? In dit onderzoek lopen allerlei categorieën, indelingen en begrippen door elkaar heen. Wat is nou de echte slotconclusie? Er valt aan deze sociologie van appels en peren met elkaar overlappende uitspraken geen touw vast te knopen. Het nadert het niveau van broddelwerk. De vraag die onderzoek en analyse van de cijfers vooral oproept is waarom het CBS geen goede methode heeft ontwikkeld om de sociologische ontwikkelingen goed te beschrijven, te onderscheiden en te duiden. Dat is het grote raadsel van dit onderzoek.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtMeerderheid Nederlandse bevolking behoort niet tot religieuze groep’ van het CBS, 18 december 2020.

Godallemachtig beschamend voor politiek én islam: oproep van het Humanistisch Verbond om zogenaamde niet-gelovigen te beschermen

Triest, zo’n lange arm van een godsdienst die tot in Nederland reikt. In elk geval tot in het hoofd van degenen die zich los willen maken van zo’n archaïsche godsdienst, maar die vrijheid ontzegd wordt. Hoe langer men hier over nadenkt, hoe krankzinniger het is. Gelovigen claimen voor zichzelf de vrijheid van godsdienst en krijgen die in Nederland omdat hier het secularisme iedereen die vrijheid geeft, maar gunnen hun naasten die vrijheid niet. Begrijpen deze gelovigen niet hoe tegenstrijdig dat is?

Vraag is interessant waarom dit in Nederland, en elders, zo mis is gegaan. Hoe komt het dat degenen die afstand nemen van een godsdienst en vervolgens bedreigd worden niet beter beschermd worden door de Nederlandse overheid. Vraag is of dit heeft te maken met het Nederlands overheidsbeleid dat eruit bestaat (of bestond?) om de meest orthodoxe, want best georganiseerde islamitische groeperingen financieel en anderszins te steunen. Ten koste van de sociaal-democratische, liberale, atheïstische en nihilistische groepen van mensen uit islamitische herkomstlanden.

Het is begrijpelijk dat het CDA (of daarvoor de fusiepartijen KVP, ARP en CHU) dit beleid van overcompensatie van de orthodoxe islam steunden vanwege de religieuze invalshoek, maar onbegrijpelijk blijft waarom PvdA en VVD hier in de laatste decennia van de 20ste eeuw in meegingen. Wat bezielde deze niet religieuze partijen om tijdens het afbreken van hun eigen zuil zich ertoe te lenen om een orthodox-conservatieve islamitische zuil op te helpen bouwen? Ze hebben de moslims die los wilden komen van hun geloof in de steek gelaten en gehinderd in hun emancipatie. Met als gevolg het toegenomen zelfvertrouwen en de brutaliteit van de orthodoxe islam in Nederland die zich tientallen jaren gesteund wist door de Nederlandse overheid en zich sterk heeft kunnen maken. Dat straalt nog steeds af op moslims die islamverlaters bedreigen.

Het is idioot en beschamend dat het nodig is dat het Humanistisch Verbond 50 jaar na het begin van de grootschalige emigratie naar Nederland een campagne moet beginnen die zegt: ‘Roep de politiek op om niet-gelovigen te beschermen’. Trouwens de term ’niet-gelovigen’ is ongelukkig gekozen omdat mensen aan het geloof waar ze afstand van willen nemen verbonden blijven. Het Humanistisch Verbond moet eens beter nadenken over dit taalgebruik dat verre van neutraal is. Maar de vraag blijft, waarom hebben de Nederlandse politieke partijen dit zo naïef aangepakt, zodat de gevolgen in 2020 nog negatief naijlen?

Hebben deze politieke partijen ooit spijt betoogd over dit beschamende, foute beleid van ooit? Het is de hoogste tijd dat ze in het openbaar spijt betuigen en proberen te corrigeren wat ze in het verleden fout hebben gedaan.

Was het opperwezen in de war of toonde het tekenen van dementie toen het de basis legde voor vele godsdiensten en denominaties?

J. Warner Wallace is naast aartsbisschop William Goh van Singapore een prediker die ik op sociale media graag antwoord geef. Wallace is detective en christelijke apologeet. Dat laatste betekent dat hij zijn christelijk geloof verdedigt door argumenten ertegen te ontmantelen. In pseudo-forensisch onderzoek. Dat gaat er niet altijd fijnzinnig en zorgvuldig aan toe. Hoewel hij goed de schijn van het tegendeel weet op te houden. Dat is zijn verdienste. Warner Wallace schiet zoals al die Amerikaanse predikers graag uit de heup. Men kan dat grof en brutaal noemen. Hij doodt daarbij mogelijk zijn opponent, maar in die handeling ook zijn geloofwaardigheid.

Hieronder mijn antwoord bij de op zich zeer belangwekkende vraag waarom er zoveel stromingen binnen godsdiensten bestaan (en in het verlengde daarvan, waarom er zoveel godsdiensten naast elkaar bestaan).

Warner Wallace suggereert antwoord te geven, maar geeft dat niet. Het gaat hem om de schijn dat hij deze bewering ter verdediging van zijn geloof afdoende heeft beantwoord. Niets is minder waar en kan ook niet waar zijn omdat de cirkelredeneringen van types als Warner Wallace daar per definitie niet in kunnen voorzien:

J. Warner Wallace maakt twee denkfouten in zijn betoog.

1) Er zijn in de moderne geschiedenis duizenden godsdiensten en godsdienstromingen aan te wijzen die zich allen beroepen op een geloofsleer en een verwijzing naar een God. Dat wordt onhoudbaar als blijkt dat deze religieuze organisaties tegengestelde claims doen over het bestaan en ontstaan van een opperwezen. Welnu, die tegengestelde claims bestaan, zodat de dogmatiek van godsdiensten ernstig moet worden gerelativeerd. Want de waarheid die als hoogste waarheid wordt voorgesteld blijkt uiteindelijk een waarheid te zijn die door mensen is gecreëerd.

Een en ander ondermijnt in de kern de claim van godsdiensten dat ze niet door mensen zijn gecreëerd. Dat zijn ze wel naar nu blijkt uit al die tegengestelde claims, beweringen en dogma’s die alleen door mensen kunnen zijn gemaakt. Want als een opperwezen ze had gemaakt, dan hadden die verschillen niet kunnen ontstaan. Of was het opperwezen in de war of vertoonde het tekenen van dementie toen het duizenden godsdiensten creeerde?

2) De vergelijking tussen religie en atheïsme is ongelukkig. En eerlijk gezegd ook wel wat brutaal en ongepast omdat Warner Wallace de beleefdheid niet kan weerstaan om atheisme zijdelings in te lijven als een namaak-geloof. Dat toont geen enkel respect voor andersdenkenden.

Uit het feit dat er vele soorten atheisme zijn leidt Warner Wallace het argument af dat er daardoor ook vele soorten christendom kunnen bestaan. Al die andere godsdiensten met hun specifieke opperwezen neemt hij niet eens in beschouwing. Maar de vergelijking klopt niet omdat atheisme geen geloof is met een centrale dogmatiek. Dat geldt voor de stromingen van het christendom wel.

Warner Wallace maakt ongemerkt en ongewild een koe van een fout omdat zijn betoog ook omgekeerd kan worden. Want als de vergelijking tussen de verschillen binnen het atheisme worden geëxtrapoleerd naar de verschillen binnen het christendom, dan moet daarmee ook het uitgangspunt van het atheisme gewaardeerd worden. Dat zegt dat er geen God bestaat die niet door mensen is gemaakt. Via een omweg weeft Warner Wallace dus het uitgangspunt in zijn betoog dat God door mensen is gemaakt. Het lijkt erop dat Warner Wallace zijn eigen betoog niet doorgrondt.

Religie of niet-religie? Wat veroorzaakt meer misleiding?

Er is geen groter plezier dan claims van krankjorume religieuze leiders of quasi- of pseudo-religieuze leiders van commentaar voorzien. Hun gesloten denken in hun gesloten omgeving zorgt voor fijne, waanzinnige standpunten die aansluiten bij het absurdisme van satirici en toneelschrijvers. Met het verschil dat die het absurdisme gebruiken om ons aan het denken te zetten, terwijl deze religieuze leiders het gebruiken om de eigen aanhangers te misleiden, te verdoven en te hersenspoelen en vooral de eigen bankrekening te spekken.

Onderstaand mijn reactie bij de YouTube-videoReligion or Atheism? Which causes more deaths?’ op Cross Examined van Frank Turek. De toelichting luidt: ‘Historically speaking it appears that humans are wired to believe in God, at least that’s what the record shows. So, do we have any examples of societies that prefer an atheistic worldview? You don’t want to miss Frank’s answer to this question!’. Nee, ik had Franks antwoord niet graag gemist.

This pastor makes a false contrast between religion and atheism. In addition, Stalin attended church seminary to receive ecclesiastical education. So it remains to be seen to what extent he reasoned from his Christian roots at a later age.

A better question is whether wars are caused by secularism. The answer to the above wars is no. Just as the wars were not caused by atheism, nihilism or agnosticism.

The pastor asks stupid questions and gets stupid answers. His question is not for clarification, but is religious propaganda for his religious organization. That is intellectually shabby. The pastor is a propagandist and nothing more.

Equally great nonsense is the claim that it seems as if people are wired to believe in God. There is no indication of that. In history, there have always been more people who were not followers of monotheistic religions than those who were. Moreover, those who adhered to different religions had completely different images of God.

NB: In de video wordt door Frank Tureks organisatie het logo van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster (‘FSM’) afgebeeld met de suggestie dat dit een atheïstische organisatie is. Dat is een misverstand. De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster is een betrekkelijk nieuwe, religieuze organisatie. Disclaimer: Ik ben sinds oktober 2015 als lid ingeschreven bij de Nederlandse tak van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster.

Kortzichtige promotievideo van Atheist Alliance International probeert secularisme voor eigen atheïstische karretje te spannen

Zo op het oog een verdienstelijke promotievideo die opkomt voor het recht op godsdienstvrijheid of de vrijheid te leven zonder godsdienst. Vooral in islamistische landen wordt dat laatste niet toegestaan.

Maar de video neemt een bizarre wending als het begint over het recht om seculier te zijn. Vervolgens somt het op, atheïstisch zijn, agnost zijn, humanist zijn, een vrijdenker zijn of wat dan ook waarmee een individu zich wil identificeren. Best, maar onvolledig. Dat is namelijk niet wat secularisme of het seculier zijn inhoudt.

Deze video gaat de fout in door het secularisme af te zetten tegen religie. Of sterk de suggestie te wekken een tegenstelling te zien tussen religie en secularisme. Maar die is er niet. De video neemt de verkeerde afslag door de retoriek van religieuze hardliners te volgen die een tegenstelling tussen secularisme en religie zien.

Secularisme is neutraal jegens alle religies en levensovertuigingen. Secularisme staat even positief tegenover religie als tegenover atheïsme. Deze video is daarom een gemiste kans omdat het vergeet boven de materie uit te stijgen en meent partij in een strijd te moeten kiezen. Het voedt met deze video zowel het misverstand over secularisme als de religieuze hardliners die secularisme als mikpunt nemen. Door zo plat partij te kiezen tegen religie of de suggestie te wekken dat te doen beschadigt het de politieke filosofie van het secularisme.

Als ik geen theïst, atheïst, agnost of apatheïst ben, dan ben ik een secularist die betrokken is bij én kritisch op religie en hun goden

Van de term ‘apatheisme’ had ik nog nooit gehoord totdat ik het voorbij zag komen in de online versie van het opinie-artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad. De term is een samentrekking van ‘apathie’ en ‘theïsme’.  Het perspectief ervan is religieus, want het idee is dat de aanhangers ervan onverschillig of gevoelloos tegenover het bestaan van God staan. Kranendonk citeert enkele Amerikaanse christelijke auteurs die claimen dat er ook apatheïsten in christelijke kerken zijn. In mijn reactie bij het artikel op de FB-pagina van het Reformatorisch Dagblad antwoord ik de auteur en constateer ik dat de kenmerken die hij geeft van een apatheïst niet op mij van toepassing zijn. Ik sta namelijk helemaal niet onverschillig tegenover religie of God, maar ben er evenmin een aanhanger van. Ik val in geen van de vier categorieën die Kranendonk schetst en voeg daarom noodgedwongen een vijfde categorie toe:

Het is merkwaardig dat in de afsluitende alinea de auteur het apatheïsme een probleem noemt. Hiermee laat hij zich kennen als normatief en onverdraagzaam. Hij trapt in de val die hij zelf de atheïsten verwijt die volgens hem het geloof in God zouden minachten. Het is trouwens kort door de bocht om dit atheïsten te verwijten. Zij kunnen ook andere bezwaren hebben tegen religie en de macht van de religieuze instellingen. Hun kritiek betreft dan niet zozeer de ‘binnenkant’ van religie, maar de ‘buitenkant’ ervan. Dus niet de zingeving of insluiting in een religieus gedachtegoed, maar de machtsvorming en morele claims. Het is een feit dat dominante religieuze organisaties nog steeds een voorkeursbehandeling genieten en voorrechten hebben in onze samenleving. De auteur onderschat hoeveel weerstaand dat in de samenleving oproept.

Wim Kranendonk minacht de apatheïsten. Die geringschatting komt voor zijn rekening. Het is een gevolg van zijn kerkpolitieke opstelling. Waar de apatheïsten hun schouders ophalen over religieuze organisaties met hun dogmatiek van een opperwezen, zo maakt een christen als Wim Kranendonk zich druk dat er mensen zijn die in geestelijk opzicht afstand nemen van de dogmatiek van het christendom. Hij begrijpt het niet. Apatheïsten gunnen gelovigen hun geloof en inspiratie, Kranendonk lijkt apatheïsten geen redelijke positie te gunnen.

Ik betwijfel of de auteur het verschijnsel van het apatheisme doorgrondt. Hij kijkt niet met een open blik, maar met een blik die de religie verdedigt en in bescherming neemt. Laat ik dat uitleggen aan de hand van mijn eigen positie. Ik neem geen van de drie posities in die Kranendonk in het artikel schetst, te weten de categorie van de theïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er een opperwezen is), atheïsten (mensen die de overtuiging hebben dat er geen opperwezen is) of agnosten (mensen die twijfelen tussen de overtuiging of er wel of niet een opperwezen is). Maar ben ik dan een apatheïst of is er nog een vijfde restcategorie?

Laat ik het checken aan de hand van de kenmerken en stellingen die Kranendonk van de apatheïsme geeft.
1) De groep die totaal niet geïnteresseerd is in de vraag naar het bestaan van God. Check: Dat klopt niet. Ik ben indirect geïnteresseerd in de vraag naar het bestaan van God omdat ik geïnteresseerd ben in andere mensen die menen dat er een God bestaat. Mij interesseert het als fenomeen hoe mensen in een zich ontkerkelijkende omgeving zich laten inspireren. Om Harry Kuitert te parafraseren: ‘Hoe kan het dat mensen de bewering geloven dat het spreken dat van beneden komt van boven komt? Waarom geloven mensen dat een menselijke constructie geen menselijke constructie is en weven ze die verdichting in het ontstaan van hun geloof? De interesse in die vraag die raakt aan de verhaalleer, de dramatiek, de mythologie en het stelsel van rituelen bindt me aan de gelovigen. Niet de vraag of er wel of niet een God of vele Goden met hun aparte godsdienst bestaan. Dat laatste kunnen gelovigen beter zelf binnen hun gesloten wereldbeeld beantwoorden.
2) De apatheïst negeert het geloof. Check: Dat klopt niet. Ik respecteer het geloof en de gelovigen en wil me er iets van aantrekken omdat de gelovigen mijn medemensen zijn.
3) Het apatheïsme is typerend voor onze huidige tijd. Check: Dat klopt. Het past in de politieke filosofie van het secularisme waarin alle godsdiensten en levensovertuigingen in gelijke mate gewaardeerd, gegarandeerd en door de wet beschermd worden.

Conclusie is dat ik volgens de kenmerken die Kranendonk geeft en die hij baseert op het nieuwe boek van de christelijke geloofsverdediger Kyle Beshears zowel geen theïst, atheïst, agnost als apatheïst ben. Het probleem van Kranendonks opstelling en van de christelijke auteurs Beshaers en Thomas Kidd waarop hij zich baseert is dat hij claimt een objectief beeld van de keuze van mensen voor een godsdienst of levensovertuiging te geven, maar intussen alles door een christelijke bril ziet en definieert. En dat laatste ook nog eens vanuit het perspectief van prediking en zieltjes winnen. Hierdoor scherpt Kranendonk onnodig aan en mist hij de nuance. Hij trapt in de valkuil van vele christenen, namelijk dat andersdenkenden ondanks alle afstand toch moeten worden beschouwd als een verlengde van hun godsdienst. Of dat nou in positieve of negatieve zin is. De achterliggende gedachte is dat ze afgedwaalde gelovigen zijn die op het rechte pad moeten worden gebracht.

Kranendonk mist de positie van iemand die geïnteresseerd is in religie en religieuze organisaties en onder de motorkap ervan wil kijken voorbij het cosmetische beeld dat religieuze organisaties zelf naar buiten brengen. Dat gaat om de functie van fictie in brede zin, inclusief noties van fantasie, inbeelding, zelfbedrog, waan en mythologisering. Kranendonk mist de bekommernis van mensen die niet in het religieuze domein willen worden getrokken en de claim op unieke moraliteit van gelovigen buitensporig en onterecht vinden, maar in beginsel anderen die positie royaal gunnen. Kranendonk mist de ontwikkeling van een Nederland waarin de meerderheid van de bevolking zich niet laat inspireren door religie of het christelijk-culturele gedachtegoed.

Neem ik dan de vijfde positie in? Die van de voorstander van het secularisme die in alle (aanhangers van) religies en levensovertuigingen in gelijke mate geïnteresseerd is en ze een identieke positie gunt en slechts één overwegende tegenwerping heeft tegen de opstelling van religieuze opinieleiders, namelijk dat ze andersdenkenden ondanks alles als een verlengde of een fantoomledemaat van hun godsdienst willen zien.

Foto: Schermafbeelding van het artikelApatheïsten verder weg dan atheïsten’ van Wim Kranendonk in het Reformatorisch Dagblad, 7 december 2019.

Is secularisme een politieke filosofie die noodzakelijk leidt tot gematigde politiek?

Andrew Copson is een Engelse humanist en voorzitter van Humanists International. Hij legt uit wat volgens hem secularisme is en begint zoals gewoonlijk bij dit soort toelichtingen met de uitleg dat secularisme niet gelijkstaat aan atheïsme of humanisme en niet anti-religieus is. Het secularisme is een politieke filosofie die levensovertuigingen en godsdiensten gelijkelijk waardeert en garandeert onder de bescherming van een nationale overheid, wetgeving en werking van de rechtsstaat. Hij meent dat het secularisme een pacificerende invloed heeft en als het niet zou bestaan Europa wellicht nog geteisterd zou worden door religieuze oorlogen.

Copson eindigt als het politiek actueel en prikkelend wordt. Begrijpelijk vanuit zijn positie, maar teleurstellend voor de verdieping van het debat. Is het gevolg van zijn betoog immers niet dat gematigde centrumpolitiek en secularisme op een lijn gezet kunnen worden tegenover politiek, religieus en levensbeschouwelijk radicalisme en identiteitspolitiek die de eigen groep apart zet? Zo bekeken kan het succesvolle secularisme als verwijzing en aanbeveling worden opgevat voor gematigde politiek die niet uitsluit, afzondert of opziet naar iets of iemand en naar alle kanten even kritisch en onbeschroomd kijkt. Zoals in het secularisme ingebakken is.

Deze recensent van Trouw heeft een beperkt begrip van atheïsme en christendom

In een recensie van Leonie Breebaart in Trouw van 7 augustus 2019 van het boekThe Four Horsemen’ met Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel Dennett en Sam Harris komt onderstaande passage voor. Het is onduidelijk wat Breebaart meent te zeggen met de zin: ‘Bovendien kent deze wereld waarschijnlijk evenveel haatdragende atheïsten als gelovige betweters; denk alleen al aan Noord-Korea, en aan de recente racistische aanslag in El Paso’. Is volgens haar ‘haatdragend’ hetzelfde als door geweld om het leven brengen?

De dader van de schietpartij in El Paso is Patrick Crusius. Hij wordt in het bovenstaande bericht van Baptist News Global (in vertaling) een ‘trots-liefhebbende christen’ genoemd. De politieke opkomst van Trump is krachtig gesteund door de leiders van de Evangelicals en is volgens theoloog Reza Aslan omgeslagen in een cult. Fundamentalistische christenen zijn een gevaarlijke religieuze sekte die dankzij Trump de kern van de macht hebben bereikt. Dat is een macht die westerse atheïsten in de westerse wereld nergens hebben bereikt.

Probeert Breebaart steun en gelijkhebberigheid van fundamentalistische christenen die in El Paso ontaardde in een blinde moordpartij door een fundamentalistische christen te neutraliseren door te verwijzen naar Noord-Korea? Ze is onduidelijk en vaag. Is haar uitgangspunt dat daar haatdragende atheïsten aan de macht zijn en probeert ze dat tot een argument om te bouwen door associaties en losse verwijzingen? Breebaart strooit met woorden maar zet ze niet in een dwingend betoog. Breebaart is de impressionist van de flodderigheid. Als dat het niveau van haar betoog in het van oorsprong christelijke Trouw moet zijn dat dient om atheïsten lik op stuk te geven, dan roept ze vooral een recensie van haar recensie op. Wat hebben westerse atheïsten in hemelsnaam te maken met een bewind in Noord-Korea waar ieder zinnig mens afstand van heeft genomen?

Breebaart zou beter de associatie van het fundamentalistisch christendom met geweld en machtsvorming kunnen maken als ze dan toch zo nodig in een recensie over vier atheïsten wil verwijzen naar gelovige betweters. Het besef dat een wereld zonder religie een betere is, begint met het zo eerlijk en sec mogelijk benoemen van de nadelen en uitwassen van religie. Zonder oneigenlijke relativering die alles gelijkschakelt.

Foto 1: Schermafbeelding van deel berichtEl Paso shooting puts Christian nationalism on trial’ van Bob Allen in Baptist News Gobal, 5 augustus 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel recensieDeze vier atheïsten hebben een beperkt begrip van waarheid’ van Leonie Breebaart in Trouw, 7 augustus 2019.