Musea en kunstinitiatieven moeten afstand houden tot cancelcultuur. Emancipatiestreven eindigt vaak in intolerantie en nieuw vooroordeel

Ik moest bij lezing van een artikel in Het Parool over cancelcultuur in de kunsten met bovenstaand citaat van Raisa Blommestijn (docent en promovendus aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden) denken aan een observatie van Renate Rubinstein die Paul Scheffer in zijn NRC-column van 27 november 2020 noemt:

Rubinstein verwijst vanuit de vorige eeuw naar andere verschijnselen, maar het principe is hetzelfde. Wat zij constateert is afgelopen jaren gebeurd in de kunsten. Zoals zij het meer dan 30 jaar geleden voorzag. Men kan zich alleen maar afvragen waarom er in de publieke opinie geen Rubinstein 2.0 is opgestaan die met een scherpe analyse de promoters van de cancelcultuur alle hoeken van de kamer liet zien. Dat is het verschil met toen. Kritiek op de cancelcultuur was er wel, maar die bleef tamelijk onopgemerkt. Wellicht heeft dat te maken met de fragmentatie van de publieke opinie die in Rubinsteins tijd nog niet in die mate bestond. Nu kwamen actie en reactie uit de Angelsaksische wereld en waren de Nederlandse opinieleiders en kunstsector een tamelijk passieve partij. Tekenend was dat de Nederlands-Britse commentator Ian Buruma in de Nederlandse publieke opinie zich het felst uitsprak tegen de cancelcultuur. Mede omdat hij er persoonlijk het slachtoffer van was geworden.

Een groep die valt te omschrijven als links-radicaal en opkomt voor gelijkheid en streeft naar emancipatie is doorgeslagen en in haar tegendeel verkeerd. Tijdelijk kunnen best vanzelfsprekendheden worden opgeschort om achterstanden van minderheidsgroepen weg te werken, maar als dat een nieuwe structurele ongelijkheid introduceert dan schiet het zijn doel voorbij.

Ongelukkig is ook dat de kwetsbare, weerloze en kleine, maar oh zo sexy kunstsector het doelwit is. Waar heeft de kunst die onwelkome aandacht aan te wijten? Het tragische is dat vele Nederlandse kunstinstellingen zich niet goed weten te verhouden tot die doorgeslagen en niet meer te begrenzen emancipatie en in vele gevallen met open ogen in de fuik van de intolerantie lopen. Waarmee deze musea of kunstinitiatieven vooral zichzelf beschadigen en achter het verkeerde vaandel aanlopen. Als ze zich hiervan uiteindelijk bewust werden, dan moeten ze tot hun schrik constateren dat ze niet meer op hun schreden kunnen omkeren.

De les voor Nederlandse musea en kunstinitiatieven is dat een afkoelingsperiode moeten inlassen. De verstandige en goed bestuurde instellingen hebben dat ook gedaan. Ze moeten zich even stilhouden en pas op de plaats maken. Niks doen. Ze moeten zich niet op laten jagen door een radicale minderheid en de veiligheid inbouwen dat die niet het interne debat overnemen en gaan domineren.

Musea en kunstinstellingen moeten zich niet onder druk laten zetten door een vaak van buiten de Nederlandse grenzen opererende kosmopolitische links-radicale lobby. Hoe sympathiek en lovenswaardig hun uitgangspunten ook zijn. De actievoerders zijn vaak niet eens goed op de hoogte van de situatie in de Nederlandse kunstsector, of worden uitsluitend voorgelicht door selectieve ’tolken’ die de internationale agenda weer met hun Nederlandse agenda en eigenbelang combineren. De projecties en dwarsverbanden zijn eindeloos en werken verwarrend, ook wat de herkomst ervan betreft.

Mikpunt zijn naïeve bestuurders die zich laten intimideren. Dieptepunt was het debat in het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With met een bestuur dat zich onder druk liet zetten door een radicale minderheid en een nieuwe generatie die de kans rook om een voet tussen de deur te krijgen. Zo grijpen incidentele en structurele wetmatigheden in elkaar. Dat is van alle tijden. Zoals de ontsporingen van emancipatiebewegingen die in hun tegendeel verkeren en de roep om gelijkheid en tolerantie inwisselen voor een houding van ongelijkheid en intolerantie en dat ook zijn. De kunstsector is gewaarschuwd om alert en niet al te naïef te zijn. Meegaan met een bevrijdingsstrijd is in beginsel niet verkeerd, maar omdat je nooit weet waar het eindigt valt het toch af te raden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelCancelcultuur in de kunstwereld: hoe compromisloos kan kunst nog zijn?’ van

Foto 2: Schermafbeelding van deel columnWie bij zichzelf te rade gaat is nooit vrij van angst’ van Paul Scheffer in NRC, 27 november 2020.

Maakt marketing in kunsthandel en kunstsector de kunst kapot?

Kunsthandel is een een slim marketingplan. Dat is geen opzienbarend nieuws, maar al vaak beweerd. Wie dat nu nog niet weet heeft zitten slapen. In een grappige, maar ook wel wat karikaturale aflevering van truTV wordt uitgelegd hoe het werkt. Neveneffect en onderschrijving van die marketing is dat de gevestigde media de veilingprijzen voor kunstwerken gelijkstellen met de kwaliteit of het belang ervan. Maar evenmin als bij films de toekenning van Oscars het ultieme oordeel is over de kwaliteit ervan geldt dat in de beeldende kunst.

Naast dit schema dat leidend is voor het bovenste segment van de kunsthandel is er in de kunstsector in volle breedte de actuele marketing van kunstenaars die niet minder kwalijk is en op andere uitgangspunten is gebaseerd. Niet commercieel, maar politiek. Van die marketing heeft het brede publiek minder benul. Mede omdat de gevestigde journalistiek zich daar niet over durft uit te spreken, in tegenstelling tot de karikatuur over de top van de kunsthandel. Ook dat maakt het lastig om kwaliteit van waardering te onderscheiden.

Neem de huidige golf van aandacht voor minderheden die door de kunstsector spoelt als een tsunami van emoties en in te lossen schuld die zo snel mogelijk hersteld moet worden. Kunstinstellingen zijn bevreesd om in die ‘emancipatie’ achter te blijven bij collega’s. Museumdirecteuren, conservatoren en curatoren buitelen over elkaar heen om de boot niet te missen. Met het risico dat ze in hun haast de verkeerde boot nemen.

Bezoek een museum met hedendaagse kunst en zie hoe huidskleur, sekse en etniciteit in het kielzog van identiteitsdenken en de #MeToo-beweging in korte tijd de nieuwe normen zijn geworden voor aankoop en presentatie. Een kunstenaar met de politiek correcte ‘juiste’ identiteit heeft tegenwoordig een streepje voor.

Dat is niet erg, als daarmee nieuwe kwaliteit aangeboord zou worden. Dat zou een verrijking voor de kunst zijn. Maar net als bij de kunsthandel die truTV beschrijft zijn het bij die actuele marketing doorgaans de meest handige en onbescheiden, maar niet altijd de beste kunstenaars die doorbreken. Dat is het probleem.

Amputeren van films om politieke denkbeelden is geen oplossing. Kunstenaars en kunstjournalisten moeten zich er tegen verzetten

De weg die NRC’s filmredacteur Coen van Zwol kiest is heilloos. Namelijk het wegpoetsen van vlekjes uit films om politieke redenen. Het valt te bezien of hij de gevolgen van zijn eigen betoog dat wat terloops en laconiek tot stand lijkt te zijn gekomen goed inschat. Er valt best iets voor te zeggen dat films opnieuw gemonteerd worden volgens de inzichten van de regisseur (directors cut) omdat dat past bij de integriteit van het werk, maar het gaan snijden in film wegens veranderende maatschappelijke en politieke ontwikkelingen is een zee om te drinken. Er komt geen einde aan. Dat leidt er namelijk toe dat bij elke maatschappelijke ontwikkeling werken van fictie door de veranderende omstandigheden aangepast moeten worden. Dat is onzinnig. Het was beter geweest als Van Zwol daar stelling tegen had genomen. Maar dat inzicht verwoordt hij niet. Daarnaast lijkt zijn kijk op deze kwestie te beperkt door al te makkelijk aan te haken bij de mode van het moment.

Opvallend aan Van Zwols betoog is dat hij de meest opvallende, controversiële film uit de Amerikaanse filmgeschiedenis niet noemt. Namelijk ‘The Birth of a Nation’ (1915) van D.W. Griffith dat bij de uitbreng al beschouwd werd als controversieel vanwege de politieke inhoud. De geschiedenis van de omgang met deze film is een voorbeeld hoe dat in de praktijk kan werken. Erin wordt de Ku Klux Klan verheerlijkt en het idee van witte suprematie aangehangen. De waardering van dit meesterwerk geeft aan hoe er met klassiekers omgegaan moet worden. Het wordt ondanks de bedenkelijke politiek inhoud beschouwd als een mijlpaal in de filmgeschiedenis vanwege onder meer de vernieuwing van de filmtaal. Het amputeren van deze film ontneemt het zicht op de ontwikkeling van de filmgeschiedenis. Dat is ongewenst, ongelukkig en onwetenschappelijk.

Van belang is dat de kritiek op deze film niet werd ingegeven door het recente antiracismedebat dat vanuit de VS is overgewaaid naar Europa, maar al 100 jaar bestaat. De paradox is dat dat de film heeft gered voor een simplistische lezing die nu allerlei films en tv-series treft die ervan worden beticht politiek niet correct te zijn. De promotie van een film tot wetenschappelijk belangrijk werk beschermt het tegen het publieke debat over populaire cultuur dat weinig stabiel en rechtlijnig is. De prijs daarvoor is dat ‘The Birth of a Nation’ ooit in het filmtheoretische debat van filmwetenschappers als David Bordwell of Kristin Thompson is geannexeerd en daardoor geïsoleerd is geraakt. Zeg, het circuit van verantwoorde vertoningen op universiteiten of filmclubs.

Dat staat ver af van de commerciële amortisatie die films nu treft op platforms als Netflix. Films moeten voor een breed publiek aanvaardbaar gemaakt worden door de controversiële aspecten ervan weg te snijden. Dat betreft niet alleen controversiële aspecten die nu onder invloed van het antiracisme en MeToo-debat centraal staan, maar ook gewone politieke standpunten die niet passen in het beleid van behoudzuchtige holdings. Een politiek aspect blijkt dus bij nader inzien ook, of zelfs uitsluitend, een commercieel aspect te zijn.

Essentie van de filmgeschiedenis is dat films in hun eigen tijd tot stand zijn gekomen en niet herschreven dienen te worden. Uiteraard kunnen ze zonodig achteraf in een context geplaatst worden door achtergronden bij de film te geven. Maar de film zelf moet niet gewijzigd worden door vermeende controversiële passages eruit te knippen. De erkenning dat een politiek verwerpelijke film of een film met politiek verwerpelijke passages samen kan gaan met de waardering ervoor vanwege andere kwaliteiten is het begin van een goede omgang met de film- en televisiegeschiedenis. In 1992 bestempelde het U.S. Library of Congress ‘The Birth of a Nation’ als “culturally, historically, or aesthetically significant” en nam het op in de National Film Registry. Het American Film Institute zette het op plek 44 van 100 belangrijke Amerikaanse films.

Waardering of gewoonweg achting voor een film wil niet zeggen dat ermee de politieke inhoud wordt erkend, maar dat de waarde van de film ondanks die politieke inhoud wordt erkend. Het huidige politiek debat over identiteit is een gevaar voor werken van fictie. De valkuil van dat debat is de gemakzucht ervan om kunst als wisselgeld voor politieke doeleinden te beschouwen. Dat tast de integriteit van kunstwerken aan. Daar moeten kunstenaars en kunstjournalisten zich teweer tegen stellen. Kunst die toch al zo kwetsbaar is wordt om politieke redenen onterecht verder in het verdomhoekje geplaatst. Hiermee verdwijnt de functie van kunst dat een venster op de tijd geeft waarin het gemaakt wordt uit zicht. Juist bij film is dat een belangrijke functie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDie film, kan dat eigenlijk nog wel?’ van Coen van Zwol in NRC, 18 augustus 2020.

Foto 2: Still uit The Birth of a Nation (1915) Van D.W. Griffith. Met Walter Long.

Zes aanklachten tegen Tariq Ramadan wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag leiden nog niet tot afronding van zijn rechtszaak

De zaak van seksueel geweld tegen vrouwen waar de Zwitsers-Egyptische islamoloog en cultfiguur Tariq Ramadan zich schuldig aan zou hebben gemaakt is in Nederland naar de achtergrond verdwenen. In 2007 genoot Ramadan in Nederland een zeker bekendheid toen hij in Rotterdam aan de slag ging als hoogleraar en ‘bruggenbouwer’ in dienst van de gemeente. Vanaf het begin was hij een controversiële figuur met voor- en tegenstanders. Hij werd in 2009 de laan uitgestuurd. Maar in Frankrijk en Zwitserland haalt hij nog steeds de voorpagina’s. Aangejaagd door het MeToo-debat dat sinds oktober 2017 aan kracht gewonnen heeft.

Ramadan werd in februari 2018 in detentie genomen na de aanklacht twee vrouwen verkracht te hebben. De ene is de feministe Henda Ayari (zie hier) die in oktober 2017 Ramadan aanklaagde, de ander noemt zich ‘Christelle’. Ramadan ontkent verkrachting, maar geeft via zijn advocaat toe seksueel contact met de twee vrouwen te hebben gehad. Maar dat zou volgens Ramadan met hun instemming (‘relation consentie’) zijn gebeurd. In november 2018 werd Ramadan onder voorwaarden vrijgelaten wegens zijn slechte gezondheid (multiple sclerose), maar hij mag van de autoriteiten Frankrijk niet verlaten, moet zich wekelijks melden en zijn paspoort is ingenomen. Hij heeft een boeten van 300.000 euro betaald. Inmiddels zijn er door zes vrouwen aanklachten wegens seksueel geweld of verkrachting tegen Ramadan ingediend.

De affaire Ramadan is omgeven door complottheorieën die veel ruis geven. De Israëlische inlichtingendienst Mossad zou er een rol in hebben gespeeld. Vele islamitische aanhangers van Ramadan kunnen het blijkbaar niet verteren dat hun boegbeeld van zijn voetstuk is gestoten. Zij nemen het nog steeds voor hem op en verspreiden geruchten over een joods complot. De Franse president Emmanuel Macron zou het brein zijn om alle opposanten in het gevang te gooien, zoals onderstaande still van een YouTube-video aangeeft. De eerste aanklager Henda Ayari die haar hoofddoek afdeed en zich afwendde van het salafisme neemt stelling tegen het islamisme dat ze met het nazisme gelijkstelt, wat haar weer bedreigingen uit islamistische hoek oplevert.

De waarheid over Tariq Ramadan is alledaagser, simpeler en minder vergezocht. Hij gedroeg zich als rokkenjager met vele romantische affaires en heeft in bepaalde gevallen beestachtig, grensoverschrijdend gedrag jegens vrouwen vertoond waarvoor hij jaren later de rekening gepresenteerd krijgt. Aangejaagd door het omgeslagen denken over grensoverschrijdend gedrag dat niet langer getolereerd wordt heeft hem dat in de verdediging gedrongen. Kritiek waarom hij de aanklacht aanvankelijk niet thuis mocht afwachten lijkt terecht. Hij staat niet alleen als ontmaskerde heteroman. Honderden machtige mannen als Harvey Weinstein, Charlie Rose, Mark Halperin, Kevin Spacey, Louis C.K., Al Franken, James Levine, Daniele Gatti, Jappe Claes of Job Gosschalk hebben hun positie verloren wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag. Het is te hopen dat Tariq Ramadan tot zelfinzicht komt, de vrouwen zijn verontschuldigingen aanbiedt en zich terugtrekt uit het publieke leven. Anders moeten de aanklachten tegen hem in een rechtszaak in Frankrijk behandeld worden. Het is de hoogste tijd om nu eindelijk eens een streep onder de onzalige kwestie Tariq Ramadan te zetten.

Foto: Still uit YouTube-videoACTE 36 GILETS JAUNES TARIQ RAMADAN PIEGE PAR MACRON ? HENDA AYARI MENT MEDIAPART’ op kanaal Le Croissant de lumière.

Democraten moeten Kavanaugh niet najagen, maar het Supreme Court depolitiseren. Dat kan door het aantal rechters te verruimen

De benoeming van rechter Kavanaugh in het Hooggerechtshof (Supreme Court) is een uitgemaakte zaak. Aan de hand van stemverklaringen tekent zich in de Senaat een meerderheid van 51 stemmen af voor benoeming. De weg erheen was onzuiver, smoezelig en frauduleus. De Republikeinse meerderheid heeft dit doorgedrukt. Een onderzoek door de FBI dat de Democraten beloofd werd om de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag door Kavanaugh te onderzoeken is geblokkeerd door de juridische adviseur van het Witte Huis Don McGahn en nooit echt van de grond gekomen, zoals The New York Times in een artikel uit de doeken doet.

Een Washington Post artikel legt uit waarom afzetting (impeachment) van Kavanaugh – als hij naar verwachting is benoemd in het Hooggerechtshof – onwaarschijnlijk is. Democraten zullen nooit een meerderheid van 67 stemmen in de Senaat behalen. Partijpolitiek is in het huidige politieke klimaat nog belangrijker dan vroeger.

Ik zie een betekenisvolle optie die de conservatieven onschadelijk maakt, namelijk een deconstructie of ontwaarding van het Hooggerechtshof door verdunning. Dit vereist twee voorwaarden die niet onrealistisch zijn. Een Democratische president in 2020 en een Democratische meerderheid van 51 stemmen in de Senaat. Het Hooggerechtshof kan dan worden uitgebreid tot 11 leden door de benoeming van twee progressieve rechters, zodat de progressieve rechters een meerderheid van 6 tegenover 5 hebben. In lijn hiermee kunnen vooruitstrevende rechters die met pensioen gaan of sterven, zoals Ruth Bader Ginsburg, worden vervangen.

Het aantal van 9 rechters wordt niet door de grondwet gedicteerd, maar door een wet (‘Judiciary Act of 1869’) die het Congres in 1869 aannam en gewijzigd kan worden. De logica is tweeledig, de VS is in 150 jaar vertienvoudigd in grootte en complexiteit en de benoemingen van Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh en de Republikeinse obstructie om rechter Merrick Garland te benoemen hebben het Hooggerechtshof gepolitiseerd.

Het antwoord is om het Hooggerechtshof te depolitiseren door verwatering en niet langer over de politiek te laten beslissen. De machten moeten zoals het bedoeld is door de ‘founding fathers’ naast elkaar bestaan. De valkuil voor Democraten is dat ze een eventuele meerderheid niet gebruiken om het Hooggerechtshof en de top van de juridische pyramide te hervormen en op afstand van de politiek te zetten, maar om hun eigen partijpolitiek door te drukken. Dat schiet niet op. Het zou weliswaar een logische reactie zijn op de vergroving en popularisering van de politiek door president Trump en de vulgarisering van de Republikeinse partij, maar het foute antwoord voor de toekomst. Daarom zou het wel eens zo kunnen zijn dat radicale Democratische en Republikeinse politici steeds scherper komen te staan tegenover de gematigde politici van beide partijen. Wat er van de naar de marge gedrongen gematigde Republikeinen trouwens nog rest. Ook in moreel opzicht.

De horizon voor de Democratische partij en progressieve actievoerders moet 2020 zijn en niet de benoeming van Kavanaugh nu. Overigens na het opstapje van de tussentijdse verkiezingen van 2018. Daaraan moeten ze planmatig en verstandig werken zonder zich door te veel emotie te laten leiden. Er zijn aanknopingspunten om de integriteit, neutraliteit en de vrouwonvriendelijkheid van Kavanaugh ter discussie te stellen, maar het heeft weinig zin om daarin te blijven hangen. De vis in de vijver hoeft niet nagejaagd te worden, maar kan onschadelijk worden gemaakt door de vijver droog te leggen. In dat licht was de stem van de Democratische senator Joe Manchin (West Virginia) voor Kavanaugh de eerste aanzet om de voorwaarden te scheppen om in 2020 de Republikeinen een partijpolitiek koekje van eigen deeg te geven. Het Hooggerechtshof moet weer teruggebracht worden tot een neutraal orgaan dat de wet toetst en niet een verlengde van de partijpolitiek is.

Opinie van DDS over Brett Kavanaugh en witte suprematie dient hoger doel: verwarring zaaien, basis plezieren en ‘links’ aanvallen

In het opinie-artikelBelachelijke analyse door Volkskrant over Ford-Kavanaugh hoorzitting: ‘hoorzitting bewijst vrouwen moeten ten dienste staan mannelijk succesverhaal’ van Wout Willemsen in DDS meen ik dat de auteur een belachelijke en gammele analyse geeft van zowel Mees’ mening in een Volkskrant-column van 2 oktober als van de omstandigheden rond de benoeming van rechter Brett Kavanaugh en de beschuldigingen van zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag begin jaren 1980 door verschillende vrouwen. Mijn reactie:

Het kan goed dat de analyse van Heleen Mees niet klopt. Maar de analyse van de analyse door WW klopt in elk geval niet. WW voegt weinig toe aan ons begrip. Hij streeft niet naar verduidelijking, maar naar verwarring.

Het is juist dat in een rechtsstaat aantijgingen moeten worden onderbouwd. Anders betekenen ze weinig. Dat kan door onderzoek. In de VS is het de FBI die goed en snel een onderzoek kan uitvoeren.

Maar ondanks de twitter-beloften van president Trump gaf hij via zijn juridische adviseur Don McGahn een beperkte opdracht aan de FBI voor het onderzoek. Slechts enkele getuigen mochten verhoord worden. De hoofdverdachten Dr. Ford en rechter Kavanaugh vielen daar niet onder. Dat is merkwaardig en tamelijk afwijkend van een serieus en gedegen onderzoek. Intussen is onder politieke en maatschappelijke druk de opdracht aan de FBI verruimd, maar is ook de deadline voor het onderzoek gepasseerd.

De actuele analyse zegt dat president Trump niet wil dat Kavanaugh benoemd wordt als rechter van het Supreme Court. Juist daarom maakte hij in zijn toespraak in Mississippi Dr. Ford belachelijk, zodat ook Republikeinse senatoren (Collins, Murkovski, Flake, Sasse) negatief reageerden en afstand namen van deze tirade. Trump wil vooral het mislukken van de benoeming uitventen om de Trumpiaanse basis in de tussentijdse verkiezingen van november te motiveren. Om de schade te minimaliseren. Uit de peilingen in enkele races blijkt dat Trumps strategie werkt.

Dit klinkt geloofwaardig omdat Trump zich tot nu toe niet ondubbelzinnig achter Kavanaugh heeft opgesteld en de rechter na zijn emotionele en politieke getuigenis van vorige week donderdag voor de Juridische Commissie van de Senaat volgens velen het temperament en de eerlijkheid (‘candor’) mist om een rechter van het Supreme Court te zijn.

Het is trouwens totaal niet verdacht dat vrouwen juist nu met kritische verhalen over rechter Kavanaught naar buiten komen. De logica is dat hij benoemd dreigt te worden in het hoogste rechtscollege van het land. Daarom komen deze vrouwen in actie. Directe aanleiding is het sterke vermoeden dat Kavanaugh de doorslaggevende stem in het Supreme Court is om de abortuswetgeving (Roe vs. Wade) terug te draaien. Zodat vrouwenrechten worden teruggedraaid. Daar komen deze vrouwen tegen in het geweer. In de hoorzittingen in de Senaat weigerde Kavanaugh antwoord te geven over zijn standpunten over deze kwestie.

Er speelt nog iets anders. Hoewel het door de opkomst van alt-right anders lijkt, wijzen demografische onderzoeken uit dat de bevolking van de VS steeds progressiever wordt. Ondersteunend bewijs daarvoor is dat de laatste Democratische kandidaten bij de presidentsverkiezingen aanzienlijk meer stemmen behaalden dan Republikeinse kandidaten. Ook Trump kreeg bijna drie miljoen stemmen minder dan Hillary Clinton.

Juist daarom is het merkwaardig dat een land dat zich in de ene richting ontwikkelt een Supreme Court heeft waar de andere, slinkende richting sterker vertegenwoordigd wordt. Naast onderwerpen als abortus gaat dit Supreme Court ook over partijpolitieke zaken als het onderdrukken van de opkomst (‘voter suppression’), de indeling van kiesdistricten die geen eerlijke afspiegeling van de krachtsverhoudingen is (Gerrymandering) en zelfs de uitslag van een presidentsverkiezing. Want het was Al Gore die de verkiezingen van 2000 won, maar toch in het stof moest bijten tegen George ‘W’ Bush omdat het Supreme Court de hertellingen in Florida stopzette die Gore zou hebben gewonnen. Door deze politieke middelen kan een conservatieve minderheid als het ware de eigen houdbaarheidsdatum oprekken en over het eigen graf heen aan de macht blijven.

De column van Heleen Mees in De Volkskrant bevat bij nader inzien niets opzienbarends. Ze relativeert de #MeToo-beweging en zegt ‘dat ons brein getraind is om mannen te geloven in plaats van vrouwen, en om de sociale status van mannen belangrijker te vinden dan de fysieke veiligheid van vrouwen’. Mees vervangt hiermee de filosofie van Dick Swaab door haar eigen sociologische analyse. Men kan het hiermee wel of niet eens zijn, maar het is een goed verdedigbaar standpunt dat witte mannen uit een bevoorrechte sociale klasse een streepje voor hebben, meer uit mogen vreten, uit de wind gehouden worden en minder streng worden beoordeeld, en het publieke debat cultureel domineren.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBelachelijke analyse door Volkskrant over Ford-Kavanaugh hoorzitting: ‘hoorzitting bewijst vrouwen moeten ten dienste staan mannelijk succesverhaal’’ door Wout Willemsen op DDS, 3 oktober 2018.