Kremlin speelt Kiev in de kaart door protest tegen kaart van Oekraïne met Krim op voetbalshirt

Ukraine’s Euro 2020 jersey Euro 2020 jersey

De oorlog van de shirts zou de titel van een film kunnen zijn. De synopsis zou dan zijn: ‘Zoals elk jaar krijgen de inwoners van Oekraïne aan het begin van elk oorlogsjaar ruzie met die van Rusland. Dit jaar zal anders zijn, aangezien het Oekraiense voetbalteam zojuist het idee heeft gekregen om de contouren van hun land af te beelden om hun shirt. Rusland heeft in 2014 onrechtmatig een stuk land ingepikt, het schiereiland de Krim. Dat beschouwen de Russen als een voldongen feit en het ter discussie stellen daarvan als een politieke daad. Daarop antwoorden de inwoners van Oekraïne dat niet hun shirt, maar de bezetting van een deel van hun grondgebied een politieke daad is. Namelijk het schenden van de territoriale integriteit van hun land. Dat hoeven ze niet te zeggen, dat staat op hun shirt‘.

Dit shirt gaat het team van Oekraïne dragen tijdens het komende EK Voetbal. Uit een bericht van AFP blijkt dat het shirt van Oekraine ‘is goedgekeurd door de UEFA, in overeenstemming met de toepasselijke tenuevoorschriften’. De Russische voetbalbond had dinsdag 8 juni 2021 bij de UEFA in een brief bezwaar gemaakt tegen het Oekraïense shirt waarbij het ‘wees op het gebruik van politieke motieven op het Oekraïense nationale teamshirt, wat indruist tegen de basisprincipes van de UEFA-tenueregels’. Op zondag 13 juni spelen Oekraïne en Nederland in Amsterdam hun eerste wedstrijd in het EK.

De internationale gemeenschap steunde in 2014 in meerderheid de niet bindende resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN. Daarin staat dat de territoriale integriteit van Oekraïne binnen internationaal erkende grenzen wordt erkend en dat het zogenaamde referendum van de Russische Federatie over de Krim ongeldig was. Zie mijn commentaar van 20 maart 2014 over de rechts-extremistische waarnemers die het Kremlin toendertijd geronseld had in een poging om het referendum legitimiteit te geven. Sinds 2014 heeft de internationale gemeenschap inclusief VS en EU haar stellingname niet gewijzigd die zegt dat de annexatie van de Krim door de Russische Federatie onrechtmatig is en het schiereiland teruggeven moet worden aan Oekraïne. Ook als dat tientallen jaren duurt.

Schermafbeelding van deel artikelBacking Ukraine’s territorial integrity, UN Assembly declares Crimea referendum invalid‘, UN News, 27 maart 2014.

De Krim kent ernstige waterproblemen. Dat was in 1954 de belangrijkste reden voor de leiding van de toenmalige Soviet-Unie om het schiereiland over te dragen aan de Republiek Oekraïne. Zo’n 65 jaar later is dat waterprobleem nog niet opgelost en lijkt voor het welzijn en de economische ontwikkeling van de Krim een goede verstandhouding met Oekraïne een voorwaarde omdat dat land de watertoevoer kan afsluiten. Het tekort aan water is schadelijk voor landbouw, bevolking en toerisme.

Er is vaker gezegd van president Poetin dat hij een slimme tacticus is, maar een beroerde strateeg. De populariteitsbonus die de Russische president Poetin in 2014 kreeg door de bezetting van de Krim die een golf van nationalisme aanwakkerde is uitgewerkt. Hij gaat in zijn buitenlandse politiek voor snel en makkelijk gewin en kijkt onvoldoende wat dat voor de lange termijn betekent. Poetin verzamelt molenstenen om de nek van de Russische Federatie.

In Syrië, Wit-Rusland, de Krim en de zogenaamde volksrepublieken Donetsk en Loehansk in Oost-Oekraïne steekt Poetin zijn tegenstanders de loef af, maar zadelt zijn eigen land met torenhoge kosten op. Dat kan de Russische Federatie niet betalen omdat het met deze buitenlandse avonturen op grote voet leeft. Het land verkeert economisch in stagnatie en heeft nu het geluk dat de olieprijs met ongeveer 70 USD voor een vat de hoogste in twee jaar is. Maar dat kan veranderen en is een wankele basis voor structurele kosten van deze expansie.

Oekraïne peutert met dit shirt in een open zenuw van het Kremlin. Het is een slimme actie van Kiev om op het populaire EK de onrechtmatige bezetting van de Krim door de Russische Federatie onder de aandacht te brengen. De uitspraak ‘Voetbal is oorlog‘ die per abuis aan de succesvolle Ajax-trainer Rinus Michels wordt toegeschreven bevestigt het idee dat sport meer is dan sport. Het heeft alles met politiek te maken. Dat wordt keer op keer bewezen.

Dat de Russische voetbalbond die onder controle van het Kremlin staat ontkent dat politiek niet thuishoort in de sport is een eenzijdige en onoprechte benadering. Het is juist het Kremlin dat telkens sport inzet voor politieke doeleinden. Inclusief staatsprogramma’s om te frauderen met de dopingcontrole om zo successen te behalen die voor politieke doeleinden worden gebruikt. De Russen krijgen nu van het Oekraïense broedervolk een koekje van eigen deeg.

Je kunt er alleen maar verbaasd over zijn dat het Kremlin door dit protest Oekraïne in de kaart speelt en extra aandacht aan deze kwestie geeft. Dat is niet in het belang van het Kremlin omdat het publicitair averechts werkt. De kaart van Oekraïne op dit voetbalshirt getuigt van zelfbewustzijn en geeft het signaal af dat Oekraïne niet bang is voor de grote, boze buurman.

Adam Schiff verwijst naar het Boedapest Memorandum en de Russische agressie, en springt over Obama heen naar Trump

Voor- en tegenstanders waren er gisteren over eens dat ‘House Manager’ Adam Schiff op de eerste dag van de drie dagen waarop de Democraten hun zaak in de Senaat kunnen bepleiten een overtuigend verhaal heeft gehouden. Stap voor stap maakte hij in een urenlang betoog duidelijk wat president Trump gedaan heeft en waarom het voor waarheidsvinding nodig is om getuigen en documenten aan de rechtszaak toe te voegen. Dit fragment eindigt met zijn woorden ‘For help with a political campaign?’ Hoe moeten we dit fragment duiden?

Schiff verwijst naar het Boedapast Memorandum 1994 waarin Oekraïne naast Wit-Rusland en Kazachstan de eigen (verouderde) kernmacht opgaf in ruil voor de garantie van de Russische Federatie, de VS en het VK de territoriale integriteit te beschermen. Zoals we weten werd in 2014 de Oekraïense territoriale integriteit door de Russische Federatie geschonden toen dat land de Oekraïense Krim bezette. Dat was onrechtmatig en werd veroordeeld door de meerderheid van de staten in de Algemene Vergadering van de VN op 27 maart 2014 in resolutie 68/262. In reactie legden voornamelijk Westerse landen de Russische Federatie sancties op.

Er zijn internationale verdragen (San Francisco 1945, Helsinki 1975, Parijs 1990, Boedapest 1994) waarin de territoriale integriteit en soevereiniteit van landen wordt gegarandeerd. Maar dat verwordt tot een papieren werkelijkheid als er bij overtreding geen geloofwaardige en krachtige actie op volgt om die rechtsorde af te dwingen. Dat staat op het spel, namelijk de geloofwaardigheid van de internationale rechtsorde.

Het gaat er dus om of de internationale gemeenschap met verwijzing naar de internationale rechtsorde de agressor tot de orde roept. Als dat niet gebeurt, dan betekent dat een verlaging van het niveau van agressie voor een volgend conflict. Nu hard en duidelijk optreden kan leed in de toekomst voorkomen. De Tweede Wereldoorlog begon in München 1938 en gaf het Derde Rijk het idee dat het de internationale rechtsorde kon oprekken. Zoals het toen niet alleen om het Sudetenland ging, ging het in 2014 niet uitsluitend om Oekraïne.

De agressie van de Russische Federatie werd ondanks de beloftes niet door de VS en het VK nagekomen. Deze landen lieten Oekraïne in de steek. President Obama en premier Cameron waren daarvoor verantwoordelijk. Hier kwam in 2014 veel kritiek op. Obama die vooraf de Russen blijkbaar geen afdoende waarschuwing had gegeven om de Krim niet te bezetten -en dus diplomatiek in gebreke was gebleven- handelde afwachtend. De Russische operatie was in de jaren daarvoor voorbereid en daarvan had de VS op de hoogte moeten zijn.

Hoe moeten we Schiffs opmerking ‘For help with a political campaign?’ opvatten? Het lijkt terug te slaan op president Trump die vuile zaak maakte met het Kremlin en met behulp van de Russen de Democratische presidentskandidaat Joe Biden via Oekraine vanwege binnenlandse partijpolitieke redenen in een kwaad daglicht probeerde te stellen. Wat mislukte en als een boemerang terugsloeg op Trump met de impeachment procedure tot gevolg. Maar de schending door de Russische Federatie van het Boedapest Memorandum dateert uit 2014 en voor de uitblijvende reactie en het niet nakomen van de garantie in de vorm van een Amerikaanse handtekening onder het memorandum is president Obama verantwoordelijk. Hij bleef in 2014 en in de jaren daarvoor toen hij de Russen had moeten waarschuwen niet de rode lijn van de bezetting van de Krim te overschrijden op zijn handen zitten. Ja, de VS braken hun woord. Maar niet alleen onder Trump.

Wildgroei van de ‘Dag van’

Er zijn soorten dagen. Zo is er de heiligenkalender van de Rooms-katholieke kerk. Op 15 oktober wordt Theresia van Ávila herdacht. Instituties kunnen blijkbaar de verleiding niet weerstaan om hun eigen dag in te stellen. De VN heeft de ‘Internationale Dagen’, in een geglobaliseerde wereld is dat het nieuwe normaal. Op 15 oktober is het ook de ‘Internationale  Dag van de Plattelandsvrouwen’. Of: van de boerin. Maar het is ook ‘Global Handwashing Day’. Een initiatief van het Global Handwashing Partnership. Een van de stichters is de Amerikaanse multinational Colgate-Palmolive dat geen misverstand laat bestaan over zakelijke overwegingen: ‘because it makes good business sense. Twee multinationals die verzorgingsproducten maken, Proctor & Gamble en Unilever zitten ook in de stuurgroep die de Global Handwashing Day organiseert. De Wereld Blinden Unie heeft 15 oktober uitgeroepen tot de ‘Internationale Dag van de Witte Stok’. Site FijneDagVan die is opgericht door drie vrienden met een fascinatie voor de Dagen Van geeft een nuttig overzicht. Helaas kan het de wildgroei niet bijbenen. Zo ontbreekt Breast Health Day die ook (al) op 15 oktober plaatsvindt.

Iedereen kan een ‘Dag van’ instellen. Ze zijn niet beschermd. Ideëel of commercieel, het maakt niet uit. We moeten onze schouders er maar over ophalen, en niet te veel betekenis aan hechten. Marketing, publiciteit, fondsenwerving, bewustwording of profilering, elke dag weer. De wildgroei in de ‘Dag van’ is de weerslag van onze uiteenlopende interesses, deelbelangen en perspectieven. Wanneer is het eigenlijk Dag van de dag van?

Foto: Schermafbeelding van zoekopdracht ‘dag van de’ op Google, 15 oktober 2019.

Russische ambassadeur bij de EU zegt onbevangen naar het MH17-onderzoek te kijken. En zet misleiding en afleiding in

Laten we het eens van de menselijke kant bekijken. Vladimir A.Chizhov is een carrièrediplomaat van de Russische Federatie en sinds 2010 de permanente vertegenwoordiger van zijn land bij de EU. Hij reageert op de nieuwste onthullingen in een persconferentie van 19 juni 2019 door het JIT en het optreden van het OM inzake het neerschieten van de MH17 op 17 juli 2014 boven Oost-Oekraïne. Ambassadeur Chizhov doet aan schadebeperking. Hij oogt eerder als een lobbes dan een pitbull. Zijn optreden is voorspelbaar. Hij valt de zwakke schakel Maleisië aan. Premier Mahathir Mohamad van dat land heeft met de VS als met Australië een instabielere verhouding dan Maleisië met beide landen heeft. Mahathir Mohamad heeft kritiek op het feit dat het JIT geen bewijs heeft overlegd in de persconferentie en dat is een redelijk kritiekpunt. Ofschoon het OM bij monde van Fred Westerbeke toelichtte dat dit in maart 2020 in de rechtszaak in Den Haag aan de orde komt. Daarnaast presenteerde de persconferentie onderliggend bewijs, zoals telefoontaps in een aannemelijk scenario. Maar de premier houdt geen rekening met de tot nu toe verzamelde bewijzen als hij zegt dat de Russische Federatie een zondebok is en het aanwijzen van de Russische Federatie als dader ingegeven wordt door politieke motieven. Hiermee gaat Mohamed voorbij aan de feiten. Chizhov trekt met Mohamed zijn sterkste troef. Is hij mogelijk door het Kremlin met het doel om de eenheid te verbreken als ‘asset’ geworven?

De rest van wat Chizhov zegt is weerlegde Russische desinformatie. De diplomaat weet dat hij onzin moet verkopen om de kwetsbare positie van het Kremlin te verdedigen. Hij slachtoffert zichzelf professioneel naar de slachtbank. De ambassadeur weet dat zijn optreden alleen al vraagtekens oproept. Als zoals hij beweert de Russische Federatie niets met het neerschieten van de MH17 te maken heeft, waarom mengen hij en zijn land zich dan vanaf de eerste dag na het neerschieten van dit verkeersvliegtuig in het debat over de MH17?

Dat alleen al geeft de betrokkenheid van de Russische Federatie aan. Dat het land geen partner in het onderzoek is en Oekraïne wel volgt uit de toepassing van de internationale ICAO regels. Artikel 26 van de Convention on International Civil Aviation (ICAO) noch Bijlage 13 (Aircraft Accident and Incident Investigation) geven een reden om de Russische Federatie deelnemer aan het onderzoek te maken. Het is onjuist zoals Chirkov suggereert dat zijn land in het onderzoek wordt gepasseerd. Het heeft in het onderzoek geen formele rol en is geen betrokken land volgens de ICAO-regels, maar een buitenstaander. Dat de ambassadeur net doet alsof hij dat niet begrijpt beschadigt zijn geloofwaardigheid. Het is een beklagenswaardige positie. Het is overigens onbegrijpelijk dat JIT en OM dat niet beter uitleggen aan het publiek. Mijn reactie bij de video:

The ambassador appears more silly than he is and thereby affects his credibility and that of the state he represents. The Kremlin denies having been involved in the crash of the MH17 for almost 5 years, but does not behave like an outsider in practice. It demands a formal role in the investigation. This is a strange and absurd reaction from the Kremlin because it knows that according to the rules of ICAO (= UN) the Russian Federation is not formally a party. Ukraine is and that is why it is part of the JIT.

The crash was not on or above the territory of the Russian Federation, the plane was not Russian and there were no Russian casualties. That makes the Russian Federation officially not a party to the investigation.

However, as the JIT has repeatedly said (and asked to the Russians), any outsider can provide information if it thinks it is relevant to the investigation. In the Dutch Safety Board reports on the cause of the crash of the MH17, the Russians also provided numerous remarks and additions that were also published.

Het gebazel en de desinformatie van Baudet op publieke omroep roept de vraag op of journalisten op hun taak zijn voorbereid

Als ik televisiepresentator Rick Nieman zie sputteren en zenuwachtig zie lachen, dan moet ik denken aan vroeger. Is die vergelijking eerlijk? Aan het oude VN met intellectuelen als Martin van Amerongen en Joop van Tijn of aan journalisten als Harry van Wijnen, Laurens ten Cate, W.L. Brugsma en Anton Constandse die niet bang waren voor de politici zoals de huidige journalistieke lichtgewichten, maar voor wie de politici juist bang waren. Of dat ligt aan het gebrek aan academische vorming van de huidige generatie journalisten is de vraag. De politiek is ook veranderd door de macht van de voorlichters en de dwang van de mediamarkt.

Feit is dat intellectueel gevormde journalisten die nog steeds bestaan nu als part-timers worden weggestopt in columns, terwijl ze vroeger continu de hoofdredactionele commentaren, verslaggeving of interviews voor hun rekening namen. De televisie lijkt het afvalputje van de journalistiek te zijn geworden zoals dit voorbeeld aantoont. Het is recycling van oude meningen, niet interessant om er nieuwe ideeën op te doen. Of het moet de boutade van onze pseudo-intellectueel zijn die ruim baan krijgt om zijn nepnieuws te verspreiden en meent dat het fascisme links is. De publieke omroep komt uit de kast als verspreider van desinformatie.

Kan Villamedia of een opleiding journalistiek aan dit aspect van de tekortschietende intellectuele verdieping van journalisten niet eens een symposium wijden? Journalistiek als HBO-opleiding is prima voor de dunne sportjournalistiek of de berichtgeving over BN’ers, maar schiet schromelijk tekort als het over kunst, filosofie, politiek of wetenschap gaat en er intellectuele vorming, journalistiek vakmanschap én moed worden gevraagd.

Tamar de Waal legt uit wat er misgaat in ons politieke debat

Het is zo simpel wat rechtsfilosoof Tamar de Waal zegt. De rechtstaat, de grondrechten, de fundamentele waarden behoren centraal te staan in het politieke debat van een volwassen democratie. Het gaat er niet om waar iemand vandaan komt, maar wat iemand op dit moment aan fundamentele waarden onderschrijft. Dit betoog is een begin, maar nog niet het einde. Want wat te doen met degenen die bewust en doelgericht de fundamentele waarden niet onderschrijven? Kunnen die getolereerd worden? Maar wat als dat oploopt tot 5, 15 of 50% van de inwoners? Dat zou het politieke debat pas echt op scherp zetten, terwijl het nu smoort in verdeeldheid, heethoofdigheid, verwarring, misverstand en schijntegenstellingen, en nooit goed van de grond komt. Eén politieke debat bestaat in Nederland feitelijk niet. Dat heeft voordelen die niet onderschat moeten worden. Maar de nadelen ervan worden door De Waal helder uiteengezet. En dat mag ook wel eens gebeuren.

Bevestigt een goedbedoelde tentoonstelling in Dordrecht over gevluchte lhbti’ers stereotyperingen over zwarte Afrikanen of niet?

Tot 24 maart zijn in Dordrecht op de tentoonstelling ‘No land for love’ in een pand op de Spuiboulevard 4 ‘beelden van gips en glas te zien van lhbti-asielzoekers die naar Nederland vluchtten’, aldus een bericht van RTV Dordrecht. Maker is Marcel Joosen. De expositie is onderdeel van de ‘Roze Ode aan de Synode‘: vrijdag vindt in de Grote Kerk een congres plaats over de verhouding tussen religieuze instellingen en LHBTI’ers.

Vraag is of de tentoonstelling stereotyperingen over zwarte Afrikanen bevestigt of niet. Ik kan hierover geen uitspraak doen omdat ik de tentoonstelling niet heb gezien, maar de video doet me sterk de wenkbrauwen fronsen over het getoonde. Het doet me denken aan de kritiek die onlangs ontstond bij het heropende en herbouwde Afrika Museum in het Belgische Tervuren. Zie hier mijn commentaar daarover. Weliswaar ging die kritiek over ‘koloniale propaganda’ die het museum zou goedpraten en directeur Guido Gryseels ontkende. Hij zei zich verkeerd begrepen te hebben, en meende het goede te doen. Maar iets wat goedbedoeld is, kan toch voor sommigen goed verkeerd uitpakken. Dat lijkt de overeenkomst met de tentoonstelling in Dordrecht.

Foto: Impressie van de tentoonstelling ‘No land for love’ met beelden van Marcel Joosen in berichtTentoonstelling in teken van gevluchtte lhbti’ers’ van RTV Dordrecht, 14 maart 2019.

VN-werkgroep heeft harde kritiek op België en het Afrika Museum

Op 17 januari 2013 schreven leden namens vier VN-organen (Werkgroep van mensen van Afrikaanse afkomst; de speciale rapporteur van culturele rechten; de onafhankelijke expert van minderhedenkwesties; en de speciale rapporteur over hedendaagse vormen van racisme, raciale discriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante intolerantie) een brief naar de Nederlandse regering om de feiten en het anti-racisme beleid te checken. Ze zeiden ervan op de hoogte te zijn gebracht dat ‘de Nederlandse viering van Zwarte Piet elk jaar deel is van het Sinterklaasfeest en voorafgaat aan en de viering van de kerstman begeleidt’. Zwarte Piet zou racistische stereotyperen bevestigen. De afloop is bekend, de Nederlandse regering ondernam actie en zette een programma in werking waarin de stereotyperingen geleidelijk werden ontdaan van hun ergste racistische kenmerken. Eind goed, al goed, hoewel dat door velen in het Nederlandse debat anders wordt ervaren.

Afgelopen week bezocht de Werkgroep van mensen van Afrikaanse afkomst (‘Working Group of Experts on People of African Descent‘) België. Met andere leden dan in 2013. In een persverklaring van 11 februari 2019 komt het met een lijst van 74 opmerkingen waarvan enkele pittig zijn. De werkgroep constateert binnenlandse racistische discriminatie (‘racial discrimination is endemic’) aldus de inleiding van een verklaring over de eigen werkwijze. In september 2019 volgt een eindrapport. Het verschil met de brief uit 2013 die aan Nederland was gericht en diende om de feiten te checken en de Nederlandse regering een mogelijkheid tot antwoord gaf is dat de toon van de persverklaring harder is. Dat heeft in de Belgische samenleving tot felle reacties geleid.

Zoals bovenstaand artikel in Het Nieuwsblad verduidelijkt voelt directeur Guido Gryseels van het pas heropende en herbouwde Afrika Museum in Tervuren zich verkeerd begrepen. In de persverklaring noemt de werkgroep het Afrika Museum, ofwel Royal Museum for Central Africa (RMCA) op twee plekken. De werkgroep geeft aan dat het beseft dat het Afrika Museum wel heeft geprobeerd om het koloniale perspectief te verbreden door opname van kritiek daarop, maar daar slecht in zou zijn geslaagd omdat het daarin niet ver genoeg is gegaan. De werkgroep meent dat het van belang is dat het museum ‘alle koloniale propaganda’ verwijdert en de wreedheden van Belgische koloniale verleden nauwkeurig presenteert.

Directeur Guido Gryseels ontkent de aantijgingen en meent dat die ‘koloniale propaganda’ tot het erfgoed behoort en daarom getoond moet worden. Dat het daarom niet voor de hand ligt om die objecten te verwijderen, des te meer omdat het museum ze volgens hem wel van een context, een kritische bijsluiter heeft voorzien. Dit verschil van mening lijkt terug te voeren tot een verschil in perspectief én taakopvatting tussen mensenrechtenactivisten en museale of erfgoed-specialisten. Hun werelden zijn zo verschillend dat ze elkaar niet begrijpen. Daarnaast wijzen beide partijen ook op een geleidelijk proces dat nog in ontwikkeling is en de oplossing in zich draagt. Net als bij het Zwarte Piet-debat in Nederland. Verschillen zijn overbrugbaar.

Punt 13 uit de verklaring roept vragen over de onderbouwing van de werkgroep op: ‘Het maatschappelijk middenveld meldde gemeenschappelijke uitingen van rassendiscriminatie, xenofobie, Afrofobie en daaraan gerelateerde onverdraagzaamheid waarmee mensen van Afrikaanse afkomst worden geconfronteerd. De grondoorzaken van de hedendaagse mensenrechtenschendingen liggen in het gebrek aan erkenning van de ware omvang van geweld en onrechtvaardigheid van kolonisatie.’ Dat er racisme jegens donkergekleurde mensen in België voorkomt leidt geen twijfel en moet door regeringsbeleid aangepakt worden. Vraag is of de werkgroep de oorzaak ervan juist ziet, dientengevolge wel tot de goede aanbevelingen komt en niet blijft hangen in een denkfout. Want het is de vraag of de samenhang tussen racisme en kolonialisme zo is dat racisme altijd voortkomt uit kolonialisme. Het koppelt namelijk slachtoffers van racisme in alle gevallen aan kolonialisme. Dat kan niet de bedoeling van de werkgroep zijn, maar komt zo toch in de beeldvorming over.

De werkgroep verbindt al het racisme jegens mensen van Afrikaanse herkomst in België aan het Belgische kolonialisme in Afrika. Dat is een lastig te verdedigen standpunt. Een kolonialisme dat in de jaren ’60 van de vorige eeuw met een klap eindigde, weliswaar achter de schermen economisch en politiek nog tientallen jaren voortduurde, maar toch in de Belgische samenleving al meer dan 50 jaar een taboe-onderwerp is. In die zin heeft de werkgroep gelijk dat er volop winst te halen is door bewustwording van de bevolking over de nadelen en wreedheden van het kolonialisme. De paradox is dat de bewustwording inzichtelijk kan worden gemaakt met de voorbeelden die in het Afrika Museum in Tervuren worden getoond. Maar evengoed kan verdedigd worden dat de beste methode om het racisme te bestrijden er juist in bestaat om het los te koppelen van het historisch kolonialisme doordat dit laatste een te beperkt perspectief biedt op het hedendaagse racisme. Zo’n koloniale invalshoek verklaart actuele culturele, sociale en economische ontwikkelingen onvoldoende.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVN heeft zware kritiek op vernieuwd AfricaMuseum: “Alle racistische beelden moeten verdwijnen”’ in Het Nieuwsblad, 12 februari 2019.

Foto 2, 3 en 4: Fragmenten uit de persverklaring (‘Statement to the media by the United Nations Working Group of Experts on People of African Descent, on the conclusion of its official visit to Belgium, 4-11 February 2019′) van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, 11 februari 2019.

Wat te vinden van het Marrakesh Pact? Politiek noch media geven onpartijdig en volledig antwoord

Ik kan het gemist hebben, maar op sociale media en online versies van nieuwsmedia heb ik geen onpartijdig, objectief en volledig verslag met opsomming van de voor-en nadelen over het ‘Mondiale pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking‘ ofwel het Marrakesh Pact kunnen vinden. Het is zelfs als lastig om daar verwijzingen naar de oorspronkelijk tekst te vinden. In België dreigt er een regering over te vallen en in Nederland profileren radicaal-rechtse partijen zich ermee.

Wat zijn nou de feiten voor de nieuwsconsument aan de hand waarvan die zich een mening kan vormen? Is het pact juridisch bindend of niet-bindend? Maakt het pact een onderscheid tussen politieke vluchtelingen en economische migranten? Hoe zit het met de bescherming van migranten die door Europese landen worden teruggestuurd naar dictatoriale landen? Zo wordt het ongemak over het pact het ongemak over de journalistiek dat zich óf de ene of de andere kant uit laat sturen óf uit onvermogen maar helemaal zwijgt.

Het debat bij DW English is een voorbeeld van de partijdigheid. Het panel lijkt te eenzijdig pro-pact samengesteld om objectief te zijn. Nadelen komen onvoldoende over het voetlicht. Maar met tegenstanders erbij dreigt het debat met oneliners en alternatieve waarheden verstoord te worden. Ook over het verslag van VRT Nieuws twijfel ik of het onpartijdig is. Ik blijf met twee vragen zitten: wat moet ik van het pact vinden en waarom kunnen de media er geen onpartijdig, inzichtelijk en volledig verslag van geven? Dat brengt me op de vraag waarom de burger niet serieus wordt genomen door de politiek en als nieuwsconsument door de media.

Intolerantie van radicaal-links en veroordeling via sociale media. Waarom reageert de #MeToo-beweging zo fel op Ian Buruma?

De Nederlands-Amerikaanse publicist Ian Buruma voelde zich gedwongen om vanwege negatieve publiciteit op sociale media ontslag te nemen als hoofdredacteur van de New York Review of Books. Dit vanwege de plaatsing van een essay van de Canadese muzikant, schrijver en voormalige radiopresentator Jian Ghomeshi in een themanummer over #MeToo-daders die niet door de justitie maar door sociale media zijn veroordeeld. In 2016 werd hij vrijgesproken van aanranding in een rechtszaak. In een artikel in VN noemt Ian Buruma het ‘intimidatie in de sociale media en door de universiteitspers.’ Hij geeft overigens toe dat het aankaarten van een gevoelig thema als #MeToo ‘door iemand die is beschuldigd van vrouwenmishandeling niet de ideale vorm om dat thema mee aan te kaarten’ is. Een interview met Buruma in Slate riep bij HuffPost’s Lydia Polgreen in een tweet nog meer woede op dan het artikel van Ghomeshi, zo liet ze weten. De ironie is dat Buruma nu ook zonder tussenkomst van justitie door sociale media wordt veroordeeld en zijn functie verliest.

Hier is overduidelijk een cultuurstrijd aan de gang tussen radicaal-links en humanistisch-progressief waarvan Buruma een vertegenwoordiger is. Opinieleiders en nieuwsmedia kiezen partij en spreken zich uit. Brendan O’Neill van Spiked ziet Buruma als slachtoffer van wat hij het seksuele McCartyisme van de #MeToo-beweging noemt. In de #MeToo-beweging  ziet O’Neill onderhand meer wraak, censuur en hysterie, dan gerechtigheid.

De kwestie #MeToo-Buruma komt op een politiek gevoelig moment met de beschuldiging van Dr. Christine Blasey Ford van een poging tot verkrachting begin jaren ’80 door kandidaat-opperrechter Brett Kavanaugh. De Republikeinen in de Senaat willen hem zo snel mogelijk en zonder FBI-onderzoek van Fords aantijgingen in het Supreme Court benoemen. Een benoeming voor het leven die de politiek en cultuur van de VS voor decennia in conservatieve richting kan doen kantelen terwijl het land zelf progressiever wordt. Onder meer de herroeping van het belangrijke arrest Roe vs Wade (1973) over abortus lijkt in gevaar. Er wordt sterk vermoed dat Kavanaugh het ongrondwettelijk verklaren van een federaal verbod op abortus wil helpen herroepen.

De kwestie Buruma is uiteindelijk een vraag over doel en middelen. Waarom richten radicaal-linkse actievoerders van de #MeToo-beweging zich op dit moment zo fel tegen Buruma, terwijl de toekomst van de VS met de tussentijdse verkiezingen van november en de dreigende benoeming van Kavanaugh op het spel staat? Er valt weinig berekening en politiek realisme in te ontdekken, maar wel veel onbesuisdheid en emotie.