De duistere zijde van een cabaretrecensie. Ivo Nieuwenhuis verwart (identiteits)politiek en wensdenken met humor en meningsuiting

Laat ik vooropstellen dat ik weinig met Nederlands cabaret heb (dat is eufemistisch uitgedrukt), zoals ik ook niets met dominees heb. Maar nog minder heb ik met recensenten die artikelen over de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting schrijven met in de kop het woord fatsoen. Zoals Ivo Nieuwenhuis in Trouw: ‘Moeten witte grappenmakers een stapje terug doen of is fatsoen voor buiten het theater?’ Ik zou zeggen, vooral de recensent die zoiets beweert moet een stapje terug doen.

Nieuwenhuis’ verwijzing naar fatsoen is om verschillende redenen ongelukkig, maar ook verhelderend omdat hij ermee uit de kast komt als een moralist. Naast het feit dat het de meningsuiting inperkt en vrijheid vervangt door burgerlijkheid is het ook eens hoogst subjectief begrip waarvan de interpretatie niet bij voorbaat vaststaat. Goede smaak, fatsoen of goede zeden is niet meer dan een normatieve opvatting van een specifieke sociale klasse waar Nieuwenhuis zich tot vertegenwoordiger van maakt.

Cabaret is amusement en geen kunst. Of kleinkunst. Maar ook amusement moet vrijheid van meningsuiting kennen. De verschijningsvorm van cabaret is eerder ironie dan humor. Het verschil daartussen is dat teksten of liedjes verhuld en ingekleed zijn en de toeschouwer ruimte laat om te betekenis ruim op te vatten. Daarom moet men oppassen met de interpretatie van cabaret. Humor is eenduidiger, rechtstreekser en bijtender.

Nieuwenhuis voedt zijn betoog met voorbeelden uit de identiteitspolitiek. Vanuit de neiging om te oordelen komt hij op voor specifieke sociale groepen. Hij vindt dat ze vanuit een positie van onmacht onrecht worden aangedaan. Dat is een verdedigbaar standpunt, maar zegt toch vooral iets over Nieuwenhuis’ gedachtengang over een situatie die hij schadelijk en ongewenst acht en graag veranderd zou willen zien.

Uiteraard is het aan de politiek en niet aan het cabaret om zo’n situatie te veranderen waarvan Nieuwenhuis meent dat die ongewenst is. Cabaret geeft er commentaar op, maar is geen beleidsmaker en moet daarom ook niet als zodanig beoordeeld worden. Juist door de indirecte, ironische opzet van cabaret in een gedramatiseerde als/dan-situatie onderscheidt ook een politiek aandoend betoog van iemand als Theo Maassen of Hans Teeuwen zich fundamenteel van een politiek betoog dat die dubbelzinnigheid mist.

Nieuwenhuis heeft vooral moeite met humor (dat hij als een andere term voor cabaret hanteert) die niet naar boven, maar naar beneden trapt. Dus niet naar ministers en popsterren, maar naar ‘vrouwen die niet kunnen autorijden en homo’s die zich verwijfd gedragen’, zoals hij het uitlegt. Zo laat Nieuwenhuis zijn oordeel over een gewenste politieke situatie zijn oordeel over de toelaatbaarheid van, en de grenzen aan cabaret bepalen.

Nieuwenhuis stelt voorwaarden aan cabaret waarbij hij het in zijn denkraam inperkt en onmachtig maakt. Zijn betoog dat een ‘essay’ wordt genoemd lijkt veelzijdig, maar is zo regulatief dat het in strijd komt met waar meningsuiting of cabaret voor staat. Namelijk een vorm van vermaak die op een ironische wijze zonder de cabaretier, de macht of de onmacht te sparen doorgaans dubbelzinnig commentaar geeft op de wereld.

Nieuwenhuis stelt terecht dat humor nooit onschuldig is, dat het slachtoffers maakt en dat die slachtoffers niet zelden in de hoek zitten waar ook buiten humor om de zwaarste klappen vallen. Dat laatste kan echter het cabaret niet verweten worden. Hij verwijt cabaretiers die zich richten op degenen die in de samenleving de zwaarste klappen krijgen geen oprechte betrokkenheid bij de ­samenleving te hebben. Dat is een ongegronde uitspraak die vooral ontspringt aan Nieuwenhuis’ wereldbeeld en opvatting van identiteitspolitiek.

Nieuwenhuis besluit zijn essay met de conclusie dat omwille van de gelijkheid de ‘leden van dominante sociale groepen soms een stapje terug moeten doen’. Dat is een griezelige opvatting die voorbijgaat aan de functie van spot die mede dient als uitlaatklep én signaal voor ongenoegen. Maar wat erger is, ermee vermengt hij zijn politieke denken met een maatschappelijke ontwikkeling. Het realiseren van emancipatie en gelijkstelling van recessieve sociale groepen behoort tot het domein van de politiek en niet tot dat van het cabaret.

Nieuwenhuis draait oorzaak en gevolg om. Hij spant het paard achter de wagen. Hoe potsierlijk zijn mening is blijkt als men dat toepast op andere sectoren, zoals religie, krijgsmacht, industrie of koningshuis. Moeten bisschoppen, generaals, CEO’s of staatshoofden vrijwillig een stapje terug doen omwille van de gelijkheid? Dat zullen ze uit zichzelf niet doen, en daarom is het evenmin proportioneel om dat van het cabaret te eisen.

In een reactie op Nieuwenhuis’ artikel weerspreekt cabaretier Micha Wertheim diens beweringen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe duistere zijde van humorMoeten witte grappenmakers een stapje terug doen of is fatsoen voor buiten het theater?’ van Ivo Nieuwenhuis in Trouw, 3 oktober 2020.

Antwoord aan Fidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, gedijt het vrije woord

Journalist Fidan Ekiz plaatste op de rechts-radicale site TPO het opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’. Aanleiding is de kwestie Johan Derksen en zijn recht om in het programma VI verkeerde grappen te maken met een racistische ondertoon. Met Ekiz ben ik het over dit onderwerp hartgrondig oneens. Ik vermoed dat ze een denkfout maakt en in de verkeerde stelling blijft hangen. Ik betwist het recht van Derksen niet, maar zet daar het recht naast om hem te kritiseren. Dat is een opvatting waar meningen kunnen botsen en waarbij alle middelen uit de kast kunnen worden gehaald. Inclusief een oproep tot een boycot van adverteerders aan een commercieel programma. Ekiz  heeft trouwens veel woorden nodig om iets simpels te zeggen. Daarnaast haalt ze er van alles bij dat haar betoog eerder vertroebelt dan verheldert. Dat geeft geen vertrouwen in de houdbaarheid van haar denkbeelden.

Het debat gaat erover wat de publieke opinie is en hoe die werkt. Dat doorgedacht valt het nog ruimer op te vatten. Het gaat er in de kern over wat de samenleving is. Kan een sponsor van een commerciële omroep met verwijzing naar een politiek doel door een publieksactie opgeroepen worden om afstand te nemen van een programma? Zijn dat achterbakse streken of is dat een toelaatbaar middel om in de openbaarheid politiek te bedrijven? Ik vermoed het laatste.

Een voorbeeld maakt dat wellicht duidelijk. Op dit moment speelt de vrees in de VS dat president Trump oneigenlijke middelen in zal zetten om de verkiezingen van november 2020 te verstoren. Hij ligt ver achter in de peilingen. Naast de optie van het beginnen van een oorlog ter afleiding is er een breed programma van kiezersonderdrukking dat ervoor moet zorgen dat kiezers die op Joe Biden willen stemmen ontmoedigd worden om naar de stembus te gaan. Dat gebeurde ook in 2016. Daarom worden nu bedrijven door Democraten onder druk gezet om zich uit te spreken voor eerlijke verkiezingen. Zo wordt het in Georgia machtige Coca-Cola onder druk gezet door activisten om op hun beurt het Republikeinse bestuur van de staat onder druk te zetten om te zorgen voor eerlijke verkiezingen. Ook voor de eigen werknemers.

Het gaat dus over de bandbreedte van het publieke debat. Waar moet dat getrokken worden? Dit leert dat de grenzen van een open en weerbare democratie mede bepaald worden door de opvatting van politieke cultuur en de werking van de samenleving. De media zijn daar een integraal onderdeel van. Ofwel, is politiek alleen ‘politiek’ in enge zin of moet dat ruimer opgevat worden? Dit gaat over de emancipatie van de deelnemers aan het publieke debat. En omgekeerd over de dominantie van opinieleiders die anderen het recht op een open debat ontzeggen.

Daar komt het meningsverschil over het onder druk zetten van sponsors van het programma VI van Talpa op neer. Het gaat niet over Boomsma of Derksen. Zij zijn de toevallige passanten in dit verhaal. Ekiz neemt het te nauw als ze zegt dat het vrije woord eindigt waar de oproep tot een boycot begint. Dat geldt alleen binnen haar enge perspectief. De oproep tot een boycot kan evengoed opgevat worden als de ultieme werking van een levende democratie waar het vrije woord als nooit tevoren bloeit. Zonder beperkingen en taboes.

Tegenstanders van een boycot zoals Youp van ’t Hek die Arie Boomsma persoonlijk aanvielen houden het misverstand in de lucht dat er in de afgelopen jaren nooit oproepen waren om de adverteerders van VI tot een boycot te bewegen. Zodat ze het indirect kunnen koppelen aan het zogenaamde radicalisme van de BLM-beweging. Ook die framing is onjuist. De boycot van VI is een terugkerend onderwerp. Zo vroegen belangengroepen als het COC en TNN (Transgender Netwerk Nederland) in februari 2018 aan de toenmalige sponsors Heineken, Gillette en Toto van de omroep RTL die toen het programma VI uitzond om hun medewerking aan dat programma te stoppen.

De radicalisering in de programmering van VI volgt direct uit het commercieel belang. Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en de omroep die het uitzendt rechtstreeks te verzwakken. Via een oproep tot een advertentieboycot dus. Zoals in Georgia alleen het machtige Coca-Cola het bestuur van de staat onder druk kan zetten. Dat past perfect binnen de publieke opinie. De oproep tot een boycot is een directe vertaling van het vrije woord en een toelaatbaar middel om het publieke debat te voeren. Ekiz heeft een te beperkte opvatting van wat de democratie, het publieke debat en de vrijheid van meningsuiting zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’ op TPO, 2 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarCOC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken’ van George Knight, 4 februari 2018.

Carnavalskraker ‘Blijf met je poten van mijn cultuur’ volgt met dubbele ironie de ‘talking points’ van radicaal rechts

Dat is even wennen, de carnavalskraker ‘Blijf met je poten van mijn cultuur’ van Theatergroep Piepschuim uit Nijmegen. Zelf noemen ze het ironie, zelfs dubbele ironie, wat dat ook mag zijn. Is tweemaal ironie niet gewoon geen ironie? Ironie wordt niet altijd begrepen. De ironie of dubbele ironie van Theatergroep Piepschuim valt lastig te duiden. Onder de dekmantel van dubbele ironie kunnen de meest reactionaire meningen verkondigd worden. Het is leutig. Carnaval, het feest van spot en omgekeerde conventies. LOL.

Piepschuim volgt politieke radicalen die de grenzen van het betamelijke oprekken en als ze daar kritiek op krijgen zeggen dat het humor is. Hahaha. Niet toevallig is dat Piepschuim de talking points van radicaal rechts kopieert. Zonder enige kritiek daarop. Maar met dubbele ironie. Domheid en gemakzucht passen binnen onze opvatting over vrijheid. Met humor heeft het weinig te maken. Het is flauwer dan plat. Dat is pas echt jammer.

Aantrekkelijke tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ in Utrecht

Bij uitzondering verwijs ik graag naar de tentoonstellingDutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ in de Utrechtse Academiegalerij (AG). Het is een kleine groepstentoonstelling met 18 kunstenaars: Fredie Beckmans, Maarten Bel, Jacques Blommestijn, Jan Dirk van der Burg, Joost Elschot, Martijn Engelbregt, Bas Fontein, Jeroen Jongeleen, Joanneke Meester, Peter Morrens, Steven de Peven, Niels Post, GUMMBAH & Chantal Rens, Helmut Smits, Lily van der Stokker, SSSSSST, Bas van Wieringen en Luuk Wilmering. AG is een presentatieruimte van de HKU, de tentoonstelling is samengesteld door Bas Fontein, die ook docent aan de HKU te Utrecht is.

Thema is tekst en humor. Dat opent de mogelijkheid om op terloopse wijze kritiek te geven op samenleving of kunstwereld. De verwachting van de bezoeker wordt op de proef gesteld. De werken kunnen goed de concurrentie aan en versterken elkaar. De lichtzinnigheid is doordacht. Dat is de verdienste van curator Bas Fontein. De tentoonstelling is plezierig om in te verblijven door de verwijzingen en de sfeer die het oproept. De vraag die bij kunstpresentaties vaak opgeroepen wordt, namelijk wat de urgentie ervan is en waarom iets in hemelsnaam aan een publiek getoond moet worden blijft achterwege. De noodzaak spreekt voor zichzelf.

Prettig aan de tentoonstelling is de achteloze tijdloosheid ervan. Welk jaar is het eigenlijk? De kunstenaars laten zich niet vangen in de waan van de dag of gek maken door pretenties, verwachtingen of de dwang van de kunstmarkt voor hun carrière. Ze doen gewoon hun ding. Juist dat gewone en ongepolijste is ongewoon.  De humor is die van de glimlach, er hoeft niet geschaterd te worden. De teksten zetten ons op een spoor dat ons meevoert naar de ooghoogte van het kind of de kunstenaar die iets in petto had en dat nu speciaal voor de bezoeker vrijgeeft. Als een mooi cadeautje, een extraatje van het leven. Vederlicht is het niet, zwaarmoedig evenmin. In een vleugje weemoed is voorzien, maar erger dan het verlangen naar betere tijden wordt het niet.

Foto 1: Toelichting bij tentoonstellingDutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’.

Foto 2: Werk van Jacques Blommestijn op tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ (eigen foto).

Foto 3: Overzicht van tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ (eigen foto).

Foto 4: Werk van Niels Post op tentoonstelling ‘Dutch Art with Text & Humor? NO THANKS!’ (eigen foto).

Misverstanden over de invloed van media bij homogeweld: ‘Ellie aan de verkeerde kant’ en Johan Derksen

Naar aanleiding van de aflevering van 29 juli 2019 van ‘Ellie aan de verkeerde kant’ (AVROTROS) van Ellie Lust is een debat op Twitter ontstaan. ‘Uitgescholden, bespuugd of zelfs zwaar mishandeld worden vanwege je geaardheid. Het is van alle tijden en ook anno 2019 worden LHTBI-ers in Nederland ermee geconfronteerd’ zegt de toelichting. Hierboven enkele reacties. Het is een debat tussen doven.

Kop-van-jut is programmamaker en voetbal-analist Johan Derksen. Lust spreekt hem aan op uitspraken van hem en zijn panelgenoten in het programma Veronica Inside (VI) van John de Mols Talpa. De mannen van VI zouden zich bezondigen aan homofobe grappen. Derksen meent dat homo’s van zich af moeten bijten en niet te zielig moeten doen. Hij karakteriseert de homoscene als ‘huilerig’ en vindt dat het in de slachtofferrol kruipt. Hij stelt expliciet dat dat zijn mening is. Derksen veroordeelt het geweld tegen homo’s.

Hoe kan een debat tussen mensen die homogeweld veroordelen zo ontsporen? Er is om te beginnen het misverstand over de invloed van de media dat door critici van Derksen als groot wordt ingeschat. De paradox is dat ze door hem aan te vallen zijn stem gewicht geven dat het niet heeft. Advocaat Sidney Smeets maakt het bont. Hij legt een direct verband tussen de homofobe grappen van mediapersoonlijkheden als Johan Derksen en het uitschelden op straat van homo’s. Smeets meent dat het eerste uit het laatste volgt omdat Derksen mede verantwoordelijk is voor de normalisering van geweld tegen homo’s door de grappen erover. Maar dat is een bewering uit het ongerede. Smeets heeft daarnaar geen onderzoek gedaan, is geen mediadeskundige en verwijst evenmin naar onderzoeken hierover. Het is onduidelijk vanuit welke expertise Smeets meent Derksen te kunnen veroordelen. Zo smoort de kritiek op Derksen in een welles-nietes discussie.

Het geschil valt te herleiden tot identiteitspolitiek. Wikipedia omschrijft dat zo: ‘Identiteitspolitiek is het bedrijven van politiek vanuit de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht’. Terwijl Derksen redeneert vanuit het standpunt van het individu die voor zichzelf opkomt, redeneren zijn critici vanuit het standpunt van de groep die aan het emanciperen is en in dat proces de eigen groepsidentiteit wil versterken. Maar identiteitspolitiek heeft een nadeel, namelijk dat leden van de groep zich afzonderen in hun -overigens gerechtvaardigde- strijd. Risico is dat hierdoor positieve krachten die feitelijk hetzelfde nastreven op twee sporen rijden, verdeeld raken en energie besteden aan onderling gekissebis. In de VS openbaart zich die kloof in de Democratische partij die zo verzwakt wordt.

Is er dan helemaal niks verkeerd aan de homofobe en transfobe grappen van Derksen en zijn voetbalmaatjes? Dat is een kwestie van smaak. Over een voorloper van VI die door RTL uitgezonden werd schreef ik in 2018: ‘Slechte humor is immers ook humor’. Het is het platte amusement van een commerciële omroep die draait om winst en kijkcijfers. De verontwaardiging over Derksens uitspraken is een valkuil omdat het een sociaal probleem van homogeweld verkeerd framet. Derksen is geen (mede)oorzaak van homogeweld zoals Smeets suggereert, maar een BN’er die er lol aan beleeft om dat verschijnsel te exploiteren. Meer is het niet.

Foto: Schermafbeelding van tweets met de hashtag ‘#ellieaandeverkeerdekant’, 29-30 juli 2019.

Opvolgster Merkel toont op een carnavalbijeenkomst haar ware gezicht door grappen te maken over hipsters en transgenders

Update 10 februari 2020: De gedoodverfde opvolgster van kanselier Merkel Annegret Kramp-Karrenbauer heeft bekendgemaakt dat ze bij nader inzien geen leider van de CDU wil zijn. Als aanleiding wordt het debaacle in Thüringen gezien waaruit bleek dat Kramp-Karrenbauer weinig gezag in haar partij heeft. 

De opvolgster van kanselier Angela Merkel als partijleider van de CDU ligt onder vuur. Annegret Kramp-Karrenbauer (AKK) maakte op een carnavalbijeenkomst die op de publieke omroep SWR werd uitgezonden grappen ten koste van ‘latte macchiato‘ hipsters en mensen die niet in de traditionele man-vrouw indeling passen. Dat wordt door critici als weinig fijnzinnig en in lijn met actuele culturele ontwikkelingen gezien. Maar wat voor AKK schadelijker is dat ze partijen zoals De Groenen die ze in de toekomst wellicht nodig heeft om een coalitie te vormen tegen de haren instrijkt. De voorzichtigheid van Merkel lijkt ingewisseld voor de onbezonnenheid van AKK die haar conservatisme op een volkse manier uitvent. In de Duitse Bundestag is het in december 2018 mogelijk gemaakt dat mensen in officiële documenten kunnen kiezen voor de optie ‘intersex’ aldus een bericht van Politico. AKK zal er wel vanaf komen met het aanbieden van haar excuus en de uitspraak dat ze het niet zo bedoeld had, maar met deze domme uitspraken geeft ze tegenstanders volop munitie om haar onder vuur te nemen. Het zal bij kanselier Merkel en de top van de CDU vragen oproepen over AKK’s politieke handigheid en over haar kwaliteit om mensen te verbinden, zoals Merkel dat deed.

Jörg Maurer beoefent de kunst om kort te zijn

De Duitse auteur van misdaadverhalen Jörg Maurer beoefent in een sketch de kunst van het weglaten. Ofwel, de kunst om kort te zijn. Dit taalspel is een voortzetting van de stijloefeningen (Exercices de style) van de Franse auteur Raymond Queneau die in de jaren ’70 (vdve) door Rudy Kousbroek in Nederland geïntroduceerd werden. In Nederland was in die tijd Hugo Brandt Corstius, ofwel Battus een taalspeler in zijn Opperlandse taal en letterkunde. Maurer speelt het spel vol overgave en vindt de interviewster aan zijn zijde als ze concludeert dat het weglaten niet tot verlies heeft geleid en alles aanwezig is. Echt? Dan begeven we ons op het terrein van de kunst van het veinzen of nauwkeuriger gezegd, het net doen alsof het doen alsof geen doen alsof is. Spel. 

Opnieuw de lange tenen van de islam (3). Pakistan blokkeert sites. Vanwege ‘Godslastering’ en ‘kwetsen van gevoelens van moslims’

Vandaag kreeg ik onderstaand bericht per email van WordPress waarin het aangeeft dat op last van de Pakistaanse overheid een blogpost in Pakistan wordt geblokkeerd wegens blasfemie en het kwetsen van de gevoelens van moslims ‘rond Pakistan’.  Het gaat om het commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012 met bovenstaande cartoon. De actie van de Pakistaanse overheidsdienst Pakistan Telecommunication Authority (PTA) bevestigt het vermoeden dat er binnen de islam weinig gevoel voor humor en tolerantie voor satire bestaat. Zie hier voor een verslag van eerdere meldingen van de PTA en de blokkade in Pakistan van delen van dit blog.

Foto: Cartoon van  Adam Zyglis in Commentaar ‘Humoristische tekeningen zonder humor in de islam’ van 31 juli 2012.

COC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken

Het COC is in een gemeenschappelijke verklaring met Transgender Netwerk Nederland (TNN) duidelijk in de afkeuring van het programma Voetbal Inside: ‘TNN en COC reageren op de uitzending van Voetbal Inside van vrijdag 2 februari. Daarin maakten René van der Gijp en Johan Derksen de Vlaamse tv-verslaggever Bo van Spilbeeck belachelijk. Van Spilbeeck maakte deze week bekend dat ze verder door het leven gaat als vrouw.’

COC en TNN roepen de sponsoren Heineken, Gillette en Toto de stekker eruit te trekken. Dat is een passend initiatief, dat overigens in Nederland veel te angstvallig en beschroomd genomen worden. Zo zijn er al lange tijd sluimerende initiatieven om nieuwssites als De Dagelijkse Standaard of The Post Online die extreem-rechtse standpunten verkondigen commercieel aan te pakken door een beroep te doen op de sponsors om hun steun in te trekken. Maar het lijkt alsof sponsors hun verantwoordelijkheid niet beseffen en door kopers en aandeelhouders evenmin onder druk gezet worden. Die bewustwording waarin kopers en aandeelhouders hun macht beseffen is in Nederland onderontwikkeld. De reclamewereld reageert opvallend terughoudend en initiatiefloos en doet of het in een maatschappelijk vacuüm opereert. Mijn reactie op de FB-pagina van COC:

De commerciële omroep RTL moet zelf maar beslissen of het de gein of ongein van Voetbal Inside uitzendt. Slechte humor is immers ook humor. Wat anders is de vraag aan de sponsoren Heineken, Gillette en Toto of ze zich met dit programma willen associëren. En of de consumenten die producten van deze bedrijven afnemen of de aandeelhouders zich met deze sponsoring kunnen verenigen. Dat is een terecht beroep.

Het is de wetmatigheid van het winst maken van een commerciële omroep. Voetbal Inside moet zowel binnen de eigen organisatie als bij het publiek aandacht genereren om winst te maken. Om op te vallen is het om die reden steeds weer verplicht de randen van het maatschappelijk aanvaardbare op te zoeken. De radicalisering in de programmering volgt direct uit het commercieel belang.

Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en omroep RTL rechtstreeks te verzwakken. Dat werkt zeker niet door een beroep te doen op goede smaak, humor of maatschappelijke acceptatie. Los van het feit dat dat aan de vrijheid van meningsuiting en expressie raakt. Dat wordt een heilloze weg waarvan Voetbal Inside profiteert en het zich achter kan verschuilen. Het kan zelfs als gevolg hebben dat door alle media-aandacht de positie van het programma eerder versterkt, dan verzwakt wordt.

Voetbal Inside en RTL kunnen het best in hun portemonnee getroffen worden. Als de sponsors weglopen en het programma verlies lijdt, dan zal blijken of de liefde van RTL voor dit programma zo groot is dat het dit verlies wil bijpassen.

Foto: Schermafbeelding van posting Facebook-pagina van het COC, 3 februari 2018.

Verslag over kunst op kantoor gaat over alles, behalve over kunst

Thera van Assen schrijft voor Facto.nl een wervend verslag dat de noodzaak van kunst op kantoor benadrukt. Alleen ontbreekt in haar betoog de kunst. Daarin is ze overigens niet de enige. Kunst wordt tegenwoordig vaak allerlei functies toebedeeld, maar niet de functie die kunst van oorsprong heeft. Namelijk het ontregelen, het aanscherpen of het vergroten van het besef van wat we zijn en wat we hier doen. Thera van Assen is het om wat anders te doen. Zij benadert kunst als sfeer, als decoratie of als visitekaartje. Haar uiteenzetting is te veelzeggend om ongenoemd te laten. Voor wie het weet te waarderen is het intens grappig. Zij is tamelijk concreet in haar adviezen op het snijvlak van kantoorinrichting en bedrijfsfilosofie. Daarom wat citaten:

‘Beeldende kunst motiveert en inspireert, het beïnvloedt en communiceert. Een schilderij geeft veel en heeft eigenlijk maar weinig nodig, behalve een plek aan de muur en de bereidheid om te willen kijken.’ 

‘De uitstraling van beeldende kunst op de werkomgeving moet niet onderschat worden. Uit onderzoek blijkt dat het mensen met elkaar in gesprek brengt, een prettige werkomgeving voor medewerkers stimuleert en een warm welkom voor bezoekers is.’

‘Het is een misverstand dat kunst slechts voor enkele mensen is weggelegd. Alleen, iedereen ervaart, voelt en beleeft het anders. Je hoeft geen verstand van kunst te hebben om ervan te genieten.’

‘De kunstwerken kunnen aansluiten bij de verschillende functies van de kantoren. Abstract in boardrooms en vergaderruimtes waar gebrainstormd wordt. Kleurrijk, decoratief in een entree, receptie en lunchruimte. In kleinere ruimten vormen neutrale voorstellingen, natuurbeelden of portretten een sfeervolle achtergrond.’

‘Je kunt in je bedrijf een positieve sfeer benadrukken door schilderijen en andere kunstvormen op te hangen en neer te zetten.’

‘Kunst is een inspirator, beïnvloedt gedachten en stemmingen, en kan een geweldig medium zijn om de energie van het bedrijf te onderstrepen en versterken.’

‘Tegelijkertijd geeft een goedgekozen schilderij een rustgevend gevoel. Het geeft ruimte aan de rust en bezinning die nodig is om de energieke flow binnen het bedrijf vast te houden.’

‘Op een meer directe manier kan bijvoorbeeld het logo of de bedrijfskleuren doorgevoerd worden in de keuze van kunstwerken.’

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe meerwaarde van kunst op kantoor’ van Thera van Assen op Facto.nl, 24 oktober 2017.