WNL doet aan stemmingmakerij en slechte journalistiek door een verkeerd beeld te geven van de Code Diversiteit & Inclusie in de kunstsector. Het beticht overheid van sociale dwang

Journalistiek is soms om somber van te worden als het niveau door de bodem zakt. Je zou denken dat de opdracht van de journalistiek is om te informeren en niet om te desinformeren. Luidt immers niet het eerste aspect van de gedragscode voor journalisten, de Code van Bordeaux die de NVJ als voorbeeld beschouwt de eerbied voor de waarheid? Het publiek heeft recht op de waarheid. Maar in de praktijk blijft daar vaak niks van over. Het is een streven dat niet gehaald wordt.

Het gebazel van gasten in een radioprogramma van WNL toont aan hoe diep de journalistiek is gezonken. Presentator en gasten is het niet om de waarheid te doen, maar om wat anders. Wat dat is blijft in het midden, maar het lijkt erop dat het eerder slordigheid en gebrek aan inhoud is dan kwade wil. Ze corrigeren elkaar niet omdat ze geen kennis van zaken hebben over het onderwerp waar ze over praten en blijkbaar voor uitgenodigd zijn. Met als gevolg dat een gast de grootste onzin kan uitkramen zonder dat het wordt weerlegd. Het resultaat is desinformatie. De luisteraar wordt op het verkeerde been gezet.

Ik luister of kijk bijna nooit naar dit soort programma’s van de Nederlandse omroep. Talkshows op radio en televisie heb ik afgezworen omdat ze niet informeren, maar desinformeren. Vaak gaan ze over triviale zaken die niet relevant zijn. Het is op z’n best amusement in de vorm van journalistiek. Of journalistiek in de vorm van amusement. Op een enkele uitzending van Nieuwsuur of Buitenhof na.

Als het onderwerp me aan het hart gaat kijk ik achteraf terug. Dan zie je journalisten of deskundigen die weten waarover ze praten en ons feiten en inzicht in een specifieke kwestie geven. Dat is wat anders dan het vullen van de zendtijd met leeg geklets zoals WNL doet of het geven van rechtse meningen omdat het nu eenmaal bij het profiel van deze omroep past. Bij WNL kunnen de feiten uit de meningen volgen.

Hoe het anders kan en hoe in de hoeken van de Nederlandse journalistiek wordt geprobeerd om de standaard van de journalistiek hoog te houden bewijst het interview van Twan Huys met de Italiaanse onderzoeksjournalist en maffia-kenner Roberto Saviano in Buitenhof. Het kan gerust onthullend worden genoemd. In 11 minuten toont Saviano overtuigend aan hoe verrot Nederland is, hoe bewust disfunctioneel de Nederlandse politiek is en hoe dat vervolgens door de hele Nederlandse elite wordt genegeerd. Het merkwaardige is dat WNL hetzelfde wil aantonen, maar doorgaans blijft steken in vooroordelen en sjablonen en er dus niet in slaagt om te overtuigen.

Aanleiding is de uitweiding van Volkskrant-journalist Martin Sommer over diversiteit en inclusie in de kunsten. Hij beweert in zijn antwoord (vanaf 6′ 10”) dat de Raad voor Cultuur voor de kunstsector diversiteit en inclusivitiet als norm heeft gesteld. Dat is inderdaad zo, maar het zit anders in elkaar dan hij het voorstelt.

Er is een Advies van de Raad van juni 2020 voor de komende beleidsperiode 2021-2024 waarin het als kaders de toepassing van de codes voor governance, fair practice, diversiteit en inclusie hanteert. Hoe strikt die kaders zullen worden gehandhaafd is de vraag omdat ook in het verleden instellingen structureel subsidie kregen zonder zich volledig aan de code voor diversiteit en inclusie te houden. Ook bij een verkeerde opvatting door Sommer van deze code is het niet aantoonbaar dat instellingen die zich er niet aan houden geen subsidie krijgen zoals hij stellig beweert. Dat klopt niet omdat het in strijd met de praktijk is.

Sommer slaat de plank mis omdat hij niet weet wat de Code Diversiteit en Inclusie inhoudt. Hij associeert erover in clichés zonder kennis van zaken. Als politieke journalist maakt hij het politiek. Hij valt terug in zijn eigen niche omdat hij een ander perspectief niet (ver)kent. Sommer berijdt zijn stokpaardjes en vliegt uit de bocht.

Juist deze gedragscode is in een nieuwe versie verbreed om bezwaren tegen een te enge, politieke opvatting ervan tegen te gaan. Gezien het brede scala van deelnemende instellingen die betrokken was bij de formulering ervan is het ook logisch dat die verbreding de uitkomst is. In Nederland polderland wil iedereen die aan tafel meepraat immers de eigen doelstelling in het eindresultaat terugvinden. De Code Diversiteit en Inclusie is een compromis. Geen radicaal, maar een gematigd standpunt.

De Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector waarin de hele kunstsector samenwerkt heeft als normen gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Het zijn dus niet uitsluitend de actuele politieke identiteitsonderwerpen als huidskleur, etniciteit en sekse die alleenzaligmakend zijn zoals Sommer suggereert en zijn gasten en de moderator niet corrigeren. Niet alleen Sommer blijkt niet te weten wat de code inhoudt, zijn gasten weten het evenmin.

Dit radioprogramma is niet zozeer een belediging voor de intelligentie van de gasten en de programmakers, maar een belediging voor de intelligentie van de luisteraars. De pseudo-deskundigen gijzelen de ether en laten zich verleiden om uitspraken over onderwerpen te doen waar ze niets van afweten. Dat resulteert in gebazel.

Het werkt voor de publieke opinie averechts als een radioprogramma met journalistieke ambities er zo’n puinzooi van maakt. De onderwerpen identiteitspolitiek en cancelcultuur zijn te belangwekkend om ze voor een massamedium zo slordig en eenzijdig te behandelen. Bijkomend effect is dat de kunstsector en de kunstinstellingen worden weggezet als onzelfstandig en ondergeschikt aan politieke doeleinden, terwijl het juist dit radioprogramma is dat politiek bedrijft door de werking van de kunstsector verkeerd voor te stellen.

Advertentie

Coalitie overweegt om reclame op publieke omroep te schrappen. Adverteerders begrijpen het niet en beweren de kwaliteit te dienen

Volgens een bericht in De Telegraaf van 16 februari onderzoeken de coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en CU het ‘compleet schrappen’ van de Ster-reclame. Een reclamevrije publieke omroep levert een gat op van zo’n 150 tot 180 miljoen euro. Het budget van de NPO is 740 miljoen euro. De reclameinkomsten lopen al jaren terug. De coalitie zoekt naar een structurele oplossing. Die zou eruit kunnen bestaan door het derde televisienet NPO 3 of radiozenders te schrappen. Hoe dan ook staat het denken over de publieke omroep niet stil. Dat kan goed, maar ook verkeerd uitpakken als bijvoorbeeld wordt gekozen voor de samenwerking van commerciële of maatschappelijke partijen met de omroepen. Amusementsprogramma’s lijken op termijn onherroepelijk te verhuizen naar de commerciële omroepen. Hoe levensvatbaar een publieke omroep is die zich terugtrekt op de kerntaken informatie, kunst en cultuur en nationale evenementen is de vraag die niet makkelijk is te beantwoorden. Des te meer omdat de coalitiepartijen elk verschillende eindpunten in gedachten hebben.

Reclame op radio en televisie is voor velen een bron van irritatie door de infantiliteit, de clichés, misleidende claims en het rolbevestigende karakter ervan. Daarbij komt de herhaling die het nog eens extra ergerlijk kan maken. Reclame gaat om marketing van producten of bedrijven. De BVA bond van adverteerders denkt daar in een reactie op het bericht in De Telegraaf anders over: ‘Onnodig en desastreus voor de kwaliteit van radio- en televisieprogramma’s bij de NPO’, zegt de BVA. Deze framing is lachwekkend. Het is opvallend dat de BVA suggereert dat reclame de kwaliteit van de radio- en televisieprogramma’s van de publieke omroep op een hoger peil brengt. Het schat de inkomsten uit reclame met 200 miljoen euro trouwens te hoog in. Die zijn zoals gezegd 150 tot 180 miljoen euro. De BVA meent dat de reclame-inkomsten er indirect aan meehelpen om kwaliteit te bieden. Dat is niet alleen een onbeholpen manier van redeneren, het is ook onjuist als het gat dat ontstaat door het schrappen van de reclame door alternatieve financiering wordt opgevuld. Of door het schrappen in de uitgaven, zoals een streep door NPO 3, of door het aanboren van andere inkomstenbronnen.

De BVA ziet een ander nadeel die te maken heeft met het bereiken van mogelijke bereikbare doelgroepen: ‘Via de publieke omroep kunnen adverterende organisaties specifieke doelgroepen bereiken. Doelgroepen die nauwelijks via andere media kunnen worden bereikt. Wanneer deze doelgroepen geen reclameboodschappen meer ontvangen, blijven zij verstoken van belangrijke (overheid)informatie over internetfraude, wijzigingen in ziektekostenverzekeringen of toeslagen en belastingen.’ Voor voorlichting door de overheid kan echter een uitzondering worden gemaakt in kleine advertentieblokken rond de belangrijkste journaals, zoals dat ook bij de Vlaamse VRT gebeurt. Als de publieke omroep de functie heeft om doelgroepen van overheidsvoorlichting te voorzien, dan gebeurt dat zelfs overzichtelijker en zonder ruis als commerciële reclame wordt geschrapt.

De BVA redeneert vanuit het belang, de werkgelegenheid en de winstgevendheid van de eigen sector en niet vanuit het belang van de publieke omroep. De BVA zegt als doel te hebben: ‘het bevorderen en bewaken van vrijheid van verantwoorde commerciële communicatie’. Wat het daarmee bedoelt is onduidelijk. Suggereert de BVA dat het met marketing de vrijheid bevordert van reclame? Hoe dan ook is dat een bedrijfsdoel dat niet in lijn is met het algemeen belang van de publieke omroep. Dat alleen al verklaart de onverenigbaarheid van de publieke omroep met de reclame door adverteerders. Het is dan ook voor de hand liggend dat de reclame door adverteerders op de publieke omroep compleet wordt geschrapt. Het is een wonder waarom de reclame daar ooit is binnengedrongen. De BVA mag tevreden zijn dat het decennialang toegestaan werd om winst te maken op de publieke omroep waar het ter zake dienend niks te zoeken had. De coalitie heeft de kans om een historische weeffout te herstellen door het schrappen van de reclame op de publieke radio en televisie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘BVA vindt reclamevrije NPO ‘onbegrijpelijk’’ op Marketing Tribune, 18 februari 2019.

Aboutaleb moet publiekelijk niet uitgebreid over zijn geloof praten

Een interview van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) met het EO-radioprogramma Dit is de Dag heeft de afgelopen week veel vragen opgeroepen over het beoordelingsvermogen van Aboutaleb. Dit EO-programma probeert geïnterviewden altijd in een godsdienstig frame te vatten, en Aboutaleb is blind in die val getrapt. Nog los van de controversiële uitspraken die hij doet over het salafisme of de jihad, had Aboutaleb moeten weten dat het voor een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur niet past om uitgebreid over zijn persoonlijk geloof te praten. Arabist en islamoloog Maarten Zeegers verwoordt dat in een opiniestuk in NRC: ‘Aboutaleb geeft in het interview aan dat hij het liever niet heeft over zijn religieuze achtergrond in het openbaar, omdat hij niet wil dat mensen hem als burgemeester daarop beoordelen. Dat valt te prijzen. Het zou mooi zijn als hij dat dan in het vervolg ook in de praktijk brengt’.

Aboutalebs opstelling staat in schril contrast met die van de in 2017 overleden Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. Die laatste had intellectuele diepgang en politieke intuïtie die aan de praktijk getoetst was en hem een feilloze omgang gaf om te weten hoever hij kon gaan. Dat mist Aboutaleb. Zijn kompas staat niet scherp afgesteld. Dat leidt tot verwarring en onhandige uitspraken die de peilers van de rechtsstaat en de sociale cohesie eerder verstoren dan versterken. Ook een voorbeeldige leerling van de praktijk van alledag schiet op een gegeven moment tekort als hij zich op onbekend terrein begeeft en eigen kwaliteiten overschat.

Niet alleen over de islam, de islam en de jihad, maar ook over de hoofddoek bij de politie doet Aboutaleb domme, onbegrijpelijke en contra-productieve uitspraken. Dit is de Dag vat dat samen: ‘Volgens Aboutaleb moeten voorstanders van zaken als de hoofddoek bij de politie eerst draagvlak creëren’. Nee, hiermee biedt Aboutaleb een dwaalweg aan die ‘voorstanders’ valse hoop en op termijn teleurstelling geeft. De hoofddoek bij een politie-uniform wordt in Nederland om principiële redenen afgewezen, dat heeft totaal niets te maken met het creëren van draagvlak. De burgemeester die wil schipperen tussen meerderheid en minderheden bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt. Hij bevordert de verbrokkeling. Behalve over zijn geloof kan hij voortaan maar beter niet meer over politiek-filosofische zaken praten die losstaan van zijn praktische werk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelAboutaleb: Ik ben een salafist’ voor Dit is de Dag van de EO op NPO1, 25 december 2017.

ANP Video op YouTube toont bijna alleen sport. Waarom?

anp

De laatste 32 video’s op het  YouTube-kanaal van ANP Video tonen op dit moment sport. Dat komt omdat er Olympische Spelen in Rio zijn. In dat verre buitenland Brazilië. Maar de wereld staat niet stil. Er is meer in de wereld dan sport alleen. Terrorisme, Putin en Oekraïne, ISIS, de strijd in de Republikeinse partij en Donald Trump, rassenonlusten en overstromingen in de VS, Erdogan en Gülen, de 90-jarige Fidel Castro, mogelijk uitstel van de Brexit tot 2019, Julian Assange die met onthullingen over Clinton dreigt, kanselier Merkel die oppositie ondervindt van zowel SPD als CSU, de herdenking van de Japanse capitulatie en een explosie in Schiedam. Maar ANP Video besteedt er geen aandacht aan. ANP Video beperkt zich hoofdzakelijk tot sport.

De NOS heeft de Sportzomer op Radio 1 die als een tsunami van voor- en nabeschouwingen, voor- en nagesprekken, wedstrijdverslagen en evaluaties het wereldnieuws gedurende 10 weken wegdrukt en de nieuwsvoorziening domineert. ANP Video gaat er als toeleverancier in mee. Zo genereert de aandacht voor sport de aandacht voor sport. Het lijkt er steeds meer op dat de Sportzomer vooral naar zichzelf verwijst.

Al bij de planning in 2015 was bekend dat Nederland niet meedeed aan het EK Voetbal en zoals in de vorige jaren behaalden Nederlandse wielrenners in 2016 geen topklassering in de Tour de France. Of Rio voldoet aan de verwachtingen is afwachten. Waarom dan toch die buitenproportionele media-aandacht voor sport? Komt het door het geld dat ervoor wordt vrijgemaakt en als een recordpoging dominostenen omgooien Hilversum in beweging zet? Is de stilzwijgende overeenstemming onder omroepbazen dat de nieuwswaarde nihil is, maar omdat het hoge kijkcijfers oplevert net gedaan wordt alsof sport geen amusement maar nieuws is?

Heinrich Heine zou gezegd hebben dat in Nederland alles 50 jaar later gebeurt. De uitspraak ‘Als de zondvloed komt, ga ik naar Holland, want daar gebeurt alles vijftig jaar’, wordt aan hem toegeschreven, zo memoreert deze boekbespreking. Als Heine nog leefde had hij dat na deze NPO Sportzomer en sportzomer op ANP Video kunnen wijzigen in de volgende uitspraak: ‘Als de zondvloed komt, ga ik naar Holland, om er een voor- en nabeschouwing, voor- en nagesprek, wedstrijdverslag en evaluatie van te zien’. Ook op ANP Video?

Foto: Schermafbeelding van YouTube-kanaal van ANP Video met de meeste recente 30 items die sport gerelateerd zijn.

Petitie: Laat Yuri van Gelder terugkeren naar Rio. Om lekker te sporten

yg

We raken er niet over uitgepraat: sport. De publieke omroep staat van 10 juni tot 21 augustus in het teken van sport: NPO-Sportzomer. Die uit gemakzucht en bij gebrek aan nieuwswaardige sportgebeurtenissen voor het leeuwendeel wordt gevuld met aandacht voor sportfutiliteiten. In een kantelend wereldbeeld van afnemend gezag voor autoriteiten past kritiek op sportbobo’s perfect in de tijdgeest. Merkwaardig is dat ze die kritiek nog verdienen ook. Hun handelen is hooghartig en zelfingenomen. Het tegendeel van egalitair en transparant.

Nu is er Yuri van Gelder die wegens alcoholgebruik en overlast is weggestuurd uit het Olympisch dorp. Nog niet alle details zijn bekend. Het is me een volkomen raadsel waarom dat is. Had dat niet soepeler opgelost kunnen worden? Sportbobo’s laten zich weer van hun beste kant zien. Het wegsturen van Van Gelder lijkt buiten proportie. Had hem op z’n lazer gegeven met een laatste waarschuwing. Om sterk leiderschap te tonen dat improviseert en goed weet om te gaan met dit soort noodgevallen moet je uiteraard gezag hebben. Voordat je terugvalt op verboden die tussen de regels staan geschreven en willekeurig overkomen op de buitenstaander. En waarvan de juridische onderbouwing wordt betwist. Het is het oude verhaal: de kleine vis (Van Gelder) wordt gepakt en de grote vis (Rusland) niet. Sport is politiek. Politiek van een beroerd niveau.

Foto: Schermafbeelding van petitie van J. Berkelaar ‘Laat Yuri van Gelder terugkeren naar Rio en deelnemen aan zijn olympische finale’.

NPO-Sportzomer is te gemakzuchtig en dominant. Dat kan beter

Er is kritiek op de NPO-Sportzomer die liefst 80 dagen duurt. Van 10 juni tot 21 augustus. Er zit wel iets in die kritiek van onder meer Jean-Pierre Geelen of Cornald Maas. Geelen heeft vooral kritiek op de programmering van radiozender Radio 1 die maandenlang in het teken van sport staat. Tot vervelens toe. Op twee van de drie televisienetten is soms sport te zien. Dat is op netten die bestemd zijn voor een algemeen publiek te veel van het goede voor een specifieke categorie waar niet iedereen warm voor loopt. Op twee manieren is er iets mis met de NPO-Sportzomer: het is overheersend en voorspelbaar. En de sport wordt niet eens centraal gesteld.

De NPO-Sportzomer laat niet alleen sportwedstrijden zien, maar toont veel praatprogramma’s over sport die nauwelijks over sport gaan. Of geeft commentaar bij sportwedstrijden dat niet over de sport zelf gaat. Daarbij komt dat de Nederlandse sportjournalistiek niet echt uitblinkt in diepgang en sport als een interessant maatschappelijk fenomeen weet te duiden waarin economie, nationale identiteit en politiek samenkomen als kenmerk van onze tijd. Het praten over sport wordt met voetbaltrainers, sportjournalisten of actieve sporters als gast geen poging om het fenomeen sport te willen doorgronden en de verschillende aspecten ervan te belichten, maar ontaardt in kletspraatjes, meligheid en incrowd gebazel over human interest. Het blijft te veel aan de oppervlakte en benadrukt het amusementsaspect van sport meer dan nodig. Die praatprogramma’s zouden met andere gasten meer diepgang krijgen en aan kwaliteit winnen. Waarom worden er geen filosofen, schrijvers en kunstenaars uitgenodigd die op een veelzijdige  en onvoorspelbare manier naar sport kijken?

Effect van de NPO-Sportzomer is niet alleen het tonen van sport (onder meer EK Voetbal, Tour de France, Olympische Spelen) en praatprogramma’s over sport, maar het bepaalt ook in hoge mate de programmering van de andere twee netten. Daarmee gaat de NPO-Sportzomer over een grens. Waarom is er gedurende de Sportzomer geen alternatieve programmering van programma’s die tijdens het hoogseizoen niet in het drukke schema passen? Waarom zijn er op de andere netten geen registraties van theatervoorstellingen of is er een filmcyclus te zien dat het werk van een breed aanspreekbare regisseur toont dat goed in de ‘losheid’ van de zomer past? Denk bijvoorbeeld aan Valerio Zurlini. Waarom geen project opgezet voor aanstormend talent dat lekker kan experimenteren? Waarom geen reisprogramma’s of historische programma’s over de Nederlandse Antillen, Suriname of Nederlands-Indië? Nu tonen KRO-NCRV hun detectives en wordt dat gepresenteerd als alternatief voor sport. Maar dat is het niet. Trouwens, naast Nieuwsuur is er nu geen enkele rubriek die de wereldpolitiek volgt. Is volgens het management van de NPO de politiek actualiteit 80 dagen met reces?

Sport is een interessant gebeuren dat in de NPO-Sportzomer de nek wordt omgedraaid. De NPO ontkent door wegkijken dat sport in dienst van een ideologie staat en meent dat het neutraal gepresenteerd kan worden. Dat is reinste volksverlakkerij. Waarmee geenszins gezegd wordt dat sport achter de politiek moet verdwijnen. Liever niet zelfs, maar die context moet wel genoemd worden. Laat het duidelijk zijn, met sport is niets mis, wel met de Sportzomer die de NPO ervan maakt. Of het nou komt door de gemakzucht van de netmanagers, de macht van de kijkcijfers, het gebrek aan intellectuele diepgang van de Nederlandse sportjournalistiek of de opvatting dat de zomer er in het uitzendschema nauwelijks toe doet valt te bezien. De NPO-Sportzomer die de publieke omroep ervan maakt is te gemakzuchtig en te dominant. Dat moet in de komende jaren anders. Evenwichtiger en beter. En wat de paradox is van de NPO-Sportzomer: met meer aandacht voor sport.

Moeten Christenen kiezen voor het minste van twee kwaden? Donald Trump bijvoorbeeld. Wretched geeft heimelijk antwoord

YouTube is een schatkamer met historische fragmenten. Ook een vinger aan de pols van de eigen tijd. Vol onzin, ongein en onrust. Wretched is een christelijk platform op radio, televisie en sociale media. Conservatief zoals meestal. Van Amerikaanse snit. Voor wie de ergernis achterwege weet te laten is het genieten om de denkbeelden van dit soort religieuze kanalen. Het splitst ons met een voorbeeld een stemadvies voor Donald Trump in de maag. Met beeldspraak die religie eigen is omdat daarin de waarheid uitgerekt, vervormd en bijgebogen kan worden. Omdat met beeldspraak alles per definitie passend kan worden gemaakt zweren religieuze opiniemakers erbij om hun niet sluitende beweringen rond te maken. Deze keer een brandend huis met kinderen erin die gered moeten worden. Niet al te subtiel, maar de goede verstaander met een jarenlange training in de kerkbanken zal zich direct aangesproken voelen. En niet meer nadenken wat hier exact verteld wordt. Volgende keer zal het wel een lekkende ark, een neerstortend vliegtuig of een sprinkhanenplaag zijn.

Omroep Brabant vindt weigering gesprek Wilders nieuwswaardig

Radioverslaggeefster Femke de Jong van Omroep Brabant breekt in in een gesprek van Geert Wilders (PVV) met omstanders op een markt, meent dat doodnormaal en toelaatbaar te vinden, maar krijgt nul op het rekest van Wilders. Ze sputtert nog wat tegen: ‘Het is live radio’ alsof dat indruk maakt en haar een bijzondere positie zou moeten geven. Tegelijkertijd staat er een cameraman van Omroep Brabant naast die alles in beeld brengt.

Dus het is meer dan radio alleen. Nou staat de PVV niet bekend om een soepele omgang met de media. Maar de media van hun kant staan bekend om eigenwaan, zelfoverschatting en gebrek aan zelfkritiek over het eigen handelen. Die twee aspecten botsen hier. Een eigenzinnige Wilders tegenover een arrogante De Jong.

Voorzover is er niks bijzonder aan de hand. Dat wordt het wel door plaatsing van dit filmpje van 12 seconden op het YouTube-kanaal van Omroep Brabant met het commentaar: ‘Geert Wilders weigert live gesprek met Omroep Brabant-verslaggever Femke de Jong‘. Nou, nou, dat hakt er flink in daar in Noord-Brabant. Het betekent dat Omroep Brabant deze botsing nieuwswaardig vindt en er iets mee wil zeggen. Maar wat? Omroep Brabant suggereert door plaatsing van dit item door Wilders onterecht afgewezen te zijn. De opstelling van Omroep Brabant wordt er nog onbegrijpelijker op doordat De Jong vlak na deze botsing gewoon een gesprek heeft met Wilders. Waarom vindt Omroep Brabant dit item van 12 seconden in hemelsnaam nieuwswaardig?

Kopen Nederlanders echt zo weinig kunst als wordt beweerd?

cla

Van alle inwoners van Europa geven Nederlanders het minste uit aan kunst. Waarom hangen wij liever een Ikea-reproductie aan de muur dan een origineel schilderij?’ Aldus een reportage op radio NPO1. Leve de oh zo culturele Albanezen, Esten, Monagasken, Maltezers, Slovenen, Moldaviërs, Kosovaren, Montenegrijnen, Sanmarinezen, inwoners van Vaticaanstad, Liechtensteiners en Andorrezen die volgens NPO1 allen meer uitgeven aan het kopen van kunst- en antiek dan de Nederlanders. Doen ze dat omdat ze geen IKEA hebben?

Wat te antwoorden op NPO1 over het koopgedrag van ‘de Nederlander’? De constatering zou onderbouwd worden door het Tefaf Art Market Report 2014 dat voor 2013 tot een omzet van de internationale kunst- en antiekmarkt van  €47,4 miljard komt. Het aandeel van Europa is 32%, te weten €15,2 miljard en de omvang van de Nederlandse kunst- en antiekmarkt is daar weer 1% van, zo’n €151 miljoen. Dat roept twee vragen op.

Is de prijs van kunst -of de verkoop van kunst in het topsegment- hetzelfde als interesse of liefde voor kunst? Wat zegt de handelswaarde? Zo kocht ik op de afgelopen PAN een schilderijtje van een Nederlands-Syrische kunstenares voor €950. Tja, dat tikt niet aan tussen al die miljarden. Maar IKEA is het niet. De berekening van de omzet heeft alles te maken met het bestaan van veilinghuizen. Christie’s en Sotheby’s hebben hun belang in Nederland op een laag pitje gezet. Zo veilt Sotheby op 29 januari Vlaamse en Nederlandse kunst in New York. Hoe valt te meten of een Nederlander in China of New York kunst koopt? Of op een beurs in Brussel, Basel, Parijs of Londen? Hoe valt sowieso te onderscheiden of de internationale Nederlander kunst koopt?

Woordvoerder Madelon Strijbos van de TEFAF meent dat ‘de Nederlander’ ‘redelijk voorzichtig’ en ‘redelijk behoudend’ is in het kopen van kunst. De Nederlander zou niet willen pronken met kunst. NPO1 meent dat het ‘niet in onze cultuur zit’. Werkelijk? Daarmee gooit het in een klap de traditie van de 17de eeuw overboord toen iedere Nederlander een schilderij in huis had. Zo gaat de overlevering. Dat was zeker de IKEA van toen?

Ach, het zal zeker waar zijn dat er Nederland weinig kunstverzamelaars kent. Maar hoe komt dat? Zijn de huizen te bescheiden en de muren te klein om kunst op te hangen? Zit het fiscale regime tegen zodat kopen van kunst niet wordt gestimuleerd? Onderscheiden Nederlanders zich liever anders? En elders? Sluiten de galerieën slecht aan op de wensen van de Nederlanders en doen ze te weinig om de drempel te verlagen? Houden Nederlanders eerder van namaak dan van origineel? Staan kunst en kunstenaars mede door de politiek in een slecht blaadje? Schiet het onderwijs tekort zodat de Nederlanders niet goed begrijpen wat kunst is? Aan de in Nederland werkende kunstenaars van binnen- of buitenlandse herkomst ligt het niet, want die zijn van topkwaliteit. Of ligt het aan media zoals NPO1 die Nederlanders niet helpen om kunst te begrijpen of er liefde voor op te brengen, maar het laten bij de constatering ‘dat Nederlanders houden van namaak‘?

Foto: Clara Peeters, ‘SLICES OF BUTTER ON A WANLI ‘KRAAK’ PORCELAIN DISH, A STACK OF CHEESE ON A PEWTER PLATE, WITH A JUG, A FAÇON-DE-VENISE WINEGLASS, A BUN, CRAYFISH ON A PEWTER PLATE, A KNIFE AND SHRIMP ON A TABLE’ . In catalogus veiling Sotheby’s ‘Masters Paintings: Part I‘ op 29 januari 2015 in New York.

Christendom over islam: houdt de EO van moslims!?!?!?

eo

De EO zorgt voor ophef met de aankondiging van het radiosymposium ‘I Love Moslims!?’ op 20 november. De EO vertaalt het principe van ‘naastenliefde’ in ‘moeten houden van’ en niet in ‘omkijken naar anderen en zich mede verantwoordelijk voelen voor hun welzijn’. Dat laatste was neutraler geweest. Het uitgangspunt van een symposium mag prikkelend zijn om het debat op scherp te zetten, maar de EO zet met een kunstgreep van overdrijving het zo dik aan dat dat de aandacht trekt. Dat frame perkt bij voorbaat de oplossing in. Het zou niet om projecties, vooroordelen en angsten moeten gaan, maar -om een vooroordeel uit andere hoek te gebruiken- religies zweren daar nu eenmaal bij om mensen in het gareel te houden. Spiritueel geknecht.

Foto: Schermafbeelding van ‘I Love Moslims!?’ een EO Radiosymposium onder leiding van Andries Knevel en Elsbeth Gruteke pop 20 november 2014.