Extremistische islam in Europa: Wat te doen?

Is Frankrijk in staat om de soennitische islam in eigen land te herstructureren? Ik betwijfel het. Die roep om de extremistische islam in te perken klinkt na de onthoofding door een islamitische extremist van leraar Samuel Paty. Wat is ervoor nodig behalve het verbieden van extremistische islamitische organisaties? Dat is tamelijk makkelijk, maar wat als ze ondergronds gaan? Een land als Frankrijk heeft een groot veiligheidsapparaat, maar lijkt toch niet echt bij machte om de extremistische islam te kunnen neutraliseren. Mede omdat techgiganten als YouTube en Facebook en omroepen in het Midden-Oosten en Turkije opruiende taal blijven verspreiden die in Europa wordt opgepakt via internet of schotelantennes. Het is een hopeloze strijd die niet te winnen lijkt. Niet met verboden, met onderwijs, met voorlichting, met media-educatie of wat dan ook.

Tegen geloof legt de ratio het af. En zekere de radicale varianten ervan. Geloof claimt dat het boven de wet staat. Daar is het overigens niet uniek in voor wie alle complot- en dwarsdenkers in beschouwing neemt. De enige oplossing die praktisch onmogelijk en ongepast is en tegen de grondwet ingaat is om alle moslims Frankrijk uit te zetten. Maar dat middel is erger dan de kwaal. Wat resteert is een cosmetische operatie van de Franse regering die daadkracht suggereert. Maar die nergens landt en structureel niets zal veranderen.

De leraar wilden zijn leerlingen informeren. Het ging er hem niet om om anderen te beledigen. Hij stond bekend als zachtaardig en niet confronterend. Dat anderen zich blijkbaar beledigd voelen als er een afbeelding van een voor hen heilige persoon uit hun religieuze dogmatiek wordt vertoond valt de leraar niet aan te rekenen. Dat is hun subjectieve beleving. Het is onmogelijk om in de Franse, pluriforme samenleving rekening te houden met de mogelijke bezwaren van allerlei groeperingen, omdat dan het publieke debat tot stilstand komt. Ook de overdracht in het onderwijs wordt dan onmogelijk doordat allerlei groeperingen hun specifieke taboe hebben. Daarbij dient onderwijs om leerlingen te wapenen, informatie bij te brengen en een mening te laten vormen. De les over de vrijheid van meningsuiting diende niet om te spotten met anderen, maar om de leerlingen bij te brengen wat spot en belediging is en hoe ze daar mee om moeten gaan.

Foto: Demonstratie in Parijs tegen de onthoofding van leraar (‘prof’) Samuel Paty door een moslimextremist, 18 oktober 2020.

Personeelstekorten op arbeidsmarkt vragen om integrale aanpak met Deltaplan. Migratie kan bescheiden deel van de oplossing zijn

In een reactie op het opinie-artikelMigratie als oplossing‘ van lector Jaswina Bihari-Elahi op de FB-groep We Have a Dream (WHD) heb ik onderstaande reactie geplaatst. Bihari-Elahi is kernlid van WHD, zoals ik dat ook ben. WHD is een soort denktank van overwegend linkse mensen die nadenken over een andere vorm van politiek. In mijn reactie vraag ik om een projectminister voor Arbeid die als doelstelling krijgt om de personeelstekorten op de arbeidsmarkt op te lossen, maar ook de arbeidsvoorwaarden te verbeteren:

De arbeidsmarkt is complex. Het is naar mijn idee te simpel om te zeggen dat de oplossing voor het tekort aan arbeidskrachten in migratie moet worden gezocht. Er is ook nog zoiets als maatschappelijke acceptatie van migranten. Of we de weerstand ertegen afkeuren is ondergeschikt, het is een feit dat dit bestaat. Wat niet wil zeggen dat voor speciale sectoren de toestroom van migranten geen uitkomst kan bieden. Maar het lijkt te grof om immigratie als oplossing voor de problemen op de arbeidsmarkt voor te stellen.

Een betoog dat in migratie een oplossing voor personeelstekorten in onder meer zorg, onderwijs en bouw ziet draagt een paradox in zich. Want door de toestroom van niet-tijdelijke migranten neemt hoe dan ook het beslag op de voorzieningen (wonen, onderwijs, gezondheidszorg) toe. Dat zijn dezelfde migranten die dat tekort vervolgens moeten helpen oplossen. Dat is een circulair proces. Uiteraard zijn de aantallen niet identiek, maar dit aspect behoort wel in het betoog ingecalculeerd te worden.

Er spelen vele aspecten. Zoals de robotisering en standaardisering van werk. Dat is een ontwikkeling die nog maar net begonnen is. Naar verwachting zal er in de komende decennia op middenniveau veel werk verdwijnen. Het betekent dat in bepaalde sectoren geen personeelstekorten, maar overschotten ontstaan. Het aldus vrijkomende personeel kan indien geschikt via omscholing doorstromen naar de sectoren waar het personeelstekort het meest nijpend is. Dan is er het percentage deeltijdwerk van vooral (getrouwde) vrouwen dat in Nederland naar verhouding hoog is. Ofwel, deze vrouwen zijn tijdelijk verloren voor de arbeidsmarkt, maar zouden met een goed flankerend overheidsbeleid weer terug aan de slag kunnen. Bijvoorbeeld door een beter schoolsysteem dat kinderen beter opvangt, hogere salariëring, minder werkdruk en betere pensioenvoorwaarden. Zo’n aanpak zou een deel van de personeelstekorten in de zorg en het onderwijs op kunnen lossen. Ook zijn er gepensioneerden die vanwege fiscale maatregelen ervoor (moeten) kiezen om hun functie definitief te verlaten, terwijl hun het werk feitelijk onmogelijk wordt gemaakt.

Het is de vraag of de reden voor de personeelstekorten in andere genoemde sectoren, te weten de NS, de detailhandel, de horeca, de ICT sector, en zelfs de IND ondubbelzinnig ligt in de demografie. Problemen in de horeca en de detailhandel hebben te maken met de lage salariëring, van de IND met de slechte, om niet te zeggen chaotische politieke aansturing en in de ICT sector door een verkeerde scholing ofwel een onvoldoende afstemming van het onderwijsaanbod en de vraag van de ICT sector. Ook bij de NS kunnen door omscholing via het reguliere onderwijs of het eigen NS-omscholingsonderwijs de tekorten aangepakt worden. Bij sectoren die snel groeien zoals horeca, bouw of IND is de vraag niet afgestemd op het aanbod. Dat is het naijlend effect van de bekende varkenscyclus. Dat is een tijdelijk probleem.

Daarbij komt de economische en maatschappelijke vraag of vluchtelingen en arbeidsmigranten voldoende kunnen meedraaien in het arbeidsproces en daarvoor de juiste startkwalificatie hebben. Het valt te bezien of het macro-economisch nuttig is om ze die kwalificatie bij te brengen. Uiteraard zijn er binnen deze groepen gemotiveerde en geschoolde mensen. Het ligt voor de hand om deze categorie in te zetten op de arbeidsmarkt. Maar dat gaat minder ver dan de oplossing van personeelstekorten in migratie te zoeken. De spreekwoordelijke apotheker uit Aleppo van voormalig vice-premier Lodewijk Asscher was bij de Syrische vluchtelingen de uitzondering. Volgens het SCP uit 2018 had slechts 20% een universitair diploma en eenderde alleen basisonderwijs. Voor andere migranten en vluchtelingen uit landen als Eritrea of Afghanistan zal dat percentage niet anders liggen. Migranten uit Iran zijn de gunstige uitzondering.

Er zou een Deltaplan voor de arbeidsmarkt moeten komen. Met een projectminister die dat coördineert. Per sector zou een plan van aanpak gemaakt moeten worden dat ernaar kijkt hoe de arbeidsvoorwaarden verbeterd kunnen worden en hoe vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Aspecten die dan als eerste bekeken moeten worden zijn onderwijs; omscholing; deeltijdwerk voor 67-plussers; fiscale maatregelen; betere salariëring en minder werkdruk; herintreding, opwaardering en de omslag naar voltijdwerk van vooral vrouwen. In zo’n integraal plan kan migratie een rol spelen als deel van de oplossing. Maar beseft moet worden dat de betekenis daarvan vanwege maatschappelijke en economische overwegingen voor de korte termijn bescheiden zal zijn.

Foto 1: Deel van artikel ‘Migratie als Oplossing’ van Jaswina Bihari-Elahi op FB-groep We Have a Dream (WHD)

Foto 2: Vacature van Eetwinkel Kwebbles waarbij ervaring niet nodig is.

Het kringgesprek, de armoede, de verontwaardiging & de huichelarij

Mijn tijd op de basisschool, die in die jaren lagere school genoemd werd, ligt achter me. Ik heb in het onderwijs nooit een kringgesprek gehad over mijn persoonlijke omstandigheden (‘wat heb jij in het weekend gedaan?’). Evenmin op de kleuterschool die ik ervoor bezocht of op de middelbare school of de universiteit die ik erna bezocht. Uiteraard waren er wel groepsgesprekken, maar die gingen over het lesmateriaal of het onderwijs. Niet over persoonlijke omstandigheden. Als dat ter sprake moest komen, dan gebeurde dat in een vertrouwelijk gesprek. De naam ‘kringgesprek’ alleen al doet me griezelen. Wat ben ik met terugwerkende kracht blij dat ik als 7-jarige mijn persoonlijke omstandigheden niet hoefde te delen met een leerkracht of klasgenootjes. Daar komen naar mijn idee ouders, broers en zusjes of vriendjes eerder voor in aanmerking.

De aanleiding waarom de kringgesprekken worden gestopt is schrijnend: armoede. Maar die los je niet op met een kringgesprek. Dat ze gestopt worden maakt weinig uit voor het wegnemen van de oorzaak van armoede. Eer de bewustwording bij de leerlingen van de basisschool zich heeft vertaald in maatschappelijke verandering is Nederland 40 jaar verder in de tijd. Nog schrijnender, om niet te zeggen potsierlijker is het feit dat een PVV’er en een VVD’er lippendienst bewijzen aan de aanpak van de armoede zonder dat hun partijen zich in hun beleid ook maar in het minst inspannen voor armoedebestrijding of de aanpak van sociaal-economische ongelijkheid. Ze vergroten juist doelbewust de ongelijkheid. Tijd voor een kringgesprek in de Tweede Kamer?

Het evangeliserende ‘Bring Your Bible To School Day’ van het rechts-christelijke ‘Focus on the Family’ ligt onder vuur

In de VS is 3 oktober niet de viering van Leidens ontzet, maar ‘Bring Your Bible To School Day’. Het is een initiatief van de rechts-christelijke organisatie Focus on the Family. Het initiatief werd ernstige publicitaire schade toegebracht toen NFL-quarterback Drew Brees die er een promotor voor was in het openbaar op zijn woorden terugkwam nadat hij beticht werd de anti-LGBTQ visie van Focus on the Family te delen. Daar reageerde voorzitter Jim Daly van Focus on the Family op in het programma van Pete Hegseth op Fox News. Raw Story besteedt er aandacht aan in een bericht. Daly zegt niemand te haten, maar hij heeft de schijn tegen met zijn ageren tegen de LGBTQ-gemeenschap. Christenen als Daly framen de kritiek op hun intolerantie als niet tolerant. Zwak punt aan de ‘Bring Your Bible To School Day‘ is het evangeliserende effect ervan om andersdenkenden ongevraagd te confronteren met het christelijk gedachtegoed. Dat Focus on the Family zich goed voorbereidt en weet in welk maatschappelijk mijnenveld het zich met deze actiedag begeeft blijkt wel uit de oproep aan deelnemers op BringYourBible.org om zich goed te informeren over hun wettelijke rechten:

Foto: Schermafbeelding van deel homepage van ‘Bring Your Bible To School Day; oct. 3’ op BringYourBible.org.

Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding moet terug naar tekentafel. Is boerka symbool van de radicale islam, of niet?

Er is iets opmerkelijks aan de hand met het zogenaamde boerkaverbod. Officieel is dat de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding die gezichtsbedekkende kleding verbiedt in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen. De wet is op 1 augustus 2019 ingegaan en vanaf die datum geldt er een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding op genoemde plekken. Een persbericht van de rijksoverheid is duidelijk over de handhaving: ‘Draagt u toch gezichtsbedekkende kleding op een locatie waar dit verboden is? Dan kan een medewerker van de locatie u vragen om de gezichtsbedekking af te doen of de locatie te verlaten. Doet u dit niet? Dan kan de politie worden ingeschakeld en riskeert u een boete.’

De chauffeur van Arriva heeft volgens de wet gehandeld, maar krijgt van zijn werkgever een uitbrander. Hij verzoekt een vrouw die de wet overtreedt om haar niqaab af te doen en als ze dat niet doet weigert hij verder te rijden en roept de politie erbij. De vrouw krijgt overigens geen boete van de politie, wat logisch is omdat de wet nog maar drie weken geleden ingegaan is. Als de wet echter bewust niet mag worden gehandhaafd, dan zadelt dat medewerkers in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en overheidsgebouwen op met een onduidelijke situatie. Ze zitten klem tussen een wet waarvan de overheid wil dat die gehandhaafd wordt en richtlijnen van bedrijven en instellingen die daar haaks op staan en zich beroepen op nut en praktijk. Arriva en soortgelijke vervoersbedrijven scheppen met hun gedoogbeleid onduidelijkheid door richtlijnen uit te vaardigen die in strijd zijn met de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. De overweging dat het even duurt voordat de politie komt is wellicht op het eerste gezicht begrijpelijk, maar mag bij nader inzien geen reden zijn om de wet niet te handhaven. Uit het wetboek kan niet selectief geshopt worden.

Een andere vraag is of de wet een goede wet is. Dat valt te betwijfelen. Maatschappelijke ontwikkelingen komen erin samen. Zoals de opkomst en groeiende zichtbaarheid van de islam, het toenemend belang van identiteitspolitiek, het opdringen van de controlestaat en de voorkeur van veiligheid boven mensenrechten. In de reactie op de wet zit een hoop ruis. Zo is er de weigering om die te omarmen omdat Geert Wilders het succes ervan claimt. Ook is het onjuist dat er een absolute vrijheid in kleding bestaat. Naaktlopen mag niet. Of het dragen van symbolen als hakenkruizen op kleding. Als de boerka een symbolisch uithangbord voor de radicale islam is, dan is het niet zo gek om boerka of niqaab te verbieden. Het merkwaardige is dan juist weer dat die wet niet consequent is en de gezichtsbedekkende kleding niet op straat verboden is -toch de meest beeldbepalende locatie- maar alleen op genoemde plekken. De wet is een ratjetoe als gevolg van een politiek compromis. Met deze wet weet niemand goed raad. Het is van tweeën een. Of boerka en niqaab worden beschouwd als symbool van de radicale islam en daarom overal verboden. Of ze worden niet beschouwd als symbool daarvan en daarom nergens verboden. De wet moet terug naar de tekentafel. De wetgever heeft artsen, onderwijzers en buschauffeurs opgezadeld met een probleem waar het zelf niet uit is gekomen.

Christelijke wiskunde dat moet je niet willen, maar wordt mensen door God gegeven. Waar of niet waar?

Volgens wiskundeleraar Ab van der Roest van het Ichtus College in Veenendaal bestaat christelijke wiskunde niet, maar toch ook weer wel. Het opvallende aan de argumentatie van zowel Van der Roest als de leerlinge die aan het woord komt is dat ze in een cirkel redeneren. Want ze beweren dat God ’in principe’ alles heeft geschapen, dus ook de wiskunde. Op die aanname bouwen ze hun betoog. Maar het is een erg flinterdunne hypothese. Zeker van een wiskundeleraar die zegt van zijn vak te houden en dat serieus uit te oefenen zou meer logisch inzicht en kritisch vermogen verwacht moeten worden. De wet van de spaarzaamheid leert dat ‘men niet het bestaan van iets moet veronderstellen als onze ervaringen ook op een andere manier kunnen worden verklaard’. De meest voor de hand liggende veronderstelling is dat God mensenwerk is. Daaruit volgt dat mensen de wiskunde hebben geschapen. Een wiskundeleraar die niet de eenvoudigste verklaring volgt, maar op speculatieve wijze onnodige ingewikkeldheid introduceert zonder voldoende bewijsvoering zet zijn betrouwbaarheid als logisch denker op het spel. Van der Roest mist een scheermes om optimaal te denken.

Student, leerling of deelnemer? Taalverandering biedt geen oplossing voor problemen die MBO’ers voelen

Update 20 oktober 2018: Ik overweeg om bij de provinciale verkiezingen op GroenLinks te stemmen. Niet uit liefde, maar omdat andere partijen nog beroerder zijn. Maar een voorstel van kamerlid Zihni Ozdil brengt me sterk aan het twijfelen over de manier waarop er binnen GreonLinks politiek wordt bedreven. Hij stelt voor om MBO’ers een Engelstalige titel te geven bij hun ‘afstuderen’. Dat lijkt me een dom voorstel. Ozdil profileert zich ermee, maar naar mijn idee op een manier die negatief afstraalt op zijn partij. Is dit een electoraal opzetje om de steun voor de partij te verbreden door lageropgeleiden die nu op SP of PVV stemmen naar de mond te praten? Is dit een onderwerp waar deze partij zich mee wil profileren? Omdat MBO-ers ‘student’ worden genoemd moeten ze bij ‘afstuderen’ een titel krijgen. Bestudeert het kader van GroenLinks de logica van de domheid? Geef MBO’ers een goed loon, respect en niet extreem veel werkdruk. Een titel is bijzaak. 

Er is een debat ontstaan in reactie op de wens van MBO’ers om gebruik te kunnen maken van faciliteiten van studenten. Jongerenorganisatie Beroepsonderwijs (JOB) wil dat mbo’ers in de wet voortaan ‘studenten’ worden genoemd volgens een bericht van de NOS. Roosmarijn van de JOB zegt ‘omdat MBO’ers niet als student worden gezien’ het volgende: ‘Het geeft mbo’ers het gevoel dat ze niet op het gelijke niveau zitten als andere studenten en dus geen aanspraak kunnen maken op dezelfde dingen.’ Een gevoel als argument dus.

Hiermee zijn we weer helemaal in 2018 aangeland. Roosmarijn voelt zich tekort gedaan. Nederland is een egalitaire samenleving, maar dat wil nog niet zeggen dat alle inwoners en alle opleidingen gelijk zijn. Want dat zijn ze niet. Hoewel er op universiteiten pretstudies zijn waarvan het een raadsel is dat ze vanuit een universiteit worden gegeven. Maar maatschappelijke verschillen bestaan. Door dat in de taal te ontkennen, gaan die verschillen nog niet weg. Integendeel, ze worden juist toegedekt. De oplossing zit hem dus niet in de taal, maar in het wijzigen van de gebruikmaking van faciliteiten voor allen die een opleiding volgen.

Door oorlog vrede te noemen is de oorlog niet verdwenen. Zinvoller is het om oorlog juist wel oorlog te noemen en eraan te werken dat die verandert in vrede. Zo is het ook met het woord ‘student’ voor MBO’ers. Niet doen. Want voor welke probleem is dat de oplossing? Mijn reactie op de FB-pagina NOSop3:

Geef MBO’ers de faciliteiten en de voordelen die studenten hebben, maar noem ze geen studenten. Want dat zijn ze niet. Evenmin als HBO’ers trouwens. Ook die zouden geen student genoemd moeten worden. Het oprekken van een benaming lost verschillen niet op. Zo wordt begripsverwarring de oplossing voor een probleem dat in de kern niet opgelost wordt. Maar omzeild wordt door een MBO’er of HBO’er ’student’ te noemen.

Ooit was de benaming student voorbehouden aan iemand die aan een universiteit studeert. Nu worden ook leerlingen op een middelbare school of MBO-opleiding student genoemd.

Overigens geldt eenzelfde soort ontwikkeling voor onderwijsgevenden. De benaming ‘docent’ was ooit voorbehouden aan de universiteit, maar de leraren aan een middelbare school worden nu ook docent genoemd.

Dat is niet ‘fout’, want een taal is continu in beweging en reflecteert op maatschappelijke veranderingen. Hoewel deze verandering ‘student/docent’ die van universiteit naar middelbare school is doorgesijpeld niet van onderop, maar vanuit de onderwijskoepels lijkt te zijn opgelegd. Dus men kan zich afvragen hoe organisch deze taalverandering is.

Wat resteert is het woord ‘student’ dat vele vlaggen dekt. Niet op voorhand is duidelijk naar wie en welke opleiding het verwijst. Dat is onhandig en valt op te vatten als taalverarming.

Foto: Schermafbeelding van FB-postingOp de universiteit krijg ik veel meer voordelen dan op het mbo’ van NOSop3, 11 mei 2018.

Secularisme is geen vijand, maar beschermende vriend van kerken

Barneveld Vandaag plaatste gisteren het opinie-artikelDe ark op drift’. Het komt erop neer dat kerken niet dwars moeten liggen op ‘de wind van de secularisatie’, maar die recht in de ogen moeten kijken. Met een conclusie over de gewenste opstelling van kerken: ‘Ze sluiten zich niet af voor de wereld om het goed met elkaar te hebben. Deze gemeenten hebben een missionaire drive, die tot hun DNA behoort. Met een grote vrijmoedigheid zoeken ze het gesprek met hun geseculariseerde stadgenoten in een taal die zij verstaan.’ Dit betoog beredeneert met Bijbels jargon en vanuit het perspectief van de innerlijke werking van de kerk dat kerken te winnen hebben bij openheid en contact met de buitenwereld. Dat idee lijkt me terecht en werk ik uit in een reactie die nuanceert wat secularisme is en ik op de FB-pagina bij dit opinie-artikel plaatste.

Als het betoog valt samen te vatten dat secularisatie niet vijandig staat tegenover religieuze of levensbeschouwelijke organisaties, dan kan ik me er in vinden. Het heeft voor religieuze organisaties weinig zin om dwars tegenover de buitenwereld te staan. En daar ook nog eens misnoegd en bitter over te doen.

Vaak wordt vanuit een defensieve en onwetende, maar soms ook vanuit een bewust misleidende houding, in orthodox-christelijke organisaties gesteld dat de politieke filosofie van het secularisme antireligieus of atheïstisch zou zijn. Maar dat is een misverstand, dat jammergenoeg door sommige kerkleiders van orthodoxe snit om kerkpolitieke redenen de wereld in wordt geholpen. Zij proberen het afkalven van hun machtspositie te vertragen.

Het secularisme is een filosofie die alle godsdiensten en levensovertuigingen zonder onderscheid gelijk behandelt. Of daar in elk geval naar streeft, omdat de praktijk achterloopt op de theorie. Traditionele godsdiensten hebben als relicten uit het verleden vaak nog voorrechten waar ze zich krampachtig aan vastklampen en geen afstand van willen doen.

Daarom suggereren sommige kerkleiders dat secularisme de vijand van godsdienst is. Wat dus absoluut niet zo is. Wat wel speelt is dat oude voorrechten de filosofie die streeft naar de gelijke behandeling van alle godsdiensten en levensovertuigingen -inclusief degenen die zich erdoor laten inspireren- in de weg zitten.

De ark kan niet dwars op de buitenwereld staan, maar maakt er onderdeel van uit. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden er verstandig aan doen om ondubbelzinnig het secularisme te omarmen en zich er sterk voor te maken. Dat moeten ze niet alleen doen vanuit hun principe of geloof, maar juist vanuit hun eigenbelang. Ze moeten naar de toekomst kijken.

In Nederland zijn de verschillende stromingen binnen het christendom stuk voor stuk minderheidsreligies. Zoals uit nationale statistieken valt af te leiden zegt een kleine meerderheid van de Nederlanders zich niet te laten inspireren door godsdienst. Ze zijn ongebonden. Maar die ongebondenen zijn ook weer verdeeld en niet over één kam te scheren. Zo resteert wat religie en levensbeschouwing betreft een mozaïek van minderheden, stromingen en nuanceringen. De grondwet is de verantwoording voor gelijkheid die door de nationale overheid in de praktijk dient te worden gegarandeerd.

Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals ontkerkelijking, educatie en emancipatie neemt elk jaar het aandeel af van degenen die zich laten inspireren door godsdienst. In 2015 noemde 16% zich protestant, met de Nederlands Hervormden als grootste subgroep met 6,5%. Dat percentage daalt gestaag. Kerkleiders en politici van christelijke partijen zouden beter dan nu te dienen te beseffen -en naar dat besef handelen- dat ze als vertegenwoordigers van sterk onder druk staande minderheidsgroeperingen in het secularisme geen vijand, maar een beschermde vriend vinden die hun positie ook voor de toekomst garandeert.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘De ark op drift…’ (anoniem) op Barneveld Vandaag, 18 januari 2018.

Misbruik van kinderen is geworteld in islamitische scholen in Pakistan

Het is het oude liedje, mensen misbruiken hun machtspositie. In veel gevallen biedt godsdienst daarvoor de perfecte dekking. Juist omdat godsdienst per definitie uitgaat van goedgelovigheid, zich beroept op fictie die niet te controleren valt en daardoor gelovigen makkelijk om de tuin kan leiden. Dit element is een bezwaar van de georganiseerde religie. Zoals het misbruik van kinderen van arme ouders op islamitische Koranscholen in Pakistan. MeToo slaat machteloos dood in Pakistan waar macht ongelijk verdeeld is, corruptie welig tiert en vertegenwoordigers van islamitische organisaties zich onaantastbaar achten. Omdat ze gedekt worden.

Persbureau AP zegt daarover in een toelichting: ‘Uit een AP-onderzoek is gebleken dat seksueel misbruik een wijdverbreid probleem is bij madrassas of islamitische scholen in Pakistan. Maar in een cultuur waarin geestelijken krachtig zijn en seksueel misbruik een taboe-onderwerp is, wordt het zelden besproken of zelfs maar erkend.’ De paradox is dat goed onderwijs het antwoord is, maar dat de overheid dat niet levert en de islamitische scholen evenmin. Zo worden kinderen van arme ouders tot speelbal van mullahs gemaakt.

Overheid, stimuleer naast bezoek Rijksmuseum voor scholieren ook bezoek aan een museum van hedendaagse kunst

Het wordt druk in het Rijksmuseum in Amsterdam. En met 2,26 miljoen bezoekers per jaar is het al druk. Volgens directeur Taco Dibbets in een bericht in Het Parool ontving het Rijksmuseum in 2016 zo’n 150.000 leerlingen ‘in schoolverband’ en ‘daar kunnen volgens Dibbits nog makkelijk 100.000 bij’. Volgens het plan van de formerende partijen VVD, CDA, D66 en CU moet schoolgaande leerlingen ‘tijdens hun leerplichtige jaren’ het Rijksmuseum bezoeken. Er zijn volgens de opgave van het CBS in 2018 ongeveer 2,4 miljoen schoolgaande kinderen in de leeftijd 5-18 jaar. Dat betekent jaarlijks zo’n 184.000 leerlingen die langskomen in het Rijksmuseum. Als een bezoek verplicht wordt gesteld, wat nu (nog) niet het geval lijkt te zijn.

Het is onduidelijk hoe het bezoek van de 150.000 leerlingen in 2016 is samengesteld. Er kan sprake zijn van dubbeltellingen en leerlingen kunnen ouder dan 18 zijn (Pabo). Het jaarverslag 2016 geeft geen uitsluitsel. Het is onwaarschijnlijk dat van de 184.000 leerlingen die volgens het plan van de coalitie het Rijksmuseum moeten bezoeken, 150.000 leerlingen dat nu al doen. Want ze moeten ook uit Oostburg, Vlieland, Vaals of Delfzijl komen. En uit Rotterdam. Het valt niet in te zien dat dat nu al gebeurt. Het is de vraag of er meer of minder dan 100.000 extra leerlingen zijn om die 184.000 te halen. Omdat leerlingen ook de Tweede Kamer moeten gaan bezoeken waarschuwt volgens een bericht in het AD ProDemos -dat rondleidingen in de Tweede Kamer verzorgt- dat door de plannen daar capaciteitsproblemen kunnen ontstaan. ProDemos: ‘De grootste beperking zit nu bij de Kamer zelf, dus de capaciteit zal vooral daar groter moeten worden gemaakt’.

Een bezoek aan het Rijksmuseum is een goede zaak omdat het scholieren in contact brengt met kunst. En overigens ook met de hoofdstad van ons land. Maar er is een nadeel. Ofschoon het Rijksmuseum sinds de recente verbouwing een afdeling 20ste eeuw heeft opgetuigd ligt hier kwalitatief en kwantitatief toch niet het zwaartepunt van het museum. En hoe dan ook stopt de collectie in 2000. De leerlingen van 5-18 jaar komen in het Rijksmuseum dus niet in contact met objecten die tijdens hun eigen leven zijn gemaakt. Zo wordt het er afstandelijk op, welke educatieve programma’s ook worden ingezet om het te verbeelden en te actualiseren.

Het niet verplicht stellen van een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst is daarom een gemis. En een gemiste kans. Het is goed dat leerlingen het Rijksmuseum bezoeken, maar dat zou voor leerlingen ‘tijdens de leerplichtige jaren’ aangevuld moeten worden met een verplicht bezoek aan een museum van hedendaagse kunst. Dat is in Nederland geen probleem omdat alle provincies op Zeeland en Flevoland na uitstekende kunstmusea binnen hun grenzen hebben: Groningen, Leeuwarden, Assen, Zwolle, Arnhem, Utrecht, Den Haag en Rotterdam, Eindhoven en Tilburg, en Maastricht. Waar nodig kunnen musea hun collectie verbreden om een goed beeld van de ontwikkeling van de hedendaagse kunst te laten zien. Dat kan via bruiklenen van de Collectie Nederland. Het verdient aanbeveling dat de oppositiepartijen het voorstel van de coalitie aanvullen en verbeteren door te pleiten voor een bezoek aan een museum van hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel paginaDe 20ste eeuw (1900-2000)’ van het Rijksmuseum.