Hermitage gaat NFT’s van werken uit collectie vermarkten. Hoe gaat deze ontwikkeling de museumsector veranderen?

Schermafbeelding van deel artikel Van Gogh op de blockchain? Bitcoin (BTC) exchange Binance en Russisch museum gaan het doen!‘ op crypto-insiders.nl, 28 juli 2021.

Binance NFT geeft (vertaald) de volgende definitie van een NFT: ‘Een non-fungible token (NFT) is een cryptografisch token dat een uniek bezit vertegenwoordigt. Ze fungeren als verifieerbare bewijzen van authenticiteit en eigendom binnen een blockchain-netwerk. NFT’s zijn niet onderling uitwisselbaar en introduceren schaarste in de digitale wereld.’ Binance NFT is een marktplaats waar NFT’s worden verhandeld.

Een NFT is handel. En winst voor de aanbieders. Dat zijn niet alleen bedrijven die in unieke cryptografische tokens (zeg: identificatie- of authenticatiemiddel) handelen, maar ook voor musea die het beeldrecht van de afbeelding hebben dat in een NFT wordt omgezet. Dat opent mogelijkheden voor musea om te cashen op de eigen collectie, terwijl het originele kunstobject niet verkocht hoeft te worden. Dat is een win/win-situatie, zo lijkt het.

Crypto-insiders.nl brengt het nieuws dat Binance NFT samenwerking heeft gezocht met het Russische Hermitage Museum in Sint-Petersburg. Binance NFT kondigt in een verklaring van 26 juli 2021 aan dat het eind augustus op de eigen marktplaats NFT’s van het werk van Leonardo da Vinci, Giorgione, Vincent van Gogh, Vassily Kandinsky en Claude Monet uit de collectie van de Hermitage zal verkopen. Van elke twee exemplaren van hetzelfde werk gaat er een naar de koper en blijft de andere NFT in de collectie van het museum.

Schermafbeelding van deel artikelBinance NFT Marketplace to Feature Tokenized Art, Including Leonardo da Vinci, from The State Hermitage Museum‘ van Binance, 26 juli 2021.

Directeur Mikhail Piotrovski ondertekent niet alleen de beperkte reeks NFT’s, maar creëert volgens de uitleg van Binance NFT ‘ook een onafhankelijk werk door zijn handtekening, datum en exacte tijd van ondertekening toe te passen, waardoor ze absolute uniciteit kregen, vereeuwigd in de blockchain’. Ofwel, de handtekening van de kunstenaar wordt vervangen door de handtekening van de huidige directeur van de Hermitage.

Of dit een ontwikkeling is die uitsluitend gunstig is voor musea valt te bezien. Ze lijken weliswaar een nieuwe geldbron aan te boren, maar de vraag is hoe groot deze markt is als vele internationale musea als aanbieders gaan optreden. Ze worden dan elkaar concurrenten in het aanbieden van NFT’s. Ook is het denkbaar dat sponsors en overheden die musea helpen financieren deze nieuwe ontwikkeling als argument zien om zich terug te trekken uit de museumsector.

Het gaat vooral om kunstmusea die iconische schilderijen van oude en moderne meesters in hun collecties hebben die ze in de vorm van NFT’s kunnen vermarkten. Dat geldt voor Nederland wellicht voor de 20 belangrijkste kunstmusea, van het Rijksmuseum tot het Dordrechts Museum. Hedendaagse kunst lijkt lastiger in de markt te liggen.

Zo dreigt er een tweedeling binnen de museumsector indien deze tendens van de verkoop van NFT’s doorzet en belangrijk wordt. Musea met in hun collectie iconische schilderijen van oude en moderne meesters kunnen veel geld uit de markt gaan halen door de verkoop van NFT’s. Maar kunstmusea die gericht zijn op laat-20ste eeuwse en 21ste eeuwse kunst zonder accent op een schilderijencollectie of niet-kunstmusea missen die mogelijkheid omdat ze minder aantrekkelijk zijn voor de kopers van en handelaren in NFT’s. Dat kan een nieuw evenwicht binnen de museumsector scheppen, waarbij musea die nu al veel inkomsten hebben nog rijker zullen worden.

Hoe een en ander door de opkomst van NFT’s financieel uitpakt valt lastig te voorspellen, maar denkbaar is dat de landelijke overheid de steun zal gaan verleggen van musea die NFT’s kunnen verkopen naar musea die daartoe niet in staat zijn.

Overigens zou de verkoop van NFT’s door initiatief van het deel van de gemeentepolitiek dat weinig opheeft met kunst en musea de lokale politiek op de gedachte kunnen brengen dat het mee wil delen in de opbrengst van de verkoop van NFT’s. Want in Nederland zijn collecties van geprivatiseerde musea eigendom van gemeenten. Museum de Fundatie is de uitzondering. Het zou verstandig zijn als de Museumvereniging zo snel mogelijk met de leidende kunstmusea hierover een standpunt bepaalt en een strategie ontwikkelt om de opbrengst van de NFT’s exclusief voor de museumsector te behouden. Denkbaar is ook dat musea samen met de Museumvereniging een fonds oprichten dat door de leidende kunstmusea gevuld wordt met de opbrengst van de verkoop van NFT’s waar musea die die mogelijkheid missen een beroep op kunnen doen.

Directeur Piotrovski heeft het laatste woord. Is het wensdenken, luchtfietserij, een verkooppraatje of een realiteit die hij schetst? Hoe dan ook lijkt de museumsector door de verkoop van NFT’s te gaan veranderen. De beer is los. Hoe de verandering eruit zal zien valt nu lastig te voorspellen. Mogelijk duurt het nog jaren voordat het zich doet voelen, maar enige mate van verandering lijkt onvermijdelijk. Daarom doet de museumsector er verstandig aan zich er nu al op voor te bereiden. In het bericht van Binance NFT zegt directeur Piotrovski:

'Nieuwe technologieën, met name blockchain, hebben een nieuw hoofdstuk geopend in de ontwikkeling van de kunstmarkt, geleid door het eigendom en de garantie van dit eigendom. Dit is een belangrijke fase in de ontwikkeling van de relatie tussen persoon en geld, persoon en object. NFT creëert op deze manier democratie, maakt luxe toegankelijker, maar tegelijkertijd uitzonderlijk en exclusief. We zullen andere mogelijkheden uitbreiden, met name digitale, die de collecties en het paleis [het gebouw] erin zullen betrekken. We gaan nieuwe experimenten bouwen op basis van nieuwe technologieën.' 

Kritiek op EuropArtFair en Stichting Kunstweek dat over de rug van kunstenaars een verdienmodel heeft

Column van Marina van der Kooi op site Nederlandse Kring van Beeldhouwers NKVB,16 juli 2021.

Wijze, moedige en waarachtige column van kunstenaar Marina van der Kooi die meedeed aan de kunstbeurs EuropArtFair die van 2 tot en met 4 juli 2021 plaatsvond op het Westergasterrein in Amsterdam. Dat was voor haar eens, maar nooit weer. Want volgens haar verdient iedereen aan zo’n beurs, behalve de kunstenaars die niet uit de kosten komen.

Overigens waren kunstenaars die zich goed informeren gewaarschuwd niet aan deze beurs deel te nemen. Het is een val voor kunstenaars. In hun boekTussen Kunst en Cash” besteedden NRC-journalisten Arjen Ribbens en Pieter van Os in hoofdstuk 11 (De Promotor David Polak) aandacht aan de Stichting Kunstweek van Polak in Raamsdonkveer dat onder meer certificaten aan kunstenaars verkoopt waar niemand op zit te wachten. Maar het organiseert ook een reeks kunstbeurzen met interessant klinkende namen.

Raoul Locht is bestuursvoorzitter van de Stichting Kunstweek en ook organisator of beursmanager van EuropArtFair. Els van Lent is secretaris van de Stichting en was tevens assistent beursmanager van EuropArtFair. Volgens Ribbens en Van Os is Locht de enige aandeelhouder van De Kunst Collega’s BV uit Roermond. Die werkt samen met de First Art Group BV die initiatieven van de Stichting Kunstweek uitvoert. Locht zou volgens beide auteurs initiatiefnemer van zes kunstbeurzen zijn.

De Stichting Kunstweek zegt dat het ‘staat voor de collectieve promotie van beeldende kunst en heeft als primaire doelstelling het vergroten van de belangstelling voor beeldende kunst in het algemeen en van de bekendheid van Nederlandse beeldend kunstenaars en hun werk in het bijzonder‘.

Dat is een ruime definitie die niets zegt over het verdienmodel. De beurzen van Locht krijgen lof omdat ze goed georganiseerd zijn, maar ook kritiek. Kunstenaar Jeroen Bosch en een van de twee drijvende krachten achter de populaire kunst(enaars)site Trendbeheer schreef in 2014 het artikelWist u dat de Kunstweek niet deugt?‘ waarnaar Ribbens en Van Os verwijzen. Omdat kunstenaars geen informatie hebben over de achtergrond van Polak, Locht en de door hen georganiseerde kunstbeurzen zouden ze er als ‘rommelende sukkelaars’ intrappen. Kunstenaars worden dankzij de column van Martine van der Kooi nogmaals gewaarschuwd.

Het laatste woord is aan haar, want behalve het verdienmodel dat eruit bestaat dat alle betrokkenen behalve de kunstenaars van de beurs profiteren is het niveau bedenkelijk: ‘Welgeteld zag ik drie kramen van mensen die ik als kunstenaar wil beschouwen. De rest, ongeveer 100 deelnemers, presenteerde vooral lieve of verleidelijke meisjesgezichten, en veel naakte borsten. De zigeunerin met de traan was niet ver weg‘. Deelname aan een beurs van Locht kan voor een professionele kunstenaar eindigen in een dubbele teleurstelling. Artistiek is het niveau bedenkelijk en financieel het risico groot. Advies: niet doen.

Maakt marketing in kunsthandel en kunstsector de kunst kapot?

Kunsthandel is een een slim marketingplan. Dat is geen opzienbarend nieuws, maar al vaak beweerd. Wie dat nu nog niet weet heeft zitten slapen. In een grappige, maar ook wel wat karikaturale aflevering van truTV wordt uitgelegd hoe het werkt. Neveneffect en onderschrijving van die marketing is dat de gevestigde media de veilingprijzen voor kunstwerken gelijkstellen met de kwaliteit of het belang ervan. Maar evenmin als bij films de toekenning van Oscars het ultieme oordeel is over de kwaliteit ervan geldt dat in de beeldende kunst.

Naast dit schema dat leidend is voor het bovenste segment van de kunsthandel is er in de kunstsector in volle breedte de actuele marketing van kunstenaars die niet minder kwalijk is en op andere uitgangspunten is gebaseerd. Niet commercieel, maar politiek. Van die marketing heeft het brede publiek minder benul. Mede omdat de gevestigde journalistiek zich daar niet over durft uit te spreken, in tegenstelling tot de karikatuur over de top van de kunsthandel. Ook dat maakt het lastig om kwaliteit van waardering te onderscheiden.

Neem de huidige golf van aandacht voor minderheden die door de kunstsector spoelt als een tsunami van emoties en in te lossen schuld die zo snel mogelijk hersteld moet worden. Kunstinstellingen zijn bevreesd om in die ‘emancipatie’ achter te blijven bij collega’s. Museumdirecteuren, conservatoren en curatoren buitelen over elkaar heen om de boot niet te missen. Met het risico dat ze in hun haast de verkeerde boot nemen.

Bezoek een museum met hedendaagse kunst en zie hoe huidskleur, sekse en etniciteit in het kielzog van identiteitsdenken en de #MeToo-beweging in korte tijd de nieuwe normen zijn geworden voor aankoop en presentatie. Een kunstenaar met de politiek correcte ‘juiste’ identiteit heeft tegenwoordig een streepje voor.

Dat is niet erg, als daarmee nieuwe kwaliteit aangeboord zou worden. Dat zou een verrijking voor de kunst zijn. Maar net als bij de kunsthandel die truTV beschrijft zijn het bij die actuele marketing doorgaans de meest handige en onbescheiden, maar niet altijd de beste kunstenaars die doorbreken. Dat is het probleem.

Onzichtbare stijl van een kunstbeurs als Art Rotterdam is onhoudbaar

Deze Hongaarse video zegt het zonder terughoudendheid: ‘Art is Business’. Dat is wel zo oprecht. Het draait er niet omheen. Kunst kan voor bedrijven een verdienmodel zijn. Wie afgelopen week de grootste kunstbeurs van Nederland bezocht, te weten Art Rotterdam zag de vermenging van kunst en commercie in volle werking. Maar dit wordt ontkend, niet volmondig toegeven of afgeschermd. De strategie om de vermenging van kunst en commercie te verhullen is klassiek. Het komt overeen met de strategie van de gestandardiseerde film in het klassieke Hollywood-studiosysteem, de zogenaamde onzichtbare stijl. De film lijkt zichzelf te vertellen. De film verwijst niet naar zichzelf. De film verbergt techniek en montage zoveel mogelijk. Een kunstbeurs als Art Rotterdam kent ook een onzichtbare stijl. Het doet net alsof kunst zichzelf vertelt. Het doet net alsof kunst niet tot onderdeel van een organisatie is gemaakt. Het doet net alsof kunst zichzelf verkoopt. Maar zoals de klassieke Hollywood-film rond 1960 verdween zal ook dit soort kunstbeurs verdwijnen. Ontdekt worden.

Foto: Bericht over Art Rotterdam op site van Nationale Nederlanden.

Ottmar Hörl doet in principe aan beeldhouwen. Zijn levenloze objecten vallen in herhaling en hebben het rijk alleen

De Duitse kunstenaar Ottmar Hörl doet ‘in principe aan beeldhouwen’, zo zegt hij in een reportage van AVS Oost-Vlaamse Televisie. Het tekent zijn zoekende aard en theoretische invalshoek die hem niet alleen doet belanden aan de grenzen van de beeldende kunst, maar hem ook zijn eigen wil in zijn creatieve praktijk doet wegtoveren om die over te dragen aan levenloze objecten. Of dat afgietsels van kabouters, Karl Marx, hazen, beren, Daimlers of wat dan ook zijn. Aanleiding is een tentoonstelling in Kasteel Claeys-Bouüaert in Gent (Mariakerke) dat eigendom is van de stad Gent. Sinds 1998 is er het Centrum voor Jonge Kunst gevestigd.

De reportage wordt er extra geestig op omdat de makers duidelijk niet weten wat ze met het werk van Hörl aanmoeten. Is een debat over tuinkabouters die verboden moeten worden omdat ze zo lelijk zijn ernst of satire? Worden we in het ootje genomen? Die onduidelijkheid is de meerwaarde van de reportage. En uiteraard van het werk van Hörl. De liefhebbers kunnen zijn ‘prachtige kunststof beelden’ bestellen bij Mud In May. In de installatie op het grasveld bij het kasteel Claeys-Bouüaert staan niet alleen ‘fuck you’-kabouters, maar ook andere kabouters. Opvallend is dat de zwarte kabouter die de Hitlergroet brengt en eerder in Gent in 2008 was te zien hier niet kan worden besteld. Blijkbaar kent ook de commerciële kant van Ottmar Hörl grenzen.

Foto 1: ‘Karl Marx, Ausstellung zum 195. Geburtstag: “Ikone Karl Marx”, von Ottmar Hörl’, 2013.

Foto 2: Schermafbeelding van deel aanbod van kunststof beelden van Ottmar Hörl door Mud In May.

Het concept van een banaan kan niet opgegeten worden. Over het kunstwerk ‘Comedian’ van Maurizio Cattelan

De tegen de muur met ducttape geplakte banaan van Maurizio Cattelan op de kunstbeurs Art Basel Miami Beach getiteld Comedian die door de kunstenaar David Datuna werd opgegeten heeft tot een stroom berichten in de populaire media geleid die één aspect gemeen hebben. Namelijk dat de schrijvers weinig van conceptuele hedendaagse kunst begrijpen of geen moeite doen om het te begrijpen en deze gebeurtenis aanwenden om zichzelf te profileren. Door aandacht aan de banaan te besteden bereiken ze in hun kritische aandacht voor de in hun ogen perverse kunsthandel het omgekeerde van wat ze beogen. Ze praten het belang van Cattelans banaan omhoog. Dat is de paradox van kritiek. Het onderwerp wordt er belangrijker door.

Opeten van de banaan heeft niks met het kunstwerk te maken. Dat speelt op een ander vlak. Het kunstwerk gaat niet om de fysieke banaan, maar om het concept van een banaan die met ducktape tegen de muur is geplakt. Dat wordt in de kunsthandel gematerialiseerd door een COA (certificate of authenticity). In een bericht op Instagram zegt Cattelans vertegenwoordiger Emmanuel Perrotin van galerie Perrotin dat zonder een COA een conceptueel kunstwerk niets meer dan de materiële weergave is. Teruggebracht to de winkelwaarde van een banaan, van zeg pakweg 40 cent. De fysieke banaan kan opgegeten worden, maar het concept niet.

Het is de onmogelijkheid van David Datuna of al die andere critici en aandachtstrekkers die een graantje mee willen pikken van de hype rond Comedian. Zoals Perrotin in bovenstaand bericht zegt werd het werk gisteren 8 december al verwijderd vanwege de overweldigende en oncontroleerbare drukte van de bezoekers. Wat resteert is verdere vulgarisatie van een in de kern vulgair idee. De banaan daalt af tot straatniveau en spoelt weg op de stroom nieuws over wat kunst zou zijn. De banaan van Cattelan is geslaagde marketing. Als een kunstwerk zo groots de media haalt kan men er zeker van zijn dat het over de prijs of een modegril gaat.

.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelGeplakt aan de muur worden tomaat en paprika ineens héél duur’ op AGF, 9 december 2019.

Foto 2: Bericht op Instagram van Emmanuel Perrotin, 8 december 2019.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelDUUR KUNSTWERK WORDT DOODLEUK OPGEGETEN DOOR ANDERE ARTIEST’ van Nadine van der Linden op HLN, 9 december 2019.

Kunstenaar Joris Baudoin brengt uit protest sculptuur naar stort

Wat te denken van het bericht dat kunstenaar Joris Baudoin uit Heerewaarden z’n werk The Last Tree Standing (2019) van versterkt beton met bladgoud naar de stort heeft gebracht? Het zou volgens hem een marktwaarde van meer dan 20.000 euro hebben. Het stond deze zomer op de kade in Zaltbommel tijdens een kunstfestival. Deze actie die blijkbaar met Omroep Gelderland is gecoördineerd is bedoeld als protest. De omroep verwoordt het zo: ‘Baudoin vindt dat toonaangevende musea, galerieën, verzamelaars, media en subsidieverstrekkers elkaar verblinden. Veel kunst verdwijnt hierdoor in de anonimiteit en dat geldt ook voor goede kunst of zelfs topkunst.’ Hier worden allerlei aspecten aan de orde gesteld en met elkaar verbonden: kunsthandel en -kritiek, opereren van musea en media, kunstverzamelaars, cultuurpolitiek en subsidiebeleid.

Baudoin wilde zijn werk niet weggeven, maar verkopen zo blijkt uit een interview van Nieke Hoitink met hem op Radio Gelderland. Hij zegt ook het aan musea met ‘prachtige beeldentuinen’ te hebben ‘aangeboden’, maar die zijn niet op zijn aanbod ingegaan omdat ze het niet wilden ‘hebben’. Welke musea het betreft is onduidelijk. Baudoin vergelijkt zich met kunstenaars als Ai Weiwei, Giuseppe Penone en Giuseppe Licari. Hij meent dat het in de kunstwereld niet zozeer om de kunst, maar om de naam gaat en hij die naam niet heeft.

Foto: Joris Baudoin, The Last Tree Standing (2019).

Gedachten bij verslag van tentoonstelling ‘Inline’ in galerie Knokke

Soms komt de verwachting uit. Dat is het geval bij de kunst die in het verslag van de tentoonstelling ‘Inline’ in de galerie Art Center HOres MOdus 8 op de Zeedijk in Knokke is te zien. Met werk van Alea Pinar Du Pre en Marianne Turck. Galerist is Niña Van den Bosch. De video is geen journalistiek verslag maar een promotie van de galerie. Knokke kende ik goed door de zondagse bezoekjes vanuit het nabijgelegen Zeeuws-Vlaanderen. Het was jarenlang mijn Zandvoort of Egmond. De kunst in de Knokse galeries behaagt, doet geen pijn en past goed in het interieur. Voor zoiets is in Nederland nauwelijks een markt. Niet streng genoeg. Te zuidelijk.

De beschrijving van de kunst van de Oostenrijks-Turks Alea Pina Du Pre vat dat samen: ‘Haar schilderijen nodigen uit om verder te kijken dan het doek en daarmee nieuwe manieren te vinden om te vertellen wat we beleven. Elk schilderij heeft zijn eigen verhaal, gemaakt  om de kijker te stimuleren na te denken over de gelaagde realiteit, om het zichtbare en onzichtbare, de werkelijkheid en de perceptie te doorgronden.’ Dit is onzin die op het eerste gezicht heel wat lijkt, maar bij nader inzien vaagheid en slecht geschreven flauwekul is. Hier wordt indruk gemaakt en ontzag ingeboezemd met kunst die dat niet verdient, maar wel verkoopt.

Kunst is voor PVV en FvD geen strijdpunt, maar een zwijgpunt. AfD’er Martin Renner pleit voor nationale kunst

Ik ben ervan overtuigd dat kunst ondersteund moet worden door de overheid, maar geen staatszaak moet zijn. Zoals de overheid vele sectoren steunt waarvan de burgers en de politiek vinden dat die de moeite waard zijn of waarvoor de vrees bestaat dat ze verpletterd worden door de marktwerking. Landbouw, de publieke omroep, de industrie inclusief multinationals, monumentenzorg, het koninklijk huis, de zorg, het onderwijs, en dus de kunsten. De afstand van kunstenaars of kunstinstellingen tot de overheid moet niet te klein zijn. Want dan bestaat het risico dat de overheid de kunst door het in bescherming te nemen, die kunst overneemt. Dan is de kunst niet meer vrij. Dat is ongewenst. Kunst moet de vanzelfsprekendheid bezitten om tegen elke zittende macht te kunnen schoppen. Zoals trouwens elke macht tegen kunst schopt. Maar de overheid heeft de plicht om in kunst de eigen tegenmacht te organiseren zonder daarover zeggenschap te willen claimen.

In beginsel ben ik het eens met de woorden van Martin Renner, AfD-afgevaardigde in de Duitse Bundestag. Hij lijkt immers te pleiten voor een antithese, een tegenstelling tussen kunst en het politieke establishment. Tot dat laatste behoort hijzelf uiteraard ook als afgevaardigde van zijn partij in de Bundestag. Maar bedoelt hij wel wat hij zegt? Nee, kunst moet niet rood of groen zijn, zoals de Hamburgse AfD-afgevaardigde Alexander Wolf in een scheldpartij beweert om zijn op het oog open houding te versmallen tot een partijpolitiek betoog. Zo verkeert zinvolle kritiek over de te kleine afstand tussen kunst en politiek in zijn tegendeel. Ook Renner gaat de fout in als hij eist dat kunst die door de overheid financieel wordt gesteund ‘Duits’ moet zijn. is. Want ook dan wordt kunst door de politiek ingelijfd en voor een karretje gespannen. Dan is kunst niet meer vrij.

Toch kan zo’n standpunt van Renner helpen om tot op zekere hoogte de vermenging van kunst en politiek aan de kaak te stellen. En die te ontvlechten en een middenweg te vinden tussen links knuffelen en rechtse onverdraagzaamheid jegens de kunst. Renner moet alleen niet vertrouwd worden in zijn beweegreden omdat hij niet opkomt voor de vrijheid van de kunst. Hij ageert tegen politiek die te dicht tegen de kunst aanleunt. Die diagnose klopt, maar zijn advies dar eruit volgt is nutteloos en tegenstrijdig met wat hij claimt te beweren.

Een vergelijking met de Nederlandse radicaal-rechtse partijen valt in het nadeel uit van de PVV en FvD. De AfD ziet nog het belang en de kracht van kunst, al is dat door het ervan te betichten samen te spannen met de linkse politiek. In Nederland bannen PVV en FvD kunst liever uit het publieke debat. Ze hebben er niks mee.

De Rotterdamse PVV’er Maurice Meeuwissen noemde overheidssubsidies voor kunst en cultuur ‘een grote schande’ en praat over ‘onzinkunst’. FvD-leider Thierry Baudet eigent zich een ongenuanceerd oordeel aan over hedendaagse kunst en verwart dat met kritiek. Nooit komen PVV en FvD met een alternatief, zoals de nationale kunst die Renner voorstaat, hoe tegenstrijdig dat ook is. Wellicht kunnen PVV en FvD een eerste stap zetten en in het parlement pleiten voor kunst die de nationale identiteit en de Nederlandse cultuur, taal en geschiedenis versterkt. Dat zou een begin zijn van het erkennen van het belang van kunst. Hoe dat politiek ingepast wordt, zien we dan wel weer verder. De apathie van PVV en FvD is erger dan de verontrustende mening van de AfD. In Nederland is kunst voor radicaal-rechts geen strijdpunt, maar een zwijgpunt.

Sepulchrum van hedendaagse kunst: een filmpje over het werk van Horst Antes op Cologne Fine Art 2018

Ik kan het niet helpen, maar van zo’n video word ik opstandig. Het ontdek je plekje van de kunst. De Duitse beeldhouwer Horst Antes wordt dit jaar in het zonnetje gezet op kunstbeurs Cologne Fine Art. Dat is prima. Maar waarom leidt dat tot een zielloos en saai filmpje dat uit lijkt te schreeuwen: ‘Niemand komt levend uit dit graf van de hedendaagse kunst’. Het roept ook de vraag op wat kunstbeurzen nog met kunst van doen hebben. Als ik kunsthater was dan wist ik het wel, dan verspreidde ik dit filmpje ruim op internet. Wat moet een kunstliefhebber er in hemelsnaam mee? Signaleren dat het niks is? Wie of wat wordt daarmee geholpen?