George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Galerie

Verslag van de opening van een tentoonstelling: ‘De kleur van Jonge Honden en Oude Meesters’ in De Kruisruimte Eindhoven

leave a comment »

Filmpjes op YouTube van lokale initiatieven over openingen van kunsttentoonstellingen zijn een apart genre. Terugkerende elementen zijn jazzy (saxofoon!) of minimalistisch-repeterende muziek, soms een interviewtje met de kunstenaar, beelden van de tentoongestelde werken en het luisterende publiek, en een spreker. In dit geval publicist Alex de Vries van Uitgeverij De Zwaluw. Hij vormt met zijn doorwrochte openingstoespraken een subgenre op zichzelf. Oriënterende totaalshots van interieur en exterieur kaderen de hele boel keurig in.

Maar hoe vat je in hemelsnaam 25 kunstenaars in 5 minuten? Het is de tactiek van het aanstippen of het aantippen. Veel wijzer word je er niet van. En dat is ook precies de opzet. Het gaat erom om potentiële bezoekers net voldoende te prikkelen. Het streven is om nieuwsgierig te maken zonder te veel weg te geven. Zoals de onlangs overleden galerist Erik Bos van Nouvelles Images (NI) in een laatste interview in NRC zei: ‘Kunstliefhebbers kijken op de site en zeggen dan dat ze een tentoonstelling hebben gezien. Wees als galeriehouder dus selectief met het publiceren van foto’s. Eén overzichtsfoto van een tentoonstelling, oké, maar plaats online nooit the whole hog, de hele bliksemse boel.’ Hoewel NI zelf dat idee niet altijd volgde geeft het wel de grenzen aan de marketing van kunsttentoonstellingen aan. Zo krijgt een genre vorm.

krui

Foto: Still uit de videoExpositie De kleur van Jonge Honden en Oude Meesters’ op het YouTube-kanaal fhktilburg. Hier is informatie te vinden over De Kruisruimte in Eindhoven waar de opening op 26 november 2016 plaatsvond.

Advertenties

Investeren met Thim Muskee in de TOPkunst van Jack Liemburg

leave a comment »

Het betoog van galeriehouder, pardon: topkunsthandelaar zoals hij zichzelf noemt, Thim Muskee van Galerie Muskee in Groningen is kort ‘toeslaan en wegrennen’. Thim geeft een beleggingsadvies: ‘investeer vandaag nog in topkunst!’ Bij TOPkunst denkt Thim aan Jack Liemburg. Wie zegt u? Jack Liemburg, ‘een kunstenaar die op geheel eigen en onnavolgbare wijze een kunstbeleving biedt’. Aldus een toelichting bij een filmpje op Jacks YouTube-kanaal met als onderwerp ‘RTL4 Lifestylexperience te gast bij kunstenaar Jack Liemburg’. Zijn kunst is niet voor de poes, want: ‘Zijn schilderijen zijn vaak doorspekt met passie, kracht en rebellie‘. Vaak ook niet?

Waarschijnlijk bent u ondertussen benieuwd geworden waar Jack zijn inspiratie vandaan haalt en wat Thim in hemelsnaam in Jacks werk ziet. Onze TOPkunstenaar haalt zijn inspiratie zo ongeveer overal vandaan: ‘Jack haalt zijn inspiratie uit het alledaagse maar vooral ook uit bijzondere ontmoetingen, reizen en muziek. Al deze elementen zijn terug te vinden in zijn unieke schilderijen die als ware statements van de muur spatten’.

Toe maar, unieke schilderijen die van de muur spatten. Eén ding is hoe dan ook duidelijk: bescheiden is Jack Liemburg niet. Hij is een zelfverklaarde TOPkunstenaar voor wie het nog niet wist. Investeren dus, voor wie durft. Koop geen aandelen, koop een schilderij van Jack Liemburg. U haalt een Lifestylexperience in huis. Prijs?

Bedenkingen bij de petitie ‘ARTInSJOK: kabinet maakt beeldende kunst tot sluitpost, musea domineren de kunst’

leave a comment »

artin

Dimp Nelemans van de Stichting Maritime Art & Design in Middelburg is initiatiefnemer van deze petitie. Op haar YouTube-kanaal maakt ze promotie voor maritieme kunst en haar in Middelburg gevestigde galerie Gallery Maritime. Dit verklaart de inhoud van de petitie die cultuurpolitiek, overheidssubsidie, museumbezoek, hedendaagse kunst, cultureel ondernemerschap en het ‘verdienmodel’ van galeries combineert.

In een blogposting verwijst Birgit Donker, directeur Mondriaan Fonds, ook naar het citaat van het Tweede Kamerlid voor het CDA Madeleine van Toorenburg. Zij deed de uitspraak tijdens een ronde tafelgesprek over de zes rijkscultuurfondsen. De verwijzing is opvallend omdat Nelemans en Donker tot een tegengestelde conclusie komen over de verdeling van rijkssubsidie over de vier grote steden en de rest van het land. Donker: ‘Dat alles neemt niet weg dat het een feit is dat er meer cultureel leven is in de Randstad dan in de regio. Dus dat er vanzelfsprekend meer geld naar toegaat, zeker als je kijkt naar individuele kunstenaars die nu eenmaal vooral in de grote steden wonen.’ Nelemans verwijst niet naar Donkers weerwoord.

Waar het de petitie precies om te doen is wordt niet duidelijk gemaakt. Doordat alles met alles verbonden wordt oogt het betoog rommelig. De titel zegt dat het kabinet beeldende kunst tot sluitpost maakt, maar vervolgens wordt dit niet uitgewerkt. Dat is jammer voor allen die de kaalslag van de cultuurbegroting door toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra met medewerking van alle politieke partijen nog steeds onterecht en buitenproportioneel vinden. Dat beleid verdient een goede bestrijding waar deze petitie niet aan toe komt.

Veelzeggend keert de petitie zich tegen de ‘facilitering van experimentele kunst’ door het Mondriaanfonds. Het suggereert dat dit de ‘aankoop’ en ‘appreciatie’ van hedendaagse beeldende kunst verstoort. Het blijft gissen wat Dimp Nelemans onder ‘experimentele kunst’ verstaat en hoe die verstoring optreedt. Maar hiermee introduceert ze wel een principieel punt. Het roept een vraag op over de marktwerking in de beeldende kunst.

Nelemans ziet een opgetuigde rol voor zich van de ‘cultureel ondernemer’. Ze stelt voor om galeriehouders binnen de BIS (Basisinfrastructuur) te honoreren. Ter vergelijking is er die andere ‘cultureel ondernemer’ die binnen een culturele instelling met overheidssubsidie eerder een ‘cultureel bestuurder‘ dan echte ondernemer is die met eigen geld risico loopt. De ‘cultureel bestuurder’ is een hybride functie die op het breukvlak van marktwerking, overheidssubsidie en uitvoering van cultuurbeleid werkzaam is en weliswaar elementen van cultureel ondernemerschap in zich draagt, maar daarmee nog geen cultureel ondernemer is. Interessant is dat Nelemans de rol van de ‘cultureel bestuurder‘ en ‘cultureel ondernemer‘ naar elkaar toe wil trekken.

Het is een sympathiek voorstel om galeries in de basisinfrastructuur op te nemen. Het is ontegenzeggelijk dat ze mede het kunstklimaat bepalen. Hoe dat in de praktijk ingevuld moet worden valt echter lastig in te zien. Voorbeelden hoe dat kan geven andere sectoren die ook op het snijvlak van commercie en kunst werken. In Vlaanderen kregen de gedrukte media in 2014 200 miljoen euro overheidssubsidie. Dagbladen en tijdschriften kunnen als cultuurgoed in aanmerking komen voor overheidssubsidie als de politiek dat zo beslist. Hetzelfde geldt voor de cinematografie en de filmhuizen van het arthouse-circuit. Maar hier dient zich tegelijk het eerste probleem aan. Want overheidssubsidie aan filmhuizen wordt door de politiek als gewenster en noodzakelijker gezien dan aan bioscopen die een kansrijkere commerciële positie innemen.

De voorbeelden geven aan dat het geven van overheidssubsidie aan galeries per definitie geen droombeeld is. Te denken valt aan het geven van generieke steun aan de galeriesector door voorwaardenscheppende of fiscale tegemoetkomingen. Bijvoorbeeld door compensatie van de huur of de hypotheekkosten. Daarnaast zou een rijkscultuurfonds als het Mondriaanfonds per gemeente of regio galeries kunnen ondersteunen door meerjarige subsidies die volgen uit de kwaliteit en ambitie. In Nederland heet de markt alleenzaligmakend te zijn. Niets is minder waar. In werkelijkheid worden multinationals, bedrijven, banken en kleine ondernemingen via overheidssubsidies gesteund. Er is geen principieel bezwaar om die steun uit te breiden tot kunstgaleries. Dat verdient serieuze aandacht van de politiek. En een debat dat verder gaat dan gekissebis over de verdeling van cultuursubsidie over Randstad en regio. De kunstwereld kan zich beter verenigen, dan laten verdelen.

Foto: Schermafbeelding van petitieARTInSJOK: kabinet maakt beeldende kunst tot sluitpost, musea domineren de kunst’ van Dimp Nelemans,

Dries Verhoeven op Art Brussels: Intrusion of the Artspace

leave a comment »

ig

De ghettoblasters van theatermaker Dries Verhoeven blijven voor irritatie zorgen. Maar ook voor nieuws. In het kader van de Utrechtse kunstmanifestatie Hacking Habitat worden de ‘Songs for Thomas Piketty‘ op steeds wisselende openbare plaatsen in Utrecht opgesteld. Het werd laatst nieuws dat een ghettoblaster zou zijn ontvreemd. Zie hier voor commentaar. Uiteindelijk bleek het te gaan om medewerkers van busmaatschappij U-OV die uit voorzorg een ghettoblaster weggehaald hadden in verband met de veiligheid van reizigers.

Nu was er Art Brussels (22-24 april 2016). Grimm Gallery had onderdak verleend aan een ghettoblaster van Dries Verhoeven met Julia uit de ‘Songs for Thoma Piketty‘ die volgens een bericht op Facebook van de initiatiefnemer van Hacking Habitat Ine Gevers na nog geen uur werd verwijderd vanwege ‘Intrusion of the Artspace’. Op zich een prachtige titel voor een kunstwerk op een beurs die Frans noch Nederlands wil en kan praten. De ghettoblaster stond opgesteld aan de rand van de stand. Zo te zien net in het gangpad.

Hoe moeten we dit begrijpen? Een kunstbeurs is kunsthandel en geen kunst. Kunst is middel, maar geen doel. Een kunstbeurs is commercie. Een stand vraagt een hoge investering en daarom zijn er regels. Over veiligheid, over inrichting van de stand of over de gangpaden. Een galerist wil uit de kosten komen of in elk geval zich via marketing goed in de markt zetten. Een kunstenaar als Dries Verhoeven heeft een andere doelstelling. Hij wil met z’n kunst irriteren, confronteren en het vanzelfsprekende bevragen zoals uit een paneldiscussie bleek.

Dat binnen een uur de ghettoblaster werd verwijderd is dan ook niet opzienbarend, maar past perfect in het patroon van een kunstbeurs die eerder moet worden opgevat als een microkosmos van handelaren, dan als een vrijplaats voor kunstenaars. Een slimme kunstbeurs weet dat idee van een vrijplaats te suggereren en bouwt daartoe ruimte in voor het onverwachte dat kan worden opgevangen. Met twee vliegen in éen klap. Het maakt zich commercieel concurrerend en profileert zich als een beurs waar kunstenaars de ruimte krijgen onder de gezamenlijke afspraak net te doen alsof het geen kunstbeurs is. Art Brussels is te rechtlijnig om niet eerlijk te zijn. Binnendringen van kunst in de kunsthandel is nu eenmaal ongewenst op een kunstbeurs.

DV2

Foto: Schermafbeelding van Facebook-berichten van Hacking Habitat (Ine Gevers).

Positie ex-manager Herman Brood wijst op zwakte galeriesector

leave a comment »

Rambam is een televisieprogramma van de VARA. Volgens eigen zeggen pakken ‘de makers weer op eigenzinnige en creatieve wijze zaken aan die niet kloppen’. Op 20 januari 2016 start een nieuwe reeks en daarvoor maakten ze een item met de ex-manager Koos van Dijk van de in 2001 overleden popmuzikant en kunstschilder Herman Brood. De beschuldigingen vliegen over en weer. Rambam bepleit de eigen zaak niet overtuigend. Volgens een bericht in het AD zou ’Koos van Dijk willens en wetens meewerken aan het op de markt brengen van tal van vervalsingen. Hij ontkent, en dreigt de televisiemakers aan te klagen voor smaad.’ Maar Van Dijk ontkent en zegt het spelletje mee te hebben gespeeld omdat hij dacht benaderd te worden door een criminele organisatie die hij wilde ontmaskeren. Tegelijk beschuldigt hij Rambam van amateurisme.

Er zijn naar verluidt veel vervalsingen van het werk van Brood in omloop die bij galerieën te koop worden aangeboden. Mede door zijn populariteit als popmuzikant en zijn status als BN-er. Opvallend is dat Koos van Dijk zichzelf als ‘een soort poortwachter [ziet] die het kaf van het koren scheidt.’ Hij zegt dat hij ‘niets anders doet dan schilderijen goedkeuren’ en meet zich hiermee een positie aan waarvan het de vraag is hoe hij die heeft verdiend. Het is merkwaardig dat een ex-manager van een popmuzikant zonder kunsthistorische achtergrond en expertise dit meent te kunnen doen en hiervoor meent de geschikte persoon te zijn. Vanuit commercieel oogpunt is het begrijpelijk dat galerieën bij hem aankloppen om schilderijen van Brood te laten goedkeuren om die vervolgens te verkopen. Voor de sector als geheel werken de vervalsingen beschadigend.

Hoewel de handel in het echte en vervalste werk van Brood zich afspeelt in een deelmarkt van de galeriesector dat omschreven kan worden als het lichtere soort, slaat de negatieve publiciteit terug op de hele sector. Ook op de topgalerieën die aan prestigieuze beurzen in het buitenland deelnemen. Als de sector zichzelf serieus neemt en voor elkaar krijgt dat de verschillende deelmarkten en -segmenten samen om de tafel  gaan zitten, dan zou het ervoor kunnen zorgen dat in de toekomst voorkomen wordt dat iemand met het profiel als Koos van Dijk de positie in kan nemen die hij blijkbaar sinds de dood van Brood in 2001 in heeft kunnen nemen.

Nederlandse kunstbeurzen: een cultureel tekort van Nederland?

with one comment

Aldus in 2013 Erik Hermida, de directeur van de KunstRai over de doelstelling van die beurs. Zoals hij het formuleert kan alles getoond worden. Het profiel van de KunstRai is dat het geen profiel heeft. De editie 2015 is vandaag afgelopen. In Amsterdam was er dit jaar een concurrerende beurs, de Amsterdam Art Fair. De Volkskrant gooide olie op het vuur door over een kunstbeurzenstrijd te praten. Opmerkelijk is dat de organisator van laatstgenoemde beurs in het Comité van Aanbeveling van de KunstRai zit: Wim van Krimpen.

Op de grootse Nederlandse kunstsite Trendbeheer is een discussie na te lezen die probeert scherp te krijgen hoe kunstenaars, kunstprofessionals en kunstliefhebbers tegen die kunstbeurzen aan kunnen kijken. Wat zijn ze nou eigenlijk, waartoe dienen ze en hoe verhouden ze zich tot het kunstklimaat van Nederland? Wat zeggen ze over cultureel Nederland? Mijn voorlopige conclusie: ‘Ik weet niet of de nieuwe beurs een alternatief is voor de KunstRai. Dat zou kunnen. Maar waarschijnlijk is het van het kaliber vissen in dezelfde vijver. Dus herschikken. De vraag die eerst beantwoord moet worden is waarom Nederland geen prestigieuze galeries kent die verschil maken en Amsterdam geen prestigieuze kunstbeurs. Zo bekeken wordt dat herschikken door een nieuwe beurs niet iets dat kwaliteit toevoegt, maar iets dat aanwezige kwaliteit anders verdeelt.

Recensie over ArtDeli. Over betaalbaarheid en toegankelijkheid van kunst

with one comment

o

Is het gewone volk in voor een ‘Dubbel gebakken kassoufflé met witte druivenchutney’ van 8,50 euro, een ‘Tartaar van Albacore tonijn/ papadum/ kruidensla en citroen aïlo’ van 9,50 euro met een Cristal champagne van Louis Roederer van 225 euro?  Volgens Ingelise de Vries van The Post Online wel. Zij recenseert het recent geopende ArtDeli aan het Amsterdamse Rokin. Een combinatie van beeldende kunst en delicatessen. Met ook een shop met merken als Studio Roex, Toiletpaper, Bas van Beek, Dieter Volkers en Matilda Bekman.

De Vries meent dat kunst in Nederland over het algemeen niet heel toegankelijk is. Want: ‘Een galerie loop je niet snel binnen en een museum kost geld.’ Met jaarlijks ruim 26 miljoen museumbezoekers valt op deze observatie nogal wat af te dingen. Museumbezoek is het favoriete culturele uitje voor Nederlanders zoals het Rapport Cultuurbeleving van MarketResponse in opdracht van de NMV in 2014 duidelijk maakte. Inderdaad zijn kosten van vooral vrouwen en jongeren tot en met 24 jaar een reden om geen uitstapje te maken. De gemiddelde entreeprijs ligt nu op een tientje, met een Museumkaart (€54,95/jaar) is dat aanzienlijk minder.

De kritiek op de toegankelijkheid van galeries lijkt meer hout te snijden. Hoewel er veel cliché’s bestaan over de nuffige met felrood gestifte lippen in zwarte coltrui gestoken gewichtig achter de iMac tikkende galerie-assistente die de bezoekers geen blik waardig keurt omdat ze hard werkt aan haar ‘studie’ als curator, hebben afgelopen jaren de meeste galeries door teruglopende verkopen om economische redenen de omslag naar toegankelijkheid wel moeten maken. Zelfs ’s winters staat de deur open, activiteiten die gericht zijn op het binnenhalen van een nieuw publiek zoals galerieweekenden worden georganiseerd en galeristen hebben hun prijzen naar beneden bijgesteld en proberen in prijs een gevarieerd aanbod te bieden met kassakoopjes. Maar in de beeldvorming waarbij De Vries aanhaakt lopen Nederlandse galeries nog achter de feiten aan.

Wat ArtDeli toevoegt aan het bestaande kunstaanbod is de vraag. Het lijkt even laagdrempelig als galeries en musea voor mensen voor wie niet geld, maar tijd het probleem is. Het valt daarom te bezien of marketing die draait om toegankelijkheid en betaalbaarheid zich richt op de juiste doelgroep. Hoe het met een uitgebreide wijnkaart, goede koffie en bijzondere hapjes naast een expositieruimte de oplossing biedt voor betaalbaarheid is het raadsel dat de recensie oproept. Het risico voor ArtDeli is dat het de vrijblijvendheid van een winkel en het gebrek aan urgentie combineert: ‘De exposities hebben geen begin en geen eind. ‘Doe ermee wat je wil’, zo zeggen initiatiefnemers Jessica Voorwinde en Bram Claassen. Bij ArtDeli staat kunst niet centraal, maar wordt kunst tot middel voor een concept waarbij kunst mooi kan dienen. Consumptie in een fijne omgeving.

Foto: Interieur ArtDeli.