In Nederland is niet institutioneel racisme, maar gelijkheid de norm

Met de opinie van Martin Sommer in de Volkskrant ben ik het eens. Hij meent dat gelijkheid in Nederland de norm is. Daar valt weinig tegen in te brengen. Maar het is wel de actuele mode om het te hebben over het zogenaamde institutionele racisme. Opeens delibereren opinieleiders dat er institutioneel racisme bestaat in Nederland. Zonder dat ze uitleggen wat ze daar precies mee bedoelen. Sommer maakt duidelijk dat dit een misverstand is en er in Nederland geen institutioneel racisme bestaat (zonder dat hij hier die term gebruikt).

Een voorbeeld van zo’n opinieleider die de race naar de bodem van de redelijkheid en het overzicht succesvol heeft ingezet is voormalig kamerlid voor GroenLinks en huidig NRC-columnist Zihni Özdil. Zijn columnOok Jort Kelder mag zijn werk niet verliezen door zijn kleur’ van 11 juli 2020 geeft aan hoe een columnist zich in het proces kan verliezen. Het favoriete stijlmiddel van Özdil is de ontkenning en zijn retorische procedé is de antithese waarmee hij spanning oproept en vasthoudt zonder tot een afronding te komen. Zijn columns zijn de coïtus interruptus van de dagbladjournalistiek die bol staan van losse flodders en losse draden. Hij weeft geen samenhang. De columnist suggereert dat er in Nederland institutioneel racisme bestaat als hij opmerkt dat hij ooit iemand daarvan overtuigde. Het zou volgens hem ‘systematisch’ doorwerken in de maatschappij. Wat hij daarmee bedoelt is onduidelijk. Hij spreekt zichzelf tegen als hij universiteiten, media en de culturele sector van sektarisme en antiracisme beticht. Hoe deze instituties zich dan logischerwijze verhouden tot het institutioneel racisme waarmee de samenleving doordesemd zou zijn is het raadsel. Zihni Özdil maakt de hapsnapperigheid van zijn column duidelijk in zijn poging om een originele opinie af te leveren die hem weliswaar onderscheidend maakt, maar ook het beeld vestigt van een opinieleider die onorderlijk en warrig is.

Er bestaan uitingen van racisme in Nederland. Die moeten bestreden worden. Ze worden niet van bovenaf georkestreerd, in wetten vastgelegd en door de democratische instituties of een abstracte institutie als de rechtsstaat gesteund. Zoals Sommer beschrijft is het tegendeel waar. In Nederland is gelijkheid het streven. Dat dat nog niet gerealiseerd is en dat er nog steeds fouten in beleid en uitvoering worden gemaakt door onder meer de politie (etnisch profileren), de Belastingdienst (toeslagenaffaire) of de toegang van Antilliaanse Nederlanders tot Nederland is duidelijk. Maar institutioneel racisme dat zich niet afspeelt tussen individuen, maar in de relatie van de burger met de staat, is in Nederland formeel noch informeel overheidsbeleid.

Dat was het wel in Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime van de Nasionale Party (1948-1994). Hetzelfde geldt voor de Rwandese genocide (1994), de Armeense genocide (1915) door het Ottomaanse rijk of de Joegoslavische oorlogen (1991-2001) die draaiden om etniciteit. Dit soort racisme resulteerde in grof geweld dat van bovenaf werd gestuurd. Deze voorbeelden geven aan dat Nederland niet in dit rijtje past. In Nederland bestaat racisme, maar geen institutioneel racisme. Hoe graag opinieleiders ook gretig het tegendeel beweren.

Foto: Schermafbeelding van deel columnNiet racisme, maar juist gelijkheid is hier sinds jaar en dag de norm’ van Martin Sommer in de Volkskrant, 26 juni 2020.

Nu is nog niet de slotsom te maken of Thierry Baudet zijn partij zal willen laten passen in het nieuwe, Europese conservatisme


Het is de vraag of Forum voor Democratie (FvD) in de derde categorie tussen traditioneel rechts (VVD) en ultra- of nationaal-populistisch rechts (PVV) past zoals Volkskrant-columnist Martin Sommer oppert. Volgens vele critici is FvD radicaler dan de PVV, onder meer door de afwijzing van politiek, media en ‘universiteiten’.

Een complicatie voor de plaatsbepaling is het gedachtengoed van het Amerikaanse alt-right zoals dat door Steve Bannon, Richard Spencer en Jared Taylor wordt gerepresenteerd. President Trump haakt daar bij aan. Zijn politiek is er deels op gebaseerd en staat haaks op het conservatisme en de conservatieve beweging binnen de Republikeinse partij. Alt-right en het conservatisme verkeren op voet van oorlog met elkaar.

Baudet baseert zich deels op alt-right zoals zijn gesprek met Taylor aangeeft die hij in 2017 ontmoette in Amsterdam. Alt-right is zoals gezegd anti-conservatief. Het wordt verwoord in de ondergangsfilosofie van Bannon die onder meer bleek uit de duistere en gitzwarte aanvaardingstoespraak van Trump waaraan Bannon had meegeschreven. Dat is geen ongedaan maken van onwelgevallige veranderingen met de opzet om een verloren gegane traditie terug op te poetsen, dat is het tot op de grond toe afbreken van de bestaande structuren. Baudet leende daar in zijn overwinningsspeech na de Provinciale Statenverkiezingen de geest van.

In zijn afwijzing van het modernisme, hedendaagse kunst en architectuur stelt Baudet zich echter weer op als een traditionele conservatief, of misschien eerder anti-revolutionair die zich afzet tegen de verworvenheden van de Verlichting en de vruchten van de Franse revolutie. Dat staat weer los van een wetmatigheid in Baudets optreden, namelijk zijn terugkerende contacten met racisten binnen en buiten Forum voor Democratie.

Baudet combineert conservatieve en anti-conservatieve denkbeelden en probeert die tot een samenhangende, hanteerbare en aantrekkelijke mix te kneden. Met een heterogene intellectuele inbreng van ideeën en met het oog op beoogde electorale effecten. De stelling van Sommer dat Baudet met zijn partij ‘naadloos in het nieuwe Europees conservatisme past’ is dan ook zeer de vraag omdat op dit moment nog niet uitgekristalliseerd is of Baudet met zijn partij wel binnen het conservatisme past en er zelfs voor kiest om erbinnen te willen passen. De op Baudet invloedrijke Amerikaanse voorbeelden hebben fors afstand genomen van het conservatisme.

Het lijkt vooralsnog te voorbarig om te concluderen dat bij FvD het conservatieve gedachtengoed het zal winnen, zoals Martin Sommer doet. Laat staan dat het duidelijk is dat indien FvD ondubbelzinnig kiest voor het conservatisme FvD een plaats zal vinden rechts van de VVD en links van de PVV. FvD kan evengoed rechts van de PVV uitkomen als het het abnormale en buitenissige zoals bleek uit Baudets overwinningsspeech op 20 maart 2019 blijft normaliseren en als beginselprogramma aanneemt. Afwachten dus voordat we oordelen.

Foto: Schermafbeelding van deel columnThierry Baudet past naadloos in het nieuwe Europese conservatisme’ van Martin Sommer in De Volkskrant, 5 april 2019.