Inzet van politie bij wedstrijden van betaald voetbal moet minder, zodat de capaciteit beter ingezet kan worden om de criminaliteit te bestrijden

Schermafbeelding van deel artikel Druk op politie vorig jaar hoog, vooral door coronahandhaving‘ van de NOS, 18 mei 2022.

Mijn reactie op de FB-pagina van de NOS bij het artikel Druk op politie vorig jaar hoog, vooral door coronahandhaving‘ van 18 mei 2022. Het capaciteitsprobleem van de politie is complex. Het wordt niet opgelost als de problemen bij de inzet bij wedstrijden van het betaald voetbal sterk worden verminderd, maar het zal regio’s met relatief veel betaald voetbal clubs ruimte geven voor een inzet die meer is gericht op de bestrijding van de criminaliteit dan nu. Het maakt ook de weg vrij om de expertise, opleiding en capaciteit van de politie specialistischer op te bouwen dan nu mogelijk is:

Tabel 3.1 over de politie-inzet in aantal uren per seizoen voor het betaald voetbal in het Jaarverslag Voetbal en Veiligheid 2018/2019.

Evenementen zoals wedstrijden in het betaald voetbal leggen een hoge druk op de capaciteit van de politie. Volgens critici te hoog. Te bedenken valt dat dit gaat om commerciële organisaties. 

De bestaande regeling is dat de clubs zorgen voor de veiligheid in het stadion en de politie voor de veiligheid buiten het stadion. Vaak worden door clubs in het stadion niet-professionele, vrijwillige stewards ingezet die niet het vermogen hebben om de veiligheid in het stadion te garanderen. Daar gaat het mis. 

Dat heeft twee effecten. De politie wordt ingeroepen om de veiligheid in het stadion te waarborgen, terwijl dat volgens de afspraken haar taak niet is. Of een deel van het rellende publiek dat binnen het stadion niet in de hand wordt gehouden gaat buiten het stadion door met rellen. Bij een betere handhaving binnen het stadion zou dat laatste minder op hoeven te treden. 

De omgeving van een voetbalstadion is openbare weg waar de politie de veiligheid dient te handhaven. Het waterbed-effect van onnodige onrust in het stadion die geëxporteerd wordt naar buiten het stadion die door de politie moet worden opgevangen is de zwakte van de huidige afspraken in het betaald voetbal. 

Er bestaat een patstelling in de afspraken over de inzet van politie bij evenementen. Daar dient een doorbraak in bereikt te worden om de capaciteit van de politie maatschappelijker in te zetten voor de kerntaken die met de openbare orde te maken hebben. Zoals de bestrijding van de zware criminaliteit, drugsgerelateerde criminaliteit en witte boorden criminaliteit. 

Het is een bizar luxe probleem om de beperkte capaciteit van de politie in de zetten bij wedstrijden van het betaald voetbal. De politie wordt nu onnodig ingezet bij evenementen die in de kern commercieel van karakter zijn. 

Er dient toegewerkt te worden naar nieuwe afspraken tussen de KNVB, de betaald voetbal clubs, de gemeenten waarin deze clubs zijn gevestigd en de politie die twee uitgangspunten hebben. Het beroep dat door de clubs of een gemeente op de politie wordt gedaan voor de handhaving van de openbare orde bij voetbalstadions dient sterk te verminderen en de clubs dienen zelf met een scala van maatregelen meer actieve verantwoordelijkheid te nemen in het handhaven van de openbare orde en het terugdringen van de inzet van de politie. 

Een regeling zou de volgende elementen kunnen bevatten: 1) de betaald voetbal clubs uit de Eredivisie en Eerste divisie dienen te zorgen voor voldoende professionele handhaving van de openbare orde binnen de stadions; 2) de handhaving binnen de stadions waarvoor de clubs verantwoordelijk zijn dient uitgebreid te worden naar de naaste omgeving van de stadions; 3) de kosten van de inzet van de politie dienen, boven een gezamenlijk af te spreken redelijke basisinzet die overeenkomt met normale handhaving van de openbare orde buiten het stadion, bekostigd te worden uit de gezamenlijke televisie inkomsten van de betaald voetbal clubs; 4) als de kosten voor de inzet van de politie bij wedstrijden van het betaald voetbal niet in evenwicht gebracht kunnen worden met de inkomsten van de totale betaald voetbal sector, dan dient die sector gesaneerd te worden door het fuseren of opheffen van clubs.

Moties roepen op om geen diplomatieke afvaardiging naar WK Voetbal Qatar en Winterspelen China te sturen. Regering weigert en kiest stelling tegenover kamer

Schermafbeelding van deel artikelKabinet ziet boycot van WK voetbal in Qatar niet zitten‘ in De Telegraaf, 18 november 2021.

De regering-Biden overweegt om vanwege de mensenrechten geen diplomatieke afvaardiging naar de komende Olympische Winterspelen in China te sturen. Aldus een bericht van Politico van 18 november 2021. Dit speelt tegen de achtergrond van een relatie tussen de VS en China die tijdens de regering Trump verslechterd is. De Winterspelen vinden vanaf 4 februari 2022 plaats in Peking.

De regering Biden spreekt over ‘de genocide op religieuze minderheden in Xinjiang’. Het Canadese Lagerhuis steunde in februari 2021 een motie die zegt dat de behandeling van de Oeigoeren genocide is. De Nederlandse regering noemde het toen geen genocide, maar ‘grootschalige mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren‘.

Dat zou Nederland ook kunnen doen door geen ministers, premier of staatshoofd die deel van de regering uitmaakt te sturen naar de Winterspelen in China.

Hetzelfde is een optie voor het WK Voetbal in Qatar. Wel sporters sturen, maar geen diplomatieke afvaardiging namens Nederland. In februari 2021 nam een meerderheid van de Tweede Kamer een motie van SP-Kamerlid Sadet Karabulut aan met alleen VVD, CDA en FVD tegen die oproept om geen diplomatieke afvaardiging naar Qatar te sturen, aldus een bericht in De Telegraaf. Het gaat niet om een boycot, want dan zou Nederland geen sporters sturen, maar om het niet sturen van een diplomatieke afvaardiging.

In antwoord op een vervolgmotie van maart 2021 antwoordde het kabinet op 21 mei 2021 dat dit nog niet aan de orde was omdat Nederland zich nog niet had gekwalificeerd en dat pas in november 2021 duidelijk werd. Welnu, deze week heeft het Nederlandse elftal zich door een zege op Noorwegen geplaatst voor het WK in Qatar.

De schendingen van de mensenrechten in China zijn veel groter dan in Qatar en vinden op industriële schaal. Van de andere kant is de economische en politieke macht van China groter dan van Qatar.

Pas op 18 november 2021 dienden D66, GL en CU een motie in die de regering oproept om vanwege de mensenrechten geen diplomatieke afvaardiging naar de Winterspelen in China te sturen. Beide moties lijken samen te hangen.

Motie van het lid Sjoerdsma c.s. over geen regeringsafvaardiging naar de Olympische Winterspelen sturen. Ingediend 18 november 2021.

Of de motie van Sjoerdsma c.s. over China wordt aangenomen staat nog niet vast, maar is wel waarschijnlijk. Dan is het echter nog niet zeker of de regering die motie uitvoert. Het weigert evenmin de motie van Sadet Karabulut over Qatar uit te voeren. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok kondigde dat in zijn antwoord van mei 2021 aan.

Dit is des te merkwaardiger omdat het over het functioneren van de regering gaat en de grenzen die daar aan gesteld worden door de Kamer. Het Kamer heeft daarover het laatste woord, maar de demissionaire minister van Buitenlandse Zaken Ben Knapen (CDA) legt in navolging van Blok en na plaatsing van het Nederlands elftal de motie Karabulut naast zich neer en noemt volgen het bericht in De Telegraaf het uitvoeren ervan een symbolisch gebaar. Dat gaat dus over moderne slavernij van arbeidsmigranten. Hij verantwoordt dat zo: ‘Ik vind het te kort door de bocht om nu als een soort protestgebaar te zeggen, ‘we blijven weg’.

Dat is op zijn beurt te kort door de bocht van minister Knapen. Hij geeft zowel een verkeerde beschrijving van de situatie in Qatar als een misleidende beschrijving van de motie Karabulut. Die roept niet op dat ‘we‘ wegblijven, maar ‘geen afvaardiging van de regering te sturen naar het WK in Qatar en hierover in overleg te gaan met andere landen‘. De motie roept niet op dat de sporters wegblijven.

SP-Kamerlid Jasper van Dijk vindt het naast zich neerleggen van de motie Karabulut schoffering van de Tweede Kamer. Van Dijk: ‘Het zou zeer ongepast zijn als onze koning gezellig in een skybox gaat staan borrelen met de autoriteiten van Qatar. Zo lang werknemers worden uitgebuit moeten we dat voorkomen.’

Dat is een echo en voorafschaduwing van de kritiek die koning Willem-Alexander in februari 2014 kreeg toen hij tegen alle protesten in vanwege de schending van de homorechten door het Kremlin van het kabinet de Winterspelen in Sochi mocht bezoeken en met president Poetin een biertje dronk. Anders landen schaalden toen hun diplomatieke afvaardiging af, maar Nederland weigerde dat. Het RD formuleerde dat toen in een subliem redactioneel zo: ‘Het gedrag van onze koning in Sotsji was niet wijs en niet waardig‘. De kans bestaat dat de koning dat in Qatar of Peking herhaalt.

Om koning Willem-Alexander tegen zijn eigen hysterie te beschermen is het alleen al gewenst om de beide moties over Qatar en China (mits die aangenomen wordt) uit te voeren. Zodat hij zich niet net als in Sochi 2014 opnieuw aan kan stellen als een kleine jongen en controversiële bestuurders van het ontvangende land legitimeert door ze te ontmoeten en een persmoment te gunnen voor hun propaganda. Dat komt naast de afkeuring over de behandeling van minderheden en arbeidsmigranten en de toepassing van de mensenrechten in beide landen.

Het kabinet doet er verstandig aan om in Europees verband te opereren en steun te zoeken voor het niet sturen van een diplomatieke afvaardiging naar de Winterspelen in China en het Wereldkampioenschap Voetbal in Qatar. Het gaat om de sport en daarom is het gewenst dat sporters en sportbestuurders de aandacht krijgen zonder dat een staatshoofd, premier of minister daar pontificaal voor gaat staan.

Er zijn voldoende mogelijkheden, plekken en gremia om de diplomatieke relaties met beide landen te onderhouden. Dat hoeft niet tijdens een sporttoernooi te gebeuren. Minister Knapen mist de essentie als hij zegt dat het wegblijven van de regering een symbolisch gebaar is. Het is andersom, de diplomatieke afvaardiging naar zo’n sporttoernooi is een symbolisch gebaar.

Aandacht voor topsport is buitensporig. Het verbindt niet, maar verdeelt

Bukayo Saka, 19, was targeted with racist abuse after Sunday’s Euro 2020 loss. (Reuters/Carl Recine)

De claim dat topsport verbindt is een misverstand. Degenen die dat zeggen en verbinding naar voren brengen als kenmerk van topsport weten dat het onzin is, maar om commerciële en politieke redenen houden ze uit eigenbelang de claim in de lucht.

De Londense Metropolitan Police meldt vandaag volgens een bericht op Politico dat het ‘onderzoek deed naar de golven van online raciaal misbruik waarmee de zwarte spelers van het Engelse voetbalteam werden geconfronteerd nadat de ploeg door Italië was verslagen in de Euro 2020-finale’. Bukayo Saka, Marcus Rashford en Jadon Sancho, die allemaal zwart zijn, namen deel aan de strafschoppenserie die nodig was nadat de stand na 120 minuten wedstrijd gelijk was. Sindsdien zijn ze het slachtoffer van racistische scheldpartijen op hun sociale media-pagina’s.

Tweet van Londense politie, 12 juni 2021.

De claim over die verbinding maakt topsport belangrijker dan het feitelijk is en trekt geld aan. Omroepen die hun zendtijd rijkelijk vullen met uitzendingen van topsport werken er bewust aan mee om het misverstand in de lucht te houden. Ze geven zich over aan de gemakzucht. Zodat het misverstand in de beeldvorming nog sterker benadrukt wordt. Want omroepen hebben zich grotendeels afhankelijk gemaakt van de aanbieders van topsport. Ze larderen dat met ellenlange praatprogramma’s over sport die relatief makkelijk te maken zijn en niet veel kosten.

Zo tekent zich een bizarre samenklontering af van sportbobo’s, sportbemiddelaars, sportbonden, investeerders in topsport, politici die de nationale kaart trekken als er een sportprestatie geleverd wordt door de ‘eigen’ sporters, mediabedrijven die sport aanbieden, omroepen die topsport uitzenden en het publiek dat topsport in grote porties voorgeschoteld krijgt en geconditioneerd is om niet verder te vragen.

De politiek vindt de buitensporige aandacht voor topsport best omdat het de perfecte afleiding is van echte problemen die niet of slechts mondjesmaat aangepakt worden. Zoals de klimaatproblematiek, de pandemie, goed bestuur of evenwichtige eigendomsverhoudingen.

Van de aandacht voor topsport wordt gezegd dat het iets is ‘waarmee je het volk tevreden houdt’. Maar de waarheid is dat de Romeinse schrijver Juvenalis die de term brood en spelen (‘panem et circenses‘) bedacht het niet serieus, maar spottend bedoelde. Onze Taal zegt in een trefwoord hierover: ‘De keizers zorgden voor deze gratis spelen en dit gratis brood om het volk rustig te houden. Juvenalis gebruikte de term brood en spelen sarcastisch. Hij wilde ermee aangeven dat het Romeinse volk oogkleppen ophad voor het verval van het Romeinse Rijk. Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was.

Het is merkwaardig dat de term brood en spelen ontdaan is van de spottende betekenis en tegenwoordig ver is afgedwaald van wat het ooit betekende. Het wordt als verdienste voorgesteld, maar dient om te verhullen. Dat is het gevolg van misleiding (‘sport verbindt’) en afleiding (‘het volk kijkt niet verder dan de neus lang is’).

Moeten we ons druk maken over de in ogen van sommigen onevenredige aandacht voor topsport in de media? Je kunt toch zeggen dat het volk uiteindelijk krijgt wat het verdient? Maar dat is te simpel bekeken omdat er geen echte keuze meer is. De rest is wegbezuinigd. Liefhebbers van sport die buiten de topsport valt, kunst, film of natuur worden in de media stiefmoederlijk bedeeld. Ze worden in de steek gelaten. Daar gaat het mis.

Het begin van een oplossing om te komen tot een evenredige aandacht voor topsport die niet zo buitensporig is als nu is het besef dat topsport niet verbindt, maar verdeelt. Wellicht kan men nog beweren dat aandacht voor topsport mensen in de eigen kring beter insluit, maar de keerzijde daarvan is dat het de verdeeldheid tussen groepen mensen vergroot. Topsport raakt aan de open zenuwen van een samenleving zoals de racistische uitingen van het Engelse voorbeeld illustreren.

Welke sport- of mediabobo wil daarmee geassocieerd worden in deze tijden waar de termen diversiteit en inclusie bekende begrippen zijn? Laten we ze ter verantwoording roepen door de claim dat sport verbindt door te prikken. Het sprookje heeft lang genoeg geduurd.

Vernietigende, vergaande commentaren over Nederlands elftal: ‘Nederland is identiteit helemaal kwijt!’

Op de terugweg van Rotterdam naar Utrecht liet mijn medereiziger op haar telefoon de uitslag van de wedstrijd van Nederland tegen Tsjechië zien: 0 – 2. Mijn eerste reactie was: ‘Godzijdank’. Niet omdat ik het Nederlands elftal en de supporters geen feestje gun, maar omdat de Oranjegekte, het nationalisme en de zelfoverschatting over de eigen kansen weer langzaam bezit van de Nederlandse publieke opinie begon te nemen. Dát ontstemde me. Ik was blij dat dát stopte en me in supermarkt, straten en televisie (eindeloze praatprogramma’s over voetbal) niet nog twee weken bleef achtervolgen.

Van voetbal heb ik geen verstand. Het interesseert me weinig. Wel zie ik topsport als een interessant maatschappelijk fenomeen waar commercie, publiciteit. politiek, emotie en volksaard samenkomen. Het citaat van Sky Sports bij bovenstaande video van VoetbalPrimeur is in mijn ogen veelzeggend: ‘Nederland is identiteit helemaal kwijt!‘. Welk Nederland wordt hier bedoeld?

Het commentaar van VoetbalPrimeur baseert zich op de krantencommentaren die vernietigend zijn voor het Nederlands elftal. De spelers zouden slecht gespeeld hebben en geen karakter en vechtlust hebben getoond en coach Ronald de Boer zou foute beslissingen hebben genomen en niet hebben geïnspireerd. Het is mogelijk, ik heb de wedstrijd niet gezien, dus kan er niet over oordelen. En als ik de wedstrijd wel had gezien had ik er nog niet over kunnen oordelen.

Praten over voetbal of topsport in het algemeen is bijna altijd achteraf praten of het doen van voorspellingen die achteraf niet worden gecheckt. Dat doet VoetbalPrimeur hier ook. Dat maakt voetbalcommentaar per definitie vrijblijvend en zweverig. Het wordt samengevat in de dooddoener: ‘De bal is rond‘. Dat maakt voetbal ook zo populair en goed inzetbaar in massamedia omdat de analyse altijd klopt omdat die alleen naar zichzelf verwijst. Voetbalcommentaar is een in zichzelf gesloten wereld dat daarbuiten geen betekenis heeft. Dus onschadelijk voor de macht.

De UEFA begreep dat uitgangspunt goed door het verbod op het vertonen van de regenboogkleuren in het stadion van München tijdens de wedstrijd Duitsland – Hongarije. Het ontbreken van maatschappelijke en politieke relevantie is de hoofdregel van voetbal. Dat is de afspraak. Het is wel een instabiel evenwicht omdat in vele gevallen voetbal en politiek nauw samenhangen en voetbal wordt doordrenkt met politiek. Kijk naar het WK van 1978 in Argentinië dat moest dienen om de machtsbasis van het regime te verbreden. Maar dan is voetbal geen voetbal meer, zeg een belangrijke bijzaak, maar wordt het een politiek bijproduct.

De beeldvorming over sport kan zo gek niet zijn of ik wil het geloven. Wat me opvalt is dat het Nederlands elftal na drie gewonnen wedstrijden in de poule tegen zwakkere ploegen de hemel in werd geschreven, terwijl nu het omgekeerde gebeurt. De spelers en de begeleiding worden de grond in geboord. Is dat niet twee keer buiten proportie? Wat zeggen die overdreven reacties over de identiteit van Nederland?

In politiek opzicht is Nederland in Europa het grootste land van de kleinen of als men het welwillend oprekt het kleinste land van de groten. Met voetbal lijkt het niet anders. Het Nederlands elftal blijft net als de Nederlandse staat steken tussen servet en tafellaken.

Het voordeel, of zo men wil nadeel, van voetbal is dat uitschieters naar boven of beneden vaker plaatsvinden dan in de politiek. Hoewel Nederland afgelopen jaren talloze politiek nederlagen heeft geleden, zoals Zwarte Maandag in 1991. Toenmalig Premier Lubbers en minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek dachten dat ze een akkoord hadden over een verdragstekst voor de Europese Politieke Unie, maar bijna alle EU-lidstaten veegden het van tafel. Nederland had het niet zien aankomen. Dat kwam door een slechte voorbereiding. Waarschuwingen werden genegeerd. Die politieke tik op de vingers heeft jaren nagedenderd.

Typeren zelfoverschatting en onderschatting van de tegenstander de Nederlandse identiteit? Ik weet het niet. Er zijn genoeg uitzonderingen. Wellicht gaat het eerder over de identiteit van de massamedia en sociale media die erg snel hun evenwicht verliezen. Als men al kan bepalen of ze welbeschouwd ooit in evenwicht zijn. Dat komt omdat voetbal zoals gezegd in zichzelf geen maatschappelijke en politieke relevantie heeft.

Iets dat gewichtsloos is kan als een ballon hoog stijgen, maar ook diep naar beneden storten. Dat laatste heeft een groot deel van het Nederlandse publiek op zondag 27 juni 2021 ondervonden en daar praten de massamedia nu eindeloos over na omdat hun favoriete betoog de cirkelredenering is. Ze hebben achteraf altijd gelijk. Daarmee is het nauw verbonden met het voetbalcommentaar. Dat is een eindeloos gesprek over niets. Voetbal vult de existentiële leegte met hanteerbare leegte.

Kremlin speelt Kiev in de kaart door protest tegen kaart van Oekraïne met Krim op voetbalshirt

Ukraine’s Euro 2020 jersey Euro 2020 jersey

De oorlog van de shirts zou de titel van een film kunnen zijn. De synopsis zou dan zijn: ‘Zoals elk jaar krijgen de inwoners van Oekraïne aan het begin van elk oorlogsjaar ruzie met die van Rusland. Dit jaar zal anders zijn, aangezien het Oekraiense voetbalteam zojuist het idee heeft gekregen om de contouren van hun land af te beelden om hun shirt. Rusland heeft in 2014 onrechtmatig een stuk land ingepikt, het schiereiland de Krim. Dat beschouwen de Russen als een voldongen feit en het ter discussie stellen daarvan als een politieke daad. Daarop antwoorden de inwoners van Oekraïne dat niet hun shirt, maar de bezetting van een deel van hun grondgebied een politieke daad is. Namelijk het schenden van de territoriale integriteit van hun land. Dat hoeven ze niet te zeggen, dat staat op hun shirt‘.

Dit shirt gaat het team van Oekraïne dragen tijdens het komende EK Voetbal. Uit een bericht van AFP blijkt dat het shirt van Oekraine ‘is goedgekeurd door de UEFA, in overeenstemming met de toepasselijke tenuevoorschriften’. De Russische voetbalbond had dinsdag 8 juni 2021 bij de UEFA in een brief bezwaar gemaakt tegen het Oekraïense shirt waarbij het ‘wees op het gebruik van politieke motieven op het Oekraïense nationale teamshirt, wat indruist tegen de basisprincipes van de UEFA-tenueregels’. Op zondag 13 juni spelen Oekraïne en Nederland in Amsterdam hun eerste wedstrijd in het EK.

De internationale gemeenschap steunde in 2014 in meerderheid de niet bindende resolutie 68/262 van de Algemene Vergadering van de VN. Daarin staat dat de territoriale integriteit van Oekraïne binnen internationaal erkende grenzen wordt erkend en dat het zogenaamde referendum van de Russische Federatie over de Krim ongeldig was. Zie mijn commentaar van 20 maart 2014 over de rechts-extremistische waarnemers die het Kremlin toendertijd geronseld had in een poging om het referendum legitimiteit te geven. Sinds 2014 heeft de internationale gemeenschap inclusief VS en EU haar stellingname niet gewijzigd die zegt dat de annexatie van de Krim door de Russische Federatie onrechtmatig is en het schiereiland teruggeven moet worden aan Oekraïne. Ook als dat tientallen jaren duurt.

Schermafbeelding van deel artikelBacking Ukraine’s territorial integrity, UN Assembly declares Crimea referendum invalid‘, UN News, 27 maart 2014.

De Krim kent ernstige waterproblemen. Dat was in 1954 de belangrijkste reden voor de leiding van de toenmalige Soviet-Unie om het schiereiland over te dragen aan de Republiek Oekraïne. Zo’n 65 jaar later is dat waterprobleem nog niet opgelost en lijkt voor het welzijn en de economische ontwikkeling van de Krim een goede verstandhouding met Oekraïne een voorwaarde omdat dat land de watertoevoer kan afsluiten. Het tekort aan water is schadelijk voor landbouw, bevolking en toerisme.

Er is vaker gezegd van president Poetin dat hij een slimme tacticus is, maar een beroerde strateeg. De populariteitsbonus die de Russische president Poetin in 2014 kreeg door de bezetting van de Krim die een golf van nationalisme aanwakkerde is uitgewerkt. Hij gaat in zijn buitenlandse politiek voor snel en makkelijk gewin en kijkt onvoldoende wat dat voor de lange termijn betekent. Poetin verzamelt molenstenen om de nek van de Russische Federatie.

In Syrië, Wit-Rusland, de Krim en de zogenaamde volksrepublieken Donetsk en Loehansk in Oost-Oekraïne steekt Poetin zijn tegenstanders de loef af, maar zadelt zijn eigen land met torenhoge kosten op. Dat kan de Russische Federatie niet betalen omdat het met deze buitenlandse avonturen op grote voet leeft. Het land verkeert economisch in stagnatie en heeft nu het geluk dat de olieprijs met ongeveer 70 USD voor een vat de hoogste in twee jaar is. Maar dat kan veranderen en is een wankele basis voor structurele kosten van deze expansie.

Oekraïne peutert met dit shirt in een open zenuw van het Kremlin. Het is een slimme actie van Kiev om op het populaire EK de onrechtmatige bezetting van de Krim door de Russische Federatie onder de aandacht te brengen. De uitspraak ‘Voetbal is oorlog‘ die per abuis aan de succesvolle Ajax-trainer Rinus Michels wordt toegeschreven bevestigt het idee dat sport meer is dan sport. Het heeft alles met politiek te maken. Dat wordt keer op keer bewezen.

Dat de Russische voetbalbond die onder controle van het Kremlin staat ontkent dat politiek niet thuishoort in de sport is een eenzijdige en onoprechte benadering. Het is juist het Kremlin dat telkens sport inzet voor politieke doeleinden. Inclusief staatsprogramma’s om te frauderen met de dopingcontrole om zo successen te behalen die voor politieke doeleinden worden gebruikt. De Russen krijgen nu van het Oekraïense broedervolk een koekje van eigen deeg.

Je kunt er alleen maar verbaasd over zijn dat het Kremlin door dit protest Oekraïne in de kaart speelt en extra aandacht aan deze kwestie geeft. Dat is niet in het belang van het Kremlin omdat het publicitair averechts werkt. De kaart van Oekraïne op dit voetbalshirt getuigt van zelfbewustzijn en geeft het signaal af dat Oekraïne niet bang is voor de grote, boze buurman.

Geouwehoer in de media: ‘Komende winter meer winter dan afgelopen winter’

Er wordt wat afgeouwehoerd in de media. Over voetbal, de politiek, het weer of wat dan ook. Voorspellingen zijn een extreme vorm van leuteren. Het is best, want het is aardige tijdvulling. Maar wat als het bazelen in de plaats komt van een serieuze benadering van het onderwerp of de benadering van een serieus onderwerp? Dan is het wauwelen minder onschuldig dan het lijkt. Zo wordt zwammen een afleiding voor een volwaardig publiek debat.

Ja, de winter van 2021 wordt meer winter. Laten we hopen dat het publieke debat van 2021 ook meer publiek debat wordt dat geen bijzaken, maar hoofdzaken aansnijdt. Ik durf de voorspelling aan dat dat niet zal gebeuren. Zie, ik word ongewild onderdeel van het leuteren. Ook in 2021 zal veel gekwebbeld worden over oppervlakkigheden. Het is zoals het is. De wereld bestaat nu eenmaal uit bijzaken waar hoofdzaken bedachtzaam achter verstopt worden.

Zinloze wedstrijd over identiteitspolitiek tussen een homo-activist en een conservatieve christen: Megan Rapinoe vs. Jerry Newcombe

Voetbal. Volgens velen de belangrijkste bijzaak in het leven. Wie afgelopen weken de media volgde moet concluderen dat voetbal eerder hoofdzaak is. Aan de hand van het Wereldkampioenschap in Frankrijk werd heel wat afgeanalyseerd, om niet te zeggen afgekletst. Iedereen lijkt er eigen wensen, verwachtingen en voorwaarden op te projecteren. Miljoenen spreekwoordelijke bondscoaches staan opgewonden langs de lijn.

Veelzeggend is de opstelling van de mede-aanvoerder van de ploeg van de VS Megan Rapinoe. Zij laat zich behoorlijk gelden in de publiciteit. Wat ze zegt blinkt vaker uit door politiek activisme dan door logica. In het artikelThe Era of the Ungrateful American’ op ChristianHeadlines valt de voor de evangelistische D. James Kennedy Ministries werkzame Jerry Newcombe Rapinoe aan en claimt dat ze ondankbaar is jegens haar land en de Heer van het Christendom. Dat is ook weer teveel van het goede. Mijn reactie op ChristianHeadlines:

Een tweet van Megan Rapinoe waar ik mede bovenstaande reactie op baseerde, plus mijn antwoord:

Foto’s 1 en 2: Schermafbeelding van delen van artikelThe Era of the Ungrateful American’ van Jerry Newcombe op ChristianHeadlines, 4 juli 2019.

Foto 3: Tweet van Megan Rapinoe en eigen antwoord, 8 juli 2019 (Nederlandse tijd).

Bij het zestigjarig bestaan van een sportprogramma: ‘Studio sport’ is eigenlijk een waardeloos fenomeen

Oud-sportjournalist van De Volkskrant Ben de Graaf spreekt zich uit in een stukje met de titel ‘Uitzinnig geschreeuw‘ in de VPRO Gids over het 60-jarig bestaan van Studio sport. Die titel representeert volgens De Graaf de stijl van dit sportprogramma. Het suggereert dat het raakt aan hysterie en onbeheerstheid. Hij was er tussen 1960 en 2002 bij betrokken als commentator voor voetbal, atletiek en biljarten. De Graaf stoort zich vooral aan het ‘eindeloze geouwehoer over voetbal‘ De Graaf: ‘Sport is eigenlijk een waardeloos fenomeen’.

Dat laatste zegt hij lachend. Hij beseft dat hij ermee ook zichzelf aanspreekt als oud-sportjournalist. Er zit wat Studio sport betreft een kern van waarheid in. De commentatoren en verslaggevers van Studio sport maken met hun eindeloze geouwehoer sport tot een waardeloos fenomeen. Je zou bijna zeggen, ze weten niet beter en ze kunnen niet beter. Sport wordt bij Studio sport gereduceerd tot commercie, competitie, cliché, amusement, tijdvulling en drukdoenerij. Bovenstaande video geeft aan wat het kenmerk van Studio sport is: vorm boven inhoud, oppervlakkigheid en soundbites boven analyse, mannetjesmakerij boven de sporten zelf.

Neem het wielrennen. De diepte die Roland Barthes in zijn beschouwing over de Tour in Mythologieën, Dino Buzzati over de Giro van 1949 in De ronde van Italië of Tim Krabbé in zijn autobiografie De Renner weten te bereiken heeft Studio sport in de eindeloze reportages over Tour, Giro en Vuelta bij lange na niet weten te benaderen. Terwijl die grote wielerrondes toch het heldendicht, de sociologische verklaring of de tragiek in zich dragen. Maar niet voor Studio sport. En zelfs in het pure verslaggeving over de basale feiten mist het programma de boot, zodat de echte liefhebbers uitwijken naar de verslaggeving op de Vlaamse televisie.

Sport raakt aan vele aspecten van het leven. Het is als het leven zelf. Het overstijgt verschillen en weet soms te verbinden. Maar niet altijd, soms vergroot het ook verschillen. Denk aan de WK-finale voetbal in 1974 tussen West-Duitsland en Nederland die kwam op een moment dat de verschillen tussen beide landen groot waren en aangescherpt konden werden. De emotionele kamerdebatten over de Drie van Breda waren kort daarvoor geweest, in 1972. Sport was niet de oorzaak voor de aanscherping, maar wel de aanleiding. Sportjournalistiek moet verslag doen en niet verhullen, in slaap sussen en sport isoleren van de maatschappelijke en politieke context. Dan is sportjournalistiek misleiding die sport inderdaad tot een waardeloos fenomeen maakt.

De finesses en intenties om sport breed op te vatten en diepte te geven gaan jammerlijk voorbij aan Studio sport. Mogelijk heeft Ben de Graaf zich als oud-medewerker van het programma ingehouden. Had hij willen zeggen; ‘Studio sport is eigenlijk een waardeloos fenomeen’, maar wilde hij toch geen ruzie met zijn oud-collega’s en maakte hij er toen maar van ’Sport is eigenlijk een waardeloos fenomeen’? Dat klinkt logisch.

V&A-directeur Tristram Hunt verdedigt stijgende prijzen voor museumtentoonstellingen. Wat zijn de valkuilen in z’n betoog?

Een Britse museumdirecteur heeft het niet makkelijk. Neem oud-Labour politicus Tristram Hunt van het V&A in Londen die sinds 2010 de overheidssubsidie met 30% zag afnemen. De bezoekcijfers zijn gekelderd. Het gevolg daarvan is dat de toegangsprijs verhoogd moet worden. Een voorbeeld van die gestegen prijzen is dat voor een kaartje in het weekend voor de Monet tentoonstelling in de National Gallery in april 2018 £22 (€25) neergeteld moest worden, aldus een bericht in The Guardian. Sprekend op het Cheltenham literature festival vond Hunt niet dat de toegangsprijzen voor bijzondere museale presentaties buitensporig zijn gestegen.

Maar zijn redenering wordt er bedenkelijk op als hij de toegangsprijs voor een tentoonstelling vergelijkt met een bioscoop- of treinkaartje. Het wordt er nog bedenkelijker op als hij een vergelijking maakt met een seizoenskaart voor voetbal: ‘If people are willing to pay hundreds and hundreds of pounds on football season tickets then seeking to have a fair price for a work of great curatorial excellence does not seem to me wrong.’ Met zijn betoog plaatst Hunt het museum in de hoek van het evenement. Alsof een museum en kunst geen bijzondere functie hebben en inwisselbaar zijn met andere activiteiten en uitgaven van een bezoeker, zoals een trein-, bioscoop- of voetbalkaartje. Met zo’n instelling hebben musea geen vijanden meer nodig.

Wat Tristram Hunt zegt is ongetwijfeld uit nood geboren, pragmatisch ingegeven en mede bedoeld om de cultuurpolitiek van de zittende regering May aan te spreken. Het toont echter ook perfect aan hoe twee effecten elkaar versterken en negatief beïnvloeden. Het zijn de gevolgen van een terugtredende overheid én de vercommercialisering van beeldbepalende musea die zich met blockbusters op kosten jagen en steeds meer de trekken van bedrijven vertonen die via marketing de bezoekers binnen moeten halen. Hiermee begeven musea zich op het terrein van de amusementsindustrie waarbij het om amortisatie gaat, ofwel de relatie tussen investeringen, afschrijvingen en winstgevendheid. Hunts vergelijking met een bioscoopkaartje ligt daarom voor de hand omdat de filmindustrie al 100 jaar volgens dit principe werkt. Maar de valkuilen zijn groot en diep. Musea worden voor hun presentatie-poot steeds afhankelijker van investeringen in projecten en zullen in hun publieksbenadering moeten bieden wat het publiek eist. Marketing bepaalt dan de inhoud.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelV&A director defends rising exhibition prices; Tristram Hunt says museum is working on price models, and warns over arts in schools’ in The Guardian, 8 oktober 2018.

To Hublot or not to Hublot is the question. Marketing en kunst

Hublot is een Zwitserse maker van luxe horloges in het topsegment, onderdeel van het Franse concern LVMH (Moët Hennessy Louis Vuitton). Wie houdt van horloges, champagne, cognac, parfum en lederwaren is aan het juiste adres. Luxe merken moeten het hebben van prestige, hun producten alleen zijn onvoldoende. Wie lenen zich er beter voor om -tegen gereduceerd tarief- die meerwaarde te geven dan ontwerpers en kunstenaars? Overigens draven atlete Dafne Schippers of voetbalscheidsrechter Björn Kuipers ook op in de publiciteit van Hublot. Daartoe zullen ze contractueel wel verplicht zijn. Een design prijs georganiseerd of een ‘alternatieve’ straatkunstenaar als Shepard Fairey gestrikt haalt dat prestige binnen. Kunstenaars moeten zich in bochten wringen om de samenwerking met Hublot te verkopen, zoals onderstaande video aantoont. Beschamend?