George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Ahmed Aboutaleb

Voorlichters onttrekken falend openbaar bestuur Rotterdam aan het zicht

leave a comment »

Laten we het eens hebben over de bestuurbaarheid van de grootste gemeenten van Nederland. Hebben we er een goed beeld van? Die vraag stellen is de vraag beantwoorden. De afdelingen communicatie van de grote steden zijn zo opgetuigd en vol woordvoerders, voorlichters en beleidsambtenaren gestopt dat het onmogelijk is om een beeld te krijgen van wat er echt aan de hand is. Daartegenover is de regionale journalistiek uitgekleed en heeft die onvoldoende middelen om de politiek goed te volgen. Burgers worden overspoeld met gemeentelijke advertenties en brochures die vooral uitblinken in borstklopperij over de fantastische prestaties van het gemeentebestuur. Geen kritische burger die het nog leest, laat staan gelooft, zodat dit soort voorlichting nog slechts op twee doelgroepen is gericht: de slecht geïnformeerde burger die alles voor zoete koek slikt en de gemeentelijke organisatie die zelfbevestiging zoekt om de eigen onzekerheid te verbergen.

De op burgers gerichte voorlichting in grote gemeenten is een manifestatie van de stammenstrijd in het gemeentebestuur. Wethouders zoeken met hun voorlichters, beleidsambtenaren en politieke assistenten de publiciteit om elkaar de loef af te steken. Ze proberen ermee hun positie te versterken. Ze spelen politicusje, terwijl ze in het duale stelsel toch bestuurders en managers zijn. Burgers die wordt lastiggevallen met al die ronkende ‘persmomenten’, persberichten, voorlichtingsfilmpjes en toekomstplannen zijn in dubbel opzicht de klos. Want voorlichting die vooral dient om bestuurders in het zonnetje te zetten kost belastinggeld dat ze zelf moeten ophoesten en het levert een beeldvorming op die valt te kenschetsen als een reisje fantasieland. Dat wil niet zeggen dat er geen gemeentelijke voorlichting bestaat die zakelijk en zinvol is, maar die wordt steeds minder belangrijk. Daarnaast hebben wethouders door de polarisatie van de politiek in de grote steden een prima verdediging om niet serieus in te gaan op kritiek. Want die kan worden afgedaan als partijdig.

Rotterdam is de gemeente waar schijn en werkelijkheid het meest uiteen zijn gaan lopen. Het openbaar bestuur van Rotterdam is niet meer wat het pretendeert te zijn, namelijk doelmatig en oplossingsgericht. De gemeentelijke organisatie is in haar tegendeel verkeerd. Als er iets rauw is aan Rotterdam, dan zijn dat vooral de omgangsvormen binnen stadsbestuur en gemeentelijke organisatie. Het bestuur van de spreekwoordelijke werkstad blinkt uit door regelgeving, indekken van risico’s binnen de ambtelijke organisatie en het op veilig spelen. Dat leidt tot ondoelmatigheid, onnodige procedures en doorgeschoten bureaucratie. Het valt samen te vatten als omslachtig en krampachtig. Het motto van het bestuurlijke Rotterdam is ‘Lullen, maar niet poetsen’.

Van de grote gemeenten heeft Rotterdam met afstand de meeste wethouders, namelijk 10. Amsterdam en Den Haag hebben 8, Utrecht en Groningen 7, Eindhoven en Tilburg 6 wethouders. Zo kent Rotterdam in Michiel Grauss (CU-SGP) een wethouder met de portefeuille ‘Armoedebestrijding, schuldenaanpak en informele zorg’ waarbij het de vraag is hoeveel uren in de week deze bestuurder hiermee bezig is. Uiteraard heeft Grauss een secretariaat, woordvoerder en politiek assistent. Van deze laatste abnormaliteit kijkt niemand meer op, maar abnormaal is het wel dat een bestuurder van een grote stad een politiek assistent moet hebben. Ook nog eens voor zo’n onbenullig takenpakket dat louter om politieke redenen bijeen is geraapt.

Ook wethouders van grotere partijen hebben in Rotterdam last van profileringsdrang. Ze zitten in elkaars vaarwater omdat er gewoonweg teveel wethouders zijn en te weinig beleidsterreinen. Zo figureerden twee wethouders op dezelfde dag, 19 juli 2019 in een persbericht over hetzelfde onderwerp: schone lucht. Ook nog eens wethouders van dezelfde partij, namelijk GroenLinks. Wat voor morsige indruk van overbodigheid en ondoelmatigheid dit maakt bij de Rotterdammers is geen onderwerp waar het huidige college zich zorgen over lijkt te maken. Zo strompelen wethouders voort in hun dillentalisme, op de been geholpen en aan het echte zicht onttrokken door hun woordvoerders, voorlichters, communicatieafdeling en politieke assistenten.

Foto 1: Presentatie op Rotterdam.nl: ‘Het college van burgemeester en wethouders vormt het dagelijks bestuur van Rotterdam’.

Foto 2: PersberichtRotterdam zet in op schone lucht’ van de Gemeente Rotterdam, 19 juli 2019.

Foto 3: PersberichtRotterdam zet belangrijke stappen voor schonere lucht en CO2-reductie’ van de Gemeente Rotterdam, 19 juli 2109.

Advertenties

Ewald Engelen ziet parlementaire journalistiek propaganda voor de bestaande orde maken. Partij voor de Dieren past daar niet in

leave a comment »

Ewald Engelen heeft in zijn column van 27 maart 2018 over Economie in de Groene Amsterdammer kritiek op de parlementaire journalisten van de NOS tijdens de verkiezingsuitzending Nederland Kiest van 21 maart. Aanleiding voor zijn kritiek is de manier waarop ze aandacht besteden aan de Partij voor de Dieren. Of liever gezegd, nauwelijks aandacht aan die partij besteden en met die weinige aandacht die partij ook nog eens kleineren en verkeerd interpreteren. Is dat moedwil of misverstand? In elk geval getuigt het van onvermogen.

Engelen: ‘Het is om meerdere redenen een onthutsend toneelstukje dat hier werd opgevoerd. Dat veel zegt over de lamentabele staat van de parlementaire journalistiek. Ten eerste de naïviteit over de eigen rol in het maken en breken van politieke bewegingen. Het pendant van het onthutsende gebrek aan zelfkritiek van de journalistiek bij het grootschrijven en grootpraten van rellerige neo-nationalistische partijen als PVV en FvD is het retoucheren van die rol bij het kleinhouden van systeemkritische partijen als de Partij voor de Dieren. Dat Van der Wulp het bestaat om de partij te omschrijven als ‘een partij die altijd een beetje onder de radar blijft’, illustreert dat hij zich er niet van bewust lijkt te zijn dat hij onderdeel van het probleem is dat hij zelf signaleert. Die ‘radar’ waarop hij zich beroept om zijn eigen onverschillige ondeskundigheid mee te legitimeren is hij namelijk mede zelf.’

Het panel van Nederland Kiest was hoe dan ook onthutsend slecht en kreeg voorspelbare input van de presentator waardoor het op op een studentikoze, lacherige wijze van onderwerp naar onderwerp stuiterde. Zonder urgentie, zonder pretentie van representativiteit en zonder intellectuele diepte. Het is wat Engelen zegt, namelijk dat deze abnegatio (= zelfverloochening, ontkenning, tegenspraak) vooral duidelijk maakt waar deze parlementaire journalisten voor staan en waar ze zich mee associëren: ‘Niet met de uitdagers, de non-conformisten, de systeemcritici, maar met het pluche, het establishment, de elite en de machtspartijen.  Journalistiek als propagandamachine van het bestaande. We moesten maar niet meer kijken.’

In het fragment maakt de Rotterdamse lijsttrekker van de Partij voor de Dieren Ruud van der Velden in een stadsdebat duidelijk waar de partij voor staat. Of men het wel of niet eens is met wat hij zegt, dit geeft wel duidelijk aan dat het ergens over gaat. Dit is niet de identiteitspolitiek van de ‘rellerige’ PVV en FvD die niet over het oplossen van de kernproblemen gaat, maar een afleiding daarvan is. En waar we ‘dankzij’ de parlementaire journalisten met hun beperkte visie, horizon en aandachtscyclus mee overvoerd worden. Ze reduceren parlementaire journalistiek tot het volgen van de agenda van de dominante politieke partijen.

Ik woon in Utrecht, maar als ik in Rotterdam had gewoond had ik op Van der Velden gestemd. Vanwege zijn inzet voor het klimaat en het dierenwelzijn, maar ook voor zijn betrokkenheid met de kunst. De politieke antennes van links en rechts staat hierover doorgaans verkeerd afgesteld. Tekenend is dat hij namens zijn partij als enige raadsvragen over het Gergiev Festival in de Rotterdamse Doelen stelde waar het Rotterdamse establishment collectief wegkijkt voor de politieke betekenis van kunst en dat smoort in bitterballen, witte wijn en gezelligheid. Ik schreef er in 2016 over: ‘Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is’. Van der Velden doorziet dat en probeert het debat open te breken. Dat deed hij als enige ook bij het Wereldmuseum. Maar zelfs dat debat wordt hem en critici van het huidige cultuurbeleid niet gegund. Zoals Engelen dat constateert over het klimaatprobleem en het dierenwelzijn. Met dank aan (parlementaire)  journalisten die de status quo verdedigen en suggereren dat dat een neutrale positie is. Daarin vergissen ze zich deerlijk. Hun automatische piloot staat verkeerd afgesteld.

Foto: Schermafbeelding van deel columnPropaganda’ van Ewald Engelen in De Groene Amsterdammer, 27 maart 2018.

Aboutaleb moet publiekelijk niet uitgebreid over zijn geloof praten

with 2 comments

Een interview van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) met het EO-radioprogramma Dit is de Dag heeft de afgelopen week veel vragen opgeroepen over het beoordelingsvermogen van Aboutaleb. Dit EO-programma probeert geïnterviewden altijd in een godsdienstig frame te vatten, en Aboutaleb is blind in die val getrapt. Nog los van de controversiële uitspraken die hij doet over het salafisme of de jihad, had Aboutaleb moeten weten dat het voor een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur niet past om uitgebreid over zijn persoonlijk geloof te praten. Arabist en islamoloog Maarten Zeegers verwoordt dat in een opiniestuk in NRC: ‘Aboutaleb geeft in het interview aan dat hij het liever niet heeft over zijn religieuze achtergrond in het openbaar, omdat hij niet wil dat mensen hem als burgemeester daarop beoordelen. Dat valt te prijzen. Het zou mooi zijn als hij dat dan in het vervolg ook in de praktijk brengt’.

Aboutalebs opstelling staat in schril contrast met die van de in 2017 overleden Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. Die laatste had intellectuele diepgang en politieke intuïtie die aan de praktijk getoetst was en hem een feilloze omgang gaf om te weten hoever hij kon gaan. Dat mist Aboutaleb. Zijn kompas staat niet scherp afgesteld. Dat leidt tot verwarring en onhandige uitspraken die de peilers van de rechtsstaat en de sociale cohesie eerder verstoren dan versterken. Ook een voorbeeldige leerling van de praktijk van alledag schiet op een gegeven moment tekort als hij zich op onbekend terrein begeeft en eigen kwaliteiten overschat.

Niet alleen over de islam, de islam en de jihad, maar ook over de hoofddoek bij de politie doet Aboutaleb domme, onbegrijpelijke en contra-productieve uitspraken. Dit is de Dag vat dat samen: ‘Volgens Aboutaleb moeten voorstanders van zaken als de hoofddoek bij de politie eerst draagvlak creëren’. Nee, hiermee biedt Aboutaleb een dwaalweg aan die ‘voorstanders’ valse hoop en op termijn teleurstelling geeft. De hoofddoek bij een politie-uniform wordt in Nederland om principiële redenen afgewezen, dat heeft totaal niets te maken met het creëren van draagvlak. De burgemeester die wil schipperen tussen meerderheid en minderheden bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt. Hij bevordert de verbrokkeling. Behalve over zijn geloof kan hij voortaan maar beter niet meer over politiek-filosofische zaken praten die losstaan van zijn praktische werk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelAboutaleb: Ik ben een salafist’ voor Dit is de Dag van de EO op NPO1, 25 december 2017.

Written by George Knight

31 december 2017 at 12:42

Gergiev Festival is classical porn for business, local government and politics of Rotterdam

leave a comment »

The cat is out of the bag on the website of the Gergiev Festival that will start tomorrow in Rotterdam and lasts until 17 September: ‘The world-renowned maestro Valery Gergiev and Rotterdam have been inextricably linked for over 25 years. Since 1996 the Gergiev Festival has grown to become an international brand that is synonymous with Rotterdam. It offers an executive-level, international podium for the business, local government and politics worlds in Rotterdam, with numerous networking opportunities. It also provides the city with a unique cultural profile.’ Classical music as marketing, classical music as a lubricant for business. The Gergiev Festival comes straight to the point what it sees as its greatest achievement: networking in the margin at an international level. But the organization of the Festival has a sinking feeling about the cooperation with maestro Gergiev, because sponsors are not mentioned. That Gergiev Festival takes place behind the scenes.

But it is a misunderstanding it provides Rotterdam with a unique cultural profile. It does, but, different than the organisation suggests. The Gergiev Festival is increasingly criticized for political reasons and has no positive impact on the international scene. Conductor Gergiev is a political ally of President Putin. He is deployed within the Russian propaganda apparatus. Valery Gergiev in 2017 is Gustav Gründgens of 1941, an opportunist in a wrong regime. This is still the logic of an authoritarian regime where power is divided differently than in the Netherlands. But why Rotterdam’s business, local government and politics extrapolate that to Rotterdam without distancing themselves from Gergiev and Putin is inexplicable. A regime that puts pressure on human rights and European security to such a great extent. Why are Rotterdam’s business, local government and politics turning a blind eye and are they unable to end the relationship with Gergiev?

Nobody has to be against artists who express themselves politically. Wittingly or unwittingly they are always made part of an ideology, party or higher purpose. But the statement ‘politics and art have nothing to do with each other‘ is not correct. It is a lie to avoid responsibility. The soft power of art is all about politics. Or by active attitude or by accepting the existing power that is confirmed by politics. The latter only looks more passive than the first, but actually comes down to the same. Consciously looking away is what Rotterdam’s business, local government and politics do.

How is it possible that the awareness of the political role that Valery Gergiev plays in the Putin regime is so small in Rotterdam? What mechanism is working here? Is it more than just looking away and ‘business as usual’? In countries with a larger Ukrainian community like Germany, the US or Canada it is different. Along with Russian dissidents, action after action is taken against performing artists including Gergiev, Anna Netrebko and other icons that actively support Kremlin’s politics. They are under fire and have to defend themselves. But in Rotterdam, Gergiev is adored. In Rotterdam no criticism sounds, apart from a series of council questions in 2016 by Ruud van der Velden of the Animal Party. The attitude of the Rotterdam college is illustrative, it hides behind the State Department and refuses to take responsibility.

In its own words the Gergiev Festival is ‘an international brand that is synonymous with Rotterdam’. Is it really? Has Rotterdam clung to a radicalized Gergiev and do Rotterdammers let that happen to them? Without a protest sounding? The maestro makes excitement in Rotterdam and polishes his stains away.

Pictures: Screenshots of the website of the Gergiev Festival; Collaboration and Organisation.

Gergiev Festival is klassieke porno voor bedrijfsleven, overheid en politiek van Rotterdam

with one comment

Update 6 september 2018: De tragiek is dat dit soort commentaren inwisselbaar zijn en elk jaar geen debat uitlokken. De Rotterdamse politieke, economische en culturele elite is in zichzelf gekeerd en immuun voor debat. Het Gergiev Festival 2018 vindt plaats van 13 tot en met 16 september. Een festival dat een reservaat van politieke incorrectheid is. Een festival over vervreemding. Gergiev wordt in Rotterdam geknuffeld, en hiermee denkt Rotterdam zichzelf te knuffelen en te kietelen. Maar het omgekeerde is waar. Rotterdam maakt zich belachelijk met het Gergiev Festival. Rotterdam houdt flink de schijn op alsof het dat niet begrijpt. 

De aap komt uit de mouw op de website van het Gergiev Festival dat morgen in Rotterdam begint en tot en met 17 september duurt: ‘De wereldberoemde maestro Valery Gergiev en Rotterdam zijn al ruim 25 jaar onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Het festival is sinds 1996 uitgegroeid tot een wereldmerk dat niet meer is los te koppelen van Rotterdam. Het biedt een internationaal podium op executive niveau voor het Rotterdamse bedrijfsleven, overheid en politiek met een eigentijds aanbod aan netwerkmogelijkheden. Daarnaast levert het de stad een uniek cultureel profiel. Kortom, dit festival is van onschatbare waarde voor Rotterdam.’ Klassieke kunst als marketing, klassieke kunst als smeermiddel voor zakendoen. Het Gergiev Festival windt er geen doekjes om wat het als de grootste verworvenheid ziet: netwerken op internationaal niveau in de marge. Maar de organisatie van het Festival lijkt nattigheid te voelen over de samenwerking met maestro Gergiev, want sponsors worden niet genoemd. Dát Gergiev Festival speelt zich af achter de schermen.

Maar het is een misverstand dat het Rotterdam een uniek cultureel profiel oplevert. Dat doet het wel, maar anders dan de organisatie het voorstelt. Het Gergiev Festival ondervindt om politieke redenen steeds meer kritiek en heeft internationaal geen positieve uitstraling. Dirigent Gergiev is een politieke bondgenoot van president Putin. Hij laat zich inzetten binnen het Russische propaganda-apparaat. Valery Gergiev in 2017 is de Gustaf Gründgens van 1941, een meeloper in een verkeerd regime. Dat heeft nog de logica van een autoritair regime waar de macht anders verdeeld is als in Nederland. Maar waarom Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek die lijn doortrekken naar Rotterdam en geen afstand nemen van Gergiev en Putin is onverklaarbaar. Een regime dat zo de mensenrechten en de Europese veiligheid onder druk zet. Waarom kijken Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek weg en zijn ze niet in staat om de relatie met Gergiev te beëindigen?

Niemand hoeft tegen kunstenaars te zijn die zich politiek uitspreken. Gewild of ongewild worden ze altijd tot onderdeel van een ideologie, partij of hoger doel gemaakt. Maar de uitspraak ‘politiek en kunst hebben niets met elkaar te maken’ klopt niet. Het is een leugen om verantwoordelijkheid te ontlopen. De zachte kracht die   kunst is heeft alles met politiek te maken. Of door een actieve opstelling of door het aanvaarden van de bestaande macht die door de politiek bevestigd wordt. Het laatste oogt alleen passiever dan het eerste, maar komt feitelijk op hetzelfde neer. Bewust wegkijken is wat Rotterdams bedrijfsleven, overheid en politiek doen.

Hoe kan het dat de bewustwording over de politieke rol die Valery Gergiev in het regime van Putin speelt in Rotterdam zo gering is? Welk mechanisme is hier werkzaam? Is het meer dan wegkijken alleen en ‘business as usual’? In landen met een grotere Oekraïense gemeenschap als Duitsland, de VS of Canada is dat anders. Samen met Russische dissidenten wordt actie na actie gevoerd tegen uitvoerende kunstenaars zoals Gergiev, Anna Netrebko en andere iconen die de politiek van het Kremlin actief steunen. Ze liggen onder vuur en moeten zich verdedigen. Maar in Rotterdam wordt Gergiev geadoreerd. In Rotterdam klinkt geen kritiek, op een reeks raadsvragen in 2016 van Ruud van der Velden van de PvdD na. De opstelling van het Rotterdamse college is illustratief, het verschuilt zich achter Buitenlandse Zaken en weigert verantwoordelijkheid te nemen.

Het Gergiev Festival is naar eigen zeggen ‘een wereldmerk dat niet meer is los te koppelen van Rotterdam’. Is het werkelijk? Zit Rotterdam vastgeklonken aan een geradicaliseerde Gergiev en laten Rotterdammers zich dat overkomen? Zonder dat protest klinkt? De maestro zorgt in Rotterdam voor opwinding en poetst vlekken weg.

Foto’s: Schermafbeeldingen van website GergievFestival.nl; Samenwerking en Organisatie.

Charles Derber: Samenwerkend links moet demagogie van rechts-populisten beantwoorden. Met een les voor Nederland

with 2 comments

In een artikel voor truthout schetst hoogleraar sociologie Charles Derber het antwoord op de demagogie van Donald Trump of rechts-nationalisten als Geert Wilders. Hij maakt een vergelijking met de Duitse Weimar-republiek die in de jaren ’20 en vroege jaren ’30 in zijn ogen het verkeerde antwoord gaf op de opkomst van Hitler. Derber geeft vier vuistregels voor progressieven om de strijd met de rechts-populisten te winnen. Het is het antwoord op extreem-rechtse demagogie die de VS en Europa overspoelt. Met een les voor Nederland.

1: Duits links was versplinterd en faalde om sterke coalities te vormen. Als de sociaal-democraten en communisten samen met een stedelijke culturele beweging een blok hadden gevormd dan hadden ze het parlement gecontroleerd en de macht behouden. De les voor de VS is dat de Democratische partij, de supporters van Bernie Sanders en allerlei sociaal-democratische bewegingen samen moeten werken.

2: Hitler werd grandioos onderschat, en op dit moment wordt Trump onderschat. Zo blijven deze populisten grotendeels  onder de radar en kunnen ze vanuit een relatieve luwte zonder harde tegenstand hun opgang maken. Dit heeft te maken met de werkende klasse en de lagere middenklasse op wie deze rechts-populisten een succesvol beroep doen.  De les is om het rechts-populisme van Trump of Wilders serieus te nemen omdat het aansluiting weet te vinden bij die sociale klassen die het een electorale basis verschaffen.

3: Sociaal-democraten en andere progressieve krachten dienen zich in te spannen om deze lagere sociale klassen terug te winnen door aanpassing van het beleid. Voor de VS kan dat door het opzetten van een banenprogramma, vergroening van de economie, verlaging van militaire uitgaven en het nastreven van meer inkomensgelijkheid. Naast de aanpak van het racisme, seksisme, het strikte gevangenisregime en de burgerrechten. In de VS dient Hillary Clinton een alternatief te geven dat de werkende klasse en de lagere middenklasse overtuigend in hun hart en portemonnee aanspreekt.

Toegevoegd kan worden dat Clinton als kandidaat van het establishment ongeloofwaardig is in deze rol. Ze wordt er door Wall Street van weerhouden om een progressieve politiek te voeren die de lagere sociale klassen tegemoetkomt en een progressief front te vormen. Derber: ‘Having been a leading figure of the Establishment for 25 years, it is virtually impossible for Clinton to embrace the anti-Establishment moment and lead a progressive populism.’ Er is hoop dat Clinton ondanks zichzelf delen van de beleidsvoornemens van Sanders, zoals het minimumloon van 15 dollar overneemt, maar de vraag is of dit voldoende is om te overtuigen.

4: Apocalyptische waarschuwingen van Trump over het verval van de VS of Wilders’ tsunami van moslims die naar Nederland komen moeten beantwoord worden omdat ze aansluiten bij echte angsten van mensen. Linkse politici moeten uitleggen waar angsten vandaan komen en uiteenzetten dat ze niet voortkomen uit culturele, maar uit sociaal-economische omstandigheden. Het establishment van banken en mega-ondernemingen dient als natuurlijke vijand van de werkende klasse en de lagere middenklasse aangewezen en aangepakt te worden om rechts-populisten de wind uit de zeilen te nemen, de democratie te redden en de linkse politiek weer focus en zelfvertrouwen te geven. Daartoe moeten partijen en sociale bewegingen samenwerken.

Voor Nederland houdt deze les een revitalisering van de PvdA in die op sterven na dood is. Het moet afstand nemen van de rechtse politiek van de VVD zoals die door het kabinet Rutte II wordt uitgevoerd. En stelling nemen tegen rechts-populisten als Geert Wilders. Dat kan het duidelijkst door het aanwijzen van een nieuwe lijsttrekker die de nieuwe koers symboliseert. Samenwerking met GroenLinks als ideeënpartij en de SP die de werkende klasse en de lagere middenklasse aanspreekt kan de versplintering van links tegengaan. Probleem hierbij is wel dat de SP een links-populistische demagogie volgt die net als het rechts-populisme een beroep doet op de angsten die er in de samenleving leven. Door de SP echter een essentiële rol te geven in de linkse samenwerking waar de PvdA niet de leiding krijgt kan het wellicht overtuigd worden om zich voortaan te concentreren op sociaal-economische thema’s ten koste van de andere thema’s (islam, immigratie, EU).

De linkse politiek kan samenwerking zoeken met de middenpartijen D66 en CDA om de basis te versterken. Mits deze bereid zijn om de machtspositie van het establishment fundamenteel aan te pakken en mee te helpen aan de herverdeling van de welvaart ten gunste van de werkende klasse en de lagere middenklasse.

AlDe’emeh en Özdil wijzen op de kracht van de open samenleving

leave a comment »

05817r

Het is vaker gezegd, Geert Wilders heeft de trouwste bondgenoten in die categorie Marokkanen en Turken in Nederland die zich isoleert, niet deelneemt aan de samenleving en blijft richten op het land van herkomst. Ze bevestigen de apartheid die Wilders nastreeft. Ze bevestigen hun eigen uitsluiting door er naar te handelen. Wilders heeft deze categorie nodig om zijn gelijk te bevestigen. Ze zijn niet te beroerd door het afwijzen van de open samenleving Wilders geloofwaardig te helpen maken. En zo electoraal een steuntje in de rug te geven. Wilders wijst ook de open samenleving af. Beide groepen bevinden zich aan dezelfde kant van de scheidslijn.

Twee academici van allochtone herkomst hebben kritiek op die herkomstgenoten die voor het verleden en segregatie kiezen. En tegen de open samenleving die West-Europa maakt tot wat het is. Deze groepen gaan niet mee in de verworvenheden ervan, maar verzetten zich ertegen. Wat zoals gezegd extreemrechts in de kaart speelt. Het is de Belgische Marokkaan Montasser AlDe’emeh die een opinie-artikel schrijft in Knack, en de Nederlandse-Turk Zihni Özdil die min of meer hetzelfde betoog houdt in NRC. Beide auteurs pleiten  voor de open samenleving en vinden dat Marokkanen en Turken in West-Europa de kansen moeten grijpen die hun wordt voorgehouden door te willen integreren en zich mentaal vrij op te stellen. Maar dat onvoldoende doen.

Montasser AlDe’emeh legt het falen van islamitische jongeren die zich identificeren met IS niet bij de overheid, maar bij die jongeren zelf: ‘België heeft mij alle kansen gegeven. Als je dat niet erkent, dan was je al lang vertrokken. Waarom stel je jezelf de vraag niet waarom je België verkiest boven het land van je voorouders? Ik weet waarom: omdat het hier verdomde goed is.’ Het is de paradox dat deze jongeren meer vrijheid en ontplooiingsmogelijkheden hebben in West-Europa dan in bijvoorbeeld Libanon, Palestina, Syrië of Noord-Afrika, maar dit toch niet inzien en er in elk geval niet naar handelen. En het zeker niet toe willen geven. Hij sluit zijn betoog aldus af: ‘Ik heb geen religieuze gemeenschap nodig om me te vertegenwoordigen. Het wordt tijd dat je inziet dat ook jij die niet nodig hebt. Het wordt tijd dat jij als vrije burger een positieve bijdrage levert aan deze samenleving. Sta dus op en bescherm die samenleving die ons allen zo dierbaar is.

Zihni Özdil vindt dat Turkse Nederlanders geen loopjongen van Erdogan moeten zijn en het in hun belang is dat ze zich bezighouden met zaken in Nederland, zoals zorg, onderwijs en milieu. Maar dat gebeurt niet: ‘Uiteraard hebben Turkse Nederlanders, net als elke andere Nederlander, het recht om te demonstreren waar ze voor willen. En uiteraard staat het hen vrij om zichzelf te identificeren hoe ze willen, maar uit een eerlijke analyse volgt wel dat het enorm zorgwekkend is dat na vijftig jaar en bijna vier generaties zoveel Turkse Nederlanders hun Turksheid niet als erfgoed zien dat hun Nederlandse identiteit aanvult, maar andersom: de Turkse blut und boden is het enige dat telt.’ Özdil ziet deze categorie Turken zelfs als een vijfde colonne die voor de vijand Erdogan zou werken: ‘de feiten noodzaken mij er wel bang voor te zijn dat het gedrag van veel Turkse Nederlanders de trekjes lijkt te hebben van een vijfde colonne‘.

AlDe’emeh en Özdil brengen in hun loopbaan en opinie naar voren wat integratie is en hoe het werkt. Ze spreken niet alleen hun ex-landgenoten die zich identificeren met IS of een partij als DENK of Geert Wilders en extreemrechts aan, maar lijken ook het opgekoekte stof van de bewustwording over de open samenleving af te willen blazen. Het zijn de verdedigers ervan die weer even bij de les gehouden moeten worden. Het is analoog aan de EU. Dat is een verhaal dat mits overtuigend en goed verteld waardevol is en feitelijk geen concurrenten heeft. Maar we moeten wel beseffen erin te geloven en doorgaan met erover te vertellen.

AlDe’emeh en Özdil zeggen dat we moeten blijven geloven in wat in West-Europa is opgebouwd. Omdat velen het vergeten zijn en het als vanzelfsprekend ervaren. Maar dat is het niet. Wat te doen met de fanatici die daar bewust niet in mee willen gaan en die samenleving zelfs vijandig bejegenen? Ach, die kunnen oprotten zoals burgemeester Ahmed Aboutaleb al meermalen heeft gezegd. Zelfbescherming is onderdeel van de weerbare democratie die voor zichzelf opkomt. Daarbij pas geen naïviteit. Een overheid die in zichzelf gelooft dient er actiever gevolg aan te geven dan nu gebeurt. Voor het debat erover is het belangrijk om in het oog te houden hoe de scheidslijn loopt en wie de verdedigers van de open samenleving zijn. Wilders en extreemrechts zijn geen medestanders van de open samenleving, maar bestrijders ervan. Dat besef hoort bij de bewustwording.

Foto: Stadhuis Haarlem, tussen 1890 en 1900. Collectie: Library of Congress.