George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Hoofddoek

Is het vrouwenemancipatie als vrouwen voor het eerst ongesluierd of gesluierd de straat opgaan? Of is er geen peil op te trekken?

leave a comment »

Typerend voor onze tijd én voor bijna 100 jaar geleden. Wie op Google de titel intypt: ‘Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst ongesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925’ krijgt een alternatief aangeboden: ‘Bedoelde u: Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst gesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925.’ Dat bedoelde ik niet, maar het voldoet blijkbaar aan het verwachtingspatroon van 2017 dat vrouwen niet emanciperen van gesluierd naar ongesluierd, maar van ongesluierd naar gesluierd. De emancipatie van 1925 is blijkbaar niet langer de emancipatie van 2017.

Het is opvallend dat de bijschriften bij beide foto’s beginnen met ‘Vrouwen, emancipatie’ en dat koppelen aan vrouwen die zich ‘voor het eerst ongesluierd’ begeven in de openbare ruimte van Konstantinopel of Angora. Nu Istanbul en Ankara genoemd. Dat is normatief. Het verwijst naar de modernisering van het jonge Turkije dat verwesterde, afstand nam van haar Ottomaanse verleden en in 1925 door een Nederlands weekblad als positief en aanbevelingswaardig werd gezien. De foto’s komen uit de Fotocollectie Het Leven (1906-1941). Foto’s en bijschriften geven een tijdsbeeld. Een en ander duidt erop dat vrouwenemancipatie een kwestie van perspectief is. Het is geen eenrichtingsverkeer en altijd onderhevig aan de politieke mode van het moment.

Foto 1: ‘Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst ongesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925.’

Foto 2: ‘Vrouwen, emancipatie. Turkse vrouw voor het eerst ongesluierd in Konstantinopel en Angora. Turkije, plaats onbekend, 1925. [Links van haar een man aan een bureau met schrijfbenodigdheden]

Hoofddoek is geen gebod in de islam. Amsterdamse politie onderzoekt het dragen ervan. Op politieke gronden?

with 2 comments

De politie van Amsterdam onderzoekt of het vanwege het personeelsbeleid verstandig is om hoofddoeken toe te staan. Het wil meer allochtone agenten werven en bedoelt daar vermoedelijk agenten mee die actief de islam belijden. Zoals opgemerkt is er een landelijke code die zoiets verhindert, dus het is de vraag waarom Amsterdam overweegt zo’n landelijke afspraak te passeren. En of het die bestuurlijk-juridisch kan passeren.

Bij alle debatten hierover moest ik denken aan een opmerking over de hoofddoek in een NRC-interview van de Amerikaanse zwarte moslimvrouw Amina Wadud die publieke islamitische gebedsdiensten leidt: ‘Maar als ik in een gezelschap verkeer waarin iedereen doet alsof het dragen van een hoofddoek de uiting van de deugdelijkheid van een persoon is, dan doe ik hem juist af. Gewoon om te laten zien dat het aan Allah is om te beoordelen of iemand deugt, en aan niemand anders. Het is een misvatting dat het dragen van de hijab, het Arabische woord voor hoofddoek, een gebod is in de islam. Dat woord komt niet eens voor in de Koran.’

Als de hoofddoek geen religieus, maar cultureel symbool is, dan kan de scheiding van kerk en staat het dragen ervan in overheidsdienst niet blokkeren. Maar als het geen religieus symbool is dat vanuit de leerstellingen van de islam verplicht wordt gesteld of daar direct en onontkoombaar uit volgt, dan kunnen de dragers van een hoofddoek evenmin op godsdienstige gronden een uitzonderingspositie op het dragen ervan in overheidsdienst claimen. Dat alles roept weer de vraag op waarom de Amsterdamse korpsleiding het verstandig acht om zo’n maatschappelijk mijnenveld in te lopen vol culturele, politieke en religieuze noties.

Het probleem met het Amsterdamse debat is dat het de korpsleiding confronteert met ongelijksoortige feiten en aannames waarvan het niet weet wat ze waard zijn. Met de complicatie dat het niet onmogelijk is dat de adviseurs van de korpsleiding hun eigen politieke agenda hebben en daarom hun politieke als religieuze argumenten verkopen. Zo wordt het onoverzichtelijk en ontstaat er geen zuiver debat. Want het is uiteindelijk een politiek en geen religieus argument om het dragen van een hoofddoek in overheidsdienst toe te laten. Als de politieleiding van Amsterdam werkelijk wil weten hoe het precies zit met de verplichting vanuit de islam aangaande het dragen van een hoofddoek, dan zou het zich beter verlaten op academische  islamdeskundigen en niet op huidige adviseurs die er belang bij kunnen hebben om religie, cultuur en politiek te vermengen.

Wat is in Frankrijk achterlijk, een burkini of het verbod ervan? Of allebei?

with 3 comments

Frankrijk praatte de laatste weken over la canicule (hittegolf), de retour naar school per 1 september, de retour van Nicolas Sarkozy die twee rechtszaken aan zijn broek heeft, het recordaantal van 42 medailles dat behaald werd op de Olympische Spelen in Rio en de burkini. Dat wet suit-achtige tenue dat moslimvrouwen op de stranden van sommige gemeenten niet mogen dragen omdat burgemeesters het verbieden. In een beslissing heeft de Raad van State dat verbod teniet gedaan omdat het juridisch onhoudbaar is. Logisch, want in de seculiere samenleving die Frankrijk pretendeert te zijn bestaat voor de wet geen onderscheid tussen levensovertuigingen en religies en de uitingen ervan. De burgemeesters zeggen zich niets van het verbod op het verbod aan te trekken en premier Manuel Valls zegt in een Facebook-bericht de in zijn ogen reactionaire vormen van de islam (‘islamisme mortifère, rétrograde’) niet te accepteren en er tegen te blijven vechten.

Zo desintegreert Frankrijk en neemt het eigen instituties niet serieus. Wat een burkini in de ogen van velen is en symboliseert is geen juridisch argument. Zelfs als het vrouwonvriendelijk, onflatteus en achterlijk is kan het nog niet verboden worden. Frankrijk is in de kern een conservatief land. Waar het om draait werd duidelijk in de reactie van agenten die een vrouw vanwege een islamitische hoofddoek op het strand van Cannes verbaliseerden en een boete van 11 euro oplegden. Hun uitleg was duidelijk volgens een bericht in de L’OBS, Frankrijk is een katholiek land: ‘Ici, on est catholiques’. Dat heeft niets met secularisme of laïcisme te maken.

De rechtsstaat voorbij. Retoriek van Wilders en Kuzu over hoofddoek

leave a comment »

Twee Nederlandse parlementariërs wordt gevraagd naar het oordeel van advocaat-generaal Juliane Kokott van het Europese Hof van Justitie over het recht van een werkgever die onpartijdigheid en onafhankelijkheid nastreeft om zich te beroepen op een bedrijfsreglement om een hoofddoek te verbieden. Kokott wijst in haar motivatie op de terughoudendheid van de werknemer: (..) maar er kan van hem wel een zekere terughoudendheid worden verlangd ten aanzien van zijn godsdienstbeleving op het werk, of het nu gaat om religieuze praktijken, religieus geïnspireerde gedragingen of – zoals in casu – de kleding van die werknemer.

Geert Wilders (PVV) en Tunahan Kuzu (DENK) zijn het onens met de uitspraak van het Hof van Justitie. Wilders keurt een verbod op het dragen van religieuze symbolen op het werk af als het christelijke of joodse symbolen betreft. Maar hij keurt het goed als een hoofddoek wordt verboden als de draagster zich beroept op de islam. In zijn betoog ziet hij de islam niet als religie, maar als ideologie. Omdat het verbod ook geldt voor politieke symbolen doet dit echter niets terzake. Kuzu gaat voorbij aan de afweging van de rechter tussen verschillende grondrechten. Door eenzijdig te verwijzen naar de vrijheid van godsdienst mist hij de nuancering.

Wilders en Kuzu zijn parlementariërs van wie men zou mogen verwachten dat ze breder kijken dan hun directe belang hun ingeeft. Maar dat doen ze niet of kunnen ze niet. Voor de beoordeling van hun niveau is dat teleurstellend. Ze schieten niet zozeer in de campagnestand, maar lijken daar automatisch op afgesteld te staan. Dat ontneemt diepte en geloofwaardigheid aan hun uiteenzetting die voorbijgaat aan de feiten. De uitspraak over het Hof van Justitie is genuanceerder dan Wilders en Kuzu suggereren. Ofwel, Wilders en Kuzu uiten zich ongenuanceerd. Van een parlementariër zou men meer mogen verwachten dan deze holle praatjes.

Hoofddoek op het werk ondanks bedrijfsreglement dat religieuze symbolen verbiedt? Soms toegestaan, soms niet

with 3 comments

Iranian-veil-and-chador

Interpretatie van het recht is niet altijd te voorspellen. Neem twee overeenkomstige gevallen in Nederland en België die leidden tot uiteenlopende uitspraken van colleges. De zaak gaat om vrouwen die op hun werk om religieuze redenen een hoofddoek willen dragen en daarom in conflict komen met hun werkgever die dat als aantasting van de neutraliteit ziet. Zelfs als een bedrijfsreglement het dragen van zichtbare politieke of religieuze symbolen verbiedt, dan is het nog geen uitgemaakte zaak hoe een rechter de afweging maakt.

Het Nederlandse College van de Rechten voor de Mens oordeelde buitenrechtelijk op 26 mei 2016 dat de Rechtbank Rotterdam een moslimvrouw discrimineerde die solliciteerde als buitengriffier en werd afgewezen toen ze bekendmaakte tijdens zittingen haar hoofddoek niet te willen afdoen. De rechtbank hanteert kledingvoorschriften die ervoor moeten zorgen dat ter zitting geen enkel teken van persoonlijke overtuiging zichtbaar is. Volgens het oordeel van het college maakt de rechtbank ‘indirect onderscheid op grond van godsdienst’ door het hanteren van de kledingvoorschriften die elk teken van persoonlijke overtuiging uitsluiten. In de afweging maakt het college het belang van de rechtbank die streeft naar onpartijdigheid en onafhankelijkheid ondergeschikt: ‘Maar tegenover dat belang staat het belang van de vrouw om toegang te hebben tot de functie van buitengriffier zonder in strijd met haar godsdienst te hoeven handelen.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie concludeert in de Belgische zaak van moslimvrouw Samira Achbita omgekeerd. Het laat de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de werkgever zwaarder wegen dan het recht van een werknemer om een hoofddoek te dragen. Zij werkt als receptioniste bij het Belgische bedrijf G4S Secure Solutions en draaide naast bewakings- en beveiligingsdiensten ook receptiediensten. Na drie jaar eiste ze het recht op om een hoofddoek te dragen. Identiek aan beide zaken is dat Achbita ook in het gelijk gesteld  werd door het buitenrechtelijke Belgische Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding, nu Unia.

Advocaat-generaal Juliane Kokott over de Belgische zaak: ‘Een werknemer kan zijn geslacht, huidskleur, etnische afstamming, seksuele geaardheid, leeftijd of handicap niet als het ware aan de haak hangen zodra hij de lokalen van zijn werkgever betreedt, maar er kan van hem wel een zekere terughoudendheid worden verlangd ten aanzien van zijn godsdienstbeleving op het werk, of het nu gaat om religieuze praktijken, religieus geïnspireerde gedragingen of – zoals in casu – de kleding van die werknemer. De mate van terughoudendheid die van een werknemer kan worden verlangd, hangt af van een algemene beoordeling van alle relevante omstandigheden van het individuele geval.’ De afweging is afhankelijk van de omstandigheden. Het gaat erom op welke grond door een rechter wordt beoordeeld of de gerechtvaardigde belangen van een werknemer excessief worden aangetast en het bezwaar daarom als evenredig dient te worden aangemerkt.

Foto: ‘When visiting Iran, women must wear the hijab (headscarf and modest dress and with their ankles covered), in public at all times. So, either wear loose fitting clothing or wear the full chador.’

Asielzoekers in België met elkaar op de vuist vanwege hoofddoek

with one comment

vtm

Zij komen naar hier, zij zijn hier te gast. Wij niet bij hen. Zij moeten zich aanpassen aan onze regels.’ Aldus Theo Francken, de Vlaamse staatssecretaris voor Asiel, Migratie en Administratieve Vereenvoudiging in de federale regering-Michel. Hij doelt met deze uitspraak op Afghaanse asielzoekers in het noodopvangcentrum van Leopoldsburg die een Syrisch meisje dat geen hoofddoek droeg wilden dwingen die wel te dragen en zich niet Westers te kleden. Iraakse en Syrische asielzoekers zouden voor het meisje in de bres zijn gesprongen, en een internationale vechtpartij was geboren. Een zevental personen zou verwondingen hebben opgelopen.

Theo Francken is lid van de Vlaamsgezinde partij van Bart De Wever, de N-VA en schuwt harde uitspraken niet. Hij staat bekend als een hardliner. Hij vervolgt op VTM Nieuws: ‘Als zij denken dat ze hun oorlogen en conflicten kunnen importeren, dan zijn ze aan het verkeerde adres. De komende dagen zal ik met de regering bespreken of we de sancties voor misdragende asielzoekers kunnen uitbreiden zodat zij ook hun permanent asielrecht kunnen verliezen. Op die manier moeten wij niet meer voor hen betalen.’

De vechtpartij geeft te denken. Begrijpelijk is het dat asielzoekers die hun eigen omgeving hebben verlaten en onder weinig benijdenswaardige omstandigheden opeengepakt zitten in een asielzoekerscentrum leiden aan stress. Ook begrijpelijk is het dat ze teruggrijpen naar gebruiken uit hun land van herkomst. Maar dat ze in een Westers land een andere asielzoekster menen te kunnen verplichten zich niet-Westers te kleden is absurd en getuigt van totaal gebrek aan realiteitszin. Zijn ze niet voorgelicht dat dit soort gedrag onaanvaardbaar is?

Deze Afghaanse asielzoekers die over de schreef gaan staan niet op zichzelf. Ze begrijpen niet hoe ze zich in West-Europa dienen te gedragen. Een trieste constatering. De volgens Duitse statistieken voornamelijk (80%) laagopgeleide asielzoekers hebben West-Europa weinig te bieden. Behalve hun archaïsche ideeën. Kansloos. 

Foto: Schermafbeelding van bericht100 ASIELZOEKERS OP DE VUIST OM HOOFDDOEK’ op VTM-Nieuws.

Bruno De Lillo: zichtbaarheid religieuze symbolen mag als het het gedrag in het werk niet beïnvloedt

leave a comment »

bdl

In een opinieartikel voor het Vlaamse Knack breekt politicus (GROEN) Bruno De Lillo een lans voor de zichtbaarheid van religieuze symbolen. Of liever gezegd, hij wijst het onzichtbaar maken ervan onder het mom van de invoering van ‘laïciteit’ af. Hij ziet geen enkel bezwaar als iemand in overheidsdienst een hoofddoek, keppeltje of pastavergiet op het hoofd draagt. Dat laatste als symbool van de Kerk van het Vliegend Spaghettiwonder wordt trouwens in Nederland ondanks de vrijheid van godsdienst door de Rijksdienst van de Identiteitsgegevens dat onder Binnenlandse Zaken valt in een advies aan de gemeente Emmen afgewezen. De vrijheid van godsdienst in Nederland wordt zo onder het uitsluiten van nieuwe toetreders tot de religieuze sector een door de overheid beschermde markt van gevestigde godsdiensten.

De Lillo stelt een voorwaarde aan de zichtbaarheid van religieuze uitingen door werknemers. Het moet niet het gedrag van de werknemer beïnvloeden: ‘Ben je een ambtenaar die van 9 tot 5 aan een loket moet zitten, dan neem je geen 5 pauzes om te bidden. Is de winkel waar je werkt de hele week open, dan ben je er af en toe ook op zaterdag of zondag. Wil je dat niet, dan vertrek je maar.’ De norm voor gewenst gedrag is dat een werknemer met verwijzing naar de eigen religieuze inspiratie geen beperkingen opwerpt. Zoals de moslim die klanten geen hand wil geven, de katholieke arts die niet wil meewerken aan euthanasie of de ambtenaar die weigert een homohuwelijk te voltrekken. Ze maken zich ongeschikt voor hun functie omdat ze het gedrag in hun werk laten beïnvloeden door hun religieuze achtergrond en dat tussen zichzelf en hun werk zetten.

Religieuze uitingen van werknemers zijn toegestaan indien ze niet van invloed zijn op het werk. Wel past de kanttekening dat een hoofddoek, keppeltje of pastavergiet tamelijk bescheiden uitingen zijn. Hoe dat met religieuze uitingen zit die uitbundiger zijn en uit kostuums kunnen bestaan zoals Candomblé of Satanisme en in strijd kunnen komen met de representativiteit van een organisatie blijft de vraag. Ook valt een beperking te maken in functies die de neutraliteit van de staat symboliseren, zoals het openbaar onderwijs, de politie of de rechterlijke macht. Ofschoon daar geen eenduidigheid over bestaat. Maar het is ongewenst om andersom te redeneren en bij voorbaar te veronderstellen dat iemand met een hoofddoek of een volle baard het gedrag door religie laat beïnvloeden. Diversiteit mag, binnen alle voorwaarden die het werk niet in de weg staan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWaarom het onzichtbaar maken van elke verwijzing naar religie niet wenselijk is’ door Bruno De Lillo in Knack, 8 januari 2016.