Aandacht voor Amerikaanse verkiezingen: Nederlandse publieke omroep lijdt aan de paradox van de geprojecteerde verwachting

Het is de paradox van de buitenlandverslaggeving op televisie over een land met een taal die de Nederlanders redelijk machtig zijn. Door internet en kabeltelevisie met talloze buitenlandse zenders openbaart zich een tweedeling. Goed geïnformeerde en taalvaardige nieuwsconsumenten richten zich direct op de primaire bronnen en zijn in specifieke kwesties beter en meer up-to-date geïnformeerd dan de Nederlandse televisiejournalisten die het Nederlandse publiek moeten informeren. Als deze nieuwsconsumenten daarnaast ook nog voldoende inzicht hebben in de geschiedenis en de politieke realiteit van zo’n land, dan kunnen ze zelf tot een afgewogen oordeel komen. Dat is de hink-stap-sprong die de publieke omroep parten speelt.

Net als de dagbladjournalistiek zou de Nederlandse publiek omroep zich moeten concentreren op het geven van achtergrondinformatie (getuigenissen in het veld, interviews met hoofdrolspelers, analyses met historische diepte à la Ian Buruma). Maar het niveau van de vaste gasten is bedroevend. Zoals Clingendael-medewerker Willem Post die in november 2016 notabene in een opinieartikel in NRC onder de geruststellende titel ‘Het zal wel meevallen met Trumps dwaze avonturen’ debiteerde dat Trump wel ingetoomd zou worden door de instituties. Het was ook toen al aantoonbare onzin. Of die buiksprekende, eendimensionale Raymond Mens die in talkshows zijn boek mag promoten en vanwege de ‘evenwichtigheid’ mag opdraven als supporter van Trump. Zo maakt de Nederlandse televisie van zilver geen goud, maar blik. Dat is geen kennersblik.

Tegelijk ontkomt de televisiejournalistiek er niet aan om verslag te doen van kwesties die zich in real time afspelen. Het dient volgens de opdracht die het heeft het Nederlandse publiek te informeren. We zullen het vanavond weer zien. Niemand die zich diepgaand interesseert voor de Amerikaanse verkiezingen heeft wat te winnen door te kijken naar de Nederlandse televisie. Dat is slaapwandelen in dubbel opzicht. We kunnen beter slapen in bed, dan voor de slaapverwekkende Nederlandse televisie die voor een onmogelijke taak staat.

Het is de paradox van geprojecteerde verwachting. Landen en conflicten waar nieuwsconsumenten moeizaam informatie uit open bronnen over krijgen laat de Nederlandse televisie grotendeels liggen. Denk aan Nagorno-Karabach, Binnen-Mongolië, Kashmir of Burkina Faso. Aan landen en conflicten waar nieuwsconsumenten via internet en kabeltelevisie al overvloedig over geïnformeerd worden besteedt de Nederlandse televisie ook overvloedig aandacht. Dat is het patroon: het herhaalt wat we al weten en veronachtzaamt wat we niet weten.

De uitslag van de Amerikaanse verkiezingen kunnen we toch al uittekenen? Biden wint makkelijk van Trump en de Democraten winnen de meerderheid in de Senaat en vergroten die in het Huis met circa 10 zetels. (Gesteld dat de verkiezingen regelmatig verlopen en de stem van de kiezers de uitslag bepaalt).

Foto: Schermafbeelding van het programmaNOS Amerika Kiest‘ van de Nederlandse publieke omroep NOS, 3 november 2020.

Raymond Mens mag in talkshow Op1 van publieke omroep als Koning Eenoog paraderen om boek over Trump te promoten

Iemand gaf me de tip om naar de uitzending van Op1 van 5 oktober te kijken. Van de Publieke Omroep. Ik kijk nooit naar dit soort Nederlandse talkshows. Nu weet ik precies weer waarom niet na het bekijken van het fragment met Raymond Mens en Laila Frank. Het informeert niet, amuseert niet en focust niet. Het heeft geen scherpte of humor en schiet alle kanten op. Het is van een ontluisterend laag niveau, hoewel Frank een paar zinnige opmerkingen maakt. Dit soort talkshows is de beste reclame om lid van de bibliotheek te worden (lees de stijlvaste en goed geschreven, interessante, amusante en sprookjesachtige boeken van Lida Winciewicz).

Vooral Mens laat zich kennen als een naïeve onbenul. Waarom hij als Amerika-kenner wordt opgevoerd is een raadsel. Uit zijn cv blijkt niet dat hij Amerikanistiek heeft gestudeerd. Het is een raadsel waarom iemand met zo’n eenzijdige blik wordt uitgenodigd als gast. Is dat uitsluitend omdat hij zijn nieuwe boek over Trump mag promoten? Hij krijgt geen enkele kritische vraag van de presentatoren. Ze horen het aan als zombies.

In de promotie van de kleine uitgeverij ‘Sparkle Auteurs’ wordt op vele plekken gezegd dat Mens ‘begin 2016 voorspelde dat Donald Trump de presidentsverkiezingen weleens zou kunnen winnen’. Dat is een vrijblijvende voorspelling die als verworvenheid wordt opgevoerd. Het is logisch dat Trump weleens zou kunnen winnen. Met de CIA, de FBI en het Kremlin aan zijn kant. Dat gold toen ook voor de frontrunners Hillary Clinton, Bernie Sanders en Ted Cruz die in het voorjaar en de vroege zomer van 2016 allen ‘weleens zouden kunnen winnen‘.

Alle (niet-Nederlandse) onafhankelijke waarnemers zijn het erover eens dat in 3,5 jaar Trump de VS heeft ingeboet aan internationaal aanzien, invloed en coherentie. Het land is er slechter aan toe dan in januari 2017.

Dat betreft nog niet eens de verkeerde aanpak van de COVID-19 pandemie door president Trump met nu meer dan 210.000 doden van wie velen onnodig zijn gestorven. Mens wimpelt dat weg, maar de 6500 Nederlandse doden ten gevolge van COVID-19 zijn percentueel ongeveer de helft minder dan in de VS.

Aan VVD’er Mens zijn feiten niet besteed. Hij handelt in partijdige meningen. Ik kan niet begrijpen waarom de Nederlandse publieke omroep zulke minkukels opvoert als deskundige. Of ik begrijp het wel, maar zou het eigenlijk niet willen begrijpen. Dat is trouwens sowieso een probleem met nieuws over de VS omdat de beter geïnformeerde kijker via internet direct de Amerikaanse media kan volgen. Wat is dan nog de noodzaak voor Nederlandse media om er (proportioneel veel) aandacht aan te besteden? Types als Mens blijven zo over om als éénoog koning in het land der blinden de slecht geïnformeerde kijkers te informeren en met medewerking van slecht geïnformeerde presentatoren knollen voor citroenen te verkopen. In Nederland moeten toch beter geïnformeerde, breder kijkende en intelligente America watchers te vinden zijn met een voorkeur voor Trump?

Charlie Parker werd 100 jaar geleden geboren. WKCR doet verslag

Op 29 augustus 2020 is het 100 jaar geleden dat altsaxofonist Charlie Parker (1920-1955) in Kansas City werd geboren. Hij is met Louis Armstrong en John Coltrane een vernieuwer van de jazz. Dé specialist op het gebied van Parker en tijdgenoten is de Amerikaanse programmamaker, jazzhistoricus en producer Phil Schaap die op studentenzender WKCR van Columbia University in New York door de week het programma Bird Flight presenteert. Jammergenoeg is de 69-jarige Schaap niet meer in optimale gezondheid zodat steeds vaker noodgedwongen ingeblikte uitzendingen worden uitgezonden. De bijnaam van Parker was Bird of Yardbird.

WKCR zendt veel jazz en klassieke muziek uit, bij voorkeur op een analyserende, thematische wijze. De zender die het moet hebben van donaties en gerund wordt door onbetaalde vrijwilligers verkeert altijd in financiële en technische problemen. Terugkerend zijn de jaarlijkse bedelacties om de kas te spekken. Op zijn eigen homepage zijn sommige programma’s over Charlie Parker van Schaap terug te beluisteren.

Maar het is een voorrecht om WKCR via internet te kunnen beluisteren. Het biedt diepte en kwaliteit die in het Nederlandse omroepbestel onbekend is. In Nederland is er de zender NPO Radio 2 Soul & Jazz die echter onverteerbaar is door de herverkaveling in formats, de popularisering, de verheerlijking van de discjockeys en niet het accent op de muziek, het gebrek aan profiel, diepte en deskundigheid. Tekenend is dat de zender geen speciale ruimte inruimt voor Parker vanwege de centennial. De clichématige onzin in een biografie over Parker is veelzeggend: ‘Vanaf 1950 zet de aftakeling in. Hoewel hij bij tijd en wijle nog steeds briljante optredens geeft, begint het drugsgebruik steeds meer zijn tol te eisen.’ Wie Parkers discografie (bijvoorbeeld Jepsen of Piet Koster) kent weet dat hij na 1950 aanhoudend iconische muziek heeft gemaakt, zoals de Afro-Cuban Jazz Suite in december 1950. Het is de bijzondere  top in dit genre. De samenwerking met klassieke musici in de Parker with Strings-opnames maakte Parker begin jaren 1950 tot een van de meest populaire musici van de populaire muziek vergelijkbaar met Elvis een kleine 10 jaar en The Beatles 15 jaar later.

In een commentaar van maart 2016 schreef ik: ‘Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.’ Want de zenders die het naar vergelijking het beste doen zijn Klara van de Vlaamse publieke omroep en de vrijwilligerszender Concertzender die tegenwoordig aan de Utrechtse Ganzenmarkt is gevestigd maar weinig middelen heeft ondanks de steun van sponsors en partners. Beide zenders besteden op 29 augustus in hun programmering aandacht aan Parker. Voor Nederland geldt dat de les is dat zenders als Concertzender en WKCR die door donateurs en vrijwilligers in de lucht worden gehouden niet alleen meer kwaliteit en diepte bieden dan de Nederlandse publieke omroep, maar dat ook doen zonder gemeenschapsgeld. Is dat niet bizar?

Foto’s: Schermafbeelding van het ‘CHARLIE PARKER CENTENNIAL FESTIVAL!’ op WKCR, 28 augustus 2020.

Kritiek van Max Pam op de ondermaatse televisie-journalistiek van de Nederlandse publieke omroep is deels terecht. Een antwoord

Deels mee eens Max. De Nederlandse treurbuis is wat de journalistieke kwaliteit betreft te triest voor woorden. Af en toe komt Nieuwsuur met een onderzoek of een reportage van niveau, er is HUMAN met de diepgravende analyse van Medialogica (misleiding aanschaf taser door Nationale Politie) en KRO-NCRV’s Pointer heeft ook af en toe goede analyses. Maar talkshows zoals OP1 zijn van een bedroevend ondermaats niveau. Ze zijn niet serieus te nemen als journalistiek medium.

Van de andere kant past enige relativering over de macht van de Nederlandse media. We moeten ze daarom niet te zwaar vallen. Want het zijn in de eerste plaats de politiek en het bedrijfsleven die de autoritaire regimes van de Russische Federatie (gas, olie) en China (van alles) geen strobreed in de weg willen en durven leggen.

Wat zou logischer zijn dan een boycot van China? Vanwege Tibet, vanwege de concentratiekampen waarin Oeigoeren zijn opgesloten, vanwege het verbreken van de afspraken over Hong Kong, vanwege de agressie en annexatie in de Chinese Zee en vanwege de op de EU gerichte campagne van misleiding. Maar de politiek en het bedrijfsleven doen niks. Zelfs geen symbolisch gebaar.

Hetzelfde geldt voor de opstelling van het Westen tegenover het Kremlin. Die is te terughoudend. Het machtscentrum dat al sinds de jaren 1960 de anti-Westerse terroristen steunt. Nu weer de Taliban in Afghanistan. Toenmalige president Obama en de Britse premier Cameron deden niks toen de Russen in 2014 tegen alle garanties in van het Boedapest Memorandum de Krim militair bezetten en inlijfden. Evenmin reageert het Westen krachtig op de reguliere Russische troepen die illegaal in Oost-Oekraine zijn gestationeerd.

Dus ja, de Nederlandse media excelleren in trivialiteiten en weten niet meer wat belangrijk is. Maar nee, dat weten de Westerse regeringen evenmin. Dus het valt de media niet echt kwalijk te nemen dat ze niet doen wat de Westerse staten nalaten. Op allerlei manieren volgt de Nederlandse televisie-journalistiek de agenda van anderen. Dat pakt extra beroerd uit als die anderen een verkeerde agenda hebben.

NB: Wat anders is waarom de Nederlandse publieke omroep de zomerperiode zonder voetbal en wielrennen benut om bijna uitsluitend oude sportprogramma’s, reeksen en reeksen detectives en oude, naar nostalgie neigende televisieprogramma’s uit te zenden. Dat warme bad gaat aardig vervelen en verdooft na verloop van tijd alle prikkels. Waarom geen kunstprogramma’s? Waarom geen politieke documentaires (de fantastische documentaire van Sergei Loznitsa over de begrafenis van Stalin). Waarom geen belangwekkende cinematografische werken van auteurs-regisseurs die alleen een oudere generatie nog lijkt te kennen? Waarom sluit de Nederlandse publieke omroep tijdens de zomerstop niet twee van de drie netten? Dan zijn we gelijk verlost van die ondermaatse talkshows waar je terecht kritiek op hebt.

Foto 1: Post op Facebook van Max Pam, 1 juli 2020.

Foto 2: Aankondiging van de Detectivezomer van KRO-NCRV, juni 2020.

Foto 3: Still uit de documentaire State Funeral (2019) van Sergei Loznitsa.

Tijdens thuisquarantaine is het tijd voor cinema: ‘Tokyo Story’ (1953). Kritiek op ontbrekend kunstbeleid van publieke omroep

Laten we de thuisquarantaine gebruiken om onze kennis over de klassieke cinema bij te spijkeren. En onze tijd nuttig te besteden. Ik ga het niet uitleggen, maar wie vragen heeft over de selectie of de details in inhoud en vormgeving van de film kan die in de reacties stellen. Ik stel een debat erg op prijs. Noemenswaardig en opvallend in de film Tokyo Story (Tokyo monogatari) uit 1953 van de als beste Japanse filmregisseur aller tijden bekend staande Yasujiro Ozu is dat de camera op ooghoogte van zittende personen staat opgesteld. Zoals in vele van zijn films. De omgang tussen de generaties is tragisch, alsof ze niet meer vanzelfsprekend op elkaar aansluiten. Dat leidt tot melancholie zonder over de rand van sentimentaliteit of melodrama te gaan.

Iedereen heeft voorkeuren, die van mij zijn de Indiase, Italiaanse en Japanse cinema. Ik gebruik bewust het woord ‘cinema’ tegenover ‘film’. Dat eerste heeft meer de ambitie van kunst en dat laatste van een product. Film als zevende kunst die half kunst, half commercie is. Daar is niks mis mee, maar films zijn al de godganse dag op televisie of betaalzenders te zien in de dominante verhalende Hollywood-stijl waarbij de karakters de inhoud dragen en een evenwicht verstoord, maar altijd weer hervonden wordt. Reflectie op het leven ontbreekt hoegenaamd. Scenario’s zijn een invuloefening. Cinema is verbannen naar de archieven van het internet of rust in kluizen vanwege onduidelijkheid over rechten. Vaak in slechte kopieën of met gebrekkige ondertitels.

De Nederlandse publieke omroep kwijt zich al jaren niet meer van haar taak om het publiek te confronteren met cinema. Op de steeds zeldzamer wordende uitzonderingen na. Dat is een verre schaduw van de culturele ambities van de medianota uit 1983 van toenmalig cultuurminister Elco Brinkman. Vanaf de jaren 1990 is het belang van kunst bij de publieke omroep verregaand verwaterd en bewust om zeep geholpen. De huidige omroepbobo’s hebben weinig met kunst. In hun filmbeleid zitten de omroepen gevangen in de recycling van steeds maar weer dezelfde populaire, middelmatige Engelstalige- of art house-achtige films en hebben ze geen dwingende opdracht om cinema te vertonen. De vervlakking en het gebrek aan ambitie zijn totaal.

Foto: Still uit Tokyo Story (Tokyo monogatari) van Yasujiro Ozu uit 1953, met hoofdrolspelers Setsuko Hara (links) and Chishû Ryû (rechts).

NB: Klik voor Engelse ondertitels op instellingen Pictogram instellingen op YouTube .

Naast het trilemma van de pandemie (gezondheidszorg, economie en grondrechten) is er ontspanning. ‘Domenica d’Agosto’ (1950)

Er komt een moment dat het belangrijke over het coronavirus is gezegd. Totdat een vaccin is ontwikkeld zullen we er nog maanden of jaren mee opgezadeld zitten. Dat vooruitzicht stemt somber. In de berichtgeving tekenen zich drie verhaallijnen af over het virus: dat van de gezondheidszorg, economie en grondrechten. Ze houden verband met elkaar, maar lijken niet in alle combinaties volledig samen te gaan. Dat doet denken aan het trilemma van Dani Rodrik. Dat zegt dat van de drie aspecten democratie, nationale soevereiniteit en globale economische integratie er slecht twee volledig gecombineerd kunnen worden. Kondigt zich ook een trillemma over het coronavirus aan waarbij gezondheidszorg, economie en grondrechten niet alledrie kunnen worden gecombineerd? Er moet er één afvallen. Als de overheid inzet op de gezondheidszorg zoals nu in Nederland gebeurt, dan gaat dat ten koste van de economie. Als een overheid inzet op de economie zoals nu in Brazilië lijkt te gebeuren, dan gaat dat ten koste van de gezondheidszorg. Als een overheid inzet op de grondrechten, dan gaat dat ten koste van zowel een deel van de gezondheidszorg als van de economie.

De hypothese van het trilemma van de pandemie is niet waar het hier om gaat. Het gaat om kunst. Mensen zijn grotendeels aan huis gekluisterd. Musea, muziekgebouwen, bioscopen en schouwburgen zijn gesloten. Veel culturele instellingen ontplooien digitale initiatieven en ontsluiten hun collecties en registraties. Eye Filmmuseum blijft niet achter en komt met quarantaine thuiskijktips. Maar het is een magere selectie. De publieke omroep laat het tot nu toe afweten en biedt geen extra kunstprogrammering, zoals registraties van muziek en drama of klassieke cinema. Dat laatste is ook een rechtenkwestie. Mogelijk kan de overkoepelende EBU daar iets in bereiken tijdens de crisis. Wellicht komt het deze zomer in een versnelling als er gaten in de programmering vallen door weggevallen sportevenementen die doorgaans het zomerseizoen domineren.

Op internet zijn onnoemelijk veel klassieke films te zien. Diverse media hebben daar afgelopen weken verdienstelijke overzichten van gegeven. Ik wil niet achterblijven en verwijs graag naar een Italiaanse film uit 1950 van Luciano Emmer ‘Domenica d’Agosto’ (Zondag in augustus ofwel de toenmalige Nederlandse titel Dagjesmensen). Wikipedia vat de inhoud samen: ‘Een zondag in augustus 1949 in Rome: de inwoners van de hoofdstad gaan massaal naar het strand van Ostia. In de verlaten stad blijven nog maar een paar mensen over. ’s Avonds keert iedereen terug naar huis, klaar om de volgende dag zijn professionele bezigheden te hervatten …’ Met een jonge Marcello Mastroianni. In de stijl van het Italiaanse neorealisme met de straat als locatie van een land dat nog bezig is zich te ontworstelen aan de schaduw van de oorlog. Laten we voor even het trilemma van de pandemie vergeten en er een vierde, hoognodige poot bij aanschroeven: ontspanning.

Nederlanders voelen zich gelukkig. Waar komt dan dat beeld van ongeluk, zelfs rampspoed vandaan dat over Nederland komt?

Feit dat we niet ontspannen zijn is een beeld dat we van onszelf hebben. We zouden ons laten opjagen. Dat is slecht verklaarbaar. Economisch gaat het de grote meerderheid van Nederlanders beter dan ooit. Het land is goed georganiseerd en publieksonderzoeken wijzen uit dat we onszelf gelukkig voelen. Nederland staat in lijstjes over rechtsstaat, stand van de democratie en transparantie bij de toplanden. Vaak met Scandinavische landen en Canada of Nieuw-Zeeland. ‘De ervaren mate van geluk en tevredenheid met het leven van de totale Nederlandse bevolking is de afgelopen twee decennia nauwelijks veranderd’, zegt een toelichting bij een onderzoek van het CBS. Ruim 8 van de 10 Nederlanders acht zich gelukkig. We hebben niks te klagen. Toch?

Het is mogelijk dat dit beeld niet klopt. Nederlanders zouden wel ontspannen, en tevreden en gelukkig met hun situatie zijn. Alleen wordt dat dan verkeerd ‘vertaald’. Is dat het geval? Dit gaat overigens verder dan de wijsheid, ‘met mij gaat het goed, maar met ons gaat het slecht’. Ook met ons gaat het objectief gezien goed. Nederland is uiteraard niet ideaal. En groepen die niet mee kunnen komen of achterblijven bestaan overal.

Zit die befaamde Nederlandse karaktertrek ons in de weg? Namelijk dat we iets te klagen moeten hebben. Bij voorkeur over het weer omdat dat een neutraal onderwerp is. Het klimaat is dan altijd te koud, te warm, te nat, te droog of te saai. Maar vaak gaat het ook over de maatschappij. Nederlanders zouden zich terugtrekken in hun eigen sociale, culturele en educatieve leefgebied. Tussen gelijkgezinden. In een nieuwe verzuiling. Dat archipel-effect wordt versterkt door het onderwijssysteem, en de woning-, arbeids- en huwelijksmarkt. Het geklaag wordt dan gestuurd en aangejaagd door het bestaan van de subcategorieën. De ander zou te dom, te ordinair, te lijdzaam, te afhankelijk, te elitair, te egoïstisch, te religieus, te vrijzinnig of te hoogmoedig zijn.

Waarom ontstaat dat beeld van ongeluk, zelfs rampspoed dat over Nederland komt? Want 9 van de 10 Nederlanders zegt zich gelukkig te voelen. Ik ben voorzichtig om de oorzaak van dat beeld over ons geluk bij dat voor de hand liggende medium te leggen dat de werkelijkheid door nepnieuws, leugens en  manipulatie uitvergroot en vertekent, namelijk de sociale media. Ik doe het toch. Daar komt iets bij. We moeten beseffen dat er in elke samenleving actoren zijn die er belang bij hebben om de samenleving als negatief af te schilderen. Vaak van een jongere generatie die komt kijken en vadermoord meent te moeten plegen om er te komen. Ze werken aan hun carrière en ambiëren om zelf tot de macht door te dringen. Opvallend traditioneel zijn ze daarin: dat gebeurt door het verspreiden van negativisme en de claim het zelf beter te zullen doen.

Dat zijn de belagers van ons het geluk. Ze willen hun eigen bekommernissen in onze kop enten. Neem de radicaal-rechtse Sid Lukkassen die vaardig aan de hand van negatieve kwalificaties argumenten stapelt, niet voor tegenspraak vatbaar is en telkens tot hetzelfde betoog komt dat eruit bestaat dat aspect a, b, c of d niet klopt. Het is een formaat dat telkens tot hetzelfde leidt. Ik zeg stapelen omdat het geen valide betoog is. Zijn selectie van feiten en motieven volgt uit zijn mening. Het artikelDe NPO als scheidslijn van de nieuwe status quo’ op TPO claimt dat VVD, PVV en SP zich niet vertegenwoordigd voelen door de publieke omroep. Ik ben geen sympathisant van deze partijen en voel me evenmin door de publieke omroep vertegenwoordigd. Dus?

Moeten we ons vanuit een wereld van vergezichten en fantasieën met verregaande conclusies uitspreken over de pseudo waarheid van het vermeende cultuurmarxisme of het bestaan van een eenvormig cultuurlandschap? Of bedwingen we onszelf en beperken we ons tot zakelijke kritiek zonder te raken aan het geluksgevoel van 9 op de 10 Nederlanders? Als men carrière wil maken over de rug van het geluk van de Nederlanders is de voor de hand liggende route uitgetekend. Maar dat wil niet zeggen dat opinieleiders die dringend moeten volgen.

Foto 1: Hans Wilschut, Carsten Höller, GELUK, 1996-97. Collectie: Centraal Museum.

Foto 2: C. Geluk, 1930. Collectie: Centraal Bureau voor Genealogie.

Debat Rutte – Baudet gaat nergens over behalve over het debat Rutte – Baudet

Vanavond is het televisiedebat over de Europese verkiezingen tussen premier Mark Rutte (VVD) en de partijleider van FvD Thierry Baudet. Het benadrukt maar weer eens het feit dat de media rechts zijn. Het gesprek wordt uitgezonden in het programma Pauw op de publieke omroep met als moderator Jeroen Pauw.

Er is van alle kanten kritiek op dit debat. De wetmatigheid van een campagne is dat partijen die zich in een tweestrijd weten te manoeuvreren daar bij winnen. Het is het centrum-linkse Pauw (BNNVARA) dat een centrum-rechtse (VVD) en een ultrarechtse (FvD) partij het mogelijk maakt om winst te boeken. De andere partijen voelen zich daardoor terecht buitengesloten. Tom-Jan Meeus concludeert in zijn zaterdagse column voor NRC dat dit debat de opkomst van de afgelopen weken van de centrum-linkse sociaal-democraat Frans Timmermans doorkruist. Meeus: ‘Zo werd de opstomende Timmermans uit het campagnescript geweerd’. Met dank aan de ooit linkse VARA die kiest voor rechts en ultrarechts, en tegen links. Niets is meer zoals het was.

Maar Frans Timmermans is namens de PvdA wel degelijk een politicus die op de lijst staat voor de Europese verkiezingen en waarop Nederlanders kunnen stemmen. Voor Baudet en Rutte geldt dat niet, hoewel Baudet als lijstduwer formeel op de Europese lijst voor zijn partij staat, maar die plek niet zal innemen vanwege zijn rol in de Tweede Kamer. Het feit dat er een debat plaatsvindt tussen twee politici die niet verkiesbaar zijn voor de verkiezingen waarover ze spreken is een ander essentieel punt van kritiek op dit debat.

Los van de campagneretoriek van VVD en FVD en de geilheid van Pauw om publicitair te willen scoren is er het gebrek aan inhoud van de twee rechtse partijen die overspoeld om niet te zeggen weggespoeld wordt door hun marketing. Het gaat nergens over dan over de marketing, de campagne en de twee rechtse politici zelf.

Baudet die tegen de wil van 80% van de Nederlanders ervoor opteert dat Nederland de EU verlaat vindt in Rutte geen geharnaste verdediger van de EU, maar een pas onlangs bekeerde  Europeaan die mooi weer speelt met zijn vermeende pro-EU houding, maar in werkelijkheid minimaal meewerkt aan verdere federalisering of overdracht van bevoegdheden naar Brussel. Tegenover de negatieve Baudet staat dus geen positieve politicus die vol overtuiging de EU verdedigt, maar een schipperende, halfslachtige Rutte die feitelijk een EU-bounty is. Rutte is pro-EU vanbuiten, maar eurosceptisch vanbinnen. Zoals dat voor veel nationale politieke leiders geldt die kritiek op de EU hebben, maar de reden daarvoor door hun tegenwerking en stil verzet zelf veroorzaken.

Hoe de marketing en de campagnestrategie werkt laat het YouTube-kanaal van de VVD zien, inclusief de videoGenoeg stof voor een pittig gesprek’ (zie boven). Afgelopen zes dagen plaatste de VVD zes video’s met negatieve kritiek op Baudet. Dat moet zijn voorbereid, hoewel het resultaat niet denderend is en het niveau van knippen en plakken niet overstijgt. Zo wordt de tweestrijd tussen Baudet en Rutte die een schijntweestrijd is met slechte onderbouwing en op een onscherpe wijze groot gemaakt. Opgeblazen lucht. Een harde, frontale aanval van de VVD op het ultra-rechtse gedachtengoed van Baudet en zijn contacten met extreem-rechts ontbreekt. Is ook deze campagne een schijnvoorstelling met de rem erop? Er zijn straks drie winnaars, te weten de VVD en FvD die netjes binnen de lijntjes blijven van hun eigen tweestrijd waar ze elkaar voor nodig hebben en het publiciteitsgeile Pauw dat het eigen gedachtengoed verloochent.  De verliezers zijn talrijker: de andere politieke partijen, en de geloofwaardigheid van de Nederlandse media, democratie en politiek.

Nogmaals Meeus over de campagnestrategen die de macht bij de Nederlandse politieke partijen hebben gegrepen: ‘Want nooit eerder bespeelden ze de media met zoveel finesse, van scoop tot cliffhanger. En zelden eerder was hun campagne-technische effectiviteit zo groot. Ook al produceerden ze lucht, of slechte politiek. Of, erger nog, überhaupt geen politiek.’ Kortom, Campagnestrategie krijgt een 10, de Politiek scoort een 0.

Foto: Schermafbeelding van deel van de videos op het YouTube-kanaal van de VVD op 22 mei 2019.

Het gebazel en de desinformatie van Baudet op publieke omroep roept de vraag op of journalisten op hun taak zijn voorbereid

Als ik televisiepresentator Rick Nieman zie sputteren en zenuwachtig zie lachen, dan moet ik denken aan vroeger. Is die vergelijking eerlijk? Aan het oude VN met intellectuelen als Martin van Amerongen en Joop van Tijn of aan journalisten als Harry van Wijnen, Laurens ten Cate, W.L. Brugsma en Anton Constandse die niet bang waren voor de politici zoals de huidige journalistieke lichtgewichten, maar voor wie de politici juist bang waren. Of dat ligt aan het gebrek aan academische vorming van de huidige generatie journalisten is de vraag. De politiek is ook veranderd door de macht van de voorlichters en de dwang van de mediamarkt.

Feit is dat intellectueel gevormde journalisten die nog steeds bestaan nu als part-timers worden weggestopt in columns, terwijl ze vroeger continu de hoofdredactionele commentaren, verslaggeving of interviews voor hun rekening namen. De televisie lijkt het afvalputje van de journalistiek te zijn geworden zoals dit voorbeeld aantoont. Het is recycling van oude meningen, niet interessant om er nieuwe ideeën op te doen. Of het moet de boutade van onze pseudo-intellectueel zijn die ruim baan krijgt om zijn nepnieuws te verspreiden en meent dat het fascisme links is. De publieke omroep komt uit de kast als verspreider van desinformatie.

Kan Villamedia of een opleiding journalistiek aan dit aspect van de tekortschietende intellectuele verdieping van journalisten niet eens een symposium wijden? Journalistiek als HBO-opleiding is prima voor de dunne sportjournalistiek of de berichtgeving over BN’ers, maar schiet schromelijk tekort als het over kunst, filosofie, politiek of wetenschap gaat en er intellectuele vorming, journalistiek vakmanschap én moed worden gevraagd.

Waarom presenteren publieke omroepen herhalingen van tv-programma’s als nieuw? Voorbeeld: ‘Apocalyps’ op Canvas

Reactie op de FB-pagina van Canvas, het tweede net van de Vlaamse publieke omroep. Een programmareeks over de Eerste Wereldoorlog wordt in de eigen publiciteit als nieuw gepresenteerd, terwijl het een herhaling is. Maar dat wordt verzwegen. Waarom wordt niet gezegd dat het een herhaling betreft? Wat is er aan de hand met de informatievoorziening van de publieke omroep? Dit roept de vraag op wat hiervoor de reden is:

Waarom wordt in de publiciteit van de VRT niet gezegd dat dit een herhaling is van een serie die eerder door de VRT werd uitgezonden? Waarom wordt in de publiciteit van de VRT niet gezegd dat dit een herhaling is van een serie die eerder door de VRT werd uitgezonden? Onder meer in 2016.

Ziet de publieke omroep het niet meer als haar taak om het publiek goed te informeren over de achtergrond van de uitzendingen? Hier hoort ook bij dat men aangeeft of het wel of niet een herhaling betreft. Men kan er alleen maar naar gissen waarom niet gezegd wordt dat de serie Apocalyps een herhaling is.

De VRT is niet de enige omroep die geen duidelijkheid geeft over het feit of een programma een herhaling betreft. Nederlandse omroeporganisaties doen hetzelfde. Tot voor enkele jaren terug was dat anders, dan werd in de programmagidsen of op de online informatie van de omroepen nadrukkelijk aangegeven of het een herhaling betrof. Nu gebeurt dat niet meer. Dat is een opmerkelijke verandering.

Een verklaring lijkt te zijn dat door de bezuinigingen de publieke omroepen zich gedwongen zien steeds meer programma’s of series te herhalen. De publieke omroep die zich hiervoor schaamt veegt dat onder het tapijt door het vermelden dat het een herhaling betreft achterwege te laten. Daarnaast zijn er zenders zoals BBC First waar programma’s van de hoofdnetten een tweede leven krijgen. Met als gevolg dat een bepaald programma binnen een jaar tientallen keren herhaald wordt.

Ook kan het zijn dat de omroepen erop speculeren dat de kijkers door het toegenomen, overdadige aanbod toch niet meer kunnen bijbenen of het een herhaling betreft. De kijkers zien door de bomen toch het bos niet meer. Ze worden aan zichzelf overgelaten en moeten zelf maar een orde aanbrengen in de brij aan informatie. Vooral voor oudere kijkers die niet met internet en nieuwe media zijn meegegroeid is dat een onmogelijke opgave.

Daarnaast neemt het lineair televisiekijken af en stellen kijkers hun eigen programmering samen door een mix van de actualiteit van de lineaire televisie, On Demand-programma’s, Netflix-achtige netten en doelgroepgerichte Narrowcasting. De publieke omroep concentreert zich op nieuws- en sportprogramma’s en een enkele prestigieuze dramaserie waarmee het zich profileert die in real time worden uitgezonden en schrijft de rest van de programmering af als vulling en minder belangrijk. In deze laatste categorie worden de herhalingen weggemoffeld, zodat deze programma’s optimaal kunnen worden uitgemolken voorzover de rechten dat toestaan zonder dat de kijker daar veel zicht op heeft.

Zo wordt de herhaling van een programma minder ongebruikelijk dan het tot voor enkele jaren geleden was. Toen werden herhalingen geprogrammeerd in de televisieluwe zomer. Een periode met lagere kijkcijfers en programma’s die niet ingezet werden voor de strijd om de gunst van de kijker met concurrerende omroepen. Nu worden de herhalingen ook geprogrammeerd in de belangrijkste periode, zoals het voorbeeld van Apocalyps laat zien.

Het effect van de vele herhalingen die niet meer als herhaling worden aangekondigd kan averechts werken. Na enkele teleurstellingen over een programma dat als gloednieuw wordt gepresenteerd maar dat bij nader inzien niet lijkt te zijn, kan een kijker het vertrouwen in de informatievoorziening van de publieke omroep verliezen. Alleen de Alzheimer-patiënt geniet van elk oude programma weer als nieuw. Maar de doorsneekijker weet niet meer of een programma of een jaargang van een serie eerder uitgezonden is en wordt zo onvoldoende geïnformeerd. Zo bereikt de publieke omroep het omgekeerde van wat het beoogt. De kijkcijfers nemen verder af. En de identificatie met de publiek omroep verschrompelt.

Eerlijk duurt het langst. Waarom zouden publieke omroepen en omroepgidsen die gevuld worden met door die omroepen aangeleverde informatie niet duidelijk maken of een programma wel of niet een herhaling is? De kijkers komen daar toch wel achter door te zoeken op internet. Nadat ze enkele keren hun neus gestoten hebben neemt echter de kans toe dat deze kijkers voorgoed afhaken en de moeite niet meer nemen. Daarnaast kan men zich afvragen of het niet gewoon de taak is van de publieke omroep om met publiek geld de kijker optimale informatie te geven over de eigen programmering? Zoals het tot voor kort was.

Tijden veranderen en de publieke omroep blijft daarin niet ongemoeid. Maar als het zelf het onderscheid niet meer wenst te geven over de eigen rol en taak, dan kunnen de leiding van de publieke omroep en de politieke bestuurders die verantwoordlijk zijn voor het mediabeleid niet verwachten dat de kijker het nog kan en vooral wil volgen.

Graag een fundamenteel debat over deze kwestie. Het volgt uit de ambitie, pretentie en het zelfbeeld van de publieke omroep. Wat wil het zelf zijn en hoe wil het dat wij de publieke omroep zien? Als een betrouwbaar baken of als een losgeslagen boei die meedeint op de tijdgeest en de commerciële flow?

Foto 1: Schermafbeelding van deel bericht op FB-pagina van Canvas, 25 september 2018.

Foto 2: Schermafbeelding uit het jaarverslag 2016 van de VRT (p.72).

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikelDe Apocalypse van Wereldoorlog I’ op Cobra.be, 11 september 2014. 

Foto 4: Schermafbeelding van deel artikelCanvas herdenkt einde van WOI met vijfdelige reeks’ op TVvisie, 24 september 2018.