Avondshow van Arjen Lubach bekritiseert lintjesregen en monarchie

VPRO’s ‘De Avondshow met Arjen Lubach‘ is van maandag tot en met donderdag te zien op NPO1. Het lijkt te vaak te veel uitzendtijd voor de tekstschrijvers om constant een hoog niveau te handhaven. Zouteloosheid en gebrek aan scherpte is het gevaar.

Vooral de gesprekken aan het eind met cabaretiers, omroepcoryfeeën en VPRON’ers (Bekende Nederlanders voor een VPRO-publiek) zijn doorgaans nietszeggende invulling van de tijd. Waarom boekt het programma geen kunstenaars, wetenschappers en eigenzinnige individuen? Waarom moet dit gesprek in het frame van het cabaret of het lichte amusement gegoten worden?

Is het een voorwaarde van de netmanager om het populair en eenvoudig te houden zodat de gemiddelde NPO1-kijker het kan volgen? Mag als compromis tussen netmanager en de programmaleiding van de VPRO tijdens het hele programma de lat niet te hoog liggen om het brede publiek niet af te stoten? Het studiopubliek doet trouwens elke avond weer kritiekloos een poging om de applausmachine te verslaan, maar beseft onvoldoende dat het zo de nuance verslaat.

Te vaak ontbreekt de urgentie om naar het programma te kijken. Minder uitzenddagen zou raadzaam zijn zodat de kwaliteit op een hoger peil gebracht kan worden. Dat past blijkbaar niet in het format van NPO1. Er is geen tussenweg tussen marginale en brede programmering. Juist van die tussenweg zou gezien de niet onbegrensde middelen het team van Lubach kunnen profiteren. Er zouden daarom óf meer middelen moeten worden vrijgemaakt óf het tempo van de uitzendingen moet omlaag.

Ondanks die kritiek opereert presentator Arjen Lubach zienderogen met plezier en vergroot samen met zijn begeleidend team steeds meer het vakmanschap. Als het wel lukt en hij goede teksten en onderwerpen in de mond gelegd krijgt die perfect worden geserveerd, dan behoort De Avondshow tot het beste wat de Nederlandse omroep te bieden heeft.

Zo’n pareltje en voor Lubach en zijn team een terugkerend thema is het koningshuis. Mede gezien het profiel van een breed publiek van NPO1 zal het beseffen het niet te vaak te kunnen gebruiken. Maar het is een kernthema waarin het hart van Lubach en zijn team klopt.

Republikeinen zijn in opmars en de populariteit van het Nederlandse koningshuis neemt gestaag af. De nu beter dan sinds lange tijd goed georganiseerde Republikeinen hebben aan zelfvertrouwen gewonnen en demonstreren komende Koningsdag in Maastricht langs de route onder het motto ‘Willem de Laatste?‘, aldus een bericht van RTL Nieuws. Volgens voorzitter Floris Müller van Republiek zijn veel mensen klaar met het koningshuis. Uit een peiling van Ipsos in opdracht van de NOS bleek in 2021 nog maar 57 procent tevreden is met de Nederlandse monarchie.

Aanzwellende kritiek op het koningshuis geeft dit onderwerp rugwind en vindt nu daarom ook een steeds gewilliger oor bij een breed publiek. Juist dan kan De Avondshow zijn maatschappelijke nut bewijzen door te wijzen op aspecten die doorgaans op de publieke omroep een breed publiek niet in een kritische vorm bereiken. Dat is de winst van het compromis tussen verdieping en verbreding om in te spelen op een breed publiek.

Het is de hoogste tijd dat kritiek op het koningshuis op de publieke omroep klinkt omdat nog slechts een kleine meerderheid tevreden is met de Nederlandse monarchie. Dat is een kwestie van representatie van overtuiging. Weliswaar is de Oranjepropaganda nog de norm op media en in de publieke opinie. Het heeft nog steeds vele malen meer zendtijd en promotors die de monarchie verdedigen, dan de relativering van de waarde ervan.

Een kritische uitzending van De Avondshow maakt weinig verschil. Het tekent wel de geleidelijke wordende volwassenheid van de publieke omroep dat het ook kritiek op het koningshuis voor een breed publiek laat doorklinken. Eindelijk.

Meesterlijk is de afsluiting van het fragment over de Lintjesregen met een conclusie die dwingend, sluitend en onafwendbaar is: ‘Die hele lintjesregen is gewoon één grote PR-stunt voor het koningshuis. Het is heel goed om mensen in het zonnetje te zetten, maar daar hebben we die fucking koning toch niet voor nodig‘.

Advertentie

Aboutaleb moet publiekelijk niet uitgebreid over zijn geloof praten

Een interview van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) met het EO-radioprogramma Dit is de Dag heeft de afgelopen week veel vragen opgeroepen over het beoordelingsvermogen van Aboutaleb. Dit EO-programma probeert geïnterviewden altijd in een godsdienstig frame te vatten, en Aboutaleb is blind in die val getrapt. Nog los van de controversiële uitspraken die hij doet over het salafisme of de jihad, had Aboutaleb moeten weten dat het voor een vertegenwoordiger van het openbaar bestuur niet past om uitgebreid over zijn persoonlijk geloof te praten. Arabist en islamoloog Maarten Zeegers verwoordt dat in een opiniestuk in NRC: ‘Aboutaleb geeft in het interview aan dat hij het liever niet heeft over zijn religieuze achtergrond in het openbaar, omdat hij niet wil dat mensen hem als burgemeester daarop beoordelen. Dat valt te prijzen. Het zou mooi zijn als hij dat dan in het vervolg ook in de praktijk brengt’.

Aboutalebs opstelling staat in schril contrast met die van de in 2017 overleden Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. Die laatste had intellectuele diepgang en politieke intuïtie die aan de praktijk getoetst was en hem een feilloze omgang gaf om te weten hoever hij kon gaan. Dat mist Aboutaleb. Zijn kompas staat niet scherp afgesteld. Dat leidt tot verwarring en onhandige uitspraken die de peilers van de rechtsstaat en de sociale cohesie eerder verstoren dan versterken. Ook een voorbeeldige leerling van de praktijk van alledag schiet op een gegeven moment tekort als hij zich op onbekend terrein begeeft en eigen kwaliteiten overschat.

Niet alleen over de islam, de islam en de jihad, maar ook over de hoofddoek bij de politie doet Aboutaleb domme, onbegrijpelijke en contra-productieve uitspraken. Dit is de Dag vat dat samen: ‘Volgens Aboutaleb moeten voorstanders van zaken als de hoofddoek bij de politie eerst draagvlak creëren’. Nee, hiermee biedt Aboutaleb een dwaalweg aan die ‘voorstanders’ valse hoop en op termijn teleurstelling geeft. De hoofddoek bij een politie-uniform wordt in Nederland om principiële redenen afgewezen, dat heeft totaal niets te maken met het creëren van draagvlak. De burgemeester die wil schipperen tussen meerderheid en minderheden bereikt het omgekeerde van wat hij beoogt. Hij bevordert de verbrokkeling. Behalve over zijn geloof kan hij voortaan maar beter niet meer over politiek-filosofische zaken praten die losstaan van zijn praktische werk.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelAboutaleb: Ik ben een salafist’ voor Dit is de Dag van de EO op NPO1, 25 december 2017.

Christelijke organisaties weten niet goed te reageren op het einde van hun voorkeurspositie

nd

Het christelijke nederlands dagblad zegt zich flink te irriteren aan wat het ‘seculiere opiniemakers’ noemt om hun vermeend gebrek aan nuance. Deze opiniemakers zouden religie als bron van ellende en conflicten zien. Dat kan een christelijk geïnspireerd medium allicht niet over zijn kant laten gaan. Het zoekt de tegenaanval.

In de tegenaanval stapelen christelijke opiniemakers fout op fout. Om te beginnen wordt het begrip seculier verkeerd weergegeven. Of dat bewust gebeurt om te kunnen overdrijven is hier de vraag, maar dit verkeerde gebruik komt vaak voor in vooral conservatief-christelijke kringen om een tegenstelling te suggereren die er niet is. Christelijke politici demoniseren graag het secularisme. Feitelijk wordt met seculier een aanhanger van het secularisme bedoelt. Dat is een stroming die niet kiest voor het atheïsme of het vrijzinnig humanisme of tegen religie, maar het is ‘een politieke filosofie die verzekert dat iemand nooit onderworpen zal worden aan religie. Zodat die religie een individu door de strot geduwd wordt.Jacques Berlinerblau legt het uit.

Het secularisme is geen vijand van religie, maar juist een vriend van de gelovige en garandeert het bestaan van een breed spectrum aan religies en levensovertuigingen waaruit het individu in vrijheid kan kiezen. Alleen, het secularisme wil de voorkeurspositie die het christendom in vele landen zoals Nederland nog steeds heeft gelijktrekken met maatschappelijk minder machtige religies en levensovertuigingen. Dat steekt die christenen die afgelopen jaren hun machtspositie hebben zien afkalven en dat proces betreuren. Omdat het gevestigde christendom die voorkeurspositie niet op wil geven probeert het die gelijkschakeling met andere politiek-culturele organisaties in de sector religie/levensovertuiging via een omweg te vertragen door het secularisme verdacht te maken. Het kiest voor de eigen machtspositie ten koste van de keuzevrijheid voor de gelovigen.

De oproep van het nederlands dagblad om graag wat bescheidener te zijn over religie en terreur is vergund, maar gezien hun dominantie van het Nederlandse publieke debat in de afgelopen eeuwen zijn christelijke organisaties nu niet direct degenen die het meeste recht van spreken hebben. Ook in de opinievorming speelt mee dat de christenen hun voorkeurspositie hebben verloren en nog niet goed weten hoe ze daar het best op kunnen reageren. In plaats van het secularisme te omarmen dat garantie van bestaansrecht en bescherming biedt zetten ze zich schrap omdat ze vrezen weggespoeld te worden en bijten in de hand van het secularisme dat de beste reddingsboei is voor een in belang, volume en zelfvertrouwen afnemend christendom.

Tekenend voor het einde aan de vanzelfsprekende dominantie van de christenen in de maatschappij en het publieke debat is onderstaande schermafbeelding van een aankondiging voor een radioprogramma op het ‘neutrale’ NPO1. Tien jaar geleden nog ondenkbaar. Het gaat er niet om of de vraag positief beantwoord moet worden of de wereld beter af is zonder religie. Dat verschilt van persoon tot persoon. Dat de vraag gesteld wordt maakt het verschil en brengt christelijke media als het nederlands dagblad in de kramp van de krimp.

npo

Foto 1: Schermafbeelding van aankondiging artikel ‘Graag wat bescheidener over religie en terreur’ in het nederlands dagblad, 2 januari 2016.

Foto 2: Schermafbeelding van aankondiging radioprogramma op NPO1Is de wereld beter af zonder religie?’, 1 januari 2016.

Kopen Nederlanders echt zo weinig kunst als wordt beweerd?

cla

Van alle inwoners van Europa geven Nederlanders het minste uit aan kunst. Waarom hangen wij liever een Ikea-reproductie aan de muur dan een origineel schilderij?’ Aldus een reportage op radio NPO1. Leve de oh zo culturele Albanezen, Esten, Monagasken, Maltezers, Slovenen, Moldaviërs, Kosovaren, Montenegrijnen, Sanmarinezen, inwoners van Vaticaanstad, Liechtensteiners en Andorrezen die volgens NPO1 allen meer uitgeven aan het kopen van kunst- en antiek dan de Nederlanders. Doen ze dat omdat ze geen IKEA hebben?

Wat te antwoorden op NPO1 over het koopgedrag van ‘de Nederlander’? De constatering zou onderbouwd worden door het Tefaf Art Market Report 2014 dat voor 2013 tot een omzet van de internationale kunst- en antiekmarkt van  €47,4 miljard komt. Het aandeel van Europa is 32%, te weten €15,2 miljard en de omvang van de Nederlandse kunst- en antiekmarkt is daar weer 1% van, zo’n €151 miljoen. Dat roept twee vragen op.

Is de prijs van kunst -of de verkoop van kunst in het topsegment- hetzelfde als interesse of liefde voor kunst? Wat zegt de handelswaarde? Zo kocht ik op de afgelopen PAN een schilderijtje van een Nederlands-Syrische kunstenares voor €950. Tja, dat tikt niet aan tussen al die miljarden. Maar IKEA is het niet. De berekening van de omzet heeft alles te maken met het bestaan van veilinghuizen. Christie’s en Sotheby’s hebben hun belang in Nederland op een laag pitje gezet. Zo veilt Sotheby op 29 januari Vlaamse en Nederlandse kunst in New York. Hoe valt te meten of een Nederlander in China of New York kunst koopt? Of op een beurs in Brussel, Basel, Parijs of Londen? Hoe valt sowieso te onderscheiden of de internationale Nederlander kunst koopt?

Woordvoerder Madelon Strijbos van de TEFAF meent dat ‘de Nederlander’ ‘redelijk voorzichtig’ en ‘redelijk behoudend’ is in het kopen van kunst. De Nederlander zou niet willen pronken met kunst. NPO1 meent dat het ‘niet in onze cultuur zit’. Werkelijk? Daarmee gooit het in een klap de traditie van de 17de eeuw overboord toen iedere Nederlander een schilderij in huis had. Zo gaat de overlevering. Dat was zeker de IKEA van toen?

Ach, het zal zeker waar zijn dat er Nederland weinig kunstverzamelaars kent. Maar hoe komt dat? Zijn de huizen te bescheiden en de muren te klein om kunst op te hangen? Zit het fiscale regime tegen zodat kopen van kunst niet wordt gestimuleerd? Onderscheiden Nederlanders zich liever anders? En elders? Sluiten de galerieën slecht aan op de wensen van de Nederlanders en doen ze te weinig om de drempel te verlagen? Houden Nederlanders eerder van namaak dan van origineel? Staan kunst en kunstenaars mede door de politiek in een slecht blaadje? Schiet het onderwijs tekort zodat de Nederlanders niet goed begrijpen wat kunst is? Aan de in Nederland werkende kunstenaars van binnen- of buitenlandse herkomst ligt het niet, want die zijn van topkwaliteit. Of ligt het aan media zoals NPO1 die Nederlanders niet helpen om kunst te begrijpen of er liefde voor op te brengen, maar het laten bij de constatering ‘dat Nederlanders houden van namaak‘?

Foto: Clara Peeters, ‘SLICES OF BUTTER ON A WANLI ‘KRAAK’ PORCELAIN DISH, A STACK OF CHEESE ON A PEWTER PLATE, WITH A JUG, A FAÇON-DE-VENISE WINEGLASS, A BUN, CRAYFISH ON A PEWTER PLATE, A KNIFE AND SHRIMP ON A TABLE’ . In catalogus veiling Sotheby’s ‘Masters Paintings: Part I‘ op 29 januari 2015 in New York.