Verslag van een aangekondigde ramp. CDA en VVD beëindigen samenwerking met FvD in Brabant

Schermafbeelding van deel artikelVVD en CDA zeggen samenwerking met FVD in coalitie Noord-Brabant op’ op Nu.nl, 20 mei 2021.

Het opportunisme van CDA Brabant is grenzeloos en haar geloofwaardigheid nihil. In 2019 stapte die partij uit een coalitie van CDA, VVD, PvdA, D66 en GroenLinks omdat het zei niet te kunnen leven met het stikstofakkoord.

Achterliggend idee was dat het CDA rechts werd gepasseerd door FvD, radicale actiegroepen als FDF en de agro-industrie en zich daar tegen wilde indekken. Het CDA Brabant raakte in paniek omdat het dacht onder druk te staan en naar rechts te moeten bewegen om de steun van de boeren niet te verliezen. Landelijk kreeg het groen licht om rechtsaf te slaan. In een partij waar de regionalisering groot is en de coördinatie klein. Toen stemde 56% van de leden van CDA Brabant voor samenwerking met de VVD, FvD en Lokaal Brabant.

Gematigde CDA’ers in Brabant die wezen op de mislukte landelijke samenwerking met de PVV in het kabinet Rutte I werden opzij geschoven. Zoals oud-voorzitter van het CDA Brabant Wil van der Kruijs en Dave Ensberg, zie hier. CDA-kamerlid Jaco Geurts werd in februari 2020 uitgefloten op een demonstratie van radicale boeren. Het wachten was op het uit elkaar spatten van deze rechtse coalitie van wie iedereen wist dat die zou komen, maar alleen niet wanneer.

CDA Brabant reisde naar Isfahan om daar als een vluchtende tuinman de dood te ontmoeten in de vorm van FvD.

CDA Brabant wist op voorhand dat FvD Brabant een instabiele partij was die direct onder invloed stond van de radicaliserende onruststoker Baudet. Maar CDA Brabant en FvD Brabant deden net alsof dat niet zo was.

Analist Chris Aalberts beredeneerde in een artikel van 28 april 2020 op TPO met de veelzeggende titel ‘Brabantse samenwerking is een uitgelezen kans voor het CDA om tweespalt binnen FvD te zaaien’ dat de samenwerking een instrument zou kunnen zijn om FvD te splijten. In die redenering mocht CDA Brabant van het landelijke CDA als breekijzer dienen om FvD te breken. Aalberts pleitte ervoor om controversiële uitspraken van partijleider Thierry Baudet niet te negeren: ‘Als Baudet binnenkort weer roept dat het CDA Nederland vernietigt, is dat een spoeddebat in Den Bosch waard. Wat willen die provinciale FvD’ers eigenlijk? (…) Als het CDA in Brabant bereid is dat debat continu en op het scherpst van de snede te voeren, is er geen enkele reden deze coalitie af te wijzen. De provinciale FvD’ers gaan het er nog zwaar mee krijgen. De vraag is alleen of het CDA deze handschoen durft op te pakken.

Uiteindelijk kwam het niet zover en had FvD de druk van het CDA niet nodig om te fragmenteren en uit elkaar te spatten. Tactisch vernuft ontbrak in CDA Brabant om scherpzinnig te zijn en het slim te spelen. Het lijkt er sterk op dat het bestuur van CDA Brabant de verkeerde accenten legde en zich op een te defensieve manier richtte op de eenheid binnen het CDA. Daardoor kwam het CDA er niet aan toe om FvD onder druk te zetten en uit elkaar te spelen door Brabantse FvD’ers voortdurend te vragen wat ze vonden van Baudets uitspraken. Het CDA kon niet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD omdat het telkens in de verdediging voor zichzelf werd gedrongen.

Nu wordt alsnog het ongelijk bevestigd van CDA Brabant dat zo graag wilde en het landelijke CDA dat dit toestond zonder dat dit enige invloed op FvD had dat onder leiding van Baudet in zichzelf gekeerd opereerde. Nederland was 1,5 jaar getuige van een afvalrace waar steeds meer leden van FvD afvielen door afsplitsing. CDA Brabant stond steeds meer voor paal, maar kon dat niet toegeven om het eigen ongelijk niet te bevestigen. Iedereen met ogen in de kop zag dat de samenwerking niet duurzaam was, maar het CDA Brabant bleef volharden in de omarming van de politieke dood. Totdat het getalsmatig op was.

Achteraf kan men zich alleen maar verbazen over het amateurisme van de leiding van CDA Brabant en de inschatting van het landelijke CDA onder toenmalig fractievoorzitter Pieter Heerma die in een machtsvacuüm opereerde. CDA Brabant zegt nu volgens het bericht in Nu.nl over de samenwerking met FvD: ‘Het was niet stabiel en het morele kompas was zoek’. Welbeschouwd geeft CDA Brabant hiermee een oordeel over zichzelf: ‘CDA Brabant was niet stabiel en het morele kompas was zoek’.

Of het CDA Brabant de kracht heeft om lering te trekken uit de overstap naar FvD die voor de provincie en het aanzien van het CDA zo slecht is uitgepakt is de uitdaging voor de Brabantse christenen-democraten. Nu is aangetoond dat de angst voor radicale boeren een slechte raadgever was resteert de vraag of CDA Brabant zichzelf terug kan vinden. Of wat er nog van over is na deze tragikomedie van de verdwijnende FvD’ers waarachter CDA Brabant verdween.

Pleidooi om Code Diversiteit & Inclusie breed op te vatten. Aan de hand van het man-vrouw perspectief van Alina Lupu

Het artikelCALL-OUT CULTURE / CANCEL CULTURE’ van Alina Lupu op Platform BK is een aardige poging tot een analyse. Het gaat over de kwestie Erik Kessels en BredaPhoto. Maar het onttrekt zich niet aan de valkuilen die het probeert te vermijden. Zo’n valkuil is het feit dat er meer tweedelingen zijn dan die tussen mannen en vrouwen. Deze analyse reduceert het geschil tot dat specifieke verschil en probeert daar vervolgens iets over te zeggen. Maar dat schiet per definitie tekort. Op 20 september 2020 sprak ik me in een commentaar uit over deze kwestie.

De Code Diversiteit & Inclusie die in de Nederlandse kunstsector wordt gebruikt (onder andere door het Mondriaan Fonds) en over culturele diversiteit en identiteitsvorming gaat noemt naast ‘gender’ de volgende verschillen: ‘beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd’.

Men zou hopen dat auteurs die zich uitspreken over culturele diversiteit zich ‘breed’ opstellen en meerdere verschillen tegelijk in beschouwing nemen. Op dit moment zijn de man-vrouw en het wit-zwart verschil leidend in het debat over diversiteit en identiteit in de kunst. Deze aspecten domineren dientengevolge dit debat omdat de protagonisten ervan zich het best hebben georganiseerd en zich meest radicaal opstellen.

Dat is echter geen intrinsieke waarde die uit het onderwerp zelf volgt, maar een bijkomstige toevalligheid die wordt ingegeven door secundaire elementen als organisatiegraad, politieke radicaliteit en de kennis van (sociale) media. Het gevolg is dat de uitsluiting van mensen (cancel culture) vanwege hun politieke stellingname die raakt aan die verschillen van gender of etniciteit ook een zekere bijkomstige toevalligheid bevatten.

Het is gewenst dat het debat in de Nederlandse kunstsector snel verbreed wordt en onder meer ook sociaaleconomische status en opleidingsniveau dezelfde aandacht krijgen die nu de man-vrouw en wit-zwart verschillen krijgen. Alleen dan kan er sprake zijn van een evenwicht debat. Nu is dat theorie, maar nog geen praktijk.

Een en ander zou in het geval van Erik Kessels en zijn project ‘Destroy my Face’ voor BredaPhoto wel eens tot een andere conclusie kunnen leiden dan waar de auteur onder de schijn van onpartijdigheid tot komt. Welk opleidingsniveau en sociaaleconomische status hebben de betrokkenen die in dit artikel worden genoemd en wat betekent dat voor hun opstelling en de diversiteit in de kunstsector?

Anders gezegd, het aloude klasseverschil tussen sociale klassen verdwijnt onterecht naar de achtergrond als alles wordt gereduceerd tot een man-vrouw of wit-zwart identiteit. Zeker zijn laatstgenoemden ondervertegenwoordigd en moet dat gecorrigeerd worden,  maar de introductie van culturele diversiteit verandert in kortzichtigheid als niet alle verschillen tussen mensen in gelijke mate binnen de kunstsector aandacht krijgen. Het kan niet zo zijn dat om bijkomende, politieke redenen dit debat uit het lood komt te staan en de positie van degenen die zich mede vanwege hun achtergrond het minst laten horen veronachtzaamd wordt.

Er is nog een lange en brede weg te gaan naar emancipatie, zo leert dit voorbeeld van een goedbedoelde auteur die met de pretentie van volledigheid een ‘probleem’ probeert te analyseren dat bij nader inzien niet het probleem is waar het om gaat. Dat blijven hangen in een schijnprobleem dat als definitief wordt voorgesteld en de aanspraak anderen daar iets over te kunnen leren vereist een andere aanname van wat culturele diversiteit is zodat een ander probleem kan worden opgelost. Namelijk dat van een brede, evenwichtige, gelijkmatige en gelijktijdige aanpak van verschillen van culturele diversiteit binnen de kunstsector.

Nederlandse kunstfondsen moeten het onderwerp van culturele diversiteit en identiteit breed interpreteren en de wijdte ervan even serieus gaan nemen zoals ze tot nu toe de enkele aspecten ervan serieus nemen en alle aandacht geven.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCALL-OUT CULTURE / CANCEL CULTURE’ van Alina Lupu op Platform BK, 23 februari 2021.

Tilburgse burgemeester krijgt kritiek. Hij liet feest van voetbalfans toe terwijl hij wist dat coronaregels overtreden zouden worden

Burgemeester Theo Weterings (VVD) van Tilburg is ook voorzitter van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Hij gaf een vergunning af om voetbalfans van de lokale voetbalclub Willem II op een plein naar een wedstrijd van hun club tegen Rangers FC. Waarvoor de Tilburgse supporters juichen is een raadsel, want hun club verloor met 0-4. Het was voorspeld dat er gedanst en gezongen zou worden en de 1,5-meter afstand niet bewaard zou worden. De coronaregels werden dus niet alleen grof overtreden, maar voorspeld was dat dat zou gebeuren. Toch gaf Weterings de vergunning af. Het argument dat hij achteraf hanteert is dat het een bewuste keuze was. Hiermee schetst hij een beeld dat hij de boel onder controle had, terwijl uit de gebeurtenissen blijkt dat het tegendeel het geval was. Het is een terugkerende wetmatigheid. Het openbaar bestuur is bang voor de harde kern van professionele voetbalclubs en durft daar niet tegen op te treden.

De conclusie over burgemeester Weterings is duidelijk, hij heeft de verkeerde inschatting gemaakt. Weterings zegt volgens een bericht van Omroep Brabant dat het nog te vroeg is om ‘nu al’ conclusies te trekken.

Stopgezet kunstproject ‘Destroy my face’ legt breuklijnen bloot. Amerikaanse identiteitspolitiek irriteert een Brabants kunstfonds


Afgelopen week was er relletje over het project ‘Destroy my face’ op de skatebaan Pier15 van Erik Kessels op BredaPhoto. Het ging om samengestelde beelden van fragmenten van vrouwengezichten. Onder druk van politieke activisten op sociale media die er met gestrekt been ingingen en die op hun beurt financiers van Pier15 onder druk zetten werd het project tegen de zin van BredaPhoto en Pier15 verwijderd.

Opmerkelijk is wat de directeur van BredaPhoto Fleur van Muiswinkel in een verklaring zegt: ’Wij hebben er begrip voor dat mensen zich niet kunnen vinden in de vorm en/of de inhoud van dit werk. Hierover kan je discussiëren. De keuze van BredaPhoto om dit project juist in een skatehal te tonen is een bewuste. Het is confronterend en het schuurt, en roept een zeer essentiële discussie op over de grenzen en de invloedsferen van de cosmetische chirurgie. Met name ook bij de jeugd en bij het nieuwe normaal van “InstaPerfect”. In tegenstelling tot dat wat er nu gebeurt: het polariseren van het debat en de cancel-culture die overwint is niet waar BredaPhoto voor staat. We hebben de initiatiefnemers van de online petitie tegen het werk dan ook aan tafel uitgenodigd. Helaas hebben ze de uitnodiging afgeslagen omdat ze uitdrukkelijk anoniem willen blijven.’

Deze anonimiteit en het afwijzen van elke discussie klonk door op een FB-post van het Nederlandse kunsttijdschrift Metropolis M waar kunstenaar Nelle Boer op sociale media vindbare foto’s van vijf ondertekenaars van een petitie tegen ‘Destroy my face’ doorplaatste. Metropolis M dreigde vervolgens Boers berichten te verwijderen omdat hij het portretrecht niet zou hebben gerespecteerd. Maar het tijdschrift heeft Boers gewraakte bericht met de vijf foto’s op zondag 20 september 2020 nog niet verwijderd.

Boer heeft aan deze episode weer een FB-post gewijd waarin hij het optreden van Metropolis M hekelt en meedeelt dat hij ervoor drie dagen van Facebook is verbannen. Hij is kritisch: ‘De cancel culture heeft dus ook de Nederlandse kunst bereikt en wordt zelfs gesteund door instituten binnen de kunstwereld. Een van de ondertekenaars tegen Kessels is nota bene lid van de Amsterdamse Kunstraad’ en komt tot de conclusie: ‘De nieuwe vijand van artistieke vrijheid komt dus niet van buitenaf, maar is onder ons, kunstenaars’.

Metropolis M noemt het in een berichteen golf van protest’, maar onduidelijk is hoe omvangrijk het aanvankelijke protest was en wat het probeert te bereiken. In een Engelstalige open briefWE ARE NOT A PLAYGROUND’ zeggen de briefschrijvers dat ze via sociale media kennis hebben genomen van Kessels project. Ze eisen niet alleen de verwijdering ervan, maar vragen ook om uitleg aan BredaPhoto over de selectie en de achtergrond van het werk. De briefschrijvers wijzen een dialoog als niet-neutraal af als ze zeggen: ‘This argument does not hold up in today’s polarised climate: a climate where violent tendencies against women don’t just stop at being “problematic” or somebody being “cancelled” – but have very real and harmful effects on half of the population of this planet. It is no longer up to others to decide what female-presenting faces and bodies should look like or are used for, especially not men.’ Ze claimen voor zichzelf het alleenrecht om te beslissen hoe ‘vrouwelijk gepresenteerde gezichten en lichamen’ in kunstwerken getoond worden.

In de open brief klinkt de echo van de Amerikaanse identiteitspolitiek door die de Atlantische oceaan is overgewaaid tot in Brabant. Vanuit een idee van apartheid worden gender, etniciteit en huidskleur gezien als breuklijnen die mensen van elkaar scheidt. Culturele toe-eigening wordt afgewezen wat inhoudt dat mensen niet vanzelfsprekend uitspraken mogen doen over anderen aan de andere kant van de breuklijn. Dit is een manier van denken die de samenleving verdeelt. Maar het is ook een misvatting omdat de breuklijnen niet zo hard zijn als wordt gesuggereerd. Streven naar emancipatie van achtergestelde groepen is uiteraard nodig, maar het valt te betwijfelen of dat via de (om)weg van de apartheid het meest doelmatig bereikt wordt.

Het wordt bizar als Metropolis M in dat bericht zegt: ’PIER 15 heeft het huidige protest, dat mede door vrouwelijke skaters is aangewakkerd en wordt ondersteund door zijn partners, niet voorzien; het moet constateren dat de foto’s van Kessels op de vloer hun doel voorbij schieten en tot vrouwenhaat aanzetten in plaats van misstanden te bestrijden’. Dat is een verkeerde weergave van de verklaring van Pier15. Metropolis M doet met een te vrije interpretatie afbreuk aan de verklaring van Pier15 waarin niet valt te lezen dat het skatepark constateert dat de foto’s aanzetten tot vrouwenhaat. Pier15 komt juist tot een tegenovergestelde conclusie. Het betreurt namelijk dat er geen dialoog mogelijk is en respecteert dat het kunstwerk ‘andere associaties’ oproept, maar zegt niet dat het die associaties deelt. Deze verklaring roept de vraag op waar de journalistiek van Metropolis M stopt en waar politiek activisme het overneemt. Het lijkt er sterk op dat de hoofdredactie van Metropolis M door deze kwestie in verwarring is gebracht en niet meer zorgvuldig handelt.

Ik stelde op dezelfde FB-post waar Nelle Boer op reageerde Metropolis M op 19 september 2020 de volgende vraag waar ik nog geen antwoord op gekregen heb: ‘Welke positie neemt Metropolis M in ten aanzien van het genoemde kunstwerk met gefingeerde vrouwenportretten en ten aanzien van censuur van kunstwerken in het algemeen? Ofwel, waar kan ik de sterkste steunverklaring van Metropolis M vinden over de vrijheid voor kunstenaars in het maken van kunst? Klopt mijn waarneming dat Metropolis M de positie inneemt dat er politieke voorwaarden moeten worden verbonden aan het maken van kunst? Zoja, acht Metropolis M dat een duurzame positie en hoe vindt het dat zich dit verhoudt tot de vrijheid van kunstenaars?’. 

Inmiddels is er ook de petitie ‘Kunst mag knagen – geef ‘Destroy my Face’ een nieuwe plek’ van Frank Toeset die het opneemt voor het Kessels’ project en de identiteitspolitiek bekritiseert die tot de anti-Kessels open brief heeft geleid. Namen uit de Brabantse kunstsector reageren instemmend op een doorstart van dit project. Zo ontstaat een nieuwe breuklijn tussen het randstedelijk politiek correct denken dat uit de VS is overgewaaid en politiek boven kunst stelt en regionaal denken dat zich door dit randstedelijk en Amerikaans correct denken onterecht in de hoek gezet voelt. Investeringsfonds voor kunst- & cultuurprojecten Brabant C neemt het in bovenstaande verklaring ondubbelzinnig en voor haar doen tamelijk fel op voor Kessels’ project en tegen de actievoerders die het debat uit de weg gaan. Het Brabantse kunstfonds voelt zich in de wielen gereden door actievoerders die als leunstoel-generaals vanaf de andere kant van de oceaan blijkbaar een kunstproject kunnen torpederen: ‘Brabant C vindt het een bedenkelijke ontwikkeling, wanneer voor sommigen onwelgevallige kunst onder druk van social media verwijderd wordt’. De rol van sociale media is niet onzijdig.

Foto’s 1 en 2: BerichtBredaPhoto-project Destroy my face stopgezet, onder druk van social media’ van Brabant C, 17 september 2020.

Foto 3: Schermafbeelding van deel verklaring van Pier15 over het stopzetten van Erik Kessels’ project ‘Destroy my face’ op BredaPhoto, vermoedelijk 15 september 2020.

Onder het mom voor kunst in de openbare ruimte te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst

In het berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht komen twee ontwikkelingen samen. De eerste is dat de partij ondervertegenwoordigd is in de grote steden en de randstad. Zo haalde het CDA in Utrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 5,34% en bij de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017 5,48% van de stemmen. Landelijk schommelt het CDA rond de 12,5%. De tweede is de publicitaire schade die het CDA ondervindt door het bestuursakkoord in de provinciale staten van Brabant met de VVD, FvD en Lokaal Brabant. In dat akkoord is de gedeputeerde voor cultuur geschrapt en wordt een geleidelijke afbouw van de cultuur-subsidie ‘richting het nieuwe normaal van na 2023’ ingezet. Het CDA wordt landelijk verantwoordelijk gehouden voor het uitkleden van kunst en cultuur in Brabant. Deze twee ontwikkelingen versterken elkaar.

Men kan zich voorstellen dat het CDA Utrecht deze ontwikkelingen wil keren. De beeldvorming is het CDA mede door zwak leiderschap niet gunstig gezind. De partij wordt steeds verder naar de marge gedrongen in de randstad en in het bolwerk Noord-Brabant waar het ooit de lakens uitdeelde zit het volgens die weergave onder de knoet van radicale boeren van de FDF, de machtige VVD en FvD. Het CDA heeft in de randstad de aantrekkingskracht van een partij die met gelikte vormgeving de inhoud probeert op te krikken. Hoe het CDA Utrecht vanuit die positie van zwakte reageert maakt het bericht ‘Kunst maakt mooier!’ inzichtelijk.

Fractiemedewerkster Marlijn heeft een tekst gemaakt over kunst in de openbare ruimte. Ze kan uitpakken met de titel ”Kunst maakt mooier!’. Het kan niet anders dan worden opgevat als een reactie op het slechte nieuws over het CDA Brabant dat de kunst om zeep helpt helpen. Aanleiding voor het bericht is dat ‘het plan voor kunst in de openbare ruimte voor de komende vier jaar’ binnenkort in de Utrechtse gemeenteraad wordt besproken. Maar de tekst bevat onnauwkeurigheden. Zo zegt het graag ideeën van inwoners te gebruiken. Voor kunst in de openbare ruimte is dat allang de procedure en wordt inwoners altijd inspraak gegeven. Het is er juist een reden voor dat zoveel van dit soort openbare ruimte-projecten de eindstreep niet of slechts gehavend halen. Marlijn citeert haar fractievoorzitter Sander van Waveren die ineens een andere invalshoek heeft. Hij breidt de inspraak uit naar ondernemers. Wat daar de logica van is wordt in de tekst niet uitgelegd.

Zo kabbelt het bericht verder. De ene na de andere open deur wordt opengetrapt. Zoals het citaat van Van Waveren ‘kunstwerken moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze staan’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Men zou bijna geneigd zijn om daar aan toe te voegen ‘raadsleden moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze opereren’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Doen de raadsleden van het CDA Utrecht dat? Deze afdeling heeft blijkbaar de missie om met dit bericht de negatieve beeldvorming van het CDA als anti-kunst partij te neutraliseren en zo de electorale aantrekkingskracht te vergroten.

De paradox is dat het CDA Utrecht met deze marketing het omgekeerde bereikt van wat het boogt. Hoe gretig de afdeling ook probeert, het accentueert vooral de eigen onoprechtheid. Want deze afdeling is het niet om de kunst te doen, maar om de eigen profilering waarbij kunst wordt gebruikt. Kunst staat te ver af van het CDA om deze partij daar een geloofwaardig pleidooi voor te kunnen laten houden. Het CDA Utrecht begrijpt niet dat het door kunst als iets voor te stellen dat mooi maakt, het die kunst inlijft, temt en onschadelijk maakt.

Daarnaast mist het CDA Utrecht door de populariserende toon waarmee het eenduidig voor de inwoners kiest de essentie van wat kunst in de openbare ruimte is: een wirwar van belangen en een punt van strijd. Oud-museumdirecteur en kunstcommentator Rudi Fuchs hield in 1998 in de Utrechtse Stadsschouwburg een lezing over kunst in de openbare ruimte, zoals dit verslag in Trouw samenvat. Fuchs’ kritiek van toen is achterhaald. Kunstenaars hebben inmiddels eerder te weinig dan te veel vrijheid bij het realiseren van projecten van kunst in de openbare ruimte. Ze worden door commissies van deskundigen, ambtenaren en burgers gestuurd, beperkt en doodgemaakt. Onder het mom voor de kunst te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht, 12 mei 2020.

Kunstliefhebbers moeten beseffen dat in Brabant niet FvD of CDA, maar de VVD verantwoordelijk is voor het uitkleden van de kunst

Hoor op de brug de muis stampen met de olifant. De paradox is dat Forum voor Democratie (FvD) zich in Brabant belangrijk maakt en de kritiek daarop hetzelfde doet. Dat is de valkuil. FvD is minder belangrijk dan die claim en het verwijt doen vermoeden. Ere wie ere toekomt. Het is de VVD die na zoveel jaren proberen de kunst om zeep te helpen eindelijk kan scoren in Noord-Brabant. Met oude, pre-Zijlstra ideeën van de VVD die kunst ziet als het verlengde van vrijetijdsactiviteit en vermaak. Lees ‘Manifestaties van de vrijheid des geestes: een liberale kijk op cultuur en sport’ (2012) van de Teldersstichting. Het wetenschappelijk bureau van de VVD. Daarin wordt voorspeld wat nu uitkomt in het Brabantse Bestuursakkoord. Kunst moet terug in het hok en wordt beschouwd als vermaak en vrije tijd. Getemd, tandeloos en onschadelijk gemaakt. Het is grootmoedig dat deze provincie zich daartoe opoffert. Die zelfkastijding zal wel een relict van het Rijke Roomse leven zijn.

Laten we ons niet misleiden door de pijlen te richten op FvD. Of op het CDA dat is bezweken voor de druk van radicale boeren en het gebrek aan regie in de landelijke top. Het is de VVD die kritiek of lof van kunsthaters verdient vanwege de cultuurparagraaf in het Bestuursakkoord. Of het ontbreken ervan. De VVD is in de Nederlandse politiek de kwade genius van het cultuurbeleid. Dat betaalt zich nu uit. De drank zal rijkelijk hebben gevloeid bij de olifanten in de VVD. Wat begon als een boeren- en milieuprobleem lost zich met weinig veranderingen soepel op voor die sector. Het is de kunst die in een potje Brabants driebanden de klos is. Dat was te verwachten, want in Nederland heeft kunst geen positie, geen sterke vertegenwoordigers, geen maatschappelijke steun en geen aanzien. Wat begon als een mestprobleem eindigt in Brabant als een tragedie voor de kunst. Dankzij de VVD die ondersteuning voor kunst haat zoals het steun voor multinationals omarmt.

Ideeën van VVD over kunst en cultuur als vrijetijdsactiviteit en vermaak opgenomen in Brabants Bestuursakkoord 2020-2023

Het bovenstaande schreef ik in 2015 in het commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’. In die jaren werd de PVV als de kwade genius voor de bezuinigingen op de kunst gezien. Maar dat is fout gedacht. Dat is de VVD. Toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra bracht dat vanaf oktober 2010 in het kabinet Rutte I in praktijk. Een kleine 10 jaar later is de kunstsector nog steeds niet hersteld van de kaalslag van Zijlstra die te snel en te ondoordacht werd doorgevoerd. Maar zelfs de VVD kreeg het niet voor elkaar haar ideeën over kunst en cultuur als vrijetijdsbesteding en vermaak aan andere partijen op te leggen.

Dat was een brug te ver. Woordvoerder cultuur van de VVD in de Tweede Kamer Thierry Aartsen zette weliswaar zijn kruistocht tegen de kunsten (of: de hoge cultuur) voort, maar kreeg daar bij andere partijen geen steun voor. Nu is er het bestuursakkoord 2020-2023 van de provincie Noord-Brabant dat vanmiddag werd gepresenteerd. Over de totstandkoming en de rol van het CDA is elders al veel gezegd. Het is voor het eerst dat de ideeën van de VVD over kunst als vrijetijdsbesteding onvermengd in een bestuursakkoord worden opgenomen. De beoogde gedeputeerde voor Vrije Tijd Wil van Pinxteren (Lokaal Brabant) mag desgevraagd bij de presentatie van het bestuursakkoord dan wel zeggen dat het slechts een kwestie van woorden is, maar daarmee ontkent hij ondanks alles een majeure beleidswijziging op cultuurbeleid die uniek voor Nederland is.

 

Foto 1: Schermafbeelding van deel eigen commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’ van 22 april 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van paragraaf Vrij Tijd (p. 44) in Bestuursakkoord 2020-2023 (Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant) van de provincie Noord-Brabant, 7 mei 2020.

Coalitieakkoord Brabant: CDA moet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD om die partij te splijten

Het CDA in Noord-Brabant stapt in een rechtse coalitie met FvD, VVD en de kleine regionale partij Lokaal Brabant. Een minderheid van de CDA-leden sprak zich in meerderheid (56%) uit voor die samenwerking. Hoeveel leden tegen stemden is onduidelijk. Het bestuursakkoord waar deze leden zich op moesten baseren was niet bekend en wordt dat pas op 7 mei. De conclusie dat de samenwerking met FvD de achterban van het CDA splijt is duidelijk. Maar dat is niet zo interessant.

Veel interessanter is de vraag of de samenwerking met CDA en VVD de achterban van FvD splijt. Chris Aalberts beredeneert dat in een artikel van 28 april 2020 op TPO met de veelzeggende titel ‘Brabantse samenwerking is een uitgelezen kans voor het CDA om tweespalt binnen FvD te zaaien’. Aalberts pleit ervoor om controversiële uitspraken van partijleider Thierry Baudet niet te negeren: ‘Als Baudet binnenkort weer roept dat het CDA Nederland vernietigt, is dat een spoeddebat in Den Bosch waard. Wat willen die provinciale FvD’ers eigenlijk? (…) Als het CDA in Brabant bereid is dat debat continu en op het scherpst van de snede te voeren, is er geen enkele reden deze coalitie af te wijzen. De provinciale FvD’ers gaan het er nog zwaar mee krijgen. De vraag is alleen of het CDA deze handschoen durft op te pakken.

Het gaat er niet om dat het CDA Brabant in een coalitie met FvD stapt, maar hoe het dat doet. Of het tactisch vernuft dat Aalberts schetst in bestuur en statenfractie van het CDA Brabant aanwezig is valt te bezien. Een uitspraak van fractievoorzitter Ankie van Hoorn wijst er vooralsnog niet op: ‘De randvoorwaarden zijn helder en we zijn ons bewust van de zorgen die er leven bij een deel van onze achterban. Daar gaan we zorgvuldig mee om. Zo zullen we de afgesproken principes van samenwerking nauwgezet bewaken. Ik ben ervan overtuigd dat er een sterk coalitieakkoord ligt en we twee heel goede kandidaat-gedeputeerden hebben klaar staan.’ Het lijkt er sterk op dat zij de verkeerde accenten legt en zich op een te defensieve manier richt op de eenheid binnen het CDA. Daarmee schiet ze niks op. Daardoor komt het CDA er niet aan toe om FvD onder druk te zetten en uit elkaar te spelen door Brabantse FvD’ers voortdurend te vragen wat ze vinden van Baudets uitspraken. Het CDA moet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD, niet in de verdediging voor zichzelf.

CDA’er Jaco Geurts claimt dat hij alles tegen de radicale boeren kan zeggen, maar wordt vervolgens door hen het zwijgen opgelegd

De geradicaliseerde boeren van FDF hebben niet alleen lak aan de feiten over de stikstofuitstoot, ze moeten ook niks hebben van vrije meningsuiting. Op hun manifestaties wordt elke aanzet tot een kritische overweging afgekapt. Deze keer CDA-kamerlid Jaco Geurts die door een Adspirant-Blokleider op het podium dreigend tot de orde wordt geroepen. Het oogt komisch, maar is tragisch. Het wachten is op uniform, pet en blinkende laarzen die van modder zijn ontdaan om de tronies een middel te geven om de macht op straat te grijpen.

Radicale boeren zwijmelen in het eigen gelijk van hun echokamer waar ze gelijkgestemden tot retorische hoogte opjutten en het idee hebben dat nuancering daaraan afdoet. Terwijl juist het omgekeerde waar is.

Schaamteloos zetten deze boeren het CDA onder druk dat met zwakke knieën en slappe ruggengraat daartoe aanleiding geeft. Het CDA heeft elke zelfstandigheid verspeeld in Noord-Brabant waar het onder druk van en uit angst voor radicale boeren uit de coalitie stapte. Het CDA heeft zich overgeleverd aan FvD die samenspant met radicale boeren. Geurts houdt zich in de seconden dat hij mag spreken staande, maar praat de radicale boeren toch teveel naar de mond. Want FDF heeft de boeren niet verenigd, maar verdeeld. De afgang van Geurts staat symbool voor de afgang van het CDA. Een stuurloze partij op zoek naar principes en geweten.

Een vergelijking met moslims dient zich aan. De kritiek op de zogenaamd gematigde moslims was dat ze zich niet verzetten tegen radicale moslims. Hetzelfde kan nu aan de gematigde boeren gevraagd worden. Waarom zwijgen ze en spreken ze zich niet uit tegen FDF? Begrijpen Nederlanders aan de hand van het boerenprotest nu hoe intimidatie en bangmakerij van een meerderheid door een radicale, schreeuwerige minderheid werkt?

Kritiek op keuze van CDA voor coalitie met FvD in Brabant. Sorteert de partij hiermee voor op keuze voor Hoekstra en tegen De Jonge?

Wat opvalt aan bovenstaande tweet is dat oud-voorzitter van het CDA Brabant Wil van der Kruijs niet weet hoe hij ‘racistisch’ moet schrijven. Ter discussie staat of het CDA in Noord-Brabant een coalitie aan moet gaan met FvD. Voor een meerderheid van 28 van de 55 zetels is naast deze twee partijen en de VVD een vierde partij nodig. Bijvoorbeeld Lokaal Brabant dat in haar verkiezingsprogramma meent dat de Provincie de oorlog heeft verklaard aan de boeren. Zo kondigt zich een rechtse coalitie in Brabant aan. De radicale boeren van FDF zitten op één lijn met PVV en FvD en het CDA heeft zich door deze combinatie van radicaal-rechtse boeren en partijen onder druk laten zetten. Het stapte in december 2019 uit de coalitie vanwege het stikstofbeleid.

Het profiel van het CDA staat op het spel. Is het een rechtse partij of een centrumpartij? Voor de VVD ligt dat makkelijk omdat de partij onder Rutte een koers voert die de achterban niet rechts genoeg kan zijn. Het CDA is verdeelder. De paradox is dat onder Buma het CDA naar rechts uitweek en na zijn vertrek weer naar het centrum manoeuvreert. Daar staat de Brabantse koers haaks op.  Vraag is of het echte CDA op wil staan. Naar verluidt handelt het Brabantse CDA onder regie van het landelijke CDA. Dat is begrijpelijk omdat Brabant als vanouds een machtsbasis van het CDA is. Onder supervisie van het Brabantse CDA-kamerlid Madeleine van Toorenburg zijn gesprekken met FvD aangegaan. Zo laat het CDA zich indirect mangelen door de radicale boeren. Maar CDA-leden spreken zich uit tegen die rechtse koers, zoals uit een bericht van het ED blijkt:

Het verschil valt op tussen de CDU in Duitsland en het CDA in Nederland. De eerste toont lef en de laatste laf. Of in elk geval opportunistisch. Kanselier Angela Merkel verzette zich afgelopen week tegen de steun van de radicaal-rechtse AfD in Thüringen voor een liberale premier. Met als gevolg dat hij na een dag weer af moest treden en er nieuwe verkiezingen komen. De CDU wil niet samenwerken met de AfD, maar het CDA zoekt met de VVD samenwerking met de Nederlandse evenknie van de Duitse AfD. Met partijleider Baudet die op sociale media steeds weer racistische signalen afgeeft en zijn partijgenoten in de provincie voor problemen plaatst.

Op het spel staat de rechtsstatelijke ruggengraat van het CDA. Merkel toont principes, het CDA toont leegte. Met fractieleider Pieter Heerma zit het CDA in een machtsvacuüm. Maar er is meer aan de hand, want het voorsorteren in Brabant richting FvD kan van invloed zijn op de komende leiderschapsverkiezing. De kandidaten Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge lopen zich warm. Laatstgenoemde sluit samenwerking met FvD uit, zoals hij in augustus 2019 in gesprek met BNR Radio zei. Betekent het dat als de tussenpausjes in de CDA-fractie een samenwerking met het FvD in Brabant forceren ze kiezen tegen de lijn Hugo de Jonge? 

Het CDA staat voor de keuze wat voor partij het is. Of het door een ‘morele ondergrens’ zakt of ruggengraat wil tonen. Of het voor de zich rechts profilerende Hoekstra of de links profilerende De Jonge kiest. Of het de ethische koers van Merkel volgt of de opportunistische koers van Rutte en consorten. Met FvD of zonder FvD.

Foto 1: Tweet van Wil van der Kruijs, 7 februari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelBrabantse CDA’ers spreken zich uit tegen coalitie met FvD: ‘partij zakt door morele ondergrens’’ in het ED, update 8 februari 2020.

Foto 3: Schermafbeelding van berichtCDA: NIET REGEREN MET FORUM’ op BNR Radio, 30 augustus 2019.