George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Noord-Brabant

Onder het mom voor kunst in de openbare ruimte te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst

leave a comment »

In het berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht komen twee ontwikkelingen samen. De eerste is dat de partij ondervertegenwoordigd is in de grote steden en de randstad. Zo haalde het CDA in Utrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 5,34% en bij de landelijke verkiezingen van 15 maart 2017 5,48% van de stemmen. Landelijk schommelt het CDA rond de 12,5%. De tweede is de publicitaire schade die het CDA ondervindt door het bestuursakkoord in de provinciale staten van Brabant met de VVD, FvD en Lokaal Brabant. In dat akkoord is de gedeputeerde voor cultuur geschrapt en wordt een geleidelijke afbouw van de cultuur-subsidie ‘richting het nieuwe normaal van na 2023’ ingezet. Het CDA wordt landelijk verantwoordelijk gehouden voor het uitkleden van kunst en cultuur in Brabant. Deze twee ontwikkelingen versterken elkaar.

Men kan zich voorstellen dat het CDA Utrecht deze ontwikkelingen wil keren. De beeldvorming is het CDA mede door zwak leiderschap niet gunstig gezind. De partij wordt steeds verder naar de marge gedrongen in de randstad en in het bolwerk Noord-Brabant waar het ooit de lakens uitdeelde zit het volgens die weergave onder de knoet van radicale boeren van de FDF, de machtige VVD en FvD. Het CDA heeft in de randstad de aantrekkingskracht van een partij die met gelikte vormgeving de inhoud probeert op te krikken. Hoe het CDA Utrecht vanuit die positie van zwakte reageert maakt het bericht ‘Kunst maakt mooier!’ inzichtelijk.

Fractiemedewerkster Marlijn heeft een tekst gemaakt over kunst in de openbare ruimte. Ze kan uitpakken met de titel ”Kunst maakt mooier!’. Het kan niet anders dan worden opgevat als een reactie op het slechte nieuws over het CDA Brabant dat de kunst om zeep helpt helpen. Aanleiding voor het bericht is dat ‘het plan voor kunst in de openbare ruimte voor de komende vier jaar’ binnenkort in de Utrechtse gemeenteraad wordt besproken. Maar de tekst bevat onnauwkeurigheden. Zo zegt het graag ideeën van inwoners te gebruiken. Voor kunst in de openbare ruimte is dat allang de procedure en wordt inwoners altijd inspraak gegeven. Het is er juist een reden voor dat zoveel van dit soort openbare ruimte-projecten de eindstreep niet of slechts gehavend halen. Marlijn citeert haar fractievoorzitter Sander van Waveren die ineens een andere invalshoek heeft. Hij breidt de inspraak uit naar ondernemers. Wat daar de logica van is wordt in de tekst niet uitgelegd.

Zo kabbelt het bericht verder. De ene na de andere open deur wordt opengetrapt. Zoals het citaat van Van Waveren ‘kunstwerken moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze staan’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Men zou bijna geneigd zijn om daar aan toe te voegen ‘raadsleden moeten binding hebben met de buurt of plek waar ze opereren’ en ‘ze moeten de plek écht opknappen’. Doen de raadsleden van het CDA Utrecht dat? Deze afdeling heeft blijkbaar de missie om met dit bericht de negatieve beeldvorming van het CDA als anti-kunst partij te neutraliseren en zo de electorale aantrekkingskracht te vergroten.

De paradox is dat het CDA Utrecht met deze marketing het omgekeerde bereikt van wat het boogt. Hoe gretig de afdeling ook probeert, het accentueert vooral de eigen onoprechtheid. Want deze afdeling is het niet om de kunst te doen, maar om de eigen profilering waarbij kunst wordt gebruikt. Kunst staat te ver af van het CDA om deze partij daar een geloofwaardig pleidooi voor te kunnen laten houden. Het CDA Utrecht begrijpt niet dat het door kunst als iets voor te stellen dat mooi maakt, het die kunst inlijft, temt en onschadelijk maakt.

Daarnaast mist het CDA Utrecht door de populariserende toon waarmee het eenduidig voor de inwoners kiest de essentie van wat kunst in de openbare ruimte is: een wirwar van belangen en een punt van strijd. Oud-museumdirecteur en kunstcommentator Rudi Fuchs hield in 1998 in de Utrechtse Stadsschouwburg een lezing over kunst in de openbare ruimte, zoals dit verslag in Trouw samenvat. Fuchs’ kritiek van toen is achterhaald. Kunstenaars hebben inmiddels eerder te weinig dan te veel vrijheid bij het realiseren van projecten van kunst in de openbare ruimte. Ze worden door commissies van deskundigen, ambtenaren en burgers gestuurd, beperkt en doodgemaakt. Onder het mom voor de kunst te kiezen, kiest het CDA Utrecht tegen de kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel berichtKunst maakt mooier!’ van het CDA Utrecht, 12 mei 2020.

Written by George Knight

13 mei 2020 at 13:24

Kunstliefhebbers moeten beseffen dat in Brabant niet FvD of CDA, maar de VVD verantwoordelijk is voor het uitkleden van de kunst

with 2 comments

Hoor op de brug de muis stampen met de olifant. De paradox is dat Forum voor Democratie (FvD) zich in Brabant belangrijk maakt en de kritiek daarop hetzelfde doet. Dat is de valkuil. FvD is minder belangrijk dan die claim en het verwijt doen vermoeden. Ere wie ere toekomt. Het is de VVD die na zoveel jaren proberen de kunst om zeep te helpen eindelijk kan scoren in Noord-Brabant. Met oude, pre-Zijlstra ideeën van de VVD die kunst ziet als het verlengde van vrijetijdsactiviteit en vermaak. Lees ‘Manifestaties van de vrijheid des geestes: een liberale kijk op cultuur en sport’ (2012) van de Teldersstichting. Het wetenschappelijk bureau van de VVD. Daarin wordt voorspelt wat nu uitkomt in het Brabantse Bestuursakkoord. Kunst moet terug in het hok en wordt beschouwd als vermaak en vrije tijd. Getemd, tandeloos en onschadelijk gemaakt. Het is grootmoedig dat deze provincie zich daartoe opoffert. Die zelfkastijding zal wel een relict van het Rijke Roomse leven zijn.

Laten we ons niet misleiden door de pijlen te richten op FvD. Of op het CDA dat is bezweken voor de druk van radicale boeren en het gebrek aan regie in de landelijke top. Het is de VVD die kritiek of lof van kunsthaters verdient vanwege de cultuurparagraaf in het Bestuursakkoord. Of het ontbreken ervan. De VVD is in de Nederlandse politiek de kwade genius van het cultuurbeleid. Dat betaalt zich nu uit. De drank zal rijkelijk hebben gevloeid bij de olifanten in de VVD. Wat begon als een boeren- en milieuprobleem lost zich met weinig veranderingen soepel op voor die sector. Het is de kunst die in een potje Brabants driebanden de klos is. Dat was te verwachten, want in Nederland heeft kunst geen positie, geen sterke vertegenwoordigers, geen maatschappelijke steun en geen aanzien. Wat begon als een mestprobleem eindigt in Brabant als een tragedie voor de kunst. Dankzij de VVD die ondersteuning voor kunst haat zoals het steun voor multinationals omarmt.

Ideeën van VVD over kunst en cultuur als vrijetijdsactiviteit en vermaak opgenomen in Brabants Bestuursakkoord 2020-2023

with one comment

Het bovenstaande schreef ik in 2015 in het commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’. In die jaren werd de PVV als de kwade genius voor de bezuinigingen op de kunst gezien. Maar dat is fout gedacht. Dat is de VVD. Toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra bracht dat vanaf oktober 2010 in het kabinet Rutte I in praktijk. Een kleine 10 jaar later is de kunstsector nog steeds niet hersteld van de kaalslag van Zijlstra die te snel en te ondoordacht werd doorgevoerd. Maar zelfs de VVD kreeg het niet voor elkaar haar ideeën over kunst en cultuur als vrijetijdsbesteding en vermaak aan andere partijen op te leggen.

Dat was een brug te ver. Woordvoerder cultuur van de VVD in de Tweede Kamer Thierry Aartsen zette weliswaar zijn kruistocht tegen de kunsten (of: de hoge cultuur) voort, maar kreeg daar bij andere partijen geen steun voor. Nu is er het bestuursakkoord 2020-2023 van de provincie Noord-Brabant dat vanmiddag werd gepresenteerd. Over de totstandkoming en de rol van het CDA is elders al veel gezegd. Het is voor het eerst dat de ideeën van de VVD over kunst als vrijetijdsbesteding onvermengd in een bestuursakkoord worden opgenomen. De beoogde gedeputeerde voor Vrije Tijd Wil van Pinxteren (Lokaal Brabant) mag desgevraagd bij de presentatie van het bestuursakkoord dan wel zeggen dat het slechts een kwestie van woorden is, maar daarmee ontkent hij ondanks alles een majeure beleidswijziging op cultuurbeleid die uniek voor Nederland is.

 

Foto 1: Schermafbeelding van deel eigen commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’ van 22 april 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van paragraaf Vrij Tijd (p. 44) in Bestuursakkoord 2020-2023 (Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant) van de provincie Noord-Brabant, 7 mei 2020.

Coalitieakkoord Brabant: CDA moet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD om die partij te splijten

with 2 comments

Het CDA in Noord-Brabant stapt in een rechtse coalitie met FvD, VVD en de kleine regionale partij Lokaal Brabant. Een minderheid van de CDA-leden sprak zich in meerderheid (56%) uit voor die samenwerking. Hoeveel leden tegen stemden is onduidelijk. Het bestuursakkoord waar deze leden zich op moesten baseren was niet bekend en wordt dat pas op 7 mei. De conclusie dat de samenwerking met FvD de achterban van het CDA splijt is duidelijk. Maar dat is niet zo interessant.

Veel interessanter is de vraag of de samenwerking met CDA en VVD de achterban van FvD splijt. Chris Aalberts beredeneert dat in een artikel van 28 april 2020 op TPO met de veelzeggende titel ‘Brabantse samenwerking is een uitgelezen kans voor het CDA om tweespalt binnen FvD te zaaien’. Aalberts pleit ervoor om controversiële uitspraken van partijleider Thierry Baudet niet te negeren: ‘Als Baudet binnenkort weer roept dat het CDA Nederland vernietigt, is dat een spoeddebat in Den Bosch waard. Wat willen die provinciale FvD’ers eigenlijk? (…) Als het CDA in Brabant bereid is dat debat continu en op het scherpst van de snede te voeren, is er geen enkele reden deze coalitie af te wijzen. De provinciale FvD’ers gaan het er nog zwaar mee krijgen. De vraag is alleen of het CDA deze handschoen durft op te pakken.

Het gaat er niet om dat het CDA Brabant in een coalitie met FvD stapt, maar hoe het dat doet. Of het tactisch vernuft dat Aalberts schetst in bestuur en statenfractie van het CDA Brabant aanwezig is valt te bezien. Een uitspraak van fractievoorzitter Ankie van Hoorn wijst er vooralsnog niet op: ‘De randvoorwaarden zijn helder en we zijn ons bewust van de zorgen die er leven bij een deel van onze achterban. Daar gaan we zorgvuldig mee om. Zo zullen we de afgesproken principes van samenwerking nauwgezet bewaken. Ik ben ervan overtuigd dat er een sterk coalitieakkoord ligt en we twee heel goede kandidaat-gedeputeerden hebben klaar staan.’ Het lijkt er sterk op dat zij de verkeerde accenten legt en zich op een te defensieve manier richt op de eenheid binnen het CDA. Daarmee schiet ze niks op. Daardoor komt het CDA er niet aan toe om FvD onder druk te zetten en uit elkaar te spelen door Brabantse FvD’ers voortdurend te vragen wat ze vinden van Baudets uitspraken. Het CDA moet hard en continu in de aanval gaan tegen FvD, niet in de verdediging voor zichzelf.

Written by George Knight

30 april 2020 at 13:52

CDA’er Jaco Geurts claimt dat hij alles tegen de radicale boeren kan zeggen, maar wordt vervolgens door hen het zwijgen opgelegd

with 2 comments

De geradicaliseerde boeren van FDF hebben niet alleen lak aan de feiten over de stikstofuitstoot, ze moeten ook niks hebben van vrije meningsuiting. Op hun manifestaties wordt elke aanzet tot een kritische overweging afgekapt. Deze keer CDA-kamerlid Jaco Geurts die door een Adspirant-Blokleider op het podium dreigend tot de orde wordt geroepen. Het oogt komisch, maar is tragisch. Het wachten is op uniform, pet en blinkende laarzen die van modder zijn ontdaan om de tronies een middel te geven om de macht op straat te grijpen.

Radicale boeren zwijmelen in het eigen gelijk van hun echokamer waar ze gelijkgestemden tot retorische hoogte opjutten en het idee hebben dat nuancering daaraan afdoet. Terwijl juist het omgekeerde waar is.

Schaamteloos zetten deze boeren het CDA onder druk dat met zwakke knieën en slappe ruggengraat daartoe aanleiding geeft. Het CDA heeft elke zelfstandigheid verspeeld in Noord-Brabant waar het onder druk van en uit angst voor radicale boeren uit de coalitie stapte. Het CDA heeft zich overgeleverd aan FvD die samenspant met radicale boeren. Geurts houdt zich in de seconden dat hij mag spreken staande, maar praat de radicale boeren toch teveel naar de mond. Want FDF heeft de boeren niet verenigd, maar verdeeld. De afgang van Geurts staat symbool voor de afgang van het CDA. Een stuurloze partij op zoek naar principes en geweten.

Een vergelijking met moslims dient zich aan. De kritiek op de zogenaamd gematigde moslims was dat ze zich niet verzetten tegen radicale moslims. Hetzelfde kan nu aan de gematigde boeren gevraagd worden. Waarom zwijgen ze en spreken ze zich niet uit tegen FDF? Begrijpen Nederlanders aan de hand van het boerenprotest nu hoe intimidatie en bangmakerij van een meerderheid door een radicale, schreeuwerige minderheid werkt?

Kritiek op keuze van CDA voor coalitie met FvD in Brabant. Sorteert de partij hiermee voor op keuze voor Hoekstra en tegen De Jonge?

with 3 comments

Wat opvalt aan bovenstaande tweet is dat oud-voorzitter van het CDA Brabant Wil van der Kruijs niet weet hoe hij ‘racistisch’ moet schrijven. Ter discussie staat of het CDA in Noord-Brabant een coalitie aan moet gaan met FvD. Voor een meerderheid van 28 van de 55 zetels is naast deze twee partijen en de VVD een vierde partij nodig. Bijvoorbeeld Lokaal Brabant dat in haar verkiezingsprogramma meent dat de Provincie de oorlog heeft verklaard aan de boeren. Zo kondigt zich een rechtse coalitie in Brabant aan. De radicale boeren van FDF zitten op één lijn met PVV en FvD en het CDA heeft zich door deze combinatie van radicaal-rechtse boeren en partijen onder druk laten zetten. Het stapte in december 2019 uit de coalitie vanwege het stikstofbeleid.

Het profiel van het CDA staat op het spel. Is het een rechtse partij of een centrumpartij? Voor de VVD ligt dat makkelijk omdat de partij onder Rutte een koers voert die de achterban niet rechts genoeg kan zijn. Het CDA is verdeelder. De paradox is dat onder Buma het CDA naar rechts uitweek en na zijn vertrek weer naar het centrum manoeuvreert. Daar staat de Brabantse koers haaks op.  Vraag is of het echte CDA op wil staan. Naar verluidt handelt het Brabantse CDA onder regie van het landelijke CDA. Dat is begrijpelijk omdat Brabant als vanouds een machtsbasis van het CDA is. Onder supervisie van het Brabantse CDA-kamerlid Madeleine van Toorenburg zijn gesprekken met FvD aangegaan. Zo laat het CDA zich indirect mangelen door de radicale boeren. Maar CDA-leden spreken zich uit tegen die rechtse koers, zoals uit een bericht van het ED blijkt:

Het verschil valt op tussen de CDU in Duitsland en het CDA in Nederland. De eerste toont lef en de laatste laf. Of in elk geval opportunistisch. Kanselier Angela Merkel verzette zich afgelopen week tegen de steun van de radicaal-rechtse AfD in Thüringen voor een liberale premier. Met als gevolg dat hij na een dag weer af moest treden en er nieuwe verkiezingen komen. De CDU wil niet samenwerken met de AfD, maar het CDA zoekt met de VVD samenwerking met de Nederlandse evenknie van de Duitse AfD. Met partijleider Baudet die op sociale media steeds weer racistische signalen afgeeft en zijn partijgenoten in de provincie voor problemen plaatst.

Op het spel staat de rechtsstatelijke ruggengraat van het CDA. Merkel toont principes, het CDA toont leegte. Met fractieleider Pieter Heerma zit het CDA in een machtsvacuüm. Maar er is meer aan de hand, want het voorsorteren in Brabant richting FvD kan van invloed zijn op de komende leiderschapsverkiezing. De kandidaten Wopke Hoekstra en Hugo de Jonge lopen zich warm. Laatstgenoemde sluit samenwerking met FvD uit, zoals hij in augustus 2019 in gesprek met BNR Radio zei. Betekent het dat als de tussenpausjes in de CDA-fractie een samenwerking met het FvD in Brabant forceren ze kiezen tegen de lijn Hugo de Jonge? 

Het CDA staat voor de keuze wat voor partij het is. Of het door een ‘morele ondergrens’ zakt of ruggengraat wil tonen. Of het voor de zich rechts profilerende Hoekstra of de links profilerende De Jonge kiest. Of het de ethische koers van Merkel volgt of de opportunistische koers van Rutte en consorten. Met FvD of zonder FvD.

Foto 1: Tweet van Wil van der Kruijs, 7 februari 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelBrabantse CDA’ers spreken zich uit tegen coalitie met FvD: ‘partij zakt door morele ondergrens’’ in het ED, update 8 februari 2020.

Foto 3: Schermafbeelding van berichtCDA: NIET REGEREN MET FORUM’ op BNR Radio, 30 augustus 2019.

Boerenprotest moet kritiek niet richten op politiek of RIVM, maar op agro-industrie, Rabobank en het groene front van het CDA

with 2 comments

Mijn reactie bij de videoThierry Baudet spreekt op boerenprotest in provinciehuis van Flevoland’ op het YouTube-kanaal Boerenbusiness:

De uitstoot en neerslag van stikstof per hectare is in Nederland ongeveer tweemaal zo hoog dan in Duitsland. Daarnaast is Duitsland een groter land met meer natuur en naar verhouding een kleinere agro-industrie. Kortom, de afstand en schaal zijn er anders. Het Duitse beleid is van toepassing op Duitsland omdat het op de Duitse situatie is gebaseerd. De Nederlandse situatie is anders en onvergelijkbaar met de Duitse.

Het is absoluut zo dat de landbouwsector goed bezig is en met investeringen die schadelijke stoffen afvangen al heel wat heeft bereikt. Dat verdient zeker lof. Maar het is ook zo dat de politiek, en dan vooral op initiatief van toenmalig staatssecretaris Henk Bleker, hoognodige maatregelen niet genomen heeft. Door dat uitblijven van structurele maatregelen is de landbouwsector het afgelopen decennium in een schijnwerkelijkheid terechtgekomen doordat de politiek het een valse, veel te positieve voorstelling van zaken heeft gegeven. Nu moet dat onder de dreiging van de rechter alsnog rechtgetrokken worden.

U behoort te weten dat de Nederlandse landbouwsector grotendeels produceert voor de buitenlandse markt. Na de VS is het kleine Nederland de tweede landbouwexporteur ter wereld. Die landbouwexport vertegenwoordigde in 2018 een bedrag van € 90,3 miljard. Dat is een groot belang waarbij de agro-industrie, die veel omvangrijker is dan de producerende boeren, veel te verliezen heeft. Vandaar ook dat de huidige protesten van de geradicaliseerde boeren in de achtergrond door de agro-industrie worden ondersteund. Want via de protesterende boeren die de kolen uit het vuur halen probeert de agro-industrie het eigen commercieel belang te verdedigen.

Begrijpelijk, maar ook een weerlegging van de claim dat het stikstofbeleid dat de Raad van State de samenleving afdwingt als het zegt dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet toepasbaar is uitsluitend bedoeld zou zijn om boeren dwars te zitten. Dat is niet zo. De landbouwsector zorgt op afstand voor de meeste uitstoot van stikstof. Dat is een feit. En omdat het PAS in strijd is met Europese natuurwetgeving legt de Raad van State de politiek op om een beleidswijziging door te voeren.

Zoals gezegd, een beleid dat al tien jaar geleden ingezet had moeten worden. Het PAS was een doodlopende weg die ook door velen als zodanig werd gezien. Dat het nu bij vele boeren voor bitterheid en wrok zorgt is begrijpelijk, maar deels ook kortzichtig. Want men kan niet onbeperkt het volume blijven vergroten in het kleine Nederland in de hoop dat men niet tegen grenzen aanloopt. Wat in mei 2019 met de uitspraak van de Raad van State is gebeurd, maar zich als jaren had aangekondigd dat dat ooit zou gebeuren omdat de rek eruit was.

De vraag is waarom heeft de Nederlandse agro-industrie daar niet beter op geanticipeerd door meer in te krimpen, te verduurzamen of te outsourcen. Het is tijd dat de Nederlandse boeren hun pijlen niet gaan richten op de Raad van State of de landelijke politiek die de aan hen opgelegde richtlijnen uitvoert, maar op de agro-industrie, de Rabobank en het groene front van het CDA die de boeren een doodlopende weg hebben opgeleid.

Foto: ‘Protesterende boeren halen bakzeil bij provinciehuis Noord-Brabant’. © Bart Meesters. In: BN De Stem, 26 oktober 2019. 

Gemeentebestuur Asten heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt

with one comment

De Brabantse gemeente Asten profileert zich als klokkengemeente, maar bezuinigt op de subsidie voor het Museum Klok & Peel. Ook de beiaardier wordt per 2023 wegbezuinigd. Aldus de cijfers in het E Bijlage VII Overzicht categorie 3 maatregelen. Ongenoemd in de reportage blijft dat ook het onderhoud aan de kunstwerken in de openbare ruimte vervalt. Dat moet jaarlijks een bezuiniging van 2.001 euro opleveren. Dit onderwerp kwam in de raad herhaaldelijk aan de orde bij het herstel van ‘het kunstwerk Campanula gelegen ad Rotonde op Floralaan’ van Ron van de Ven. Dat zou ‘circa € 7.266,05’ kosten. Met als uitkomst dat de ‘ambitiebepaling’ werd aangepast, ofwel dat er geen kosten meer worden gemaakt en geen herstel- en reinigingswerkzaamheden meer worden verricht aan de kunst in de openbare ruimte van de gemeente Asten.

Foto: Ron van de Ven, Campanula, 2010 (oude situatie).

Het debat over een nationaal designmuseum is gepolitiseerd

with 3 comments

Hoeveel designmuseums kan Nederland hebben? Die vraag wordt opgeroepen door politieke ontwikkelingen en de opmerking van de nieuwe artistiek directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs in een interview in NRC. Hij zegt: ‘Maar als ik het hele Nederlandse aanbod overzie, zou wat meer variatie en specialisatie goed zijn’. Dat is een pleidooi tegen het kluitjesvoetbal in de museumsector waarbij ieder museum hetzelfde doet.

In Den Bosch is er het Design Museum Den Bosch -dat als vanouds het accent op sieraden en keramiek legt- waarmee directeur Timo de Rijk sinds eind 2016 succesvol aan de weg timmert. Hij noemt zich in februari 2017 in een interview in BD samen ‘met Gent en Groningen’ nu ‘het grootste designmuseum in West-Europa‘. Voor het gemak vergeet hij het London Design Museum, het Duitse Vitra Design Museum, het Parijse Cité de l’Architecture et du Patrimoine of het V&A in Dundee. Maar ook het in 2015 geopende Cube Design Museum  in Kerkrade dat zich presenteert als ‘het eerste museum van Nederland volledig gewijd aan design. Cube toont design met inhoud; design dat impact heeft op de wereld.’ De stilzwijgende suggestie hiervan is dat andere designmusea design zonder inhoud presenteren. De Rijk en Wolfs geven te kennen dat ze belang hechten aan de kunstgeschiedenis en meer moderne of na-oorlogse kunst willen tonen. De Rijk en zijn team bereiden nu een overzichtstentoonstelling van design van het Derde Rijk voor die op 7 september 2019 opent.

Daarnaast is er in Rotterdam het HNI dat ‘Design’ in de naam heeft (naast Architectuur en Digitale Cultuur) dat zich eind 2016 opwierp als coördinator voor een tijdelijk designmuseum in Amsterdam om daar langdurige bruiklenen van andere musea te tonen. Een initiatief waarover sinds die tijd weinig is vernomen. Ik gaf daar in december 2016 een commentaar op waarin ik weinig begrip toonde voor dit initiatief, maar ook wees op twee interessante opmerkingen van het hoofd beleid en actualiteit van HNI Floor van Spaendonck. Breder kijkend dan dit initiatief alleen zei zij: ‘(..) is er behoefte aan één plek die geheel in het teken staat van design’ en ‘Het aanleggen en beheren van een vormgevingsarchief behoort niet tot de opdracht van HNI’. Er bleek dus eind 2016 volgens Van Spaendonck in Nederland geen museum dat geheel in het teken staat van design (wat haaks staat op de claim van het in 2015 geopende Cube) en evenmin een nationaal vormgevingsarchief voor design.

De politieke ontwikkeling blijkt uit bovenstaand citaat uit het artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in het ED van november 2018. Het lijkt er sterk op dat het een plan is uit de koker van D66 dat door de VVD wordt gesteund. In het huidige Eindhovense college is D66 niet vertegenwoordigd. Van 2014 tot 2018 was Mary-Ann Schreurs namens D66 wethouder van Innovatie en Design, Cultuur en Duurzaamheid. Nu is ze onafhankelijk raadslid en heeft volgens een persbericht van maart 2019 over een verschil van mening D66 verlaten. Schreurs maakte zich sterk voor design en technologie zoals uit de steunbetuiging van een D66’er blijkt. Ook de Dutch Design Week (DDW) is een manifestatie van de verknoping van design en techniek.

Er is dus in de afgelopen jaren een sterke D66-lobby opgezet voor een Designmuseum in Eindhoven waarbij het de vraag is of dat doorzet omdat D66 in Eindhoven en in de provincie Noord-Brabant aan macht heeft ingeboet. Daarnaast richt Timo de Rijk zich in het 35 km verder gelegen Den Bosch sinds 2016 nadrukkelijk op design en toegepaste kunst. Een grotere ambitie viel af te lezen in de naamsverandering. In juni 2018 werd de naam Het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch veranderd in Design Museum Den Bosch. Maar wellicht kan wat in de pijplijn zit nog gematerialiseerd worden zodat er nog net een Eindhovens Designmuseum uitgeperst kan worden. Een in de Provinciale Staten van Noord-Brabant in oktober 2017 aangenomen motie van D66 vraagt om uit te zoeken of er een nationaal designmuseum kan komen in het Evoluon in Eindhoven:

Minister van OCW Ingrid van Engelshoven (D66) houdt de signalen van haar partijgenoten uit Brabant in elk geval nog in de lucht zoals deze week bleek uit de presentatie van de ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ dat op het lijf van een Eindhovens Designmuseum is geschreven en uitgaat van de verknoping van design en techniek. Zo vanzelfsprekend is dat echter niet. Hooghartigheid blijkt uit het interview uit november 2018 met DDW-directeur Martijn Paulen die meent dat een een fluitje van een cent is om een museum met als uitgangspunt de combinatie van design en techniek in een nationaal designmuseum te realiseren. Dat gaat eraan voorbij dat die formule die afgeleid is van de Eindhovense situatie waarbij design en techniek nauw worden gecombineerd een keuze is die niet alleenzaligmakend is. Design kan ook worden gekoppeld aan autonome kunst, (kunst)geschiedenis of sociaal-maatschappelijke aspecten. Het is de vraag of, als er een nationaal designmuseum of rijksmuseum voor design moet komen dat gesteund wordt vanuit de landelijke overheid, die combinatie van kunst en techniek (of technologie) het uitgangspunt dient te zijn. Op z’n minst zou er een breed debat aan vooraf moeten gaan over het profiel van zo’n nieuw te vormen nationaal designmuseum waarbij de gesprekspartners liever niet alleen uit Eindhoven of uit de kringen van D66 komen.

Nederland kan best meerdere designmusea herbergen, in Den Bosch, Kerkrade, Eindhoven of waar dan ook. Laten we evenmin de kunstmusea met belangrijke afdelingen design (Museum Boijmans, Stedelijk Museum, Centraal Museum, Groninger Museum, HNI) en de ‘materiaalmusea’ (Nationaal Glasmuseum, TextielMuseum, Keramiekmuseum Princessehof) vergeten die zo’n nationaal designmuseum kunnen ‘voeden’. Of de herhaling van meer van hetzelfde zonder voldoende variatie en specialisatie wenselijk en doelmatig is, is een vraag die het bovensectorale ministerie van OCW zich moet stellen. De museumsector moet ideeën kunnen aandragen.

OCW zet echter op onaanvaardbare wijze een dubbele pet op als het bij de bekostiging van een nationaal designmuseum uitgaat van normen die meer volgen uit de partijpolitiek en een regionale lobby, dan uit een beredeneerde keuze voor profiel, kwaliteit en inbedding in de culturele basisstructuur ervan. In het verlengde speelt de vraag bij welke instelling een nationaal vormgevings/designarchief ondergebracht moet worden.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelPlan Designmuseum Eindhoven krijgt steeds meer vorm’ in ED, 24 november 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van ‘Actuele Motie M1 Provinciale Staten 27 oktober 2017; Nationaal Designmuseum in het Evoluon` door Statenfractie van D66 (AANGENOMEN).

Foto 3: Schermafbeelding van deel ‘Ontwerp-subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024’ van het ministerie van OCW, 11 juni 2019 (p. 35).

Vragen bij investering van Brabant C in project Doloris in Tilburg

with 2 comments

Er is in Tilburg in de Spoorzone een interessant project in de maak dat in 2019 opent: Doloris. Hoe het gaat worden maakt een filmpje op YouTube van een voorloper van dit project duidelijk: Peristal Singum dat in 2010 in Berlijn opende. Initiatiefnemer hiervan was de Duitse Tim Henrik Schneider die volgens zijn LinkedIn-profiel meer een culturele ondernemer en uitvoerend kunstenaar dan een autonoom kunstenaar lijkt te zijn.

Alle projectplannen en bijzonderheden over Doloris dat hier ‘Surrealistisch Doolhof’ wordt genoemd zijn in diverse documenten te lezen op de site van subsidiegever Brabant C. De aankeiler liegt er niet om en geeft aan waar de focus ligt: ‘Uniek leisureconcept met hoogwaardig artistieke insteek’ (sic). Op een oppervlakte van 350 vierkante meter worden aan de Spoorlaan 21 40 ervaringskamers opgetrokken. Het project draait dus om de ervaring van de bezoeker. Een restaurant en rooftopbar zijn voorzien. Op een totale begroting van € 1,54 miljoen investeert Brabant C € 385.000, te weten 25% van de totale begroting.

Het project dat afwisselend Peristal of Doloris wordt genoemd, wordt gepresenteerd als kunstproject. Maar vooralsnog lijkt dat meer marketing dan werkelijkheid van zowel de initiatiefnemers als de subsidieverlener. In haar advies van januari 2018 zegt Brabant C: ‘De bouw start in 2018 en vanaf 2022 moet Peristal een gevestigde naam zijn als nieuwe speler op de Europese leisure markt, opererend in een markt met partijen als escape rooms, Amsterdam Dungeon en Efteling.’ en ‘Toch wordt de onduidelijkheid die bij de commissie leeft over de uiteindelijk te realiseren culturele kwaliteit van het project in aanvraag en pitch nog niet weggenomen. Ze vindt het artistieke concept nog te weinig tot uitdrukking komen in de plannen. Er is onduidelijkheid over de aard en artistieke ruimte van ieders bijdrage. Ook lijkt de gepresenteerde maquette eerder als voorbeeld te dienen dan als schets voor het te bouwen labyrint. Dit geeft het plan artistiek een te weinig uitgewerkt beeld om zonder meer tot een positief oordeel te kunnen komen over de culturele kwaliteit van Peristal.

Dit project én de investering van € 385.000 (€ 225.000 gift, € 60.000 garantiesubsidie, € 100.000 lening) door Brabant C roepen de vraag op wat een ‘kunstproject’ is en of Doloris/Peristal wel aan de voorwaarden daarvan voldoet. Dat valt te betwijfelen. Want het risico bestaat dat door de kwantitatieve weging door Brabant C dat projecten toetst aan de hand van normen als ‘cultuursysteem van de provincie Noord-Brabant’, ‘ondernemerschap’, ‘bijdrage aan de vrijetijdseconomie van de provincie Noord-Brabant’ en ‘draagvlak in de Brabantse samenleving’ de kunst uit zicht verdwijnt. Want heeft kunst niet als belangrijkste functies om te ontregelen, aan te scherpen en essentiële vragen over onszelf en onze samenleving te stellen?

Het valt te vrezen dat bij Doloris/Peristal kunst een halffabricaat is dat andere doelen dient. Of dat de beleving van de bezoeker, de ondersteuning van culturele ondernemers, de culturele infrastructuur van de provincie Noord-Brabant of de gebiedsontwikkeling van de Spoorzone is. Eerder het omgekeerde lijkt aan de orde te zijn. Namelijk dat het ‘kunstproject’ niet aanzet tot nadenken en aanscherpen, maar tot amuseren en afleiden volgens de normen van de vrijetijdseconomie. Anders gezegd, commerciële organisaties als escape rooms, Amsterdam Dungeon en Efteling krijgen geen overheidssubsidie, laat staan kunstsubsidie. Wat is het verschil?

Waarom Doloris/Peristal een ‘kunstproject’ genoemd kan worden is een vraag die tot nu toe onvoldoende beantwoord is. Het antwoord op de vraag is ook het antwoord op de vraag of Brabant C wel op de goede koers zit met de ondersteuning van projecten die erg ver verwijderd zijn van de functies waarvoor kunst is bedoeld.

Foto 1: Schermafbeelding van een deel van de site van het project Doloris in Tilburg dat gepland staat van 2019 tot 2022.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van de inleiding op het projectplan ‘Surrealistisch Doolhof’ van Brabant C door aanvrager ‘Peristal Tilburg’, 2018.

%d bloggers liken dit: