Burgers moeten afbraak publieke omroep halt toeroepen. Frans Kleins schoten in eigen voet bieden kansen voor nieuw omroepbestel

Frans Klein, 7 mei 2021 in Nieuwsuur. © NPO

In de recente uitspraken van directeur video van de NPO Frans Klein valt op dat hij het nooit echt over de inhoud heeft en hij alles beredeneert vanuit de kijkcijfers en het marktaandeel. Hij is verantwoordelijk voor de programmering van NPO 1, 2 en 3, NPO Start, ZAPP en Zappelin. 

Klein redeneert vanuit marketing. Hij bevestigt telkens het idee dat programma’s niet een hoger doel dienen, maar instrumenteel zijn voor een ander doel. Namelijk het behalen van marktaandeel of het aantrekken van specifieke doelgroepen. Zoals de middengroep van 20 tot 49 jaar.

In dit denken gaat het mis. Klein bevestigt het failliet van de omroeppolitiek dat gericht is op kijkcijfers en niet op inhoud. Dat valt hem niet persoonlijk aan te rekenen omdat hij een functionaris is die bestaand beleid uitvoert. Het beleid dat hij invult is echter krakkemikkig en slecht doordacht.

Waarom het in Nederland zo mis gaat met de omroeppolitiek omschreef ik in 2016 in het commentaarHoofd Klara wordt netmanager VRT. Waarom kan zoiets niet in Nederland?’ dat ik hieronder herhaal omdat het raakt aan de kern van het probleem van de Nederlandse omroeppolitiek en nog even actueel is als vijf jaar geleden. Namelijk het ontbreken van de focus op inhoud en de koudwatervrees om kwaliteit te maken die eeen deel van het publiek afstoot. Ik zoomde in op kunst, maar dat geldt precies zo voor zware informatie. Niet te verwarren met het lichte soort waarmee de NPO kosmetisch opinieprogramma’s tot journalistiek omkat, maar serieuze journalistiek zoals onderzoeksjournalistiek, gedegen historische documentaires en diepgravende interviews met opinieleiders die de tijd krijgen om te reflecteren op samenleving, politiek en wetenschap:

Zomaar een bericht in het Vlaamse nieuws. Deze keer niet over islamitische terreur en bomaanslagen in Brussel, maar over cultuur. Chantal Pattyn is netmanager van het Vlaamse Klara en wordt hoofd cultuur van de Vlaamse publieke omroep VRT.  Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.
Het cliché is waar, Vlamingen vinden cultuur belangrijk. Dat heeft met hun emancipatiestrijd te maken en het besef dat taal en kunst ertoe doen. En de overeenstemming over partijen heen dat het de nationale identiteit versterkt. In Nederland doen VVD en PVV die eveneens zeggen nationale identiteit belangrijk te vinden het omgekeerde: ze breken bewust de publieke omroep en de kunsten af. Maar ook in Vlaanderen moeten kunst en cultuur voor de poorten van de hel worden weggesleept. Ook daar moet telkens weer de liefde voor kunst op de politiek bevochten worden. Niets komt vanzelf. De loyaliteit van de bestuurders in de cultuursector lijkt het verschil te maken. De Vlaamse cultuurminister Sven Gatz (‘kunst dient nergens toe’) haalde in 2014 met terugwerkende kracht dezelfde shockdoctrine van cultuurbezuinigingen als Halbe Zijlstra uit de liberale kast.
Kunst is kunst, maar ook een wapen waarmee de strijd tegen terreur die van buiten komt en onverschilligheid die van binnen komt gewonnen kan worden. Het is de strijd om de harten en geesten van de eigen bevolking die telt en een positieve impuls kan geven. Media kunnen daarin een opbouwende rol spelen. Niet omdat het educatief is of doelgroepen emancipeert, maar omdat het kunst als voorbeeld voorhoudt. Juist dat patroon is in Nederland uitzondering geworden. Onder het uitroepen van ‘zie ons eens aan kunst doen’ wordt kunst naar aparte reservaten verbannen of slachtoffer van popup en populariteitsdenken. Wat Nederland mist is die positieve, vanzelfsprekende grondhouding tegenover kunst en cultuur die in een samenleving tamelijk breed gedragen wordt. In elk geval in omroepkringen die een kunsthistoricus tot netmanager benoemen. Klasse. 

In 2018 kondigde Frans Klein al aan om te willen bezuinigen op journalistieke programma’s. In zijn NPO’s Newspeak noemde hij dat ‘vernieuwen‘. Hij zei toen in een interview met NRC’s Wilfred Takken dat journalistieke programma’s een steeds kleiner publiek bereiken en daarom een andere vorm moesten krijgen. Dit gaf toen ook al aan dat Klein niet redeneert vanuit de programma’s, de inhoud of een hoger doel als democratie of spreiding van kennis, maar vanuit de marketing. In het commentaarNPO-directeur Klein komt met ongeloofwaardige ‘vernieuwingen’, na kritiek op hem te korten op journalistieke programma’s‘ uit 2018 schreef ik:

De argumentatie van Frans Klein dat de kijker van Tegenlicht al ‘zeer goed bediend wordt door de publieke omroep’ zodat er gekort kan worden op Tegenlicht is onjuist. Tegenlicht en ook Andere Tijden zijn unieke programma’s die niet vervangen kunnen worden door andere programma’s.
Daarnaast maakt Klein nog een andere denkfout. Jongeren, maar ook ouderen kijken niet meer vanzelfsprekend lineair naar televisie. Uiteraard weet Klein dat. Waarom hij dan toch tot de gedachtensprong komt dat hij televisie voor jongeren wil maken is de vraag. Het lijkt onzinnig om krampachtig televisie voor jongeren te willen maken. Daar trappen jongeren niet in. Het gaat erom goede programma’s te maken die zowel ouderen als jongeren kunnen bedienen.
Het Nederlandse omroepbestel is gefragmenteerd en lijkt in die versplintering te weinig soortelijk gewicht te hebben. De noodzaak tot hervorming wordt versneld door extra bezuinigingen. Frans Klein is het symbool van een ouderwets zuilensysteem met levensbeschouwelijke omroepen dat zichzelf heeft overleefd. Hij is geen deel van de oplossing, maar van het probleem.
Klein helpt kwalitatief journalistieke programma’s om zeep, beschermt de omroepen, doet aan wensdenken en beseft onvoldoende dat de traditie van broadcasting niet meer gerevitaliseerd kan worden in de vorm die hij ons voorspiegelt. Dat tijdperk ligt achter ons. Ook in Hilversum. De winst van zijn interventie is dat hij zich ermee zo onmogelijk maakt in potsierlijkheid en wereldvreemdheid dat hij er onbewust een punt voor de tegenpartij mee maakt.
Namelijk voor degenen die de omroepen willen omvormen en afslanken tot productiehuizen en een nationale omroep willen optuigen. Klein bewijst met zijn manier van denken het Nederlandse publiek een grote dienst. Zijn schot in eigen voet biedt volop kansen voor de toekomst met een levensvatbaar omroepbestel zonder de omroepen zoals we die nu (nog) kennen. Dan is het definitief geen 1925 meer in Hilversum.

Er is een gezegde dat aan Joseph de Maistre wordt toegeschreven dat zegt: ‘Elk land heeft de regering die het verdient’. Een variant daarop is ‘elk volk krijgt de leiders die het verdient’ dat naar allerlei sectoren kan worden uitgebreid. Dat is een fatalistisch standpunt dat suggereert dat macht een land overkomt. Vertaald naar de publieke omroep luidt dat: ’Nederland krijgt de directeuren van de NPO die het verdient’.

Maar dat is onzin. Het Nederlandse volk hoeft het marktdenken van de publieke omroep dat wordt gepersonifieerd door omroepbobo Frans Klein die macht naar zich heeft toegetrokken niet voor zoete koek aan te nemen. Want zijn argumentatie is zwak en eenzijdig. Gezien de kritiek op Kleins plannen in 2018 en nu weer in 2021 vinden veel Nederlanders de plannen van de NPO die hij presenteert slecht en ongepast. Klein is een zetbaas die beleid uitvoert waar veel betrokken burgers het niet mee eens zijn. Welnu, laten ze niet Klein daarop aanvallen, maar degenen die er de oorzaak van zijn dat Klein dit dient uit te voeren. Te weten de politieke partijen.

De marges zijn smal, maar de Nederlandse publieke omroep moet geen aansluiting zoeken bij de markt omdat dit een doodlopende weg is die teruggaat naar de 20ste eeuw en de laatste restjes kwaliteit inlevert, zodat er bij de volgende aankondiging van Klein of zijn opvolgers in 2024, 2027 of 2030 niks van kwaliteit meer is om in te leveren. Daarnaast is Nederland als markt te klein om in internationaal verband een vuist te maken.

Klein en degenen die hem zijn standpunten influisteren moeten nu teruggefloten worden in hun idee van meer van hetzelfde en minder van kwaliteit. Hun afbraak van de publieke omroep is ongewenst en strijdig met het grondidee van een publieke omroep. Dat is niet het populisme en het marktdenken dat Klein probeert te verkopen, maar algemeen nut zoals de watervoorziening of het elektriciteitsbedrijf. Dat kan uit principe niet vermarkt worden.

Gedachten bij foto ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’ (1958)

Het was nog maar in 1958 dat verkiezingen werden gevierd op pleinen en voor gebouwen van kranten waar de uitslagen druppelsgewijs binnenkwamen. De beschrijving bij deze foto toont een Nederland dat we nog nauwelijks kennen. Het doet ouderwets aan, maar kondigt al het begin van de moderne tijd met nieuwe communicatiemiddelen aan: ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’.

De televisie is in 1958 nog nauwelijks doorgedrongen tot de huiskamers. Die opmars begint pas zo’n vijf jaar later als de welvaart over Nederland komt. Mede dankzij het gasveld van Slochteren. Ook toen al moest de verkiezingsavond ‘opgeluisterd’ worden. Zeggen we nu ‘oppimpen’? Welbeschouwd is zo’n avond een saaie bedoeling met veel dode momenten. Een enkel hard feit en vooral analyses, speculaties en projecties die toch nooit uitkomen zoals op deze verkiezingsavond wordt gezegd.

’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van het verkiezingsfeest, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard.

Maakt het veel uit wie er wint? Dat valt te bezien. Alles is best als partijen binnen de democratie blijven en geen alternatief rechtssysteem willen optuigen. Daarom ben ik van mening dat de SGP en FvD ontbonden moeten worden omdat ze niet binnen de democratie passen en er een destabiliserende invloed op uitoefenen. Maar verder maakt het weinig uit. Zolang partijen de democratie niet omver willen werpen en min of meer hetzelfde wereldbeeld schetsen is er voor elke partij (behalve FvD en SGP) wel iets te zeggen. Met chips en bier, en wellicht een boek erbij, is het kijken naar de verkiezingsavond en het spieden naar de harde cijfers draaglijk infotainment.

Foto: Peter van Zoest (ANP), ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’, 28 mei 1958. Collectie/ Archief: Fotocollectie Elsevier

Reisverslag voor de Amerikaanse televisie: ‘A Midnight in Amsterdam’ (1960)

‘A MIDNIGHT IN AMSTERDAM’ is een aflevering uit de Amerikaanse televisieserie ‘Across the Seven Seas’ uit 1960. Het toont het nachtelijke Amsterdam van 60 jaar geleden. Ofwel, de Amerikaanse versie ervan. Met prachtige lichtreclames van allang verdwenen restaurants. De onderwerpen die interessant zijn voor een Amerikaans publiek zijn voorspelbaar: draaiorgels, scheepvaart, bloementeelt, de Chinees-Indische keuken, woonboten en Anne Frank.

De verrassing voor de Nederlander van nu komt na 18’30’’ met de Zirbel Stube. Oostenrijkse muziek in hartje Mokum die nog nadendert op de populariteit van Anton Karas’ citermuziek (Harry Lime thema uit De Derde Man) en de Weense Schrammelmusik. Oprichter van de Zirbel Stube dat aan de Korte Leidsedwarsstraat was gevestigd was volgens dit bericht de genaturaliseerde Oostenrijker Tony Hartweger. Hij was tevens de protegé van Max Tailleur.

Foto: Still uit ‘A MIDNIGHT IN AMSTERDAM’ (1960). Gezelligheid in de Zirbel Stube.

Damegambiet van VVD’er Queeny Rajkowski: samenwerking met FvD moet kunnen

Iedereen ziet met verwondering de kaderleden van lokale politieke partijen die er alles aan doen om in die publiciteit te komen. Vaak de lokale omroep of een plaatselijk sufferdje. Het kan niet gek genoeg zijn. Daarbij ligt het evenwicht gevoelig. Want in fractie of bestuur zijn ze elkaars concurrenten in een meedogenloze rattenloop om hoog op de kandidatenlijst te staan of fractieleider te worden, maar tegelijk concurreren ze met andere fracties. Maar de wetmatigheid is dat partijen van elke oprisping in de media kond doen.

Maar er zijn uitzonderingen. Want ongunstig op te vatten uitspraken kunnen maar beter niet benadrukt worden. Ze blijven ongemeld. Een voorbeeld ervan gaf het Utrechtse raadslid Queeny Rajkowski die nummer 13 op de lijst van de Tweede Kamer staat. Ze benadrukte dat ‘uit eigen beweging’ een betekenis van spontaan is. Juist dat is in ongebruik geraakt in de partijpolitiek die bepaald wordt door fractiediscipline.

Gisteren 7 december 2020 was ze gast op de landelijke televisie, bij een aflevering van de linksige talkshow ‘M’ (KRO-NCRV) van gastvrouw Margriet van der Linden op NPO1. Rajkowski had het niet makkelijk, maar bleek dat zelf niet door te hebben. Eerst werd met rasse schreden het neoliberalisme afgebrand waar door andere gasten haar partij de VVD verantwoordelijk voor werd gehouden. Ze gaf geen weerwoord.

Toen overviel Van der Linden Rajkowski met de vraag van een ‘rondje actualiteit’ of ze het goed vindt dat de VVD met FvD in een regering gaat zitten. Rajkowski merkte op dat iedereen met iedereen moet kunnen samenwerken en ze overal voor open staat. Boem, ze was in de val gelopen die de gastvrouw met haar redactie had gespannen. Daar zouden nog wat mediatrainingen voor nodig zijn, moest de kijker erbij denken. Terwijl Rajkowski even later bij een vraag aan de CDA’er warempel opmerkte dat ze allemaal mediatrainingen hebben gehad (‘Ik zit zeven jaar in de politiek’). Daar reageerde Van der Linden enigszins verrast op, waarschijnlijk vanwege Rajkowski’s antwoord op die eerdere vraag.

Het leek er sterk op dat Rajkowsi nog steeds niet besefte dat het antwoord op haar vraag over samenwerking met FvD tegen haar zou kunnen worden gebruikt. Vervolgens sloot Van der Linden dit onderwerp af met twee ‘zachte bal’ vragen aan kandidaat-kamerleden van GroenLinks en de PvdA.

Op de site van VVD Utrecht of de persoonlijke sociale pagina’s van Queeny Rajkowski is op dit moment geen verwijzing te vinden naar Rajkowski’s optreden op de landelijke televisie. Toch een uitzonderlijke gebeurtenis voor een lokale politicus. Dat geeft aan hoe haar optreden binnen de VVD wordt beoordeeld. Als lesstof voor mediatraining hoe het niet moet. Namelijk nooit antwoord geven op een vraag die men niet wil beantwoorden, maar het initiatief overnemen met een wedervraag of een afleiding.

Toch was bij nader inzien Rajkowski’s optreden niet verkeerd, maar verfrissend. Bij de andere kandidaat-kamerleden van CDA, PvdA en vooral die van GroenLinks was elke spontaniteit en originaliteit eraf getraind. Voorzichtigheid en voorspelbaarheid waren belangrijker dan authenticiteit. Ze toonden nu al de dood in de pot van de voorgeprogrammeerde lesjes. Het was niet om aan te zien zo saai. Terwijl ze nog niet eens kamerlid zijn hebben ze hun eigenheid al ingewisseld voor fractiediscipline die ze desgevraagd nota bene ontkenden. Ze zijn nu al in de mal van de middelmaat gegoten. Als politieke partijen slim zijn dan bewandelen ze de omgekeerde weg en geven ze de kamerleden meer persoonlijke vrijheid zodat er originaliteit, spontaniteit en lekkere dwarsigheid ontstaat. Maar wel met politiek inzicht. Laat daar de training over gaan. Het damegambiet van Queeny verdient navolging.

Foto’s: Schermafbeeldingen van de Netflix serie ‘The Queen’s Gambit’ (2020) met hoofdrolspeler Anya Taylor-Joy.

Werpen Frank en Rogier zich vrijwillig voor de haaien van de roddelpers of dient heisa over hun huwelijk als publiciteitsstunt?

Aandacht voor een vederlicht onderwerp. U zult het niet weten, maar het huwelijk van Frank en Rogier is in gevaar. Hoe dat komt? Welnu, Rogier is naast zijn schoenen gaan lopen na de succesvolle deelname aan de programma’s ‘Steenrijk, Straatarm’ en ‘Paleis voor een Prikkie’. Nu staat hun huwelijk volgens een bericht in DenD (Ditjes & Datjes) op ‘zeer losse schroeven’, maar is volgens Frank het programma niet in gevaar. Pffff..

Frank klapt tegen DenD over Rogier uit de school (hoewel het kan dat DenD het volledig uit de duim zuigt): ‘Ik heb de afgelopen weken veel reacties op zijn gedrag op tv gehad. Er is mij meerdere malen gezegd dat ik niet zo over me heen moet laten lopen. De regisseur van ons programma heeft op zeker moment de opnamen zelfs stilgelegd om met Rogier over zijn houding te praten. Ook zij vond dat hij moest inbinden. 

Wie geen kennis heeft van Frank en Rogier, het programma ’Paleis voor een Prikkie’ van de commerciële omroep SBS6 en DenD zal dit bericht lezen alsof het van een andere planeet afkomstig is. Alsof een antropoloog afdaalt naar een onbekende stam in een tot dan toe onbekend dal met onbekende gewoonten.

In een update van dit artikel (ook gedateerd op 7 oktober 2020) blijkt dat Frank vertrokken is. DenD zet het zwaar aan: ‘Huwelijk in zwaar weer’. Wat zal de volgende onheilstijding zijn over dit ooit harmonieuze koppel?

Waar gaat deze kwestie over, hoeveel is er waar van en wat is er gespeeld aan om de publiciteit te halen? De vraag is of het van belang is om er aandacht aan te besteden. Of is het hooghartig om te oordelen over iets wat men niet kent en waar men geen verbondenheid mee heeft? Ik kom er niet uit. Maar ik wens Frank en Rogier het allerbeste. Wie ze dan ook zijn en of ze eigenlijk wel in het echt bestaan of alleen in de roddelpers.

Foto’s: Schermafbeeldingen van versies van delen van het artikel ‘Huwelijk Frank en Rogier in gevaar’ op DenD, 7 oktober 2020.

Duitse satire van ZDF Heute Show over Nord Stream II. De beperkingen en verdiensten van het genre

Het is even wennen, Duitse humor. De ZDF Heute Show geeft in de marge van het nieuws op de satirische manier van Stephen Colbert, John Oliver, Arjen Lubach of Trevor Noah commentaar op de actualiteit. Het is tegelijk verfrissend en irritant oubollig dat presentator Oliver Welke in de vorm niet aansluit bij de huidige tijd.

De beperktheid van dit soort satire blijkt uit een analyse van onderwerpen als Nord Stream II of het Wirecard-schandaal. Deze programma’s zoeken aansluiting bij wat de kijkers weten en kunnen slechts weinig afwijken van bekend terrein. Want dan worden verwijzingen onmogelijk. Gemakzucht en herkauwen is het resultaat. Daarom verwijzingen naar bekende zondebokken als kanselier Merkel, vice-kanselier Olaf Scholz of oud-kanselier Schröder. Dat is bekend terrein. Groteske overdrijving komt in de plaats van fijnzinnige analyse.

Bij gaspijplijn Nord Stream II die vanwege Amerikaanse sancties al sinds december 2019 zo goed als dood is gaat het niet om Nord Stream II. Maar om de schijn van Duitse onafhankelijkheid en samenwerking in de EU. De top van de Duitse politiek is voor zichzelf en voor Duitsland op zoek naar een rol die past bij de statuur van hun land. Duitsland heeft zich afgelopen jaren in de EU wat Nord Stream II betreft geïsoleerd met een Alleingang. Amerikaanse sancties hebben het Duitse zelfbeeld aangetast. De paradox is dat de Duitse politiek dat beeld probeert over te nemen door zelf te gaan dreigen met sancties. Dat is de projectie van macht.

Omdat het een politiek en geen economisch project is maakt het voor de Russische machthebbers niks uit wat het vervolg is. Zie dit artikel van Maxim Kireev. Door corruptie bij de aanleg is het geld uit de Russische staatskas toch al in de zakken van de zakenvrienden en bevriende politici van president Putin verdwenen.

Toch slaat Oliver Welke best een ferme toon aan en houdt hij de hypocrisie van de linkse Die Linke tegen het licht. Hoewel dat ook wel scoren voor open doel is omdat Die Linke zich door hun onderhorigheid aan het Kremlin belachelijk maakt. Het is verwonderlijk dat een arbeideristische partij het opneemt voor de Russische elite die steelt van de Russische burgers en het niet voor Alexei Navalny die die corruptie aan de kaak stelt.

Omdat zo’n programma een tamelijk breed publiek bereikt dat wellicht voor het eerst een wat langere uiteenzetting over zo’n politiek onderwerp aanhoort, kan de invloed ervan niet onderschat worden. Dat het verouderd aandoet dient mogelijk de acceptatie ervan nog meer. Elk land krijgt de satire die het verdient.

Antwoord aan Fidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, gedijt het vrije woord

Journalist Fidan Ekiz plaatste op de rechts-radicale site TPO het opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’. Aanleiding is de kwestie Johan Derksen en zijn recht om in het programma VI verkeerde grappen te maken met een racistische ondertoon. Met Ekiz ben ik het over dit onderwerp hartgrondig oneens. Ik vermoed dat ze een denkfout maakt en in de verkeerde stelling blijft hangen. Ik betwist het recht van Derksen niet, maar zet daar het recht naast om hem te kritiseren. Dat is een opvatting waar meningen kunnen botsen en waarbij alle middelen uit de kast kunnen worden gehaald. Inclusief een oproep tot een boycot van adverteerders aan een commercieel programma. Ekiz  heeft trouwens veel woorden nodig om iets simpels te zeggen. Daarnaast haalt ze er van alles bij dat haar betoog eerder vertroebelt dan verheldert. Dat geeft geen vertrouwen in de houdbaarheid van haar denkbeelden.

Het debat gaat erover wat de publieke opinie is en hoe die werkt. Dat doorgedacht valt het nog ruimer op te vatten. Het gaat er in de kern over wat de samenleving is. Kan een sponsor van een commerciële omroep met verwijzing naar een politiek doel door een publieksactie opgeroepen worden om afstand te nemen van een programma? Zijn dat achterbakse streken of is dat een toelaatbaar middel om in de openbaarheid politiek te bedrijven? Ik vermoed het laatste.

Een voorbeeld maakt dat wellicht duidelijk. Op dit moment speelt de vrees in de VS dat president Trump oneigenlijke middelen in zal zetten om de verkiezingen van november 2020 te verstoren. Hij ligt ver achter in de peilingen. Naast de optie van het beginnen van een oorlog ter afleiding is er een breed programma van kiezersonderdrukking dat ervoor moet zorgen dat kiezers die op Joe Biden willen stemmen ontmoedigd worden om naar de stembus te gaan. Dat gebeurde ook in 2016. Daarom worden nu bedrijven door Democraten onder druk gezet om zich uit te spreken voor eerlijke verkiezingen. Zo wordt het in Georgia machtige Coca-Cola onder druk gezet door activisten om op hun beurt het Republikeinse bestuur van de staat onder druk te zetten om te zorgen voor eerlijke verkiezingen. Ook voor de eigen werknemers.

Het gaat dus over de bandbreedte van het publieke debat. Waar moet dat getrokken worden? Dit leert dat de grenzen van een open en weerbare democratie mede bepaald worden door de opvatting van politieke cultuur en de werking van de samenleving. De media zijn daar een integraal onderdeel van. Ofwel, is politiek alleen ‘politiek’ in enge zin of moet dat ruimer opgevat worden? Dit gaat over de emancipatie van de deelnemers aan het publieke debat. En omgekeerd over de dominantie van opinieleiders die anderen het recht op een open debat ontzeggen.

Daar komt het meningsverschil over het onder druk zetten van sponsors van het programma VI van Talpa op neer. Het gaat niet over Boomsma of Derksen. Zij zijn de toevallige passanten in dit verhaal. Ekiz neemt het te nauw als ze zegt dat het vrije woord eindigt waar de oproep tot een boycot begint. Dat geldt alleen binnen haar enge perspectief. De oproep tot een boycot kan evengoed opgevat worden als de ultieme werking van een levende democratie waar het vrije woord als nooit tevoren bloeit. Zonder beperkingen en taboes.

Tegenstanders van een boycot zoals Youp van ’t Hek die Arie Boomsma persoonlijk aanvielen houden het misverstand in de lucht dat er in de afgelopen jaren nooit oproepen waren om de adverteerders van VI tot een boycot te bewegen. Zodat ze het indirect kunnen koppelen aan het zogenaamde radicalisme van de BLM-beweging. Ook die framing is onjuist. De boycot van VI is een terugkerend onderwerp. Zo vroegen belangengroepen als het COC en TNN (Transgender Netwerk Nederland) in februari 2018 aan de toenmalige sponsors Heineken, Gillette en Toto van de omroep RTL die toen het programma VI uitzond om hun medewerking aan dat programma te stoppen.

De radicalisering in de programmering van VI volgt direct uit het commercieel belang. Die kan daarom logischerwijze alleen beantwoord worden door het commercieel belang van het programma en de omroep die het uitzendt rechtstreeks te verzwakken. Via een oproep tot een advertentieboycot dus. Zoals in Georgia alleen het machtige Coca-Cola het bestuur van de staat onder druk kan zetten. Dat past perfect binnen de publieke opinie. De oproep tot een boycot is een directe vertaling van het vrije woord en een toelaatbaar middel om het publieke debat te voeren. Ekiz heeft een te beperkte opvatting van wat de democratie, het publieke debat en de vrijheid van meningsuiting zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel opinie-artikelFidan Ekiz – Waar het oproepen tot een boycot begint, eindigt het vrije woord’ op TPO, 2 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van deel commentaarCOC en TNN vragen sponsoren Heineken, Gillette en Toto stekker uit Voetbal Inside van RTL te trekken’ van George Knight, 4 februari 2018.

Suriname en China ondertekenen uitleveringsverdrag over criminaliteit. Waar laat dat de presidenten Bouterse en Xi?

Soms is een serieus bedoeld nieuwbericht pure satire door de associaties die het oproept. In dat geval geeft het bericht zonder dat te beogen commentaar op zichzelf doordat de weergave van de werkelijkheid het aflegt tegen de onbedoelde grappigheid of wrangheid die het door de onuitgesproken verwijzingen in zich draagt.

De Surinaamse president Desi Bouterse is op 29 november 2019 door de Krijgsraad veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf vanwege zijn betrokkenheid bij de zogenaamde Decembermoorden in 1982. Hiermee is zijn profiel als crimineel versterkt en opnieuw opgepoetst. Maar de nieuwslezer van STVS Suriname zet daar een parallelle werkelijkheid voor als ze zegt dat Suriname met China een uitleveringsverdrag heeft getekend over precies dat aspect: criminaliteit. Ze voegt toe dat dit ‘de crimininaliteitsbestrijding positief kan beïnvloeden’.

Minister Stuart Getrouw (Justitie en Politie) rept van rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding en criminaliteitsbeheersing. Doelt hij met dat laatste specifiek op Bouterse? Getrouw spreekt lovend over de samenwerking met China en noemt daarbij de kenmerken die bij mensenrechten- en privacyadvocaten kritiek krijgen: nummerplaatregistratie en gezichtsherkenning. China ontwikkelt zich dankzij de razende technische ontwikkeling tot een controlestaat waar burgers volledig ondergeschikt worden gemaakt aan de staat. Het is een unieke vorm van staatsterrorisme. Juist daarin lijkt het Suriname te vinden. Het zoveelste land dat vlucht voor de oude kolonisator en zich zoals naar nu blijkt blindelings werpt in de armen van de nieuwe kolonisator.

Uiteraard valt de Chinese president Xi Jinping als regisseur van de harde politiek van detentiekampen en heropvoeding in de West-Chinese provincie Xinjiang niet onder het uitleveringsverdrag met Suriname. Zoals president Bouterse die in eigen land veroordeeld is tot 20 jaar cel daar evenmin onder valt. Het zijn de gewone criminelen, niet de president-criminelen voor wie rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding gelden. Het getekende uitleveringsverdrag biedt beide landen de schijn van een rechtsstaat en dient vooral de marketing van landen en leiders die een slechte pers hebben. Het is komisch als het niet zo intens schrijnend zou zijn.

Ad van Liempt krijgt kritiek op zijn proefschrift over Gemmeker. Old boys network, vete, wetenschappelijk onbenul of losse flodder?

De Utrechtse journalist en programmamaker Ad van Liempt wordt plagiaat verweten. Wat is het geval? Hij is op 9 mei 2019 gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen op een biografie van de kampcommandant van Westerbork, Albert Gemmeker. De Wikipedia-pagina over Van Liempt zegt daarover het volgende: ‘Aan de vooravond van deze promotie werd hij door Frits Barend in Het Parool beschuldigd van het ‘pronken met andermans veren’ in diverse andere zaken. Frank van Kolfschooten en Geert Mak vonden de ‘vendetta tegen Ad van Liempt’ onterecht.’ Barend schrijft op 30 maart 2019 in Het Parool een aanklacht in acht bedrijven.

Nu is er Bart FM Droog die na een onderzoek van drie maanden samen met Lodewijk Brunt meent dat Van Liempts promotie onterecht is. Droog begint op zijn website het eerste deel van de weerslag van dit onderzoek van 9 augustus 2019 als volgt: ‘Het proefschrift van Ad van Liempt over Albert Konrad Gemmeker, de SS-commandant van kamp Westerbork 1942-1945, is op plagiaat, verder bedrog en onbenul gestoeld. Dat blijkt na een drie maanden durend onderzoek door emeritus hoogleraar Lodewijk Brunt en Droog Magazine.

Brunt plaatste op 26 juni 2019 op zijn blog een artikel onder de titel ‘Promotie van Ad van Liempt, een farce’. Hij heeft geen idee wat de probleemstelling van Van Liempt is. Over de Rijksuniversiteit Groningen is hij evenmin te spreken: ‘Een promotiecommissie van enig niveau zou zijn werkstuk pertinent hebben geweigerd als dissertatie. (..) De dissertatie is onder de maat, in ieder denkbaar opzicht. Slordig en rommelig, zonder lijn of structuur, geen enkele originele gedachte. (..) In Groningen hebben ze niet de moeite genomen die teksten naast elkaar te leggen. Ze hebben het vermoedelijk niet eens willen proberen. Oude vrienden onder elkaar…. die mats je toch even?! Die gedachten komen onwillekeurig bij je op. Je vraagt je in gemoede af of ze daar in het noorden wel goed bij hun hoofd zijn.’ Brunt zegt in een naschrift zijn artikel tevergeefs in de pers te hebben aangeboden: ‘Op aanraden van vrienden heb ik bovenstaande tekst aan diverse media aangeboden, maar noch De Groene, noch Haagse Post of Vrij Nederland was geīnteresseerd in de kwestie… goed om  te weten. Overigens was alleen de redactie van Vrij Nederland zo fatsoenlijk om te reageren op mijn aanbod’. 

Het laatste woord is hier nog niet over gesproken. Ad van Liempt wordt fors aangevallen en moet zich kunnen verdedigen. Maar de Rijksuniversiteit Groningen en de promotiecommissie moeten reageren op deze kritiek. Volgens Droog is de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Rijksuniversiteit Groningen zich aan het inlezen. Dat vraagt even tijd voordat die tot een oordeel komt. Tot die tijd moeten we nog geduld hebben.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieOnderzoek de zaak Ad van Liempt’ van Bart FM Droog op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelDe zaak Ad van Liempt; Samenvatting – deel 1 – Promotie tegen beter weten in op Droog Magazine, 9 augustus 2019. 

Misverstanden over de invloed van media bij homogeweld: ‘Ellie aan de verkeerde kant’ en Johan Derksen

Naar aanleiding van de aflevering van 29 juli 2019 van ‘Ellie aan de verkeerde kant’ (AVROTROS) van Ellie Lust is een debat op Twitter ontstaan. ‘Uitgescholden, bespuugd of zelfs zwaar mishandeld worden vanwege je geaardheid. Het is van alle tijden en ook anno 2019 worden LHTBI-ers in Nederland ermee geconfronteerd’ zegt de toelichting. Hierboven enkele reacties. Het is een debat tussen doven.

Kop-van-jut is programmamaker en voetbal-analist Johan Derksen. Lust spreekt hem aan op uitspraken van hem en zijn panelgenoten in het programma Veronica Inside (VI) van John de Mols Talpa. De mannen van VI zouden zich bezondigen aan homofobe grappen. Derksen meent dat homo’s van zich af moeten bijten en niet te zielig moeten doen. Hij karakteriseert de homoscene als ‘huilerig’ en vindt dat het in de slachtofferrol kruipt. Hij stelt expliciet dat dat zijn mening is. Derksen veroordeelt het geweld tegen homo’s.

Hoe kan een debat tussen mensen die homogeweld veroordelen zo ontsporen? Er is om te beginnen het misverstand over de invloed van de media dat door critici van Derksen als groot wordt ingeschat. De paradox is dat ze door hem aan te vallen zijn stem gewicht geven dat het niet heeft. Advocaat Sidney Smeets maakt het bont. Hij legt een direct verband tussen de homofobe grappen van mediapersoonlijkheden als Johan Derksen en het uitschelden op straat van homo’s. Smeets meent dat het eerste uit het laatste volgt omdat Derksen mede verantwoordelijk is voor de normalisering van geweld tegen homo’s door de grappen erover. Maar dat is een bewering uit het ongerede. Smeets heeft daarnaar geen onderzoek gedaan, is geen mediadeskundige en verwijst evenmin naar onderzoeken hierover. Het is onduidelijk vanuit welke expertise Smeets meent Derksen te kunnen veroordelen. Zo smoort de kritiek op Derksen in een welles-nietes discussie.

Het geschil valt te herleiden tot identiteitspolitiek. Wikipedia omschrijft dat zo: ‘Identiteitspolitiek is het bedrijven van politiek vanuit de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht’. Terwijl Derksen redeneert vanuit het standpunt van het individu die voor zichzelf opkomt, redeneren zijn critici vanuit het standpunt van de groep die aan het emanciperen is en in dat proces de eigen groepsidentiteit wil versterken. Maar identiteitspolitiek heeft een nadeel, namelijk dat leden van de groep zich afzonderen in hun -overigens gerechtvaardigde- strijd. Risico is dat hierdoor positieve krachten die feitelijk hetzelfde nastreven op twee sporen rijden, verdeeld raken en energie besteden aan onderling gekissebis. In de VS openbaart zich die kloof in de Democratische partij die zo verzwakt wordt.

Is er dan helemaal niks verkeerd aan de homofobe en transfobe grappen van Derksen en zijn voetbalmaatjes? Dat is een kwestie van smaak. Over een voorloper van VI die door RTL uitgezonden werd schreef ik in 2018: ‘Slechte humor is immers ook humor’. Het is het platte amusement van een commerciële omroep die draait om winst en kijkcijfers. De verontwaardiging over Derksens uitspraken is een valkuil omdat het een sociaal probleem van homogeweld verkeerd framet. Derksen is geen (mede)oorzaak van homogeweld zoals Smeets suggereert, maar een BN’er die er lol aan beleeft om dat verschijnsel te exploiteren. Meer is het niet.

Foto: Schermafbeelding van tweets met de hashtag ‘#ellieaandeverkeerdekant’, 29-30 juli 2019.