George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Overheidssubsidie

Jeanet Nijhof (PVV Hengelo): ‘Want als je ondernemer bent, moet je zelf je broek ophouden. Dat vind ik voor kunstenaars hetzelfde’

leave a comment »

Sommige politici zeggen dat de overheid een bedrijf is. Maar de overheid is geen bedrijf, kan geen bedrijf zijn en zal nooit een bedrijf zijn. Dezelfde politici zeggen soms ook dat kunstenaars ondernemer zijn. Zoals Jeanet Nijhof van de PVV Hengelo op een bijeenkomst (in hedendaags jargon: een meet up) over kunst en cultuur die plaatsvond op 8 maart 2019 in Diepenheim. RTV Oost organiseerde het en deed er verslag van.

Jeanet Nijhof dus. Ze zegt: ‘Ik denk dat de basis is dat je jezelf, dus ook de kunstenaars, zichzelf heel serieus moeten nemen. Wat meer business wise naar hun vak moeten gaan kijken. Want als je ondernemer bent, moet je inderdaad ook zelf je broek ophouden. Dat vind ik voor kunstenaars precies hetzelfde.

Jeanet Nijhof verwoordt een politieke mening die in het patroon van de rechtse partijen PVV, VVD, CDA en FvD past. Ze hebben het er altijd over wat kunst kost, nooit wat het oplevert en wat voor zinvolle functie het in de samenleving heeft. Deze partijen zijn selectief. Overheidssubsidies voor politieke partijen aanvaarden ze graag omdat ze weten dat een politicus geen ondernemer kan zijn. Overheidssubsidies of belastingfaciliteiten voor belangengroepen die hun achterban vormen, zoals landbouwers, bankiers of ondernemers strooien ze graag rond om die achterban aan zich te binden. En omdat ze weten dat boeren, bankiers of ondernemers niet altijd ondernemer kunnen zijn en ze soms hun tegenvallende oogst, conjuncturele tegenslag of bedrijfsrisico willen laten compenseren door de overheid. Die dan ook gelijk met tientallen miljarden euro’s te hulp schiet.

Kom daar eens om bij professionele kunstenaars. Die zichzelf en hun kunst heel serieus nemen. Ze worden door Jeanet Nijhof beschouwd als een type ondernemer dat zelfs in ondernemend Nederland niet bestaat. Dat hangt van overheidssubsidies aan elkaar.  Jeanet Nijhof probeert de kunstsector een model op te leggen dat elders in de samenleving in die onverdunde vorm niet bestaat. Jeanet Nijhof tekent een zuiver kapitalistisch systeem dat in het polderende, corporatieve Nederland nooit wortel heeft geschoten of ooit heeft bestaan.

Jeanet Nijhof denkt dat kunstenaars niet zakelijk naar hun professie kijken en geeft met haar sound bites te kennen dat ze geen idee heeft waarover ze praat. Zo wordt het nooit wat tussen kunstenaars en politici. Wederzijds respect ontbreekt. Dat is minder erg dan de sprookjes waar Jeanet Nijhof ons in wil laten geloven.

Foto: Still uit video met Jeanet Nijhof (PVV Hengelo) van RTV Oost in artikel ‘Kunst kost geen geld, het levert juist geld op!’ van RTV Oost, 9 maart 2019.

Advertenties

Nelle Boer denkt na over kunst binnen en buiten de kunstwereld

leave a comment »

Beeldend kunstenaar Nelle Boer heeft een prikkelende visie op de kunstwereld die hij via sociale media verspreidt. Boer zet met zijn maatschappijkritiek aan tot nadenken. Hij meent dat de overheid die de kaders van de kunstwereld met een getrapt model van financiering via de kunstinstellingen bepaalt ook de inhoud van de kunst bepaalt. Dat is een terechte observatie. Wie bepaalt betaalt, ook in de beeldende kunst.

Tegenover de kunstenaars die opereren binnen de kunstwereld zet hij de kunstenaars die opereren buiten de kunstwereld. Hij zegt tot de laatste categorie te behoren. Het valt te betwijfelen of die afbakening zo scherp is als hij het stelt. Feitelijk trekt Boer zelf ook al die conclusie in zijn afsluitende opmerking als hij zegt dat hij een weerwoord wil bieden en zich daarom wel binnen de kunstwereld moet begeven om gehoord te worden.

Want elk verstandig systeem heeft een niche waar de tegenkrachten zich manifesteren. Een overloop. Een gereguleerd ventiel. Kunstenaars buiten de kunstwereld houden zo het systeem in stand dat ze bekritiseren omdat ze maatschappijkritiek opvangen. Daarom doen ze ook dienst binnen de kunstwereld als een individu zonder stemrecht. De waarde van Boers beschouwing is dat hij het stelsel van de kunstwereld ter discussie stelt. Dat is niet zo onpartijdig en vanzelfsprekend als de machthebbers in politiek en kunstwereld beweren.

Het is een constructie die ingericht is om politieke doelen te dienen en tegen de macht aanleunt. De uitruil is volle vrijheid binnen kaders waarbuiten niet gekleurd mag worden. Kunst mag met mate schuren, maar niet de bestaande orde kapotscheuren. Kunst schept illusies en speelt zich niet af op het domein van de politiek of de filosofie. Die afbakening lijkt meer te morrelen aan Boers overdenking dan de afbakening die hij maakt tussen kunstenaars binnen en buiten de kunstwereld. Hoe dan ook zeer het nadenken waard. Wordt vervolgd.

Written by George Knight

21 januari 2019 at 12:35

V&A-directeur Tristram Hunt verdedigt stijgende prijzen voor museumtentoonstellingen. Wat zijn de valkuilen in z’n betoog?

leave a comment »

Een Britse museumdirecteur heeft het niet makkelijk. Neem oud-Labour politicus Tristram Hunt van het V&A in Londen die sinds 2010 de overheidssubsidie met 30% zag afnemen. De bezoekcijfers zijn gekelderd. Het gevolg daarvan is dat de toegangsprijs verhoogd moet worden. Een voorbeeld van die gestegen prijzen is dat voor een kaartje in het weekend voor de Monet tentoonstelling in de National Gallery in april 2018 £22 (€25) neergeteld moest worden, aldus een bericht in The Guardian. Sprekend op het Cheltenham literature festival vond Hunt niet dat de toegangsprijzen voor bijzondere museale presentaties buitensporig zijn gestegen.

Maar zijn redenering wordt er bedenkelijk op als hij de toegangsprijs voor een tentoonstelling vergelijkt met een bioscoop- of treinkaartje. Het wordt er nog bedenkelijker op als hij een vergelijking maakt met een seizoenskaart voor voetbal: ‘If people are willing to pay hundreds and hundreds of pounds on football season tickets then seeking to have a fair price for a work of great curatorial excellence does not seem to me wrong.’ Met zijn betoog plaatst Hunt het museum in de hoek van het evenement. Alsof een museum en kunst geen bijzondere functie hebben en inwisselbaar zijn met andere activiteiten en uitgaven van een bezoeker, zoals een trein-, bioscoop- of voetbalkaartje. Met zo’n instelling hebben musea geen vijanden meer nodig.

Wat Tristram Hunt zegt is ongetwijfeld uit nood geboren, pragmatisch ingegeven en mede bedoeld om de cultuurpolitiek van de zittende regering May aan te spreken. Het toont echter ook perfect aan hoe twee effecten elkaar versterken en negatief beïnvloeden. Het zijn de gevolgen van een terugtredende overheid én de vercommercialisering van beeldbepalende musea die zich met blockbusters op kosten jagen en steeds meer de trekken van bedrijven vertonen die via marketing de bezoekers binnen moeten halen. Hiermee begeven musea zich op het terrein van de amusementsindustrie waarbij het om amortisatie gaat, ofwel de relatie tussen investeringen, afschrijvingen en winstgevendheid. Hunts vergelijking met een bioscoopkaartje ligt daarom voor de hand omdat de filmindustrie al 100 jaar volgens dit principe werkt. Maar de valkuilen zijn groot en diep. Musea worden voor hun presentatie-poot steeds afhankelijker van investeringen in projecten en zullen in hun publieksbenadering moeten bieden wat het publiek eist. Marketing bepaalt dan de inhoud.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelV&A director defends rising exhibition prices; Tristram Hunt says museum is working on price models, and warns over arts in schools’ in The Guardian, 8 oktober 2018.

Vermenging van termen ‘cultuur’ en ‘kunst’ in beleidsstukken van overheden dient vaagheid en politieke ruimte. Hoe kan het anders?

leave a comment »

In beleidsstukken is ‘cultuur’ soms een ander woord voor ‘kunst’. Maar men weet nooit wanneer dat is. Hiermee introduceert het openbaar bestuur een vaagheid die ongetwijfeld zo bedoeld is. Hoe dat werkt maakt een Raadsinformatiebrief van 1 oktober 2018 van de gemeente Amersfoort duidelijk. Samenstellingen met het woord ‘cultuur’ zijn overvloedig aanwezig: cultureel regieprofiel, cultuurbeleid, cultuurbeleidsperiode, cultuurbestel, culturele infrastructuur, cultuurpact, cultuurvisie, culturele dynamiek, cultureel erfgoed, culturele instelling, culturele makers, cultuureducatie, cultuurlandschap, culturele partner een culturele veld. Het woord ‘kunst’ wordt eenmaal genoemd en dan nog op een indirecte manier in een opsomming: ‘Cultuurpacten met als doel ‘de samenwerking op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed te versterken’.

Als de overheid in een beleidsstuk over ‘cultuur’ praat is het onduidelijk wat ermee bedoeld wordt. Dat kan van alles zijn, inclusief kunst. Maar het wordt er lastig op als het cultuur zegt en velen denken dat ermee mede kunst bedoeld wordt. Zo wordt het container-begrip ‘cultuur’ door het openbaar bestuur gebruikt om kunst erin te laten verdwijnen. De logica is duidelijk. Kunst kan per definitie niet van bovenaf gereguleerd worden, zodat kunst in beleidsstukken die stap voor stap de kunst inperken niet thuishoort. Omdat kunst ook weer niet helemaal ongenoemd kan blijven gebruikt het openbaar bestuur het begrip ‘cultuur’ met de suggestie dat het kunst omvat zonder kunst de functie te hoeven gunnen die het voor zichzelf opeist.

De waarde van kunst is dat het zich grotendeels ontworsteld heeft aan de macht en weerstand biedt aan onderwerping. Het heeft voor de kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten. Enigszins vergelijkbaar met religie die een vergelijkbare maatschappelijke rol gegund wordt. Kunstenaars staan op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden in rituelen. Dat tekent tevens de paradox van kunst. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen.

Hoe zou het anders kunnen? Er is een Raad voor Cultuur die over kunst en de ‘culturele basisinfrastructuur’ adviseert gaat, maar toch geen Raad voor Kunst wordt genoemd. Zoals valt te begrijpen is de logica hiervoor dat kunst door de overheid slechts indirect gestuurd en ingeperkt kan worden via het woord ‘cultuur’ dat alles en niks betekent. Die bewuste verwatering van terminologie zorgt echter wel voor verwarring. Dat kan vermeden worden. Want waarom in een ‘Cultuurnota’ van een (lokale) overheid niet een verplicht hoofdstuk opgenomen over alle belangrijkste delen van de cultuur? Dan kunnen geïnteresseerden in religie, media, kunst, folklore, geschiedenis, taal, filosofie of wat dat per hoofdstuk nalezen. Dan hoeven ze niet meer de vaagheid en begripsverwarring van de begrippen kunst en cultuur te ontwarren alsof het een zoekplaatje is dat door een beleidsambtenaar in elkaar is gezet om de verschillen te verhullen. In het hoofdstuk ‘kunst’ zal dan per definitie niet gestuurd en ingeperkt worden, maar de vrijheid gloriëren via algemeen, generiek beleid.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen van de Raadsinformatiebrief 2018-081 van wethouder F. Koser Kaya aan de gemeenteraad van Amersfoort, 1 oktober 2018.

Vragen bij investering van Brabant C in project Doloris in Tilburg

with 2 comments

Er is in Tilburg in de Spoorzone een interessant project in de maak dat in 2019 opent: Doloris. Hoe het gaat worden maakt een filmpje op YouTube van een voorloper van dit project duidelijk: Peristal Singum dat in 2010 in Berlijn opende. Initiatiefnemer hiervan was de Duitse Tim Henrik Schneider die volgens zijn LinkedIn-profiel meer een culturele ondernemer en uitvoerend kunstenaar dan een autonoom kunstenaar lijkt te zijn.

Alle projectplannen en bijzonderheden over Doloris dat hier ‘Surrealistisch Doolhof’ wordt genoemd zijn in diverse documenten te lezen op de site van subsidiegever Brabant C. De aankeiler liegt er niet om en geeft aan waar de focus ligt: ‘Uniek leisureconcept met hoogwaardig artistieke insteek’ (sic). Op een oppervlakte van 350 vierkante meter worden aan de Spoorlaan 21 40 ervaringskamers opgetrokken. Het project draait dus om de ervaring van de bezoeker. Een restaurant en rooftopbar zijn voorzien. Op een totale begroting van € 1,54 miljoen investeert Brabant C € 385.000, te weten 25% van de totale begroting.

Het project dat afwisselend Peristal of Doloris wordt genoemd, wordt gepresenteerd als kunstproject. Maar vooralsnog lijkt dat meer marketing dan werkelijkheid van zowel de initiatiefnemers als de subsidieverlener. In haar advies van januari 2018 zegt Brabant C: ‘De bouw start in 2018 en vanaf 2022 moet Peristal een gevestigde naam zijn als nieuwe speler op de Europese leisure markt, opererend in een markt met partijen als escape rooms, Amsterdam Dungeon en Efteling.’ en ‘Toch wordt de onduidelijkheid die bij de commissie leeft over de uiteindelijk te realiseren culturele kwaliteit van het project in aanvraag en pitch nog niet weggenomen. Ze vindt het artistieke concept nog te weinig tot uitdrukking komen in de plannen. Er is onduidelijkheid over de aard en artistieke ruimte van ieders bijdrage. Ook lijkt de gepresenteerde maquette eerder als voorbeeld te dienen dan als schets voor het te bouwen labyrint. Dit geeft het plan artistiek een te weinig uitgewerkt beeld om zonder meer tot een positief oordeel te kunnen komen over de culturele kwaliteit van Peristal.

Dit project én de investering van € 385.000 (€ 225.000 gift, € 60.000 garantiesubsidie, € 100.000 lening) door Brabant C roepen de vraag op wat een ‘kunstproject’ is en of Doloris/Peristal wel aan de voorwaarden daarvan voldoet. Dat valt te betwijfelen. Want het risico bestaat dat door de kwantitatieve weging door Brabant C dat projecten toetst aan de hand van normen als ‘cultuursysteem van de provincie Noord-Brabant’, ‘ondernemerschap’, ‘bijdrage aan de vrijetijdseconomie van de provincie Noord-Brabant’ en ‘draagvlak in de Brabantse samenleving’ de kunst uit zicht verdwijnt. Want heeft kunst niet als belangrijkste functies om te ontregelen, aan te scherpen en essentiële vragen over onszelf en onze samenleving te stellen?

Het valt te vrezen dat bij Doloris/Peristal kunst een halffabricaat is dat andere doelen dient. Of dat de beleving van de bezoeker, de ondersteuning van culturele ondernemers, de culturele infrastructuur van de provincie Noord-Brabant of de gebiedsontwikkeling van de Spoorzone is. Eerder het omgekeerde lijkt aan de orde te zijn. Namelijk dat het ‘kunstproject’ niet aanzet tot nadenken en aanscherpen, maar tot amuseren en afleiden volgens de normen van de vrijetijdseconomie. Anders gezegd, commerciële organisaties als escape rooms, Amsterdam Dungeon en Efteling krijgen geen overheidssubsidie, laat staan kunstsubsidie. Wat is het verschil?

Waarom Doloris/Peristal een ‘kunstproject’ genoemd kan worden is een vraag die tot nu toe onvoldoende beantwoord is. Het antwoord op de vraag is ook het antwoord op de vraag of Brabant C wel op de goede koers zit met de ondersteuning van projecten die erg ver verwijderd zijn van de functies waarvoor kunst is bedoeld.

Foto 1: Schermafbeelding van een deel van de site van het project Doloris in Tilburg dat gepland staat van 2019 tot 2022.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van de inleiding op het projectplan ‘Surrealistisch Doolhof’ van Brabant C door aanvrager ‘Peristal Tilburg’, 2018.

Diversiteit kunst afdwingen met overheidssubsidie gaat ten koste van de kunst en vergroot de macht van grote culturele instellingen

with 2 comments

Op 22 augustus verscheen een opinie-artikel in NRC over diversiteit in de kunst dat geschreven was door zeven bestuurders van culturele instellingen. Het had de prikkelende en polemische titel ‘Diversiteit kunst dwingen wij vanaf nu af met subsidie’. Het heeft veel kritiek gekregen, onder meer van Kate Sinha en Stefan Ruitenbeek van Kirac die hun opinie ertegenover zetten op de rechtse nieuwssite TPO. Kirac heeft gelijk als het zegt: ‘(..) nu deze zeven ambtenaarsfiguren beloven dat zij voortaan in hun queeste naar diversiteit aan iedere ‘valse noot in de discussie’ voorbij zullen gaan. Zij ondermijnen daarmee met één klein gebaar alles wat subsidiecultuur democratisch en vooruitstrevend maakt. Het is namelijk niet de ambtenaar die bepaalt wat vals is en wat niet. Het is de kunstenaar die de valse noot een plek geeft in zijn werk, die haar laat zien voor wat zij is, en haar betekenis geeft in het grotere geheel.’ Zowel het opinie-artikel als reacties erop bevestigen jammergenoeg het beeld dat kunst een linkse hobby is in handen van een linkse bestuurdersklasse.

De zeven cultuurbobo’s overschatten hun eigen opinie en onderschatten de gevoeligheid van het onderwerp dat ze aankaarten. Ze vermengen twee aspecten die niet te vermengen zijn en spelen een rol die ze niet zouden moeten spelen. Ze gebruiken het streven naar diversiteit als legitimatie voor overheidssubsidie en bereiken mogelijk het omgekeerde van wat ze beogen. Door het te politiseren vergroten ze het risico – in het huidige politieke klimaat dat vijandig staat tegenover kunst – dat het draagvlak voor overheidssubsidie nog verder afneemt. Maar ze zeggen dat het verlenen van overheidssubsidie legitimatie kan geven aan diversiteit. Dat is prima als ze dat binnen hun eigen organisatie doen, maar ze gaan hun rol als bestuurders te buiten als ze hiermee (cultuur)politiek menen te kunnen bedrijven. Ze gaan niet over de verdeling van overheidsgeld en zijn er slechts de ontvangers of herverdelers van. Dat is daarenboven een ongewenste vermenging van functies. Het is een raadsel waarom ze meenden deze opinie op te moeten schrijven en te publiceren.

De zeven cultuurbobo’s spelen het opzichtig en eendimensionaal over de band van de overheidssubsidie. Ze zitten gevangen achter de muren van hun eigen visie op de cultuurpolitiek en willen die anderen opleggen. Zoals gezegd, kunnen ze ermee de weerstand tegen overheidssubsidie voor kunst vergroten. Hun lobby oogt te zichtbaar als lobby en verliest daardoor aan zeggingskracht. Hun betoog is te ambtelijk en leunt eenzijdig op de macht van maakbaarheid en overheid, de disciplinering van kunstenaars via subsidiepolitiek en de institutionalisering van de culturele infrastructuur die alle desorganisatie, anarchie en vrije ruimte sterk wil terugdringen. Deze opinie die ongetwijfeld uit goede bedoelingen voortkomt schiet hierdoor zijn doel voorbij.

Kritiek op deze opinie wil zeker niet zeggen dat hiermee diversiteit in de kunst afgewezen wordt. Integendeel, diversiteit in de kunst is gewenst en moet vergroot worden. Maar of het model van de overheidssubsidie en geïnstitutionaliseerde kunst daar de juiste instrumenten voor zijn valt te betwijfelen. Evenmin betekent deze kritiek dat het belang van overheidssubsidie gekleineerd wordt of als linkse hobby wordt gezien. Duizend bloemen kunnen het beste van onderop bloeien. Om niet te zeggen welig tieren op wilde plekken. Een groei die vanaf bovenaan wordt ‘ondernomen’ is kunstmatig, mist organische noodzaak, gaat de richting op van overheidskunst en grenst aan zelfoverschatting van de overheid of van degenen die zich in de plaats van de overheid stellen. Kunst die van boven (aan)gestuurd wordt houdt op kunst te zijn die per definitie ‘uit de toon’, tegenstrijdig en dwars is. Diversiteit moet niet direct, maar indirect gestimuleerd worden. Door beter onderwijs, maatschappelijke bewustwording en vooral een andere basisinfrastructuur van de culturele sector waar kleinere en middelgrote initiatieven beter gewaardeerd en gefinancierd worden dan nu het geval is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDiversiteit kunst dwingen wij vanaf nu af met subsidie’ van Henriëtte Post, Andrée van Es, Birgit Donker, Doreen Boonekamp, Jan Jaap Knol, Tiziano Perez en Syb Groeneveld in NRC, 22 augustus 2018.

MO* presenteert het secularisme als een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen. Past daarbij overheidssubsidie?

leave a comment »

Deze titel van een artikel van Samira Bendadi in het Vlaamse digitale magazine MO* op het gebied van ontwikkelingssamenwerking vraagt om een krachtige reactie. De titel waarvoor niet de auteur maar de eindredactie verantwoordelijk is valt op te vatten als kwaadaardig en onzinnig. De titel roept de vraag op waar de naïviteit en goedgelovigheid van MO* eindigen en waar de stemmingmakerij en kortzichtigheid beginnen. De titel is journalistiek onzorgvuldig omdat het een uitspraak  tussen aanhalingstekens zet en zo suggereert dat het om een citaat gaat, terwijl de uitspraak noch door auteur Samira Bendadi noch door Nadia Fadil zijn gedaan. De titel is ontsproten aan de fantasie van de eindredactie van MO*. Ik roep het Belgisch Federale en het Vlaamse Parlement op om hun subsidie aan MO* te heroverwegen. Mijn reactie op de FB-pagina van MO*:

De titel ‘Secularisme is een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen’ is om twee redenen een onbegrijpelijke en fout gekozen titel. Ten eerste zegt Samira Bendadi in het artikel over Nadia Fadil: ‘Ze stelt daarin vast dat het discours over secularisme vandaag een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen vormt’. De nuancering die de eindredactie van MO mist is dat niet het secularisme, maar het debat over het secularisme een uitsluitingsmechanisme vormt. Ofwel, het debat over het secularisme wordt door deelnemers aan het publieke debat om politieke redenen gekaapt. Dit houdt echter niet in dat het secularisme een uitsluitingsmechanisme vormt. Bendadi stipt aan en onderbouwt de stellingname die ze aan Fadil toeschrijft overigens niet, zodat het moeilijk te controleren valt hoe laatstgenoemde het precies bedoelt.

Ten tweede blijkt uit deze titel een totaal onbegrip en gebrek aan kennis van de eindredactie van MO over wat secularisme is. Het secularisme is een politieke filosofie die met de garantie van de nationale overheid en met verwijzing naar de rechtsstaat religies en levensovertuigingen een gelijkwaardige plek in de samenleving biedt. Zonder voorkeurs- en achterstandsposities.

De eindredactie van MO vat het secularisme blijkbaar op als een anti-religieus of anti-minderheden instrument dat door rechts wordt gebruikt om die etnische minderheden en de maatschappelijke diversiteit te dwarsbomen. Zo’n titel is geen toeval en komt niet uit de lucht vallen. Zo’n foute titel groeit op de ondergrond van een sluimerend cultureel bewustzijn. Het is een onzinnig standpunt dat het secularisme een uitsluitingsmechanisme is. De titel is slecht doordacht, tendentieus en stemmingmakerij tegen het secularisme. Dit geeft zeer te denken over het intellectuele gehalte van MO.

Dit wringt des te meer omdat het secularisme juist het omgekeerde beoogt van wat MO in de titel suggereert. Het secularisme sluit niet uit, maar sluit juist in. Het secularisme beschermt minderheden die zich in kleinere organisaties rond religies of levensovertuigingen verenigen en neemt deze in bescherming door hun de garantie van een gelijke plek te geven. Het secularisme beschermt minderheden tegen de meerderheid.

In praktijk gaat deze gelijkstelling en emancipatie van minderheden ten koste van de voorkeurspositie van de maatschappelijk en politieke machtigste religies of levensovertuigingen. In België is dat de rooms-katholieke zuil. In Nederland het protestantisme. De reflex van deze religieuze organisaties die hun in eeuwen opgebouwde voorkeurspositie bedreigd zien is defensief en bedoeld om de afbraak van hun voorkeurspositie te vertragen. In hun publicitaire en politiek uitingen schilderen deze nationale religieuze organisaties het secularisme ten onrechte af als anti-religieus. Hiermee zaaien ze bewust verwarring door de politieke filosofie van het secularisme in een kwaad daglicht te stellen om de eerlijke uitvoering ervan te dwarsbomen.

De titel die zo vijandig tegenover het secularisme staat roept vragen op over het karakter van MO. Waar staat het voor en wat beoogt het? MO is naar eigen zeggen een initiatief van Wereldmediahuis en krijgt financiering door subsidies van onder meer de federale en Vlaamse overheid uit overheidsfondsen voor ontwikkelingssamenwerking. MO zegtonafhankelijk’ en ‘niet verbonden aan een politieke partij, zuil of strekking’ te zijn. Dat is de theorie.

Het is de vraag of in praktijk de pretentie van een blik op de wereld met ‘een open geest‘ en ‘zonder vooroordelen’ waargemaakt wordt door redacteuren van MO die in ogenschijnlijke behoefte om radicaal-rechts te corrigeren doorschieten naar de kritiekloze presentatie van radicaal-linkse standpunten. Gastauteurs die vanuit een islamitische agenda redeneren en eveneens een religieus perspectief hebben wordt alle ruimte geboden. Zo wordt het secularisme opgeofferd in een schijntegenstelling tussen gesloten rechts en de pluriforme openheid die bij nader inzien net zo eng begrensd en gesloten is als rechts. Terwijl rechts nog het voordeel heeft dat het zich niet anders voordoet dan het is en overloopt van morele pretenties.

Zijn de redacteuren van MO echt bevrijd en vrij van geest of hangen zij collectief of voor een deel cultureel nog in een niet volledig verwerkt verleden dat hun geest gevangen houdt? Zodat ze niet vrij kunnen denken. MO zegt over voorlichting en emancipatie van de Vlaamse bevolking over ontwikkelingssamenwerking te gaan, maar lijkt iets fundamenteels vergeten. Namelijk de eigen emancipatie. Dit geeft te denken over de ware identiteit van MO. Hoe kan een journalistiek medium beweren anderen te willen voorlichten als het naar het zich laat aanzien zelf onvoldoende is voorgelicht?

De tendentieuze titel waarachter een bedenkelijke en geborneerde denkwereld schuilgaat vraagt om kamervragen in het Federale en het Vlaamse Parlement van politieke partijen over de subsidie aan MO. Waarom overheidssubsidie verlenen aan een medium dat blijkbaar zo vijandig staat tegenover het secularisme en bij wie de journalistieke zorgvuldigheid ver te zoeken is?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSecularisme is een van de krachtigste uitsluitingsmechanismen’ van Samira Bendadi in MO*, 24 maart 2018.