George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Nieuwsuur

Reacties op de schietpartij in Christchurch van Trump én NOS was ondermaats

with 3 comments

De reactie op een tragische gebeurtenis kan onthullend zijn. Neem de schietpartij in een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch waarbij 49 moskeebezoekers om het leven kwamen. Waarschijnlijk allen moslims. De dader is een Australische witte nationalist die zich op het beleid van president Trump beroepen heeft.

Juist daarom was de reactie van Trump van belang en werd ernaar uitgekeken. Maar net als de tragische gebeurtenis in Charlottesville waarbij een linkse demonstrant om het leven kwam liet de president na het witte nationalisme ondubbelzinnig te veroordelen. Door er zelfs een tirade (‘rant’) voor zijn achterban over immigratie van te maken, probeerde hij van de dader een slachtoffer te maken. De zoveelste gemiste kans op moreel leiderschap van Trump en de zoveelste kniebuiging voor zijn electorale en politieke marketing.

Niet heel veel beter was de opstelling van de NOS in de journaals en in het programma Nieuwsuur. Het reduceerde de schietpartij tot het slachtofferschap van Nederlandse moslims. Ze werden in de hoek gestopt van een minderheidsgroep die klappen ontvangt. Dat zou nog enige logica hebben als Nederlandse kerkgangers op dezelfde manier wordt gevraagd om te reageren op de reeks aanslagen op kerken met vele slachtoffers in Egypte, Pakistan, Indonesië, de Phillipijnen, Turkije of het Midden Oosten. Maar dat gebeurt niet. Het is ook niet zo zinvol omdat de situatie van Nederlandse christenen of moslims te veel verschillen kent met de situatie van hun geloofsgenoten in die uiteenlopende landen.

Kortom, de reactie van Trump op de schietpartij in de moskee van Christchurch was dat hij het slachtofferschap van de slachtoffers ontkende evenals het witte nationalisme dat tot de daad leidde en de politieke ‘rechtvaardiging’ ervan was. De reactie van de NOS erop was dat het de gebeurtenis terugbracht tot slachtofferschap van (Nederlandse) moslims en zo een buitenlands tot een binnenlands onderwerp maakte met talloze incongruenties. Ook met onvoldoende aandacht voor de achtergrond van de dader. Trump en de NOS spanden op hun uiteenlopende manier emoties en identiteitspolitiek voor hun karretje om hun punt te maken. Als ze al denken zo succesvol politiek of journalistiek te kunnen scoren. De waarheid ligt in het midden.

Advertenties

Is de politiek bereid om instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ serieus te overwegen?

with 6 comments

Mijn reactie bij het item ‘Musea balen: kunst Koninklijk Huis gaat naar veiling’ op het YouTube-kanaal van Nieuwsuur. Het is trouwens een kwestie van perspectief of deze titel juist is. Want de vermeende verkoper van de kunst, te weten prinses Christina is wel lid van de koninklijke familie, maar sinds 1975 niet meer van het koninklijk huis. Als dit kunstbezit echter wordt beredeneerd vanuit de logica dat het door overerving niet doorgegeven is aan diverse leden van de koninklijke familie, maar nog steeds als langdurige bruikleen wordt beheerd door het koninklijk huis, dan is de titel wel juist:

De samenleving dient actie te ondernemen om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van de kunst die in het bezit van leden van de Nederlandse koninklijke familie is. Nu bestaat daarover vaagheid. Door een (kunst)historische en juridische inventarisatie kan gereconstrueerd worden hoe de verwerving is verlopen. Bijvoorbeeld in de 19de eeuw ten tijde van Koning Willem II toen kunstwerken werden betaald vanuit de staatskas, maar in het bezit van de koninklijke familie kwamen. Door overerving is de duidelijkheid over de herkomst verder vertroebeld. De met steun van de staat verworven werken dienen teruggeven te worden aan de Nederlandse staat.  Zo kunnen rechtmatig en onrechtmatig bezit onderscheiden worden. Als het koninklijk huis hieraan meewerkt, dan kan het het eigen draagvlak versterken. Door deze kwestie dreigt die sterk onder druk te worden gezet.

Ik pleit voor het instellen van een Restitutiecommissie. Vergelijking met nazi-roofkunst uit voornamelijk Joods kunstbezit dringt zit op. Een Restitutiecommissie werd daartoe in 1997 opgericht om te adviseren over de rechtmatigheid van claims. Nodig is een op een dezelfde wijze werkzame Restitutiecommissie over het kunstbezit van de koninklijke familie. De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat.

Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd. Hopelijk durft een nieuwe generatie politici die zich bekommert om Nederlands kunstbezit door te pakken om een weeffout te herstellen van met staatsgeld aangekochte kunst die in een privécollectie is verdwenen.

Het probleem is dat de politieke partijen niet durven in te gaan tegen het koninklijk huis. Daar wijst ook de reactie op van premier Rutte die vandaag in het openbaar het voornemen van de koninklijke familie steunt om kunst uit het Nederlands kunstbezit te verkopen. Waaronder de genoemde tekening van Rubens. Rutte meent dat de Oranjes dit juridisch mogen doen omdat verkoop een privézaak zou zijn. Maar dit is nog maar helemaal de vraag die juist onderzocht dient te worden. En nooit systematisch is onderzocht. Want zolang er onduidelijkheden over de herkomst van bepaalde werken bestaat is het de vraag of het in alle gevallen een privézaak betreft, of een zaak van algemeen belang.

In elk geval gaat het hier om een ethische kwestie zoals politiek commentator van RTL Nieuws Frits Wester aangeeft: ‘Maar de vraag is gerechtvaardigd of de Oranjes, een door de belastingbetaler zwaar gesubsidieerd instituut, niet de morele plicht hebben om nationaal erfgoed dat zij bezitten eerst aan Nederlandse musea moeten aanbieden. En volgens mij moet het antwoord op die vraag volmondig ja zijn.’

Kortom, twee zaken zijn nodig. Voor de korte termijn opschorting van verkoop omdat hoogwaardige kunstobjecten uit de collectie van de Nederlandse koninklijke familie naar het buitenland dreigen te verdwijnen. Dat is ongewenst. Voor de langere termijn de instelling van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ die onderzoekt en adviseert welke kunstwerken die nu in het bezit van de koninklijke familie zijn vanwege ontbrekende rechtmatigheid teruggeven dienen te worden aan de Nederlandse staat.

Overheid moet voorlichtingscampagne starten om orthodoxe gelovigen te bevrijden van de vrees dat hun geloof niet vrij is

with 6 comments

In dit verslag van Nieuwsuur over de orthodoxie van christelijk Nederland verbaasde ik me over een uitspraak van een orthodox-protestante gelovige. Zij zegt (na 3’10’’): ‘Hoe lang mogen wij nog in vrijheid naar de kerk gaan?’ Waar haalt ze de angst vandaan en door wie wordt haar dit aangepraat? Nieuwsuur geeft deze uitspraak onvoldoende context. Het helpt er voor het begrip van de positie en het perspectief van orthodoxe christenen niet aan mee als Nieuwsuur nalaat om een passende context te bieden. Zonder commentaar en nuancering geeft het een onvolledig en foutief beeld van het secularisme door. Het verslag volgt het perspectief van de angstige vrouw die denkt dat het secularisme of een seculiere samenleving vijandig staan tegenover godsdienst. Dat is onjuist, want het secularisme is niet pro- of anti-religieus. Nieuwsuur houdt de vooroordelen van deze orthodoxe christenen echter in de lucht doordat ze die niet direct weerspreekt.

Journalistiek mag signaleren, maar dient foute beweringen stante pede te corrigeren in een commentaar waarbij een en ander met elkaar in direct verband staan. Het valt Nieuwsuur te verwijten dat het waarnemend en te indirect verslag doet zonder toe te lichten dat de vrees van de vrouw ongegrond is en niet gebaseerd is op de werking van de vrijheid van godsdienst, de grondwet, de rechtsstaat en de uitvoering ervan. De kritiek op Nieuwsuur gaat niet zozeer om een verkeerde inhoud, maar om een verkeerd gekozen vorm en toon.

Het verslag toont aan dat de orthodoxe dominee en de gelovigen intolerant zijn tegenover andersdenkenden voor wie de hoop wordt ingeruimd dat ze zich ooit naar hun geloof, bijbel en God zullen voegen. Zo ontstaat in dit verslag indirect toch een verklaring over de uitspraak van de vrouw die zich bevreesd afvraagt hoelang ze nog in vrijheid naar de kerk kan gaan. Het is haar projectie door spiegeling. Want wat ze een ander zou willen opleggen als haar orthodoxe christendom de macht had, denkt ze nu dat haar door de huidige macht wordt opgelegd. Maar dat is onjuist. Want de politieke filosofie van het secularisme is overkoepelend en biedt in gelijke mate ruimte voor alle godsdiensten en levensovertuigingen. Dat de vrouw dit voor waar houdt en uitspreekt lijkt een gevolg van orthodox-protestante kerkpolitiek die de weerstand preekt. Gelovigen worden om begrijpelijke redenen door hun kerkleiders vrees aangejaagd voor de wereld buiten de eigen kerk. Zodat ze niet afdwalen, maar in de kudde blijven, en zich radicaal en streng opstellen tegenover de buitenwereld.

De defensieve houding van kerken is begrijpelijk vanwege de ontkerkelijking. Het vandaag gepubliceerde rapportChristenen in Nederland: kerkelijke deelname en christelijke gelovigheid’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) maakt duidelijk dat per saldo jaarlijks zo’n 100.000 gelovigen de kerken verlaten. SCP-onderzoeker Joep de Hart zegt er tegen de NOS over: ‘Mensen die zich betrokken voelen bij een vorm van christendom zijn inmiddels een kleine minderheid onder de Nederlandse bevolking aan het worden’. De Hart zegt ook: ‘Maar ontkerkelijking is een gegeven waarmee kerkleiders al decennia lang vertrouwd zijn. Kerken worden leger en grijzer. En niemand heeft eigenlijk een oplossing bij de hand.’ Het valt te verwachten dat de ontkerkelijking doorgaat, maar het tempo van teruggang kan afvlakken. In zo’n krimpende religieuze sector waarin kerken onder druk staan en voor hun voortbestaan vrezen is het van belang dat aan gelovigen door overheid en media goed uitgelegd wordt in welke nieuwe situatie hun religieuze organisaties functioneren.

Het is de verantwoordelijkheid van kerkleiders vanwege het aspect van psychische gezondheid om de eigen gelovigen geen onnodige vrees aan te jagen, maar goed te informeren dat ze onder bescherming van de nationale rechtsstaat niks te vrezen hebben voor hun geloofsvrijheid of die van de kerk waar ze lid van zijn.

De overheid zou hierover in overleg met de koepels van de verschillende christelijke geloofsstromingen moeten treden. Waarbij de overheid nogmaals uitlegt wat het secularisme of een seculiere samenleving inhouden en dat die niet vijandig staat tegenover godsdienst, maar de krimpende kerken die allen een kleine minderheid vormen juist bescherming biedt tegen dominante stromingen. De overheid kan orthodoxe christelijke organisaties die volharden in hun defensieve houding omdat ze niet leven in het heden (maar óf in een ver, glorieus verleden óf in een toekomstige eindtijd die verlossing brengt) niet dwingen om de gelovigen behoorlijk en toereikend te informeren. Maar met een overheidscampagne over ontkerkelijking, het afnemend belang van godsdienst, de grondwet en de vrijheid van godsdienst, en de uitleg van wat het secularisme inhoudt kunnen gelovigen rechtstreeks benaderd worden. Het wegnemen van de angst niet in vrijheid naar de kerk te kunnen gaan is goed voor de relatie tussen diverse groeperingen in de samenleving en voor de geestelijke gezondheid van gelovigen die binnen orthodoxe kerkelijke organisaties vrees wordt aangejaagd.

Nederlands kabinet geeft voorkeur aan handelsbelangen boven de bestrijding van de radicale islam. In Algerije is dat anders

with 4 comments

Wie het Frans of Arabisch niet verstaat, kan toch uit de beelden afleiden wat er aan de hand is. De Algerijnse minister van Religieuze Zaken en Waqf  Mohamed Aïssa verklaart de oorlog aan het Saoedische Wahabisme en het islamitisch fundamentalisme. Islamitische geestelijken omringen hem. Aïssa meent onder verwijzing naar de Saoedische islamgeleerde Sheik Ibn El-Otheimine (1929-2001) dat hedendaagse salafisten niet de ware betekenis hanteren. Salafisme zou een verwijzing zijn naar het pad dat de profeet, zijn volgelingen en voorgangers volgden, maar hieruit zou niets afgeleid kunnen worden over het persoonlijke pad van moslims voor nu: ‘Echter, salafiya adopteren als een persoonlijk pad en het gebruiken van andere moslims met een tegengestelde mening, of sterker nog als een partizanenpad, is volledig in tegenspraak met salafiya zelf’. Dit gaat om de interpretatie en beeldvorming van het salafisme en wie erover het laatste woord kan claimen.

Of het klopt wat Aïssa zegt is niet de kern. Het gaat erom dat een Algerijnse minister het met stilzwijgende instemming van islamitische geestelijken nodig acht om zich tegen de fundamentalistische islam uit Saoedi-Arabië te keren en hij denkt die met eigen wapens te kunnen bestrijden. Dit geeft aan dat de stromingenstrijd in de (Soennitische) islam in een nieuwe fase is beland. De radicale islam wordt de voet dwarsgezet.

Dit staat in schril contrast met de conclusie van RTLZ-journalist Roderick Veelo. In een commentaar hekelt hij de lakse opstelling van de Nederlandse regering over de import van de radicale islam uit Saoedi-Arabië. Achtereenvolgende kabinetten met onder meer VVD, PvdA, CDA en D66  zouden dat jarenlang vanwege handelsbelangen hebben verzwegen of zelfs ontkend. Door onderzoeksjournalistiek van Nieuwsuur en NRC en tegen de zin van het kabinet in is de financiering van radicale moskeeën alsnog naar buiten gekomen. Veelo concludeert: ‘De situatie is absurd: we hebben de handen vol aan het deradicaliseren van jonge moslims en tegelijkertijd houdt de overheid er een geheime achteringang op na voor de radicale islam. Die geheime afspraken zijn ondraaglijk. Net als de wegkijkers, de langslapers en de lakse bestuurders die de samenleving opzadelen met de import van nog meer religieuze intolerantie.’ In landen als Algerije wordt de urgentie beseft van het terugdringen van de radicale islam omdat het een strijd om de macht is. Maar de Nederlandse regering daartegenover beseft die urgentie niet en maakt die ondergeschikt aan het eigen handelsbelang.

Nasleep van een commentaar over Café Weltschmerz. Met Hubert Smeets en Cees Hamelink. Stan van Houcke slaat wild om zich heen

with 2 comments

Op 1 februari 2018 plaatste ik het commentaarDe gevaarlijke onzin van Café Weltschmerz over de massamedia. Pretentie en morele hoogdravendheid van Van Houcke en Hamelink’ in reactie op een interview op het YouTube-kanaal Café Weltschmerz dat getiteld was ‘De gevaarlijke onzin van de massamedia; Stan van Houcke en Cees Hamelink’. Dat commentaar plaatste ik ook op YouTube en Stan van Houcke reageerde er weer op. Kortom, de aanleiding was in de kern een politiek verschil van mening van een politiek onderwerp. Precies waarvoor een publiek debat bedoeld is: uitwisselen van argumenten. Op de details ga ik hieronder in.

Het gaat over een interessant onderwerp dat me al jarenlang na aan het hart ligt en waarover uiteenlopende posities zijn in te nemen. Namelijk de kwaliteit van de westerse massamedia en in het verlengde daarvan de bejegening in het Westen van het bewind van de Russische president Vladimir Putin. Over de economisering van westerse media zijn harde kritische noten te kraken wat Cees Hamelink in zekere zin ook doet. Dit soort maatschappijkritiek is niet nieuw en blijft nodig. Maar het gaat erom of dat op een open manier gebeurt die de verwachting van het vinden van de waarheid in zich draagt of vanuit een gesloten wereldbeeld met de luiken dicht dat die zoektocht per definitie inperkt en daarom ook minder veelzeggend en valide maakt.

Zo staat in de anonieme toelichting bij genoemde video: ‘Daarnaast nemen de mainstream media elkaars gekakel voornamelijk over. Het maakt niet uit welke krant of tv programma je informeert maar je krijgt steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin.’ Dat is normatief en gekleurd. Dat gebrek aan onderscheidingsvermogen viel me als te kort door de bocht op en was een reden voor mijn commentaar. Het is onjuist dat westerse massamedia ‘steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin’ geven. Dat gaat voorbij aan de diversiteit van westerse massamedia die weliswaar overeenkomsten hebben omdat ze volgens identieke (markt)mechanismen opereren, maar ook operationele en redactionele verschillen kennen. Die framing lijkt dan ook niet zozeer te gaan om het vinden van een verklaring, maar om het geven van misleiding. Framing door Café Weltschmerz is op zijn beurt weer de framing van het interview met Hamelink.

Stan van Houcke stelde in zijn reactie dat mijn interventie te maken zou hebben met het feit dat ik een vriend van Hubert Smeets was. ‘That says it all’, voegt hij toe. Hamelink en Van Houcke beginnen hun interview met kritiek op enkele uit de context gelichte uitspraken van Smeets. Het pleit voor Hamelink dat hij die kritiek later in het gesprek relativeert. Het probleem is alleen dat ik geen vriend van Smeets ben, hem niet ken en nooit gesproken of ontmoet heb. Daarop reageerde van Houcke weer met de opmerking dat Smeets en ik ‘vrienden’ op Facebook zijn. Dat bedoelde hij dus, zonder dat te expliciteren. Van Houcke voegde er nog aan toe als een digitale detective dat hij er een foto van gemaakt had, ‘zodat het weinig zin heeft om het portret snel te verwijderen’. Waarom ik dat zou doen is me een raadsel. Dat mensen bevriend zijn op Facebook is naar mijn mening niet onderscheidend. Het betekent ook geenszins dat mensen identiek over een kwestie denken, hooguit dat ze een identieke belangstelling voor een onderwerp hebben waar ze elkaar in vinden. In dit geval dan Rusland en Oekraïne, zonder dat dat dus noodzakelijkerwijze tot gelijkschakelde opinies leidt. In elk geval heb ik Smeets’ ideeën hieromtrent niet scherp en weet ik niet in hoeverre ze afwijken van mijn opinies.

Van Houcke reageerde nogmaals door te zeggen dat ik de Russen haat. Waar hij dat op baseert is een raadsel omdat het onjuist is en ik zoiets nooit heb gezegd of voor mijn rekening zou willen nemen. Dat accent op afkomst en ras is juist waar Café Weltschmerz en de rechts- nationalisten van Forum van Democratie het patent op hebben, ik me niet mee associeer en niets mee te maken wil hebben. Zo ontspoort een debat bij een video op het YouTube-kanaal van Café Weltschmerz. Waar het om gaat wordt bij elke reactie onduidelijker. Van Houcke lijkt niet te willen overtuigen met argumenten, maar het vooral te doen om verwarring te zaaien. Dat vind ik jammer omdat ik met hem graag een debat aan de hand van de feiten wil aangaan. Mijn reactie:

U begeeft zich op een Mission Impossible en slaat wild om uw heen. Des te harder omdat u geen argumenten hebt en u die daarom maar uit uw verbeelding laat ontspruiten. U maakt zich hiermee in mijn ogen tamelijk belachelijk. Wat u zegt zegt vooral iets over uzelf.

U maakt een denkfout door te suggereren dat ik de Russen haat. Of dat ik Rusland zou haten. Los nog van het feit wat Hubert Smeets daarover zou denken en wat ik daar in hemelsnaam mee te maken heb. Ik haat de Russen niet en heb dat nooit ergens gezegd of zal dat ergens zeggen. Want het is niet zo.

Het is juist andersom. Ik haat de Russen of Rusland niet, maar wel het huidige bewind van Putin dat de Russen gijzelt, de nationale rijkdommen verkwanselt, geen rechtsstaat of democratie opbouwt en de Russen onderhorig en afhankelijk maakt. Ik hoop juist dat het de Russen en de niet-Russische inwoners van de Russische Federatie goed gaat en ze in de nabije toekomst hun land terug kunnen veroveren op de autocratie.

De passage over de Tweede Wereldoorlog en de procentuele schade van verschillende volkeren en staten is gebaseerd op onderzoek van historicus Timothy Snyder. Het is een vaststaand feit dat Oekraïne (Soviet Ukraine) relatief meer geleden heeft dan andere delen van de voormalige Soviet-Unie. Oekraïne was het doel van Hitlers veroveringsoorlog naar het Oosten, heeft in die oorlog meer geleden dan elk ander land inclusief Duitsland, kende relatief en absoluut meer gesneuvelde militairen die in het Rode Leger tegen de Wehrmacht vochten (meer dan andere Sovjet-republieken of Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS gecombineerd), en was niet nationalistischer of collaboreerde meer met het Derde Rijk dan andere landen.

Ik betwijfel of u een open debat wenst dat argumenteert aan de hand van de feiten. Mij lijkt dat de enige zinvolle benadering. U gaat ‘journalistiek’ de fout in als u de zogenaamde weerlegging van SU citeert uit een post op Sargasso en nalaat om vervolgens mijn antwoord aan SU te citeren. Daaruit blijkt dat het u niet om de feiten of het vinden van een historische waarheid te doen is. Dat antwoord luidt: ‘Ik zeg helemaal niet dat alleen inwoners van de door de Duitsers bezette gebieden deel uitmaakten van het Rode Leger. Ik zeg dat de Oekraïners naar verhouding meer hebben geleden dan inwoners van Sovjet-republieken die niet of niet geheel door de Duitsers werden bezet. Dat omvat dan militairen en burgerbevolking samen. Van alle Oekraïners overleefde zo’n 16% de oorlog niet. Op Wit-Rusland na dat nog meer in de frontlinie lag het hoogste percentage van slachtoffers binnen de Sovjet-Unie. Polen is als niet Sovjet-staat weer een ander verhaal.’ SU heeft hierop niet meer gereageerd.

Ik verbaas me erover dat wat gewone basale historische kennis is over de Duitse vernietigingsoorlog tijdens 1941-1945 u opvoert als een aberratie of een teveel aan sentiment. Als uw manier van opereren het verdacht maken van vaststaande feiten is, dan is dat uw keuze, maar het wordt er wel lastig op voor het publieke debat als u hiermee een normale uitwisseling van argumenten blokkeert en mij verdacht probeert te maken op valse gronden. Het wordt er zelfs potsierlijk op als u zich ook nog eens beroepsmatig als ‘journalist’ presenteert, terwijl uw gedrag daarmee in tegenspraak is. U lijkt nog steeds niet door te hebben dat u uzelf meer beschadigt, dan degene die u probeert aan te spreken. Stan van Houcke, u bent uw eigen collateral damage.

Foto: Schermafbeelding uit interview van Stan van Houcke met Cees Hamelink voor Café Weltschmerz, gepubliceerd op 30 januari 2018.

De gevaarlijke onzin van Café Weltschmerz over de massamedia. Pretentie en morele hoogdravendheid van Van Houcke en Hamelink

with 6 comments

Het begin van goede journalistiek begint met het geven van de context. Maar dat doen beide heren niet voor Café Weltschmerz. Ze geven niet de volledige context van het interview met Hubert Smeets. Opdat de kijker zelf kan oordelen. Dat de kijker zelf oordeelt aan de hand van de basale feiten lijkt nou ook weer niet de bedoeling van Hamelink en Van Houcke. Media-educatie is niet hun doel, ze richten liever hun pijlen op de vertegenwoordigers van wat ze zien als de establishment media.

Hamelink en Van Houcke proberen aan de hand van de in hun ogen bedenkelijk of lichtzinnige uitspraken Smeets vast te pinnen, maar om dat te kunnen aantonen voor hun bewijsvoering bedienen ze zich zelf van een bedenkelijke en lichtzinnige methode.

Hamelink en Van Houcke pretenderen aan metakritiek van de media te doen, terwijl Smeets in het voorbeeld een doorsnee analyse van een politiek, Russisch onderwerp geeft. Feitelijk ligt daardoor de lat voor de metakritiek van Hamelink hoger dan voor Smeets. Hamelink zou extra zorgvuldig moeten zijn met de context van zijn kritiek, maar is dit niet. Zo schieten Hamelink en Van Houcke met hun selectiviteit niet zozeer in de voet van Smeets, Nieuwsuur of de establishment media, maar vooral in hun eigen voet.

De analyse van Cees Hamelink schiet niet alleen tekort volgens de normen waarmee hij Smeets probeert te beoordelen, maar is ook nog eens ontzettend pretentieus en moreel hoogdravend. De vraag waarom beide heren niet gewoon met hun voeten op de grond blijven roept dit interview op. Wat het toevoegt aan de mediakritiek of -educatie valt niet makkelijk te beantwoorden.

De toelichting bij deze video, waarvan het onduidelijk is wie daarvoor verantwoordelijk is, bevat aantoonbare onzin als het zegt: ‘Het maakt niet uit welke krant of tv programma je informeert maar je krijgt steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin.’ Dat is een normatieve mening die niet alleen te ongenuanceerd en te onzorgvuldig is, maar ook nog eens bewust een te simpel en te eendimensionaal beeld geeft van de westerse massamedia.

Het is namelijk onjuist dat de westerse media of de in het Westen beschikbare media identieke verwarde verhalen over de Russische Federatie, Putin of het Kremlin geven. Dat is onjuist en gaat voorbij aan de werking van de journalistiek die veelgelaagd, divers en zeer verschillend van kwaliteit, middelen en ambitie is.

Het is nogal een reductie van de werkelijkheid om te beweren dat de Russische correspondenten van Reuters, Bloomberg, de BBC, The Guardian, Meduza of de Russische oppositionele media die met gedetailleerde kennis ter plekke verslag doen ‘steevast met verwarde verhalen’ over Rusland en Putin komen. Het kan zijn dat de Trump- of Kremlin-gezinde media die nieuws in de doofpot willen houden dit zeggen, maar daarmee is het nog geen werkelijkheid.

Het is eerder omgekeerd: Café Weltschmerz maakt geen onderscheid tussen goede en slechte journalistiek en komt zelf met verwarde verhalen over de stand van zaken van de huidige journalistiek. Café Weltschmerz scheert de journalistiek en media onterecht over één kam en verliest daarmee het vermogen om te onderscheiden, en te verklaren aan de hand van de feiten. Café Weltschmerz pretendeert door het geven van ‘objectieve’ mediakritiek aan de ‘goede’ kant van de journalistiek te staan, maar maakt dat niet waar. Café Weltschmerz doet met Hamelink en Van Houcke aan politiek activisme en niet aan mediakritiek. De pretentie van Hamelink en Van Houcke maakt het onverteerbaar.

De kruisstelling van Luuk van Middelaar over Oekraïne

with one comment

Doorgaans kan ik me goed vinden in de observaties van Luuk van Middelaar in zijn column in NRC. Net als de andere NRC-columnist Caroline de Gruyter representeert hij een gematigde pro-Europese koers. Overigens geen wonder, want vanaf 2009 werkte Van Middelaar in het kabinet van de Belg Herman Van Rompuy, tot 2014 de eerste voorzitter van de Europese raad van regeringsleiders. Maar in zijn column ‘Geen centimeter oostwaarts’ van 12 januari kan ik me om verschillende redenen niet vinden. Ik zal uitleggen waarom dat is.

Van Middelaar neemt als uitgangspunt de levering door de Amerikaanse regering van de draagbare antitank-raket Javelin aan Oekraïne. Ermee kunnen moderne tanks worden uitgeschakeld. In een recent bericht van 17 januari zegt de Amerikaanse ambassadeur in Oekraïne Marie Jovanovic dat de VS de wapens gratis zal leveren. Jovanovic zegt echter ook dat de details nog niet uitgewerkt zijn en het congres geïnformeerd moet worden. Maar dat is geen probleem omdat de Senaat al op 18 september 2017 met een meerderheid van 89 tegen 9 stemmen instemde met de levering van wapens aan Oekraïne ter waarde van 500 miljoen dollar. Senator John McCain was hier de afgelopen jaren één van de pleitbezorgers van.

Ambassadeur Jovanovic, senator McCain en andere voorstanders van levering van deze zogenaamde letale wapens aan Oekraïne benadrukken keer op keer dat de Javelin antitank-raketten defensieve wapens zijn die het Oekraïense leger de mogelijkheid geven om zich te verdedigen tegen het hybride leger van Russische reguliere militairen en zogenaamde separatisten dat sinds 2014 delen van Oost-Oekraïne bezet houdt. Het idee is dat de Javelin geen escalatie van de Russisch-Oekraïense oorlog inhoudt, maar juist het tegendeel. Levering van antitank-wapens trekt de strijd gelijk en zorgt voor deëscalatie. Naar verluidt omvatte het hybride Russische leger in de Donbas in 2017 bijna 700 tanks, meer dan het Oekraïense of het Duitse leger.

Van Middelaar redeneert omgekeerd en denkt dat de levering van de Javelin voor escalatie zorgt: ‘Maar als Washington een tandje bij steekt, zal ook Moskou beter materiaal sturen. Dan kan het conflict dat sinds 2014 al 10.000 slachtoffers vergde, uitgroeien tot Amerikaans-Russische war by proxy op Europese bodem.’ Dit is theoretisch mogelijk, maar vindt geen onderbouwing in de praktijk. Uit bronnen blijkt dat het Kremlin al in 2014 haar modernste materiaal naar Oost-Oekraïne stuurde. Onder meer om deze oorlog als proeftuin te gebruiken en nieuwe wapens te testen. Sinds 2014 is de kloof van de vuurkracht van het leger van Oekraïne met dat van de Russische Federatie aanzienlijk vergroot. Oekraïne moest sinds de vlucht van president Viktor Janoekovitsj en de Maidan-opstand in 2014 haar leger met behulp van westerse partners (VS, Canada, Polen, Tsjechië, Kroatië, Turkije) praktisch opnieuw opbouwen vanwege materiaalgebrek, onderbesteding, corruptie, slechte commandostructuur en Russische ondermijning tot op het hoogste niveau van dat leger.

Van Middelaar doet ook de Amerikaanse politieke praktijk geweld aan als hij zegt: ‘Washington raakt steeds verder in de greep van anti-Russische retoriek. Van de Republikeinen wekt het geen verwondering. Maar ook de Democraten zijn sinds de nederlaag van Hillary Clinton tegen Trump volledig door Poetin geobsedeerd.’ Door het te etiketteren als ‘anti-Russische retoriek’ suggereert Van Middelaar dat kritiek op het Kremlin loos en bombastisch is, en geen aangrijpingspunten in de werkelijkheid vindt. Hij gaat voorbij aan de inmenging van het Kremlin in de presidentsverkiezingen van 2016 dat het establishment in Washington uit balans heeft gebracht. Des te meer omdat de Russische inmenging tot op de dag van vandaag doorgaat en de regering-Trump in haar eerste regeringsjaar geen enkel beleidsprogramma of zelfs maar vergadering hieraan heeft willen wijden. Het is dan ook onjuist dat de Republikeinen in de greep van anti-Russische retoriek zijn. Eerder het omgekeerde is waar: de regering Trump en de leidende Republikeinen in het congres die Trump steunen zijn in de greep van pro-Russische retoriek. Veelzeggend zijn opiniepeilingen over de Republikeinse achterban die door de pro-Russische politiek van Trump en de Republikeinse meerderheidsleiders in Huis en Senaat in twee jaar sinds 2015 een omslag van 20% in het denken over president Putin gemaakt hebben.

Het is de vraag hoe Van Middelaar die daar niet vaak op te betrappen valt in dit geval tot zijn verkeerde inschatting van de feiten komt. Mogelijk geeft de volgende zin dat aan: ‘ook de pro-Russische separatisten doen geen concessies als Poetin ze niet dwingt’. Van Middelaar lijkt niet echt te begrijpen hoe door en door het Kremlin in de bezette gebieden van Oost-Oekraïne aan de touwtjes trekt en de Russische geheime dienst de operatie leidt. Warlords die zich tegen de sturing vanuit het Kremlin verzetten zijn de afgelopen jaren stuk voor stuk door de Russische geheime dienst uit de weg geruimd. De oorlog kan uitsluitend voortduren door de levering van militair materiaal, munitie en personeel vanuit de Russische Federatie. Dit alles houdt niet in dat Putin op dit moment zijn macht niet wil inzetten om Minsk-II af te dwingen, maar dat hij zijn macht juist heel specifiek inzet om de uitvoering van Minsk-II te blokkeren. Overigens doet Kiev niet veel anders, maar het heeft in de bezette gebieden uiteraard niet dezelfde krachtige machtspositie die Putin daar heeft.

Van Middelaar besluit zijn in mijn ogen niet overtuigende column met het aanstippen van de afspraken op het hoogste politieke niveau over de uitbreiding van de NAVO. Hij suggereert met de titel ‘Geen centimeter oostwaarts’ dat westerse leiders in de jaren 1990-1991 aan de leiding van de toenmalige Sovjet-Unie wellicht niet naar de letter (in een verdrag), maar wel naar de geest (via informele afspraken) hebben beloofd om de NAVO niet verder dan de toenmalige DDR oostwaarts uit te breiden. Dat staat haaks op zijn opvatting tussen de regels door van geopolitiek die de geest van Realpolitik boven de letter van internationale verdragen en soevereiniteit van staten stelt. Macht boven recht. Zo resteert de kruisstelling van gelegenheidsdenkers als Van Middelaar of Jaap de Hoop Scheffer. In het opinie-artikelDe NAVO brak zijn woord aan Rusland niet’ verwijst Hubert Smeets de theorie dat westerse leiders hun beloften zouden hebben gebroken naar het rijk der fabelen. Niet de Sovjet-Unie of de Russische Federatie zijn bedrogen door het Westen, maar opinie-leiders als Luuk van Middelaar laten zich om de tuin leiden door Russische retoriek die het verleden verkeerd voorstelt. Hun mening weerklinkt zelfs met een valse echo tot in Washington en op het slagveld in Oost-Oekraïne.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGeen centimeter oostwaarts’ van Luuk van Middelaar in NRC, 12 januari 2018.