George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Nieuwsuur

Nederlands kabinet geeft voorkeur aan handelsbelangen boven de bestrijding van de radicale islam. In Algerije is dat anders

with 4 comments

Wie het Frans of Arabisch niet verstaat, kan toch uit de beelden afleiden wat er aan de hand is. De Algerijnse minister van Religieuze Zaken en Waqf  Mohamed Aïssa verklaart de oorlog aan het Saoedische Wahabisme en het islamitisch fundamentalisme. Islamitische geestelijken omringen hem. Aïssa meent onder verwijzing naar de Saoedische islamgeleerde Sheik Ibn El-Otheimine (1929-2001) dat hedendaagse salafisten niet de ware betekenis hanteren. Salafisme zou een verwijzing zijn naar het pad dat de profeet, zijn volgelingen en voorgangers volgden, maar hieruit zou niets afgeleid kunnen worden over het persoonlijke pad van moslims voor nu: ‘Echter, salafiya adopteren als een persoonlijk pad en het gebruiken van andere moslims met een tegengestelde mening, of sterker nog als een partizanenpad, is volledig in tegenspraak met salafiya zelf’. Dit gaat om de interpretatie en beeldvorming van het salafisme en wie erover het laatste woord kan claimen.

Of het klopt wat Aïssa zegt is niet de kern. Het gaat erom dat een Algerijnse minister het met stilzwijgende instemming van islamitische geestelijken nodig acht om zich tegen de fundamentalistische islam uit Saoedi-Arabië te keren en hij denkt die met eigen wapens te kunnen bestrijden. Dit geeft aan dat de stromingenstrijd in de (Soennitische) islam in een nieuwe fase is beland. De radicale islam wordt de voet dwarsgezet.

Dit staat in schril contrast met de conclusie van RTLZ-journalist Roderick Veelo. In een commentaar hekelt hij de lakse opstelling van de Nederlandse regering over de import van de radicale islam uit Saoedi-Arabië. Achtereenvolgende kabinetten met onder meer VVD, PvdA, CDA en D66  zouden dat jarenlang vanwege handelsbelangen hebben verzwegen of zelfs ontkend. Door onderzoeksjournalistiek van Nieuwsuur en NRC en tegen de zin van het kabinet in is de financiering van radicale moskeeën alsnog naar buiten gekomen. Veelo concludeert: ‘De situatie is absurd: we hebben de handen vol aan het deradicaliseren van jonge moslims en tegelijkertijd houdt de overheid er een geheime achteringang op na voor de radicale islam. Die geheime afspraken zijn ondraaglijk. Net als de wegkijkers, de langslapers en de lakse bestuurders die de samenleving opzadelen met de import van nog meer religieuze intolerantie.’ In landen als Algerije wordt de urgentie beseft van het terugdringen van de radicale islam omdat het een strijd om de macht is. Maar de Nederlandse regering daartegenover beseft die urgentie niet en maakt die ondergeschikt aan het eigen handelsbelang.

Advertenties

Nasleep van een commentaar over Café Weltschmerz. Met Hubert Smeets en Cees Hamelink. Stan van Houcke slaat wild om zich heen

with 2 comments

Op 1 februari 2018 plaatste ik het commentaarDe gevaarlijke onzin van Café Weltschmerz over de massamedia. Pretentie en morele hoogdravendheid van Van Houcke en Hamelink’ in reactie op een interview op het YouTube-kanaal Café Weltschmerz dat getiteld was ‘De gevaarlijke onzin van de massamedia; Stan van Houcke en Cees Hamelink’. Dat commentaar plaatste ik ook op YouTube en Stan van Houcke reageerde er weer op. Kortom, de aanleiding was in de kern een politiek verschil van mening van een politiek onderwerp. Precies waarvoor een publiek debat bedoeld is: uitwisselen van argumenten. Op de details ga ik hieronder in.

Het gaat over een interessant onderwerp dat me al jarenlang na aan het hart ligt en waarover uiteenlopende posities zijn in te nemen. Namelijk de kwaliteit van de westerse massamedia en in het verlengde daarvan de bejegening in het Westen van het bewind van de Russische president Vladimir Putin. Over de economisering van westerse media zijn harde kritische noten te kraken wat Cees Hamelink in zekere zin ook doet. Dit soort maatschappijkritiek is niet nieuw en blijft nodig. Maar het gaat erom of dat op een open manier gebeurt die de verwachting van het vinden van de waarheid in zich draagt of vanuit een gesloten wereldbeeld met de luiken dicht dat die zoektocht per definitie inperkt en daarom ook minder veelzeggend en valide maakt.

Zo staat in de anonieme toelichting bij genoemde video: ‘Daarnaast nemen de mainstream media elkaars gekakel voornamelijk over. Het maakt niet uit welke krant of tv programma je informeert maar je krijgt steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin.’ Dat is normatief en gekleurd. Dat gebrek aan onderscheidingsvermogen viel me als te kort door de bocht op en was een reden voor mijn commentaar. Het is onjuist dat westerse massamedia ‘steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin’ geven. Dat gaat voorbij aan de diversiteit van westerse massamedia die weliswaar overeenkomsten hebben omdat ze volgens identieke (markt)mechanismen opereren, maar ook operationele en redactionele verschillen kennen. Die framing lijkt dan ook niet zozeer te gaan om het vinden van een verklaring, maar om het geven van misleiding. Framing door Café Weltschmerz is op zijn beurt weer de framing van het interview met Hamelink.

Stan van Houcke stelde in zijn reactie dat mijn interventie te maken zou hebben met het feit dat ik een vriend van Hubert Smeets was. ‘That says it all’, voegt hij toe. Hamelink en Van Houcke beginnen hun interview met kritiek op enkele uit de context gelichte uitspraken van Smeets. Het pleit voor Hamelink dat hij die kritiek later in het gesprek relativeert. Het probleem is alleen dat ik geen vriend van Smeets ben, hem niet ken en nooit gesproken of ontmoet heb. Daarop reageerde van Houcke weer met de opmerking dat Smeets en ik ‘vrienden’ op Facebook zijn. Dat bedoelde hij dus, zonder dat te expliciteren. Van Houcke voegde er nog aan toe als een digitale detective dat hij er een foto van gemaakt had, ‘zodat het weinig zin heeft om het portret snel te verwijderen’. Waarom ik dat zou doen is me een raadsel. Dat mensen bevriend zijn op Facebook is naar mijn mening niet onderscheidend. Het betekent ook geenszins dat mensen identiek over een kwestie denken, hooguit dat ze een identieke belangstelling voor een onderwerp hebben waar ze elkaar in vinden. In dit geval dan Rusland en Oekraïne, zonder dat dat dus noodzakelijkerwijze tot gelijkschakelde opinies leidt. In elk geval heb ik Smeets’ ideeën hieromtrent niet scherp en weet ik niet in hoeverre ze afwijken van mijn opinies.

Van Houcke reageerde nogmaals door te zeggen dat ik de Russen haat. Waar hij dat op baseert is een raadsel omdat het onjuist is en ik zoiets nooit heb gezegd of voor mijn rekening zou willen nemen. Dat accent op afkomst en ras is juist waar Café Weltschmerz en de rechts- nationalisten van Forum van Democratie het patent op hebben, ik me niet mee associeer en niets mee te maken wil hebben. Zo ontspoort een debat bij een video op het YouTube-kanaal van Café Weltschmerz. Waar het om gaat wordt bij elke reactie onduidelijker. Van Houcke lijkt niet te willen overtuigen met argumenten, maar het vooral te doen om verwarring te zaaien. Dat vind ik jammer omdat ik met hem graag een debat aan de hand van de feiten wil aangaan. Mijn reactie:

U begeeft zich op een Mission Impossible en slaat wild om uw heen. Des te harder omdat u geen argumenten hebt en u die daarom maar uit uw verbeelding laat ontspruiten. U maakt zich hiermee in mijn ogen tamelijk belachelijk. Wat u zegt zegt vooral iets over uzelf.

U maakt een denkfout door te suggereren dat ik de Russen haat. Of dat ik Rusland zou haten. Los nog van het feit wat Hubert Smeets daarover zou denken en wat ik daar in hemelsnaam mee te maken heb. Ik haat de Russen niet en heb dat nooit ergens gezegd of zal dat ergens zeggen. Want het is niet zo.

Het is juist andersom. Ik haat de Russen of Rusland niet, maar wel het huidige bewind van Putin dat de Russen gijzelt, de nationale rijkdommen verkwanselt, geen rechtsstaat of democratie opbouwt en de Russen onderhorig en afhankelijk maakt. Ik hoop juist dat het de Russen en de niet-Russische inwoners van de Russische Federatie goed gaat en ze in de nabije toekomst hun land terug kunnen veroveren op de autocratie.

De passage over de Tweede Wereldoorlog en de procentuele schade van verschillende volkeren en staten is gebaseerd op onderzoek van historicus Timothy Snyder. Het is een vaststaand feit dat Oekraïne (Soviet Ukraine) relatief meer geleden heeft dan andere delen van de voormalige Soviet-Unie. Oekraïne was het doel van Hitlers veroveringsoorlog naar het Oosten, heeft in die oorlog meer geleden dan elk ander land inclusief Duitsland, kende relatief en absoluut meer gesneuvelde militairen die in het Rode Leger tegen de Wehrmacht vochten (meer dan andere Sovjet-republieken of Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS gecombineerd), en was niet nationalistischer of collaboreerde meer met het Derde Rijk dan andere landen.

Ik betwijfel of u een open debat wenst dat argumenteert aan de hand van de feiten. Mij lijkt dat de enige zinvolle benadering. U gaat ‘journalistiek’ de fout in als u de zogenaamde weerlegging van SU citeert uit een post op Sargasso en nalaat om vervolgens mijn antwoord aan SU te citeren. Daaruit blijkt dat het u niet om de feiten of het vinden van een historische waarheid te doen is. Dat antwoord luidt: ‘Ik zeg helemaal niet dat alleen inwoners van de door de Duitsers bezette gebieden deel uitmaakten van het Rode Leger. Ik zeg dat de Oekraïners naar verhouding meer hebben geleden dan inwoners van Sovjet-republieken die niet of niet geheel door de Duitsers werden bezet. Dat omvat dan militairen en burgerbevolking samen. Van alle Oekraïners overleefde zo’n 16% de oorlog niet. Op Wit-Rusland na dat nog meer in de frontlinie lag het hoogste percentage van slachtoffers binnen de Sovjet-Unie. Polen is als niet Sovjet-staat weer een ander verhaal.’ SU heeft hierop niet meer gereageerd.

Ik verbaas me erover dat wat gewone basale historische kennis is over de Duitse vernietigingsoorlog tijdens 1941-1945 u opvoert als een aberratie of een teveel aan sentiment. Als uw manier van opereren het verdacht maken van vaststaande feiten is, dan is dat uw keuze, maar het wordt er wel lastig op voor het publieke debat als u hiermee een normale uitwisseling van argumenten blokkeert en mij verdacht probeert te maken op valse gronden. Het wordt er zelfs potsierlijk op als u zich ook nog eens beroepsmatig als ‘journalist’ presenteert, terwijl uw gedrag daarmee in tegenspraak is. U lijkt nog steeds niet door te hebben dat u uzelf meer beschadigt, dan degene die u probeert aan te spreken. Stan van Houcke, u bent uw eigen collateral damage.

Foto: Schermafbeelding uit interview van Stan van Houcke met Cees Hamelink voor Café Weltschmerz, gepubliceerd op 30 januari 2018.

De gevaarlijke onzin van Café Weltschmerz over de massamedia. Pretentie en morele hoogdravendheid van Van Houcke en Hamelink

with 6 comments

Het begin van goede journalistiek begint met het geven van de context. Maar dat doen beide heren niet voor Café Weltschmerz. Ze geven niet de volledige context van het interview met Hubert Smeets. Opdat de kijker zelf kan oordelen. Dat de kijker zelf oordeelt aan de hand van de basale feiten lijkt nou ook weer niet de bedoeling van Hamelink en Van Houcke. Media-educatie is niet hun doel, ze richten liever hun pijlen op de vertegenwoordigers van wat ze zien als de establishment media.

Hamelink en Van Houcke proberen aan de hand van de in hun ogen bedenkelijk of lichtzinnige uitspraken Smeets vast te pinnen, maar om dat te kunnen aantonen voor hun bewijsvoering bedienen ze zich zelf van een bedenkelijke en lichtzinnige methode.

Hamelink en Van Houcke pretenderen aan metakritiek van de media te doen, terwijl Smeets in het voorbeeld een doorsnee analyse van een politiek, Russisch onderwerp geeft. Feitelijk ligt daardoor de lat voor de metakritiek van Hamelink hoger dan voor Smeets. Hamelink zou extra zorgvuldig moeten zijn met de context van zijn kritiek, maar is dit niet. Zo schieten Hamelink en Van Houcke met hun selectiviteit niet zozeer in de voet van Smeets, Nieuwsuur of de establishment media, maar vooral in hun eigen voet.

De analyse van Cees Hamelink schiet niet alleen tekort volgens de normen waarmee hij Smeets probeert te beoordelen, maar is ook nog eens ontzettend pretentieus en moreel hoogdravend. De vraag waarom beide heren niet gewoon met hun voeten op de grond blijven roept dit interview op. Wat het toevoegt aan de mediakritiek of -educatie valt niet makkelijk te beantwoorden.

De toelichting bij deze video, waarvan het onduidelijk is wie daarvoor verantwoordelijk is, bevat aantoonbare onzin als het zegt: ‘Het maakt niet uit welke krant of tv programma je informeert maar je krijgt steevast dezelfde verwarde verhalen over Rusland en/of Poetin.’ Dat is een normatieve mening die niet alleen te ongenuanceerd en te onzorgvuldig is, maar ook nog eens bewust een te simpel en te eendimensionaal beeld geeft van de westerse massamedia.

Het is namelijk onjuist dat de westerse media of de in het Westen beschikbare media identieke verwarde verhalen over de Russische Federatie, Putin of het Kremlin geven. Dat is onjuist en gaat voorbij aan de werking van de journalistiek die veelgelaagd, divers en zeer verschillend van kwaliteit, middelen en ambitie is.

Het is nogal een reductie van de werkelijkheid om te beweren dat de Russische correspondenten van Reuters, Bloomberg, de BBC, The Guardian, Meduza of de Russische oppositionele media die met gedetailleerde kennis ter plekke verslag doen ‘steevast met verwarde verhalen’ over Rusland en Putin komen. Het kan zijn dat de Trump- of Kremlin-gezinde media die nieuws in de doofpot willen houden dit zeggen, maar daarmee is het nog geen werkelijkheid.

Het is eerder omgekeerd: Café Weltschmerz maakt geen onderscheid tussen goede en slechte journalistiek en komt zelf met verwarde verhalen over de stand van zaken van de huidige journalistiek. Café Weltschmerz scheert de journalistiek en media onterecht over één kam en verliest daarmee het vermogen om te onderscheiden, en te verklaren aan de hand van de feiten. Café Weltschmerz pretendeert door het geven van ‘objectieve’ mediakritiek aan de ‘goede’ kant van de journalistiek te staan, maar maakt dat niet waar. Café Weltschmerz doet met Hamelink en Van Houcke aan politiek activisme en niet aan mediakritiek. De pretentie van Hamelink en Van Houcke maakt het onverteerbaar.

De kruisstelling van Luuk van Middelaar over Oekraïne

with one comment

Doorgaans kan ik me goed vinden in de observaties van Luuk van Middelaar in zijn column in NRC. Net als de andere NRC-columnist Caroline de Gruyter representeert hij een gematigde pro-Europese koers. Overigens geen wonder, want vanaf 2009 werkte Van Middelaar in het kabinet van de Belg Herman Van Rompuy, tot 2014 de eerste voorzitter van de Europese raad van regeringsleiders. Maar in zijn column ‘Geen centimeter oostwaarts’ van 12 januari kan ik me om verschillende redenen niet vinden. Ik zal uitleggen waarom dat is.

Van Middelaar neemt als uitgangspunt de levering door de Amerikaanse regering van de draagbare antitank-raket Javelin aan Oekraïne. Ermee kunnen moderne tanks worden uitgeschakeld. In een recent bericht van 17 januari zegt de Amerikaanse ambassadeur in Oekraïne Marie Jovanovic dat de VS de wapens gratis zal leveren. Jovanovic zegt echter ook dat de details nog niet uitgewerkt zijn en het congres geïnformeerd moet worden. Maar dat is geen probleem omdat de Senaat al op 18 september 2017 met een meerderheid van 89 tegen 9 stemmen instemde met de levering van wapens aan Oekraïne ter waarde van 500 miljoen dollar. Senator John McCain was hier de afgelopen jaren één van de pleitbezorgers van.

Ambassadeur Jovanovic, senator McCain en andere voorstanders van levering van deze zogenaamde letale wapens aan Oekraïne benadrukken keer op keer dat de Javelin antitank-raketten defensieve wapens zijn die het Oekraïense leger de mogelijkheid geven om zich te verdedigen tegen het hybride leger van Russische reguliere militairen en zogenaamde separatisten dat sinds 2014 delen van Oost-Oekraïne bezet houdt. Het idee is dat de Javelin geen escalatie van de Russisch-Oekraïense oorlog inhoudt, maar juist het tegendeel. Levering van antitank-wapens trekt de strijd gelijk en zorgt voor deëscalatie. Naar verluidt omvatte het hybride Russische leger in de Donbas in 2017 bijna 700 tanks, meer dan het Oekraïense of het Duitse leger.

Van Middelaar redeneert omgekeerd en denkt dat de levering van de Javelin voor escalatie zorgt: ‘Maar als Washington een tandje bij steekt, zal ook Moskou beter materiaal sturen. Dan kan het conflict dat sinds 2014 al 10.000 slachtoffers vergde, uitgroeien tot Amerikaans-Russische war by proxy op Europese bodem.’ Dit is theoretisch mogelijk, maar vindt geen onderbouwing in de praktijk. Uit bronnen blijkt dat het Kremlin al in 2014 haar modernste materiaal naar Oost-Oekraïne stuurde. Onder meer om deze oorlog als proeftuin te gebruiken en nieuwe wapens te testen. Sinds 2014 is de kloof van de vuurkracht van het leger van Oekraïne met dat van de Russische Federatie aanzienlijk vergroot. Oekraïne moest sinds de vlucht van president Viktor Janoekovitsj en de Maidan-opstand in 2014 haar leger met behulp van westerse partners (VS, Canada, Polen, Tsjechië, Kroatië, Turkije) praktisch opnieuw opbouwen vanwege materiaalgebrek, onderbesteding, corruptie, slechte commandostructuur en Russische ondermijning tot op het hoogste niveau van dat leger.

Van Middelaar doet ook de Amerikaanse politieke praktijk geweld aan als hij zegt: ‘Washington raakt steeds verder in de greep van anti-Russische retoriek. Van de Republikeinen wekt het geen verwondering. Maar ook de Democraten zijn sinds de nederlaag van Hillary Clinton tegen Trump volledig door Poetin geobsedeerd.’ Door het te etiketteren als ‘anti-Russische retoriek’ suggereert Van Middelaar dat kritiek op het Kremlin loos en bombastisch is, en geen aangrijpingspunten in de werkelijkheid vindt. Hij gaat voorbij aan de inmenging van het Kremlin in de presidentsverkiezingen van 2016 dat het establishment in Washington uit balans heeft gebracht. Des te meer omdat de Russische inmenging tot op de dag van vandaag doorgaat en de regering-Trump in haar eerste regeringsjaar geen enkel beleidsprogramma of zelfs maar vergadering hieraan heeft willen wijden. Het is dan ook onjuist dat de Republikeinen in de greep van anti-Russische retoriek zijn. Eerder het omgekeerde is waar: de regering Trump en de leidende Republikeinen in het congres die Trump steunen zijn in de greep van pro-Russische retoriek. Veelzeggend zijn opiniepeilingen over de Republikeinse achterban die door de pro-Russische politiek van Trump en de Republikeinse meerderheidsleiders in Huis en Senaat in twee jaar sinds 2015 een omslag van 20% in het denken over president Putin gemaakt hebben.

Het is de vraag hoe Van Middelaar die daar niet vaak op te betrappen valt in dit geval tot zijn verkeerde inschatting van de feiten komt. Mogelijk geeft de volgende zin dat aan: ‘ook de pro-Russische separatisten doen geen concessies als Poetin ze niet dwingt’. Van Middelaar lijkt niet echt te begrijpen hoe door en door het Kremlin in de bezette gebieden van Oost-Oekraïne aan de touwtjes trekt en de Russische geheime dienst de operatie leidt. Warlords die zich tegen de sturing vanuit het Kremlin verzetten zijn de afgelopen jaren stuk voor stuk door de Russische geheime dienst uit de weg geruimd. De oorlog kan uitsluitend voortduren door de levering van militair materiaal, munitie en personeel vanuit de Russische Federatie. Dit alles houdt niet in dat Putin op dit moment zijn macht niet wil inzetten om Minsk-II af te dwingen, maar dat hij zijn macht juist heel specifiek inzet om de uitvoering van Minsk-II te blokkeren. Overigens doet Kiev niet veel anders, maar het heeft in de bezette gebieden uiteraard niet dezelfde krachtige machtspositie die Putin daar heeft.

Van Middelaar besluit zijn in mijn ogen niet overtuigende column met het aanstippen van de afspraken op het hoogste politieke niveau over de uitbreiding van de NAVO. Hij suggereert met de titel ‘Geen centimeter oostwaarts’ dat westerse leiders in de jaren 1990-1991 aan de leiding van de toenmalige Sovjet-Unie wellicht niet naar de letter (in een verdrag), maar wel naar de geest (via informele afspraken) hebben beloofd om de NAVO niet verder dan de toenmalige DDR oostwaarts uit te breiden. Dat staat haaks op zijn opvatting tussen de regels door van geopolitiek die de geest van Realpolitik boven de letter van internationale verdragen en soevereiniteit van staten stelt. Macht boven recht. Zo resteert de kruisstelling van gelegenheidsdenkers als Van Middelaar of Jaap de Hoop Scheffer. In het opinie-artikelDe NAVO brak zijn woord aan Rusland niet’ verwijst Hubert Smeets de theorie dat westerse leiders hun beloften zouden hebben gebroken naar het rijk der fabelen. Niet de Sovjet-Unie of de Russische Federatie zijn bedrogen door het Westen, maar opinie-leiders als Luuk van Middelaar laten zich om de tuin leiden door Russische retoriek die het verleden verkeert voorstelt. Hun mening weerklinkt zelfs met een valse echo tot in Washington en op het slagveld in Oost-Oekraïne.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelGeen centimeter oostwaarts’ van Luuk van Middelaar in NRC, 12 januari 2018.

De Hoop Scheffer keuvelt over NAVO en Russische Federatie. Nieuwsuur zendt het nog uit ook

with 5 comments

De voormalige secretaris-generaal van de NAVO (2003-2009) Jaap de Hoop Scheffer doet aan waarzeggerij. Hij kijkt in de glazen bol van de recente geschiedenis en brouwt daar zijn aannames uit. Actieve politici hoeden zich om hypothetische als/dan-vragen te beantwoorden, maar De Hoop Scheffer schudt ze moeiteloos uit zijn mouw. De relevantie van wat hij zegt is nul. Het is de vraag wat voor belang de redactie van Nieuwsuur erin ziet. Waarom geeft Nieuwsuur De Hoop Scheffer een podium? Wat denkt Nieuwsuur dat hij toevoegt?

Daarbij spreekt hij zich ook nog eens tegen wat zijn betoog er nog onbeduidender op maakt. In maart 2017 zette hij in bovenstaand fragment vragen bij de rationaliteit van de Russische president Putin, maar in januari 2018 gaat De Hoop Scheffer uit van de rationaliteit van Putin. Dat kan niet allebei waar zijn. Wat De Hoop Scheffer met deze buitenfeitelijke geschiedschrijving vooral oproept is vragen over zijn eigen rationaliteit.

Jaap de Hoop Scheffer is weer een CDA-politicus die pas assertief wordt na zijn carrière als actieve politicus. Als het er niet meer toe doet. Wijsheid komt bij dit soort politici blijkbaar met de jaren. Net als oud-premier Dries van Agt die van de weeromstuit overgestapt is naar GroenLinks. Sapristi! De Hoop Scheffer gaat nog verder. Hij kijkt niet alleen terug en bouwt met onnavolgbare aannames zijn kaartenhuis, maar doorgrondt ook de toekomst. Zo zegt hij volgens een bericht van de NOS dat er voor Georgië en Oekraïne geen sprake meer zal zijn voor NAVO-lidmaatschap. Hoe kan hij dat weten en waarom loopt hij als voormalig secretaris-generaal het huidige leiderschap van de NAVO hiermee voor de voeten? De Hoop Scheffer gaat daar helemaal niet over. Nog los van het feit dat zijn inschatting niet op feiten, maar op hypotheses is gebaseerd.

Hoe is het werkelijk gegaan? Op de NAVO-top in Boekarest, 2008 zei Putin tegen president Bush: ‘You don’t understand, George, that Ukraine is not even a state. What is Ukraine? Part of its territories is Eastern Europe, but the greater part is a gift from us.’ Een citaat dat overigens door sommigen als apocrief wordt bestempeld. Maar als de bron klopt, dan onderstreept dat de onjuistheid van wat De Hoop Scheffer zegt. Dan werd Putin in 2008 niet radicaler door een hem onwelgevallig besluit van de NAVO, maar was Putin al door en door radicaal voordat de NAVO in 2008 besloot om Georgië en Oekraïne het lidmaatschap in het vooruitzicht te stellen.

Er bestaat consensus over dat Putin los van welk besluit van de NAVO ook Oekraïne hoe dan ook geen autonomie gunde. Hij ontkende zelfs dat Oekraïne een autonome staat was, kon of mocht zijn. Autonomie die Putin 10 jaar later door inmenging in Oost-Oekraïne nog steeds blokkeert overigens. Dat is de rode lijn in het beleid van het Kremlin. Want volgens de voorwaarden van de NAVO kan een land dat gedestabiliseerd is geen lid worden. Dat tekent Putins missie: Oekraïne door destabilisering afhouden van het NAVO-lidmaatschap.

Wat de NAVO verweten kan worden is dat het besluit om Georgië en Oekraïne lidmaatschap te bieden Putin de gelegenheid bood om zijn weerzin tegen een autonoom Oekraïne te verbergen achter dat besluit. In die val trapt De Hoop Scheffer 10 jaar later nog steeds. De NAVO had Putin die politieke dekking nooit moeten geven. Die inschattingsfout is gemaakt tijdens het secretariaat van Jaap de Hoop Scheffer en heeft hij niet kunnen voorkomen. Dat valt niet hem maar vooral president Bush aan te rekenen. De huidige relativering van De Hoop Scheffer verklaart dat echter niet, maar onttrekt het aan het zicht door er een laag van aannames overheen te leggen. Voor het begrip van wat er in 2008 gebeurde is dat een zinloze exercitie. Er valt zelfs een misleiding door De Hoop Scheffer in te zien. Het was beter geweest als de NAVO in 2008 beide landen per onmiddellijk lid had gemaakt of hun kandidatuur geheim had gehouden totdat het besluit effectief zou worden genomen.

De wijsheid achteraf van Jaap de Hoop Scheffer verwisselt oorzaak en gevolg. Hij schat Putin in 2018 in tegensstelling tot wat hij in 2017 beweerde 100% rationeel in terwijl de Russische president zonder de NAVO en voor 2008 ook al radicaal was. Want zo kan het misgunnen of blokkeren van de autonomie voor het 44 miljoen inwoners tellende Oekraïne wel genoemd worden. Machtspolitiek waartoe De Hoop Scheffer zich blijkbaar achteraf bekeerd heeft. Dat maakt internationale verdragen en grondrechten ondergeschikt aan botte macht en is per definitie radicaal omdat het voorbijgaat aan de soevereiniteit en het recht van staten.

In zijn betoog heeft De Hoop Scheffer het geen moment over de rechten en volkssoevereiniteit van Georgië en Oekraïne. Hij gaat voorbij aan internationale verdragen (Helsinki 1975, Parijs 1990, Boedapest 1994) die autonome staten zoals Oekraïne soevereiniteit garanderen en het recht op een eigen koers. De Hoop Scheffer redeneert alsof hij Oekraïne ondergeschikt ziet aan of als een verlengde (‘Klein Rusland’) van de Russische Federatie. Dat is te grof voor geschiedschrijving die de werkelijkheid genuanceerd en waarheidsgetrouw beschrijft of voor historiserende journalistiek die het moet hebben van een zorgvuldige reconstructie die het verleden helpt inzichtelijk te maken. De Hoop Scheffer dendert met de fijngevoeligheid van een olifant in de porseleinkast door de recente geschiedenis. Zijn revisionisme rammelt aan vele kanten en is niet to the point.

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Aandacht voor de persoon Baudet leidt af van zijn rechts-extremistische denkbeelden

leave a comment »

Thierry Baudet is met de kleinste partij een tamelijk onbelangrijke speler in de Tweede Kamer. Maar met zijn persoonlijke inzet blijft hij de aandacht trekken. Niet voor zijn politiek, maar voor zijn persoon. Dat trekt Baudet zelfs naar een meta-niveau door de vraag of ‘kwestie’ op te werpen waarom de media zo door hem gefascineerd worden. Zo probeert Baudet aandacht voor zichzelf te trekken door vragen over de aandacht voor hem te thematiseren. Deze nieuwkomer in de Tweede Kamer die dronken van eigenwaan is probeert zijn aandachtscurve omhoog te slingeren. In de verslaggeving werken media daaraan mee door het wereldbeeld dat Baudet en zijn partij nastreven niet centraal te stellen. Dat is anti-modernistisch van mentaliteit, 19de eeuws van geopolitiek, extreem-rechts van denkbeeld en hooghartig in de maatschappelijke opstelling.

Gelukkig zijn er kritische columnisten die een begin maken met de analyse van Baudet en zijn partij. Maar ook zij blijven aan de oppervlakte en maken er eerder een sociologische schets dan een gedegen politiek analyse van. Het lijkt er niet op dat ze zich verdiept hebben in het programma van Forum voor Democratie of de contacten van Baudet met Europese rechts-nationalistische partijen hebben blootgelegd. Ger Groot komt in Trouw tot de volgende karakterisering: ‘Kijk naar Donald Trump en je zult je nooit meer vergissen. Er is veel domheid voor nodig om jezelf te bewieroken als de allerslimste.’ Maar wat moeten we met de open deur dat Baudet lijdt aan zelfoverschatting en Fortuynse arrogantie en uiteindelijk een dommerik is? Dat weten we al.

Thomas von der Dunk komt in een column voor TPO niet verder dan Groot. Hij is weliswaar kritisch, maar laat zich ook vangen in het frame dat Baudet heeft gezet door zich te laten vangen in de aandacht voor de persoon Baudet. Dat beeld van de persoon komt voor het politieke programma te staan. Die afleiding is de opzet, ondanks het feit dat Baudet vooral negatieve flak over zijn persoon en persoonlijkheid treft. Dat past bij de narcist die hoe dan ook midden in de belangstelling wil staan. Zo zet Baudet de aandacht voor zijn persoon in als afleiding voor zijn politiek die rechtser, extremer en in elk geval minder sociaal dan die van de PVV is. Von der Dunk constateert terecht dat Forum voor Democratie helemaal geen stem aan het volk wil geven.

Zonder de diepte in te duiken geven Von der Dunk en Groot wel goed aan hoe tegenstrijdig zelfs aan de oppervlakte de opstelling van Baudet is. De partij die zegt namens het volk te spreken heeft leidsmannen die in hun gedrag en politiek voorkeur het tegenovergestelde doen. De partij dreigt dan ook in tegenstrijdigheid onder te gaan, want Nederland kent geen 186.000 rechtse intellectuelen die zo’n wereldbeeld steunen.

Mijn reactie op TPO: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak’. Het wachten is op een journalistiek portret van de politiek en de extreem-rechtse contacten van Baudet, met onder meer het Front National. Kritische schetsen over de persoon van een over het paard getilde zelfverklaarde intellectueel bereiken het omgekeerde van wat ze beogen. Ze leiden af van de racistische en extremistische politiek van Forum voor Democratie en helpen eraan mee die partij salonfähig te maken.

Zie voor een inhoudelijk-politieke analyse over Baudet en Forum voor Democratie mijn commentaar van 12 maart 2017: ‘Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD’s zakenkabinet: laat ik nu juist denken dat Baudet een stem wilde geven aan ‘het volk’’ van Thomas von der Dunk voor TPO, 24 maart 2017.