George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Nieuwsuur

Aandacht voor de persoon Baudet leidt af van zijn rechts-extremistische denkbeelden

leave a comment »

Thierry Baudet is met de kleinste partij een tamelijk onbelangrijke speler in de Tweede Kamer. Maar met zijn persoonlijke inzet blijft hij de aandacht trekken. Niet voor zijn politiek, maar voor zijn persoon. Dat trekt Baudet zelfs naar een meta-niveau door de vraag of ‘kwestie’ op te werpen waarom de media zo door hem gefascineerd worden. Zo probeert Baudet aandacht voor zichzelf te trekken door vragen over de aandacht voor hem te thematiseren. Deze nieuwkomer in de Tweede Kamer die dronken van eigenwaan is probeert zijn aandachtscurve omhoog te slingeren. In de verslaggeving werken media daaraan mee door het wereldbeeld dat Baudet en zijn partij nastreven niet centraal te stellen. Dat is anti-modernistisch van mentaliteit, 19de eeuws van geopolitiek, extreem-rechts van denkbeeld en hooghartig in de maatschappelijke opstelling.

Gelukkig zijn er kritische columnisten die een begin maken met de analyse van Baudet en zijn partij. Maar ook zij blijven aan de oppervlakte en maken er eerder een sociologische schets dan een gedegen politiek analyse van. Het lijkt er niet op dat ze zich verdiept hebben in het programma van Forum voor Democratie of de contacten van Baudet met Europese rechts-nationalistische partijen hebben blootgelegd. Ger Groot komt in Trouw tot de volgende karakterisering: ‘Kijk naar Donald Trump en je zult je nooit meer vergissen. Er is veel domheid voor nodig om jezelf te bewieroken als de allerslimste.’ Maar wat moeten we met de open deur dat Baudet lijdt aan zelfoverschatting en Fortuynse arrogantie en uiteindelijk een dommerik is? Dat weten we al.

Thomas von der Dunk komt in een column voor TPO niet verder dan Groot. Hij is weliswaar kritisch, maar laat zich ook vangen in het frame dat Baudet heeft gezet door zich te laten vangen in de aandacht voor de persoon Baudet. Dat beeld van de persoon komt voor het politieke programma te staan. Die afleiding is de opzet, ondanks het feit dat Baudet vooral negatieve flak over zijn persoon en persoonlijkheid treft. Dat past bij de narcist die hoe dan ook midden in de belangstelling wil staan. Zo zet Baudet de aandacht voor zijn persoon in als afleiding voor zijn politiek die rechtser, extremer en in elk geval minder sociaal dan die van de PVV is. Von der Dunk constateert terecht dat Forum voor Democratie helemaal geen stem aan het volk wil geven.

Zonder de diepte in te duiken geven Von der Dunk en Groot wel goed aan hoe tegenstrijdig zelfs aan de oppervlakte de opstelling van Baudet is. De partij die zegt namens het volk te spreken heeft leidsmannen die in hun gedrag en politiek voorkeur het tegenovergestelde doen. De partij dreigt dan ook in tegenstrijdigheid onder te gaan, want Nederland kent geen 186.000 rechtse intellectuelen die zo’n wereldbeeld steunen.

Mijn reactie op TPO: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak’. Het wachten is op een journalistiek portret van de politiek en de extreem-rechtse contacten van Baudet, met onder meer het Front National. Kritische schetsen over de persoon van een over het paard getilde zelfverklaarde intellectueel bereiken het omgekeerde van wat ze beogen. Ze leiden af van de racistische en extremistische politiek van Forum voor Democratie en helpen eraan mee die partij salonfähig te maken.

Zie voor een inhoudelijk-politieke analyse over Baudet en Forum voor Democratie mijn commentaar van 12 maart 2017: ‘Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD’s zakenkabinet: laat ik nu juist denken dat Baudet een stem wilde geven aan ‘het volk’’ van Thomas von der Dunk voor TPO, 24 maart 2017.

Advertenties

Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

with one comment

En dan kom je tot het besef dat ‘Brideshead Revisited’ je niet kan redden en dat vooruitgang alleen maar bereikt kan worden door met beiden voeten vrij en onverveerd midden in de wereld te staan. Maar Thierry is nooit wakker geschrokken uit zijn fantasieën. In plaats daarvan heeft hij zijn adolescente, romantische neigingen uit laten groeien tot een monster.’ Aldus Sarah Sluimer over Thierry Baudet in een Opinie op Zondag in De Volkskrant. Ik ben het zo vreselijk eens met Sluimer. Niet alleen om wat ze concludeert, maar ook omdat ze een van de weinigen is die dat in de media zegt. Mediakritiek op Baudet lijkt een taboe te zijn.

Kritiek op Baudet of zijn Forum voor Democratie ontbrak er tijdens de campagne aan. Verbazingwekkend omdat deze politicus aantoonbare onzin vertelt. Over Oekraïne, de EU, de islam, de homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking of hedendaagse kunst. Wie het goed tot zich door laat dringen beseft dat het rechts-extremistisch gedachtegoed is. De Nederlandse versie van het White supremacy-denken van Steve Bannon of het anti-communitarisme van Alain Soral. Pas de laatste week komt de kritiek in de media op het rechtse gedachtengoed van Baudet langzaam op gang. Nu hij een of wellicht twee zetels in de Tweede Kamer dreigt te halen. Nadat velen al constateerden dat Baudet enger is dan de zichzelf herhalende Wilders.

Niet alleen ontbrak de kritiek in de media, maar zelfs het tegendeel gebeurde. De media gaven Thierry Baudet legitimiteit. Gevestigde media als Nieuwsuur of Buitenhof boden deze tegen het rechts-extremisme leunende politicus een plek die hem salonfähig maakte. Is het de rol van media om dit type politici dat de samenleving af wil breken -maar geen idee heeft hoe het een en ander daarna op gaat bouwen- legitimiteit te geven? Elke keer weer vroeg ik me af, beseffen deze media wel wie en welk gedachtegoed ze in huis halen? Hebben media het door of durven ze zich niet meer te verzetten en de eigen journalistieke normen te handhaven? Sinds de beschuldigingen door de rechts-nationalisten om deel van establishment of elite te zijn die de samenleving van nepnieuws zou voorzien. Hans Janmaat die bij lange na niet zulke verregaande uitspraken deed als Baudet werd buitengesloten en geen plek geboden. Is er iets mis met de antenne van de hedendaagse media?

Het is dezelfde Baudet die op 18 en 19 februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczki de conferentie Prosperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement bijwoonde. Een vehikel van het Front National. Baudet richt zich op Welvaart voor Europa na de EU. Een vergezicht, een romantische bevlieging van iemand die in de politiek is verdwaald. Als Ernst Jünger of Pyke Koch die zich aristocraten van de geest wanen. Zonder praktische politieke kennis, maar domweg vanwege het idee. Ik verwees in maart 2016 in een commentaar net als Sluimer naar die romantische neigingen van een Baudet die feitelijk is uitgegroeid tot een monster: ‘Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

Het laatste woord is aan Sluimer die Baudet als volgt omschrijft: ‘Een excentrieke paljas. Een ongevaarlijke clown. Of zelfs een beschaafd, studentikoos type. Er is niets grappig, niets charmant en niets verfrissend aan deze man. Maak hem niet tot paradijsvogel. Zie hem voor wat hij is en zie waar hij tot kan uitgroeien.

Foto: ‘Prosperity of Europe after EU’ conference in Wieliczka photo preview 52598762’, 19 februari 2016.

Nieuwsuur gaat mee in retoriek van Kremlin. Kan dat niet beter?

leave a comment »

rf

Wat is er erger, nepniews, progandanda of slechte journalistiek? Neem de posting van Nieuwsuur met de titel ‘Rusland is sterker dan ooit’. Dit is een citaat van de buitenlandadviseur van Putin Sergey Alexandrovich Karaganov die Nieuwsuur om onverklaarbare redenen in een toelichting presenteert als ‘Andrei Karaganov’.

Door plaatsing van de titel ‘Rusland is sterker dan ooit’ werkt Nieuwsuur mee aan het creëren van het beeld dat het Kremlin graag presenteert. Namelijk dat het sterk en voor niemand bang is. Dat kan ook anders benaderd worden. De Russische Federatie is een reus op lemen voeten die sociaal en economisch zwak is.

In een interview met Karaganov noteert de journalist van Nieuwsuur zonder tegenspraak of zelfs maar enige kanttekening dat Oekraïne een bufferstaat van de Russische Federatie is waar de Russische Federatie recht op heeft. Onder meer door de offers die in de Tweede Wereldoorlog zouden zijn gebracht door de Sovjet-Unie.

Nieuwsuur laat onweersproken dat dit exact omgekeerd is omdat er naar verhouding meer Oekraïeners dan etnische Russen in de strijd tegen het Derde Rijk zijn gestorven. En volgens de Helsinki Akkoorden die in 1975 door de Sovjet-Unie zijn ondertekend heeft Oekraïne recht op zelfbeschikking. Kan het niveau van het Rusland-bureau van Nieuwsuur nou niet eens opgeschaald worden? Dit gebrek aan journalistieke scherpte is om wanhopig van te worden. De Russische Federatie verdient het om kritisch en op niveau gevolgd te worden.

Foto: Schermafbeelding van FB-postingRusland is sterker dan ooit’ van Nieuwsuur met eigen reactie, 24 januari 2017.

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Waarom krijgen islamcritici als Boualem Sansal geen podium op de Nederlandse televisie?

with 3 comments

Wie zoekt naar een interview van de Algerijnse schrijver, denker en islam-criticus Boualem Sansal op Nederlandse audiovisuele media komt van een koude kermis thuis. Geen Nieuwsuur, geen Buitenhof, geen Tegenlicht of andere opiniërende nieuwsrubrieken. Hoewel de Vlaamse islamcriticus Wim Van Rooy in 2016 naar eigen zeggen zijn verhaal in Buitenhof mocht doen en zich daarbij baseert op Boualem Sansal die volgens hem de islam een nazisme noemt. NRC geeft Sansal een plek in de bijlage Boeken en laat hem in Brussel interviewen door Margot Dijkgraaf die de Franse literatuur covert. Maatschappijkritiek teruggebracht tot literatuur. Aanleiding is zijn recent in het Nederlands vertaalde roman, 2084. Het einde van de wereld.

De koudwatervrees van gevestigde media als Nieuwsuur en Buitenhof is logisch. Ze willen de kerk in het midden houden, weliswaar voorzichtige maatschappijkritiek bieden, maar niet op een hoop gegooid worden met rechts-populisten of er zelfs van beticht worden deze in de kaart te spelen. Dezelfde rechts-populisten die de ‘gevestigde orde’ en de ‘establishment media’ verdacht proberen te maken en het idee van waarheid trachten te ondermijnen. Maar is zwijgen over Boualem Sansal dan de oplossing? Het won in Frankrijk de prestigieuze Prix Goncourt en de Grand Prix de l’Académie française en werd verkozen tot beste boek van het jaar, volgens RektoVerso. In Duitsland is Sansal een grootheid. Maar Nederland zwijgt zo goed als over hem.

In het NRC-interview zegt Sansal: ‘Eeuwenlang schreef niemand kritische teksten over de islam. Victor Hugo, Voltaire, Ernest Renan schreven erover, verder niemand. In de Arabische wereld hoefde ik niet te zoeken, daar stond kritiek op de islam gelijk aan geloofsafval, waar de doodstraf op staat.’ (..) ‘Je moet heel vastberaden en standvastig zijn in het bestrijden van het islamisme. Je moet streng zijn, stevig in je schoenen staan. Dus nee tegen de hoofddoek, nee tegen moskeeën, je woont in Frankrijk, daar geldt de laïcité, de scheiding van kerk en staat. Je moet demagogen bestrijden. Alles wat er gedaan wordt om het Front National te verzwakken, moet je ook inzetten tegen het islamisme. Ondersteun de oppositie, droog de financiële bronnen op.’

De Nederlandse overheid moet zowel het rechts-populisme als het islamisme bestrijden. De media kunnen in die bestrijding een rol spelen. Als de Nederlandse gevestigde media dat in hun oren knopen en beseffen dat een keuze voor islamcritici als Sansal niet vanzelfsprekend een keuze is voor Wilders, willen ze misschien islamcritici ruimte te geven in hun programma’s. Het zal tijd worden. Want in elke maatschappij behoort een machtige en machtvormende religie vergezeld te gaan van religiekritiek. Het één kan niet zonder het ander.

Bosch van Rosenthal meent niet dat ‘de media’ Trump-stemmers te weinig opzochten. Maar ze leven in hun eigen zeepbel. Dus?

leave a comment »

bvr

Journalist Eelco Bosch van Rosenthal die voor Nieuwsuur werkt meent in een tweet in antwoord op VNL-lijsttrekker Jan Roos dat het een waanidee is dat ‘de media’ de Trump-stemmers te weinig opzochten. Die mening van Bosch vind ik op mijn beurt weer een waanidee. Aangenomen dat hij hiermee bedoelt dat ze die stemmers hebben begrepen, hun grieven correct hebben verwoord en voldoende recht hebben gedaan.

Het is in een tweet lastig om te bepalen wat ‘de media’ zijn. Aangenomen mag worden dat Bosch hiermee verwijst naar de oude media. Gedrukte en audiovisuele media. Niet de nieuwe (sociale) media. Vele Online Nieuwszenders hebben een toenemend bereik onder jongeren die steeds minder tijd besteden aan kranten en televisie. Hij vindt dat de oude media de Trump-stemmers niet te weinig hebben opgezocht.

De claim van Bosch is lachwekkend. Want als de media de Trump-stemmers voldoende hadden begrepen, dan hadden ze de stemming onder de bevolking beter weergegeven. En dan waren ze tot andere inschattingen van de kansen gekomen. Nog tot op de dag van de verkiezing beweerden oude media als de New York Times dat Hillary Clinton een kans van 85% om te winnen had. Maar het Online Medium The Huffington Post deed het nog slechter en had nog minder voeling met de stemming in het land. Het schatte op 7 november de kans dat Clinton president werd in als 98,2%. Nate Silver van FiveThirtyEight achtte dat een absurde bewering die niet op feiten was gebaseerd. Een twitter- en artikelenoorlog was geboren waarin HufPost zich belachelijk maakte.

hc

Even belachelijk als Bosch zich nu maakt door achteraf te suggereren dat de media -ook: establishment media- de Trump-stemmers voldoende opgezocht, begrepen en ingeschat hebben. Dat hebben ze niet. Hoe gekleurd –biased– de Amerikaanse media waren over het begrip over de stemming in het land en de kansen van Trump toont dit item van TYT. Een progressief Online Medium dat vanaf het begin kritisch op Hillary Clinton was. Dat kan van Nieuwsuur niet gezegd worden. Enfin, achteraf is het voor iedereen makkelijk praten.

Foto 1: Schermafbeelding van tweet Eelco Bosch van Rosenthal, 10 november 2016.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel2016 Election Forecast‘ van The New York Times, 8 november 2016.

Nieuwsuur verwoordt kritiek op sociale media. Is het onafhankelijk en open genoeg om geloofwaardig te zijn in die rol?

with one comment

Nieuwsuur gaat in op een onderzoek over sociale media. Aanleiding is een boek over ‘populist political communication’ dat in juni 2016 bij Routledge verscheen met hoogleraar Claes de Vreese als medeauteur. Nieuwsuur is niet positief. In een toelichting noemt het de keerzijde van sociale media: ‘Door vooral nieuws te lezen dat past bij je eigen wereldbeeld, kun je terechtkomen in een wereld van je eigen gelijk. En als iedereen dat doet, ligt polarisatie op de loer.’ Hoe geloofwaardig is het dat Nieuwsuur als deel van de gevestigde media en vertegenwoordiger van de status quo kritisch is op media die zich keren tegen de traditionele media? Methodologisch is dit van het niveau ‘de slager keurt z’n eigen vlees’ of ‘WC-Eend beveelt WC-Eend aan’.

Nieuwsuur maakt een fout als het meent verslag te kunnen doen over politieke communicatie en (sociale) media vanuit een neutrale, onafhankelijke en ongebonden positie. Het is te nuffig en te naïef gedacht als het meent dat dat impliciet verantwoord kan worden door het bestaan van een redactiestatuut dat journalistieke onafhankelijkheid garandeert. En dient als panacee voor objectiviteit. Nieuwsuur zou dit soort kritiek beter voor zijn door de eigen positie in de verslaggeving tot uitgangspunt te maken. In plaats van de poging om die eigen positie weg te moffelen. Nieuwsuur neemt de rol van objectieve waarnemer aan, maar zou moeten beseffen dat het dat per definitie niet kan zijn omdat het onderdeel van het systeem is. Zelfs als het zich daar tegen verzet en er afstand van wenst te nemen is het ondanks zichzelf nog een verdediger van de status quo.

Nieuwsuur dient extra voorzichtig te zijn met kritiek op sociale media. Des te meer omdat het in dit item vooral de negatieve kanten ervan benadrukt. Weliswaar zegt het dat ‘de toename van nieuwsconsumptie via sociale media samengaat met een laag vertrouwen in de ‘traditionele’ media en tweederde van de Nederlandse bevolking weinig of geen vertrouwen in de pers heeft, zoals uit recente cijfers van het CBS blijkt’. Maar het gaat er  vervolgens niet op in waarom dat vertrouwen in de traditionele media laag is en geeft ruimschoots baan aan kritiek op en tekortkomingen van sociale media. Nieuwsuur vergeet het verband te noemen dat bestaat tussen het wantrouwen in de traditionele media en het vertrouwen in de sociale media.

Kritiek van traditionele media op sociale media is gemakzuchtig als het niet tegelijk de eigen tekortkomingen noemt. Kijkers maken de afweging tussen een en ander. Dat soort kritiek geeft een onvolledig beeld van het functioneren van traditionele media als media als Nieuwsuur menen de eigen tekortkomingen buiten beeld te kunnen houden in de mening dat kijkers dat niet beseffen. Het aanschurken tegen de politieke macht en de afhankelijkheid van economische macht is nu eenmaal een onlosmakelijk onderdeel van traditionele media.

In de video gaan Mike Papantonio en Cliff Schechter in op de Amerikaanse situatie van corporate media die gestuurd worden door het bedrijfsleven. Zodat onrecht en wantoestanden die door onderzoeksjournalisten zijn uitgezocht door deze media niet genoemd worden omdat dat niet in het belang van de bedrijven is die de media bezitten. Ze verhinderen dat met hun economische macht. Zover is het gelukkig nog niet in Nederland. Maar Nederland moet wel alert blijven dat deze situatie niet ontstaat. Want Nederland is er niet per definitie onschendbaar voor. Een eerste stap om dat te verhinderen of dat proces te vertragen is de bewustwording bij de traditionele media dat de eigen positie verre van ongebonden is. Om broadcasting zolang mogelijk in stand te houden en een zo breed mogelijk publiek te binden lijkt het een betere strategie om hierover transparant te zijn en niet net te doen alsof traditionele media vanuit een volstrekt neutrale, onafhankelijke en ongebonden positie handelen. Deze valse pretentie jaagt het publiek nog sneller weg naar sociale media.