George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Nieuwsuur

De Hoop Scheffer keuvelt over NAVO en Russische Federatie. Nieuwsuur zendt het nog uit ook

with 5 comments

De voormalige secretaris-generaal van de NAVO (2003-2009) Jaap de Hoop Scheffer doet aan waarzeggerij. Hij kijkt in de glazen bol van de recente geschiedenis en brouwt daar zijn aannames uit. Actieve politici hoeden zich om hypothetische als/dan-vragen te beantwoorden, maar De Hoop Scheffer schudt ze moeiteloos uit zijn mouw. De relevantie van wat hij zegt is nul. Het is de vraag wat voor belang de redactie van Nieuwsuur erin ziet. Waarom geeft Nieuwsuur De Hoop Scheffer een podium? Wat denkt Nieuwsuur dat hij toevoegt?

Daarbij spreekt hij zich ook nog eens tegen wat zijn betoog er nog onbeduidender op maakt. In maart 2017 zette hij in bovenstaand fragment vragen bij de rationaliteit van de Russische president Putin, maar in januari 2018 gaat De Hoop Scheffer uit van de rationaliteit van Putin. Dat kan niet allebei waar zijn. Wat De Hoop Scheffer met deze buitenfeitelijke geschiedschrijving vooral oproept is vragen over zijn eigen rationaliteit.

Jaap de Hoop Scheffer is weer een CDA-politicus die pas assertief wordt na zijn carrière als actieve politicus. Als het er niet meer toe doet. Wijsheid komt bij dit soort politici blijkbaar met de jaren. Net als oud-premier Dries van Agt die van de weeromstuit overgestapt is naar GroenLinks. Sapristi! De Hoop Scheffer gaat nog verder. Hij kijkt niet alleen terug en bouwt met onnavolgbare aannames zijn kaartenhuis, maar doorgrondt ook de toekomst. Zo zegt hij volgens een bericht van de NOS dat er voor Georgië en Oekraïne geen sprake meer zal zijn voor NAVO-lidmaatschap. Hoe kan hij dat weten en waarom loopt hij als voormalig secretaris-generaal het huidige leiderschap van de NAVO hiermee voor de voeten? De Hoop Scheffer gaat daar helemaal niet over. Nog los van het feit dat zijn inschatting niet op feiten, maar op hypotheses is gebaseerd.

Hoe is het werkelijk gegaan? Op de NAVO-top in Boekarest, 2008 zei Putin tegen president Bush: ‘You don’t understand, George, that Ukraine is not even a state. What is Ukraine? Part of its territories is Eastern Europe, but the greater part is a gift from us.’ Een citaat dat overigens door sommigen als apocrief wordt bestempeld. Maar als de bron klopt, dan onderstreept dat de onjuistheid van wat De Hoop Scheffer zegt. Dan werd Putin in 2008 niet radicaler door een hem onwelgevallig besluit van de NAVO, maar was Putin al door en door radicaal voordat de NAVO in 2008 besloot om Georgië en Oekraïne het lidmaatschap in het vooruitzicht te stellen.

Er bestaat consensus over dat Putin los van welk besluit van de NAVO ook Oekraïne hoe dan ook geen autonomie gunde. Hij ontkende zelfs dat Oekraïne een autonome staat was, kon of mocht zijn. Autonomie die Putin 10 jaar later door inmenging in Oost-Oekraïne nog steeds blokkeert overigens. Dat is de rode lijn in het beleid van het Kremlin. Want volgens de voorwaarden van de NAVO kan een land dat gedestabiliseerd is geen lid worden. Dat tekent Putins missie: Oekraïne door destabilisering afhouden van het NAVO-lidmaatschap.

Wat de NAVO verweten kan worden is dat het besluit om Georgië en Oekraïne lidmaatschap te bieden Putin de gelegenheid bood om zijn weerzin tegen een autonoom Oekraïne te verbergen achter dat besluit. In die val trapt De Hoop Scheffer 10 jaar later nog steeds. De NAVO had Putin die politieke dekking nooit moeten geven. Die inschattingsfout is gemaakt tijdens het secretariaat van Jaap de Hoop Scheffer en heeft hij niet kunnen voorkomen. Dat valt niet hem maar vooral president Bush aan te rekenen. De huidige relativering van De Hoop Scheffer verklaart dat echter niet, maar onttrekt het aan het zicht door er een laag van aannames overheen te leggen. Voor het begrip van wat er in 2008 gebeurde is dat een zinloze exercitie. Er valt zelfs een misleiding door De Hoop Scheffer in te zien. Het was beter geweest als de NAVO in 2008 beide landen per onmiddellijk lid had gemaakt of hun kandidatuur geheim had gehouden totdat het besluit effectief zou worden genomen.

De wijsheid achteraf van Jaap de Hoop Scheffer verwisselt oorzaak en gevolg. Hij schat Putin in 2018 in tegensstelling tot wat hij in 2017 beweerde 100% rationeel in terwijl de Russische president zonder de NAVO en voor 2008 ook al radicaal was. Want zo kan het misgunnen of blokkeren van de autonomie voor het 44 miljoen inwoners tellende Oekraïne wel genoemd worden. Machtspolitiek waartoe De Hoop Scheffer zich blijkbaar achteraf bekeerd heeft. Dat maakt internationale verdragen en grondrechten ondergeschikt aan botte macht en is per definitie radicaal omdat het voorbijgaat aan de soevereiniteit en het recht van staten.

In zijn betoog heeft De Hoop Scheffer het geen moment over de rechten en volkssoevereiniteit van Georgië en Oekraïne. Hij gaat voorbij aan internationale verdragen (Helsinki 1975, Parijs 1990, Boedapest 1994) die autonome staten zoals Oekraïne soevereiniteit garanderen en het recht op een eigen koers. De Hoop Scheffer redeneert alsof hij Oekraïne ondergeschikt ziet aan of als een verlengde (‘Klein Rusland’) van de Russische Federatie. Dat is te grof voor geschiedschrijving die de werkelijkheid genuanceerd en waarheidsgetrouw beschrijft of voor historiserende journalistiek die het moet hebben van een zorgvuldige reconstructie die het verleden helpt inzichtelijk te maken. De Hoop Scheffer dendert met de fijngevoeligheid van een olifant in de porseleinkast door de recente geschiedenis. Zijn revisionisme rammelt aan vele kanten en is niet to the point.

Advertenties

Een reactie bij het ‘Journalistiek Jaarverslag NRC 2017’

leave a comment »

De abonnee’s van NRC kregen afgelopen week een e-mail van hoofdredacteur Peter Vandermeersch. Hij merkt daarin op dat NRC zoals elk bedrijf jaarlijks een financieel jaarverslag publiceert. Maar ook een journalistiek jaarverslag omdat het uiteindelijk om de journalistiek gaat: ‘Wij drukken ons succes dus niet zozeer uit in euro’s als wel in een valuta die minder helder maar veel interessanter is: in welke mate slagen wij erin om u, onze lezer, uw mening te laten vormen?

De hoofdredacteur stelt zich procesmatig op en beschrijft de omgeving waarin NRC moet opereren. Dat is een beschrijving die echter voor alle media geldt en niet specifiek is voor NRC. Dat is tevens het ongemak van Vandermeerschs overkoepelende opstelling die voorbijgaat aan de politieke keuzes van NRC. Heeft de krant net als D66 op immateriële onderwerpen een progressief hart en op materiële onderwerpen een naar rechts leunende portemonnee? Is dat gewenst of dient dat bijgesteld te worden? Of is het niet (meer) van belang? Vandermeersch stipt het niet aan en we komen niets te weten over de  koers van NRC. In de voorstelling van de hoofdredacteur lijkt het alsof NRC in een politiek vacuüm opereert waarin nergens druk ontstaat en het uitsluitend te maken heeft met problemen die iedere burger tegenwoordig ontmoet: culture wars, de bubbel waarin mensen zich geïsoleerd terugtrekken en de fragmentering en devaluatie van het begrip ‘waarheid’. Vandermeersch zegt onderaan deze e-mail uit te kijken naar reacties. Dit heb ik hem op 4 januari gestuurd:

Met veel genoegen lees ik sinds lang NRC. Als jong volwassene kreeg ik het Algemeen Handelsblad dagelijks aan de leestafel bij mijn grootvader onder ogen. Die voorganger van voor de fusie. Toen ik in de jaren ’70 ging studeren was de keuze voor NRC snel gemaakt.

De krant heeft me mede gevormd. Eerst vanuit de hoek van de literatuur door medewerkers als Rudy Kousbroek of K.L. Poll. Later vanuit de film en nog later vanuit de politiek. Met de onvolprezen analisten J. L. Heldring en H.J.A. Hofland.

Maar het is geen 1970 meer. De scheidslijnen in de maatschappij en de politiek zijn onder druk van de ontwikkelingen in de VS veranderd. Het is de vraag of NRC daar voldoende op reflecteert. De grootste tegenstelling lijkt niet meer die tussen links en rechts, maar tussen de gevestigde politiek en het nihilisme dat het systeem wil kraken. Hoewel sociaal-economische onderwerpen over belastingontwijking, belastingdruk en inkomensverschillen hiermee niet minder belangrijk zijn geworden. Maar de urgentie ligt nu even elders, zo lijkt het.

Hoe moet een medium als NRC dat ook wel geschaard wordt onder de ‘establishment media’ hier op reageren? Met die vraag in het achterhoofd lees ik NRC de laatste jaren. Ik ben van mening dat het kansen laat liggen en zich meer rechtsstatelijk zou kunnen opstellen. Zo beredeneerd staat het bestaan van NRC in zijn huidige vorm op het spel omdat het verbonden is met de maatschappij waarin het functioneert. Dat is nooit vrijblijvend, maar nog minder vrijblijvend dan het 50 of zelfs 15 jaar geleden was. Of die urgentie over de eindigheid van de gevestigde orde in NRC voldoende is ingedaald is de vraag.

Voor een lezer die op afstand staat en niet aanzit aan de vergadertafels en daarom niet in de zwarte doos kan kijken, is het lastig om in te schatten of NRC de goede keuzes maakt. Wat de lezer wel kan zien zijn de prioriteiten die NRC in zijn kolommen geeft aan onderzoek, berichtgeving en plaatsing van bijdragen van gasten. Dan moet me van het hart dat ik vind dat NRC het afgelopen jaar kansen heeft laten liggen om scherper te opereren.

Laat ik een voorbeeld geven. In 2017 heeft NRC meermalen tamelijk kritiekloos aandacht besteed aan Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. In de berichtgeving en via interviews. Het is prima om de lezer te informeren. Maar ik vind het onbegrijpelijk en getuigen van luie journalistiek dat NRC in een diepgravend artikel nooit aandacht heeft besteed aan de extreem- of radicaal-rechtse contacten van Baudet. Juist omdat politici als Baudet die als destructieve kracht gezien kunnen worden van alles een grapje proberen te maken is het belangrijk dat de bekende feiten goed en scherp op een rijtje gezet worden. Dat geldt nog meer als daaruit een beeld oprijst dat contrasteert met Baudets huidige profilering. Waarom heb ik in NRC nooit gelezen over zijn aanwezigheid op een door het Front National geleide conferentie in februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka? Het kan toch niet zo zijn dat NRC dit overlaat aan De Correspondent dat minder middelen heeft?  

Het zal wel een klacht zijn die u vaker ziet, maar de kwantitatieve groei van de columns zie ik als een negatieve ontwikkeling. Bas Heijne en Luuk Middelaar lees ik nog, de rest van de columns sla ik over. Ik voel meer voor kwalitatieve groei van de columns. Het gemis van de mediacolumn van Hans Beerekamp voel ik nog dagelijks. Wat er sinds die tijd in NRC aan televisie- en mediakritiek verschijnt vind ik ondermaats, saai en zonder enig interessant idee.

Ik heb begrip voor de koers van NRC die volgt uit een lastige afweging om een divers publiek te bereiken. De grootste concurrenten zijn immers niet meer Het Parool, Trouw, De Volkskrant, het NOS Journaal of Nieuwsuur, maar het internet. De geïnformeerde lezer kan het nieuws op gerenommeerde Engelstalige sites 1,5 dag lezen voordat het in de krant gepubliceerd wordt. Om die reden wordt NRC automatisch naar de kant van de achtergrondinformatie, de binnenlandse berichtgeving of de onderzoeksjournalistiek gedrongen. En de bladvulling. Berichtgeving over veel onderwerpen wordt zo minder belangrijk omdat die elders sneller en beter te vinden is. Het risico is dat het percentage trivialiteit in de krant daardoor een kritische grens overschrijdt. Daar moet de hoofdredactie voor waken. Een nog scherpere keuze voor kwaliteitsjournalistiek is de beste waarborg dat NRC de lezer bereikt. Mits de gevestigde orde in stand blijft uiteraard.

Ik wens u en NRC veel sterkte in 2018.

Foto: Schermafbeelding van voorkant Journalistiek Jaarverslag 2017 van NRC, 18 december 2017.

Aandacht voor de persoon Baudet leidt af van zijn rechts-extremistische denkbeelden

leave a comment »

Thierry Baudet is met de kleinste partij een tamelijk onbelangrijke speler in de Tweede Kamer. Maar met zijn persoonlijke inzet blijft hij de aandacht trekken. Niet voor zijn politiek, maar voor zijn persoon. Dat trekt Baudet zelfs naar een meta-niveau door de vraag of ‘kwestie’ op te werpen waarom de media zo door hem gefascineerd worden. Zo probeert Baudet aandacht voor zichzelf te trekken door vragen over de aandacht voor hem te thematiseren. Deze nieuwkomer in de Tweede Kamer die dronken van eigenwaan is probeert zijn aandachtscurve omhoog te slingeren. In de verslaggeving werken media daaraan mee door het wereldbeeld dat Baudet en zijn partij nastreven niet centraal te stellen. Dat is anti-modernistisch van mentaliteit, 19de eeuws van geopolitiek, extreem-rechts van denkbeeld en hooghartig in de maatschappelijke opstelling.

Gelukkig zijn er kritische columnisten die een begin maken met de analyse van Baudet en zijn partij. Maar ook zij blijven aan de oppervlakte en maken er eerder een sociologische schets dan een gedegen politiek analyse van. Het lijkt er niet op dat ze zich verdiept hebben in het programma van Forum voor Democratie of de contacten van Baudet met Europese rechts-nationalistische partijen hebben blootgelegd. Ger Groot komt in Trouw tot de volgende karakterisering: ‘Kijk naar Donald Trump en je zult je nooit meer vergissen. Er is veel domheid voor nodig om jezelf te bewieroken als de allerslimste.’ Maar wat moeten we met de open deur dat Baudet lijdt aan zelfoverschatting en Fortuynse arrogantie en uiteindelijk een dommerik is? Dat weten we al.

Thomas von der Dunk komt in een column voor TPO niet verder dan Groot. Hij is weliswaar kritisch, maar laat zich ook vangen in het frame dat Baudet heeft gezet door zich te laten vangen in de aandacht voor de persoon Baudet. Dat beeld van de persoon komt voor het politieke programma te staan. Die afleiding is de opzet, ondanks het feit dat Baudet vooral negatieve flak over zijn persoon en persoonlijkheid treft. Dat past bij de narcist die hoe dan ook midden in de belangstelling wil staan. Zo zet Baudet de aandacht voor zijn persoon in als afleiding voor zijn politiek die rechtser, extremer en in elk geval minder sociaal dan die van de PVV is. Von der Dunk constateert terecht dat Forum voor Democratie helemaal geen stem aan het volk wil geven.

Zonder de diepte in te duiken geven Von der Dunk en Groot wel goed aan hoe tegenstrijdig zelfs aan de oppervlakte de opstelling van Baudet is. De partij die zegt namens het volk te spreken heeft leidsmannen die in hun gedrag en politiek voorkeur het tegenovergestelde doen. De partij dreigt dan ook in tegenstrijdigheid onder te gaan, want Nederland kent geen 186.000 rechtse intellectuelen die zo’n wereldbeeld steunen.

Mijn reactie op TPO: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak’. Het wachten is op een journalistiek portret van de politiek en de extreem-rechtse contacten van Baudet, met onder meer het Front National. Kritische schetsen over de persoon van een over het paard getilde zelfverklaarde intellectueel bereiken het omgekeerde van wat ze beogen. Ze leiden af van de racistische en extremistische politiek van Forum voor Democratie en helpen eraan mee die partij salonfähig te maken.

Zie voor een inhoudelijk-politieke analyse over Baudet en Forum voor Democratie mijn commentaar van 12 maart 2017: ‘Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD’s zakenkabinet: laat ik nu juist denken dat Baudet een stem wilde geven aan ‘het volk’’ van Thomas von der Dunk voor TPO, 24 maart 2017.

Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

with one comment

En dan kom je tot het besef dat ‘Brideshead Revisited’ je niet kan redden en dat vooruitgang alleen maar bereikt kan worden door met beiden voeten vrij en onverveerd midden in de wereld te staan. Maar Thierry is nooit wakker geschrokken uit zijn fantasieën. In plaats daarvan heeft hij zijn adolescente, romantische neigingen uit laten groeien tot een monster.’ Aldus Sarah Sluimer over Thierry Baudet in een Opinie op Zondag in De Volkskrant. Ik ben het zo vreselijk eens met Sluimer. Niet alleen om wat ze concludeert, maar ook omdat ze een van de weinigen is die dat in de media zegt. Mediakritiek op Baudet lijkt een taboe te zijn.

Kritiek op Baudet of zijn Forum voor Democratie ontbrak er tijdens de campagne aan. Verbazingwekkend omdat deze politicus aantoonbare onzin vertelt. Over Oekraïne, de EU, de islam, de homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking of hedendaagse kunst. Wie het goed tot zich door laat dringen beseft dat het rechts-extremistisch gedachtegoed is. De Nederlandse versie van het White supremacy-denken van Steve Bannon of het anti-communitarisme van Alain Soral. Pas de laatste week komt de kritiek in de media op het rechtse gedachtengoed van Baudet langzaam op gang. Nu hij een of wellicht twee zetels in de Tweede Kamer dreigt te halen. Nadat velen al constateerden dat Baudet enger is dan de zichzelf herhalende Wilders.

Niet alleen ontbrak de kritiek in de media, maar zelfs het tegendeel gebeurde. De media gaven Thierry Baudet legitimiteit. Gevestigde media als Nieuwsuur of Buitenhof boden deze tegen het rechts-extremisme leunende politicus een plek die hem salonfähig maakte. Is het de rol van media om dit type politici dat de samenleving af wil breken -maar geen idee heeft hoe het een en ander daarna op gaat bouwen- legitimiteit te geven? Elke keer weer vroeg ik me af, beseffen deze media wel wie en welk gedachtegoed ze in huis halen? Hebben media het door of durven ze zich niet meer te verzetten en de eigen journalistieke normen te handhaven? Sinds de beschuldigingen door de rechts-nationalisten om deel van establishment of elite te zijn die de samenleving van nepnieuws zou voorzien. Hans Janmaat die bij lange na niet zulke verregaande uitspraken deed als Baudet werd buitengesloten en geen plek geboden. Is er iets mis met de antenne van de hedendaagse media?

Het is dezelfde Baudet die op 18 en 19 februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczki de conferentie Prosperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement bijwoonde. Een vehikel van het Front National. Baudet richt zich op Welvaart voor Europa na de EU. Een vergezicht, een romantische bevlieging van iemand die in de politiek is verdwaald. Als Ernst Jünger of Pyke Koch die zich aristocraten van de geest wanen. Zonder praktische politieke kennis, maar domweg vanwege het idee. Ik verwees in maart 2016 in een commentaar net als Sluimer naar die romantische neigingen van een Baudet die feitelijk is uitgegroeid tot een monster: ‘Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

Het laatste woord is aan Sluimer die Baudet als volgt omschrijft: ‘Een excentrieke paljas. Een ongevaarlijke clown. Of zelfs een beschaafd, studentikoos type. Er is niets grappig, niets charmant en niets verfrissend aan deze man. Maak hem niet tot paradijsvogel. Zie hem voor wat hij is en zie waar hij tot kan uitgroeien.

Foto: ‘Prosperity of Europe after EU’ conference in Wieliczka photo preview 52598762’, 19 februari 2016.

Nieuwsuur gaat mee in retoriek van Kremlin. Kan dat niet beter?

leave a comment »

rf

Wat is er erger, nepniews, progandanda of slechte journalistiek? Neem de posting van Nieuwsuur met de titel ‘Rusland is sterker dan ooit’. Dit is een citaat van de buitenlandadviseur van Putin Sergey Alexandrovich Karaganov die Nieuwsuur om onverklaarbare redenen in een toelichting presenteert als ‘Andrei Karaganov’.

Door plaatsing van de titel ‘Rusland is sterker dan ooit’ werkt Nieuwsuur mee aan het creëren van het beeld dat het Kremlin graag presenteert. Namelijk dat het sterk en voor niemand bang is. Dat kan ook anders benaderd worden. De Russische Federatie is een reus op lemen voeten die sociaal en economisch zwak is.

In een interview met Karaganov noteert de journalist van Nieuwsuur zonder tegenspraak of zelfs maar enige kanttekening dat Oekraïne een bufferstaat van de Russische Federatie is waar de Russische Federatie recht op heeft. Onder meer door de offers die in de Tweede Wereldoorlog zouden zijn gebracht door de Sovjet-Unie.

Nieuwsuur laat onweersproken dat dit exact omgekeerd is omdat er naar verhouding meer Oekraïeners dan etnische Russen in de strijd tegen het Derde Rijk zijn gestorven. En volgens de Helsinki Akkoorden die in 1975 door de Sovjet-Unie zijn ondertekend heeft Oekraïne recht op zelfbeschikking. Kan het niveau van het Rusland-bureau van Nieuwsuur nou niet eens opgeschaald worden? Dit gebrek aan journalistieke scherpte is om wanhopig van te worden. De Russische Federatie verdient het om kritisch en op niveau gevolgd te worden.

Foto: Schermafbeelding van FB-postingRusland is sterker dan ooit’ van Nieuwsuur met eigen reactie, 24 januari 2017.

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 6 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie); 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en GroenLinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.

Waarom krijgen islamcritici als Boualem Sansal geen podium op de Nederlandse televisie?

with 3 comments

Wie zoekt naar een interview van de Algerijnse schrijver, denker en islam-criticus Boualem Sansal op Nederlandse audiovisuele media komt van een koude kermis thuis. Geen Nieuwsuur, geen Buitenhof, geen Tegenlicht of andere opiniërende nieuwsrubrieken. Hoewel de Vlaamse islamcriticus Wim Van Rooy in 2016 naar eigen zeggen zijn verhaal in Buitenhof mocht doen en zich daarbij baseert op Boualem Sansal die volgens hem de islam een nazisme noemt. NRC geeft Sansal een plek in de bijlage Boeken en laat hem in Brussel interviewen door Margot Dijkgraaf die de Franse literatuur covert. Maatschappijkritiek teruggebracht tot literatuur. Aanleiding is zijn recent in het Nederlands vertaalde roman, 2084. Het einde van de wereld.

De koudwatervrees van gevestigde media als Nieuwsuur en Buitenhof is logisch. Ze willen de kerk in het midden houden, weliswaar voorzichtige maatschappijkritiek bieden, maar niet op een hoop gegooid worden met rechts-populisten of er zelfs van beticht worden deze in de kaart te spelen. Dezelfde rechts-populisten die de ‘gevestigde orde’ en de ‘establishment media’ verdacht proberen te maken en het idee van waarheid trachten te ondermijnen. Maar is zwijgen over Boualem Sansal dan de oplossing? Het won in Frankrijk de prestigieuze Prix Goncourt en de Grand Prix de l’Académie française en werd verkozen tot beste boek van het jaar, volgens RektoVerso. In Duitsland is Sansal een grootheid. Maar Nederland zwijgt zo goed als over hem.

In het NRC-interview zegt Sansal: ‘Eeuwenlang schreef niemand kritische teksten over de islam. Victor Hugo, Voltaire, Ernest Renan schreven erover, verder niemand. In de Arabische wereld hoefde ik niet te zoeken, daar stond kritiek op de islam gelijk aan geloofsafval, waar de doodstraf op staat.’ (..) ‘Je moet heel vastberaden en standvastig zijn in het bestrijden van het islamisme. Je moet streng zijn, stevig in je schoenen staan. Dus nee tegen de hoofddoek, nee tegen moskeeën, je woont in Frankrijk, daar geldt de laïcité, de scheiding van kerk en staat. Je moet demagogen bestrijden. Alles wat er gedaan wordt om het Front National te verzwakken, moet je ook inzetten tegen het islamisme. Ondersteun de oppositie, droog de financiële bronnen op.’

De Nederlandse overheid moet zowel het rechts-populisme als het islamisme bestrijden. De media kunnen in die bestrijding een rol spelen. Als de Nederlandse gevestigde media dat in hun oren knopen en beseffen dat een keuze voor islamcritici als Sansal niet vanzelfsprekend een keuze is voor Wilders, willen ze misschien islamcritici ruimte te geven in hun programma’s. Het zal tijd worden. Want in elke maatschappij behoort een machtige en machtvormende religie vergezeld te gaan van religiekritiek. Het één kan niet zonder het ander.