George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Code van Bordeaux

Irritant gebrek aan vooruitgang bij aanpak nepnieuws. Facebook ondersteunt verspreiding van gemanipuleerde video Nancy Pelosi

with 7 comments

Een vice-president van Facebook Monica Bickert ontkent in een gesprek met CNNs Anderson Cooper dat haar organisatie draait om nieuws en ‘in the news business’ is. Aanleiding is een gemanipuleerde video van Huisvoorzitter Nancy Pelosi waarin het lijkt alsof ze dronken of verzwakt is. Bickert kan niet goed uitleggen waarom Facebook de video niet verwijdert. Haar kanttekening dat er een waarschuwing bijgeplaatst wordt is onwaarachtig omdat Facebook pas tot actie overging nadat de Washington Post op de manipulatie gewezen had. Facebook ondersteunt zo de strategie van de Republikeinen voor 2020: gemanipuleerde berichten om de opponenten te verzwakken. Facebook blijft in gebreke en treedt nog steeds onvoldoende op tegen nepnieuws.

Waarom is de aanpak van nepnieuws zo moeizaam? Is het probleem van nepnieuws te groot om doelmatig aan te pakken of is de aanpak van de techbedrijven als Facebook te halfslachtig en onvoldoende? Of is het allebei waar? We kennen onderhand talloze analyses van deskundigen over de kwalijke rol van desinformatie en nepnieuws, zoals van Clingendael-deskundige Danny Pronk die voor de VPRO het probleem uiteenzet. Maar toch. We horen dit al zeker sinds 2016, maar de aanpak lijkt nog steeds onvoldoende. Van een probleem dat allang niet meer nieuw is, maar door velen nog op het niveau van bewustwording wordt gepresenteerd. Men zou toch in redelijkheid mogen verwachten dat tegen de strategie van de Republikeinse partij, de Russische Federatie of andere actoren nou eindelijk eens een doelmatige tegenstrategie wordt ontwikkeld en uitgevoerd.

Niet dus. Vanwaar dit gebrek aan vooruitgang en een doelmatige aanpak? Laat de duiding voortaan daar op focussen, namelijk op concrete tegenmaatregelen om de westerse democratie te beschermen. Herhaling van zetten is aardig, maar bewustwording bij opinieleiders en publiek is intussen voldoende aanwezig. Analisten moeten ook een volgende stap zetten om overheden en techbedrijven tot doelmatig handelen te dwingen.

In een artikel voor Politico dat een opsomming van stagnatie en gemiste kansen geeft, citeert Mark Scott de aftredende Europarlementariër van D66 Marietje Schaake over digitale veiligheid: ‘Wetgevers hebben de bal laten vallen, we staan pas aan het begin van het begrijpen van de uitdagingen voor liberale democratieën.’ Waarom zijn drie kostbare jaren verloren gegaan door inertie? Waar blijft het Deltaplan om dit aan te pakken?

Cenk Uygur van TYT gaat een stap verder en wijst in onderstaande video (na 12’ 50’’) op de obsessie van de journalistiek op neutraliteit die de meer belangrijke norm van objectiviteit beschadigt. Het ‘enerzijds – anderzijds’, ofwel hoor en wederhoor van de klassieke journalistieke code schiet tekort indien het tegenover een portie waarheid een even grote portie onwaarheid en leugens zet. De spanning tussen ‘eerbied voor de waarheid’ en ‘het recht op faire commentaar en kritiek’ staan in de gevallen van nepnieuws en desinformatie op gespannen voet met elkaar. Ook nog eens in een hooghartige houding van ‘dit zijn de normen van de journalistiek’ en ‘zo doen we het al jaren’. De vraag is of dit niet ontaardt in naïviteit en nog houdbaar is als de mate van desinformatie de (sociale) media overspoelt. Want het kan niet de opzet van journalistiek die gaat voor de feiten en de waarheid om onwaarheid te verspreiden. Zo beredeneerd is de reactie van Facebooks Monica Bickert zelfs in dubbel opzicht tekortschietend en onjuist. Zij ontkent zowel dat Facebook een journalistieke organisatie is die inzet op objectiviteit en het nastreven van de waarheid aan de hand van de feiten als dat Facebook een organisatie is die onvooringenomen hoeft te zijn. Anything goes in haar optiek.

Advertenties

In debat met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong: zijn column is niet het eind van het verhaal

with 2 comments

Met NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong had ik afgelopen weken een uitgebreide uitwisseling per e-mail over de berichtgeving in NRC over het Mueller-rapport dat uiteindelijk in een geredigeerde versie van minister William Barr afgelopen donderdag 18 april verscheen. Over wat NRC ervan maakte was ik niet enthousiast. Dat schreef ik in een commentaar van 30 maart met onder meer de volgende passage: ‘Kortom, de verslaggeving over de presentatie van Barrs samenvatting van Muellers-rapport is in mijn ogen naïef en misleidend. Het is niet volgens journalistieke principes van respect voor bronnen en streven naar waarheidsgetrouwheid tot stand gekomen. Blokker is in een partijpolitieke, Republikeinse val getrapt die door Barr is gezet. Blokker en de eindredactie die de koppen maakt hebben zonder dat ze de feiten kennen de fout gemaakt dat ze de mening van Barr vereenzelvigen met de conclusies van Mueller. Ze hielden hierbij geen slag om de arm door de mening aan Barr toe te schrijven en Blokker heeft vanuit een verkeerde aanname theorieën gefabriceerd die niet anders dan als een kaartenhuis in elkaar konden storten. NRC heeft met deze verslaggeving aan haar lezers nepnieuws en desinformatie geleverd. Overigens boden andere stukken van de krant, zoals het hoofdredactioneel van 26 maart gelukkig meer kwaliteit en evenwicht. Maar een opening op de voorpagina springt meer in het oog.’ De Jong heeft zijn interpretatie van onze discussie in zijn column gezet.

Het was een pittige conclusie waar De Jong niet in meegaat. Een Ombudsman heeft een dubbele positie en neemt daarom een tweeslachtige  houding aan. De Ombudsman wil reflecteren en laten resoneren wat er in de samenleving (inclusief bij kritische lezers) leeft, maar heeft tevens rekening te houden met het toelichten en verdedigen van het redactioneel beleid. Een Ombudsman kan wat dat laatste betreft niet te ver voor de troepen uitlopen omdat dat de steun in eigen kring ondermijnt en het opereren bemoeilijkt. Een Ombudsman moet dus schipperen. Naar mijn idee is De Jongs column er een voorbeeld van hoe dat in de praktijk uitpakt. De kritische lezer krijgt ruimhartig de credits om te scoren, maar de mooiste voorzetten en invallen worden grotendeels aan de eigen redactie toegerekend. Dat is blijkbaar het hoogst haalbare op de evenwichtsbalk die zo’n column van een Ombudsman is. Zo beredeneerd kan ik me vinden in de accenten die De Jong legt.

In een commentaar van 1 april 2019 schreef ik onder meer het volgende: ‘De Amerikaanse mainstream media doorzagen de partijpolitieke manipulatie en spin van het Mueller-rapport door Barr naar mijn idee onvoldoende. Ze stonken erin. In navolging daarvan gingen de meeste Nederlandse media collectief de fout in. Ze namen de berichtgeving van de gezaghebbende Amerikaanse media vertraagd over en volgden de hectiek en de nerveuze nieuwscyclus vanaf de publicatiedatum van de Barr-samenvatting op 24 maart tot enkele dagen daarna toen het verstand weer langzaam terugkwam in de redactiekamers.’ De reflectie achteraf dient als rechtvaardiging voor wat er in de dagen na 24 maart misging. Dat is zelfbescherming om het eigen ‘merk’ te beschermen. Het siert NRC dat het nu wel alert is en de valkuilen probeert te vermijden. Media als het NOS Journaal zijn nog lang niet zover in hun reflectie, laat staan zelfreflectie. Dit verhaal is nog lang niet af.

Waarom de media handelden zoals ze handelden blijft het raadsel. Ze waren gewaarschuwd dat Barr niet te vertrouwen was. In mijn commentaar van 1 april probeer ik dat te begrijpen ‘Mogelijk speelt daarbij een psychologisch effect bij Amerikaanse media die afgelopen twee jaar gegeseld werden en zich gegijzeld voelden door de aandacht voor de samenzwering van Trump met de Russische maffia, Russische oligarchen en vertegenwoordigers van de Russische overheid. Dit staat los van politieke overwegingen. Ook als zo’n feit onmiskenbaar is vastgesteld is een spanningsboog van twee jaar lang. Journalisten willen hun eigen agenda vaststellen en niet in een frame stappen dat hun opgelegd wordt. Breken met de consensus kan dan als bevrijding voelen. Of als bevestiging van eigen onafhankelijkheid.’ In de uitwisseling met De Jong verwees ik naar een commentaar van Joshua Holland over de media die een ‘vooroordeel in de richting van normaliteit’ hebben. Dat levert problemen op in de verslaggeving over Donald Trump die zich aan die normaliteit onttrekt.

Maar de verslaggeving over hem blijft redelijk normaal en volgens de gangbare journalistiek code. Holland is kritisch op deze goedgelovige, politieke journalisten: ‘Ze willen geloven dat terwijl de president een kinderlijke narcist is die veel van zijn tijd doorbrengt met het trollen van mensen op Twitter, vrolijk democratische normen platwalst, regelmatig onze instellingen aanvalt en herhaaldelijk de rechtsgang in het volle zicht heeft belemmerd, de politieke wereld anders is zoals zij altijd geweten hebben, en uiteindelijk de storm zal doorstaan. Het is een subtiel vooroordeel dat leidt tot veel goedgelovige verslaggeving over Trumps ‘spin’ en een aarzeling om duidelijke beschrijvende taal te gebruiken bij het rapporteren over dit Witte Huis.’

Tekst van Sjoerd de Jongs column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’:
Tientallen contacten tussen Trumps medewerkers en Russen, de hoop dat hij zou profiteren van illegale hacks bij de Democraten, herhaalde pogingen om speciaal aanklager Robert Mueller te dwarsbomen, en de verzuchting van de president dat hij fucked was met diens aanstelling.

Nu er eindelijk vlees op de botten zit, wordt duidelijk hoe rakelings Trump langs de afgrond is gescheerd – wél vele dubieuze contacten, geen bewijs voor criminele samenspanning – en vooral, dat het dossier nog lang niet dicht is; Mueller spreekt zich niet uit over belemmering van de rechtsgang, al stijgt de reuk daarvan penetrant op uit zijn rapport. Die bal ligt nu bij het Congres en het is geen golfballetje.

NRC-correspondent Bas Blokker concludeerde dan ook terecht dat ,,Trump voorlopig nog niet is verlost van onderzoek naar zijn handelwijze’’ en dat ,,zelfs de oerverdenking van samenzwering met Rusland niet helemaal (lijkt) te zijn weggenomen’’.

Maar wacht even. Toen Trumps minister van Justitie Barr drie weken geleden zijn samenvatting van het Mueller-rapport publiceerde (geen bewijs voor samenzwering, geen oordeel over belemmering van de rechtsgang) schreef de krant dat de ,,donkere wolk’’ die bijna twee jaar boven Trumps presidentschap had gehangen ,,in één zinnetje was verdampt’’ en dat het verwijt van collusion van de agenda was verdwenen. Kop boven het bericht over Barrs samenvatting: Mueller: geen bewijs voor ‘collusion’.

Goed, de krant moest toen afgaan op vier velletjes van Barr, met één (half)  citaat over de verdenking van samenzwering.

Dat nieuws van Barr, een brisante anticlimax na twee jaar hoogspanning over een naderende high noon tussen Trump en Mueller, beheerste overal de internationale berichtgeving. The New York Times en talloze andere kranten hadden vergelijkbare koppen en stukken. De Volkskrant sprak van een ,,enorme overwinning´´ van Trump. Schurend begon ook het handenwringen in de Amerikaanse media. ´Russiagate´ was een collectieve flater van de media die te vergelijken was met de hysterie over massavernietigingswapens van Saddam, brieste een blogger op de linkerflank.

Maar niet heus. Nu weten we beter hoe de vork in de steel steekt. Dit rapport, dat door Barr gedienstig was teruggebracht tot een verklaring van goed gedrag, had, schrijft The Guardian, elke andere president de  kop gekost. Overigens bevestigt het rapport ook allerlei berichten die Trump afdeed als nepnieuws.

Eén Nederlandse blogger met wie ik de afgelopen weken correspondeerde over de berichtgeving kan nu dan ook zijn gelijk halen.

Want blogger George Knight (een nom de plume) trok na Barrs samenvatting eind april aan de bel op zijn blog en in een brief aan mij. De hele journalistiek was in zijn ogen kritiekloos afgegaan op die snippers van Barr. Maar, aldus Knight, we wisten nog helemaal niet wat er in dat rapport stond, alleen wat deze door Trump benoemde man erover had gezegd.  Hij vond dat ook NRC dat onvoldoende duidelijk had gemaakt. Die eerste kop had moeten luiden: Barr: geen bewijs voor ´collusion’. Barr, niet Mueller.

Hij had, schreef hij mij, ,,van NRC meer afstand verwacht en een slag om de arm in eindredactie, verslaggeving en analyse.’’  Overigens vond hij die wel in het Commentaar, dat vaststelde: ,,Bij de beoordeling van het onderzoek past terughoudendheid’’, want ,,Barr stuurde een zeer korte samenvatting van de belangrijkste uitkomsten naar het Congres’’ en ,,voorlopig is dat de enige informatie om de uitkomsten van het onderzoek te wegen’’.

Knight en ik wisselden in twee weken elf e-mails uit, en het lijkt me nuttig wat punten uit die correspondentie te delen,  omdat het gaat over de vraag wat een krant op welk moment kan weten, en welk accent die moet geven.

Ik schreef hem dat ik zijn kritiek dat NRC onvoldoende duidelijk had gemaakt dat dit geen conclusies waren van Mueller maar van Barr, schromelijk overdreven vond. Blokker noteerde in dat eerste bericht onder meer: ‘..Barr citeert het rapport in zijn brief..’ [..]  ‘In Muellers rapport staat volgens Barr..’ [..] ‘..de conclusie van Barr..’[..] en ‘..Barr verwijst naar..’

Dat sloot ook niet uit, schreef ik Knight, ,,dat  in het volledige rapport, mogelijk gesteld in formeel afgewogen taal die haar gelijke hooguit vindt in het rapport van de Commissie van Drie (1976) méér te vinden is.’’

Dat was nog zacht uitgedrukt.

Over die kop, waarmee de krant opende: inderdaad, onvoldoende bewijs voor een zaak is nog niet géén bewijs, zoals Knight stipuleerde (en zoals nu het geval blijkt). Maar daarmee is die kop nog niet fout. Mueller onderzocht de zaak immers als aanklager, en dan zijn er twee smaken: wel of geen aanklacht. Dat uit het onderzoek geen aanklacht tegen Trump was gekomen wegens samenzwering – je krijgt uit het rapport de indruk: daar was zijn campagne ook veel te amateuristisch voor – was dus terecht groot nieuws.

Maar Knight heeft op een ander punt, dat van de duiding, gelijk: de krant had nadrukkelijker een slag om de arm moeten houden in de analyse. De conclusie dat de zaak door dat éénregelige citaat van Mueller was ,,verdampt’’ en van de politieke agenda zou verdwijnen, was voorbarig; een effect van de anticlimax na opgeschroefde verwachtingen.

Het stof van Muellers rapport én dat van de andere onderzoeken is nog niet neergedaald – dat blijkt ook wel uit de berichtgeving van Blokker gisteren, inclusief: een kritisch profiel van Barr.

Wat bewijst wat George Knight maar wilde zeggen: argwaan blijft geboden, zeker in een tijd die is gemarineerd in propaganda, spin en contraspin.

Foto: Schermafbeelding van deel column ‘NRC en Mueller: de anticlimax blijkt nog lang niet het eind van het verhaal’ van NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong, 20-21 april 2019 in NRC.

Nogmaals de affaire-Soros bij NOS Nieuws. Is er nu alles over gezegd of toch nog niet?

with 5 comments

NBDeze verklaring staat vandaag 31 oktober 2018 op de voorpagina van NOS.nl, maar heeft als datum 23 oktober met een ‘AANGEPAST 09:07’ als toevoeging. Zo wordt de datum niet expliciet genoemd. Wat is het? Deze onduidelijkheid is ongelukkig, onhandig en onzorgvuldig. Bij de van oorsprong gedrukte media zoals The Guardian, The New York Times of The Washington Post wordt elke minieme aanvulling of correctie bij het betrokken artikel nauwgezet genoteerd, zodat de ontstaans- en correctiegeschiedenis transparant is voor de lezer. Hier is dat onduidelijk en blijft ongewis wat de datum van de verklaring is. Waarom de NOS dat nalaat en niet nadrukkelijk de datum 31 oktober 2018 gebruikt roept opnieuw vragen op over de journalistieke zorgvuldigheid volgens welke redactie, eindredactie en hoofdredactie van NOS Nieuws handelen.

Iedereen maakt fouten, maar sommige zijn erger dan andere fouten. Bepaalde fouten zijn onverschoonbaar en zouden ‘einde oefening’ moeten zijn. Het gaat om een controversieel artikel van NOS Nieuws dat veel stof heeft doen opwaaien en op 23 oktober werd ingetrokken zoals deze verklaring verduidelijkt. Het verwoordde een antisemitische gezindheid. Erin werd over de Joodse Hongaars-Amerikaanse weldoener en sponsor van progressieve projecten George Soros in de kop het volgende gezegd: ‘invloedrijke bemoeial met tentakels ver in de wereldpolitiek’ en in de tekst de omschrijving: ‘De jood Soros steunt organisaties die regeringen openlijk bekritiseren’. Dat werd snel ingetrokken en vervangen door een versie met andere bewoordingen over Soros die bijna even onzorgvuldig waren: ‘zelfbenoemd ‘staatsman zonder staat’. Dit lijkt hoe dan ook onzin omdat een staatsman boven de partijen dient te staan zoals afgelopen week bij het overlijden van oud-premier Wim Kok nog werd gememoreerd. In een artikel stipte NRC nog meer onnauwkeurigheden en onzorgvuldigheden aan zoals het feit dat Soros tijdens de Tweede Wereldoorlog niet in de VS, maar in Hongarije verbleef.

Nu is het een week later. Maar de kwestie-Soros bij het NOS Nieuws blijft knagen. Is nu de kous af met het intrekken van de verschillende versies van het artikel en is alles erover gezegd? Ik denk het niet. Het is mogelijk dat vanuit een idee van hypercorrectie de betreffende bureauredacteur te hard probeerde om het standpunt van de tegenstanders van Soros weer te geven. Die uit de hoek van extreem-rechts, alt-right en de Trumpianen komen. Dat roept de vraag op of een journalist een lege huls is die min of meer mechanisch aan de hand van procedures met feiten een artikel vult of dat een journalist verantwoordelijkheid heeft in het  bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en vaart op een kompas met een innerlijk besef van goed en kwaad.

De toelichting van hoofdredacteur Marcel Gelauff die probeert te verklaren waarom het zo fout heeft kunnen lopen noemt abstracte termen als ‘interne werkwijze’ en ‘journalistieke scherpte en alertheid’. Dat is niet het hele verhaal. Het gaat erom dat zowel bureauredacteur als eindredacteur tekort hebben geschoten vanwege ‘mentaliteit’, gebrek aan ‘politiek en historisch besef’, ‘ontbrekend geweten’ en onbegrip voor de feiten en de waarheid die in het artikel uitmondde in een journalistiek vergrijp (laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen). Het lijkt erop dat een solide tweede lezing, factcheck of controle op berichten ontbreekt.

Het gaat om twee aspecten. De harde component betreft de systeemfout van een onvolledige structuur met onvoldoende toezicht. De zachte component gaat om de mentaliteit van medewerkers die leidde tot het opschrijven en klakkeloos overnemen van extreem-rechtse ‘talking points’ zonder relativering en context. Dit geeft te denken over de stabiliteit, koersvastheid en intellectuele verdieping van de redactie van NOS Nieuws.

Het enige voordeel van deze affaire is dat voor een groot publiek de argumenten zijn versterkt tegen de illusie dat media links zijn. Dat zijn ze niet omdat gevestigde media zoals de NOS per definitie aanleunen tegen de gevestigde orde en de bestaande machtsverdeling onderschrijven en niet fundamenteel ter discussie stellen. Als daar dan ook ‘per abuis’ de ‘talking points’ van alt-right aan toegevoegd worden, dan kan er geen twijfel over bestaan dat in de kern de gevestigde media de status quo helpen handhaven waar techgiganten, multinationals en financiële instellingen het voor het zeggen hebben, en niet de burger of zelfs de politiek.

Foto: Schermafbeelding van artikelArtikel George Soros ingetrokken’ van Hoofdredacteur NOS Nieuws Marcel Gelauff op NOS.nl, 23 oktober 2018.

Post-waarheid in het Trump-tijdperk vraagt meer bewustwording van de journalistiek en een andere aanpak van de verslaglegging

with 2 comments

Leugens zijn in de publieke opinie steeds meer het nieuwe normaal. We zijn terug in het Oost-Europa van voor 1989. Bedrog en vervalsing als leidend narratief. Misschien kunnen de werken van de mensenrechtenactivisten en schrijvers van toen (Kundera, Havel, Amalrik) ons leren hoe de leugens van nu beantwoord kunnen worden.

De latere Tsjecho-Slowaakse president Václav Havel omschreef dat in het essay The Power of the Powerless (1978): ‘Omdat het regime gevangen zit in zijn eigen leugens, moet het alles vervalsen. Het vervalst het verleden. Het vervalst het heden, en het vervalst de toekomst. Het vervalst statistieken. Het pretendeert geen almachtige en onberedeneerde politie-apparaten te bezitten. Het doet alsof het de mensenrechten respecteert. Het doet alsof het niemand vervolgt. Het doet alsof het niets vreest. Het doet alsof het niets doet.’ Essentieel is Havels constatering dat het systeem ‘gevangen zit in zijn eigen leugens’. Als het pad van de vervalsing eenmaal ingeslagen, dan heeft het geen keuze meer om zich eraan te onttrekken en de waarheid te vertellen. De paradox is dat vanaf een bepaalde kritische grens van vervalsing meer leugens de geloofwaardigheid meer dienen dan de waarheid die de leugens weerspreekt.

Van belang is om te benadrukken dat het bij politici als president Trump gaat om de combinatie van korte- en lange termijn effecten. Het gaat zowel om het vertellen van leugens die de 24 uurs-nieuwscyclus domineren als om het creëren van een systeem van leugens waarin de leugens en het systeem elkaar versterken. Dat plaatst de journalistiek ongewild in de frontlinie van de publieke opinie. Want het regime of de naar het autoritarisme neigende bewind dat alles vervalst, wordt zo gedwongen om de eigen claims op de waarheid te blijven vervalsen en de journalistiek die dat corrigeert in een ultiem gebaar van cynisme af te doen als vervalsing. De vervalsing van 1978 wordt nu nepnieuws genoemd. Het regime dat het heden vervalst stelt de feiten van de journalistiek voor als nepnieuws, en presenteert het eigen nepnieuws als feit.

Villamedia plaatst een beschouwing van Lars Pasveer over schrijver en docent journalistiek Dan Gillmor die probeert een antwoord te vinden op de uitdaging waarvoor de hedendaagse journalistiek gesteld wordt door autoritaire regimes en opinieleiders die een loopje met de feiten nemen. Hij roept journalisten en media op om niet langer als doorgeefluik voor leugens van de Amerikaanse overheid te fungeren: ‘Het excuus dat er enkel verslag wordt gedaan voldoet niet langer. ‘Dit zijn geen normale tijden”, stelt Gillmor. Er is volgens hem oorlog verklaard aan de journalistiek met desinformatie als strategie.’ Gillmor stelt dat een omslag in het denken van de journalistiek over objectiviteit nodig is om een passend antwoord te geven op de vervalsing die de post-Trump waarheid kenmerkt. Dat is een worsteling en zoektocht die niet makkelijk is.

De gedragsregels van de journalistiek dienen aangepast te worden. Ze gelden in een redelijke omgeving waarin alle kanten uitgaan van de feiten. Maar als die omgeving inkrimpt of zelfs verdwijnt, dan komen die regels in de lucht te hangen. Want waar geeft de hoofdregel van de journalistiek ‘Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist’ nog antwoord op als bij een overheid niet de waarheid, maar de vervalsing ervan centraal staat? Scheiding tussen opinie en feit blijft voor de journalistiek fundamenteel, maar komt in een ander licht te staan als de feiten zelf ter discussie worden gesteld en slechts met toelichting van de eigen opinie kunnen worden beredeneerd of zelfs gerechtvaardigd.

De regering-Trump voert sinds een jaar een campagne met vervalsingen en alternatieve feiten met als doel om de kracht en de acceptatie bij de vaste achterban van het Rusland-onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller zoveel mogelijk te verkleinen. Naar verwachting biedt het spectaculaire onthullingen. Politiek werd Trump door de Republikeinse senatoren te verstaan gegeven dat het ontslag van Mueller of verantwoordelijk onderminister van Justitie Rosenstein niet getolereerd zou worden en per omgaande beantwoord zou worden met een afzettingsprocedure. Dus die weg was voor de Trump afgesloten. In zekere zin heeft dat voor de waarheid averechts uitgepakt omdat Trump en zijn waterdragers bij gebrek aan beter het vervolgens nog meer dan voorheen over de boeg van de vervalsing gooiden.

Het hellend vlak van het activisme is voor journalisten ongewenst. Dan gaat een journalist de weg op van de spindoctor (‘het tribunaal van de publieke opinie’) of de politieke activist zoals Glenn Greenwald en houdt op journalist te zijn. Of en hoe de gedragsregels in tijden van post-waarheid aangepast kunnen worden zoals Dan Gillmor beweert is de vraag die voor de journalistiek nu aan de orde is.

Alles moet veranderen in de journalistiek om hetzelfde te blijven, zoals de kernspreuk uit Il Gattopardo luidt. Geen politiek activisme, maar actief nadenken over een nieuwe invulling van de journalistiek. Een ‘objectief‘ verslag op NPO Radio 1 dat uitgebreid de claims op de waarheid over migrantenkinderen door president Trump laat horen inclusief zijn aantoonbare leugen dat een en ander te wijten valt aan de Democraten, maar tegelijkertijd die claims onweersproken laat kan echt niet meer en is ook in 2018 slechte en luie journalistiek die meer aan informatie dan aan desinformatie doet. Nodig bij de journalistiek is bewustwording over het vak en het afwerpen van de schroom om alles bij het oude te laten. Doorgaan op hetzelfde pad speelt de tegenstanders van de waarheid die profijt hebben bij het in gelucht houden van de vervalsing in de kaart.

Foto’s: Tsjecho-Slowaakse postzegels uit respectievelijk 1978 (14e zitting van de permanente COMECON commissie voor Post- en Telegraafcommunicatie) en 1960 (Dag van de Pers).

Gevestigde media verantwoorden zich voor hun buitensporige aandacht voor Baudet. Maar ze geven verkeerde argumenten

with 5 comments

De weinig kritische aandacht voor Baudet van de gevestigde media is een terugkerend thema. In NRC vroeg econoom en columnist (onlangs gestopt) Coen Teulings zich af waarom NRC zoveel kritiekloze aandacht aan Baudet besteedt. NRC-ombudsman Sjoerd de Jong had er geen goed antwoord op. Ik vraag het me ook herhaaldelijk af. Verzaken de media hun plicht in de berichtgeving? De Jong tekent de reactie van chef Den Haag René Moerland op: ‘Wij zijn er niet om politici groot of klein te maken, we willen nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedereen’. Dat eerste klopt, maar dat tweede staat juist ter discussie. Want het lijkt er sterk op dat in de berichtgeving de gevestigde  media juist niet kritisch genoeg zijn tegenover Baudet en zijn partij.

Wat is dat voor mechanisme van de media om zoveel aandacht aan Baudet te besteden? Ook nog kritiekloos. De 2,5 maal zo sterk in de Tweede Kamer vertegenwoordigde PvdD krijgt minder media aandacht.

Naast de juridische invalshoek van Mihai Martoiu Ticu in zijn open brief aan de hoofdredacteur Philippe Remarque van De Volkskrant is er een politiek-filosofische invalshoek die te maken heeft met de weerbare democratie. Zoals dat door Bastiaan Rijpkema onder de aandacht wordt gebracht in het publieke debat. Deze opvatting houdt in dat een weerbare democratie grenzen dient te stellen aan anti-democratische krachten. Vooralsnog is dat geen kwestie van tijdig ingrijpen om een politieke partij als FvD te verbieden, maar van bewustwording en signalering om te beseffen dat een politicus die zich buiten het politieke spectrum begeeft en niet ondubbelzinnig de democratische instituties steunt een gevaar voor die democratie kan worden.

Het is niet gezegd dat de politiek leider Thierry Baudet op dit volledig samenvalt met zo’n anti-democratische kracht, maar met zijn gedachtengoed leunt hij wel stevig aan tegen radicaal gedachtengoed zoals dat door nationalisten, populisten en de nihilisten van de alt-right beweging wordt vertegenwoordigd. Dat zou de Nederlandse journalistiek kritisch en alert moeten maken, maar dat gebeurt op dit moment onvoldoende.

Hoewel het er raakvlakken mee heeft, gaat de koers van FvD voorbij aan het traditionele rechts-conservatisme dat de status quo verdedigt. Baudet wil juist de gevestigde orde omver schoppen zonder dat hij overigens duidelijk maakt wat daarvoor in de plaats moet komen. Of men moet de mantra over de natiestaat Nederland die het autonoom rooit in een financiële, economische, politieke en militaire arena vol concurrente krachten een geloofwaardig en consistent verhaal vinden. Met politiek realisme heeft het echter weinig te maken.

Waarom stellen interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn ideologie? Waarom stellen de interviewers Baudet geen kritische vragen over zijn contacten in rechts-radicale kringen? Waarom is er nog steeds geen achtergrondartikel verschenen dat deze rechtse en nihilistische contacten gedetailleerd in kaart brengt? Waarom vragen interviewers -die zich politiek, economisch en militair geschoold hebben- niet door over de onhaalbaarheid van een zelfstandige natiestaat Nederland die weerloos, machteloos en krachteloos zal zijn tussen de eigen multinationals, bevriende en vijandige naties of supranationale organisaties (IMF, EU)?

Zijn de journalisten die Baudet niet of op z’n best halfslachtig aanpakken lui en oppervlakkig? Klopt de aloude klacht dat de oudere generatie academische geschoolde journalisten superieur is aan de huidige generatie journalisten die academisch tekortschiet? Of is het de angst om teruggefloten te worden door de eigen hoofdredactie die de journalisten berooft van de ambitie, durf en de wil om de potentiële vijanden van de democratie niet minder hard, maar juist harder aan te pakken? ‘Dus de media presenteren zich als waakhonden van onze welzijn en vrijheid, maar ze doen hun plicht niet echt’, concludeert Mihai Martoiu Ticu. Ik denk ook dat de gevestigde media hun plicht verzaken. De media worden ook wel het venster op de democratie genoemd, maar in Nederland zitten de gordijnen potdicht om de democratie actief te verdedigen. 

Als de journalistiek signaleert en iedereen over één kam scheert is het verkeerd bezig. Het neemt daarmee onvoldoende verantwoording. Nieuwsgierig en kritisch zijn tegenover iedere politicus, is een abstracte en ondoelmatige werkwijze. Uiteraard moet de journalistiek niet op de plek van de politiek gaan zitten of zich tot deelnemer maken aan het politieke debat. Het moet aan de buitenkant blijven. Maar het standpunt van NRC-redacteur Moerland dat elke politicus dezelfde mate van nieuwsgierigheid en kritiek oproept is onzinnig en geeft precies aan wat er mis is met de Nederlandse journalistiek. Het weet dat het geen partij mag kiezen, maar verwart dat met het idee dat iedere politicus dezelfde mate van kritiek gegeven moet worden. Als een politicus uitspraken doet die erop duiden dat hij of zij de wet of de democratie in gevaar kan gaan brengen, dan is het de functie van de journalistiek om dat te melden. Dan passen meer nieuwsgierigheid en kritiek.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-posting van Mihai Martoiu Ticu, 31 december 2017. 

Facebook en De Volkskrant passen op uiteenlopende wijze de journalistieke code verkeerd toe

with one comment

Media Matters roept CEO van Facebook Mark Zuckerberg uit tot de ‘misinformer‘ van het jaar 2017. De multinational die steeds weer beterschap belooft in het opkrikken van het journalistieke gehalte, het minimale doet om er mee door te kunnen, maar uiteindelijk te weinig levert. Facebook neemt geen verantwoordelijkheid en kan daar onvoldoende op aangesproken worden. Facebook is de op en top verspreider van nepnieuws. Op de Facebook-pagina van De Volkskrant ontmoeten multinational en Nederlandse nieuwsmedium elkaar.

Maar waar Facebook te weinig journalistieke traditie heeft of zich daartoe wenst te bekeren, heeft een traditioneel nieuwsmedium als De Volkskrant te veel journalistieke code. De Code van Bordeaux uit 1954 legt de journalist op ‘op faire wijze te werk te gaan’, op hoor altijd wederhoor te geven. Maar deze ‘faire wijze’ wordt valkuil en hinderlaag voor de traditionele journalistiek als wederhoor voornamelijk nepnieuws toevoegt. Hoofdredacties zouden niet deze ‘faire wijze’, maar de eerbied voor de waarheid voorop moeten zetten.

Mijn reactie bij dit FB-bericht: ‘Facebook en De Volkskrant ontmoeten elkaar in het verspreiden van nepnieuws. Ze hebben helemaal niks geleerd in 2017. Facebook, de internationale misinformer van het jaar, en De Volkskrant de Nederlandse misinformer van het jaar. Is het onderhand geen tijd voor andere beleid, beste hoofdredactie van de Volkskrant? Neem de kerstdagen de tijd om diep na te denken. Om dit soort nepnieuws van en over Baudet in 2018 te vermijden. Zo kan 2018 het jaar worden dat De Volkskrant een kwaliteitsslag maakt, vals van echt nieuws onderscheidt en beseft dat de journalistieke code uit 1954 met de doodlopende weg van het enerzijds-anderzijds in 2018 niet meer ongewijzigd toegepast kan worden.

Foto: Schermafbeelding van deel FB-bericht van De Volkskrant met eigen reactie, 23 december 2017.

Written by George Knight

23 december 2017 at 12:16

Heeft NRC goed nagedacht over plaatsing artikel Baudet en FvD?

with one comment

NRC maakt in mijn ogen een slechte beurt door een kritiekloos artikel over Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie te plaatsen. Het grootste gemis is het ontbreken van een schets van Baudets buitenlandse contacten, zoals die bijvoorbeeld in februari 2016 tot uiting kwam door de aanwezigheid van Baudet op een Poolse conferentie. Hij begaf zich daar in extreem- en radicaal-rechtse kringen die gelieerd waren aan de fractie van Europa van Naties en Vrijheid in het Europarlement die wordt gedomineerd door het Front National. Aan een profielschets van Baudet zonder het Front National te noemen ontbreekt iets fundamenteels. Een ander gemis is dat het niet focust op de verwerpelijke uitspraken die Baudet doet, zoals politiek journalist Jaap Jansen nog gisteren optekende op een partijbijeenkomst van Forum voor Democratie in Den Haag.

NRC trapt in de valkuil van de traditionele ‘enerzijds-anderzijds’ journalistiek die hoor en wederhoor biedt en daarom zelden tot een harde afwijzing komt. NRC had óf door moeten pakken door tot de kern te gaan door internationaal onderzoek óf moeten zwijgen wegens onvoldoende materiaal. Nu werkt NRC gewild of ongewild mee aan de normalisering van een radicaal-rechtse partijpoliticus die lacherig of op een badinerende toon de meest vreselijke uitspraken doet die haaks staan op de opvatting van parlementaire democratie waar de liberale NRC zich hard voor maakt. Dat rijmt niet, maar vloekt. Het leek wellicht een aardig ideetje om Baudet en zijn partij als een interessant fenomeen te beschrijven, maar zonder goed na te denken over de gevolgen van zo’n profielschets is het tamelijk naïef. Het past evenmin in de opvatting van de weerbare democratie.

Foto 1: Schermafbeelding van FB-posting van NRC met reactie, 4 november 2017.

Foto 2: Tweets van Politiek verslaggever/commentator BNR Nieuwsradio Jaap Jansen, 3 november 2017.

Foto 3: Eigen tweet, 4 november 2107.