WNL doet aan stemmingmakerij en slechte journalistiek door een verkeerd beeld te geven van de Code Diversiteit & Inclusie in de kunstsector. Het beticht overheid van sociale dwang

Journalistiek is soms om somber van te worden als het niveau door de bodem zakt. Je zou denken dat de opdracht van de journalistiek is om te informeren en niet om te desinformeren. Luidt immers niet het eerste aspect van de gedragscode voor journalisten, de Code van Bordeaux die de NVJ als voorbeeld beschouwt de eerbied voor de waarheid? Het publiek heeft recht op de waarheid. Maar in de praktijk blijft daar vaak niks van over. Het is een streven dat niet gehaald wordt.

Het gebazel van gasten in een radioprogramma van WNL toont aan hoe diep de journalistiek is gezonken. Presentator en gasten is het niet om de waarheid te doen, maar om wat anders. Wat dat is blijft in het midden, maar het lijkt erop dat het eerder slordigheid en gebrek aan inhoud is dan kwade wil. Ze corrigeren elkaar niet omdat ze geen kennis van zaken hebben over het onderwerp waar ze over praten en blijkbaar voor uitgenodigd zijn. Met als gevolg dat een gast de grootste onzin kan uitkramen zonder dat het wordt weerlegd. Het resultaat is desinformatie. De luisteraar wordt op het verkeerde been gezet.

Ik luister of kijk bijna nooit naar dit soort programma’s van de Nederlandse omroep. Talkshows op radio en televisie heb ik afgezworen omdat ze niet informeren, maar desinformeren. Vaak gaan ze over triviale zaken die niet relevant zijn. Het is op z’n best amusement in de vorm van journalistiek. Of journalistiek in de vorm van amusement. Op een enkele uitzending van Nieuwsuur of Buitenhof na.

Als het onderwerp me aan het hart gaat kijk ik achteraf terug. Dan zie je journalisten of deskundigen die weten waarover ze praten en ons feiten en inzicht in een specifieke kwestie geven. Dat is wat anders dan het vullen van de zendtijd met leeg geklets zoals WNL doet of het geven van rechtse meningen omdat het nu eenmaal bij het profiel van deze omroep past. Bij WNL kunnen de feiten uit de meningen volgen.

Hoe het anders kan en hoe in de hoeken van de Nederlandse journalistiek wordt geprobeerd om de standaard van de journalistiek hoog te houden bewijst het interview van Twan Huys met de Italiaanse onderzoeksjournalist en maffia-kenner Roberto Saviano in Buitenhof. Het kan gerust onthullend worden genoemd. In 11 minuten toont Saviano overtuigend aan hoe verrot Nederland is, hoe bewust disfunctioneel de Nederlandse politiek is en hoe dat vervolgens door de hele Nederlandse elite wordt genegeerd. Het merkwaardige is dat WNL hetzelfde wil aantonen, maar doorgaans blijft steken in vooroordelen en sjablonen en er dus niet in slaagt om te overtuigen.

Aanleiding is de uitweiding van Volkskrant-journalist Martin Sommer over diversiteit en inclusie in de kunsten. Hij beweert in zijn antwoord (vanaf 6′ 10”) dat de Raad voor Cultuur voor de kunstsector diversiteit en inclusivitiet als norm heeft gesteld. Dat is inderdaad zo, maar het zit anders in elkaar dan hij het voorstelt.

Er is een Advies van de Raad van juni 2020 voor de komende beleidsperiode 2021-2024 waarin het als kaders de toepassing van de codes voor governance, fair practice, diversiteit en inclusie hanteert. Hoe strikt die kaders zullen worden gehandhaafd is de vraag omdat ook in het verleden instellingen structureel subsidie kregen zonder zich volledig aan de code voor diversiteit en inclusie te houden. Ook bij een verkeerde opvatting door Sommer van deze code is het niet aantoonbaar dat instellingen die zich er niet aan houden geen subsidie krijgen zoals hij stellig beweert. Dat klopt niet omdat het in strijd met de praktijk is.

Sommer slaat de plank mis omdat hij niet weet wat de Code Diversiteit en Inclusie inhoudt. Hij associeert erover in clichés zonder kennis van zaken. Als politieke journalist maakt hij het politiek. Hij valt terug in zijn eigen niche omdat hij een ander perspectief niet (ver)kent. Sommer berijdt zijn stokpaardjes en vliegt uit de bocht.

Juist deze gedragscode is in een nieuwe versie verbreed om bezwaren tegen een te enge, politieke opvatting ervan tegen te gaan. Gezien het brede scala van deelnemende instellingen die betrokken was bij de formulering ervan is het ook logisch dat die verbreding de uitkomst is. In Nederland polderland wil iedereen die aan tafel meepraat immers de eigen doelstelling in het eindresultaat terugvinden. De Code Diversiteit en Inclusie is een compromis. Geen radicaal, maar een gematigd standpunt.

De Code Diversiteit & Inclusie in de culturele sector waarin de hele kunstsector samenwerkt heeft als normen gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Het zijn dus niet uitsluitend de actuele politieke identiteitsonderwerpen als huidskleur, etniciteit en sekse die alleenzaligmakend zijn zoals Sommer suggereert en zijn gasten en de moderator niet corrigeren. Niet alleen Sommer blijkt niet te weten wat de code inhoudt, zijn gasten weten het evenmin.

Dit radioprogramma is niet zozeer een belediging voor de intelligentie van de gasten en de programmakers, maar een belediging voor de intelligentie van de luisteraars. De pseudo-deskundigen gijzelen de ether en laten zich verleiden om uitspraken over onderwerpen te doen waar ze niets van afweten. Dat resulteert in gebazel.

Het werkt voor de publieke opinie averechts als een radioprogramma met journalistieke ambities er zo’n puinzooi van maakt. De onderwerpen identiteitspolitiek en cancelcultuur zijn te belangwekkend om ze voor een massamedium zo slordig en eenzijdig te behandelen. Bijkomend effect is dat de kunstsector en de kunstinstellingen worden weggezet als onzelfstandig en ondergeschikt aan politieke doeleinden, terwijl het juist dit radioprogramma is dat politiek bedrijft door de werking van de kunstsector verkeerd voor te stellen.

Video die we van Café Weltschmerz niet mogen zien. Ab Gietelink verliest coronadebat van Maarten Keulemans

Villamedia meldt in het artikelCafé Weltschmerz wist video coronadebat wetenschapsjournalist Maarten Keulemans‘ het volgende medianieuws: ‘Wetenschapsredacteur Maarten Keulemans (Volkskrant) heeft zijn ergernis laten blijken over een door discussieplatform Café Weltschmerz verwijderde video van een gesprek tussen hemzelf en publicist en coronascepticus Ab Gietelink. Volgens Café Weltschmerz was het debat inhoudelijk niet goed genoeg.

De claim van Café Weltschmerz is onjuist. Keulemans slaat Gietelink in het gesprek knockout. Hij beschuldigt hem in het gesprek van populisme en Gietelink heeft daar geen antwoord op.

Uit het artikel van Villamedia blijkt dat nadat Café Weltschmerz de video van het gesprek tussen Gietelink en Keulemans offline heeft gehaald er een kopie circuleert die Yarno Ritzen ervan heeft gemaakt. Keulemans bedankt Ritzen daarvoor in een tweet. Deze video is hier te zien. Het maakt het mogelijk voor kijkers om zelf te controleren of de bewering van Café Weltschmerz klopt of uitsluitend dient om Ab Gietelink en de eigen agenda te beschermen.

Gietelink is een prominente presentator op Café Weltschmerz die sinds begin 2020 COVID-19 als aandachtsterrein heeft gekozen en daarmee een nieuwe alternatieve loopbaan probeert op te bouwen. Hij is van oorsprong theatermaker zonder medische expertise.

Gietelink trekt in eigen kring met een schare van vaste medestanders voortdurend de wetenschap, de politiek en de media in twijfel. Ook dat verwijt Keulemans hem en daar heeft Gietelink geen weerwoord op. Keulemans verwijt Gietelink dat hij voortdurend beschuldigingen over ‘de media’ ventileert zonder concreet te worden, zodat media zich niet verdedigen kunnen tegen deze ongerijmde aantijgingen.

Feit dat Café Weltschmerz deze video verwijdert geeft aan dat het zelf precies doet wat het ‘de media’ verwijt. Namelijk, selectief en eenzijdig te werk gaan. Feitelijk zijn ‘de media’ pluriformer en geven meer ruimte aan ‘tegengeluid’ dan Café Weltschmerz dat vrijwel uitsluitend vanuit een gesloten wereldbeeld voor eigen parochie preekt. Media hanteren een professionele code en zijn daardoor verplicht zich aan een aantal gedragsregels te houden, terwijl Café Weltschmerz dat niet doet.

Ab Gietelink is de prediker die ontmaskerd wordt als inhoudsloos en demagogisch. Keulemans prikt dat keihard door.

Het is duidelijk waarom Café Weltschmerz dit gesprek heeft verwijderd. Gietelink heeft geen argumenten en dat wordt hem door Keulemans verteld. Café Weltschmerz kan de video niet online laten staan omdat daardoor de bodem onder de eigen agenda wordt weggeslagen. Met terugwerkende kracht blijkt er namelijk uit dat wat Gietelink in tientallen video’s over de medische, publicitaire, politieke en andere aspecten van COVID-19 heeft beweerd niet onderbouwd is en geen basis in de werkelijkheid, maar in zijn eigen fantasie vindt. Dat dient de harde kern van kijkers van Café Weltschmerz onthouden te worden omdat het schadelijk is voor de geloofwaardigheid van Gietelink en Café Weltschmerz.

Journalistiek van RTV Utrecht als rebus. Koudwatervrees in berichtgeving over straatintimidatie. Wie zijn de daders?

Schermafbeelding van deel artikelStraatintimidatie blijft probleem: Maria (23) vertrok uit Utrecht omdat ze zoveel werd lastiggevallen’ op RTV Utrecht, 2 april 2021.

Ik woon in Utrecht en schaam me diep dat vrouwen zich in mijn stad op straat niet veilig voelen door intimidatie. De lokale politiek beloofde een plan van aanpak, maar dat is er nog niet. In Utrecht zijn GroenLinks en D66 de grootste partijen.

Naming and shaming’ is vaak een eerste stap om een probleem zichtbaar te maken zodat het opgelost kan worden. Maar de media geven geen informatie over de achtergrond van de daders. Bovenstaand artikel over straatintimidatie praat in algemeenheden.

In een eerder bericht over dit onderwerp gaf RTV Utrecht indirecte informatie waar men uit af kan leiden wie de daders zijn: ‘Meer dan de helft van de slachtoffers geeft aan in de eigen wijk te zijn lastig gevallen. Ook de binnenstad, de Kanaalstraat, de Amsterdamsestraatweg en de winkelcentra in Overvecht en Kanaleneiland worden genoemd als plekken waar vaak geïntimideerd wordt.’ Men moet kennis hebben over genoemde wijken om te weten wat er aan de hand is. RTV Utrecht wijst niet echt de weg.

Zo maken media de journalistiek tot een rebus. ‘Het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist’ zo zegt de Code van Bordeaux als ‘een standaard van beroepsgedrag door journalisten in hun werkzaamheid‘. Aan RTV Utrecht is het niet besteed. Dat geeft het publiek geen recht op waarheid.

Iets mag blijkbaar niet te duidelijk worden door namen en rugnummers te noemen, maar toch duidelijk genoeg zijn voor de nieuwsconsument om te kunnen gissen wat er aan de hand is. Harde informatie of een analyse geeft de journalistiek van RTV Utrecht niet.

Zo creëert dit lokale medium een nieuw genre: raadseljournalistiek, die het cryptogram en het kruiswoordraadsel vervangen. Het opent perspectief. Nederland werd in 1940 overweldigd door vijanden zonder naam. Afrekeningen in het criminele circuit kennen voortaan alleen slachtoffers en geen daders. Als het Nederlands Elftal verliest dan heeft het geen tegenstander. De Toeslagenaffaire kwam uit de lucht vallen zonder oorzaak. Als lokale media steken laten vallen, dan wordt dat niet genoemd. Zo dekt RTV Utrecht zich verstandig al op voorhand in door nooit meer over zichzelf te hoeven berichten.

Journalistiek moet onjuiste beweringen van opinieleiders geen ruimte geven en beter dan nu uitleggen waarom het dat niet doet

Meermalen heb ik me hier kritisch uitgelaten over de gevestigde media. Dan bedoel ik niet dat ze de stem van de gevestigde orde zijn en voor druk, geld en invloed tot een instrument worden gemaakt dat de beeldvorming  manipuleert. Dat is iets van alle tijden en zo oud als er media bestaan. Zogenaamde objectiviteit bestaat niet. Mijn kritiek is anders.

Het gaat me om het antwoord in werkwijze en gedragsregel op recente ontwikkelingen die niet goed verwerkt worden. De Code van Bordeaux uit 1954 legt de journalist op ‘op faire wijze te werk te gaan’, op hoor altijd wederhoor te geven. Het wordt echter valkuil en hinderlaag voor de traditionele journalistiek als wederhoor voornamelijk nepnieuws toevoegt. Hoofdredacties zouden niet deze ‘faire wijze’, maar de eerbied voor de waarheid voorop moeten zetten.

Is het onderhand geen tijd voor ander beleid bij media? Zo kunnen media een kwaliteitsslag maken door vals van echt nieuws te onderscheiden en nepnieuws als hoor of wederhoor niet langer te verspreiden. Beter dan nu dienen de media te beseffen dat de journalistieke code uit 1954 met de doodlopende weg van het enerzijds-anderzijds of het verslag doen van elke oprisping van elke politicus of complotdenker niet meer ongewijzigd toegepast kan worden.

Op dit blog hanteer ik de vuistregel dat ik alleen ongewijzigd beweringen doorgeef die op feiten zijn gebaseerd. Daar hoef ik het niet mee eens te zijn, maar ze mogen in mijn ogen niet in strijd met de waarheid zijn. Een mening moet tegengesproken kunnen worden en onderdeel van het publieke debat zijn. Met beweringen die in strijd met de feiten zijn hanteer ik een andere vuistregel. Die plaats ik alleen als ik ze duidelijk kan weerleggen, anders geef ik ze niet weer.

Media hanteren deze regel niet. Elke oprisping van politicus Thierry Baudet of Geert Wilders of al die complotdenkers die COVID-19 als een griepje voorstellen kan geplaatst worden. Niet altijd gebeurt dat omdat het niet altijd nieuwswaardig is, maar er is evenmin een regel bij media dat ze beweringen die in strijd met de feiten zijn per definitie geen ruimte geven. Ze  verschuilen zich dan soms achter het excuus dat de feiten niet vaststaan en ze om onpartijdig verslag te kunnen doen feiten die in strijd zijn met de waarheid wel moeten doorgeven. Met als gevolg dat de gevestigde media zich willens en wetens tot de belangrijkste handlangers van het verspreiden van desinformatie hebben gemaakt. Dat daar goede objectieve stukken binnen genuanceerde redacties of gepeperde commentaren van talkshow hosts tegenover staan weegt daar niet tegen op. Het kwaad is dan al geschied.

Klem tussen de gesel van de markt, de macht van Amerikaans techbedrijven als Facebook en Twitter, de angst om de boot te missen en de beschuldiging van partijdigheid heeft de journalistiek geen afdoend antwoord op de vraag of het nieuws dat in strijd is met de feiten ongewijzigd door moet geven. Was het in 2016 toen desfinformatiecampagnes in opkomst waren nog begrijpelijk dat hoofdredacties er geen passend beleid over hadden ontwikkeld omdat ze erdoor overvallen werden, nu is het nalatig dat ze nog steeds geen passend beleid hebben dat nepnieuws blokkeert en de nieuwsconsument uitlegt hoe dat beleid precies werkt en is geformuleerd.

Aanleiding is een commentaar van 13 maart 2021 van redacteur Chris Quinn in The Plain Dealer, de belangrijkste krant van Cleveland, Ohio. De titel geeft aan wat de inzet is: ‘When candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention?’. Het gaat om de Republikeinse kandidaat-Senator Josh Mandel die meningen verkondigt die niet alleen in strijd met de feiten zijn, maar ook de volksgezondheid in gevaar brengen. Exact wat types als Baudet of Willem Engel doen. De sleutelpassage uit Quinns commentaar is de volgende:

Is dat niet exact de inschatting die de media moeten maken, maar te weinig maken? Namelijk dat buitensporige en gevaarlijke beweringen nog geen nieuws zijn dat gepubliceerd dient te worden. Zoals Quinn ook zegt zijn types als Mandel wanhopig op zoek naar aandacht en geeft zijn krant graag ruimte aan debat. Daar zijn echter grenzen aan: ‘Maar we publiceren niet bewust belachelijke en idiote beweringen. Mandel wilde niet zozeer een debat voeren met onze columnist, maar ons platform gebruiken om aandacht te krijgen met aantoonbaar valse beweringen over het virus.’ Het beroep op die enerzijds-anderzijds functie van media is de valkuil waar de complotdenkers slim gebruik van maken en media niet echt een goed antwoord op hebben. Quinn geeft dat antwoord wel.

Foto’s: Schermafbeelding van delen uit artikelWhen candidates make reckless statements just to get attention, should they get attention? van Chris Quinn voor The Plain Dealer (online: Cleveland.com), 13 maart 2021.

Wanneer komen journalisten van gevestigde media tot het besef dat ze de opkomst van de rechts-radicale populisten hebben ondersteund?

Er bestaat in het publieke debat verschil van mening over wie er het meest verantwoordelijk is voor de opkomst van populisten als Trump, Wilders, Baudet, Farage, Boris Johnson en dat soort rechts-radicale nationalistische politici.

Vertegenwoordigers of sympathisanten van de gevestigde media wijzen naar de almacht van Facebook, Twitter en Google (YouTube) die zich eerder als technisch-intermediaire dan journalistieke platforms beschouwen en ruimte hebben gecreëerd voor complotdenkers. Dat is geen onjuiste gedachte die echter voorbijgaat aan de verantwoordelijkheid van de traditionele media die daar vooraf aan gaat.

Want zowel voor- en tegenstanders van deze media huldigen het idee dat een nieuwsbericht pas vaart krijgt als het in de gevestigde media op een neutrale en niet-kritische manier verschijnt. Het geeft het complot legitimiteit.

Het is dus logisch om te veronderstellen dat de oorzaak voor de opkomst van de rechts-radicale populisten enkel en alleen te wijten is aan de traditionele media. Ze hebben hun verantwoordelijkheid niet genomen en hun taak verzaakt om tijdig en ondubbelzinnig te signaleren wat voor gevaar voor de democratie types als Trump vormden.

Media hebben het laten gebeuren.

Wat vaak vergeten wordt is dat net als de techgiganten ook de mediaconcerns grote economische belangen hebben en doorgaans niet onafhankelijk handelen. Ondanks redactiestatuten of de formele autonomie van redacties. Er bestaat ook zoiets als indirecte druk om zich te voegen in een economische structuur. Dat kan bij journalisten resulteren in zelfcensuur, sociaal inschikken binnen het mediabedrijf waar men werkzaam is en het achterwege laten van initiatieven om de nek uit te steken. Evenmin is het een uitzondering dat kritische artikelen onder druk van de leiding van een nieuwsmedium om partijpolitieke redenen worden teruggetrokken.

Het gebrek aan alertheid van de traditionele media is niet iets waar ze trots op kunnen zijn. Daarom is bij hen het mechanisme in werking getreden om de schuld af te schuiven en sociale media en complotdenkers de schuld te geven voor de opkomst van rechts-radicale populisten en de beschadiging van de democratie. Dat is stoer achteraf praten van mannetjesputters die zich met terugwerkende kracht doen kennen als verzetshelden na de oorlog.

Journalisten van de gevestigde media verwarren twee aspecten. Ze maken zichzelf kleiner en onmachtiger dan ze werkelijk zijn en ze verwisselen oorzaak en gevolg. Want als ze met hun media niet hadden verzaakt om de populisten vanaf het begin als gevaar voor de democratie te kenmerken, dan hadden deze nooit zo’n opgang op sociale media en in de politiek kunnen maken. Maar ze verscholen zich veilig achter hun beroepscode die dicteert dat een zaak van meerdere kanten moet worden belicht. Ze zagen niet in dat ze hiermee hun verantwoordelijkheid en ethisch besef afschoven. Die enerzijds-anderzijds houding heeft degenen bevoordeelt die de gevestigde orde wilden afbreken en ze relatief makkelijk en ongecensureerd hun doorgaans krankzinnige mening konden geven.

De conclusie moet zijn dat zo beredeneerd het verschil tussen Facebook dat tot voor kort elke journalistieke verantwoordelijkheid van zich afwimpelde en de gevestigde media die dat op een andere manier deden door een in de jaren 1950 geformuleerde beroepscode als excuus te gebruiken om geen stelling te nemen miniem is en in de praktijk op hetzelfde neerkwam.

In het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history’ op Salon heeft Trump-biograaf Michael D’Antonio kritiek op de Amerikaanse gevestigde media. Hij verklaart dat door de wereldvreemdheid en de geïsoleerde positie waarin journalisten verkeren. Ze hebben op enkele uitzonderingen na de urgentie gemist van de sektevorming van Trumps opkomst.

Gevoegd bij de economische belangen van mediaconcerns en een meer dan 65 jaar oude beroepscode die onvoldoende is geactualiseerd en niet is toegesneden op de kwaadaardigheid van types als Trump heeft dat geleid tot de situatie waarin we nu verkeren. In de VS is er een gevaarlijke situatie ontstaan die kan leiden tot een succesvolle staatsgreep en in Europese landen heeft zich een fikse dwars- en dwaasdenkende minderheid gevormd die zich gesterkt en gemobiliseerd weet rondom sociale media. Het heeft de gevestigde media als katalysator voor de eigen opkomst achter zich gelaten en is onbereikbaar geworden in geest en denkbeelden.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikelBiographer Michael D’Antonio on the most “subversive and traitorous federal official” in history; Author of “The Truth About Trump” on his last-ditch coup — and his future as cult leader and theme-park impresario’ op Salon, 30 december 2020.

Classificatie van de complotdenker: accent op individuele vrijheid, dekking op sociale media en carrière in de bovenzinnelijke sector

Wie snel een beeld wil krijgen van wat complotdenkers voortdrijft volstaat enig inzicht in drie fenomenen: 1) het begrip vrijheid; 2) de macht van de sociale media en 3) de opvolging en verdringing van de macht. Het gaat om de combinatie die duidelijkheid verschaft. Onder complotdenkers waar het hier over gaat worden al degenen verstaan die bewuste afbreuk doen aan het vertrouwen in de overheid. Wat het doel van individuen is om met complotdenken de publiciteit te zoeken te komen kan divers zijn. Dat varieert van de opbouw van een eigen carrière tot het samenwerken met landen of organisaties die de overheid willen destabiliseren.

1. Vrijheid. Hoogleraar moderne politieke geschiedenis Annelien de Dijn legt in een interview van 7 augustus 2020 met NRC uit wat het verschil is tussen de termen ‘negatieve vrijheid’ en ‘positieve vrijheid’. Ze moeten niet moralistisch begrepen worden, ‘positief’ niet al goedkeurend en ‘negatief’ als afkeurend. Deze termen zijn door de Britse filosoof Isaiah Berlin in 1958 gemunt. Interviewer Bart Funnekotter: ‘Positieve vrijheid is de vrijheid om als burgers te bepalen hoe en door wie je bestuurd wordt. Negatieve vrijheid is de vrijheid om te doen wat je wilt en door de overheid met rust te worden gelaten.’ De Dijn schetst de spanning tussen de twee termen: ‘Elke keer als mensen probeerden een maatschappij democratischer te maken – en dus de positieve vrijheid te vergroten – kwamen daartegen conservatieve krachten in het geweer, die het belang van individuele vrijheid benadrukten en waarschuwden voor een tirannie van de meerderheid’. Daarin hebben ze geen ongelijk, maar in de praktijk is oligarchisering van de macht (De Dijn: ‘het naar zich toetrekken van politieke en economische macht door een klein groepje’) een grotere bedreiging voor de vrijheid dan democratisering.

2. Sociale media. Tussenkomst van journalisten die werken volgens voorschriften (Code van Bordeaux) is bij sociale media geen voorwaarde. Behalve uiteraard in het geval dat journalisten zich zelf op sociale media begeven. Het verdient om deze vermenging die tot onduidelijkheid, overspanning en afnemend vertrouwen in de media leidt overweging dat journalisten zich niet langer begeven op platformen als Twitter, Facebook en YouTube die worden gedomineerd door gebruikers die niet volgens de journalistieke code werken. Zie punt 6. van een Gallup/Knight onderzoeksrapport. Journalisten zouden zich moeten beperken tot hun eigen media waarvan het profiel en het niveau beschermd kunnen worden. Dan wordt voor de nieuwsconsument duidelijker dan nu dat degenen op sociale media die zich verschuilen achter de claim van journalistiek vermoedelijk die aanspraak niet waar kunnen maken. Complotdenkers profiteren nu van de vermenging met de journalistiek op sociale media die hun een schaduw van legitimiteit geeft. Het cynisme is dat complotdenkers zich profileren door hun verzet tegen de gevestigde media van wie ze in feite profiteren door hun associatie ermee.

3. Macht. Opvolging en verdringing van functies en posities is van alle tijden. Leden van generaties bevechten elkaar en volgen elkaar op. Wie de macht niet heeft, maar de ambitie om ertoe te behoren zet middelen in om dat te bereiken. Dat heeft te maken met geldingsdrang, het uitstippelen van een carrièrepad en het verbeteren van een startpositie om dichter bij geld, aanzien of een functie te komen. Het is een oorbare koerslijn. Er zijn enkele sectoren die zich onttrekken aan de ‘normale’ maatschappelijke verhoudingen: sport, amusement en niet-reguliere religie of spiritualiteit. Het is geen toeval dat complotdenkers die doorgaans geen passende of zelfs een geheel ontbrekende startkwalificatie voor een maatschappelijke carrière hebben zich begeven op het snijvlak van amusement en niet-reguliere religie of spiritualiteit. Daar gelden andere normen en is onder verwijzing naar het bovenzinnelijke dat niet te toetsen valt het snelst en makkelijkst carrière te maken.

Complotdenkers hebben als axioma dat de burger moet doen wat hij of zij wil en door de overheid met rust gelaten moet worden. Daarbij wordt individuele vrijheid boven de democratisering van de maatschappij gesteld. Complotdenkers hebben als uitingsvorm de sociale media waar ze zich onder dekking van de gevestigde journalistiek kunnen profileren en kunnen tooien met een semi-serieuze, journalistieke bedekking om het proces door te komen. In het verlengde daarvan kunnen complotdenkers doorbreken naar gevestigde media die zich in een positie laten dwingen om ruimte te geven aan complotdenkers die de geloofwaardigheid van de journalistiek ondergraven. Complotdenkers kiezen vanuit de weg van de minste weerstand een carrière in een sector waar de normale maatschappelijke verhoudingen en startkwalificaties het minst zwaar wegen: niet-reguliere religie en spiritualiteit. Bovenzinnelijkheid valt niet te toetsen zodat beweringen altijd kloppen.

Foto: ‘A giant crop circle that apparently appeared out of nowhere has drawn crowds of people to a farmer’s field in Northern France.’ In: EuroWeeklyNews, 12 juli 2020.

Gevestigde media gaan bijna collectief de fout in door een ANP-bericht over Trump over een lab in Wuhan kritiekloos na te praten

Er is iets fundamenteel fout met de gevestigde media als ze zonder dubbelcheck een bericht brengen. Ook nog eens groot. Dat toont deze schermafbeelding van Google Nieuws aan van 1 mei om 09.55 uur. De werkwijze van deze media klopt niet. Overigens volgen ze dan evenmin hun eigen journalistieke code die uitgaat van twee bronnen die een feit los van elkaar moeten bevestigen. Tientallen media brengen het bericht van het ANP dat president Trump meent of claimt dat het virus uit een lab in Wuhan afkomstig is. Hij is de enige bron die ook nog eens bekend staat als hoogst onbetrouwbaar. Dit is het niveau ‘van horen zeggen’. Ook de NOS brengt het op het radiojournaal, zonder zelfs de flinterdunne nuancering van het ANP.

Trump zegt dat hij bewijs gezien heeft, zonder dat bewijs te geven. Waarom wordt dat op deze wijze gemeld door het ANP? De berichten doen er pas in de vijfde alinea melding van dat wat Trump beweert in strijd is met wat Amerikaanse inlichtingendiensten en wetenschappers hebben gevonden. Trumps mening is nepnieuws dat dient in de presidentscampagne. Media zeggen te hoop te lopen tegen nepnieuws, maar laten zich kennen als de grootste verspreiders ervan. Leren ze het dan nooit om de bron en de feiten op waarheid te toetsen, de nuance te zoeken en dat vervolgens gepast en correct weer te geven? Zo wordt het nooit wat met de Nederlandse gevestigde media. Ze staan al zo maatschappelijk en economisch onder druk en maken daarnaast nog eens een journalistieke kwaliteitsslag omlaag. Het geeft geen zin om deze media nog te volgen.

Helemaal bont maakt het op Suriname gerichte culturu.com het met de volgende kop: ‘Coronavirus afkomstig uit lab in Wuhan’. Ook in het bericht gaat dit medium de fout in als het zegt dat experts sceptisch zijn over beide theorieën die worden onderzocht door Amerikaanse inlichtingendiensten. Dat is desinformatie. Het is misleidend omdat de Amerikaanse inlichtingendiensten de theorie dat het virus afkomstig is uit een lab in Wuhan hebben afgewezen. Trump is opnieuw verwikkeld in een strijd met zijn inlichtingendiensten. Trump gebruikt die strijd als profilering en als middel om ze tot zwijgen te brengen. De inlichtingendiensten weten dat Trumps beweringen over het lab in Wuhan niet kloppen en afleiding zijn voor zijn mismanagement van de coronacrisis in eigen land die tot onnodig veel doden heeft geleid en de economie zwaar heeft beschadigd.

Foto 1: Schermafbeelding van deel voorpagina van Google Nieuws op 1 mei 2020 om 9.55 uur.

Foto 2: Schermafbeelding van deel berichtCoronavirus afkomstig uit lab in Wuhan’ op culturu.com.

Journalistiek mist ambitie, instrumenten én mentaliteit om zinvol te reageren op een agenda die door radicaal-rechts wordt bepaald

Aldus het antwoord van CNN-journalist Wajahat Ali in een interview met Salon’s Chauncey Devega. Het hoofdonderwerp van het gesprek is witte suprematie in het tijdperk van president Trump, maar het gaat ook over de opstelling van de media. De conclusie kan omvattend zijn: de media zijn sneu, de media gedragen zich rechts in een rechtse omgeving en de journalistieke code van het ‘enerzijds-anderzijds’ ofwel de ‘both sides journalism’ is gedateerd, maar de gevestigde media hebben daar nog geen oplossing voor gevonden. Of dat laatste onwil, onkunde, lafheid, naïviteit of een combinatie van deze vier aspecten is blijft de vraag.

We zien ook in Nederland dat de ‘enerzijds-anderzijds’ journalistiek in de media een valse gelijkwaardigheid creëert die in werkelijkheid niet bestaat. Met als gevolg dat de journalistiek nog verder vervreemdt van de samenleving. Het is een kwestie van verhoudingen. Als van 100 klimaatdeskundigen er 2 zijn die concluderen dat de opwarming van de aarde niet door menselijk handelen wordt veroorzaakt, dan zetten de media één van die 2 tegenstanders tegenover éen van de 98 voorstanders en denken ze in hun gemakzucht of misleiding een evenwichtig debat te bieden. Mede om beschuldigingen van ‘linkse media’ en dreigingen van tegenstanders uit de weg te gaan. Individuele journalisten missen burgermoed en de media capituleren bij voorbaat in lafheid en vluchten bij vol bewustzijn weg in een houding van schijngelijkwaardigheid die bewust verkeerd wordt vertaald met objectiviteit. Nieuwsconsumenten concluderen in genoemd voorbeeld vervolgens dat 50% voor en 50% tegen is. De ernst valt dus wel mee en dit roept geen urgentie om te handelen op omdat de helft van de deskundigen immers tegen is. Bedankt media voor het valse beeld, jullie zijn niet links maar rechts.

Vermoedelijk beseffen goedwillende journalisten wel degelijk dat deze valse gelijkwaardigheid niet klopt en dat de media hierin een corrumperende en verderfelijke rol spelen. Maar zij of hun leidinggevenden zijn niet in staat om afstand te nemen van ingeprente waarden als ‘hoor-wederhoor’ die uit andere tijden stammen en weet de journalistiek als geheel geen raad met de situatie van een guerrilla in (sociale) media door radicaal-rechts. Een strijd waarbij deze radicalen als doel de verwerping van de democratie hebben. Een weerbare democratie kan alleen functioneren met een weerbare journalistiek die een geheugen én een geweten heeft.

Rechts-radicale politici als Wilders en Baudet spinnen garen bij de onzekerheid van de media en het gebrek aan een nieuwe, deugdelijke journalistieke code. Door het valse idee van gelijkwaardigheid zijn ze door de gevestigde media op het schild gehesen en representabel gemaakt. Hun verklaringen of persberichten worden vanuit een misplaats idee van objectiviteit geplaatst. Doorgaans zonder dat er een voldoende context of uitleg wordt gegeven van wat er aan de hand is. In een andere politiek situatie zou dat trouwens evenzeer kunnen gelden voor radicaal-links. Maar in landen als Nederland en de VS wijst op dit moment de politiek hard naar rechts en voegen de gevestigde media zich moedeloos in die situatie in het navolgen van de status quo.

Hoe kunnen de journalistiek en de individuele journalisten die werkzaam zijn in de media tot inzicht komen dat ze op dit moment niet zozeer onderscheid en informatie bieden, maar verwarring en desinformatie? Om er een conclusie uit te trekken. Traditionele nieuwsconsumenten stoppen met het volgen van het nieuws omdat ze evenwicht, gelijkwaardigheid en bezinning missen. Daarvoor in de plaats komen niet alleen hijgerigheid en continue opgewondenheid, maar ook misleiding. Dat laatste is kwalijker dan het eerste. Individuele journalisten bij gevestigde media zouden even uit de nieuwscyclus moeten kunnen stappen en als het ware terug naar de schoolbanken gaan om opnieuw te beginnen. Ze moeten beseffen dat die hijgerigheid en desinformatie niet normaal zijn en de samenleving schade berokkent. De bewustwording waartoe de goedwillende journalisten moeten komen is dat ze op dit moment meer desinformatie dan informatie bieden en dat ze in de positie zijn om dat te veranderen. Dat is een harde conclusie over een spoedeisend probleem.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel ‘CNN’s Wajahat Ali: “We knew what would happen” under Trump, but the media just played along’ in Salon, 3 februari 2020.

Foto 2: ‘A general view of the Associated Press London bureau newsroom, showing cable transmitters in foreground, ca. 1930s. (AP Photo)

Facebook krijgt kritiek omdat het in een beleidswijziging voortaan desinformatie van politieke advertenties toestaat

Algemeen directeur van Facebook Mark Zuckerberg hield op 17 oktober een lezing op de Georgetown University waarin hij betoogde dat politieke advertenties uitgesloten worden van factchecking. Dat betekent dat iemand als president Trump in de campagne van 2020 miljoenen dollars kan besteden aan aantoonbaar misleidende advertenties zonder dat Facebook ingrijpt. Dit is afwijkend van het beleid dat het bedrijf tot nu toe had om misleidende, politieke advertenties na controle door onafhankelijk factcheckers uit te sluiten. De Democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren sprak in drie tweets haar zorg uit over die ontwikkeling:

De onderliggende vraag is wat Facebook voor een bedrijf is, een technisch, sociale media of een journalistiek bedrijf (= news business). In 2017 riep Media Matters Mark Zuckerberg uit tot de ‘misinformer‘ van het jaar 2017. De multinational die steeds weer beterschap belooft in het opkrikken van het journalistieke gehalte, het minimale doet om er mee door te kunnen door uitsluitend  het verwijderen van fake accounts, maar uiteindelijk te weinig levert. Facebook neemt onvoldoende journalistieke verantwoordelijkheid van een nieuws organisatie en wil daar onvoldoende op aangesproken worden. Facebook is de top verspreider van nepnieuws.

Waarom is de aanpak van nepnieuws zo moeizaam? Is het probleem van nepnieuws te groot om doelmatig aan te pakken of is de aanpak van Facebook te halfslachtig en onvoldoende? Of is het allebei waar? We kennen onderhand talloze analyses van deskundigen over de kwalijke rol van desinformatie en nepnieuws, zoals van Clingendael-deskundige Danny Pronk die voor de VPRO het probleem uiteenzet. Maar toch. We horen dit al zeker sinds 2016, maar de aanpak lijkt nog steeds onvoldoende. Van een probleem dat allang niet meer nieuw is, maar door velen nog op het niveau van bewustwording wordt gepresenteerd. Men zou toch in redelijkheid mogen verwachten dat nou eindelijk eens een doelmatige tegenstrategie wordt ontwikkeld en uitgevoerd.

Niet dus. Vanwaar dit gebrek aan vooruitgang en een doelmatige aanpak? Laat de duiding voortaan daar op focussen, namelijk op concrete tegenmaatregelen om de westerse democratie te beschermen. Herhaling van zetten is aardig, maar bewustwording bij opinieleiders en publiek is intussen voldoende aanwezig. Pleiters moeten de volgende stap zetten om overheden en bedrijven als Facebook tot doelmatig handelen te dwingen.

In een artikel voor Politico dat een opsomming van stagnatie en gemiste kansen geeft, citeert Mark Scott de voormalige Europarlementariër van D66 Marietje Schaake over digitale veiligheid: ‘Wetgevers hebben de bal laten vallen, we staan pas aan het begin van het begrijpen van de uitdagingen voor liberale democratieën.’ Waarom zijn drie kostbare jaren verloren gegaan door inertie? Waar blijft het Deltaplan om dit aan te pakken?

Dit debat waar Facebook makkelijk kan wegkomen heeft de gevestigde journalistiek deels aan zichzelf te wijten. Het heeft te maken met de obsessie van de journalistiek op neutraliteit die de meer belangrijke norm van objectiviteit beschadigt. Het ‘enerzijds – anderzijds’, ofwel hoor en wederhoor van de klassieke journalistieke code schiet tekort indien het tegenover een portie waarheid een even grote portie onwaarheid en leugens zet. De spanning tussen ‘eerbied voor de waarheid’ en ‘het recht op faire commentaar en kritiek’ staan in de gevallen van nepnieuws en desinformatie op gespannen voet met elkaar. De vraag is of dit niet ontaardt in naïviteit en nog houdbaar is als de mate van desinformatie via politieke advertenties de sociale media overspoelt. Het kan niet de opzet van journalistiek zijn die zegt te gaan voor de feiten en de waarheid om onwaarheid te verspreiden. Zo beredeneerd is de reactie van Facebooks Monika Bickert in gesprek met CNN’s Anderson Cooper in mei 2019 zelfs in dubbel opzicht tekortschietend en onjuist. Zij ontkent zowel dat Facebook een journalistieke organisatie is die inzet op objectiviteit en het nastreven van de waarheid aan de hand van de feiten als dat Facebook een organisatie is die onvooringenomen hoeft te zijn. Anything goes in haar optiek. Zo kan Facebook verwijzen naar de vrijheid van meningsuiting, zonder in te hoeven grijpen en de journalistieke verantwoordelijkheid van een nieuwsorganisatie te hoeven nemen. Het moment nadert dat het niet anders kan dan dat Facebook door de eigen inertie door het congres opgeknipt wordt omdat het achter de feiten blijft aanhollen en om commerciële redenen het eigen karakter van een nieuwsorganisatie ontkent.

Foto: Tweets van Elizabeth Warren, 18 oktober 2019.

Irritant gebrek aan vooruitgang bij aanpak nepnieuws. Facebook ondersteunt verspreiding van gemanipuleerde video Nancy Pelosi

Een vice-president van Facebook Monica Bickert ontkent in een gesprek met CNNs Anderson Cooper dat haar organisatie draait om nieuws en ‘in the news business’ is. Aanleiding is een gemanipuleerde video van Huisvoorzitter Nancy Pelosi waarin het lijkt alsof ze dronken of verzwakt is. Bickert kan niet goed uitleggen waarom Facebook de video niet verwijdert. Haar kanttekening dat er een waarschuwing bijgeplaatst wordt is onwaarachtig omdat Facebook pas tot actie overging nadat de Washington Post op de manipulatie gewezen had. Facebook ondersteunt zo de strategie van de Republikeinen voor 2020: gemanipuleerde berichten om de opponenten te verzwakken. Facebook blijft in gebreke en treedt nog steeds onvoldoende op tegen nepnieuws.

Waarom is de aanpak van nepnieuws zo moeizaam? Is het probleem van nepnieuws te groot om doelmatig aan te pakken of is de aanpak van de techbedrijven als Facebook te halfslachtig en onvoldoende? Of is het allebei waar? We kennen onderhand talloze analyses van deskundigen over de kwalijke rol van desinformatie en nepnieuws, zoals van Clingendael-deskundige Danny Pronk die voor de VPRO het probleem uiteenzet. Maar toch. We horen dit al zeker sinds 2016, maar de aanpak lijkt nog steeds onvoldoende. Van een probleem dat allang niet meer nieuw is, maar door velen nog op het niveau van bewustwording wordt gepresenteerd. Men zou toch in redelijkheid mogen verwachten dat tegen de strategie van de Republikeinse partij, de Russische Federatie of andere actoren nou eindelijk eens een doelmatige tegenstrategie wordt ontwikkeld en uitgevoerd.

Niet dus. Vanwaar dit gebrek aan vooruitgang en een doelmatige aanpak? Laat de duiding voortaan daar op focussen, namelijk op concrete tegenmaatregelen om de westerse democratie te beschermen. Herhaling van zetten is aardig, maar bewustwording bij opinieleiders en publiek is intussen voldoende aanwezig. Analisten moeten ook een volgende stap zetten om overheden en techbedrijven tot doelmatig handelen te dwingen.

In een artikel voor Politico dat een opsomming van stagnatie en gemiste kansen geeft, citeert Mark Scott de aftredende Europarlementariër van D66 Marietje Schaake over digitale veiligheid: ‘Wetgevers hebben de bal laten vallen, we staan pas aan het begin van het begrijpen van de uitdagingen voor liberale democratieën.’ Waarom zijn drie kostbare jaren verloren gegaan door inertie? Waar blijft het Deltaplan om dit aan te pakken?

Cenk Uygur van TYT gaat een stap verder en wijst in onderstaande video (na 12’ 50’’) op de obsessie van de journalistiek op neutraliteit die de meer belangrijke norm van objectiviteit beschadigt. Het ‘enerzijds – anderzijds’, ofwel hoor en wederhoor van de klassieke journalistieke code schiet tekort indien het tegenover een portie waarheid een even grote portie onwaarheid en leugens zet. De spanning tussen ‘eerbied voor de waarheid’ en ‘het recht op faire commentaar en kritiek’ staan in de gevallen van nepnieuws en desinformatie op gespannen voet met elkaar. Ook nog eens in een hooghartige houding van ‘dit zijn de normen van de journalistiek’ en ‘zo doen we het al jaren’. De vraag is of dit niet ontaardt in naïviteit en nog houdbaar is als de mate van desinformatie de (sociale) media overspoelt. Want het kan niet de opzet van journalistiek die gaat voor de feiten en de waarheid om onwaarheid te verspreiden. Zo beredeneerd is de reactie van Facebooks Monica Bickert zelfs in dubbel opzicht tekortschietend en onjuist. Zij ontkent zowel dat Facebook een journalistieke organisatie is die inzet op objectiviteit en het nastreven van de waarheid aan de hand van de feiten als dat Facebook een organisatie is die onvooringenomen hoeft te zijn. Anything goes in haar optiek.