George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Sotheby’s

Met controversiële verkoop van werken uit collectie heeft Berkshire Museum zich geïsoleerd. Is dat de les die hieruit te leren valt?

with 3 comments

Ontzamelen van collectie-onderdelen van musea is aan voorwaarden verbonden. De opbrengst mag niet gebruikt worden voor een reparatie en renovatie van het gebouw vanwege achterstallig onderhoud. Het is in Nederland vastgelegd in de zogenaamde ‘Leidraad Afstoten Museale Objecten‘ (LAMO) dat een instrument voor zelfregulering en een praktisch verlengstuk van de afstotingsparagraaf in de Ethische Code is. Nationale museumverenigingen volgen de Ethische Code van de internationale Musemvereniging ICOM. In de VS is dat de Ethische Code van de AAM. De gedragsregels en ethische codes dienen om de museumsector te reguleren en er onder meer voor te zorgen dat individuele musea niet handelen tegen het belang van de sector in.

Dit blog gaf in een commentaar van 29 oktober 2017 aandacht aan het Berkshire Museum in Pittsfield, Massachusetts. Het is een cause célèbre geworden omdat bestuur en directeur Van Shields aangaven uit economische redenen delen van de collectie te willen verkopen en dat voornemen veel verzet ondervond. Na juridische uitspraken waarmee de museumsector niet tevreden was leverde onderhandse verkoop uit de museumcollectie  in april en mei 2018 47 miljoen dollar op. Op 25 juni kondigde het museum aan dat het van plan is om nog eens negen werken voor in totaal 8 miljoen dollar te verkopen. Het billboard verwijst naar die nieuwe verkoop. Bij de reacties zijn juridische, museale en publicitaire ontwikkelingen rond de verkoop na te lezen. Het deed veel stof opwaaien vanwege het precedent. Want als het ontzamelen om economische redenen bij dit lokale museum werd goedgekeurd, dan zouden andere besturen en museumdirecteuren het voorbeeld kunnen volgen. Zodat de uitverkoop van het openbaar kunstbezit hiermee werd aangekondigd.

In een videocommentaar gaat Michael Daly in op het feit dat het Berkshire Museum zich met de controversiële verkoop geïsoleerd heeft en in het bruikleenverkeer door de AAM wordt uitgesloten. Een andere ontwikkeling is het met pensioen gaan van museumdirecteur Van Shields. In een bericht van The Berkshire Eagle zegt een woordvoerder van het museum dat hij niet onder druk van het bestuur is opgestapt. De twijfel blijft echter bestaan of de positie van het museum wel zo precair was als Shields beweerde en moest leiden tot de verkoop van werken uit de collectie. Het is merkwaardig dat Shields opstapt nu hij zijn zin over de verkoop heeft doorgezet, de museumsector tegen zich in het harnas heeft gejaagd en zijn plannen niet meer kan uitvoeren.

Deze kwestie doet denken aan het voornemen van toenmalig directeur Stanley Bremer van het Rotterdamse Wereldmuseum om delen van de collectie (de deelcollectie Afrika) op de commerciële markt te verkopen en zo een fonds van 60 miljoen euro op te bouwen. Bremer werd na veel tegenstand uit de museumsector en een publieksbeweging in 2015 de laan uitgestuurd en liet het Wereldmuseum verweesd achter, als makkelijke prooi voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Net als Shields stelde Bremer het ontzamelen voor als een noodzakelijke verkoop die diende om het museum het hoofd boven water te laten houden. Maar eerder lijkt het grote gebaar en de wil om met onorthodoxe maatregelen initiatief te nemen directeuren als Bremer of Shields te hebben gestuurd. In Rotterdam liep het goed af en werd de Afrikacollectie niet verkocht, in Pittsfield liep het slecht af en werden onder meer twee schilderijen van Norman Rockwell verkocht.

NB: Zie voor actueel nieuws via Twitter actiegroep Save the Art—Save Berkshire Museum

Foto: ‘This billboard along South Street in Pittsfield is visible near Guido’s as motorists drive north.’ In: The Berkshire Eagle, 2 juli 2018.

Controversiële verkoop van 19 werken uit collectie van het Berkshire Museum

with 22 comments

Update 8 april 2018: Na een maandenlange procedure heeft uiteindelijk een rechter afgelopen week het groene licht gegeven voor de verkoop om economische redenen van delen van de collectie op de commerciële markt. Het Berkshire Museum hoopt via een veiling bij Sotheby’s 55 miljoen dollar op te halen. The Association of Art Museum Directors (AAMD) reageert teleurgesteld in een verklaring omdat het in strijd is met de normen van de museumsector: ‘It does not resolve the violations of ethical and professional standards that will occur when the Museum’s plans are implemented.’ Een rechter heeft een afweging gemaakt en het korte termijn belang van dit museum boven dat van de museumsector geplaatst. Als het Berkshire Museum zoals het van plan is doorgaat met de veiling dan dreigt de AAMD met censuur en/of sancties. Zoals mogelijk uitsluiting uit het museumregister. In Nederland ontkwam in 2011 Museum Gouda op het nippertje aan dit lot toen het de ethische en professionele normen van de museumsector schond en het werk ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas om economische redenen bij Christie’s liet veilen. Zie hier over die kwestie. 

Het Berkshire Museum in het Amerikaanse Pittsfield, Massachusetts gaat het financieel niet voor de wind. In de afgelopen jaren heeft het 10 miljoen dollar verlies geleden, zo beweert een woordvoeder van het museum. Daarom zet de Raad van Toezicht het plan door om 19 kunstwerken uit de collectie te verkopen bij Sotheby’s op een veiling van Amerikaanse kunst op 13 november in New York. Waaronder twee schenkingen van werk van Norman Rockwell. Eén ervan, SHUFFLETON’S BARBERSHOP wordt op een waarde van 20 tot 30 miljoen dollar geschat. Ook presenteert het museum een nieuwe visie die wijst in de richting van interdisciplinariteit. Tegen dat laatste bestaat weinig protest, maar wel tegen de verkoop van stukken uit de collectie om economische redenen. Voor de deur van het museum geeft Elizabeth McGraw, de voorzitter van de Raad van Toezicht (Board of Trustees) uitleg. Ze is betuttelend en vanuit de hoogte, alsof de mensen het niet begrijpen en het nog een keer uitgelegd moet worden. Maar het lijkt vooral Elizabeth McGraw die het niet begrijpt.

In publicaties over deze controversiële verkoop blijkt dat de Raad van Toezicht in strijd met de ethische code handelt en zich niet kan beroepen op overmacht. Het wordt door media onvoldoende aangesproken op de ontoelaatbaarheid ervan. Volgens de ethische code van de AAM is een collectie er niet om het museum te behouden, maar is het museum er om de collectie te behouden: ‘The collections aren’t there to preserve the museum; the museum is there to preserve the collections. Therefore, good institutional (financial) stewardship and good stewardship of the collection are not mutually exclusive. Because a collection is held for the benefit of the public, it must not be treated as a disposable financial asset. It was not collected by, nor donated to, the museum with this intent. So, although objects in a museum’s collection may have a monetary value, once they become part of a museum’s collection, that value becomes secondary to their importance as a way to help us understand our world and ourselves.’ Elizabeth McGraw kijkt door een verkeerde bril naar de kwestie.

Foto: ‘WORKS OF ART SOLD TO BENEFIT THE BERKSHIRE MUSEUM. Norman Rockwell, SHUFFLETON’S BARBERSHOP. Estimate 20,000,000 — 30,000,000 USD.’ Aangeboden op veiling ‘American Art’ by Sotheby’s in New York City op 13 november 2017.

Vox doet ‘The formula for selling a million-dollar work of art’

leave a comment »

Kunsthandel is een combinatie van handel, hype en kunst. In die volgorde. Marktwerking en psychologie gaan voor de kunst. De ondertitel van de Nederlandse vertaling van Don Thompsons boek Shock Art is kenmerkend ‘handel en hebzucht in de hedendaagse kunst’. Een aardige alliteratie waarin de ‘h’ als een haai naar kunst hapt. De Engelstalige ondertitel is duidelijker, en droger: ‘The Curious Economics of Contemporary Art’.

Waarom komt Vox nu met dit verhaal over de economie van de handel in hedendaagse kunst dat al zo vaak verteld is? Dat is gissen. De vormgeving met grafieken en de raspige stem maken het er niet helderder op.

Bussemaker antwoordt Bergkamp over aankoop Rijksmuseum

with one comment

unnamed

Kamervragen zijn voor politieke partijen vaak een makkelijk middel om zich te positioneren. Free publicity. In de gevallen dat partijen de publiciteit zoeken doen de antwoorden er niet meer toe. Van de andere kant kan een minister of staatssecretaris een antwoord weer gebruiken om zich te positioneren. Zodat een schaduwspel van vraag en antwoord wordt gespeeld waarbij de kwestie die de aanleiding voor de vraag is uit zicht raakt.

Op 8 mei 2015 stelde Vera Bergkamp (D66) kamervragen aan minister Bussemaker (OCW) over kunstaankopen op de veilingmarkt. Aanleiding was de verwerving door de Rijksmuseum op de TEFAF (13-22 maart 2015) van een schilderij van Jan Asselijn voor 1.200.000 euro terwijl het werk op 3 december 2014 bij Sotheby in Londen werd geveild voor 760.355 euro (= 602.500 GBP). De kwestie waar het om draait is of de directie van het Rijksmuseum adequaat heeft gereageerd op het aanbod op de veilingmarkt, heeft zitten slapen en daarom 439.000 euro teveel betaald heeft voor het werk of er zelfs sprake is van zakelijke belangenverstrengeling.

Bussemakers antwoorden roepen nieuwe vragen op. Bussemaker: ‘Ik heb begrepen dat het Rijksmuseum op de hoogte was dat dit werk eerder op de veiling is aangeboden. Ik heb ook begrepen dat het Rijksmuseum aanvankelijk heeft afgezien van een poging tot aankoop vanwege twijfels over de kwaliteit en de staat van dit werk. Pas na restauratie en nader onderzoek besloot het museum tot een poging om dit werk te verwerven.’

Dit antwoord is in lijn met de verklaring van het Rijksmuseum: ‘Na onderzoek door kunsthistoricus Jeroen Giltaij en restauratie werd het op deze editie van de TEFAF aangeboden door kunsthandelaar Bob Haboldt.’ De beschrijving van de gang van zaken geeft geen antwoord op de vraag of het Rijksmuseum optimaal opereerde. Het is merkwaardig dat een museum dat met onderzoek en restauratie in een werk investeert en samenwerkt met de handelaar deze als beloning een hogere prijs dient te betalen ondanks eigen inspanningen. Waarom wist het Rijksmuseum bij een winstmarge van 58% voor de handelaar geen lagere aankoopprijs te bedingen?

Bussemaker geeft dus geen antwoord op de vragen van Bergkamp. Omdat ze die niet kan geven. De minister heeft gelijk dat een aankoop de eigen verantwoordelijkheid van een museum is. Zelfs als ze zou menen dat het Rijksmuseum deze aankoop niet handig heeft aangepakt kan ze dat publiekelijk niet zeggen. Daarom kleden de ambtenaren van de minister met rituele herhaling de vragen aan met allerlei overbodige en zelfs onjuiste opmerkingen. Feit dat de Stichting Rijksmuseum Fonds is aangesloten bij het Centraal Bureau voor Fondsenwerving (CBF) met een CBF-Keur zegt absoluut niet dat ‘inrichting van de interne beslisprocessen aan strenge normen voldoet’. Toezichthouder van de goede doelen CBF toetst kwantitatief en niet kwalitatief.

Foto: Jan Asselijn, De doorbraak van de Sint Anthonisdijk in Amsterdam1651. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.

Kamervragen van Bergkamp (D66) bij een aankoop van het Rijksmuseum

with 6 comments

unnamed

Vera Bergkamp (D66) stelt kamervragen aan minister van OCW Jet Bussemaker. Het gaat over de aankoop op de TEFAF in maart 2015 door het Rijksmuseum van een werk uit 1651 van Jan Asselijn, De doorbraak van de Sint Anthonisdijk in Amsterdam. Bergkamp merkt op dat het schilderij voor 1.200.000 euro is aangekocht, terwijl er ‘slechts een paar maanden eerder 760.355 euro voor werd betaald op de veiling bij Sotheby’s in Londen, een verschil van 439.645 euro?’ Zij baseert zich op notities ‘In de kantlijn van de kunstmarkt’ van Robert-Jan van Ravensteijn in het Kunst en Antiek Journaal van mei 2015. Had dat anders gekund?

Vraag waar het om draait is of de directie van het Rijksmuseum adequaat heeft gereageerd op het aanbod op de veilingmarkt of heeft zitten slapen en daarom 400.000 euro teveel betaald heeft voor het werk. Bergkamp wil weten hoe vaak het voorkomt dat ‘een rijksmuseum een aankoop doet op bijvoorbeeld een kunstbeurs, terwijl dit aangekochte werk recentelijk nog voor een lagere prijs op een veiling werd aangeboden?’ Een zinvolle vraag waar de directeuren Wim Pijbes en Taco Dibbits sowieso een beredeneerd antwoord op dienen te geven. Met de vraag geeft de politiek het signaal dat het Rijksmuseum kritisch gevolgd wordt en zich geen buitencategorie kan beschouwen. Rijksbanken en rijksmusea staan tegenwoordig onder kritisch toezicht.

Foto: Jan Asselijn, De doorbraak van de Sint Anthonisdijk in Amsterdam, 1651. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam. 

Kopen Nederlanders echt zo weinig kunst als wordt beweerd?

leave a comment »

cla

Van alle inwoners van Europa geven Nederlanders het minste uit aan kunst. Waarom hangen wij liever een Ikea-reproductie aan de muur dan een origineel schilderij?’ Aldus een reportage op radio NPO1. Leve de oh zo culturele Albanezen, Esten, Monagasken, Maltezers, Slovenen, Moldaviërs, Kosovaren, Montenegrijnen, Sanmarinezen, inwoners van Vaticaanstad, Liechtensteiners en Andorrezen die volgens NPO1 allen meer uitgeven aan het kopen van kunst- en antiek dan de Nederlanders. Doen ze dat omdat ze geen IKEA hebben?

Wat te antwoorden op NPO1 over het koopgedrag van ‘de Nederlander’? De constatering zou onderbouwd worden door het Tefaf Art Market Report 2014 dat voor 2013 tot een omzet van de internationale kunst- en antiekmarkt van  €47,4 miljard komt. Het aandeel van Europa is 32%, te weten €15,2 miljard en de omvang van de Nederlandse kunst- en antiekmarkt is daar weer 1% van, zo’n €151 miljoen. Dat roept twee vragen op.

Is de prijs van kunst -of de verkoop van kunst in het topsegment- hetzelfde als interesse of liefde voor kunst? Wat zegt de handelswaarde? Zo kocht ik op de afgelopen PAN een schilderijtje van een Nederlands-Syrische kunstenares voor €950. Tja, dat tikt niet aan tussen al die miljarden. Maar IKEA is het niet. De berekening van de omzet heeft alles te maken met het bestaan van veilinghuizen. Christie’s en Sotheby’s hebben hun belang in Nederland op een laag pitje gezet. Zo veilt Sotheby op 29 januari Vlaamse en Nederlandse kunst in New York. Hoe valt te meten of een Nederlander in China of New York kunst koopt? Of op een beurs in Brussel, Basel, Parijs of Londen? Hoe valt sowieso te onderscheiden of de internationale Nederlander kunst koopt?

Woordvoerder Madelon Strijbos van de TEFAF meent dat ‘de Nederlander’ ‘redelijk voorzichtig’ en ‘redelijk behoudend’ is in het kopen van kunst. De Nederlander zou niet willen pronken met kunst. NPO1 meent dat het ‘niet in onze cultuur zit’. Werkelijk? Daarmee gooit het in een klap de traditie van de 17de eeuw overboord toen iedere Nederlander een schilderij in huis had. Zo gaat de overlevering. Dat was zeker de IKEA van toen?

Ach, het zal zeker waar zijn dat er Nederland weinig kunstverzamelaars kent. Maar hoe komt dat? Zijn de huizen te bescheiden en de muren te klein om kunst op te hangen? Zit het fiscale regime tegen zodat kopen van kunst niet wordt gestimuleerd? Onderscheiden Nederlanders zich liever anders? En elders? Sluiten de galerieën slecht aan op de wensen van de Nederlanders en doen ze te weinig om de drempel te verlagen? Houden Nederlanders eerder van namaak dan van origineel? Staan kunst en kunstenaars mede door de politiek in een slecht blaadje? Schiet het onderwijs tekort zodat de Nederlanders niet goed begrijpen wat kunst is? Aan de in Nederland werkende kunstenaars van binnen- of buitenlandse herkomst ligt het niet, want die zijn van topkwaliteit. Of ligt het aan media zoals NPO1 die Nederlanders niet helpen om kunst te begrijpen of er liefde voor op te brengen, maar het laten bij de constatering ‘dat Nederlanders houden van namaak‘?

Foto: Clara Peeters, ‘SLICES OF BUTTER ON A WANLI ‘KRAAK’ PORCELAIN DISH, A STACK OF CHEESE ON A PEWTER PLATE, WITH A JUG, A FAÇON-DE-VENISE WINEGLASS, A BUN, CRAYFISH ON A PEWTER PLATE, A KNIFE AND SHRIMP ON A TABLE’ . In catalogus veiling Sotheby’s ‘Masters Paintings: Part I‘ op 29 januari 2015 in New York.

Braun pleit in advertentie voor beter bestuur in museumsector

with one comment

ad_1_8_901

Christiaan Braun komt vandaag met een tweede paginagrote advertentie ‘Vuistregels voor musea; (voor dagelijks gebruik)‘ in De Volkskrant. Op 4/5 september verscheen de eerste advertentie ‘Tegen belangenverstrengeling; in het Stedelijk Museum’ in NRC, De Volkskrant en Het Parool. Hoewel de tweede advertentie niet het Stedelijk Museum bij name noemt, gaat het opnieuw over dit museum. Zoals in 5), 6) en 7) over het lid van de Raad van Toezicht (sinds begin 2011) Willem de Rooij waarvan onlangs het werk Blue to Black werd verworven in de museumcollectie. En 1), 2), 3) en 4) herhaalt de kritiek op belangenverstrengeling van directeur, SM Fonds en SM RvT, en de invloed van de kunsthandel in het Stedelijk Museum Fonds.

Alle vuistregels zijn vanuit goed bestuur, gescheiden verantwoordelijkheden en het voorkomen van niet te controleren kunsthandel goed verdedigbaar, op twee ervan na omdat de werking te beperkt wordt opgevat. Regel 8) dient om het Bert Kreuk-scenario te voorkomen dat ertoe kan leiden dat een museum door een verzamelaar gebruikt wordt om de eigen collectie op te waarderen, maar sluit ook goedwillende collectioneurs uit die niet bezig zijn met kunsthandel. Met 9) worden langdurige bruiklenen van andere musea of het RCE (voorheen ICN) uitgesloten zodat men op z’n minst kan zeggen dat deze regel onzorgvuldig geformuleerd is.

De advertenties zijn vanuit persoonlijke motieven tot stand gekomen, maar daar stopt hun belang niet. Ze kunnen andere doelen dienen. Zoals de bewustwording in de Nederlandse museumsector over goed bestuur die verder gaat dan mooie woorden op een symposium of in een glanzend boekje. Christiaan Braun zet vanuit zijn motieven dit debat op scherp. Op de koop toe moet worden genomen dat hij over de museumsector praat, maar feitelijk alleen het Stedelijk Museum op het oog heeft. Wie hier zelfs maar vluchtig de reeks over Museum Gouda, het Armando Museum of het Wereldmuseum -of nu: Sjors van Beek in De Groene over het Wereldmuseum- leest weet dat er vooral waar het de kwaliteit van het toezicht betreft nog heel wat verbeterd kan worden in de Nederlandse museumsector. Dat aan de orde stellen is de verdienste van Christiaan Braun.

Willem de Rooij_bluetoblack_2013-1.2.0135

Foto 1: Schermafbeelding van advertentie ‘Vuistregels voor musea; (voor dagelijks gebruik)’ in de Volkskrant, 24 september 2014. Ook verschenen in de NRC van 25 september 2014. 

Foto 2: Willem de Rooij, Blue to Black, 2012. Aankoop 2013 Stedelijk Museum.

Bert Kreuk en de kunsthandel. Museum kan collectie helpen opwaarderen

with 7 comments

1623776_577188122367369_935961249_n

Update 24 juni 2015: De Deens-Vietnamese kunstenaar Danh Vo moet binnen een jaar een nieuw kunstwerk leveren aan verzamelaar Bert Kreuk. Dat besliste de rechtbank in Rotterdam vandaag. Zie De Telegraaf

Update 3 september 2014: Bert Kreuk eist bijna 900.000 euro van kunstenaar Danh Vo, aldus RTLNieuws. Vo zou een werk niet geleverd hebben voor de tentoonstelling in het Haagse Gemeentemuseum in zomer 2013 wat volgens Kreuk wel had gemoeten. Waarom de zaak zo lang aansleept is onduidelijk. Kreuk zou het werk voor 350.000 euro hebben gekocht en meent dat hij imagoschade opgelopen heeft en winst miste omdat Vo het werk niet leverde. De rechter zoekt de zaak uit, maar vooralsnog lijken er nog vele onduidelijkheden over de ware toedracht te zijn. Kreuk werd vorig jaar verweten dat hij kunst en commercie vermengt. 

Eind oktober 2013 merkte Jeroen Bosch van Trendbeheer kritisch op dat verzamelaar Bert Kreuk van ‘Gemeentemuseum naar Sotheby’s‘ gaat. Feit is dat de ‘geslaagde ondernemer’ Kreuk (1964) ‘zich al vijftien jaar toelegt op het verzamelen van hedendaagse kunst’ en ‘het Gemeentemuseum Den Haag in de zomer van 2013 een staalkaart van de collectie Bert Kreuk toonde’. Aldus de toelichting van het Gemeentemuseum op de tentoonstelling ‘Grensverleggend’; werken uit de collectie Bert Kreuk‘ (Engelstalig: ‘Transforming the Known‘). Door Kreuk zelf samengesteld. Boschs kritiek werd gevoed door het bericht dat een aantal werken dat in Den Haag te zien was bij Sotheby’s in New York op 14 november onder de hamer kwam.

Don Thompson stelt in ‘Shock Art over ‘handel en hebzucht in de hedendaagse kunst’ de vraag of de manier waarop tentoonstellingen in musea tot stand komen wel eens uitgebuit worden door kunstenaars of verzamelaars. Hij geeft het voorbeeld van een werk dat op een tentoonstelling te zien was en vervolgens op een veiling ingebracht werd. The Doomsday van Huang Yong Ping. De veilingcatalogus vermeldde dat het in het Walker Arts Museum tentoongesteld was. Thompson veronderstelt dat de praktijk van tentoonstellen in een museum en aansluitende verkoop op een veiling een opdrijvend effect op de prijs kan hebben.

Nu is er in Londen de veiling ‘Just Now; Curated by Bert Kreuk van werken uit de collectie Kreuk. Niet zomaar een veiling, maar een verkooptentoonstelling (selling exhibition). Opvallend overeenkomstig gebruiken zowel het Gemeentemuseum als Sotheby’s de naam ‘Bert Kreuk‘ als ondertitel. In de publiciteit wordt de verzamelaar ‘Bert Kreuk‘ als merk gepresenteerd. In gesprek met Sotheby’s Abigail Esman ontkent Kreuk dat ‘Transforming the Known‘ iets met verkoop en handel te maken had. Het ging over zijn persoonlijke reis met hedendaagse kunst. Die reis gaat samen met refining en updating om de collectie niet aan focus te laten verliezen, aldus Kreuk. Ofwel, aankoop en verkoop. In verkooptaal van Sotheby’s: ‘For Kreuk, collecting art is part of an educational journey and his faith in the on-going relevance of conceptual art underpins this exhibition.’

In de pers klonk naar aanleiding van de veiling van 14 november in New York kritiek. Op Villa Repubblica was Bertus Pieters teleurgesteld: ‘(..) nu blijkt dat de tentoonstelling deels als uitstalkast fungeerde voor werk dat weinig maanden later ter veiling aangeboden zou worden. Het is daarmee pijnlijk te moeten constateren dat de marktwaarde van op zijn minst een aantal van de getoonde werken belangrijker is dan de eerder door Kreuk zo benadrukte ideële en esthetische waarde van de werken.’ Naast het kritische Trendbeheer gaf Domeniek Ruyters op 29 oktober 2013 in Metropolis M zijn opinie: ‘(..) het Gemeentemuseum Den Haag zich bewust of onbewust heeft laten gebruiken voor de persoonlijke belangen van zo’n nieuwe rijkaard (..)’ en ‘Het gemak waarmee vermogend Nederland bezit neemt van publieke instellingen, begint in het oog te springen.’

Eind oktober 2013 reageerde Kreuk in bijna identieke bewoordingen op Trendbeheer en Metropolis. Maar hij geeft z’n critici onbewust munitie in handen: ‘Feit is dat verzamelen een heel bevredigend, maar ook een zeer persoonlijk proces is, waarbij ik financieel regelmatig grote risico’s nam door al mijn geld in kunst te steken.‘ Hieruit blijkt het directe verband tussen verzamelen en handel. Kreuk ontkent dat werken die op een veiling in New York (of Londen) worden ingebracht ‘plotseling meer waard zijn geworden‘, dit ‘is op z’n minst een zeer naïeve gedachte en een erg aandoenlijke visie.’ Een stil verwijt aan z’n critici dat ze de wereld niet kennen.

Wat is de slotsom? Kreuk kan wel beweren dat het voor de waarde van de werken niets uitmaakt of ze eerst in een museum zijn tentoongesteld, maar hij heeft de schijn tegen als Sotheby’s dat in de publiciteit benadrukt. Het had ongenoemd kunnen blijven. Sotheby’s had ook na kunnen laten om de verzamelaar ‘Bert Kreuk‘ als merk centraal te zetten bij de verkooptentoonstelling ‘Just Now‘ om zich uitsluitend te richten op de werken en de kunstenaars. Maar zo werkt de kunsthandel niet. Het is naïef om dat te ontkennen, maar even naïef is het om verband tussen tentoonstellen en verkoop te ontkennen, zoals Kreuk doet. Er bestaat verband tussen de tentoonstelling ‘Grensverleggend’; werken uit de collectie Bert Kreuk‘ in het Gemeentemuseum en ‘Just Now; Curated by Bert Kreuk‘ bij Sotheby’s. Dat verband kunnen Nederlandse musea zich maar beter vooraf realiseren als ze hun afweging maken over het aanbod van een verzamelaar die dolgraag een collectie toont.

Foto: Danh Vo, Alphabet B, 2011. Just Now curated by Bert Kreuk, Sotheby’s London, 2014.

Sotheby veilde gestolen reliëf Schoonhoven. En was gewaarschuwd

with one comment

c8400f12-096f-44af-971d-4d40334e6046_570

De NRC meldt dat een van de bij het Venlose museum Van Bommel van Dam gestolen werken op 22 maart van Jan Schoonhoven ‘dit voorjaar‘ op een veiling bij Sotheby’s in Londen is geveild. Als volgens de NRC het voorjaar tot na het begin van de zomer doorloopt dan klopt dit. Reliëf R62-39 uit 1969 werd op 27 juni 2013 geveild. Lot 110 ging voor 182.500 pond onder de hamer. Precies 214.931 euro. De NRC merkt op dat het om een vervalste titel gaat. De oorspronkelijke titel is R62-32. Een bruikleen uit de collectie Manders. In de catalogus zou het werk een kwartslag gedraaid zijn. In maart werd het samen met nog drie werken gestolen. Twee van Schoonhoven en een van Tomas Rajlich. Dat laatste werk is nog niet terecht.

Directeur  Rick Vercauteren van museum Van Bommel van Dam spreekt van ‘de flater van de eeuw’. Des te meer omdat het Art Loss Register Sotheby’s tijdig waarschuwde dat het om gestolen werk ging, aldus de NRC. Maar het veilinghuis zette ondanks dat toch door. Zo wordt gestolen kunst vogelvrij verklaard. En blijft de museumwereld verbijsterd achter. Het heeft het al zo moeilijk om zich afdoende tegen diefstal te beveiligen.

Foto: Jan Schoonhoven, R62-32 ofwel R62-39 volgens de afbeelding op MutualArt.com

Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan?

with 4 comments

Christie's auction house staff place bid

Update 5 september 2014: In College Tour was Marlene Dumas te gast bij Twan Huys. Directeur Gerard de Kleijn van Museum Gouda was in een filmclip te zien omdat hij ooit een schilderij van Dumas had laten veilen. Daarop kreeg hij van vele kanten kritiek. De Kleijns uitleg dat hij het geld nodig had en wel gedwongen was tot verkoop is te simpel. Hij vertelt niet het hele verhaal. Want hoe kan een vermeend armlastig museum tegelijk een schilderij van Weissenbruch voor 109.000 euro kopen? De Kleijn praat onzin. Dumas vertelde honderduit over haar werk en wilde blijkbaar niet te veel aandacht voor deze onaangename episode. Met een museumdirecteur die even helemaal de weg kwijt was en verzeild raakte in een wereld die hij niet kende. 

Op de avondveiling van 28 juni wordt The Schoolboys uit 1986/87 van Marlene Dumas geveild bij Christie’s in Londen. Fikse concurrentie ondervindt deze veiling van Sotheby’s dat een dag later de Duerckheim collectie veilt met topstukken van George Baselitz, Sigmar Polke, Gerhard Richter en Blinky Palermo.

The Schoolboys is ooit gekocht door museumgoudA. In een persbericht over de verwachte opbrengst zegt het museum dat het rekent op €800.000. Niet meer en niet minder. In de e-catalogue van de veiling verwacht Christie’s een opbrengst van €790.000 tot €1.100.000. Ofwel, het equivalent van £700.000 tot £1.000.000. Tegen de huidige dagkoers is dat 790.00 tot €1.129.600. Waarom noemt museumgoudA een vast bedrag van €800.000 en is Christie’s minder stellig?

In de e-catalogue ontbreekt bij het stukje over The Schoolboys de Special Notice van de digitale lotfinder over de verkoop en het directe financiële belang van Christie’s. Daar is bij The Schoolboys toegevoegd dat Christie’s of een derde partij een minimumprijs of voorschot aan de inbrenger kunnen garanderen.

Don Thompson zegt in Shock Art over prijsgarantie: Zo’n garantie verzekert hem ervan dat het veilinghuis een vooraf bepaald bedrag zal betalen, ook als het kunstwerk minder opbrengt dan verwacht. Is de opbrengst hoger dan het garantiebedrag, dan vraagt het veilinghuis in de meeste gevallen een commissie van 10 tot 50 procent -in de praktijk gewoonlijk 25 procent- van de meerprijs. 

De constructie via een derde partij zoals bijvoorbeeld Christies’s satelliet Haunch of Venison biedt een inbrenger zekerheid, maar laat een meeropbrengst boven de €800.000 volledig naar Christie’s verdwijnen. In zo’n geval is het ook niet museumgoudA dat het werk formeel op de veiling brengt, maar de derde partij. Da’s in lijn met de publiciteit van museumgoudA die de exacte voorwaarden van de veiling in het midden laat en in algemene termen stelt dat het werk onder de hamer gaat.

Desondanks staat in de pre-lot text over The Schoolboys: PROPERTY FROM MUSEUM GOUDA, THE NETHERLANDS, SOLD TO BENEFIT THE COLLECTION FUND. Maar dat heeft eerder met de herkomst, de provenance, te maken dan met de feitelijke voorwaarden voor het inbrengen van het werk. Een goede herkomst als museumgoudA drijft de verkoopprijs meer op dan een zakelijke derde partij.

Ondersteuning voor bovenstaande redenering is dat museumgoudA op 24 mei op een veiling van Impressionistische en Moderne kunst bij Christie’s Amsterdam voor €109.000 een werk van Jan Hendrik Weissenbruch kocht. MuseumgoudA dat steeds beweert financieel krap bij kas te zitten had dat zonder de garantie voor The Schoolboys van Christie lastiger kunnen realiseren. Kortom, alles wijst erop dat The Schoolboys al in mei 2011 voor een vast bedrag van €800.000 is verkocht aan Christie’s of een satelliet van Christie’s. En dat museumgoudA is bedeeld met een voorschot en al is gaan shoppen.

De omstandigheden waaronder The Schoolboys nu aan Christie’s wordt verkocht zijn belangrijk omdat het opnieuw de vraag oproept hoe zorgvuldig museumgoudA handelt. Voor de politieke dimensie is het van belang om te weten hoe een en ander met het Goudse college is afgestemd. Ofwel, hebben beide partijen het zakelijk slim gespeeld? Als verkoop uit noodzaak moet is de vraag gerechtvaardigd of museumdirecteur en wethouder cultuur er binnen hun macht alles aan hebben gedaan om een optimale opbrengst te realiseren.

Over inhoudelijke, procedurele, aankooptechnische en politieke aspecten is het nodige opgemerkt. Verkoop voegt een financieel-zakelijk aspect toe dat doet afvragen of binnen de gegeven omstandigheden de verkoop van The Schoolboys handig is aangepakt. Ik neem aan dat museumgoudA en het Goudse college na 28 juni openheid van zaken geven over de details van de opbrengst en de verdeling van het geld. Of als ze dat nalaten de Goudse raadsleden ernaar zullen vragen. Het voortraject roept in elk geval allerlei vragen op.

Er is nog een theoretische mogelijkheid dat de verkoop van The Schoolboys door museumgoudA door de ministerraad wordt geschorst. Vanwege de onwenselijkheid dat een topstuk uit Nederlands openbaar kunstbezit naar het buitenland verdwijnt en de Collectie Nederland verarmt. Maar gezien de ontbrekende eensgezindheid en relatieve chaos in het culturele veld en een staatssecretaris die zich weinig met cultuur identificeert lijkt dat onwaarschijnlijk.

Foto: Richard Prince’s Piney Woods Nurse, which was done in 2002 in ink-jet print and acrylic on canvas brought $6.08 million way above the estimate of $1.8 million to $2.2 million.

%d bloggers liken dit: