George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Rotterdam

Waarom krijgt in NRC de tentoonstelling Remix Rotterdam in het Rotterdamse Wereldmuseum niet de aandacht die het verdient?

leave a comment »

Daar gaan we weer. Deze keer in het artikelHet Wereldmuseum is weer open, nu met meer verhalen en perspectieven’ in NRC. Een verslaggever vraagt niet door en laat zich knollen voor citroenen verkopen. Het Wereldmuseum is er sterk in om selectief informatie te geven aan media die blijkbaar verslaggevers sturen die onvoldoende geïnformeerd zijn om geen gemankeerd verhaal op te schrijven. Zo wordt het echte verhaal over het Wereldmuseum en de koepel NMVW die er de beleidslijnen uitzet ook deze keer niet in de media verteld.

Het Wereldmuseum opent na een jarenlange verbouwing. Het hele gebouw is eindelijk brandveilig verklaard. Stapsgewijze openstelling die gecertificeerd is door de veiligheidsbranche bestaat niet voor wie beseft wat de veiligheid van een gebouw is, wat voor risico’s een verbouwing in een in gebruik zijnd gebouw inhouden en hoe branden kunnen uitslaan. De verslaggever gaat mee in de misleiding van het Wereldmuseum. Bij een geïnformeerde journalist zou dat de vraag oproepen hoe het dan het afgelopen jaar zat met de veiligheid van de gepresenteerde tentoonstellingen. Zoals Dossier Indië met kostbare, originele afdrukken van foto’s.

Deze vraag wordt niet gesteld door Dominique van Varsseveld die niet in het colofon van NRC wordt genoemd als correspondent Rotterdam of lid van de kunstredactie. Waarom stuurt NRC niet iemand met verstand van zaken naar het Wereldmuseum? De recente geschiedenis van dit museum geeft er toch alle aanleiding toe om te kijken of de aan de Rotterdamse raad gedane beloften over de Rotterdamse signatuur worden nagekomen.

Het artikel noemt terloops de tentoonstelling Remix Rotterdam zonder te vertellen dat dit een samenwerking van het Wereldmuseum met Museum Boijmans Van Beuningen is die gesteund wordt door de Stichting Droom en Daad. NRC noemt Boijmans niet eens. Dat is een omissie in een artikel over een tentoonstelling in een Rotterdams museum dat in 2016 door de politiek opgeroepen werd om een Rotterdams karakter te behouden.

In de publiciteit heeft het Wereldmuseum, of liever gezegd de top van koepel NMVW Remix Rotterdam stelselmatig genegeerd of minimale aandacht gegeven. Wat voor psychische gesteldheid is dat? Klopt het vermoeden dat het NMVW in zichzelf gekeerd is en zich geen raad weet met presentaties die het niet kan controleren? Dus in dit geval een tentoonstelling met bruiklenen van Museum Boijmans die gecureerd is door conservator Alexandra van Dongen namens dit museum en conservator Wouter Welling namens het NMVW.

Remix Rotterdam zou een jaar geleden op 1 oktober 2019 opengaan. Dat werd vooraf spaarzaam in de publiciteit van het Wereldmuseum gemeld. Maar Remix Rotterdam ging niet open op 1 oktober 2019. Waarom niet? Het Wereldmuseum gaf er toen geen uitleg over en doet dat nu nog steeds niet. NRC geeft evenmin duidelijkheid en blijft hangen in een oppervlakkige beschouwing over wat haar op de mouw wordt gespeld.

Dit artikel van NRC kent vooral verliezers: de lezers van NRC die onvolledig geïnformeerd worden en het politiek correcte frame opgelegd krijgen van het Wereldmuseum, en het sturende NMVW dat zich laat kennen als organisatie die er aan de top moeite mee heeft om een normale relatie aan te gaan met collega-musea.

NB: Zie hier een commentaar van oktober 2017 (vanaf vierde alinea) voor een nadere omschrijving van mijn kritiek op het beleid van het NMVW in relatie tot het Wereldmuseum.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHet Wereldmuseum is weer open, nu met meer verhalen en perspectieven’ van Dominique van Varsseveld in NRC, 9 september 2020.

Foto 2: Schermafbeelding uit september 2019 van aankondiging Remix Rotterdam op site Wereldmuseum.nl. .

Leidt kritiek op het functioneren van HNI nu eindelijk tot een schoonmaak aan de top en het vervangen van directeur en RvT?

leave a comment »

Er zijn kwesties die blijven sluimeren. Zoals het ondermaats presteren van HNI (Het Nieuwe Instituut) in Rotterdam. In commentaren heb ik er sinds 2015 aandacht aan besteed, vooral aan het opereren van directeur Guus Beumer en de rol van de Raad van Toezicht die niet doorpakt. Zo schreef ik in een commentaar in 2018: ‘Het Nieuwe Instituut is inderdaad zo’n instelling die op z’n best als middelmatig kan worden gekenmerkt. Op z’n slechtst als frauduleus en overbodig. Trouwens hoe dan is het nog steeds een raadsel waarom het ooit in de huidige vorm van de grond werd getild. Wie wordt niet moe van die kunstbobootjes die uitblinken in kortzichtigheid en het schrijven van beleidsstukken onder het mom ‘eigen instelling eerst’? De voorspelbare reactie is dat het brede publiek de schouders ophaalt over zoveel opportunisme en gebrek aan solidariteit, en geen begrip opbrengt voor de kunstsector. Dat lijkt nog niets eens onterecht’. 

De nieuwste ontwikkeling in deze soap is een analyse van journalist Bernard Hulsman in NRC naar aanleiding van drie artikelen van de kritische architect Kees van der Hoeven op zijn blog architectenweb. Van der Hoeven volgt HNI al jaren en constateert na lezing van het jaarverslag 2018 dat HNI jaarlijks slechts 45.000 bezoekers trekt en niet het aantal van 555.000 dat op een frauduleuze wijze tot stand is gekomen door externe presentaties op architectuurbiënnales in Venetië en Shenzen mee te tellen voor de bezoekcijfers in Rotterdam. Architect Van der Hoeven verbaast zich er al jaren over dat HNI nauwelijks of geen aandacht besteedt aan architectuur, terwijl dat een van de drie pijlers van HNI is. Beumer acht architectuur niet de aandacht waard.

Merkwaardig is dat Van der Hoeven in een tweet van 4 september 2020 zegt een aanval op zijn stukken te krijgen omdat hij ‘een ‘vals’ verhaal heeft verteld, verzuimd wederhoor toe te passen’. Van der Hoeven zegt daar vandaag op te reageren, maar het is een onterecht en vreemd verwijt omdat HNI al vijf jaar onder vuur ligt en zo aantoonbaar slecht presteert dat het totaal niet aannemelijk valt te maken dat de verwijten onterecht zouden zijn. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd, maar het wordt tijd dat HNI wordt uitgemest en directeur Beumer en de zittende RvT worden vervangen en architectuur weer speerpunt wordt.

Zie voor verder lezen over de recente geschiedenis van HNI:
Augustus 2015: Neemt de RvT van het Nieuwe Instituut het toezicht serieus?

Augustus 2015: Nemen Bussemaker en de RvT van het Nieuwe Instituut het toezicht serieus?

Augustus 2015: RvT van Het Nieuwe Instituut stelt onderzoekscommissie in vanwege publieke discussie

September 2015: Positie Guus Beumer onhoudbaar door onthullingen NRC. Wat was het toezicht waard?

December 2015: Rapport over Het Nieuwe Instituut constateert vele overtredingen van de Governance Code Cultuur. Kan Guus Beumer aanblijven?

Mei 2016: Crisis bij ‘Het Nieuwe Instituut’ geeft architecten kans op een nieuw eigen architectuurinstituut. Weg van het stylisme

December 2016: HNI werpt zich op als coördinator van nieuw designmuseum in Amsterdam. De vlucht vooruit als afleiding van eigen problemen

Februari 2017: HNI laat het opnieuw afweten bij ‘100 Jaar De Stijl’

Foto: Tweet van 5 september 2020.

Bladna.nl gebruikt een vermoeden over naamsverandering van Irina Shayk om te spreken over ‘de heersende islamhaat in de wereld’

leave a comment »

Bladna.nl is een online uitgave van het bedrijf Websil dat in het Marokkaanse Rabat is gevestigd. Bladna.nl is de Nederlandstalige versie van het Franstalige Bladi.net dat zich afficheert als ‘de eerste virtuele gemeenschap in Marokko’. Hoofdredacteur van Bladna.nl is Saïd Amraoui. Het afficheert zich op haar beurt als ‘belangrijkste nieuwswebsite voor Marokkanen in Nederland en België’. Er is nauwelijks nieuws over die landen op te vinden.

Amraoui is ook verbonden aan Hadjinfo. Dat is een informatieplatform voor de moslimgemeenschap in Nederland en België dat de pelgrimstocht naar Mekka omvat. Het heeft een islamitisch karakter en werkt samen met de Saoedische overheid, maar ook met reisbureaus. Hadjinfo is een project van Atlasbridges.nl dat zegt als missie te hebben ’te zoeken naar Marokkaanse en Arabische islamitische karakteristieken’.

Door de persoon Saïd Amraoui zijn dus Bladna.nl, Hadjinfo en Atlasbridges.nl verbonden. Op deze organisatie lijkt het uitgangspunt van de door beschuldigingen van seksueel overschrijdend gedrag van zijn voetstuk gevallen islamitische denker Tariq Ramadan van toepassing. Namelijk dat hij de moderniteit naar de islam brengt, maar niet de islam naar de moderniteit. Hij was tot zijn ontslag in 2009 verbonden aan de Erasmus Universiteit als gasthoogleraar en bij de gemeente Rotterdam als ‘bruggenbouwer’. Het is vergelijkbaar met de EO dat zich aansluit bij de tekenen van de tijd, maar tegelijk doelbewust de identiteit van een eigen religieuze zuil nastreeft. Ofwel, het moderniseert de vorm, maar niet de inhoud van waaruit het zich blijft voeden.

Het kan dat Atlasbridges welgemeend probeert ‘interactie tussen allochtonen en autochtonen te vergroten om wederzijdse interesse en begrip te stimuleren en zo structurele veranderingen aan te brengen daar waar het noodzakelijk blijkt te zijn’. Maar dit geeft ook gelijk de beperkingen aan van deze visie. Want het ter discussie stellen van de islamitische dogmatiek zal nooit noodzakelijk worden geacht. Deze islamitische organisaties in een modern jasje proberen de moslims in Nederland en België op een indirecte manier vast te houden. Men kan zich afvragen of partners van Hadjinfo, zoals de Rijksuniversiteit Groningen en het Tropenmuseum (NMVW) dit beseffen en waarom ze hieraan nog steeds denken mee te moeten werken. In een eerste fase van emancipatie kan dit een streven zijn dat steun verdient, maar na verloop wordt het een gevangenis die moslims opsluit in een eigen reservaat binnen de open, pluriforme samenlevingen van België en Nederland.

Hoe de islamiserende apartheid werkt bij Bladna.nl maakt een artikel van 4 augustus 2020 over het van oorsprong Russische model Irina Shayk (artiestennaam) duidelijk. Zij heet voluit Irina Shaykholislamova.

Het oorspronkelijke artikel van 3 augustus 2020 van Bladi.net over Irina Shayk bevat de volgende passage:

Terwijl Bladna.nl praat over ‘de heersende islamhaat in de wereld’ heeft Bladi.net waarop Bladna.nl zich baseert het over ‘een “wereldwijde oorlog tegen het terrorisme”, waarbij sommige mensen in anti-moslim paranoia leefden.’ Bladna.nl baseert de uitspraak van ‘heersende islamhaat in de wereld’ niet op het artikel van Bladi.net dat genuanceerder is en de belangrijke beperking geeft dat ‘sommige mensen’ in anti-islam paranoia leefden. Het gebrek aan nuancering van Bladna.nl wordt er nog vreemder op als we kijken naar het artikel in Le Monde waar Bladna.nl naar verwijst en dat blijkbaar de primaire bron is voor de berichtgeving van de artikelen in Bladna.nl en Bladi.net. De koppen van beide Marokkaanse media benadrukken dat Shayk werd gedwongen de islam uit haar naam te verwijderen, terwijl Le Monde het er in de kop bij laat wat de ‘echte naam’ van Shayk betekent. Het wordt er trouwens nog gecompliceerder op omdat Irina Shayk slechts een vermoeden en geen bewijs heeft dat haar volledige naam de reden voor de geweigerde toelating in de VS was.

In vertaling zegt Le Monde: ‘Ze probeerde een jaar lang tevergeefs een visum voor de Verenigde Staten te krijgen, maar realiseerde zich dat haar achternaam, “Leider van de  Islam”, de oorzaak was. Dit is de tijd van de “wereldwijde oorlog tegen het terrorisme”, die vaak overgaat in antimoslim paranoia’. De versie van Bladi.net komt overeen met die van Le Monde, waarbij eerstgenoemde het specifieker maakt door het te hebben over ‘sommige mensen’ terwijl Le Monde het algemeen houdt. Hoe dan ook wijkt de versie van Bladna.nl op het aspect van de reden voor Irina Shayks weigering om in de VS toegelaten te worden af van de versies van Bladi.net en Le Monde. Bladna.nl introduceert zonder dat daarvoor in beide artikelen een reden te vinden is de veroordelende en niet onderbouwde uitspraak over ‘de heersende islamhaat in de wereld’.

Daarnaast is het al een eeuw normaal dat publieke figuren die in de VS een carrière in de kunsten of de amusementsindustrie nastreven hun naam aanpassen. Zoals Irina Shayk deed. Het geldt overigens ook niet-publieke individuen. Dat kan door de naam te veramerikaniseren, te versimpelen of op te poetsen zodat die aansprekender, herkenbaarder en beter uitspreekbaar wordt. Dat betreft immigranten en leden van etnische minderheden die in de VS zijn geboren. De onlangs overleden acteur Kirk Douglas heette oorspronkelijk Issur Danielovitch Demsky, jazzsaxofonist Stan Getz werd geboren als Stanley Gayetsky en de Egyptische acteur Omar Shariff als Michel Demitri Shalhoub. Uitzonderlijk is de naamaanpassing van Irina Shaykholislamova niet.

Foto’s 1 en 4: Schermafbeelding van delen artikelLa top-model russe Irina Shayk, de son vrai nom « Chef de l’Islam »’ van 2 augustus 2020 op Le Monde:

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelIrina Shayk gedwongen Islam uit naam te halen’ van 4 augustus 2020 op Bladna.nl.

Foto 3: Schermafbeelding van deel artikel ‘Irina Shayk contrainte d’effacer l’islam de son vrai nom’ van 3 augustus 2020 op Bladi.net.

Gergiev Festival verdient geen steun met Rotterdams subsidiegeld om artistieke, maatschappelijke en politieke redenen

leave a comment »

Het Gergiev Festival dat elk jaar in Rotterdam plaatsvindt wordt in het voortbestaan bedreigd. Het bestaat 25 jaar en dient als platform van de Ossetisch-Russische dirigent Valery Gergiev die verbonden was aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het festival kreeg kritiek vanuit de marge. Opvallend was dat het protest op een festival dat is geconstrueerd rond een propagandist van het Kremlin met reactionaire opvattingen over onder meer homorechten zo goed als uitbleef in Rotterdam. Onder meer op dit blog is er herhaaldelijk tegen zowel het festival als dat uitblijvende protest geageerd. De titels van de commentaren gaven mijn weerzin weer: Gergiev Festival is klassieke porno voor bedrijfsleven, overheid en politiek van Rotterdam en Valery Gergiev is een propagandist voor het Kremlin. Maar wordt verafgood in Rotterdam. Tijd voor bewustwording. En protest. Mede naar aanleiding van dit laatste commentaar stelde raadslid Ruud van der Velden van de Rotterdamse Partij voor de Dieren in mei 2016 raadsvragen. In de antwoorden verschool het college zich achter Buitenlandse Zaken. De politieke toondoofheid bleef voortbestaan in het Rotterdamse establishment.

Waar het op neerkomt omschreef ik in een commentaar over de antwoorden van het college in juni 2016: ‘Valery Gergiev is dus meer dan een neutrale musicus die het alleen om zijn kunst te doen is. Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is’.

Op de raadsvragen antwoordde het college bij de vragen 6 en 7 onder meer met een verwijzing naar de artistieke kwaliteiten van het festival. Het schip lijkt nu eindelijk de wal te keren. Als een politieke verwijzing naar het propagandistische karakter van Valery Gergiev en zijn festival niet mogelijk is, dan kan dat alleen met andere middelen. In het Cultuurplanadvies 2021-2024 van juni 2020 oordeelde de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) negatief over het Gergiev Festival: ‘Het vierdaags festival speelt zich grotendeels af in de Doelen, maar heeft volgens de Raad verder nauwelijks inbedding in de stad. De formule van het festival is volgens de Raad uitgekristalliseerd. Door de beperkte innovatie blijft het een traditioneel festival dat nauwelijks nieuwe doelgroepen weet te bereiken.’ De RRKC adviseert de Rotterdamse gemeenteraad om het festival vanwege gebrekkige inbedding en het gebrek aan artistieke vernieuwing niet langer subsidie te geven.

Feit dat de petitie pas na ruim vijf weken na verschijning van het Cultuurplanadvies van de RRKC verschijnt is de bevestiging van de slechte inbedding van het Gergiev Festival. Het onderstreept het gelijk van de motivatie van de RRKC. Hoe anders was dat bij het eveneens negatieve advies over Museum Rotterdam waar gelijk een publieksactie op gang kwam. Het Gergiev Festival staat op zichzelf. Het staat zich er in de marketing op voor relaties een internationaal podium met een eigentijds aanbod van netwerkmogelijkheden te bieden en wordt vanuit de Rotterdamse economische elite gesteund. Het heeft Rotterdams gemeenschapsgeld niet nodig. Al is het vijf jaar te laat, toch kan hiermee de Rotterdamse politiek eindelijk zonder zelf vuile handen te maken afstand nemen van een festival dat een propagandist van het Kremlin met bedenkelijke opvattingen onverdiend in het zonnetje zet. Politiek en artistiek voldoet het Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival niet.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieRed het Gergiev Festival’ op petities.nl, 27 juli 2020. NB: Petitionaris Gea Plantinga is Manager Gergiev Festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Foto 2: Schermafbeelding van deel antwoorden op raadsvragen over het Gergiev Festival van Ruud van der Velden (PvdD). In eigen commentaar van 22 juni 2016.

Foto 3: Schermafbeelding van de samenvatting van het advies van de RRKC over het Gergiev Festival, juni 2020.  In: Cultuurplanadvies 2021-2024.

Waarom geeft NRC Nida’s Nourdin el Ouali een softbal interview?

with 2 comments

Religieuze partijpolitiek, het blijft wringen. Nida’s partijleider Nourdin el Ouali wordt geïnterviewd in NRC en zegt onder meer het volgende: ‘En ja, wij vinden de oplossingen voor al deze crises in de Koran. De wijze waarop we consumeren, het tegengaan van verspilling, het zorgen voor elkaar en je omgeving.’

De interviewers stellen El Ouali hierover geen vervolgvraag. Zoals ze alle kritische vragen achterwege lijken te laten. Het is nogal een uitspraak, namelijk dat de oplossing voor alle crisis in de Koran te vinden is. Meent El Ouali dit serieus of is het onderdeel van zijn politieke marketing? Men mag hopen dat laatste, want anders moet ernstig in overweging genomen worden dat hij een doorgedraaide relifanaat is.

El Ouali doet nog meer opmerkelijke uitspraken in dat interview, zoals: ‘Islamitische inspiratie is niet alleen voor moslims, het vindt weerklank in ieders geweten.’ Godallemachtig, dat is nog eens wat je annexatie van andersdenkenden noemt. Ik wil niet dat de islam of welke religie dan ook weerklank in mijn geweten vindt. Het is de fout die religieuze leiders of politici telkens maken en zo afkeurenswaardig maakt, namelijk ze willen andersdenkenden in ‘hun verhaal’ trekken. Ik gun ze hun religie van harte, maar met hun directe of in dit geval indirecte evangelisatie laten ze zichzelf kennen als onvolwassen en mateloos in hun annexatiedrift.

In 2018 memoreerde ik in het commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’ wat Nida in haar beginselprogramma heeft staan: ‘Onze geloofsbeleving is van meerwaarde in de samenleving en verdient terecht de ruimte in de publieke sfeer, in publieke voorzieningen en het openbaar bestuur.’ Pardon? Meerwaarde voor u en mij?

Bij nader inzien is het NRC-interview tamelijk kritiekloos en flauw. Het laat El Ouali ongestoord orakelen, maar spreekt hem niet aan op de controversiële beginselen van de partij waarvan hij de leider is. Ik begrijp dat een journalist niet moet oordelen, maar om dan ook het nuanceren achterwege te laten is weer het andere uiterste. Hebben de interviewers het beginselprogramma van Nida eigenlijk wel gelezen?

NRC moet zelf ook oppassen met de annexatiedrift van Nida. In het commentaar uit 2018 verwees ik naar een ander idee uit het beginselprogramma van Nida dat overigens niet meer terug te vinden is op de site. Namelijk een ‘Religieus-wetenschappelijk-kunstzinnige raad’ die het openbaar bestuur adviseert. Via een omweg zijn het religieuze instellingen als kerken en moskeeën, maar ook Museum Boijmans van Beuningen, die volgens Nida het openbaar bestuur moeten adviseren. Dit onthult het denken in cirkels van Nida. Want Boijmans die voor huisvesting, collectie en subsidie afhankelijk is van de gemeente, moet die gemeente tegelijk adviseren. Hoe onafhankelijk kan dat zijn? Tegelijk wil Nida de rol van de media terugbrengen als het suggereert dat ze minder bepalend moeten zijn voor de politieke agenda en het debat. Enfin, met dit interview heeft dat niet geholpen. Beide interviewers hebben Nida’s Nourdin el Ouali gratis publiciteit gegeven in zijn politieke marketing zonder hem hard aan te willen of durven pakken. In de VS heet dat een softball interview.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelNida wil in Tweede Kamer: ‘In de Koran vinden wij de oplossing voor alle crises’‘ van Sheila Kamerman en Lamyae Aharouay in NRC, 5 juli 2020.

Foto 2: Schermafbeelding van paragraaf uit beginselprogramma ‘25 CONCRETE IDEEËN’ van NIDA Rotterdam. Kopie  in eigen commentaarHet zijn NIDA’s principes die hebben geleid tot een breuk in het Rotterdamse Links Verbond. SP, PvdA en GL nemen terecht afstand’.

Negatief advies over Museum Rotterdam roept vragen op over rol RRKC

with one comment

Afgelopen week kwam de de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) met het onevenwichtige advies om stadsmuseum Museum Rotterdam te sluiten en het een doorstart te laten maken. Het lijkt misschien niet sterk om de boodschapper van het slechte nieuws ter discussie te stellen, maar ik heb na lezing van het advies het idee dat de RRKC er weinig van begrijpt. Als het al niet van kwaadaardigheid kan worden beticht.

Het zou kunnen dat er een gemeentelijk beleid is om Museum Rotterdam langzaam naar de rand te schuiven. Het is de vraag hoe autonoom leden van het college en raadsleden van de coalitiepartijen handelen en wat hun relatie is tot hogere beleidsambtenaren van Culturele Zaken of de RRKC. De laatsten winnen aan macht als ze lang zitten en een dossier beheersen. Een wethouder Cultuur die laag in de pikorde staat en doorgaans geen lid is van een van de leidende partijen in een college is inwisselbaar. De RRKC lijkt verder te gaan dan haar mandaat toestaat. Deels zal dat zijn omdat de politiek zich terugtrekt, deels is dat bewuste expansie van de RRKC. Het wekt verbazing dat de Rotterdamse politiek toestaat dat voorzitter Jacob van der Goot nog steeds in functie is ondanks het feit dat hij eerst in de RvT van het Wereldmuseum zat en later in de RRKC adviseerde over het Wereldmuseum en vanwege het merkwaardig politiek getinte, negatieve advies van de RRKC in 2015 over het Collectiegebouw (Depot) van Boijmans. De RRKC is gepolitiseerd en lijkt niet schoon aan de haak.

In het advies blijft mijn oog haken aan de volgende passage (paragraaf 1.5 een nieuwe stadsmuseale functie): ‘Het aantal spelers in het erfgoedveld is de laatste jaren toegenomen. Naast de musea, Stadsarchief Rotterdam en de Bibliotheek Rotterdam zijn er platformorganisaties als DIG IT UP, Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) en Verhalenhuis Belvédère die met digitaal, documentair en immaterieel erfgoed in een alternatief aanbod voorzien. Door hun verbindende rol maken ze verschillende culturen en gemeenschappen in de stad meer zichtbaar’.


Hier ontspoort het advies. Het gooit alle instellingen en platforms die iets met erfgoed te maken hebben op een hoop en maakt ze daarmee inwisselbaar. Maar ze zijn niet inwisselbaar vanwege de unieke functie en opdracht. Hiermee wordt duidelijk dat de RRKC de unieke rol miskent van een stadsmuseum dat aan de hand van objecten en documenten een verhaal vertelt. Daarin onderscheidt Museum Rotterdam zich van de andere instellingen, kunstmusea en platforms. Ook waardevol, maar van een andere orde dan een historisch museum.

Het advies kan bij een goede lobby worden weerlegd. Het is op een verkeerde aanname gebaseerd omdat het de functie van een stadsmuseum als Museum Rotterdam in relatie tot andere instellingen op het gebied van erfgoed verkeerd ziet. Het advies van de RRKC is kwalitatief niet van het niveau dat verwacht kan worden.

Het lijkt dat vooral de RRKC in een identiteitscrisis verkeert. Herinneren we ons nog wat de reactie van de gemeenteraad was op een advies over het Wereldmuseum van de RRKC in juni 2016? Sun van Dijk (SP) schreef: ‘Het is een politiek advies, dat is niet aan de RRKC, maar aan ons’. De geschiedenis herhaalt zich nu met Museum Rotterdam. Het probleem is dus niet Museum Rotterdam, maar de RRKC. Waarom meenden ooit de machtige RRKC-secretaris Inez Boogaarts of nu voorzitter Jacob van der Goot politiek te moeten handelen? Het initiatief is aan de gemeenteraad om het huiswerk van de RRKC te beoordelen. En waar mogelijk af te wijzen.

Ik teken de petitie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieRed Museum Rotterdam’ van Esther Olofsson (Communicatiebureau RauwCC) op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van deel cultuurplanadvies 2021-2024 van de RRKC, juni 2020 uit paragraaf 1.5 (een nieuwe stadsmuseale functie) over Museum Rotterdam.

Veiligheidsregio Rotterdam: ‘Dutch Pinball Museum’ is geen museum, maar speelhal

leave a comment »

Wanneer is een museum een museum? Het gaat om het ‘Dutch Pinball Museum’ in Rotterdam. Dat is van belang omdat musea op 1 juni hun deuren weer mochten openen in verband met de versoepeling van de maatregelen in verband met de COVID-19. Maar als het een casino of speelhal is, dan mag het -als de ontwikkelingen het toelaten- volgens het overheidsbeleid pas op 1 juli open. Eigenaar Gerard van de Sanden beroept zich op het feit dat zijn organisatie volgens de Kamer van Koophandel en de exploitatievergunning een museum is. Maar de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond beschouwt het eerder als een speelhal. Er zijn drie aanwijzingen voor dat het Dutch Pinball Museum feitelijk geen museum is. Het is geen lid van de Museumvereniging, niet opgenomen in het Museumregister en de huisregels duiden erop dat het draait om het spelen op flipperkasten. Van der Sandens argument dat musea steeds interactiever zijn geworden door het gebruik van onder meer touchscreens is geen steekhoudende vergelijking omdat die een ander doel dienen.

Heeft Rotterdam een duurzaam en inzichtelijk atelierbeleid? Worden in Charlois ateliers tegen de hoogste prijs verkocht?

leave a comment »

Kunstenaars in Rotterdam-Charlois verliezen mogelijk hun werkruimte. De gemeente Rotterdam wil panden in de Gouwstraat die nu in gebruik zijn als atelier verkopen. Het punt waar het om draait is of dat tegen de hoogste prijs moet. Die koopsom kunnen kunstenaars niet opbrengen. Fractievoorzitter Chantal Zeegers van D66 houdt een begripvol ogend verhaal waarin ze zich ervoor uitspreekt om niet de hoogste prijs te vragen aan kunstenaars zonder enige toezegging te doen. Er heerst dus onduidelijkheid over het atelierbeleid van Rotterdam. Doorgaans trekken binnen gemeenten de afdelingen Financiën en Vastgoed aan het langste eind en mag een afdeling CZ de kruimels oprapen. De conclusie kan niet anders zijn dat dat in Rotterdam, maar ook in andere grotere steden, een inzichtelijk en duurzaam atelierbeleid ontbreekt. Financiële opbrengsten zijn bepalend en andere criteria als sociale cohesie, leefbaarheid en kunstklimaat zijn ondergeschikt.

Ondeugdelijke beantwoording vragen veiligheid Wereldmuseum

leave a comment »

De beantwoording van de raadsvragen van Ruud van der Velden (Partij voor de Dieren) over de veiligheid van het Wereldmuseum is onbevredigend omdat het onduidelijk is wie er aan het woord is en de antwoorden om de hete brij heen draaien. Ze zijn op 18 december 2019 naar de raad gestuurd. Op 8 november besteedde dit blog er in een commentaar aandacht aan. De veiligheid van het Wereldmuseum zou in het geding zijn.

Wie beantwoordt de vragen? Als ‘steller’ wordt Gilbert Boutier genoemd. Hij is volgens zijn profiel op LinkedIn ‘Financieel Interim Manager’ van zijn eigen bedrijf Three Mountains, of preciezer gezegd dochter Three Mountains Interm Management BV en wordt vanwege zijn kennis op het gebied van Vastgoed blijkbaar gevraagd om de vragen te beantwoorden. Boutier was in 2013-2014 in dienst als ‘Project Manager’ bij de gemeente Rotterdam. De afdeling die bij de vragen genoemd wordt is dienst ‘SO Stadsontwikkeling’. Betrokken wethouder is Bas Kurvers (VVD) die onder meer verantwoordelijk is voor ‘Bouwen’. 

In de beantwoording wordt gezegd: ‘De gemeente (afdeling SO Vastgoed) is als eigenaar verantwoordelijk voor het gebouw en voert de verbouwing van het museum, in samenwerking met het Wereldmuseum, gefaseerd door. Door de fasering kan de gemeente eerder gebouwdelen opleveren en kan het museum deze inrichten met tentoonstellingen.’ Die laatste zin is de essentie omdat het doet uitkomen dat het functioneren van het Wereldmuseum centraal staat. Hoe zich dat verhoudt tot regelgeving en voorschriften is secundair.

Hoe kan het dat kritische vragen van Ruud van der Velden objectief beantwoord kunnen worden door een interim manager die handelt in opdracht van een gemeentelijke dienst van wie de nalatigheid in het toezicht juist een aspect van de kritische vragen is? Kortom, dit betreft een dienst die potentieel onder vuur ligt vanwege de gang van zaken en allerlei onregelmatigheden die resulteerden in de kritische vragen. Hiermee is niet gezegd dat Boutier, SO Stadsontwikkeling en wethouder Kusters niet integer handelen, maar de procedure is verwarrend en ongelukkig als de schijn ontstaat dat WC Eend zelf stelt dat WC Eend volgens de regels heeft gehandeld. Het is niet onmogelijk, maar hoe geloofwaardig kan die claim nog zijn?

Museum Boijmans van Beuningen was bezorgd over de veiligheid en besloot de tentoonstelling ‘Remix Rotterdam’ niet te laten doorgaan toen het constateerde dat het Wereldmuseum geen ‘gebruiksmelding brandveilig gebruik’ voor het hele pand had. Omdat het Wereldmuseum dit aan de bruikleengevers niet had gemeld, konden die zich niet beraden, laat staan hun bruiklenen terugtrekken. Want ze gingen ervan uit dat het hele gebouw veilig was gekeurd en het gemeentelijk toezicht voldoende was. De beantwoording doet hier badinerend over en poetst de zorgen van Boijmans en de andere bruikleengevers weg. Terwijl ze bewust in het ongewisse werden gelaten over de veiligheid van het gebouw. Illustratief voor de tegenstrijdigheden in de beantwoording is de mededeling ‘De certificering van de brandmeldinstallaties staat gepland op 6 januari 2020’. Als het management van het NMVW dit voor 1 oktober 2019 niet aan de bruikleengevers had gemeld, welke afweging konden die dan maken als ze de informatie niet hadden gekregen? De claim dat ‘alle bruikleengevers [er staat ‘bruikleengegevens’] van Dossier Indië geïnformeerd [waren] over de gefaseerde verbouwing‘ wil niet zeggen dat ze erover waren geïnformeerd dat op 1 oktober de omgevingsvergunning voor het gehele gebouw niet in orde was. Ook de ene bruikleengever die telefonisch contact opnam met het Wereldmuseum deed dat op eigen initiatief en niet omdat het door het Wereldmuseum was geïnformeerd.

De beantwoording suggereert dat het Wereldmuseum volgens de regels heeft gehandeld, maar slalomt langs de kritische vragen heen. Dit biedt eerder vaagheid dan duidelijkheid. Dat het Wereldmuseum iets van plan is of iets aanvraagt, wil nog niet zeggen dat het volgens de voorschriften handelt. Een vraag wordt in veel gevallen met een antwoord op een andere vraag beantwoord. Neem de hernieuwde keuring door het Museumregister bij een verbouwing die wordt gereduceerd tot de afgifte over verantwoord collectie­ beheer. Ook blijft onduidelijk hoe de calamiteitenteams zijn bemenst en wie zitting nemen in het crisisteam.

De beantwoording geeft geen uitsluitende duidelijkheid en kan daarom niet als de definitieve beantwoording van de vragen van Ruud van der Velden worden beschouwd. De verwarring blijft bestaan of wordt door de beantwoording mogelijk bewust of vanuit onwetendheid vergroot door zand in de lucht te gooien zodat een heldere blik op het reilen en zeilen van het Wereldmuseum en een antwoord op de vraag of het toezicht door de gemeentelijke instanties voldoende is geweest onmogelijk wordt gemaakt. Dat is een trieste constatering.

Foto 1: Schermafbeelding van site Wereldmuseum, september 2019  (inmiddels verwijderd).

Foto 2: Schermafbeelding van deel ‘Beantwoording van de schríftelijke vragen van het raadslid R. van der Velden (Partij voor de Dieren) over ‘Zorgen over onveilige situaties bij het Wereldmuseum’, 17 december 2019.

Fundamentele vragen over veiligheid bij het Wereldmuseum

with 3 comments

Ruud van der Velden van de Partij voor de Dieren in de Rotterdamse gemeenteraad heeft vandaag bovenstaande raadsvragenZorgen over onveilige situaties bij Wereldmuseum’ gesteld aan de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2018-2022). Los van deze vragen en zonder contact met Van der Velden heb ik deze week onderstaand commentaar geschreven. Vragen en commentaar wijzen dezelfde richting op. Er zijn talloze betrokkenen die zich zorgen maken over de onveilige situaties bij het Wereldmuseum, zich daar over verwonderen en willen dat de situatie bij het Wereldmuseum zich ten goede keert. Mijn commentaar:

Het is een publiek geheim dat de veiligheid en brandveiligheid van het Wereldmuseum niet op orde zijn. Juiste of geldige brandveiligheidsvergunningen voor het gebouw aan de Willemskade te Rotterdam ontbreken. Het Rotterdams gezag had in moeten grijpen na de heropening in juli 2019. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Die opening werd door het museum aangekondigd als ‘na de grote verbouwing’, maar dat is onjuist omdat de verbouwing nog steeds aan de gang is. Het is opmerkelijk waarom de toezichthoudende Brandweer voor een publiek toegankelijk gebouw dat verbouwd wordt, onvoldoende brandscheidingen bevat en de kans op brandoverslag bestaat een vergunning afgeeft. Dat lijkt dan ook niet te zijn gebeurd, maar hoe de Brandweer dan wel handhaaft is de vraag. Ook het electriciteitsnet geeft risico’s en kans op kortsluiting. Zo was er een week na de opening in juli 2019 een grote kortsluiting/stroomstoring en zijn er recent vaker stroomstoringen gesignaleerd waarbij het licht uitvalt of een lift niet werkt. Dat volgt noodzakelijk uit een grote verbouwing.

Voorschriften waar een museum zich aan moet zijn de richtlijnen uit 1994 bij punt 5. Het management van het Wereldmuseum lijkt in gebreke te zijn gebleven bij de inventarisatie en beoordeling van bedrijfsactiviteiten en risico’s zoals het Museumregister (dat de museumnorm beoordeelt) als checklist geeft (punt 4.4). Niet duidelijk is of er een calamiteitenplan is, er sinds juli 2019 brandveiligheidsoefeningen zijn gehouden en er voldoende geschoolde en getrainde BHV- (Brand Hulp Verlening) en CHV- (Collectie Hulp Verlening) medewerkers zijn en ingezet worden. Onduidelijk is trouwens of het Wereldmuseum dat sinds 27 februari 2002 als museum in het Museumregister geregistreerd staat wel een volwaardige museale vergunning heeft.

Het Wereldmuseum is sinds 2017 onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMvW) waar Stijn Schoonderwoerd algemeen directeur is. Klaarblijkelijk opereert de NMvW op de locatie Wereldmuseum niet of niet volledig volgens de normen die de museumsector via het Museumregister of de Museumvereniging stelt. Het is lastig om één oorzaak voor het ontbrekende professionalisme van het NMvW te geven. Het lijkt eerder een combinatie van factoren die elkaar versterken en te maken hebben met ontbrekend leiderschap van de NMvW-directie, slechte organisatie, een bedrijfscultuur die gehoorzaamheid afdwingt, een ontbrekend locatiehoofd/eindcoördinator voor het Wereldmuseum, een lastige voorgeschiedenis van het Wereldmuseum onder de weggestuurde directeur Stanley Bremer die roofbouw had gepleegd op gebouw en personeel, en de speciale en (financieel) kwetsbare positie van het Wereldmuseum binnen het NMvW als afzonderlijke stichting.

Hoe verder is de vraag. Door inzet van velen is in 2015 het Wereldmuseum gered uit handen van Bremer die de Afrika-collectie wilde verkopen en het museum het pad van vervlakking en populisme opstuurde waarbij hij kunst en kunstobjecten ondergeschikt maakte aan andere doelen zoals publieksbereik of commerciële levensvatbaarheid. Merkwaardig genoeg herhaalt zich deze recente horrorgeschiedenis in een andere vorm bij het NMvW. Want dat maakt ook de kunst ondergeschikt aan doelen zoals politieke correctheid of cultureel populisme. Bremer en Schoonderwoerd lijken meer gemeenschappelijk te hebben dan op het eerste oog blijkt. Ze hebben zich onder het mom het goede te doen laten kennen als tegenspelers van het Wereldmuseum.

Wat Rotterdam moet met de constructie van een onvriendschappelijk en onprofessioneel NMvW en het NMvW met een Wereldmuseum dat het blijft beschouwen als een ‘vreemd lichaam’ is de vraag. Het geknoei met de ontbrekende (brand)veiligheidsvergunningen is een symptoom van een slecht huwelijk. Want dit is niet zozeer amateurisme, maar onwil van het NMvW om het Wereldmuseum een volwaardige en autonome plek te gunnen. De Rotterdamse gemeenteraad moet nog maar eens nadenken wat het met het Wereldmuseum wil. Want de gemeente Rotterdam subsidieert het Wereldmuseum jaarlijks met 5 miljoen euro en heeft daarom een drukmiddel om de Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum als harde eis te stellen aan het NMvW. Die signatuur is tot nu toe onzichtbaar. Dat komt bovenop de eis het NMvW te verplichten om het Wereldmuseum te laten opereren volgens de Museumnorm en de normale basisvoorwaarden van de museumsector.

Foto 1, 2 en 3: Schermafbeelding van raadsvragen van Ruud van der Velden (PvdD) in de gemeenteraad Rotterdam over de onveilige situaties bij het Wereldmuseum, 8 november 2019.

Foto 4: Schermafbeelding van (inmiddels verwijderde) aankondiging ‘Museum gedeeltelijk geopend’ op site Wereldmuseum, gedateerd 1 juli 2019.

%d bloggers liken dit: