George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Rotterdam

Reginald Heber Thomson bezoekt Europa in 1905

leave a comment »

Dit zijn foto’s van een ingenieur uit Seattle die in 1905 Europa bezocht. De serie foto’s is ondergebracht in de collectie van de University of Washington. Er zijn ook acht foto’s uit Rotterdam bij. Bovenstaande foto is genomen in het Engelse Tilbury. De toelichting zegt: ‘Reginald Heber Thomson (1856-1949), a Seattle civil engineer, official, and consultant, is credited with establishing much of the municipal infrastructure of the fledgling city of Seattle. These photographs document Thomson’s engineering mission to Europe in May 1905, including tour of dock facilities, factories, harbors and dams.’ De foto’s waren bedoeld als hulpmiddelen voor de stadsvernieuwing. Ze kunnen nu op tijdloosheid gerangschikt worden. Dan had bovenstaande foto met een beetje fantasie ook nu genomen kunnen worden. Voor onderstaande Rotterdamse foto geldt dat niet.

Foto 1: Reginald Heber Thomson, ‘Man walking on road with two ships in background in Tillbury, England, 1905’. Collectie: University of Washington. 

Foto 2: Reginald Heber Thomson, ‘Men and a horse cart on street with windmill in background in Rotterdam, Netherlands, 1905’. Collectie: University of Washington. 

Advertenties

Written by George Knight

22 januari 2019 at 17:06

Raadsel bij twee foto’s met beschrijving ‘Bollen Suzy Terneuzen’

leave a comment »

Wie enige oppervlakkige kennis van jazz heeft herkent op de bovenste foto de musici Ben Webster en Willie ’The Lion’ Smith (met ronde hoed) en op de onderste foto Dave Brubeck met in de rechter benedenhoek opnieuw de hoed en kop van Smith. Ik zocht online in de collectie van het Nederlands Fotomuseum op naam van mijn geboorteplaats Terneuzen. Een schatkamer vol herinneringen, verwijzingen en beschrijvingen.

Maar de beschrijving bij beide foto’s is raadselachtig: ‘Bollen Suzy Terneuzen’. Dat is blijkbaar een naam van een vrouwelijke persoon die in Terneuzen woonachtig was in november 1966, toen de foto’s werden gemaakt. Er zijn nog twee foto’s in de collectie met deze beschrijving, op de ene loopt de vrouw die blijkbaar Suzy Bollen is langs de toenmalige vissershaven aan de Scheldekade en op de andere foto zit ze blijkbaar met een man die haar echtgenoot is binnenskamers op een fauteuil. De foute beschrijving vergroot de mystificatie.

Dit maakt duidelijk dat digitalisering van foto’s een arbeidsintensief werk is. Het is ongeloofwaardig dat fotograaf Eddy de Jongh de beschrijving bij de twee foto’s heeft aangeleverd. Er is iets misgegaan bij de digitalisering. In elk geval klopt de datering, want in november 1966 vond in de Rotterdamse Doelen het jaarlijkse Newport Jazz Festival Europe plaats met op de affiche onder meer Willie ‘The Lion’ Smith en Dave Brubeck. Op 6 november 1966 was Eddy de Jongh in Rotterdam. En wat Ben Webster in Rotterdam deed? Het lijkt erop dat hij op een andere foto van De Jongh de playlist doorneemt met Willie ’The Lion’ Smith.

Foto 1: Eddy de Jongh, ‘EDJ-3040-03 Bollen Suzy Terneuzen’, november 1966. Collectie: Nederlands Fotomuseum.

Foto 2: Benno Wissing, Affiche van het Newport Jazz Festival Europe, november 1966. Collectie: 

Foto 3: Eddy de Jongh, ‘EDJ-3040-04 Bollen Suzy Terneuzen’, november 1966. Collectie: Nederlands Fotomuseum.

Stine Jensen stelt vragen bij tentoonstelling in het Tropenmuseum: Kennisoverdracht, of pure indoctrinatie die de islam aanprijst?

with 6 comments

Columniste Stine Jensen ging met haar dochtertje naar de tentoonstelling ZieZo Marokko in het Amsterdamse Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW)) en doet daar in NRC verslag van onder de titel ‘Help, mijn dochter gelooft in God’. Is het de taak van een museum om kinderen het geloof in God bij te brengen? Jensen betwijfelt of het educatieve programma bij deze tentoonstelling de toets der kritiek kan weerstaan: ‘Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst?’ Dit incident staat symbool voor de teloorgang van het NMvW.

Bij het Tropenmuseum zijn sinds vijf jaar het populisme, politieke correctheid en een versimpelde opvatting van identiteitspolitiek leidend. In 2013 werd het wetenschappelijke hart eruit gesneden door het ontslag van 30 medewerkers, onder wie conservator Ben Meulenbeld. Zie hier voor mijn commentaar met de volgende slotsom: ‘Deze conservatoren zijn onmisbaar omdat ze een correctie geven op trends en sjablonen die de werkelijkheid reduceren.’ Door het ontslag van conservatoren kwam de weg vrij voor die trends en sjablonen die Jensen constateert bij de tentoonstelling ZieZo Marokko. Het is de politisering van de volkenkundige musea die zich uit in gemakzucht en behaagzucht die sluipenderwijs de weerspannigheid en kracht uit deze musea heeft gehaald. Postkolonialistische correctheid verlamt deze organisatie zonder kern en met veel vorm. Goedwillende medewerkers binnen het NMvW wachten hun tijd af op betere tijden. Hoelang nog?

In een commentaar over de tentoonstelling ‘POWERMASK’ in het Rotterdamse Wereldmuseum heb ik die populistische en politiek correcte mentaliteit van het management van het NMvW dat politiek (of nog erger: politiek correctheid en een enge opvatting van identiteitspolitiek) boven kunst stelt in een context gezet. Het Wereldmuseum dat wegens verbouwing tot eind 2018 geen grote presentaties meer toont dreigt het volgende slachtoffer te worden van de museale kaalslag van de leiding van het NMvW. Enkele citaten uit dit commentaar bieden reliëf. De kwaliteiten van ‘POWERMASK’ zijn het diapositief van het structurele tekort van het NMvW:

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHelp, mijn dochter gelooft in God’ van Stine Jensen in NRC, 14 juli 2018.

Foto 2: Object van Folkert de Jong op tentoonstelling POWERMASK in het Wereldmuseum, eigen opname oktober 2017.

Met controversiële verkoop van werken uit collectie heeft Berkshire Museum zich geïsoleerd. Is dat de les die hieruit te leren valt?

with 3 comments

Ontzamelen van collectie-onderdelen van musea is aan voorwaarden verbonden. De opbrengst mag niet gebruikt worden voor een reparatie en renovatie van het gebouw vanwege achterstallig onderhoud. Het is in Nederland vastgelegd in de zogenaamde ‘Leidraad Afstoten Museale Objecten‘ (LAMO) dat een instrument voor zelfregulering en een praktisch verlengstuk van de afstotingsparagraaf in de Ethische Code is. Nationale museumverenigingen volgen de Ethische Code van de internationale Musemvereniging ICOM. In de VS is dat de Ethische Code van de AAM. De gedragsregels en ethische codes dienen om de museumsector te reguleren en er onder meer voor te zorgen dat individuele musea niet handelen tegen het belang van de sector in.

Dit blog gaf in een commentaar van 29 oktober 2017 aandacht aan het Berkshire Museum in Pittsfield, Massachusetts. Het is een cause célèbre geworden omdat bestuur en directeur Van Shields aangaven uit economische redenen delen van de collectie te willen verkopen en dat voornemen veel verzet ondervond. Na juridische uitspraken waarmee de museumsector niet tevreden was leverde onderhandse verkoop uit de museumcollectie  in april en mei 2018 47 miljoen dollar op. Op 25 juni kondigde het museum aan dat het van plan is om nog eens negen werken voor in totaal 8 miljoen dollar te verkopen. Het billboard verwijst naar die nieuwe verkoop. Bij de reacties zijn juridische, museale en publicitaire ontwikkelingen rond de verkoop na te lezen. Het deed veel stof opwaaien vanwege het precedent. Want als het ontzamelen om economische redenen bij dit lokale museum werd goedgekeurd, dan zouden andere besturen en museumdirecteuren het voorbeeld kunnen volgen. Zodat de uitverkoop van het openbaar kunstbezit hiermee werd aangekondigd.

In een videocommentaar gaat Michael Daly in op het feit dat het Berkshire Museum zich met de controversiële verkoop geïsoleerd heeft en in het bruikleenverkeer door de AAM wordt uitgesloten. Een andere ontwikkeling is het met pensioen gaan van museumdirecteur Van Shields. In een bericht van The Berkshire Eagle zegt een woordvoerder van het museum dat hij niet onder druk van het bestuur is opgestapt. De twijfel blijft echter bestaan of de positie van het museum wel zo precair was als Shields beweerde en moest leiden tot de verkoop van werken uit de collectie. Het is merkwaardig dat Shields opstapt nu hij zijn zin over de verkoop heeft doorgezet, de museumsector tegen zich in het harnas heeft gejaagd en zijn plannen niet meer kan uitvoeren.

Deze kwestie doet denken aan het voornemen van toenmalig directeur Stanley Bremer van het Rotterdamse Wereldmuseum om delen van de collectie (de deelcollectie Afrika) op de commerciële markt te verkopen en zo een fonds van 60 miljoen euro op te bouwen. Bremer werd na veel tegenstand uit de museumsector en een publieksbeweging in 2015 de laan uitgestuurd en liet het Wereldmuseum verweesd achter, als makkelijke prooi voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Net als Shields stelde Bremer het ontzamelen voor als een noodzakelijke verkoop die diende om het museum het hoofd boven water te laten houden. Maar eerder lijkt het grote gebaar en de wil om met onorthodoxe maatregelen initiatief te nemen directeuren als Bremer of Shields te hebben gestuurd. In Rotterdam liep het goed af en werd de Afrikacollectie niet verkocht, in Pittsfield liep het slecht af en werden onder meer twee schilderijen van Norman Rockwell verkocht.

NB: Zie voor actueel nieuws via Twitter actiegroep Save the Art—Save Berkshire Museum

Foto: ‘This billboard along South Street in Pittsfield is visible near Guido’s as motorists drive north.’ In: The Berkshire Eagle, 2 juli 2018.

Schandalig! Rotterdamse politiek. De Dagelijkse Standaard voelt zich gepasseerd, verstand en politieke bijscholing nu aan zet

with one comment

Waarom commentaren overdreven en met gebruik van grote woorden (Schandalig, gepasseerd, genaaid) reageren als ‘hun’ partij niet in een college wordt opgenomen valt te raden. Het is deels onbegrip over wat politiek is en deels gespeelde verontwaardiging en het opzoeken van de slachtofferrol. De grootste partij die geen meerderheid heeft, heeft geen garantie om in een college opgenomen te worden. Des te meer als zo’n partij zich voor de verkiezingen hard en onverzoenbaar heeft opgesteld. Misschien moet er maar weer een NTR(Teleac)-cursus ‘Politiek en Staatsrecht voor radicaal-rechts’ op zaterdagochtend worden uitgezonden. Dat dringt hopelijk de verbolgenheid en razernij die op dwalend onbegrip is gebaseerd terug. Mijn reactie:

Bij de vorming telt maar een voorwaarde. Namelijk een meerderheid aan zetels verzamelen. De grootste partij heeft geen claim op de macht. Soms wordt een lokale partij met de meeste zetels uitgesloten, soms sluiten lokale partijen een niet-lokale partij uit die de meeste zetels kreeg. Daar valt geen peil op te trekken.

Het gaat er niet om dat de kiezer genaaid wordt als Leefbaar Rotterdam niet in het college wordt opgenomen. Dat is gewoon de logica van de macht. Als partijen zonder Leefbaar een meerderheid kunnen vormen, dan valt daar niks tegen in te brengen.

De vorming van een coalitie begint al voor een verkiezing. Partijen nemen standpunten in en sluiten wel of niet allianties met elkaar. Die van Leefbaar met Forum voor Democratie heeft blijkbaar andere partijen tegen de haren ingestreken. Dat uitspreken is zoals politiek werkt. Omdat Leefbaar ogenschijnlijk niet heeft geprofiteerd van de alliantie met Forum kan het achteraf als een onverstandige stap worden gezien. Leefbaar heeft zich ermee geïsoleerd.

Het was ook vreemd dat een partij die terecht zegt redelijker en minder radicaal te zijn dan de PVV een alliantie sloot met een partij die op vele beleidsterreinen radicaler is dan de PVV. Het lijkt alsof Leefbaar de eigen identiteit niet heeft begrepen of die van Forum verkeerd heeft ingeschat.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSchandalig! Leefbaar Rotterdam is gepasseerd, VVD en GroenLinks nu aan zet’ van Wout Willemsen op DDS, 19 april 2018.

Ewald Engelen ziet parlementaire journalistiek propaganda voor de bestaande orde maken. Partij voor de Dieren past daar niet in

leave a comment »

Ewald Engelen heeft in zijn column van 27 maart 2018 over Economie in de Groene Amsterdammer kritiek op de parlementaire journalisten van de NOS tijdens de verkiezingsuitzending Nederland Kiest van 21 maart. Aanleiding voor zijn kritiek is de manier waarop ze aandacht besteden aan de Partij voor de Dieren. Of liever gezegd, nauwelijks aandacht aan die partij besteden en met die weinige aandacht die partij ook nog eens kleineren en verkeerd interpreteren. Is dat moedwil of misverstand? In elk geval getuigt het van onvermogen.

Engelen: ‘Het is om meerdere redenen een onthutsend toneelstukje dat hier werd opgevoerd. Dat veel zegt over de lamentabele staat van de parlementaire journalistiek. Ten eerste de naïviteit over de eigen rol in het maken en breken van politieke bewegingen. Het pendant van het onthutsende gebrek aan zelfkritiek van de journalistiek bij het grootschrijven en grootpraten van rellerige neo-nationalistische partijen als PVV en FvD is het retoucheren van die rol bij het kleinhouden van systeemkritische partijen als de Partij voor de Dieren. Dat Van der Wulp het bestaat om de partij te omschrijven als ‘een partij die altijd een beetje onder de radar blijft’, illustreert dat hij zich er niet van bewust lijkt te zijn dat hij onderdeel van het probleem is dat hij zelf signaleert. Die ‘radar’ waarop hij zich beroept om zijn eigen onverschillige ondeskundigheid mee te legitimeren is hij namelijk mede zelf.’

Het panel van Nederland Kiest was hoe dan ook onthutsend slecht en kreeg voorspelbare input van de presentator waardoor het op op een studentikoze, lacherige wijze van onderwerp naar onderwerp stuiterde. Zonder urgentie, zonder pretentie van representativiteit en zonder intellectuele diepte. Het is wat Engelen zegt, namelijk dat deze abnegatio (= zelfverloochening, ontkenning, tegenspraak) vooral duidelijk maakt waar deze parlementaire journalisten voor staan en waar ze zich mee associëren: ‘Niet met de uitdagers, de non-conformisten, de systeemcritici, maar met het pluche, het establishment, de elite en de machtspartijen.  Journalistiek als propagandamachine van het bestaande. We moesten maar niet meer kijken.’

In het fragment maakt de Rotterdamse lijsttrekker van de Partij voor de Dieren Ruud van der Velden in een stadsdebat duidelijk waar de partij voor staat. Of men het wel of niet eens is met wat hij zegt, dit geeft wel duidelijk aan dat het ergens over gaat. Dit is niet de identiteitspolitiek van de ‘rellerige’ PVV en FvD die niet over het oplossen van de kernproblemen gaat, maar een afleiding daarvan is. En waar we ‘dankzij’ de parlementaire journalisten met hun beperkte visie, horizon en aandachtscyclus mee overvoerd worden. Ze reduceren parlementaire journalistiek tot het volgen van de agenda van de dominante politieke partijen.

Ik woon in Utrecht, maar als ik in Rotterdam had gewoond had ik op Van der Velden gestemd. Vanwege zijn inzet voor het klimaat en het dierenwelzijn, maar ook voor zijn betrokkenheid met de kunst. De politieke antennes van links en rechts staat hierover doorgaans verkeerd afgesteld. Tekenend is dat hij namens zijn partij als enige raadsvragen over het Gergiev Festival in de Rotterdamse Doelen stelde waar het Rotterdamse establishment collectief wegkijkt voor de politieke betekenis van kunst en dat smoort in bitterballen, witte wijn en gezelligheid. Ik schreef er in 2016 over: ‘Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is’. Van der Velden doorziet dat en probeert het debat open te breken. Dat deed hij als enige ook bij het Wereldmuseum. Maar zelfs dat debat wordt hem en critici van het huidige cultuurbeleid niet gegund. Zoals Engelen dat constateert over het klimaatprobleem en het dierenwelzijn. Met dank aan (parlementaire)  journalisten die de status quo verdedigen en suggereren dat dat een neutrale positie is. Daarin vergissen ze zich deerlijk. Hun automatische piloot staat verkeerd afgesteld.

Foto: Schermafbeelding van deel columnPropaganda’ van Ewald Engelen in De Groene Amsterdammer, 27 maart 2018.

D66 is de grootste vijand van zichzelf. Hoelang willen kiezers op die partij dat nog aanzien?

with 5 comments

Lijsttrekker Said Kasmi van D66 in Rotterdam sloot tijdens de campagne Leefbaar Rotterdam uit vanwege de samenwerking van die partij met Forum voor Democratie. Dat paste in het landelijke patroon van D66 om zich af te zetten tegen Forum voor Democratie. Deze rechts-radicale partij deed bij de gemeenteraadsverkiezingen alleen in Amsterdam onder eigen naam mee en haalt daar naar verwachting twee of drie zetels. Zo werd een kleine partij tot een groot spookbeeld gemaakt en als afschrikwekkend voorbeeld in de campagne voorgesteld. Enfin, partijpolitiek in campagnetijd moet hoe dan ook met een korreltje zout genomen worden. De vraag is of een politicus als Said Kasmi door de boden van zijn eigen geloofwaardigheid kan zakken.

D66 zal waarschijnlijk ook op lokaal niveau de kans niet laten liggen om zich opnieuw ongeloofwaardig te maken. De partij strompelt van de ene naar de andere strategische blunder. Na afschaffing van het raadgevend referendum dat ooit een van de kroonjuwelen van de partij was en de ommezwaai van tegen- naar voorstander van de sleepwet. Voor die wet stemden bij het referendum meer tegen- dan voorstanders. In het voor D66 belangrijke Utrecht zelfs 60% tegenstemmers, zodat de partij zichzelf daar in de weg zat en het nog een wonder is dat kiezers de partij niet massaal de rug toekeerden.  Na alle fratsen, tegenstrijdigheden en het gedraai dat niet om aan te zien was.

Nu lijkt de draai in Rotterdam in de maak waarbij D66 in de coalitie met Leefbaar Rotterdam stapt. Ondanks de definitieve uitsluiting door D66 van Leefbaar. Dit alles roept de vraag op wie het bij D66 eigenlijk voor het zeggen heeft en of er wel sprake is van central regie. Gezond verstand en principes verliezen het van machtshonger. Een ontluisterend beeld van een ooit redelijke partij.