Westerbeke heeft er geen bewijs voor, maar zegt dat Rotterdamse rellen door criminelen waren georganiseerd

Schermafbeelding van deel berichtPolitie: Rellen Coolsingel waren georganiseerd door criminelen‘ op RTV Rijnmond, 26 november 2021.

Wat een vreemd bericht stuurt de Rotterdamse politiechef Fred Westerbeke de wereld in. Bovenstaand bericht van 26 november 2021 van RTV Rijnmond vat zijn woorden samen:

De rellen van afgelopen vrijdag op de Coolsingel in Rotterdam waren georganiseerd door criminelen om zo de confrontatie met de agenten aan te gaan. Dat heeft de Rotterdamse politiechef Westerbeke gezegd. Hij heeft er nog geen hard bewijs voor, maar denkt dat de relschoppers hoogstwaarschijnlijk alleen daarvoor gekomen zijn.

Of Westerbeke heeft bewijs en stuurt dat -zonodig vertrouwelijk- aan de Rotterdamse raadsleden of hij houdt zijn mond omdat hij geen hard bewijs heeft dat meer is dan insinuatie en speculatie.

Als het klopt wat RTV Rijnmond zegt, dan lijkt het er sterk op dat Westerbeke zijn straatje schoonveegt omdat hij overvallen werd door de rellen en het in Rotterdam op de Coolsingel een puinzooi werd. Met veel landelijke aandacht en negatieve publiciteit over Rotterdam tot gevolg.

Westerbeke probeert de beeldvorming te veranderen door het te hebben over criminelen die de rellen zouden hebben georganiseerd. Door het groot te maken probeert hij te zeggen dat het geen gewoon ordeprobleem was dat de politie had onderschat, maar een gerichte actie van criminelen waar geen kruid tegen gewassen was.

Westerbeke maakt niet duidelijk om wat voor criminelen het zou gaan. Tasjesdieven? Draaideurcriminelen? Buitenlandse beroepsopruiers? Drugsrunners? Mensenhandelaren? Maffioso? Moordenaars? Drugsmokkelaars? Hennepkwekers? Criminele motorbendes?

Westerbeke weet het niet en zegt zelf dat hij geen hard bewijs ervoor heeft dat criminelen de rellen hebben georganiseerd. Maar toch brengt hij het naar buiten met als enig bewijsstuk zijn vermoeden en intuïtie.

De media zouden deze niet te checken informatie van de politie niet onvoorwaardelijk moeten plaatsen als de details en onderbouwing ervan ontbreken. Media moeten zich niet voor het karretje van de Rotterdamse politie laten spannen door speculatie als feit de wereld in te helpen brengen.

Gaat dit bericht uiteindelijk over de vraag wat solide journalistiek is?

Gedachten bij twee foto’s van Clarence W. Sorensen: Rotterdam (1934) en Amsterdam (1969)

Dit is een foto uit de omvangrijke Clarence W. Sorensen Collection (1836 negatieven) die de persoon naar wie deze collectie is genoemd heeft geschonken aan de University of Wisconsin-Milwaukee Libraries. Geograaf en journalist Clarence Woodrow Sorensen (1907-1982) bereisde tussen 1934 en 1969 vele landen. Ook in Europa. Van Ierland en Denemarken tot Oekraïne en Griekenland.

Sorensen werkte op zijn reizen die hem naar alle continenten brachten samen met de professionele fotograaf Eugene V. Harris, aldus een bericht van de American Geographical Society Library. In vele landen is belangstelling voor de foto’s die ze daar maakten. Het lijkt erop dat dat niet voor Nederland geldt. Sorensen heeft als geoloog enkele boeken uitgegeven of daar een bijdrage aan geleverd.

De collectie bevat 44 gedigitaliseerde foto’s die in Nederland zijn genomen. De bovenste toont een glazenwasser van het bedrijf B. Putten dat gevestigd is in de Acaciastraat 9 te Schiebroek, Rotterdam. Dat staat op de zijkant van de kar. De man met pet loopt door het centrum van Rotterdam en kijkt fotograaf Sorensen die aan de straatkant staat recht in de ogen. Uit het straatbeeld valt op te maken dat het waarschijnlijk 1934 is. In elk geval de vooroorlogse periode. Sorensen vangt in dit beeld de crisis van de jaren 1930. Sappelen en zwoegen.

Een andere foto dateert van later datum, vermoedelijk 1969 of iets eerder in dat decennium. Uit de titel blijkt dat het op de Amsterdamse Rozengracht is. De vrouw kijkt vreemd uit haar ogen. Haar gezicht lijkt een masker waar al het leven uit is weggetrokken. Is ze moe na een dag werken of is er wat anders aan de hand? De witte plastic handschoenen maken het er onheilspellend op. Er lijkt zich een verhaal te ontrollen dat op zoek is naar een raadsel. De hond in het mandje achterop kijkt ook wat mat afwezig uit de ogen. De vrijheid en ongeremdheid van de jaren 1960 waarmee dit tijdperk wordt geassocieerd zijn ogenschijnlijk nog niet tot iedereen doorgedrongen.

De twee foto’s omvatten 35 jaar waarin veel is gebeurd. Een economische depressie, een oorlog, politionele acties in Nederlands-Indië, de wederopbouw, crisis op Paleis Soestdijk, de verzorgingsstaat, toenemende welvaart en de opstandige jaren 1960 waarin het gezag op de proef wordt gesteld. De mens beweegt zich door de sociale omgeving die het zelf heeft gemaakt. De fotograferende geograaf legt het vast. Als observator langs de kant.

Depotgebouw Boijmans van Beuningen is officieel geopend

Gisteren 4 november 2021 bezocht ik het depotgebouw van Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam dat vandaag officieel geopend wordt door koning Willem-Alexander. Er is de laatste dagen in de algemene media al veel over gesproken en van het fotogenieke interieur zijn op sociale media vele foto’s geplaatst. Ook gisteren liepen er professionele fotografen door het gebouw.

De teneur ook in de internationale pers is dat het prachtig is geworden. Daar sluit ik me bij aan. Ik heb genoten. De architectuur van beton, glas en staal imponeert zonder daar uitdrukkelijk op uit te zijn, zoals sommige Duitse musea dat wel zijn. De nutsfunctie van de opslag maakt terughoudend en maakt indruk door geen indruk te willen maken. Het is knap van architect Winy Maas en de opdrachtgever dat die verleiding is weerstaan. Dat past in de Hollandse traditie van soberheid en droogheid. Wellicht werd dat ook ingegeven door het programma van eisen dat weinig ruimte liet voor gekkigheid. De frivoliteit zit aan de buitenkant met de spiegelende vlekken. Dat levert filosofische verklaringen door de opdrachtgever op die dit gebouw helemaal niet nodig heeft.

Een openingsfeest is niet het gepaste moment om kritiek te hebben. Toch maak ik me zorgen als ik zo’n filmpje van de Rabobank zie. Hoofd Kunstzaken Rabobank Verily Klaassen zegt: ‘We zetten de deuren open. En dat doen we niet alleen. Dat doen we ook samen met kunstenaars, wetenschappers en allerlei andere innovatieve denkers. Voor ons is het belangrijk dat we die kunst en cultuur laten bijdragen aan allerlei transities die we ook bij de bank belangrijk vinden.’

Zo’n uitspraak hangt niet noodzakelijk met dit depotgebouw samen, maar verwoordt onbewust de oude klacht dat de kunst niet autonoom mag zijn en allerlei politieke, maatschappelijke, zakelijke en andersoortige belangen moet dienen. Vraag is of deze tendens door het depotgebouw versterkt wordt. Immers toch een herschikking van bestaande belangen.

Dat geeft in een notendop de valkuil van het depotgebouw aan. Waarbij niet eens het grootste risico is dat Boijmans daar direct intrapt, maar indirect huurders als de Rabobank het depotgebouw met hun marketing verdacht maken. Vraag is hoeveel invloed Boijmans heeft om dat beeld te bewaken en de meest schaamteloze pogingen van de gebruikers terug te dringen.

In Rotterdam zijn geen ‘freeport kings‘ als Yves Bouvier aan het werk die overal ter wereld freeports inrichten waarin kunst verdwijnt, uit het zicht van de publieke opinie. Vaak op het randje van de wet en vaak er in het verborgene een stuk overheen. De verdienste van het Rotterdamse depotgebouw is dat het deze tendens die sinds 2010 in de kunstsector is opgekomen beantwoordt met openbaarheid en debat. Weliswaar is dat in volume een bescheiden antwoord, maar symbolisch is het belangrijk omdat het een weg tekent naar de toekomst voor de museumsector.

Deze profylactische kwaliteit maakt het depotgebouw visionair. Het zoekt door het uitsteken van de eigen nek de uitdaging om te voorkomen dat de kunst- en museumsector volledig ondergeschikt wordt aan het grote geld of de politiek. Zoals gezegd is het risico dat Boijmans straks publicitair geen baas in eigen huis is en het concept verwatert door huurders als de Rabobank. Voor nu: directeur Sjarel Ex ontmoet door de aanval te zoeken het gedachtengoed van Jan Hoet. Niet door te boksen, wel door mee te buigen en harder te lopen dan de anderen.

College Amsterdam steunt Defares’ initiatief voor een instelling voor hedendaagse kunst. Debat over de ethiek van het aanbod ontbreekt

Schermafbeelding van deel berichtNieuw museum voor hedendaagse kunst in oude rechtbank Zuidas‘ van de gemeente Amsterdam, 27 augustus 2021.

Een museum of beter gezegd een ontwikkel- en presentatieinstelling krijgt in Amsterdam vorm. De voorlopige naam is het Museum of Contemporary Art (MCA.) De instelling doet niet aan collectievorming dus kan functioneel geen museum genoemd worden. Voorwaarde is dat aankoop van een gebouw op de Zuidas dat eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf wordt goedgekeurd door de raad.

Initiator is de Stichting Hartwig Foundation. Pikant is dat de bestuursvoorzitter daarvan de vermogende Rob Defares is die van 2010 tot 2018 lid van de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum was. Uit eerdere berichtgeving van Arjen Ribbens in NRC bleek dat oud-museumdirecteur Beatrix Ruf bestuurder is van het kunstfonds Hartwig Art Production Collection Fund dat een instelling voor hedendaagse kunst op poten wil zetten. Defares heeft 10 miljoen euro aan dit kunstfonds gedoneerd.

Het initiatief kan opgevat worden als een initiatief van Defares om Ruf met zijn geld weer een positie te verschaffen in de Nederlandse kunstwereld. Met geld is veel te koop in de Nederlandse kunstwereld, inclusief de deelnemende instellingen. Defares was ook lid van de Raad van Toezicht van de Rijksakademie. De lijntjes zijn kort achter de schermen van de Nederlandse kunstsector.

Schermafbeelding van deel berichtNieuw museum voor hedendaagse kunst in oude rechtbank Zuidas‘ van de gemeente Amsterdam, 27 augustus 2021.

Er is vanuit de marge kritiek op fondsen die een ontwrichtende werking op de Nederlandse kunstwereld hebben. De gevestigde culturele instellingen zwijgen echter als het om het accepteren van ‘besmet’ geld gaat zodat deze kritiek niet echt landt. In dat rijtje voegt zich nu blijkbaar de gemeente Amsterdam. Naast Ammodo en de Stichting Droom en Daad is dat dus de Stichting Hartwig Foundation. Het verwijt is dat mensen als Wim Pijbes (Droom en Daad) en Rob Defares buiten de gevestigde museumsector om zich met eigen of andermans geld in de positie wringen van schaduw-museumdirecteur of -bestuurder.

Timo Demollin zei over ‘De fuik van de filantropie’ voor Platform BK in maart 2021 het volgende: ‘Het geld dat de Hartwig Art Foundation in jonge kunstenaars investeert is dus indirect afkomstig van flitshandel. Deze geavanceerde beurstechnologie gebruikt wiskundige modellen, algoritmes en infrastructuur met hoogwaardige dataverbindingen om geautomatiseerd en razendsnel beursaandelen te kopen en verkopen aan de hand van andermans transacties. Veel van de handelsstrategieën die hieruit voortvloeien worden als controversieel beschouwd en zijn bekritiseerd als ontwrichtend voor financiële markten. Door misbruik van een asymmetrische toegang tot informatie en controle kan hierbij oneerlijke concurrentie en marktmanipulatie plaatsvinden. (..) Daarnaast wordt regelmatig het verwijt gemaakt dat flitshandel geen waarde toevoegt aan markten, doordat het slechts speculeert op kleine koerswijzigingen en valutaverschillen. (..) Flitshandel onttrekt dus economische waarde aan de samenleving en privatiseert belegd kapitaal van publieke fondsen, zo gaat het argument. (..) Dat straalt niet goed af op het geld dat de kunstsector ten goede komt via Defares, IMC en de Hartwig Art Foundation. (..) Ook de intensieve samenwerking met kunstruimtes en postacademische instellingen is discutabel. Wanneer deze meewerken aan het programma van de Hartwig Art Foundation bieden zij niet alleen een (met voornamelijk overheidsgeld opgebouwd platform aan de geselecteerde kunstenaars en hun begunstiger, hun imago als gerespecteerde instituten voorziet Hartwig Art Foundation ook van waardevol cultureel kapitaal‘.

Door belangenverstrengeling moest Ruf in 2017 haar directoraat neerleggen. De pro-Ruf factie heeft dat nooit goed kunnen verkroppen en bleef nog tot diep in 2020 via Het Parool de publiciteit zoeken om Ruf vrij te pleiten. Dat is deels gelukt en deels mislukt. De spin van een onderzoek over Rufs handelen (Peeters-Eisma) werd zelfs onderdeel van die publiciteitsslag. Het beeld dat bleef hangen was dat Ruf juridisch binnen de normen gehandeld had, maar ethisch niet en daarom niet te handhaven was. De uitkomst was dat Ruf haar positie verloren had en niet terugkreeg.

Zie hier voor de proxy-oorlog tussen NRC en Het Parool over de kwestie Ruf die in 2018 op zijn hoogtepunt was. Het is niet ondenkbaar dat deze schaduwoorlog tussen deze media en de pro- en anti-Ruf facties weer opflakkert vanwege dit nieuwe initiatief. Hoewel het deze keer wellicht eerder zal gaan om een afgeleide van die oude proxy-oorlog van drie jaar terug. Defares heeft slim een bypass voor Ruf gevonden.

Of dit initiatief van een nieuwe instelling voor hedendaagse kunst een soort wraak of doorstart is van het Stedelijk Museum van Ruf valt te bezien. Het is wel een bizar Droste-effect dat het Stedelijk Museum van Rufs opvolger Rein Wolfs een van de deelnemende instellingen wil zijn. Wie spiegelt wat?

Hoe dan ook is het merkwaardig dat er tot nu toe in de Amsterdamse politiek en de landelijke media geen debat is gestart over de aanvaardbaarheid van Defares’ aanbod. De geschiedenis lijkt zich te herhalen. Ethiek in de Nederlandse museumsector is onderontwikkeld als het om de herkomst van geld gaat.

Debilisering NPO van Songfestival gaat gelijk op met schoffering van kunstsector door kabinet

Afgelopen weken besteedden de Nederlandse media veel aandacht aan het Eurovisie Songfestival waarvan vanavond 22 mei 2021 de finale in Rotterdam wordt gehouden. Ook de geschreven pers deed daar volop aan mee. Tekenend was dat NRC op 8 mei een special van 14 pagina’s maakte over het Songfestival en er daarna bijna dagelijks ruim aandacht aan besteedde. Ok, het is een interessant fenomeen, maar verdient het echt zoveel aandacht?

Oud-presentator Hans van Willigenburg heeft het in een stuk voor TPO over de debilisering van de publieke omroep NPO die de organisator is van het Songfestival. De titel van zijn artikel (achter betaalmuur) leest als een analyse van de psychische gesteldheid van de media en van de huidige stand van zaken van Nederland: ‘Debilisering NPO bereikt hoogtepunt tijdens de week van het Eurovisie Songfestival; Talkshowtafels worden uitstalkasten van prietpratende BN-ers en afzichtelijke zelfpromotie.’

Wat is hier aan de hand en wat verklaart de aandacht voor het Songfestival door de Nederlandse media die gerust buitenissig genoemd kan worden? Dat betreft zowel populaire als serieuze media.

Deskundigen met verstand van muziek geven toe dat muzikaal het Songfestival weinig voorstelt. Er wordt vals gezongen door zangers die niet zoals in de studio digitaal gecorrigeerd kunnen worden zodat het nog wat lijkt, een live orkest ontbreekt en in een poging om op te vallen wordt het streven naar goede muziek vaak vervangen door het streven naar extravagantie. Het Songfestival is de viering van de middelmaat. Het is voorspelbaar, ongevaarlijk, makkelijk en inwisselbaar. Dat verklaart wellicht de omarming ervan.

In een ingezonden brief in NRC vroeg een briefschrijver naar aanleiding van die vele aandacht voor het Songfestival of dat nog wel in proportie is. Hij vond van niet en zette dat af tegen het ontbreken van aandacht in de Nederlandse media voor de Koningin Elisabethwedstrijd in België waar dit jaar pianisten strijden om de eer. De finale is komende week van 24 tot 29 mei. De Vlaamse radiozender Klara besteedt er dagelijks van 20.00 tot 22.00 uur aandacht aan. Bij de laatste 12 halve finalisten was ook de Nederlander Aidan Mikdad. Een prima resultaat. Maar zelfs voor de chauvinistische Nederlandse media was dat onvoldoende om er aandacht aan te besteden.

Feit is dat Nederlandse media vele malen meer aandacht hebben voor het Songfestival dan voor het kwalitatief hoogstaande Koningin Elisabethwedstrijd waar een Nederlander hoge ogen gooide zonder dat het in Nederland wordt opgemerkt. Ook niet door de kwaliteitsmedia.

Ik beweer niet dat het Eurovisie Songfestival geen aandacht verdient. Het voldoet aan een behoefte en het is begrijpelijk dat mensen en media snakken naar verbindende evenementen. Dat verklaart wellicht mede de buitenissige aandacht na een periode van stilstand. Ik stel wel vragen bij de evenredigheid van de aandacht die in mijn ogen abnormaal is.

Het is vooral de NPO die financieel en programmatisch zwaar heeft ingezet op het Songfestival en het als zelfpromotie is gaan gebruiken om het eigen merk te promoten. Dit gaat niet meer over het Songfestival, dit gaat over de NPO die zichzelf op de borst klopt. Het Songfestival wordt door de publieke omroep tot aan de laatste druppel uitgeperst. Het lijkt er sterk op dat de andere media zich door deze opgeklopte gekte hebben laten meeslepen.

Het gaat verder dan de aandacht voor de competitie zelf en waaiert uit naar eindeloze achtergrondverhalen, talkshows over het Songfestival en Rotterdam dat deze week vanuit Hilversums perspectief als het centrum van de wereld wordt beschouwd.

Dat schrijnt omdat de publieke omroep die steeds commerciëler wordt dit tegen beter weten in ontkent. Het bewijs is de aandacht voor het Songfestival die niet verklaard kan worden door het belang van het Songfestival.

Hans Galesloot maakt korte metten met de schijnheiligheid en de leugens van de NPO in een ingezonden brief in NRC waarmee hij reageert op NPO-directeur Frans Klein die ontkent dat de NPO wordt gedreven door geld. Galesloot: ‘De NPO is een hybride omroep, die jaarlijks op het hoofdveld NPO1 150 tot 200 miljoen euro moet verdienen als onderdeel van de omroepfinanciering. (..) De wens om het bereik in de doelgroep 20-49 te vergroten heeft dus alles te maken met de financiering van de NPO. Het is hypocriet van Klein om dat feit te ontkennen. Hij moet wel degelijk een groot gedeelte van zijn zendtijd verkopen om de financiering van de NPO veilig te stellen.’ Het is niet onwillekeurig dat de NPO het Songfestival aangrijpt om de doelgroep 20-49 jaar ‘erbij te trekken’.

Het is geen toeval dat in de weken dat het kabinet de kunstsector achter aan liet sluiten bij het openen van de samenleving, door afzwakking van maatregelen om de pandemie te bestrijden, de publieke omroep buitenissige aandacht besteedt aan het Songfestival en de Koningin Elisabethwedstrijd zo goed als negeert. Zoals Van Willigenburg constateert heeft uit zelfpromotie en eigenbelang de debilisering de Nederlandse publieke omroep in bezit genomen. Om dat te verhullen liegen de NPO-bobo’s over de ware aard ervan en wisselen ze journalistiek en kunst in voor amusement dat kijkers die geld opbrengen bindt. Maar het is erger dan dat, de debilisering wordt door media en politiek de samenleving opgelegd.

Het is de eenzijdigheid om iedereen in dezelfde mal te willen stoppen die steekt. Bij de publieke omroep die commercieel handelt én de politiek. Het economisch denken is zo dominant geworden dat de inhoud eronder lijdt en er geen keuze is om uit te wijken naar kunst. Nieuwsconsumenten moeten uit diverse bronnen hun aanbod zelf bij elkaar hosselen.

 

Evides dreigt op locatie Kralingen kunstwerk van André Volten te verwijderen en architectuur van Wim Quist aan te tasten

Schermafbeelding van deel artikelEnsemble Wim Quist verminkt, kunstwerk André Volten verwijderd?’ van Kees van der Hoeven op architectenweb, 12 mei 2021.

In een overtuigend artikel op architectenweb gaat architect Kees van der Hoeven in op een kwestie die speelt rond het Rotterdamse drinkwaterleidingcomplex Kralingen. Volgens hem dreigt een kunstwerk van de gerenommeerde beeldhouwer André Volten te veranderen in een parkeerplaats en dreigt een gebouw van de even gerenommeerde architect Wim Quist aangetast te worden door aanbouw die de toets der kritiek niet kan weerstaan.

Wat is er aan de hand? De kwade genius is het waterleidingbedrijf Evides dat opereert in Zeeland, West-Brabant en de omgeving van Rotterdam. Evides heeft een nieuw hoofdkantoor gepland en daarvoor moeten blijkbaar alle normen van redelijk en collegiaal overleg wijken. De inmiddels 90-jarige architect Quist die voor de voorloper van Evides ook de wonderschone functionele gebouwen op de locatie Berenplaat in Spijkenisse ontwierp is niet geraadpleegd door Evides. Van der Hoeven: ‘Quist protesteert en eist overleg met Evides over de plannen. We hebben contact over de zaak; ik besluit hem te steunen en onderzoek te doen naar het gevolgde proces’.

Op geen enkele manier wordt Quist echter door Evides bij de plannen voor het hoofdkantoor (studies, schetsen) betrokken, terwijl dat in Nederland goed gebruik is in dit soort situaties. Een ontwerp dat Quist in maart 2021 maakt wordt door Evides terzijde geschoven. Het bedrijf gaat niet serieus in gesprek met Quist en zegt volgens Van der Hoeven dat ‘haar cliënt met het nieuwe hoofdkantoor geen enkele aantasting veroorzaakt (aan de reputatie en de rechten van architect Quist). Want: ‘iedereen kan zien dat de nieuwe aanbouw niet van zijn hand is’. Van der Hoeven vindt dit een drogreden omdat de redenering dan is dat een verminking van een architectonisch waardevol gebouw geen verminking mag worden genoemd als het herkenbaar van een andere architect is. Dat maakt de weg vrij voor elke flagrante verminking van architectuur.

Alle liefhebbers van beeldende kunst en architectuur zouden zich gealarmeerd moeten voelen door dit nieuws dat Van der Hoeven noodgedwongen naar buiten brengt omdat overleg met Evides volgens hem niet meer werkt. Hij sluit zijn betoog alsvolgt af: ‘Vandaar dat ik, vanwege de actuele impasse in het overleg, deze casus nu publiek maak, eerst bij de architectengemeenschap, maar ook bij de Welstandscommissie Rotterdam. En aansluitend bij de aandeelhouders van Evides en de (regionale) dagbladpers. Deze kwalijke combinatie van macht en ondeskundigheid mag zo niet tot uitvoering komen’.

Beschrijving van Zonder titel (1976) van André Volten op BKOR
(Beeldende Kunst & Openbare Ruimte Rotterdam)

De tijd dringt omdat deze week de aanvraag voor ‘het bouwrijp maken’ van de locatie wordt ingediend. Zoals gezegd, ook een belangrijke sculptuur uit het wereldberoemde oeuvre van André Volten dreigt verwijderd te worden. De sculptuur is in opdracht van de gemeente Rotterdam in 1976 gerealiseerd en gefinancierd en men vraagt zich af of Evides het nu eenzijdig zonder overleg met de voormalige opdrachtgever kan verwijderen. Volgens Van der Hoeven is er geen vertrouwen meer dat Evides met respect voor het ensemble van Quist zorgvuldig zal handelen. Een brandbrief aan president-commissaris van Evides Kohsiek werd al niet eens meer beantwoord, zo zegt hij. Evides heeft het overleg dichtgedraaid als een waterkraan die wordt afgesloten.

Het is nu vooral aan de Rotterdammers op op te komen voor dit waardevolle culturele erfgoed in hun gemeente. Er is nog niks verloren als er nu gehandeld wordt en de top van Evides tot het inzicht kan worden gebracht dat het op de verkeerde weg zit en niet naar eigen goeddunken kan doen wat het wil met een kunstwerk van Volten en architectuur van Quist.

Raad van Toezicht van het NMVW moet zich alsnog bezinnen op de toekomst. Het oude beleid is mislukt, gedateerd en dood als een pier

Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): algemeen directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, op een herformulering weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat (2012-2021) werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

De musea van het NMVW moeten weer echte musea worden waar met plezier professioneel gewerkt worden en het om de kunst gaat. Nu zijn het locaties waar het amateuristisch handelen van goedwillenden de boventoon voert. Bij een herstart moeten op belangrijke functies weer kundige museumprofessionals benoemd worden.

Schoonderwoerds vertrek geeft dus ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het de afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Het NMVW moet uit de ivoren toeren afdalen en weer met de voeten in de museale modder gaan staan. Dat dit de afgelopen jaren zo slecht is doorgedrongen tot de publieke opinie is grotendeels de Nederlandse kunstjournalistiek te verwijten. Ze kunnen geweten hebben wat er aan schortte, maar hebben er geen verslag van gedaan. Of de Raad van Toezicht het inzicht, de daadkracht, de geesteshouding en de ambitie heeft om zich fundamenteel te bezinnen op een nieuwe koers is de hamvraag.

Het is onduidelijk welke constructie de Raad van Toezicht voor de toekomst als gewenst ziet. De koepelformule van vier musea, te weten Tropemmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde en Wereldmuseum (dat er losjes aan is verbonden) is topzwaar en leeghoofdig en lijkt uitgewerkt. Gewenst is een formule waarbij de vier musea autonomie hebben en vanuit hun eigen collectie autonoom tentoonstellingen kunnen maken. Dat kan dan aangestuurd worden door een locatiedirecteur of hoofdconservator.

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Hiermee verklaart Schoonderwoerd Modest tot bijwagen van zichzelf. Het is nog maar de vraag of Modest dat echt is. Schoonderwoerd heeft echter gelijk als hij beweert dat het huidige beleid eruit bestaat dat Modest en hij weinig tot niks van kunst weten. Het is bedenkelijk genoeg dat iemand met zo’n profiel inhoudelijk directeur van een kunstmuseum kan worden. Zijn profiel sluit eerder aan bij de functie van een leidinggevende  van een theoretisch-wetenschappelijk bureau als toeleverancier voor een museum.

Het is ronduit potsierlijk als Schoonderwoerd in het interview met Trouw zegt dat kunstmusea de agenda van het NMVW overnemen: ‘Met tevredenheid stel ik vast dat nu andere musea ook de thema’s overnemen die hoog op onze agenda stonden. Ook kunstmusea wijden nu volop aandacht aan ons koloniale verleden.’ Dit schouderklopje dat Schoonderwoerd zichzelf geeft is niet alleen protserig en pocherig, maar ook naast de waarheid. Als andere musea dezelfde agenda volgen wil dat niet zeggen dat dit door het NMVW is geïnitieerd. Het valt eerder te verwachten dat het op enig moment ‘in de lucht hing’ of dat er een gemeenschappelijk bron is waar het NMVW ook van heeft ‘geleend’.

Indien de voortzetting van het oude beleid uitgerekend dat is wat niet moet gebeuren en een nieuwe algemeen directeur ook niet wil dat dat gebeurt, loopt Schoonderwoerd met de tegelijk late en voortijdige benoeming van Modest zijn opvolger voor de voeten. Dat is van Schoonderwoerd niet netjes en van de Raad van Toezicht niet verstandig. De Raad van Toezicht had hier op z’n minst een bredere visie op moeten ontwikkelen en daar naar moeten handelen. Dat doet het niet. Dat baart zorgen. De Raad van Toezicht had een rustperiode moeten inlassen na Schoonderwoerds vertrek om zich te bezinnen op de toekomst. Onder meer over het optimale beleid dat niet meer bij 2012 maar bij 2021 past. Het heeft vooralsnog die kans voorbij laten gaan, maar kan dat alsnog corrigeren.

Voorstelbaar is een constructie met een algemeen/zakelijk directeur (belangenbehartiging, marketing, fondsenwerving en financiën); een directeur van het wetenschappelijk bureau en de nevenprogrammering met lezingen en publicaties ed. (Modest) en locatiehoofden voor de vier musea die in volle autonomie en met een eigen budget de kunst en de museale onderdelen (presentatie, collectie, registratie) voor hun rekening nemen.

Een bijzondere positie neemt het Wereldmuseum in. De laatste spectaculaire tentoonstelling was Powermask van conservator Alexandra van Dongen en gastconservator Walter Van Beirendonck. Zie hier voor mijn commentaar uit 2017 over deze tentoonstelling. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht (Patricia de Weichs de Wenne en Liane van der Linden) kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum dat in een motie in de Rotterdamse gemeenteraad als voorwaarde voor financiële steun aan de koepel is gesteld serieus wordt genomen. Het herstel van de Rotterdamse signatuur kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. De vergroting van de autonomie van de vier afzonderlijke musea met elk een locatiedirecteur of hoofdconservator als hoofd zou dat bezwaar wegnemen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHet Museum van Wereldculturen voelt zich weer springlevend. ‘Anderen nemen onze agenda over’ in Trouw, 5 januari 2021.

De schaduwmacht van de Rotterdamse kunstpolitiek beschadigt bewust de kunstsector en de kunstprofessionals

Update 21 december 2020: Het artikel ‘‘Boijmans Modern’ in Rotterdam-Zuid blijft slechts een droom’ in NRC van Rotterdam-redacteur Eppo König bevat geen fouten, maar dringt evenmin door tot de essentie. Daarom is het een gemiste kans om duidelijkheid te bieden. Vraag blijft wie van de drie partijen, te weten Museum Boijmans met directeur Sjarel Ex, de filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm met Wim Pijbes of de gemeente Rotterdam met Ahmed Aboutaleb de meeste steken heeft laten vallen bij de renovatie of nieuwbouw van Museum Boijmans. Met stagnatie in de bouw en een patstelling in de relatie tussen Ex en Pijbes tot gevolg. Feitelijk speelt de gemeente een te verwaarlozen rol en valt af als actieve, geloofwaardige partij. Daar gaat het fout. 

König lijkt de zwarte piet bij Boijmans en Ex neer te leggen, maar hij vergeet de context te benoemen van een cultuurbeleid waarin filantropische stichtingen om fiscale redenen de hoofdrol opeisen en de gemeente vanwege een krap budget daar nog in meegaat ook. Een zelfbewust gemeentebestuur had de stichtingen van Van der Vorm allang de deur gewezen. Of in elk geval hun invloed ingeperkt. Want het is een hellend vlak om zich als gemeente afhankelijk te laten maken van Pijbes die met geld van zijn baas directeurtje mag spelen. Het is tenenkrommend dat het gemeentebestuur dat niet doorziet, maar Boijmans voor de geldhaaien gooit. Hoe kan het ermee instemmen om de (ooit nog) democratische benoemde directeur van Boijmans op vage, onduidelijke redenen op termijn te laten vervangen door Pijbes die met geld van zijn baas een positie koopt? Wat zegt dat over de ethische antenne van Aboutaleb en wethouder Said Kasmi? Moet niet eens duidelijk gezegd worden dat Wim Pijbes de raadgever is van maffiabaas of havenbaron Martijn van der Vorm? 

NRC ziet de context niet of wat erger is stemt in met het principe dat particuliere partijen met geld macht kunnen kopen. Niet dat dat in Nederland geen staande praktijk is, maar het is nog een stap verder om dat vervolgens een stempel van goedkeuring te geven. Of durft NRC de waarheid niet te zeggen? Als het dat niet ondubbelzinnig wil, dan kan het de kritiek wellicht gieten in een maatschappelijk debat over de macht in de cultuurpolitiek. Te beginnen in Rotterdam. 

Wat voor kunstpolitiek denkt het Rotterdamse college van GroenLinks, VVD, D66, PvdA, CDA en CU-SGP in hemelsnaam uit te voeren? Hoe kunnen de wethouders nog in de spiegel kijken? Gelukkig hebben Rotterdamse kunst- en museumliefhebbers Ruud van der Velden (PvdD) die de belangen van de kunst een warm hart toedraagt. Maar een kleine partij maakt niet het verschil.

De strafexercities tegen de Rotterdamse museumsector staan in schril contrast met wat in andere grotere gemeenten gebeurt. Daar wordt de kunst- en museumsector zoveel mogelijk ontzien. Wat zijn de progressieve partijen in het college nog waard (GroenLinks, PvdA en D66) die de mond vol hebben van kunst, maar als het erop aankomt de kunst laten vallen?

In Nederland bestaat binnen de politiek nauwelijks liefde voor de kunst. Dat is een terugkerend thema. Kunst wordt gezien als een verplicht nummer, als een hobby die bij economische tegenwind makkelijk in de steek kan worden gelaten. De politiek beseft niet wat de functie van kunst is of het beseft dat wel, maar wil alleen kunst steunen die een verlengde van amusement is en getemd, onschadelijk en controleerbaar is. Politiek wil vooral kunst steunen die geen kunst meer is, maar een verlengde van de eigen politieke doelstellingen.

De schaduwmacht doet in Rotterdam buiten alle democratische controle om een greep naar de macht en het college laat het gebeuren onder meer door een onmachtige D66-kunstwethouder. Die schaduwmacht bestaat zowel uit de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) die adviezen geeft als legitimatie voor korting door het college als de filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm die met als zetbaas Wim Pijbes en met het oog op fiscale aftrekposten en onroerend goed onderonsjes met de gemeente een parellelle structuur proberen op te bouwen die de gevestigde kunstinstellingen en dan met name de musea naar de marge duwen. En de functie van kunst om aan te scherpen, de macht uit te dagen en kunstinstellingen onafhankelijk te laten zijn wil inperken.

Zo vinden in perfecte harmonie een nieuwe private partij die voor eigen gewin en uit persoonlijk belang in Rotterdam een nieuwe parallelle kunststructuur wil opbouwen en een schaduwmacht wil vestigen én een weinig ambitieus politiek establishment dat de kunstinstellingen hun autonomie wil ontnemen elkaar. Hun gemeenschappelijke emotie is rancune jegens de gevestigde museumsector waar ze in willen breken. Op een afwijkende wijze geldt dat ook voor het Wereldmuseum dat in een aangenomen motie een Rotterdamse signatuur was beloofd, maar dat door het management van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) is gekoloniseerd en alle autonomie ontnomen is. Maar ook daar vinden Rotterdamse politiek en NMVW elkaar. De Rotterdamse raad heeft geen historisch geheugen en laat het Wereldmuseum dat niet eens een directeur of locatiehoofd heeft vallen.

Het raadsel in deze hele strafexercitie tegen de Rotterdamse museumsector zijn echter niet de RRKC met oud-bankier Jacob van der Goot als voorzitter of de stichting Droom en Daad die redeneren vanuit de financiën en waar nodig geld inzetten als drukmiddel, maar het Rotterdamse college dat zich simpelweg laat overbluffen en intimideren zonder dat het goed beseft waarmee het bezig is en wat het allemaal kapotmaakt. En daarbij nog rancuneus is naar de instellingen die voor zichzelf opkomen en het algemeen belang dienen en niet naar de pijpen van Pijbes willen dansen.

Waarom het college zo diep gezonken is en zich onnodig afhankelijk heeft gemaakt van het grote geld van een private partij valt niet makkelijk te beantwoorden. De macht van de havenbaronnen op het gemeentebestuur is een terugkerende constante in de Rotterdamse politiek. Daar moet de politiek dus verstandig in meebuigen zonder te breken. Het valt niet in te zien dat Wim Thomassen, André van der Louw of Bram Peper zich zo onder druk zouden laten zetten zoals Ahmed Aboutaleb (in een weliswaar duaal systeem met nog nauwelijks macht) dat nu laat doen. Zijn kienheid lijkt niet te strekken tot de hoogste sociale regionen en de financiële sector. Wat het college ook parten speelt zijn allerlei integriteitskwesties waardoor een machtige wethouder als Adriaan Visser moest aftreden en een college met liefst 10 wethouders van zes partijen de macht zo verdeelt dat het zichzelf heeft uitgekleed.

De kunstpolitiek in Rotterdam wordt dus in grote lijnen bepaald door drie zetbazen die zich onttrekken aan democratische controle. Jacob van der Goot (RRKC), Wim Pijbes (Droom en Daad) en Ahmed Aboutaleb (burgemeester) zijn vertegenwoordigers van een systeem dat doet denken aan een parallelle structuur van de onderwereld. Deze hoofdpersonen mogen op bestuurlijke stoelen gaan zitten waar ze niet thuishoren of ze zitten op hun bestuurlijke stoel waar ze hun werk niet doen. De professionele bestuurders in de Rotterdamse kunstsector hebben het nakijken en kunnen nergens aankloppen (behalve bij Ruud van der Velden) om deze parallelle structuur -die uiteraard door deze schaduwmacht wordt ontkend- aan te spreken. Ze kunnen maar beter verhuizen naar Amsterdam, Den Haag, Utrecht of werk in een andere dan de museumsector zoeken.

Het motto van de huidige Rotterdamse kunstpolitiek is: ‘Niet lullen, maar elke authenticiteit wegpoetsen’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDirecteur Paul van de Laar vertrekt bij Museum Rotterdam’ van Stéphan Reket in het AD, 26 november 2020.

Filantropische stichtingen van de familie Van der Vorm en het afwachtende Rotterdamse college krijgen fundamentele kritiek

Naar aanleiding van een artikel in Vers Beton met de omineuze titel ‘Hoe de steenrijke familie Van der Vorm macht en invloed koopt in Rotterdam’ plaatste ik gisteren onderstaande reactie op Facebook die ik vanwege het belang van deze kwestie hier herhaal. Want het opkopen van vastgoed en het ‘redden’ van Rotterdamse kunstinstellingen zoals Museum Rotterdam door een filantropische stichting moet per onmiddellijk een halt worden toegeroepen.

Het Rotterdamse college moet ervan bewust worden gemaakt dat het verkeerd is om met deze partij en haar stichtingen De Verre Bergen en Droom en Daad in zee te gaan als het betekent dat het zich er afhankelijk van laat maken. Dat lijkt aan de orde te zijn. Voor de duidelijkheid: Martijn van der Vorm woont in Monaco, betaalt geen belasting in Nederland, maar zijn filantropie is wel van de belasting aftrekbaar. Zijn zetbaas Wim Pijbes kan hiermee Sinterklaas spelen om het belastingvoordeel voor zijn baas verder op te pimpen. Vraag is hoe zich dat verhoudt tot de codes die in de Nederlandse culturele sector gangbaar zijn:

Inzichtelijk en belangrijk overzichtsartikel van Maurice Geluk voor Vers Beton en OPEN Rotterdam over de invloed van de Stichting Droom en Daad en ex-museumdirecteur Wim Pijbes in Rotterdam. De gemeente Rotterdam trekt zich terug en laat het initiatief aan deze filantropische stichting. Een en ander roept de vraag op of Droom en Daad en het Rotterdamse college onder een hoedje spelen bij het verdelen van vastgoed en de kunstsector.

Na lezing kan er maar een conclusie zijn. De greep naar de macht van Droom en Daad, de familie Van der Vorm en directeur Wim Pijbes die als een royale Sinterklaas met andermans geld in Rotterdam cadeautjes uitdeelt onderschrijft het standpunt van Anand Giridharadas over het redder complex van bedrijven. Zie: https://www.cigionline.org/big-tech/anand-giridharadas-how-taxes-not-philanthropy-will-change-world

Giridharadas ziet een gevaar in de combinatie van een afwachtende en machteloze overheid die zich laat overbluffen en de bravoure van zakenmensen die zich presenteren als doelmatig en ‘wereldwijs’. Dat is blijkbaar genoeg om de overheid op sleeptouw te nemen. Dit is wat zich nu in Rotterdam afspeelt.

De oplossing is simpel, bedrijven moeten verplicht worden om meer (of: hun rechtmatig deel) belasting te betalen zodat de overheid niet langer onderdanig hoeft te zijn en te wachten totdat een bedrijf of een filantropische stichting de portemonnee trekt. Laat het geld rechtstreeks naar zo’n overheid stromen.

Het redder complex van zo’n filantropische stichting die de macht grijpt is ongepast, ongewenst en pervers. Het verstoort het evenwicht binnen een gemeenschap. Pijbes wilde via de stichting waarbij hij in dienst is feitelijk directeur spelen van Boijmans. Nadat hem de voet was dwarsgezet trok Droom en Daad een bijdrage van 40 miljoen euro terug. Pijbes werd ondanks de negatieve publiciteit gehandhaafd door de familie Van der Vorm.

Het is ongelukkig dat de gemeente Rotterdam afhankelijk wordt van een filantropische stichting en lamgeslagen meegaat in de greep naar macht die zo’n filantroop opeist in culturele instellingen of maatschappelijke projecten.

Als Rotterdam Sinterklaas wil spelen, dan zou het daar Pijbes of Droom en Daad niet voor nodig moeten hebben. Deze schaduwmacht zou een goed functionerende overheid niet nodig moeten hebben. Maar de realiteit van 2020 is dat Rotterdam niet meer zonder kan. Als een verslaafde die aan een cultureel infuus ligt.

Op 19 november 2020 heeft raadslid Ruud van der Velden van de Rotterdamse Partij voor de Dieren raadsvragen ‘Invloed filantropie op college’ gesteld over de macht en de machinaties van Pijbes en de familie Van der Vorm in Rotterdam. Van der Velden vraagt onder meer naar de fiscale en economische achtergronden van het kapitaal waaruit de filantropische stichtingen putten:

16. Ziet u het oprichten van stichtingen die vervolgens een ANBI-status aanvragen en zijn vrijgesteld van schenkbelasting bij onderlinge transacties als belastingontwijking? Indien nee, waarom niet?

17. Weet u waar het kapitaal van Stichting De Verre Bergen en alle onderliggende stichtingen vandaan komt? En weet u ook of dit kapitaal belast is en/of dat er bij de totstandkoming inkomstenbelasting over is afgedragen? Indien ja, in welk rechtsgebied is er belasting afgedragen?

18. Weet u of het onderliggende kapitaal van Stichting De Verre Bergen en alle onderliggende stichtingen is ondergebracht in niet-coöperatieve rechtsgebieden, zoals benoemd door de Europese Unie en zoals verwoord in de overwegingen van voornoemde motie? Indien ja, welke rechtsgebieden? Indien nee, bent u bereid dit na te gaan in het kader van afdoening van voornoemde motie?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelHoe de steenrijke familie Van der Vorm macht en invloed koopt in Rotterdam’ van Maurice Geluk in Vers Beton, 18 november 2020.

Europese sancties van Russische Federatie hebben alleen zin als ze krachtig zijn en de kringen van Putin direct en hard raken

Onbetwistbaar is de Russische oppositieleider Alexei Navalny vergiftigd met het zenuwgas Novichok. Hij overleefde ternauwernood en werd naar een Berlijns ziekenhuis vervoerd om te herstellen. Nu beschuldigen de grotere Europese landen Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dat de Russische Federatie en wel bepaald de Russische president Putin achter de vergiftiging van Navalny zit en daar uitleg over dient te geven. Als het dat blijft weigeren, dan volgen sancties. Nederland steunt dat bij monde van minister Stef Blok.

Sancties helpen, maar in geringe mate als ze te terughoudend zijn. Dat kondigt zich in de uitgelekte voorstellen aan. Wat nu in de EU door enkele grotere landen wordt voorgesteld is onvoldoende. Het plan is om de vermeende uitvoerders van Navalny’s vergiftiging, te weten de militaire inlichtingendienst GROe, op een sanctielijst te zetten. Dat is niet alleen te simpel omdat de opdrachtgever buiten schot blijft, maar de Europese regeringsleiders beseffen dat het te simpel is. Het is een slap compromis. Namelijk het met bravoure aankondigen van sancties die echter onmachtig zijn en nauwelijks sancties genoemd kunnen worden.

Het moet serieuzer en zwaarder. Europese landen moeten harder optreden tegen het Kremlin als dat geen duidelijkheid geeft over de betrokkenheid bij Navalny’s vergiftiging. Krachtige sancties zijn cynisch genoeg ook een middel om tot een geloofwaardig en eensgezind buitenlands beleid van de EU te komen. Daarbij helpt het de democratische krachten in de Russische Federatie. Sancties helpen pas als ze krachtig zijn.

Een drieledige aanpak is gewenst: terughalen roofgeld, blokkeren propaganda en energie-onafhankelijkheid.

1) De machthebbers in het Kremlin en hun bondgenoten sluizen al decennia geld door naar het Westen omdat hun geroofde geld in eigen land niet veilig is en weer gestolen kan worden. Dief en diefjesmaat. Dat geld zetten ze in veel gevallen om in onroerend goed. Zoals dure huizen in Londen of appartementen (condos) in New York of Florida. Confisqueer met alle juridische middelen de tientallen miljarden dollars die deze witte boorden criminelen van de Russische bevolking gestolen hebben en op Westerse banken hebben gestald of in bezittingen hebben gestopt. Stop de opbrengst van de confiscatie, de verkoop van onroerend goed en het achterhalen van de bezettingen in een fonds dat door een onafhankelijk stichting wordt beheerd en als het moment daar is aan een toekomstige democratische Russische regering toekomt. Wellicht is niet al het illegale Russische bezit in westerse landen te achterhalen, maar nu wordt niet eens geprobeerd het ’terug te halen’.

2) Navalny noemt de Russisch-Ossetische dirigent Valery Gergiev als een voorbeeld van iemand uit de kringen van Putin die onder druk moet worden gezet. Er bestaat geen twijfel over dat Gergiev een fervent supporter is van het bewind van Putin en zich voor propagandadoeleinden laat inzetten. Putin en Gergiev zijn goede vrienden en zouden peetvader van elkaars kinderen zijn. Navalny pleit voor een westerse boycot van allen uit de kringen van het Kremlin en het bevriezen van hun tegoeden. In praktijk zou dat betekenen dat Kremlin-gezinde kunstenaars en musici (Anna Netrebko) die onderdeel zijn van het propaganda-apparaat niet meer in het Westen kunnen optreden. Overigens pleit ik al sinds 2016 voor een boycot van Gergiev die onder meer in Rotterdam door de economische en culturele elite wordt verafgood tijdens het jaarlijkse Gergiev Festival. Zie hier mijn commentaar. Er is in Nederland enige kritiek op dat onder meer leidde tot raadsvragen van Ruud van der Velden van de Rotterdamse PvdD. Maar het besef over de ongewenstheid van de Russische propaganda breekt bij zowel publiek als Nederlandse overheid niet echt door. Dat wegkijken duurt nu al vijf jaar.

3) De Russische Federatie is economisch een betrekkelijk onbelangrijk land, terwijl het in oppervlakte het grootste land ter wereld is. Met de verkoop van olie en gas aan het buitenland weet het nog enigszins buitenlandse valuta binnen te halen. Dat blijft hangen in de kringen van het Kremlin. Wie de macht onder druk wil zetten kan dat het beste doen door het te raken in de verkoop van energie. Na de vergiftiging van Navalny en de door president Loekasjenko met behulp van Putin gestolen verkiezingen in Wit-Rusland gingen in Duitsland vooral in regeringspartij CDU en bij de Groenen stemmen op om als straf de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II te stoppen. Praktisch ligt die aanleg door een Amerikaanse boycot van de Senaat al sinds december 2019 stil. De steun van beide partijen is zeldzaam en resulteerde in het wetsvoorstel van Ted Cruz en Jeanne Shaheen Protecting Europe’s Energy Security Act of 2019. De meerderheid van de Duitse politiek heeft zich in de EU vervreemd van critici omdat het blijft ontkennen dat Nord Stream II een politiek project is.