George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Jan Roos

SIRE campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ krijgt veel kritiek

with one comment

SIRE campagneLaat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ kreeg na lancering ervan veel kritiek te verwerken. Het verschil tussen jongens en meisjes onderling zou veel groter zijn dan tussen de seksen. Dus waarom een campagne die alleen op jongens gericht is? Ex-politicus Jan Roos verwoordde in een commentaar het rechtse gedachtengoed. De campagne zou een gevolg zijn van de feminisering van Nederland door de linkse politiek.

De opvallendste kritiek komt van Jens van Tricht die op het YouTube-kanaal SIREcampagnes in bovenstaande video opgevoerd wordt als expert. In een verklaring op de site van Emancipator waarvan hij oprichter en directeur is neemt hij er echter scherp afstand van: ‘Ik wil graag uitleggen waarom ik de nieuwste SIRE-campagne over jongens werkelijk achterlijk vind én waarom ik toch als expert op de campagnesite te vinden ben.’ Hij vervolgt: ‘Met alle respect voor SIRE, maar de campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ slaat echt volledig de plank mis. Het is een gemiste kans, want een campagne die jongens nieuwe uitdagingen voor de 21e eeuw meegeeft zou meer dan welkom zijn. In plaats daarvan draait SIRE de klok flinke stappen terug.’ en: ‘Het probleem met de SIRE-campagne is dat er een eendimensionaal, homogeen beeld van jongens en meisjes geschetst wordt. Diversiteit, variatie en verandering onder jongens en meisjes is in de campagne afwezig. Jongens worden neergezet als wezenlijk anders dan meisjes, en dus als allemaal hetzelfde.’

Van Tricht valt SIRE ook aan omdat het met deze campagne het rechtse gedachtengoed van Jan Roos munitie geeft: ‘De campagne is reactionair, omdat impliciet wordt meegegaan in het verwijt dat het door vrouwen en het feminisme komt dat jongens geen echte jongens meer mogen zijn. De campagne draagt deze boodschap niet zelf actief uit, maar plaatst zichzelf in het maatschappelijk debat wel aan de kant van degenen die bij voortduring klagen over de vermeende feminisering.’ Toch dankt Van Tricht SIRE omdat hij opgenomen is in de campagne: ‘Fijn dat SIRE mij op de campagnewebsite de gelegenheid geeft om kort en krachtig een ander perspectief op ‘het jongensprobleem’ te bieden.’ Maar het is een dubbel gevoel. Van Trichts conclusie is dat SIRE met deze campagne de klok terug zet, reactionair en restauratief bezig is, kansen op nuancering laat liggen en het publieke debat over genderverschillen verstoort omdat het dat te simplistisch opvat.

Voor de duidelijkheid, SIRE heeft geen banden met de overheid en moet daarom niet verkeerd ingeschat worden. Het is een initiatief ‘vanuit de communicatiebranche’. SIRE zegt op de site wie belangeloos aan de campagne deelnamen: ‘Aan deze campagne werkten onder andere mee: Grey, Chapter, Witman Kleipool (Mick de Lint), Skybox, Sentia, Digined, Venture Collective, Soundcircus, DSM, Soorty, Issuemakers, MeMo² en Monalyse.’ Het lijkt vooral de wetenschappelijke onderbouwing van de campagne waar het aan schort. 

Advertenties

Jan Roos heeft de ‘kakkineuze, elitaire Thierry Baudet van de Amsterdamse grachtengordel’ in het vizier. Rechtse stammenstrijd

leave a comment »

De mislukte politicus Jan Roos die als lijsttrekker voor VNL geen enkele zetel bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 15 maart haalde heeft weer volop praatjes. Het is leerzaam om te zien hoe de strijd tussen radicaal-rechtse partijen past in een oerhollands patroon van kerkafscheiding en verkettering van rivalen waartussen de afstandelijke beschouwer nauwelijks politiek verschil ziet. De hoofdpersonen kunnen niet samen door één deur en gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Het moet gezegd, Roos kletst lekker weg in zijn beschrijving van de stammenstrijd tussen Leefbaar Rotterdam, PVV, VNL en Forum voor Democratie.

De partijen bestrijden elkaar op leven en dood, zo lijkt het. Ze hebben geen vijand nodig omdat ze het liefst elkaar afmaken. Vermakelijk is de sneer naar Forum voor Democratie. Met Thierry Baudet die net als Jan Roos de campagne voor het Oekraïne-referendum als opstapje naar de politiek gebruikte. Met het verschil dat Roos daar oprecht in was en Baudet niet. Deze zette Roos op het verkeerde door zijn bewering dat hij nooit de politiek in zou gaan. Met het bedrog van Baudet is de wraaklust van Roos ontstaan. Roos: ‘Zo zie je niet alleen de lafheid van deze keuze maar dat je als oer-Rotterdamse partij moet samenwerken met de kakkineuze, elitaire Thierry Baudet van de Amsterdamse grachtengordel het schip reeds verloren is. Niet Mo de Marokkaan wordt het einde van Leefbaar, maar de slappe knieën van Eerdmans en de zijnen.’ Goed zo Roos, ga zo verder.

Populisme en centrumpolitiek kunnen op termijn versmelten. Hervorming door wederopbouw

with 5 comments

Democratie is moeilijker dan demagogie. Dat heeft de lijsttrekker Jan Roos van Voor Nederland (VNL) geleerd. Hij verlaat de politiek, aldus een bericht in De Volkskrant. Roos liet dit afgelopen donderdag per tweet weten. VNL stemt volgend weekend over opheffing. Het was toch al een slechte week voor de rechts-populisten, want UKIP verloor 85% van haar kiezers in de Britse parlementsverkiezingen. Leider Paul Nuttall stapt op. Vorige maand verloor de leider van het Front National Marine Le Pen de Franse presidentsverkiezingen van centrumkandidaat Emmanuel Macron met een onverwachts groot verschil van 32%. In de VS wordt president Trump steeds verder in het defensief gedrongen, verliest aan aanhang, geeft geen leiding, krijgt niets voor elkaar en zet het populisme wereldwijd in een kwade reuk. De reuk van Roos, Nuttall, Le Pen, Trump en al die andere populisten die democratie met demagogie verwarren. Of denken dat politiek een variant van leefstijl is.

Het valt te hopen dat het inzicht in genoemde verkiezingen dat populisten niet de oplossing bieden wordt vastgehouden. Want niets is zeker. Of blijvend. Rechts-populisten investeren doorgaans niet in oplossingen, maar in kritiek op de gevestigde orde. Ze willen die niet hervormen, maar vernietigen. Het verhaal van het weggooien van oude schoenen voordat de nieuwe zijn ingelopen. Of zelfs gekocht. De al dan niet tijdelijke teloorgang van de populisten geeft de centrumpolitiek de verplichting om ernst te maken met hervormingen die het merendeel van de kiezers direct in het dagelijks leven voelt. Dus betere sociale voorzieningen, betere zorg, betere arbeidsmarkt, beter onderwijs en betere huisvesting. Dat is de uitdaging voor de centrumpolitiek.

Politiek is niet meer dan politiek. Het verdeelt de macht die verdeeld kan worden. Maar heeft onvoldoende invloed op de macht die buiten de politiek opereert. Op financiële instellingen die politici omkopen of op multinationals die belasting ontwijken en hun kapitaal in geen enkel land nog laten landen om het te laten belasten. Dat is het afschrikwekkende beeld van goedwillende politici die niets voor elkaar krijgen. Of omdat ze in de zak van grote belangen zitten, of omdat ze geen ambitie of durf hebben om door te bijten, of omdat ze weten onvoldoende middelen te hebben om doelmatig op te treden. En het er daarom maar bij laten zitten net te doen alsof ze optreden. Om het publiek een loer te draaien en hun bestaansrecht te verantwoorden. Op die houding spelen rechts-populisten in. Daar hebben ze geen ongelijk in voorzover het de diagnose betreft.

De vervolgvraag is hoe de diagnose kan doordringen tot de centrumpolitiek -of het centrum van de politiek- en de politiek kan doordringen tot de populisten. Door het pantser van de populistische demagogie heen. Ze hebben elkaar wat te bieden als ze het beste van hun twee werelden weten te combineren. Maar dat gebeurt niet omdat ze concurrenten van elkaar zijn. Daarbij komt dat het bestaansrecht van de populisten is gelegen in de houding zich tegen de politiek af te zetten. En centrumpolitici dienen niet de directe belangen van hun kiezers, maar van belangengroepen door wie ze al dan niet rechtstreeks worden aangestuurd. En ingeperkt.

Het is cynisch om te veronderstellen dat centrumpolitiek en populisme elkaar voorlopig dwars blijven zitten. Met als gevolg dat ze allebei afgeleid worden van dat waar ze zeggen mee bezig te zijn. Kort samengevat, hervorming tegenover reconstructie. Zonder een afdoend antwoord op de vraag te kunnen geven hoe het verder moet kan wel aangegeven worden in welke richting de oplossing gezocht moet worden. In versmelting.

Het klinkt op dit moment wellicht belachelijk door uiteenlopend wereldbeeld, retoriek en visie op de politiek van centrumpolitiek en populisme. Door verder te kijken dan de uiterlijkheden kunnen de energie en diagnose van de populisten hopelijk op middellange termijn gecombineerd worden met het vakmanschap en de oplossingsgerichtheid van de centrumpolitiek. Einddoel is hervorming van de politiek door wederopbouw.

Foto: Wiel van der Randen, ‘Wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog’. Westkapelle, 1947. Collectie: Spaarnestad Photo/ Wiel van der Randen.

Pim Fortuyn 15 jaar later. Is een eerlijke vergelijking met zijn opvolgers Wilders, Roos, Dijkgraaf, Baudet mogelijk?

leave a comment »

Laten we Pim Fortuyn niet vergelijken met types als Geert Wilders, Jan Roos, Jan Dijkgraaf en Thierry Baudet. Die zijn van een ander kaliber. Fortuyn wordt in de Nederlandse publiek opinie niet meer vernederd of gedemoniseerd. Hij heeft zijn plek ingenomen. Hij is gecanoniseerd en daarmee bijgezet als monument. Door de geschiedenis getemd. Hij wordt nu met een patina van nostalgie bekeken. Want was 2002 niet het eind van de jaren ’90 waarin het geld tegen de plinten klotste? Na Fortuyn kwam de calvinistische tovenaarsleerling Balkenende die excelleerde in onbegrijpelijk taalgebruik. De herwaardering van Fortuyn heeft echter iets vals omdat het tegelijk de kans geeft om de opvolgers van Fortuyn te wegen en door de mand te laten vallen.

Het pad voor Wilders is geëffend door Fortuyn, maar Wilders heeft van die kansen slecht gebruik gemaakt. Hij heeft de PVV niet tot een slagvaardige organisatie opgebouwd. Dat valt alleen Wilders te verwijten. De PVV draagt geen visie op Nederland uit, maar uitsluitend op het voortbestaan van de eigen politieke partij. De PVV is een partij die aan de hand van marketing de peilingen volgt. Op de schouders van Wilders dreigden Roos, Dijkgraaf en Baudet te stappen. Dat zijn halfslachtige pogingen gebleken, waarbij Baudet nog het meeste succes heeft. Maar zijn 2 zetels in de Tweede Kamer staan in schril contrast tot de 26 zetels voor de LPF in 2002 of de 9 zetels voor de PVV in 2006. Het kan in decennia groeien zoals ook de SP met 2 zetels begon.

Het lijkt onmiskenbaar dat Fortuyn bravoure, durf, plezier, visie, intellectuele scherpte, doelgerichtheid en populariteit had die zijn navolgers deels missen. Wilders mist de durf -om een organisatie op te bouwen-, de speelsheid en de intellectuele visie. Baudet mist de populariteit, zit verstrikt in zijn eigen arrogantie, en heeft in beton gegoten standpunten over de natiestaat en de EU die hem zowel stutten als hinderen om flexibel op politieke ontwikkelingen te kunnen reageren. Roos heeft alleen bravoure en Dijkgraaf mist alle kwaliteiten.

Fortuyn gaf in 2002 het idee dat hij een geloofwaardig premier zou zijn en zin had om er iets van te maken. Hij gaf zelfs de indruk er volop plezier aan te beleven. En als iets niet te realiseren was zei hij dat eerlijk tegen zijn achterban. Die openheid ontbreekt bij types als Baudet, Wilders, Roos en Dijkgraaf die te berekenend zijn en daarom blokkeren. Dat geldt trouwens voor de hele klasse huidige politici. Daarom kan men niet zeggen dat Nederland niets heeft geleerd van de moord op Fortuyn. Het ligt aan de mindere kwaliteit van genoemde radicaal-rechtse politici en niet aan externe omstandigheden dat ze niet dezelfde aantrekkingskracht hebben op de Nederlandse bevolking. Wilders is wat sleets geworden en lijkt zijn tijd uit te dienen en de generatie Baudet bevindt zich nog meer in de marge dan Wilders. Pim Fortuyn stierf voordat hij teleur kon stellen.

Foto: Pim Fortuyn.

DDS probeert FvD en Thierry Baudet groot te praten bij gebrek aan succes voor alternatief rechts bij verkiezingen

with 2 comments

Het alternatief rechtse De Dagelijkse Standaard -beschouwd als het Nederlandse Breitbart- zet de permanente campagne voor radicaal-rechtse partijen voort. Het winkelt selectief in de feiten en legt naargelang de actualiteit accenten. Over Jan Roos met VNL die geen zetel haalde en Geert Wilders die zijn leidende positie in de peilingen verloor aan de VVD die 13 zetels meer haalde valt weinig te pochen. Het enige gunstige feit voor extreem-rechts in de verkiezingen van 15 maart was de winst van Forum voor Democratie met 2 zetels. Een degelijk resultaat, maar nou ook weer geen aardverschuiving zoals de Brexit of de verkiezing van Trump. Maar dat maakt DDS er wel van. Deze grootspraak is grappig, maar heeft ook iets triest en meelijwekkend. De muis wil stampen op de brug en zoekt ijverzuchtig de olifant in de kamer om mee te doen. Mijn reactie op het artikelThierry Baudet zet zijn strijd tegen het partijkartel voort: ‘We willen GEEN kabinet met partijpipo’s!’:

PVV en FvD hebben in de verkiezingen op 15 maart zo’n 15% van de stemmen behaald. Dus 85% van de Nederlanders heeft niet op een ‘degelijk rechts geluid’ gestemd, maar op andere geluiden. Daarbij hebben VNL en GeenPeil de kiesdrempel niet gehaald. Zo liggen de verhoudingen.

Elke politicus maakt zich belangrijk. Dat hoort er nu eenmaal bij. Baudet onttrekt zich niet aan dit mechanisme. Maar hij beseft zelf als geen ander dat hij 2 zetels heeft en 148 zetels niet. Dat belang kan opgerekt worden door een goede partijorganisatie, ideeën, publiciteit en door het voeren van een permanente campagne. Maar dan nog is het relatieve belang van een partij van 2 zetels klein. Want alle andere partijen vechten ook voor hun eigenbelang en geven andere partijen niet zomaar de ruimte.

Of Baudet een praatjesmaker, vrouwenhater, paljas, elitaire of arrogante kwast genoemd kan worden is niet de hoofdzaak. De politiek van de politicus is de hoofdzaak. Het beleid dat hij voorstaat. Bijvoorbeeld over de toekomst van Nederland. Daarin is Baudet vaag. In zijn verkiezingsprogramma staat daar niets over. Baudet zegt wat hij niet goed vindt en wat hij af wil breken, maar hij maakt op geen enkele manier concreet wat zijn plannen zijn om Nederland weer op te bouwen. Daar zou hij serieus werk van moeten maken als FvD ook serieus genomen wil worden door anderen buiten de directe kring van sympathisanten. Maar het is de valkuil voor Baudet zoals nu ook Trump aan den lijve ondervindt. Want afbreken en uiten van kritiek is makkelijker dan opbouwen en constructief opkomen voor het belang van Nederland.

Het gaat erom dat Baudet een politicus is die leunt tegen het rechts-extremisme en zich afgelopen jaren veelvuldig in rechts-extremistische kringen heeft begeven. Deze politicus moet op de woorden gewaardeerd worden die hij soms in het openbaar, maar meestal in de extremistische achterkamertjes zegt. Maar dat is een tegenstrijdigheid zodat de waardering van Baudet niet in overeenstemming met zijn beleid hoeft te zijn. Omdat dat laatste niet doordringt tot de openbaarheid zijn z’n echte bedoelingen lastig te wegen.

De praktijk zal het leren hoe doelmatig Baudet in de Tweede Kamer kan zijn. Het valt te bezien hoe hij dit landelijke politiek platform gaat benutten. Want dat kan op meerdere manieren. Door samen te werken en in te zetten op het politiek handwerk van moties en uitwerking van plannen. Bijvoorbeeld door de samenwerking met de PVV te zoeken. Of door zich te concentreren op een soort extra-parlementaire actie binnen het parlement. Zoals ook DENK het parlement gebruikt door de eigen alternatieve feiten naast de werkelijkheid van het Binnenhof te zetten. Dat valt van FvD ook te verwachten.

Zijn directe achterban die zich onder meer op DDS manifesteert billijkt alles wat Baudet doet. Maar of hij ook buiten deze directe kring van sympathisanten steun weet te behalen is de uitdaging voor Baudet in de komende vier jaar. Want anders blijft hij gewoon de kleinste partij in de Tweede Kamer met 2 zetels. Niet meer en niet minder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet zet zijn strijd tegen het partijkartel voort: ‘We willen GEEN kabinet met partijpipo’s!’ in DDS van Sybren F. de Jesus Madureira Porfírio, 17 maart 2017.

Televizier spuit kritiek op Pauw&Jinek door naar ongenoegen op sociale media over aanpak Roos en Baudet te wijzen. Klopt dat?

with 2 comments

Mijn reactie op het artikelDe TV van gisteren: Veel kritiek op Pauw en Jinek’ van Televizier dat onder verwijzing naar sociale media (!) stelt dat Pauw&Jinek niet objectief zouden zijn omdat ze Jan Roos (VNL) en Thierry Baudet (FvD) hard aanpakten. Hoe objectief is Televizier zelf die dit zonder enige onderbouwing stelt?

Zijn Nederlanders kritische journalistiek niet meer gewend? Of inmiddels ontwend? P&J pakken alle politici hard aan. Dus een roeptoeter als Jan Roos moet niet huilie huilie doen als hij eens een keer hard wordt aangepakt. Dat is immers exact hetzelfde als wat hij zelf met anderen doet. Zowel als reporter als politcus voor VNL. Roos had geen antwoord op de vragen van P&J, ook toen hem dat gevraagd werd.

Niet P&J maar Roos stond in zijn hemd. Naakt zonder inhoud, een lege huls zonder zuigende ironie. Achteraf wist Roos het beter, maar op het moment dat het erom ging waren zijn argumenten op. Het is de taak van journalisten om dat naar boven te halen. Zoals Roos het als zijn taak zag om anderen tegen het licht te houden. Doe dat niet kinderachtig en probeer achteraf niet je gelijk te halen als je zelf geknipt wordt.

Hetzelfde geldt voor Thierry Baudet. Hij is onderhand overal tegen. Tegen de EU, de elite, het partijkartel, een bevolking die vermengd wordt, noem maar op. Zelfs tegen Europese subsidie waar hij uiteraard voor eigen gewin zelf van profiteert. Baudet is vooral tegen, zonder dat hij een oplossing biedt. Waar is zijn plan voor Europa na de EU? Het staat niet in het verkiezingsprogramma voor Forum voor Democratie. Baudet wil breken, maar geeft niet aan hoe hij vervolgens op gaat bouwen. Moet zo’n politicus serieus worden genomen? Is het niet de taak van de journalistiek om door die grote woorden heen te breken om te ontdekken waar het een politicus werkelijk om te doen is.

Het is eerder omgekeerd dan de kritiek op P&J doet vermoeden. De Nederlandse journalistiek is te terughoudend in haar kritiek op politici. Veel te braaf en te voorzichtig. Het poldermodel heeft de gevestigde media overspoeld. Journalisten, politici en bestuurders zitten op elkaars lip en zijn niet echt hard voor elkaar. Dat werkt tot op zekere hoogte. Het werkt niet meer als een politicus grossiert in alternatieve feiten en glashard liegt. Baudet, Kuzu (DENK) en Wilders (PVV) zijn daar voorbeelden van. Dan moet de journalistiek maatregelen nemen om door de façade van leugens heen te prikken

Baudet is een politicus die leunt tegen het rechts-extremistisch gedachtegoed, maar dat verbergt of ontkent. In de media wordt dat feit ook nog eens zo goed als genegeerd. KIezers komen het niet te weten. Baudet komt weg met verhaaltjes over zijn piano, zijn arrogantie, zijn campagne en zijn woning. De essentie van wat hij nastreeft blijft liggen. Het siert P&J dat ze proberen aan kritische journalistiek te doen die verder kijkt dan de waan van de dag. Maar ook P&J is uiteindelijk te braaf en durft niet echt door te bijten. Dat zegt vooral iets over de opstelling van de Nederlandse journalistiek. Die heeft voldoende kwaliteit in huis, maar durft of mag die van de hoofdredactie slechts in zeldzame gevallen inzetten. Daar zou het debat over moeten gaan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe TV van gisteren: Veel kritiek op Pauw en Jinek’ op Televizier, 11 maart 2017.

Rechts-populistische partijen willen de EU slopen, maar formuleren geen idee over een toekomstig Europa. Ook PVV, VNL en FvD niet

with 3 comments

Een artikel in Foreign Policy van Robert Zaretsky zet aan tot nadenken over Frankrijk, extreem-rechts, rechts-populisme, de natiestaat en de EU. Aan de vooravond van de Franse presidentsverkiezingen in april en mei 2017 schetst de auteur welke toekomst Marine Le Pen en haar Front National voor Europa zien. Een Frans vertrek uit de EU zal mogelijk leiden tot de ultieme versplintering ervan. Deze schets is ook van belang voor Nederland waar rechtse partijen als VNL, FvD en PVV ageren tegen de EU. En het CDA opportunistisch volgt. Als het einde van de EU werkelijkheid wordt, welke samenwerking met andere Europese landen staat deze partijen dan voor ogen voor natiestaat Nederland? Het Franse voorbeeld maakt dat slechts deels inzichtelijk.

De drie rechts-radicale, EU-kritische Nederlandse partijen zijn in hun partijprogramma extreem onduidelijk over wat voor toekomst ze na uittreden van Nederland uit de EU voor ogen zien. Voor de PVV met een verkiezingsprogramma van een A4-tje wekt dat geen verbazing. Voor FvD waarvan lijsttrekker Thierry Baudet zich afficheert als intellectueel en politiek denker is het wel opvallend. Het verkiezingsprogramma van FvD is uiterst negatief over de EU, maar neemt niet de moeite om een post-EU situatie voor Nederland te schetsen.

VNL is van deze drie partijen nog het meest concreet in haar verkiezingsprogramma: ‘Op termijn streven wij naar een economische Noord-Europese Alliantie met België (Vlaanderen), Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden, Finland en Ierland. En als ze willen zijn ook Zwitserland, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en het Verenigd Koninkrijk van harte welkom’. Maar ook deze partij geeft niet aan wat voor politieke samenwerking met welke politiek-filosofische onderbouwing het voor Nederland ziet met andere Europese landen in een post-EU toekomst. Deze drie radicaal-rechtse partijen maken zich er door een uitblijvende toelichting van de post-EU toekomst erg makkelijk van af. Ze geven hiermee aan dat ze het laten bij wat ze niet willen, maar de intellectuele kracht of ideeënrijkdom missen om te omschrijven wat ze wel willen.

Marine Le Pen verwijst volgens Zaretsky wel naar een post-EU toekomst voor Frankrijk en andere Europese landen. Zonder overigens concreet te worden en zelfs maar een grote lijn te schetsen. Hierbij gaat zij terug naar de ideeën van de denkers van ‘Nouvelle Droite’ ofwel ‘Nieuw Rechts’ uit de jaren ’60.  Niet de universele waarden van de Verlichting, maar ras en etniciteit zijn het uitgangspunt. Vooral Jovian Alain de Benoist die met anderen de denktank GRECE oprichtte is van blijvende invloed op het gedachtengoed van het Front National. Hoewel Benoist een zeker prestige heeft is hij achter de façade van geleerdheid en respectabiliteit een racistische ideoloog. In dit streven voor Europa naar witte hegemonie en raszuiverheid valt ook de samenwerking van rechtse partijen met de autoritaire Russische Federatie te begrijpen dat hetzelfde nastreeft.

Marine Le Pen en het Front National wijzen de EU af en verheerlijken een vrije unie van Europese landen die zich baseert op de ideeën van GRECE inzake ras, witte hegemonie en een conflict tussen Oost en West. In tegenstelling tot de luie denkers van PVV, VNL en FvD die het laten bij een vage verwijzing naar de natiestaat Nederland meent Le Pen in navolging van de Nieuw Rechtse denkers dat Europa verenigd moet zijn. Om de apocalyps af te wenden en de wilde horden buiten te houden. Maar hoe dat precies moet gebeuren laat ook het Front National onbepaald. De conclusie is dat geen enkele rechts-populistische anti-EU partij concreet aangeeft hoe het een toekomstige samenwerking tussen Europese landen in een post-EU situatie ziet.

Opmerkelijk is dat VNL in haar verkiezingsprogramma Frankrijk buitensluit in het streven naar een Noord-Europese Alliantie. Binnen radicaal-rechts blijken grote verschillen over cultuur, economie en raszuiverheid te bestaan. Dat is opmerkelijk omdat juist Jean-Marie Le Pen zich rekende tot het boreale (=noordelijke) Europa, maar door Noord-Europese broeders niet zo wordt ervaren. In Rusland heeft het Nordische een notie van traditie en volkssoeveriniteit tegenover het Turkse. Dit verschil in visie maakt een constructieve rol van de gezamenlijke rechts-populistische partijen nog minder waarschijnlijk. In hun apocalyptische wereldbeeld weten ze onder veel publicitair misbaar goed te verwoorden wat ze af willen breken, maar op de vraag wie ze samen zijn en hoe ze in een Nieuw Europa de boel weer op gaan bouwen blijven ze het antwoord schuldig.

Foto 1: Sergei Eisenstein, still uit Aleksandr Nevskiy (1938).

Foto 2: Lost Bulgaria1920-1930, Sofia, architectuur, winkels, panorama’s, de handel’.