Gedachte bij de foto ‘Three men throwing ballots, tally sheets and poll books of the Newberry election of 1918 (..)’

Dit is echte fraude of een gevolg ervan. Drie mannen gooien stembiljetten, turflijsten en opiniepeilingen van de Newberry-verkiezing van 1918 in de oven. Dat doen ze in opdracht van de federale rechter Tuttle uit Detroit. Het ging om de Senaatsverkiezing in Michigan tussen de Republikein Truman Newberry en de Democraat Henry Ford die beslissend was voor de meerderheid. De eerste was investeerder in de Packard Motor Company en de laatste de eigenaar van de Ford Fabrieken. Newberry won nipt van Ford, maar werd vervolgens aangeklaagd omdat hij meer aan zijn campagne had besteed dan wettelijk toegestaan was. Zelfs twintigmaal zoveel. Newberry werd in een rechtszaak veroordeeld. Hij behield zijn senaatszetel, maar trad later vervroegd af. Kingmaker van Newberry was Paul King waarover in deze studie meer te lezen valt. Redde hij zijn hachje door Newberry te beschuldigen die zei van niks over de bestedingen in de campagne te weten?

Foto: ‘Three men throwing ballots, tally sheets and poll books of the Newberry election of 1918 into furnace at the U.S. Capitol Power House – they were ordered to be burned by Federal Judge Tuttle of Detroit’, 1923. Collectie: Library of Congress.

Heldere stem van Sanders én enthousiasme van zijn achterban zijn onvoldoende om het in een vuile strijd van Trump te winnen


Update 8 april 2020: Bernie Sanders heeft aangekondigd zijn campagne op te schorten en dus uit de race te stappen om Democratische uitdager van president Donald Trump te worden. Aldus een bericht in Politico. 

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC op het artikelSanders geeft verlangen naar verandering de helderste stem’ van 24 februari 2020 van Merijn Oudenampsen, Sinan Çankaya en Paul Mepschen:

Het is een wetmatigheid dat in een nominatiestrijd de koploper met de meeste gedelegeerden door de concurrenten aangevallen wordt. Daarom moet er onderscheiden worden tussen de normale, te verwachten aanvallen op Sanders die direct uit het verloop van de nominatiestrijd volgen en de meer ideologische aanvallen. De auteurs laten het maken van dat onderscheid na.

Het is trouwens nog maar helemaal de vraag of Sanders voorverkiezing op voorverkiezing wint. De suggestie van de auteurs is dat hij buiten zijn natuurlijke achterban veel enthousiasme oproept en kan bogen op veel steun. Werkelijk? In Iowa was het Pete Buttigieg die de meeste gedelegeerden (niet de meeste stemmen) achter zich kreeg. In New Hampshire en Nevada won Sanders wel. Maar de omvang van die winst is betrekkelijk. In Nevada gingen van de 691.922 geregistreerde Democraten (stand januari 2020) er in de slotronde van de caucus 101.543 stemmen. Dat is bijna 15%. Daarvan stemde iets meer dan de helft niet op Sanders. Zodat zo’n 93% van de geregistreerde Democraten in Nevada niet op Sanders stemde. In 2016 haalde Sanders onder andere omstandigheden en in een ander deelnemersveld een hoger percentage dan in 2020. Ofwel, Sanders’ resultaten tot nu toe wijzen niet ondubbelzinnig op veel steun, maar vooral op een positieve spin. Waarbij de paradox is dat zowel de conservatieve als de progressieve media om verschillende redenen het belang van Sanders overschatten.

Dus laten we voorzichtig zijn met de interpretatie van de resultaten tot nu toe en daar geen hosanna-verhaal pro-Sanders op bouwen. We weten op dit moment gewoonweg nog niet of Sanders een goede kandidaat is die voldoende aantrekkingskracht heeft om president Trump in de zogenaamde purple states (Pennsylvania, Michigan, Wisconsin, Florida) te verslaan. Dat Sanders het goed doet in blauwe staten als Vermont, Massachusetts, Oregon, New York of California is voor het Electoral College van geen belang omdat daar het verschil met de Republikeinen niet wordt gemaakt.

Laten we kijken wat we wel weten. Sanders’ zwakte is zijn radicalisme. Hij profileert zich nog steeds als ‘socialist’, terwijl hij zich in interviews en toespraken soms, maar niet altijd verklaart als ‘democratisch socialist’. Volstond hij maar door te verwijzen naar de Deense verzorgingsstaat. Maar zo rechtlijnig en gedisciplineerd is hij niet. Dat geeft op z’n minst een gemengd beeld af wat hem kwetsbaar maakt voor aanvallen van Trump en de rechtse pro-Trump media.

Bevat de Sanders Campagne wel voldoende wereldwijsheid? Want hoe slim is het voor een kandidaat om in de VS dat sinds Emma Goldman in de jaren 1910 geen socialistische traditie heeft gekend als personal branding het etiket ‘socialist’ te blijven gebruiken? Want dat doet Sanders tot nou toe. Dat gaat dus niet om Sanders’ beleid, maar om de marketing van zijn beleid. Dat kent tot nu toe onnodige zwakheden. Wellicht dat de stroomlijning daarin nog tijdig verandering brengt. Maar zeker is dat niet. De auteurs wijzen terecht op de inhoud van Sanders’ beleid en de ongelijkheid in de VS, maar laten de presentatie ervan buiten beschouwing. En in de beeldvorming wordt de strijd om de twijfelende kiezers beslist.

Sanders recente uitglijer om de bestrijding van het analfabetisme in het Cuba van Fidel Castro als verworvenheid te presenteren is opnieuw van een ongelukkige wereldvreemdheid. Het is van een zelfde domheid als te verwijzen naar de treinen die Mussolini op tijd liet rijden en de Autobahnen die Hitler liet aanleggen. Het is een historisch feit, maar het getuigt van een gemankeerd politiek gevoel om dat in een campagne naar voren te brengen. Terwijl Sanders notabene weet dat hem dat kwetsbaar maakt. Het roept vragen op over Sanders politieke handigheid en gogme. Zo’n opmerking over Castro is ook electoraal onhandig omdat het de Democratische Latino-kiezers in Zuid-Florida tegen het hoofd stoot. De Democraten moeten hoogstwaarschijnlijk Florida winnen om Trump te kunnen verslaan.

De verwijzing van de drie auteurs naar Hillary Clinton als centrumkandidaat is ongelukkig. Want de suggestie is dat zij in 2016 verloor omdat zij een centrumkandidaat was. Maar dat is nog maar helemaal de vraag. Het gaat voorbij aan andere factoren in de campagne van 2016. Zoals de interventie die zonder precedent was van toenmalig FBI-directeur James Comey die op een persconferentie naar buiten bracht dat Clinton onderzocht werd. Terwijl het onderzoek tegen Trump door de FBI niet naar buiten werd gebracht. Daarnaast was Hillary Clinton een arrogante politicus die een slechte campagne voerde met een uitstraling dat zij recht had op het presidentschap. Dat werkte niet. Verder waren er de ontelbare onregelmatigheden die nog niet eens volledig in kaart zijn gebracht. Zoals honderden miljoenen dollars aan Saoedisch en Golfstaten-geld dat illegaal naar de campagnekas van Trump stroomde en de inmenging van de Russische Federatie via hacks en sociale media die eveneens onrechtmatig was. De Republikeinse partij blokkeerde in de herfst van 2016 bij monde van de meerderheidsleider in de Senaat Mitch McConnell een onderzoek naar de buitenlandse inmenging door de federale overheid. Zodat de toenmalige regering Obama geblokkeerd werd om te handelen. Desondanks kreeg Clinton zo’n drie miljoen meer stemmen dan Trump. Maar dat zijn overbodige stemmen waar nu ook deels het enthousiasme voor Sanders op wordt gebaseerd.

Mogelijk wint Bernie Sanders de Democratische nominatie en kan hij Trump verslaan, de meerderheid in het Huis vasthouden en die in de Senaat veroveren. Want zonder dat laatste zal hij hoe dan ook vleugellam zijn. De drie auteurs hebben het grooste gelijk van de wereld dat de ongelijkheid in de VS te groot is geworden en dat de rijken en vermogenden via hun greep op de politiek hun eigenbelang veiligstellen. Dat is onaanvaardbaar en onhoudbaar. Daarom moet de Amerikaanse politiek hervormd waren. Voor het belang van de burgers, het land en de sociale vrede. Trouwens te beginnen met het herroepen van de Citizens United-uitspraak van het Hooggerechtshof die het grote geld in de politiek introduceerde.

Maar de drie auteurs maken een vreemde sprong als ze uit het gelijk dat Sanders heeft concluderen dat hij ook gelijk zal krijgen. Want daar zijn heel andere kwaliteiten voor nodig in een campagne die naar verwachting vuiler en gemener zal zijn dan in 2016. En nog meer buitenlandse inmenging zal kennen dan vier jaar geleden. Enthousiasme en een heldere, rechtvaardige stem zijn onvoldoende om het te winnen van een opgehitste achterban en een liegende, bedriegende, valse stem die met de modernste technische analyse en middelen onder de aandacht wordt gebracht. Je zou bijna denken dat de wereldvreemdheid die Sanders tot nu toe vertoont is overgeslagen naar drie auteurs in Nederland. Wat je noemt multiculturalisme.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSanders geeft verlangen naar verandering de helderste stem’ van Merijn Oudenampsen, Sinan Çankaya en Paul Mepschen in NRC, 24 februari 2020.

Democraten kunnen Trump alleen verslaan als ze zich verenigen

De Democratische strateeg James Carville meent dat de Democraten het enige zijn tussen Trump en de afgrond. Nog vier jaar Trump zal vernietigend zijn voor de VS en de wereld. Maar dan moeten de Democraten een kandidaat hebben die Trump kan verslaan. Een kandidaat die een beroep doet op de Afro-Amerikaanse kiezers en de arbeiders, en niet alleen op linkse studenten en progressieve stemmers in staten als New York, Californië of Massachusetts die hoe dan toch al Democratisch stemmen. De Republikeinen hebben voor het herverkiezing een misleidingsapparaat van 1 miljard dollar opgetuigd dat The Death Star wordt genoemd, aldus een bericht in The Atlantic. Op dit moment lijkt Mike Bloomberg de enige Democraat die afdoende antwoord kan geven op de bedreiging door Trump. Hij heeft 2000 mensen in dienst voor zijn campagne.

Bloomberg is een verre van ideale kandidaat. Het is absurd en het failliet van het politieke bestel van de VS dat een echte miljardair en geslaagde zakenman als hij het opneemt tegen een pseudo-miljardair en mislukte zakenman als Trump. Maar de VS en de wereld hebben niet de luxe om al te kritisch te zijn. Een radicaal-linkse kandidaat als Bernie Sanders wordt door de Trump-campagne als de zwakste Democratische kandidaat gezien. Ze hopen dat hij de Democratische nominatie wint. In elk geval zal Bloombergs partner Diana Taylor een ander type First Lady zijn dan Melania Trump die carrière maakte met naaktfoto’s en poseren als model.

De politieke strijd wordt op drie fronten gevoerd. De kandidaat die zowel de fondsenwerving/ publiciteit, de sociale media/ desinformatie als het eigenlijke politieke debat beheerst wint. Trump is een sterke kandidaat die zoals het er nu naar uitziet alleen door Bloomberg verslagen kan worden. Zo hangt op dit moment de vlag erbij. Bloomberg heeft het geld in zijn zak om een campagne op te tuigen die Trump kan verslaan en het profiel om de kloof tussen de gematigde en progressieve vleugel te overbruggen. Bloomberg profileert zich zonder zijn Democratische kandidaten aan te vallen en richt al zijn pijlen op Trump. Een noodzakelijke voorwaarde voor winst is dat de progressieve en centrumvleugel van de Democratische partij samenwerken.

Op 17 december 2019 schreef ik in een commentaar op Robert Reich op Facebook:
It is not relevant whether Warren and Sanders are loved or hated by the Democratic Party establishment. It is relevant whether they have enough appeal among voters in the essential swingstates to defeat Trump. Or the Republican candidate when Trump retires. New England, New York and California are not the battlefield.

Reich plays a risky game by putting all his cards on Warren and Sanders. He would rather argue differently, namely by helping to connect the progressive and centrist wings of the Democratic party.

There is an alternative. The DNC must write a total package that is common in elections in Western European democracies. Fill in with candidates like the largest opposition party in the UK has shadow ministers. Profile the Democratic party between progressive and centrist. Appoint Warren as VP with the special task of reforming the political system, including combating electoral suppression and gerrymandering, reforming the Electoral College and reducing big money and PACs. Appoint Stacey Abrams as Minister of Justice and AOC as Minister of Homeland.

That is more concrete than building castles in the air and fantasies about the power of Warren and Sanders. That is wishful thinking from Robert Reich. Even if he is right in his analysis about the bias in the Democratic party, that does not actually change the results of elections in the short run. The risk cannot be taken that Trump will stay in place for another four years. The Democrats can only defeat him if they unite. The road that Reich outlines leads from it and is disastrous

 

Media en politiek VS maken vergelijking Democratische partij met Labour, maar veronachtzamen die van Corbyn met Trump

In een opinieartikel van 14 december 2019 in Mail Online komt oud-minister van Binnenlandse Zaken Alan Johnson met kritiek op Jeremy Corbyn en de richting waarin hij de partij heeft gevoerd. Hij bekleedde posities in de Labour-regeringen van Tony Blair en Gordon Brown. Het artikel valt te lezen als een schot voor de boeg in de strijd om Corbyns opvolging. Hij zal binnen 10 tot 12 weken als partijleider aftreden zo meldt tweede man John McDonnell. Labours koers staat ter discussie. Komt er een opvolger die de lijn van Corbyn voortzet of komt er een meer centristische leider zoals Keir Starmer die de lijn Blair oppakt? Zo’n leider zal tevens de macht van de Momentum-beweging én de macht van de vakbonden (Unite: Len McCluskey) moeten breken.

Nog om een andere reden is de opinie van Alan Johnson interessant omdat het voeding geeft aan het debat in de Amerikaanse media en politiek naar aanleiding van het verlies van Corbyn en de winst van premier Boris Johnson. De Amerikanen leidden afgelopen dagen koortsachtig vergelijkingen af uit de Britse uitslag die van toepassing zou zijn op hun campagne voor het presidentschap. In november 2020 zijn er verkiezingen. De Democratische presidentskandidaat en oud-vice-president onder Obama Joe Biden zag in de nederlaag van Corbyn een waarschuwing voor zijn partij om niet te ver naar links op te schuiven. De centristische Biden heeft er belang bij om Corbyn als een radicaal af te schilderen die de kiezers van zich vervreemd heeft. Biden lijkt hierin gelijk te hebben, hoewel de impeachment in de VS en de Brexit in het VK de vergelijking lastig maken.

Maar een zwaarwegend bezwaar is dat de vergelijking tussen Labour en de Democratische partij (DNC) een andere vergelijking die meer voor de hand ligt veronachtzaamt. Overigens meer in gedrag en handelswijze, dan in beleid. Namelijk de gelijkenis van de tamelijk los van de realiteit en de feiten opererende Corbyn met Trump, en Labour met de Republikeinse partij (GOP). Het artikelWe should look closely at Britain’s decision to elect a man so renowned for his untrustworthiness’ van professor Barry Richards verscheen aanvankelijk op The Conversation en werd doorgeplaatst op Raw Story. Daar plaatste ik onderstaande reactie met twee eerste zinnen die ik hier niet herhaal: ‘Mr. Richards is right about trust. But there is more to it’.

A polemic has broken out within the DNC between centristic and progressive forces. The idea is that British Labour was too radicalized under Jeremy Corbyn and therefore alienated the centrist voters Tony Blair could address. In fact, the analysis goes even deeper, namely that for Corbyn and the left-radical Momentum movement, moral equality was paramount and not winning the elections.

Former Home secretary for Labour Alan Johnson adds two other important aspects in an opinion article in the Daily Mail that also apply to Trump and the GOP.

The first aspect is the unpatritotic aspect and not standing up for one’s own country. Alan Johnson: “The working classes looked at Corbyn and saw somebody who was unpatriotic to the extent that the country’s enemies were his friends.”

The second aspect is the cult phenomenon. Within Labour, the left-radical Momentum movement has seized power and driven moderate politicians such as Tom Watson out of the party. Because of the dominant cult idea, the party is alienated from reality. The starting point is no longer the facts, but the moral right. Alan Johnson: ‘Do not underestimate Momentum’s determination to remain as a party within a party. Either we get rid of that cult or we become the cult ourselves.’

The similarity between the cult-like Momentun with Corbyn and the cult-like GOP (especially in the House) with Trump is great. Already in 2017, the Iranian-American theologian Reza Aslan pointed out the cult-like character of the GOP under Trump. There is only one difference. While the GOP cult in the religious U.S. is primarily religiously fed by older, white, male evangelicals, the Momentum cult in the post-religious U.K. is mainly fed by left-ideological youngsters.

In any case, those aspects of onpatriotism and the party as a cult are connections other than those made in the American media and politics in recent days. Because these two aspects are so obvious, this even raises the question of what is wrong with the reporting and analysis of politics and media in the U.S.. They bump into a statement by Joe Biden and apparently do not think further. Or malicious people try to control imaging by framing.

What does that mean for the 2020 campaign if the greatest similarity is not between Labour and Democrats, but between Labour and Republicans? Then it is not the alleged radicalization to the left that is the British export product that colors the American election struggle, but the resemblance between Jeremy Corbyn and President Donald Trump who both basically operate in a cult-like party with a closed worldview. And they are unpatriotic and do not see the traditional allies in Europe and NATO as friends, but as enemies. While traditional enemies of the West, such as the Russian Federation, are considered friends by Corbyn and Trump.

Corbyn has been punished by the traditional Labor voters for his unreliability, radicalization, poorly thought out policies and a campaign that was not about winning, but about morality. Two aspects are added: his unpatriotic attitude and the cult-like character of Labour. The resemblance to Trump whose paths always lead to Putin, and the GOP that has been transformed into cult in three years with intellectually corrupt, autistic, radicalized congressmen such as Devin Nunes, Jim Jordan and Lindsey Graham.

The Democrats are wise not to lose themselves in the idea that the gap between progressives and the center cannot be bridged. This is perfectly possible by having both wings represented proportionally in a government. The British elections teach that Corbyn can be tackled and punished for his unreliability, his unpatriotism and the suspension of internal party democracy at Labour that has been turned into a cult. That is the blueprint for the DNC campaign.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelEither we ditch the Momentum cult – or Labour becomes a cult itself, says former Home Secretary ALAN JOHNSON’ van Alan Johnson op Mail Online, 14 december 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWe should look closely at Britain’s decision to elect a man so renowned for his untrustworthiness’ van Barry Richards op The Conversation, 13 december 2019.

Andrew Neil valt Boris Johnson aan wegens weigering van een interview. En vraagt zich af waarom hij zich niet wil verantwoorden

In een opmerkelijk overpeinzing van drie minuten richt de gelouterde BBC-journalist Andrew Neil zich direct tot de kijkers. Precies een week voor de algemene verkiezingen van 12 december 2019. Aanleiding is de weigering van premier Boris Johnson om zich in Neils programma van 30 minuten door hem te laten interviewen. Alle leiders van de andere politieke partijen hebben zich inmiddels door Neil laten interviewen.

Het is van Johnsons kant begrijpelijk omdat Neil een keiharde en scherpe interviewer is die elke politicus het vuur aan de schenen legt. Zo ontstaat de indruk dat Johnson bang is dat zijn beloften, mooie verhalen en plannen door Andrew Neil feilloos en meedogenloos doorgeprikt worden. Maar van de andere kant is het onbegrijpelijk van Johnson dat hij het risico neemt dat in de laatste week van de campagne het beeld ontstaat dat hij bang is voor een journalist en zijn eigen verhaal niet goed kan verdedigen. Waarschijnlijk is Johnsons afweging of die van zijn adviseurs dat de schade die hij oploopt groter is als hij het interview doet, dan als hij het uit de weg gaat. Johnson en de Conservatieve partij voelt zich waarschijnlijk zeker van de overwinning.

Johnsons weigering duidt op de ontwikkeling dat politici samenwerken met vriendelijk gezinde media. Vijandige of neutrale media worden zoveel mogelijk gemeden. Niet alleen kiezers zitten verschanst in hun eigen echokamer waarin overtuigingen worden versterkt binnen een gesloten systeem. Datzelfde geldt ook in steeds sterkere mate voor populistische politici als Johnson. Hij begon zijn carrière notabene als journalist.

Marketingscampagne om meer bezoekers naar Utrecht te trekken is een slecht idee. Onder meer omdat de stad nog niet op orde is

Binnensteden van grote Nederlandse steden worden steeds voller. Ruimte is schaars en iedereen wil die innemen. Er woedt een strijd om de publieke ruimte. Betrokkenen eisen een portie op, waar ze het volste recht op menen te hebben. Machtige, commerciële partijen zijn aan de winnende hand, zetten de stad naar hun hand en ontfutselen die aan de bewoners. Het gemeentebestuur treedt niet op als onpartijdige bemiddelaar tussen betrokkenen, maar wordt deelnemer met marketing en stadspromotie van het prullerige soort.

In Utrecht start vandaag een campagne om mensen naar de binnenstad te trekken. Dat is om drie redenen een slecht idee. Met de stadsbewoners wordt onvoldoende rekening gehouden. Hun belang wordt in ‘het overleg’ weggedrukt en gemarginaliseerd omdat de commerciële partijen elders winst proberen te halen. Maar de stad is al druk en de stad is nog niet op orde. Op dat laatste aspect ga ik in in mijn reactie bij het artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC van 4 september 2019:

Het is merkwaardig dat in Utrecht marketing en snelle winst blijkbaar voor kwaliteit gaan. Voelt het centrum-linkse Utrechtse gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie dat werkelijk zo en vindt dat dat de weg die Utrecht moet gaan? Namelijk de weg van de minste weerstand en de snel verdiende euro. Is dat de stadspromotie die het gemeentebestuur echt voor ogen heeft?

Het Utrechtse gemeentebestuur gaat niet ondubbelzinnig voor duurzaamheid, klasse of kwaliteit, maar voor volume, kwantiteit en de korte termijn. De coalitiepartijen laten zich kennen als populistisch en gemakzuchtig. Niet het uitgangspunt wat de stad en de inwoners nodig hebben en aankunnen is leidend, maar de pragmatiek van de ongebreidelde toestroom waarbij een gedragsprogramma (‘nudging’) om de toestroom in banen te leiden dient als pleister op de wonde.

Wie bezoek ontvangt ruimt eerst het eigen huis op. Dat zou Utrecht ook moeten doen in die delen van de stad waar het bezoek ontvangen wordt. Opruimen, stroomlijnen en op orde brengen en dan het bezoek ontvangen. Maar dat doet het gemeentebestuur niet. Het zet de deur open voordat het huis is opgeruimd. Zo loopt het continu achter de feiten aan.

Laten we ervan uitgaan dat het meeste bezoek in het centrum ontvangen wordt. Er is nauwelijks nog een trottoir dat vrij toegankelijk is en niet versperd wordt door geparkeerde fietsen. Het is niet alleen geen gezicht, het is ook gevaarlijk voor hoogbejaarden, gehandicapten, blinden en kinderen die hun weg willen vinden.

Het is merkwaardig dat dat door het gemeentebestuur wordt toegestaan en er niet allang een actieplan in werking is getreden om de stad begaanbaar en visueel aantrekkelijk te maken. Waar komt deze passiviteit van het centrum-linkse gemeentebestuur vandaan dat suggereert zich voor de burger in te zetten? Op dit moment maakt het gemeentebestuur dat niet waar.

Waarom geeft het gemeentebestuur aan handhaving geen prioriteit? Als afleiding worden bruggen en nog een paar vaste plekken vrijgehouden van fietsen, zodat de verantwoordelijke wethouder de kritiek kan neutraliseren, maar de rest van de binnenstad wordt overgeleverd aan de chaos van geparkeerde fietsen.

Het gemeentebestuur heeft het huis niet op orde. De bouw van parkeergarages voor fietsen is prima, maar kan geen excuus zijn om de rest van de binnenstad dan maar over te leveren aan de wildgroei van kriskras neergesmeten en onhandig geparkeerde fietsen.

Kortom, bezoek in de stad ontvangen is best. Maar zorg dan eerst voor een stad die op orde is. Dat is in het belang van de commercie en van de inwoners.

Zorg voor een goed toegankelijke stad. Zorg voor openbare (dames)toiletten. Zorg voor goede looproutes. Zorg voor openbaar vervoer dat aansluit op de behoeften van het bezoek en goed de publiekstrekkers (musea) ontsluit. Zorg voor parkeerplekken voor auto’s en fietsen. Zorg voor een kwalitatief hoogstaand winkelaanbod. Zorg ervoor dat leegstaande panden ondanks geldende maatregelen niet alsnog een horecabestemming krijgen. Zorg dat terrassen en private uitingsvormen niet de publieke ruimte bezetten en verdringen. Zorg er met op maat gemaakte marketing voor dat bulktoeristen ontmoedigd worden om Utrecht te bezoeken. Zorg ervoor dat Utrecht synoniem wordt met kwaliteit en niet met haveloosheid en onverzorgdheid.

Utrechts gemeentebestuur van GroenLinks, D66 en ChristenUnie besef wat meer bezoek in de stad betekent en besef de urgentie ervan, doe je huiswerk beter dan nu en ga nou eens goed, doelgericht en hard aan het werk. Pas dan kan een marketingcampagne gebruikt worden om extra bezoekers te trekken. Dan is de stad het waard. Dan pas, als de stad er klaar voor is, niet eerder.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe campagne om meer bezoekers naar het centrum van Utrecht te trekken’ in DUIC, 4 september 2019:

Slogan ‘Stem niet op een verkrachter’ typeert en begunstigt Trump meer dan de Democraten

Een sterke slogan, ofwel leus of motto, is belangrijk in de politieke marketing. ‘Stem niet op een verkrachter’ is de slogan waarvan de ingehuurde schrijver Tony Schwartz voor Trumps ‘Art of the Deal‘ denkt dat de Democraten die moeten gebruiken om Trump in 2020 te verslaan. Inmiddels zijn er 16 vrouwen maar buiten gekomen met verhalen die Trump beschuldigingen van verkrachting of grensoverschrijdend seksueel gedrag.

Heeft Schwartz gelijk? Tot nu toe hebben alle verhalen over Trumps wangedrag tegenover vrouwen weinig opgeleverd. Notabene in het Me Too-tijdperk waarin vele opinieleiders in de film- en mediaindustrie van hun voetstuk zijn gestoten. De Republikeinse partijleiding en evangelistische kerkleiders hebben beschuldigingen weggewuifd en zijn Trump om politieke redenen blijven steunen, hoewel diens gedrag haaks staat op de waarden die deze partij en kerk zeggen te vertegenwoordigen. Aardige varianten zouden trouwens zijn ’Stem niet op iemand die in bed ligt met de vijand’ of ’Stem op iemand die respect heeft voor vrouwen’.

Die steun heeft sekte-achtige vormen aangenomen waarin blind geloof elk argument neutraliseert. Zoals dat altijd gaat met godsdienst en bovenzinnelijkheid. Theoloog Reza Aslan zei daar in november 2017 over: ‘Want het enige dat gevaarlijker is dan een sekteleider, is een sekteleider die een martelaar is’. Dat is de reden dat Trump het vooruitzicht van impeachment door de Democraten in het Huis thematiseert. Waarbij in het midden blijft of hij daar bang voor is en in een tactische omkering de aanval kiest op dat wat hij het meeste vreest of dat zijn strategie het vasthouden van zijn achterban is. In een fantasieloze en eentonige, maar wellicht succesvolle aanpak. Het is echter een gok om met een minderheid de verkiezingen te winnen. Een minderheid van zo’n 35% steunt Trump door dik en dun, en daarnaast is er nu zo’n 8% sympathisanten die hem om politieke redenen steunt. Trumps steun schommelt al tijden rond de 43% volgens nieuwssite FiveThirtyEight.

Het gaat om het mobiliseren van de meerderheid aan Democratische, onafhankelijke, Trump-kritische en Trump-weifelende kiezers in de Republikeinse partij. De slogan spreekt vooral vrouwen aan. Trumps steun onder vrouwen was in 2016 met 41% laag en is waarschijnlijk verder gedaald. Ook onder witte, Republikeinse vrouwen in de buitenwijken. Tot hun verbijstering zien vrouwen nu al sinds de publicatie van de zogenaamde Access Hollywood opname op 7 oktober 2016 dat Trump die zich herhaaldelijk heeft bezondigd aan seksueel wangedrag daarmee wegkomt. De president die ooit met uitingen van deugdzaamheid, rechtschapenheid en eerbaarheid de morele leider van de natie was is dat niet meer. Met wangedrag en capriolen beschadigt Trump het morele gezag van zijn land. Hij is het uithangbord van de ongelijkheid in de Amerikaanse samenleving geworden. Degenen die hem steunen stemmen in met de afbraak van dit moreel gezag en die ongelijkheid.

Trumps steun onder het electoraat is in theorie met 43% te laag om op eigen kracht de presidentsverkiezingen van 2020 te winnen. Hij mag net als in 2016 hopen op allerlei vormen van kiezersonderdrukking door Republikeinse bestuurders op staatsniveau waardoor sympathisanten van zijn tegenstander ontmoedigd worden én op Russische steun die de Democratische kiezers via sociale media misleidt om niet te gaan stemmen. Een verdeelde Democratische partij waarin tot nu toe geen overtuigende kandidaat zich aftekent om Trump uit te dagen moet de rest doen. Schwartz’s slogan neutraliseert Trumps mogelijk politieke draai, ‘pivot’ naar het centrum. Hiermee zou Trump zijn basis kunnen verbreden. De slogan spreekt Trump niet aan als politicus, maar als een vrouwonvriendelijk individu die wangedrag vertoont en weinig moreel gezag heeft.

De slogan thematiseert twee fundamentele debatten. Ten eerste of de frontale aanval op Trump zinvol is en niet juist zijn achterban mobiliseert om te gaan stemmen. Uitgaande van Trumps minderheidsstrategie dat zijn trouwe basis van 38-43%, kiezersonderdrukking van de Democratische stem, Russische misleiding via sociale media en een Democratische opponent die niet de hele achterban van de Democratische partij achter zich krijgt voldoende is voor winst. Ten tweede accentueert het de onenigheid binnen de Democratische partij tussen de links-radicalen die gaan voor het benadrukken van identiteit, radicale beleidsmaatregelen en impeachment van Trump en de gematigden die behoedzamer opereren en net als bij de succesvolle tussentijdse verkiezingen van 2018 zich niet rechtstreeks willen richten op Trump, maar -over zijn hoofd heen- op de onderwerpen die Trumps kiezers belangrijk vinden, zoals zorg.

Er moet eerst een Democratische kandidaat zijn voordat er een slogan is. Dan pas kan aan deze persoon een slogan gekoppeld worden die past. Het maakt nogal uit voor de toon en inhoud van de campagne of Kamala Harris, Elizabeth Warren, Joe Biden of iemand anders Trumps uitdager wordt. Zo bekeken komt de slogan te vroeg. Uitmuntend in duidelijkheid, maar tegelijk verdeeldheid zaaiend binnen de Amerikaanse samenleving en de Democratische partij, en slechts mondjesmaat binnen Trumps achterban. Speak low en niet too soon. Zo vermengt zich ook hier de populaire cultuur van een liefdesliedje met hogere politiek die akelig laag is.

Foto: Tweet van Tony Schwartz, 30 juni 2019 (NL tijd).

Claim van marketingbureau Truman dat de eerste campagne voor een kerk in Nederland pas in 2014 werd opgezet is vals en onnozel

Truman kijkt in deze video terug op een marketingcampagne waar het in 2014 door de Remonstrantse Kerk voor werd ingehuurd. Die kerk kampte met vergrijzing en teruglopend bezoek. Truman presenteert zich als ‘een creatief contentbureau voor kwalitatief hoogwaardige branded content en campagnes’. Het is de vraag hoe kwalitatief hoogwaardig Truman is. Zeker in de analyse van de eigen campagne. Dat oogt mager en lijkt niet uit te komen boven het niveau van het jargon en oppervlakkigheid van de marketingsector. Vaardig en vlot, maar zonder diepgang en zelfreflectie. Truman verwart de inhoud van een campagne met de evaluatie van een campagne. Truman kijkt niet eerlijk naar zichzelf. Truman lijdt aan de blikvernauwing van een marketingbedrijf dat alles in verband brengt met marketing. De terugblik en nabespreking van genoemde campagne is niet bedoeld om te verklaren of inzicht te geven, maar om het merk ‘Truman’ op te hemelen.

Truman slaat de plank mis en geeft te kennen weinig van godsdienstgeschiedenis en religieuze instellingen, maar evenmin van de recente marketinggeschiedenis van Nederland te weten als het in de toelichting bij deze campagne zegt: ‘De eerste campagne voor een kerk in Nederland. Een kerk als merk’. Die claim wordt in de video herhaald. Voor wie de wereld in 2014 begint is dat een waarheid en voor ieder ander is dat een leugen. Het is bovenal een onbenullige opmerking die getuigt van wereldvreemdheid, kortzichtigheid en naïviteit.

Wie de Europese kerkgeschiedenis bekijkt weet dat kerken al eeuwenlang met elkaar concurreren om de gunst van degenen die ze willen inspireren en om de gunst van de wereldlijke macht. Het is een harde strijd van kerken om zichzelf beter te verkopen dan de concurrenten met als doel hun merk te vestigen en verstevigen op de religieuze markt. Wie daarin faalt overleeft niet en zakt weg en gaat economisch en publicitair failliet. Het is een continue veldtocht en campagne van kerken in Nederland. De bouw in Nederland van neogotische, Rooms-katholieke kerken vanaf 1853 toen de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld kan als een grote marketingcampagne van deze kerk worden gezien. Tot 1920 werden er zo’n 800 katholieke kerken gebouwd.

In 1997 liet het aartsbisdom Utrecht bovenstaande poster verspreiden die gebaseerd was op Barnett Newmans ‘Who’s afraid of Red, Yellow and Blue?’ die in 1986 in het Stedelijk Museum door een verwarde man werd beschadigd. J.W.P. Wits legt in een reconstructie uit hoe stichting Beeldrecht het bisdom sommeerde om verspreiding te stoppen. De paradox was dat door de rechtszaak die veel publiciteit trok de campagne van het bisdom extra aandacht trok. In 1998 kreeg de stichting Beeldrecht aanvankelijk gelijk van de rechter, maar verloor het hoger beroep. Deze casus kon nog opgevat worden als een campagne voor God en niet specifiek voor een kerk in Nederland, maar dat kon bij de marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN niet. Wie verder zoekt in de verre en nabije geschiedenis van kerken in Nederland zal ongetwijfeld talloze voorbeelden van marketingcampagnes vinden.

Foto 1: Beeld van marketingcampagne ‘Who is afraid of God’ uit 1997 van het Aartsbisdom Utrecht.

Foto 2: Beeld van marketingcampagneAl onze vestigingen elke zondag open! Gratis boodschappen voor het hele gezin!’ uit 2007 van de PKN (Protestante Kerk Nederland).

Debat Rutte – Baudet gaat nergens over behalve over het debat Rutte – Baudet

Vanavond is het televisiedebat over de Europese verkiezingen tussen premier Mark Rutte (VVD) en de partijleider van FvD Thierry Baudet. Het benadrukt maar weer eens het feit dat de media rechts zijn. Het gesprek wordt uitgezonden in het programma Pauw op de publieke omroep met als moderator Jeroen Pauw.

Er is van alle kanten kritiek op dit debat. De wetmatigheid van een campagne is dat partijen die zich in een tweestrijd weten te manoeuvreren daar bij winnen. Het is het centrum-linkse Pauw (BNNVARA) dat een centrum-rechtse (VVD) en een ultrarechtse (FvD) partij het mogelijk maakt om winst te boeken. De andere partijen voelen zich daardoor terecht buitengesloten. Tom-Jan Meeus concludeert in zijn zaterdagse column voor NRC dat dit debat de opkomst van de afgelopen weken van de centrum-linkse sociaal-democraat Frans Timmermans doorkruist. Meeus: ‘Zo werd de opstomende Timmermans uit het campagnescript geweerd’. Met dank aan de ooit linkse VARA die kiest voor rechts en ultrarechts, en tegen links. Niets is meer zoals het was.

Maar Frans Timmermans is namens de PvdA wel degelijk een politicus die op de lijst staat voor de Europese verkiezingen en waarop Nederlanders kunnen stemmen. Voor Baudet en Rutte geldt dat niet, hoewel Baudet als lijstduwer formeel op de Europese lijst voor zijn partij staat, maar die plek niet zal innemen vanwege zijn rol in de Tweede Kamer. Het feit dat er een debat plaatsvindt tussen twee politici die niet verkiesbaar zijn voor de verkiezingen waarover ze spreken is een ander essentieel punt van kritiek op dit debat.

Los van de campagneretoriek van VVD en FVD en de geilheid van Pauw om publicitair te willen scoren is er het gebrek aan inhoud van de twee rechtse partijen die overspoeld om niet te zeggen weggespoeld wordt door hun marketing. Het gaat nergens over dan over de marketing, de campagne en de twee rechtse politici zelf.

Baudet die tegen de wil van 80% van de Nederlanders ervoor opteert dat Nederland de EU verlaat vindt in Rutte geen geharnaste verdediger van de EU, maar een pas onlangs bekeerde  Europeaan die mooi weer speelt met zijn vermeende pro-EU houding, maar in werkelijkheid minimaal meewerkt aan verdere federalisering of overdracht van bevoegdheden naar Brussel. Tegenover de negatieve Baudet staat dus geen positieve politicus die vol overtuiging de EU verdedigt, maar een schipperende, halfslachtige Rutte die feitelijk een EU-bounty is. Rutte is pro-EU vanbuiten, maar eurosceptisch vanbinnen. Zoals dat voor veel nationale politieke leiders geldt die kritiek op de EU hebben, maar de reden daarvoor door hun tegenwerking en stil verzet zelf veroorzaken.

Hoe de marketing en de campagnestrategie werkt laat het YouTube-kanaal van de VVD zien, inclusief de videoGenoeg stof voor een pittig gesprek’ (zie boven). Afgelopen zes dagen plaatste de VVD zes video’s met negatieve kritiek op Baudet. Dat moet zijn voorbereid, hoewel het resultaat niet denderend is en het niveau van knippen en plakken niet overstijgt. Zo wordt de tweestrijd tussen Baudet en Rutte die een schijntweestrijd is met slechte onderbouwing en op een onscherpe wijze groot gemaakt. Opgeblazen lucht. Een harde, frontale aanval van de VVD op het ultra-rechtse gedachtengoed van Baudet en zijn contacten met extreem-rechts ontbreekt. Is ook deze campagne een schijnvoorstelling met de rem erop? Er zijn straks drie winnaars, te weten de VVD en FvD die netjes binnen de lijntjes blijven van hun eigen tweestrijd waar ze elkaar voor nodig hebben en het publiciteitsgeile Pauw dat het eigen gedachtengoed verloochent.  De verliezers zijn talrijker: de andere politieke partijen, en de geloofwaardigheid van de Nederlandse media, democratie en politiek.

Nogmaals Meeus over de campagnestrategen die de macht bij de Nederlandse politieke partijen hebben gegrepen: ‘Want nooit eerder bespeelden ze de media met zoveel finesse, van scoop tot cliffhanger. En zelden eerder was hun campagne-technische effectiviteit zo groot. Ook al produceerden ze lucht, of slechte politiek. Of, erger nog, überhaupt geen politiek.’ Kortom, Campagnestrategie krijgt een 10, de Politiek scoort een 0.

Foto: Schermafbeelding van deel van de videos op het YouTube-kanaal van de VVD op 22 mei 2019.

Lek in The New York Times van Mueller-team: Mueller-rapport over Trump schadelijker dan Barr-samenvatting doet uitkomen

Een artikel in The New York Times zet druk op minister van Justitie William Barr om het Mueller-rapport snel openbaar te maken. Hij wordt ervan beschuldigd politieke redenen zwaarder te laten wegen, te weten de bescherming van president Trump, dan het landsbelang en het volgen van de juiste procedures die passen bij een functionerende rechtsstaat. Barr wordt verweten te mild te zijn geweest voor Trump. Hij stuurde op 24 maart een brief (‘Barr-samenvatting’) naar het Congres waarvan de objectiviteit werd betwijfeld. Hij zou zijn interpretatie van het Mueller-rapport hebben gegeven.

Het lek komt uit het team van Mueller. Dat is van de ene kant opmerkelijk omdat dit voor het eerst is sinds het Mueller-onderzoek begon in mei 2017, maar werd van de andere kant verwacht. De jurist en het voormalige lid van het Watergate team dat president Nixon aanklaagde Nick Akerman legt dit in gesprek met Chris Hayes uit. Het artikel zegt dat ‘sommige onderzoekers van Robert S. Mueller III hebben verteld dat William Barr de bevindingen van hun onderzoek niet adequaat heeft weergegeven en dat zij verontrustender waren voor president Trump dan de heer Barr aangaf’. De onderzoekers zouden hierover ‘sudderend gefrustreerd’ zijn.

Toch leek in de publiciteit de Barr-samenvatting te werken, want vele media gingen uitsluitend af op wat Barr in zijn samenvatting schreef. Zowel correspondenten als in hun kielzog analisten en columnisten gingen hierin mee zonder dat ze het Mueller-rapport onder ogen hadden gehad. Ik uitte in commentaren van 24, 25, 27 en 30 maart kritiek op de verslaggeving van de Amerikaanse en Nederlandse media en had onder meer per e-mail een uitgebreide uitwisseling met de ombudsman van NRC over deze kwestie. In een commentaar van 1 april vatte ik mijn kritiek op de media samen. Mijn conclusie was dat ze er ziende blind ingestonken waren.

De kritiek van de onderzoekers uit het Mueller-team gaat in op vele aspecten. Zo had het Mueller-team zelf samenvattingen van het rapport aangeleverd die Barr echter niet gebruikte. De reden die functionarissen van het ministerie van Justitie aanvoeren om die samenvattingen niet te gebruiken is dat ze gevoelige informatie zouden bevatten. Maar dat gaat voorbij aan het strijdpunt tussen de Democraten in het Huis en Barr over de openbaarmaking van het Mueller-rapport. De Democraten vragen om een ongecensureerde versie voor vertrouwelijk gebruik in het Congres –inclusief alle onderliggende documenten– en een opgeschoonde publieksversie. Ter herinnering, pas in 2011 werd aan het publiek het Watergate-dossier uit 1974 vrijgegeven.

In het artikel van The New York Times wordt in verschillende passages gerefereerd aan voormalig FBI-directeur James Comey die tegen het eind van de campagne van 2016 in een persconferentie bekendmaakte dat er een onderzoek liep naar de Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton. Later liet Comey weten dat Clinton was vrijgepleit. Uit statistische data van Nate Silver blijkt dat Comey’s interventie waarschijnlijk beslissend was en Clinton het presidentschap kostte. Het verwijt aan Comey is dat hij nooit op die manier politiek had mogen bedrijven. Overheidsdiensten als de FBI moeten geen politiek bedrijven. Dat is de rode lijn die Mueller en Barr terughoudend en huiverig maakt. Zij willen geen politiek bedrijven en hun mandaat overschrijden. Maar het is ook een rode lijn waarachter ze zich kunnen verschuilen om afwijkend van hun opdracht te handelen. De persoonlijke dimensie van dit verhaal is dat Mueller en Barr vrienden zijn.

De geschiedenis zal uitwijzen of Mueller en Barr te voortvarend of te terughoudend waren, en in welke gevallen ze dat waren. President Trump lijkt in elk geval het gewicht van correct grondwettelijk handelen niet te voelen. Hij is sinds de Barr-samenvatting van 24 maart met zijn waterdragers al anderhalve week op Twitter en op bijeenkomsten fel in de aanval op Democraten in het Huis als Adam Schiff en claimt dat hij is vrijgepleit van de beschuldiging van samenzwering en obstructie door Barr. Maar tegelijk is hij teruggekomen op zijn mening om het Mueller-rapport vrij te geven. Het lek uit de boezem van het Mueller-onderzoek in The New York Times is de logische reactie op Trumps desinformatie. Trumps velddag lijkt voorbij. De waarheid wacht.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSome on Mueller’s Team Say Report Was More Damaging Than Barr Revealed’ van Nicholas FandosMichael Schmidt en Mark Mazzetti in The New York Times, 3 april 2019.