Gedachten bij foto ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’ (1958)

Het was nog maar in 1958 dat verkiezingen werden gevierd op pleinen en voor gebouwen van kranten waar de uitslagen druppelsgewijs binnenkwamen. De beschrijving bij deze foto toont een Nederland dat we nog nauwelijks kennen. Het doet ouderwets aan, maar kondigt al het begin van de moderne tijd met nieuwe communicatiemiddelen aan: ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’.

De televisie is in 1958 nog nauwelijks doorgedrongen tot de huiskamers. Die opmars begint pas zo’n vijf jaar later als de welvaart over Nederland komt. Mede dankzij het gasveld van Slochteren. Ook toen al moest de verkiezingsavond ‘opgeluisterd’ worden. Zeggen we nu ‘oppimpen’? Welbeschouwd is zo’n avond een saaie bedoeling met veel dode momenten. Een enkel hard feit en vooral analyses, speculaties en projecties die toch nooit uitkomen zoals op deze verkiezingsavond wordt gezegd.

’t Heerlijk avondje is gekomen, ’t Avondje van het verkiezingsfeest, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard, Vol verwachting klopt ons hart, Wie de koek krijgt, wie de gard.

Maakt het veel uit wie er wint? Dat valt te bezien. Alles is best als partijen binnen de democratie blijven en geen alternatief rechtssysteem willen optuigen. Daarom ben ik van mening dat de SGP en FvD ontbonden moeten worden omdat ze niet binnen de democratie passen en er een destabiliserende invloed op uitoefenen. Maar verder maakt het weinig uit. Zolang partijen de democratie niet omver willen werpen en min of meer hetzelfde wereldbeeld schetsen is er voor elke partij (behalve FvD en SGP) wel iets te zeggen. Met chips en bier, en wellicht een boek erbij, is het kijken naar de verkiezingsavond en het spieden naar de harde cijfers draaglijk infotainment.

Foto: Peter van Zoest (ANP), ‘Op de Dam te Amsterdam werden met een projectie-apparaat de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen op een groot scherm getoond. In de muziekkiosk zorgden de Ramblers voor de muzikale opluistering’, 28 mei 1958. Collectie/ Archief: Fotocollectie Elsevier

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 4: coalitie, marge met splinters en dwaze speculatie

Update 17 juni 2021: Het is nu exact drie maanden na de verkiezingen op 17 maart. Er is nog geen begin van het zicht op een coalitie. Het instabiele CDA vertraagt met overmoed, obstructie en rechtse praatjes van partijleider Hoekstra de formatie. Ik speculeerde in onderstaand commentaar op een coalitie van VVD-D66-PvdA-SP. Dat heeft nu een meerderheid van 76 zetels. Twee bezwaren zijn er tegen. SP wil zelf niet en VVD wil geen twee linkse partijen in het kabinet. Maar dat laatste bezwaar is onzin omdat PvdA en SP getalsmatig weinig in de melk te brokkelen hebben. Met in totaal 18 zetels hebben ze minder dan D66 dat met 24 zetels weer 10 zetels minder heeft dan de VVD. Die krachtsverhouding kan in het regeerakkoord en de verdeling van ministersposten vertaald worden. SP en PvdA hebben samen een belang van 24%. Moet de VVD met 45% daar bang voor zijn? Waar is de VVD bang voor?

Volgende week woensdag 17 maart 2021 kennen we de exit poll van de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De 70-plussers konden afgelopen week al stemmen en op 15 en 16 maart kunnen risicogroepen en alle anderen die zich daartoe rekenen stemmen.

Welke kant gaat het op? Laten we uitgaan van de nu bekende laatste peiling van 8 maart 2021. De marges zijn groot en er kunnen nog verschuivingen in optreden. Dat komt mede omdat de campagne niet echt leeft en vele kiezers nog twijfelen. Volgen ze hun overtuiging of stemmen ze strategisch? Of blljven ze thuis?

Uiteindelijk gaat het om het vormen van een coalitie. Zo komt een kabinet tot stand. Laten we het aantal zetels per blok bekijken. Blokken kunnen elkaar overlappen. De volgende blokken zijn te onderscheiden:

  1. 29: Radicaal-rechts: PVV (20), FvD (4), SGP (3), JA21 (2).
  2. 40: Links: PvdA (12), GL (11), SP (10), PvdD (6), Bij1 (1).
  3. 28: Religieus: CDA (17), CU (6), SGP (3), DENK (2).
  4. 52: Liberaal: VVD (37), D66 (15).
  5. 56: Centrum-rechts: VVD (37), CDA (17), 50Plus (2).
  6. 28: Kosmopolitisch: D66 (15), GL (11), Volt (2).

Binnen radicaal-rechts hebben PVV en FvD zich door hun radicale opstelling en (persoonlijke) verwijten aan andere partijen buiten de orde geplaatst. SGP is een gespleten partij omdat het zich in praktijk gouvernementeel opstelt, maar in theorie anti-rechtsstatelijk is. Het valt niet in te zien dat linkse of liberale partijen met de in de kern theocratische SGP willen samenwerken. JA21 heeft even radicale standpunten als PVV en FvD, maar lijkt zich in de samenwerking met andere partijen wat schappelijker op te stellen. Veel is nog onduidelijk over deze partij. Ook het buitengesloten zijn binnen radicaal-rechts kent dus verschillen. Het kan er op uitlopen dat deze partijen met hun 29 zetels buiten een coalitie vallen. Er resteren 121 zetels.

Omdat voor een coalitie de steun van minimaal 76 zetels nodig is kunnen er maximaal 45 zetels (121 – 76) afvallen. Liefst iets minder dan 45 zetels om een veilige marge voor een meerderheid in te bouwen, maar evenmin veel minder dan 45 zetels omdat er dan te veel partijen aan een kabinet moeten deelnemen. Laten we daarom uitgaan dat er nog 41 zetels afvallen en een coalitie steunt op 80 zetels.

De VVD is getalsmatig nodig omdat niet valt in te zien hoe het enige alternatief zonder VVD én radicaal-rechts, namelijk een zeven-partijen kabinet van CDA-D66-PvdA-GL-SP-CU-PvdD (77 zetels) levensvatbaar is en programmatische samenhang vertoont. Als de VVD onmisbaar is, dan is of het CDA of D66 die tussen de 15 en 17 zetels scoren misbaar. Omdat het CDA onder de nieuwe partijleider Wobke Hoekstra is afgeslagen naar rechts en deels de VVD rechts is gepasseerd heeft de VVD er op dit moment geen belang bij om samen met het CDA in een kabinet te gaan zitten. Hoewel een sterke oppositie tegen het kabinet evenmin aantrekkelijk is. Toch wijst een en ander op een rompkabinet van VVD en D66. Dat is 52 zetels. Waar komen de resterende 28 zetels vandaan om tot 80 te komen?

Links is nu aan zet. Opname van alle drie de linkse partijen PvdA, GL en SP in het kabinet is er een te veel omdat de achterban van de VVD dat niet zal begrijpen omdat zo het evenwicht in het kabinet te ver naar links doorschiet. De degelijke bestuurderspartij PvdA lijkt een betrouwbare kandidaat voor deelname aan het kabinet Rutte IV.

Resteert de keuze tussen GL en de SP. De laatste lijkt wat radicaler, maar redelijker en de eerste wat inschikkelijker, maar minder stabiel. Wat voor de VVD tegen GL pleit is de stevige opstelling van die partij over het klimaat. Dat is voor de bedrijfslobby binnen de VVD een brug te ver. GL lijkt ook de eigen hand overspeeld te hebben met marketing praatjes over een links blok, terwijl PvdA en SP daar niks van willen weten.

De SP gaat net als de SGP in theorie voor een ander wereldbeeld, maar laat zich in de praktijk kennen als redelijke bontgenoot. Dat heeft de partij op lokaal niveau bewezen, waar het betrouwbaar opereert. Probleem is vooral de sceptische EU-opstelling van de SP en de animositeit met de PvdA. Denk aan de harde en mislukte anti-Timmermans campagne van de SP bij de Europese verkiezingen. Maar zowel het een als het ander valt glad te strijken. Dat pleit voor opname van de SP in het kabinet.

Zo komt een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP in de steigers te staan. Maar het is een smalle marge, Volgens de huidige peilingen is deze coalitie met 74 zetels niet genoeg voor een meerderheid. In de Eerste Kamer doet deze coalitie het met 29 van de 75 zetels nog slechter. De toevoeging van de CU lost dat probleem in de Tweede Kamer op (80 zetels), maar in de Eerste Kamer niet (33 zetels). Samenwerking met de Fractie-Nanninga (= JA21) in de Eerste Kamer lost dat probleem daar op, terwijl de 2 zetels van JA21 in de Tweede Kamer zelfs de deelname van de CU overbodig maken. Toch al een partij met zalvende praatjes waar liberalen weinig van moeten hebben.

De minimale constructie voor een stabiele coalitie in de Staten-Generaal is een kabinet van VVD, D66, PvdA en SP met gedoogsteun van JA21. Als pragmatische oplossing is het mogelijk dat de partij een partijloos staatssecretariaat over veiligheid of migratie gegund wordt, zodat de partij niet formeel aan het kabinet deelneemt. Ermee wordt het argument geneutraliseerd dat radicaal-rechts bij voorbaat buitengesloten wordt. Het toont berekenend, maar dat type argument is in elk kabinet ingebakken.

Een ding is zeker. Zo zal het niet gaan. Elke coalitie is onwaarschijnlijk totdat het waarschijnlijk wordt. Dat is een uitspraak met een hoog Johan Cruijff gehalte. Of is het omgekeerd: Elke coalitie is waarschijnlijk totdat het onwaarschijnlijk wordt? Enfin, dit soort speculaties is bruikbaar omdat het ons leert dat coalitievorming niet zozeer het verkennen van opties, maar het opruimen van blokkades is. Dat gaat volgens een vaste methode waarbij het resultaat minder belangrijk is dan het erop wijzen dat de methode bestaat. De chaos maakt het overzichtelijk omdat die een veelheid aan kansen biedt. Dat is de paradox.

Foto: Peiling van Politico stand 8 maart 2021.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 3: peilingen, verwachtingen en Volt

In de aanloop naar de landelijke verkiezingen van 17 maart 2021 zijn grafieken belangrijk. Neem nou de bovenste van Politico die de peilingen in beeld brengt. Het zijn dagkoersen en vele kiezers zijn nog zwevend, maar er valt het volgende uit af te leiden: 1) De coalitiepartijen (VVD, CDA, D66, CU) handhaven met 76 zetel hun meerderheid en 2) In de nieuwe Tweede Kamer zijn 16 partijen vertegenwoordigd, waaronder het nieuwe JA21, Volt en Bij1. Naar verwachting zal hier de komende 2,5 week nog wel het een en ander in veranderen.

Op 24 februari 2021 plaatste ik op Facebook deze tekst met onderstaande grafiek: ‘Zoals velen onder ons weet ik niet op welke partij ik moet gaan stemmen bij de landelijke verkiezingen van 17 maart 2021, maar wil ik tegelijk de rechts-radicalen van PVV en FvD, de links-radicale SP en de almachtige VVD de pas afsnijden. Wat te doen?

De stemwijzers buitelen over elkaar heen en geven elke keer weer een andere uitkomst. Hierbij een afbeelding van de Kieswijzer 2021 die ik zojuist invulde. Omdat ik weet op welke partij ik niet zal stemmen, word ik langzaam wijzer. VOLT is de enige partij in mijn top 10 waar ik geen overwegende bezwaren tegen heb.

Maar een stem op VOLT is waarschijnlijk ook een verloren stem omdat het naar verwachting geen zetel behaalt. En wat is de zin om het aantal splinters te vergroten?

Ik ben dus geen snars opgeschoten. Ik kom er gewoonweg niet uit. Ligt dat nou aan mij of aan de povere kwaliteit van de huidige partijen en hun leiders?

Op dit Facebook-bericht kwamen vele reacties en er ontstond een leuke discussie. Enkelen namens het op voor de SP waarvan ze het onterecht vonden dat ik het een radicale partij noemde, anderen pitchten de eigen partij van hun keuze. Maar het meest opvallend vond ik dat net als ik vier mensen serieus overwegen om op Volt te stemmen. dat had ik in de verte vertel niet verwacht. Dat terwijl deze partij net als de potentiële nieuwkomer BIJ1 nauwelijks aan bod komt in de media. Ik heb lijsttrekker Laurens Dassen zelfs nog nooit in de media (of elders) gehoord.

Uit de grafiek van Politico blijkt trouwens dat Volt al sinds 31 januari 2021 op 1 zetel staat en een stem op deze partij daarom geen verloren stem is zoals ik vreesde. Mijn bezwaar tegen het aantal splinters wordt er echter niet mee weggenomen. Hoe gewenst is het dat de Tweede Kamer bestaat uit 15, 16 of zelfs 17 partijen? Want wellicht kan Code Oranje ook nog een zetel halen.

Ga ik dan op deze pan- en pro-Europese partij Volt stemmen bij gebrek aan beter? Dat terwijl ik zoals gezegd niet eens weet of de lijsttrekker zich staande kan houden. Het is nogal minimaal om voor een partij te kiezen omdat men er geen overwegende bezwaren tegen heeft. Dat is stemmen onder verdoving én met het mes op de keel. Dat getuigt niet van verbondenheid met een partij. Hoewel dat pan-Europese idee wel onderscheidend is en iets nieuws biedt in de Europese politiek. Maar als ik zeg niet te gaan stemmen dan krijg ik van mensen in mijn omgeving op mijn donder en zeggen ze dat dan mijn stem naar Rutte, Wilders of Baudet gaat. Hoe ze denken dat dat werkt is me overigens een raadsel, maar ze zeggen dat.

Ik heb het programma van Volt globaal gelezen en ben daar niet onverdeeld gelukkig mee. De marketingpraatjes en modieuze termen doen pijn aan de ogen. Het pro-kernenergie standpunt van deze partij (p. 12) komt niet overeen met mijn standpunt over energie. Maar wie de opwekking van energie door steenkool wil stoppen en al jaren ageert tegen de aanleg van gaspijplijn Nord Stream II die in de EU de afhankelijkheid van Russisch gas vergroot zal ergens mee in moeten stemmen. Want naar verwachting zal duurzame energie pas op de middellange termijn gaan doorwegen. De bouw van kernenergiecentrales vergt trouwens ook een lange adem, dus vraag ik me af waarom Volt dit in haar programma heeft opgenomen. Ik ben er nog niet uit. Niemand is perfect. Ik als kiezer niet en Volt als politieke partij evenmin.

NB: Zie voor eerdere afleveringen:

Foto 1: Grafiek van de peiling van Nederlandse landelijke verkiezingen door Politico (tot en met 28 februari 2021) .

Foto 2: Grafiek van de uitslag van de Kieswijzer 2021 die ik op 24 februari 2021 op mijn Facebook-pagina plaatste.

Waarom is er geen campagne om de SGP wegens anti-rechtsstatelijke beginselen te verbieden?

Je zou over het afwijzen van afgoderij en valse godsdienst door de SGP zomaar een stukje voor het satirische De Speld kunnen maken. Uit een item in Nieuwsuur met SGP-leider Kees van der Staaij bleek dat de SGP achter de eigen beginselen staat. Zo’n artikel zou dan als kop kunnen hebben: ’Nederland in de war omdat SGP zichzelf is’.

Artikel 1 van het beginselprogramma zegt: ‘De Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) streeft naar een regering van ons volk geheel op de grondslag van de in de Heilige Schrift geopenbaarde ordening Gods en staat mitsdien voor de handhaving van het onverkorte artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Artikel 36 van de Geloofsbelijdenis zegt onder meer: ‘om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt.’

Dat dat iemand verbaast is het meest verbazingwekkende. Natuurlijk staat de SGP net als elke andere politieke partij achter de eigen beginselen. Het raadselachtige is niet dat deze partij deze beginselen heeft, maar dat het deze partij al jarenlang wordt toegestaan om ze te hebben. Waarom is de SGP niet verboden? Dat had allang geleden moeten gebeuren.

De SGP is een bedenkelijke partij waarvan het een wonder is dat die partij niet verboden is. Weliswaar is in 2008 het begrip ‘theocratie’ uit publicitaire overwegingen uit het beginselprogramma geschrapt, maar dat wil niet zeggen dat de partij nu de neutrale staat omarmt. Nee, dat doet het niet. In 2008 zei toenmalig partijleider Van der Vlies: ‘Ik heb moeite om een neutrale staat te aanvaarden. De overheid is Gods dienaresse. Dat uitgangspunt wil ik niet loslaten.’ Dat is niet veranderd.

Je kunt partijleider Van der Staaij een huichelaar met de gladheid van een paling noemen die veinst, zeg: een gereformeerde versie van het islamitische begrip taqiyya, maar pas wie het weet ziet het. De SGP is een foute partij die streeft naar een bestel waarin de staat zich onderwerpt aan het Woord van God. Dat is fundamenteel verkeerder dan de handige gluiperigheid van de actuele partijleider.

Anderen zien in de handige gluiperigheid van Kees van der Staaij trouwens ook een daarmee samenhangende schijnheiligheid van christelijke politiek en zelfs van het christendom in het algemeen. Maar dat wordt om politieke en maatschappelijke redenen afgeschermd terwijl de afscherming ook wordt afgeschermd. Met als gevolg dat elke fundamentele kritiek op het christendom bij voorbaat is ontkracht. Zo geeft het Kieskompas wel de stelling of de islam een bedreiging voor de Nederlandse waarden is, maar laat het na om ter discussie te stellen of het christendom een bedreiging voor de Nederlandse waarden is. Dat is in lijn met wat de SGP doet. Het valt aan zonder zich te hoeven verdedigen.

Zo komt de SGP nu al jaren weg weg met haar anti-rechtsstatelijke beginselen en is er geen serieuze oppositie om deze partij te verbieden. Men kan daar alleen maar verbaasd over zijn omdat als er een partij is die het verdient om verboden te worden dat wel de SGP is. De SGP benut de vrijheid van godsdienst om voor zichzelf en de eigen achterban op te komen door in het beginselprogramma anderen die vrijheid te ontzeggen. Nederland is even niet meer zichzelf omdat de SGP zichzelf is.

Foto: Schermafbeelding van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Waarom stelt Kieskompas niet de vraag ‘Het christendom vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’?

Bij het invullen van Kieskompas kom ik altijd uit op partijen waar ik niks mee heb. Deze keer Christen Unie. Mijn gematigd linkse en gematigd progressieve voorkeur bevindt zich tussen Christen Unie en D66. Wat voor vragen laat Kieskompas na om te stellen om me uit te laten komen bij een christelijke partij waar ik uit principe nooit op zal stemmen?

Er zijn twee vragen die direct met de christelijke overtuiging van deze partij en de andere christelijke partijen (CDA, SGP) te maken hebben.

Op vraag 5: ‘Abortus moet makkelijker worden gemaakt’ antwoord ik neutraal omdat ik vind dat de toetsing nu goed is. Maar of ik hiermee voor of tegen abortus ben valt niet uit het antwoord op deze vraag af te leiden. Maar die suggestie lijkt het antwoord wel te geven. Ik ben overigens niet zozeer voor abortus, zoals ik evenmin voor de dood ben, maar ik vind wel dat de vrouw zelfbeschikkingsrecht heeft om hierover te beslissen en religieuze organisaties én politieke partijen zich op geen enkele wijze met morele druk en publiciteit moeten bemoeien met de afweging die een vrouw die abortus wil plegen maakt.

Op vraag 7: ‘De islam vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’ antwoord ik ‘mee eens’ omdat ik vind dat elke georganiseerde godsdienst uiteindelijk in strijd is met de Nederlandse waarden van vrijheid, zelfbeschikking en tolerantie. Ik ben te antiklerikaal om me te verbinden met gesloten systemen zoals godsdiensten, het communisme of de QAnon-beweging en het complotdenken. Zo’n optiek is geen streven naar vrijheid, maar het zich willens en wetens opsluiten in afsluiting. Dat is me te gemakzuchtige onderworpenheid. Tegelijk vind ik dat de islam recht op een gelijkwaardige plek heeft omdat de Nederlandse grondwet dat toestaat. In mijn antwoord kan ik echter niet het contrast tot uiting brengen dat ik de islam als een bedreiging zie voor de Nederlandse waarden, maar de grondwet die bedreiging incorporeert en sanctioneert.

Het is te begrijpen dat het Kieskompas reflecteert op de programma’s van de politieke partijen omdat die de actualiteit weerspiegelen. Daarom is het begrijpelijk dat niet de vraag gesteld wordt ‘Het christendom vormt een bedreiging voor de Nederlandse waarden’ omdat dat in het huidige politieke discours geen onderwerp is. Was de vraag gesteld, dan had ik ‘helemaal mee eens’ geantwoord omdat ik het christendom als een grote bedreiging voor de Nederlandse waarden beschouw. Meer dan de tamelijk onmachtige islam. Maar het gevolg is wel dat er niet naar het christendom gevraagd wordt en ik daar geen negatief oordeel over kan geven. Tja, met zo’n geaborteerde en selectieve vraagstelling kom je uit bij een partij waar je niks mee hebt. Wat is de waarde van dit Kieskompas?

Foto’s: Schermfbeelding van vraag 7 en vraag 5 van het Kieskompas TK2021.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 2: partijpolitiek

In een commentaar van 20 februari 2018 over de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 schreef ik het volgende: ‘Nog een maand campagne. Nog een maand leuzen, versimpelingen, verdraaiingen en de vermarkting van politici. Ik weet werkelijk niet of ik ga stemmen en als ik ga stemmen welke partij het wordt.

Dat ik het niet weet komt niet door een tekort aan politiek besef of interesse, maar door een teveel eraan. Wat moet ik met partijpolitiek, en krampachtige en onopvallende politici die naar mijn gunst dingen? Tegelijkertijd wil ik niet meedoen aan de retoriek van de stemmingmakers die tegen ‘de politiek’ schoppen. Ik ben voor de politiek. Hoe kan ik een stem voor de politiek uitbrengen, terwijl ik geen vertrouwen heb in de partijpolitiek en de huidige generatie politici? Ik ben nijdig dat partijen me voor het blok zetten met hun onheuse voorstelling.’

Slechte voorbeelden uit het buitenland stralen negatief af op de Nederlandse situatie. De onwaarachtige en leugenachtige verklaringen van Republikeinse vertegenwoordigers in het Amerikaanse Huis versterken het beeld dat het in de partijpolitiek niet gaat om het landsbelang, maar om persoonlijk belang. Wat krom is wordt recht verklaard en eigen fouten worden aan de concurrentie toegerekend. In de kern is partijpolitiek kinderachtig gedoe van grote mensen die in hun speeltuin een steeds nauwere blik op de werkelijkheid ontwikkelen totdat ze zelfs over zichzelf niet meer weten hoe nauw en verkeerd hun blik is.

Ik ken geen alternatief.  De partijpolitiek is leidend en gezaghebbende partijen staan hun macht niet vrijwillig af. Ontwikkelingen met burgerfora of loterijen om burgers bij het bestuur te betrekken blijven kleinschalig en lijken eerder een cosmetische operatie, dan een welgemeend streven van de macht naar machtsdeling en het teruggeven van macht aan de burger. Uit onderzoek blijkt dat er met name bij jongeren een groot engagement is en ze wakker liggen van maatschappelijke thema’s, maar zich niet kunnen identificeren met de partijpolitiek.

Wat de gevestigde partijen doen is teleurstellend. Ze verliezen de strijd op twee fronten. Ze laten zowel in de beeldvorming als in de politieke realiteit een idee postvatten dat ze niet oprecht zijn in hun sociaal-economisch beleid en niet eens meer zelf aan de knoppen zitten om het vorm te geven. Het zijn de multinationals, de banken en de EU die het voor het zeggen hebben. Dat relativeert het belang van de gevestigde partijpolitiek en verkleint het verschil met de radicale randpartijen van rechts en links. De gevestigde partijpolitiek laat deels bewust, deels onbewust na om te formuleren, te verduidelijken en te presenteren hoe in Nederland de macht verdeeld wordt en welke richting het land moet inslaan om toekomstbestendig en duurzaam te zijn. Zo resteert pragmatisme dat politiek zonder politieke beginselen en programma biedt.

Een oplossing voor de gevestigde politiek om de schijnvoorstellingen en -oplossingen van de radicalen te ontmaskeren ligt voor de hand. Het moet aan geloofwaardigheid, voorspelbaarheid en verantwoording winnen om het verschil met het ongeloofwaardige beleid van de radicalen te benadrukken. Gevestigde partijpolitiek moet met realisme en transparantie rekenschap van zichzelf geven om het verschil te onderstrepen met de randpolitiek die bestaat uit onrealistische toekomstbeelden. Maar het terugtreden van Lodewijk Asscher als partijleider van de PvdA schetst het dilemma. Door transparantie en oprechtheid leveren hij en zijn partij aan macht in. In elk geval voorlopig. Zolang de gevestigde partijpolitiek onvoldoende handelt kan het de politieke handelaren in hersenschimmen niet de pas afsnijden.

Maar kan de gevestigde partijpolitiek nog wel geloofwaardig, voorspelbaar en met verantwoording handelen? Valt het politieke systeem nog wel te repareren of is het het punt al gepasseerd dat de partijpolitiek en de burgers samen er nog voldoende grip op kunnen krijgen om het te repareren omdat het al bezit van externe krachten is? Het antwoord op die vraag is onduidelijk. De paradox is dat wat Forum voor Democratie en de PVV als bezwaar zien, namelijk het weggeven van de soevereiniteit van Nederland, precies hun electorale opgang mogelijk maakt. Niet omdat ze daarin beleidspunten scoren die van belang zijn voor de praktische politiek, maar omdat het het verschil met de geloofwaardigheid van de gevestigde partijpolitiek verkleint.

Het gebrekkige en uitblijvende antwoord van de gevestigde partijpolitiek dat schippert tussen het inleveren van soevereiniteit en het ophouden van de schijn dat dit niet aan de orde is, baart meer zorgen dan de schijnoplossingen van radicaal links en rechts. De politieke filosofieën van het communisme en het fascisme die ten grondslag liggen aan de programma’s van de radicale partijen hebben hun geloofwaardigheid voor de praktische politiek allang verloren. Dat is een doodlopende weg waar de gevestigde politiek minder bevreesd voor zou moeten zijn dan het nu is. Dat maakt het uitblijven van een passend antwoord er des te raadselachtiger op.

Zie hier voor commentaar ‘Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL’ van 2 december 2020.

Foto: Minister Wiebes in gesprek met scholieren. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen, 2019.

Carl Bernstein meent dat Republikeinen na Trumps poging tot fraude om de verkiezingsuitslag in Georgia in zijn voordeel te wijzigen zijn ontslag moeten eisen

De zogenaamde ‘smoking gun’ is gevonden. Of ingestoken. Het is een bandopname van president Trump die de hoge Republikeinse bestuurder van Georgia Brad Raffensperger opdraagt om stemmen te ‘vinden’ en de verkiezingen in deze staat in het voordeel van Trump te wijzigen. Raffensperger gaat niet mee in Trumps poging tot fraude.

De legendarische journalist Carl Bernstein noemt het in een gesprek voor CNN een reden voor Trumps ontslag. Als de Republikeinen in het congres opnieuw op hun handen blijven zitten ziet hij er het definitieve einde van de Republikeinse partij in.

In de nasleep van deze onthulling zijn de speculaties niet van de lucht dat wat Trump niet is gelukt in Georgia hem wellicht wel is gelukt in andere staten. Daar waar Republikeinse bestuurders aan de macht zijn en de verkiezingen hebben kunnen manipuleren.

Al enkele weken rouleren in progressieve kringen verdachtmakingen over onregelmatigheden bij de senaatsverkiezing van meerderheidsleider Mitch McConnell in Kentucky. Vooraf werd zijn populariteit op 18% gepeild, maar toch won hij uiteindelijk. Hoe? Met terugwerkende kracht krijgen die verdachtmakingen extra rugwind door het gesprek van Trump met Raffensperger.

Elke verkiezing van Republikeinse senatoren of vertegenwoordigers in het Huis in staten of districten die door de Republikeinen bestuurlijk gecontroleerd worden zouden nu opnieuw tegen het licht gehouden kunnen worden door een nader onderzoek naar de resultaten. Wat is er aan uitslagen vervalst door druk op lokale bestuurders, die over de verkiezingen gaan, door Trump of degenen die namens hem spreken? De twijfel over de integriteit van de verkiezingen wordt hierdoor extra vergroot. Deze keer met de Republikeinen in het beklaagdenbankje.

De paradox is dat Trump met zijn omineuze gesprek met Raffensperger precies dat bereikt wat president-elect Joe Biden en de Democratische partij niet kunnen gebruiken. Namelijk het vergroten van het wantrouwen in de verkiezingsresultaten. Het is dan ook niet eens zo gek om te beweren dat het lekken van dit gesprek in Trumps belang is. Het vergroot de chaos, ondermijnt het verdere vertrouwen in de democratie en vernietigt de geloofwaardigheid van de Republikeinse partij als die nu niet krachtig tegen Trump durft op te treden.

Trumps mislukking is zijn verdienste. Het gevaar schuilt in Trump 2.0 die verkiezingen steelt en de Amerikaanse democratie ontmantelt

Wat is er toch aan de hand met de Amerikaanse democratie? Hoe kan die zo diep zijn weggezonken? Trump is de president die de grenzen ervan opzoekt en er overheen schiet. Maar hij is niet het grote gevaar. Hij is uitgeteld en niet meer van belang, behalve wat de buitenlandse politiek en het verlenen van gratie betreft. Zoals hoogleraar Timothy Snyder opmerkt is het gevaar voor een staatsgreep in de nabije toekomst gelegen. Op autoritaire leiders die het systeem openbreken volgen vaak gewiekste politici die het systeem naar hun hand weten te zetten. Senator Josh Hawley is een exponent van een nieuwe generatie Republikeinse leiders die de democratie aan de laars lapt en zich nu warmt loopt. Zie daar de voorbereiding voor operatie huilebalk (cry baby).

Republikeinen verkenden afgelopen jaren al door kiezersonderdrukking en fraude de grenzen om op lokaal niveau verkiezingen te stelen. Nu proberen ze dat met het presidentschap. Maar omdat de Democratische presidentskandidaat Joe Biden met ruime cijfers van Trump gewonnen heeft en de Democraten het Huis controleren zal dat deze keer niet lukken. Maar het gevaar is dat het over vier jaar wel lukt. Niet-witte minderheden worden verder ontmoedigd om te stemmen, kiesdistricten worden zo aangepast dat het de Republikeinen bevoordeelt en de Republikeinse wetgevers in het congres rekken de normen op en vertrappen de democratie.

Er rust een zware taak op president Biden om deze Republikeinse staatsgreep in wording de wind uit de zeilen te nemen. Timothy Snyder is een alarmist die vaak grof inzet op het gevaar dat de Amerikaanse democratie loopt. Nog niet is alles verloren als de Democraten de komende vier jaar handig en daadkrachtig opereren. Niet alleen Trump moet via rechtszaken op landelijk, maar vooral staatsniveau worden ontmaskerd als een oplichter, fraudeur en mislukte zakenman, maar de sluiproutes in de procedures van de politiek moeten worden afgesloten. Democraten moeten de meerderheid in Huis of Senaat bij de tussentijdse verkiezingen van 2022 behouden en juridische waarborgen in het politieke en electorale proces in gaan bouwen dat het misbruik ervan tot een minimum beperkt. Liefst in hechte samenwerking met conservatieven en gematigde Republikeinen die niets met dit populisme te maken willen hebben en met schrik aanzien hoe hun partij radicaliseert en verandert in platvloers opportunisme.

Trump is de kanarie in de kolenmijn die vroegtijdig de bedoelingen van de Republikeinen heeft blootgelegd. Zijn mislukking is zijn verdienste. De Amerikaanse democratie is gewaarschuwd. Het moet zich wapenen tegen pogingen tot diefstal. Trump 1.0 was een mislukking, maar Trump 2.0 heeft een gerede kans om te slagen, zodat de Amerikaanse democratie definitief om zeep wordt geholpen. Dat straalt negatief af op Europa en Nederland.

Op wie moet ik stemmen op 17 maart 2021? Aflevering 1: religie rukt op in D66 en GL

Waar moet ik op stemmen bij de Tweede Kamer verkiezingen van 17 maart 2021? D66 valt af vanwege de uitgesproken religieuze Sigrid Kaag die bij het vrijzinnige D66 inhoud inwisselt voor marketing. GroenLinks valt af vanwege de naïviteit van de partijtop over de kandidaatstelling van de aan de Moslimbroederschap verbonden Kauthar Bouchallikht die met veel onregelmatigheden en slechte informatievoorziening gepaard gaat. GroenLinks slaat net als D66 de richting van de godsdienst in. FVD is racistische clownerie en geen politieke partij. PVV steunt met bedenkelijke overtuigingen autoritaire leiders en heeft geen serieus programma. Religieuze partijen steun ik per definitie niet. Hun drammerig gezalf en beroep op een hogere macht is daarnaast een extra argument om er weg te lopen. VVD moet maar eens afgelost worden en alle fraudeurs en profiteurs definitief de laan uitsturen en mentaal uit de schaduw van het bedrijfsleven treden. PvdA moet eens maar eens bewijzen dat het de weggeven waarden van de sociaal-democratie goed weet te vertegenwoordigen. SP zit in zichzelf verstrikt en kan beter omgebouwd worden tot een zorgfiliaal. De andere partijen zijn te klein om een beslissende rol te spelen.

Als ik desgevraagd tegen mensen in mijn omgeving zeg dat ik niet ga stemmen, dan krijg ik kritiek. Maar moet die kritiek niet gericht worden op de huidige generatie politici die er een potje van maakt en niet weet te overtuigen? Het is toch te simpel om de thuisblijvende kiezer daar de schuld van te geven? De oorzaak ligt op het Binnenhof.

Vaak wordt gezegd dat iemand niet naar de stembus gaat vanwege gebrek aan interesse in de politiek. Politici als Frits Bolkestein concludeerden ooit uit dat wegblijven dat de mensen dus tevreden zijn met de politiek. Maar ik vermoed dat voor steeds meer potentiële kiezers die zich tot de tanden toe geïnformeerd hebben het omgekeerde geldt. Ze gaan niet naar de stembus vanwege een teveel aan interesse in de politiek waarin ze geen vertrouwen weten te vinden. Het moge duidelijk zijn dat ik tot die groep behoor.

Ofschoon ik door veranderde omstandigheden in de komende drie maanden mijn mening kan wijzigen. Zeg nooit nooit en laat ruimte voor verandering. Wellicht kondigt zich nog een vrijzinnige, vrijdenkende partij aan die me politiek onderdak geeft. Op dit moment ben ik al jaren politiek dakloos. Ik hoor van steeds meer mensen in mijn omgeving dat ze dat ook zijn. Zodat we veel schommelingen en onverwachte uitslagen kunnen verwachten. Als er iets te melden is over de ‘veranderende omstandigheden’ die mijn stem beïnvloeden, dan doe ik er hier verslag van.

Foto: Uit commentaarWaarom ik niet op GroenLinks zal stemmen’ van Meindert Fennema op Joop, 19 november 2020.

Trumps invloed neemt af als hij president af is. Daarna zullen tegenstanders bewust zijn prestige afbreken

Joe Biden is door de media tot de volgende president van de VS uitgeroepen. Het is vreemd dat er niet zo iets is als de Kiesraad in Nederland die die taak op zich neemt met een officiële verklaring die vooruitloopt op de definitieve uitslag. Enfin, dat is nu eenmaal het gebruik in de VS. Het is niet zo dat Biden de overwinning niet heeft binnengesleept. Nee, de cijfers zijn duidelijk en overtuigend, hij heeft gewonnen. Ofschoon de winst kleiner is dan de Democraten hoopten.

Dat president Trump zijn nederlaag niet wil toegeven viel te verwachten. Hij reageert als een klein kind dat niet tegen zijn verlies kan. Dat hij zijn eigen partij meesleept in zijn val was ook te voorzien. Nog steeds laten de Republikeinen zich gijzelen.

Maar in januari 2021 is Trump zijn presidentschap kwijt. Dan pas zijn z’n huidige medestanders mentaal vrij om zich uit zijn schaduw te bevrijden. De bescherming door het ambt die Trump nu nog geniet verdwijnt. Dat heeft als gevolg dat Trump aan prestige en invloed inboet. Twitter kan Trump schorsen. Rupert Murdochs Fox News zal de meest fanatieke Trump-getrouwe commentatoren inperken en minder ruimte geven. Deutsche Bank kan een deel van Trumps bezittingen opeisen vanwege een schuld van honderden miljoenen dollars als hij die niet kan herfinancieren.

Zo zal het prestige van Trump afbrokkelen. De strategie ligt voor de hand. Zijn tegenstanders binnen de Democratische en Republikeinse partij doen er verstandig aan om Trump alle symbolen van macht en invloed die hij bezit stuk voor stuk te ontnemen. Zoals steen voor steen een huis wordt gesloopt. Tot en met de misvatting dat Trump een succesvol zakenman en dealmaker is. Het is bizar dat ook Trumps critici nog steeds in de Trump-wolk verkeren en niet buiten de wolk kunnen denken voor wat de toekomst brengt. Ook zij laten zich gijzelen door Trumps succesverhaal dat zij denken door te prikken.