George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Verkiezingen

Vertellen peilingen ons dat de aantrekkingskracht van het populisme afneemt?

leave a comment »

resolve

Peilingen, hoe moeten we ze inschatten? Er wordt veel onzin over verkondigd. Het is onjuist dat peilingen er het afgelopen jaar behoorlijk naast zaten bij de Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Dat zaten ze niet. Ze waren nauwkeurig, hoewel niet nauwkeurig genoeg. Peilingen gaan de fout in als ze pretenderen meer dan een stand van zaken van een bepaald moment te geven. Ze overschreeuwen zichzelf als ze zeggen een voorspelling van de verkiezingsuitslag te geven. Dat valt buiten de strekking waar peilingen toe in staat zijn. Sommige peilingbureau’s laten zich opjagen door de media. De druk zouden ze moeten weerstaan. Soms is het commerciële belang groter dan de onderbouwing. Daarnaast is het de journalistiek die uit de peilingen al snel de verkeerde conclusies trekt en ze groter maakt dan ze zijn. Omdat ze er dan zo naast zaten zeggen journalisten dan achteraf dat de cijfers niet klopten. Nee, de interpretatie van de peilingen klopte niet.

Politieke partijen kunnen niet zonder peilingen. Zowel openbare als geheime peilingen. Ze kunnen eruit afleiden hoe hun marketing werkt, en bijgesteld moet worden. Moeten ze zich sterk maken voor de EU of die juist aanvallen? Of beter het onderwerp helemaal maar negeren? Moeten ze pleiten voor de AOW bij 65 jaar of dat juist niet doen omdat de kiezers die ze willen aanspreken dat een onrealistisch standpunt vinden? Moeten partijen de populistische partijen die claimen namens het volk te spreken hard aanvallen of juist negeren?

Politico zegt in een bericht dat de Duitse rechts-populistische AfD wegzakt en in de peilingen sinds december 2015 met 8,5% niet zo laag heeft gestaan. De PVV verliest ook aan aanhang en vecht in de Peilingwijzer nu met zo’n 17% steun om de eerste plaats met de VVD. Daarmee haalt de PVV niet langer het minimum van 30 zetels dat het nodig had voor een riante uitgangspositie in de formatie. In de VS krijgen Republikeinse parlementariërs deze week in zogenaamde Town Hall ontmoetingen kritiek van hun kiezers omdat ze zich te welwillend tegenover president Trump zouden opstellen. En in Frankrijk maakt centrumkandidaat Emmanuel Macron een goede kans om in mei in de tweede ronde te winnen van de rechts-populistische Marine Le Pen.

Peilingen, ze geven een indruk van trends. Weg van religie of juist naar religie toe. Weg van populisme of juist naar populisme toe. Weg van politici die veel beloven of juist naar politici toe die veel beloven. Weg van politici die pleiten voor een sterke defensie of juist naar politici toe die het vredesdividend incasseren. Weg van politici die zich sterk maken voor de rechtsstaat en de democratie of juist weg van politici die het belang van de democratie en rechtsstaat relativeren om dat af te breken. Alles is op de politieke markt te koop.

Er zijn verschillen tussen westerse landen, want landen hebben hun kenmerken en specifieke partijpolitieke landschap. In een globaliserende wereld worden politieke  verschillen tussen landen kleiner. Tendenzen raken alle landen, maar niet in dezelfde mate. Nu lijkt onder invloed van een instabiele Trump die in vele geledingen van de Amerikaanse maatschappij tegenstand ondervindt de steun voor het Europese populisme af te nemen. Trump doet ook nog eens het tegenovergestelde van wat hij de kiezers voorspiegelde. Hij bestrijdt de grote banken en bedrijven niet, maar geeft ze een prominente plek in zijn kabinet. Dat is een teken dat kiezers in andere landen oppikken en als waarschuwing kunnen ervaren. Namelijk om niet te lichtzinnig te geloven wat populistische politici beloven. Trumps campagne en verkiezing gaf Europese populisten afgelopen half jaar wind in de zeilen, maar die wind lijkt nu uit een andere hoek te draaien. De hoek met een hunkering naar realisme en stabiliteit. Kiezers weten wat ze hebben, maar niet wat ze verliezen. Totdat de wind draait.

Foto: ‘Tijdens een hevige storm wierpen de golven het stoomschip “Kerkplein” op het strand bij IJmuiden, Nederland 1935.

Asscher valt Amsterdams stadsbestuur hard aan. Is de PvdA in paniek?

with one comment

PvdA-lijsttrekker en vicepremier van het kabinet Rutte II Lodewijk Asscher haalt hard uit naar het stadsbestuur van Amsterdam. Dat heeft uiteraard te maken met de verkiezingscampagne. Politieke partijen profileren zich ten koste van elkaar. Is de PvdA in paniek zoals onder meer SP-wethouder Laurens Ivens volgens een bericht in Het Parool zegt? Ivens zegt de aanval op het Amsterdamse stadsbestuur ‘goedkoop’ en ‘een vicepremier onwaardig’ te vinden. In de peilingen vechten PvdA en SP om de zesde plek achter PVV, VVD, D66, CDA en GL.

Asschers argumenten zijn lastig te volgen. Hij zegt dat Amsterdam een pretpark is geworden voor mensen met een grote portemonnee. Maar hij was tot november 2012 een invloedrijk wethouder en zelfs waarnemend burgemeester. Dus als het waar is wat hij zegt, dan heeft Asscher dat zelf helpen voorbereiden. Een stad met een eeuwenlange geschiedenis wordt niet ineens in vier jaar een pretpark voor de rijken. Asscher zegt ‘eerlijk tegen de mensen te zijn’, maar of de mensen zijn onnavolgbare redeneringen kunnen volgen is zeer de vraag: ‘Ja, we hebben de afgelopen jaren compromissen moeten sluiten, we komen uit een ongelooflijk moeilijke tijd en ik ben eerlijk tegen deze mensen, als je denkt dat politiek perfect is en dat je zelf nooit fouten maakt prima, dan zul je iedere keer op een andere partij stemmen.’ De kritiek op de PvdA is niet dat het fouten heeft gemaakt, maar dat het de eigen kernwaarden bij het oud vuil heeft gezet in de samenwerking met de VVD.

Written by George Knight

22 februari 2017 at 11:36

Kieskompas kent bizarre stellingen, maar heeft enig praktisch nut

with 3 comments

kk

Wat te doen met de uitslag van het Kieskompas? De uitslag in de onderste helft komt overeen met hoe ik tegen politieke partijen aankijk. Het populistische DENK, VNL, PVV, SP en PvdD, de theocratische SGP en de richting populisme wegglijdende VVD staan het verst van mijn bed. Voorzover kan ik de uitslag volgen. Op partijen waar ik het beste op scoor zoals 50Plus of PvdA zie ik mezelf echter niet snel stemmen. En hoe is het mogelijk dat 50Plus en GroenLinks die zo’n verschillende politiek voorstaan en redeneren vanuit zulke volstrekt andere wereldbeelden even hoog in mijn uitslag scoren? Wat wordt hier werkelijk gemeten?

Zijn de stellingen te simpel om voorkeur te meten, maar geven ze wel een redelijk beeld van iemands afkeer? Neem nou een stelling over Werk en Inkomen: ‘Het belastingtarief voor de hoogste inkomens moet omhoog’. Hoe moet men dit beantwoorden als men weet dat onderzoeken uitwijzen dat dat de inkomensongelijkheid in Nederland relatief klein is, dat een hoger tarief voor de hoogste inkomens op de totale belastingopbrengsten weinig uitmaakt, maar dat een harde aanpak van de belastingontwijking van rijken en bedrijven tot veel meer inkomsten leidt? Maar er wordt niet gevraagd naar de aanpak van belastingontwijking. Gaat men in het antwoord dan mee in de symboliek zoals men denkt dat die bedoeld wordt of zet men het realisme voorop?

Een hilarische stelling gaat over Verkeer: ‘Vanaf 2015 mogen in Nederland alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden.’ Dat wordt lastig voor iemand die een brood, fiets, boot, driewieler of boek wil kopen en naar de winkel stapt. Als de vraag letterlijk wordt opgevat dreigt het volgende antwoord: ‘Nee, dat zal niet gaan, het is nu 2025, en in Nederland mogen alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden’. De vragen moeten dus niet letterlijk genomen worden. Ze moeten geïnterpreteerd worden. Maar in welke mate?

Neem de stelling over Immigratie: ‘Zwarte piet moet roetveegpiet worden’. Best dat Zwarte Piet voortaan het uiterlijk van een roetveegpiet heeft. Laat het zich in die richting ontwikkelen. Maar staat dat ‘moet’ met een notie van dwang en machtsuitoefening niet haaks op een geleidelijke maatschappelijke ontwikkeling naar de roetveegpiet die ik de beste optie vind? Ook om maatschappelijke verschillen te overbruggen. Wat te antwoorden als men voor de roetveegpiet is, maar tegen dwang die ‘moeten‘ oproept? Zonder buitentextuele interpretatie kan de keuze zonder van mening te veranderen evengoed naar ‘eens‘ of ’oneens‘ leiden.

Het ziet er dus naar uit dat men de uitslag van het Kieskompas met een korrel zout dient te nemen. Het is onduidelijk wat het meet. Het instrument lijkt te grof om meer dan een ruwe indicatie van iemands politieke voorkeur te geven. Interessant is wel dat het in mijn geval de partijen eruit filtert waar ik het minst mee heb of die het verst van mijn politieke opvattingen afstaan. Dat is knap van het Kieskompas. Nu nog kalibreren.

Foto: Schermafbeelding van de overeenkomst met politieke partijen, na invullen Kieskompas,

Written by George Knight

15 februari 2017 at 13:41

Referendum als excuus en stootkussen om de politiek terzijde te schuiven

with 2 comments

bi

 

Business Insider Nederland biedt wekelijks een debat tussen aankomend politicus Thierry Baudet (FvD) en kamerlid Stientje van Veldhoven (D66) over een specifiek onderwerp. Deze week het referendum.
Dat vraagt om commentaar:

Het debat over wel of geen referendum is een schijndebat. Waarom Stientje van Veldhoven zich in een debat laat lokken met Baudet is ook de vraag. Ze zou beter moeten weten.

De sinds zomer 2015 nieuwe voorstanders van het referendum lieten zich immers eerder leiden door de politieke en commerciële (Geen Stijl) kansen die het op 1 juli 2015 ingevoerde Wet Raadgevend Referendum bood dan door hun democratische gezindheid. Dat laatste wordt gebruikt als voorwendsel voor het eerste. Dus daarom is het krom om een debat aan te gaan met iemand van wie de democratische gezindheid in zijn politieke functioneren niet vooropstaat, maar die wel anderen op dit aspect de maat meent te kunnen nemen.

Het antwoord op de vraag die een meerderheid van de Nederlandse bevolking bezighoudt is hoe de politiek dichter bij de burger gebracht kan worden. Dus hoe de machtsdeling met de burger vergroot en de macht van de politieke partijen verminderd kan worden. Of dat via vormen van directe of representatieve democratie gerealiseerd kan worden is secundair.

De vraag over het referendum wordt zo in praktische zin een afleiding voor echte veranderingen van het politieke bestel. Die verder gaan dan lippendienst. De populistische splinterpartijen gebruiken de roep om het referendum om zich ermee te profileren en in te vechten in de gevestigde politieke orde waar ze tot toe willen treden door aan te schoppen tegen die gevestigde politiek. Ook een generatieconflict en een gebruikelijke carrièrestap voor aspirant politici. Sommige behoudende traditionele politieke partijen gebruiken het referendum als excuus en stootkussen om geen fundamentele maatschappelijke veranderingen door te voeren. Progressieve politieke partijen willen die veranderingen wel, maar laten zich afleiden door een eindeloos debat over de vormgeving ervan.

Wat te doen? De oplossing zit ‘m niet in het referendum, maar in de druk op de gevestigde politiek om de macht met de burger te delen. Geen enkele organisatie levert ooit zonder tegenprestatie een deel van de macht in. Met het Nederlandse veelpartijenstelstel is de representatie rvan de burgers redelijk verzekerd. Het echte debat gaat over sociaal-economische onderwerpen, zoals inkomensgelijkheid, belastingdruk en belastingontwijking, huisvesting, onderwijs, werk en gezondheid, klimaat en gezondheid.

Een partij als D66 moet niet bang zijn om kritiek te hebben op het referendum. Niet om het af te schaffen, maar door het belang ervan niet te overschatten. Maar wat D66 vooral niet moet doen is zich door een andere partij tot een schijndebat laten verleiden waarin beide kanten weten dat het een schijnvertoning is. Maar wat ze om uiteenlopende redenen de kiezer niet kunnen bekennen omdat ze eigen, specifieke electorale redenen hebben om het debat over het referendum in de lucht te houden. Als luchtkasteel.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelStientje van Veldhoven: ‘Thierry Baudet gebruikt referenda om de politiek terzijde te schuiven’ op Business Insider Nederland, 31 januari 2017.

Ondraaglijke lichtheid van Amnesty Nederland directeur Nazarski

with 15 comments

pw

Eduard Nazarski van Amnesty International Nederland geeft een interview aan RTL Nieuws en trekt fel van leer. Hij geeft dit nieuwsmedium aanleiding om bovenstaande kop te maken. Die schadelijk is voor Rutte. Het is een citaat dus aangenomen kan worden dat Nazarski dit zo gezegd heeft. Het kan best dat Wilders en Rutte de rechtsstaat ondermijnen, maar in elk geval doen ze dat niet op dezelfde manier en met identieke grofheid.

Iedereen met een klein beetje politiek inzicht zal de verschillen tussen Wilders en Rutte ten aanzien van de rechtsstaat op kunnen noemen, zoals de vrijheid van godsdienst of de positie van minderheden. Het lijkt er sterk op dat Nazarski dat inzicht mist of de indruk wil wekken dat hij dat inzicht mist. Dat lukt hem goed. Nazarski is te grof in zijn kritiek op Rutte die hij ook nog met het beleid van Trump verbindt, terwijl het kabinet Trump juist veroordeelt met betrekking tot onder meer het inreisverbod voor moslims.

Verschillen benoemt Nazarski niet. Wat hij beoogt is onduidelijk. Behalve publiciteit voor zijn eigen organisatie genereren. Zeker was ‘de brief van Mark’ ongelukkig en had vanwege de selectieve hufterigheid beter niet geschreven kunnen worden. Ook hier was er kritiek op. Het was een valse start van de campagne. Dat leidt echter niet tot het beeld dat Nazarski schetst dat Wilders en Rutte van hetzelfde laken een pak zijn. Dat zijn ze niet. Door ze als het over rechtsgelijkheid en de rechtsstaat gaat in dezelfde adem te noemen bereikt hij het omgekeerde van wat hij wil bereiken. Namelijk het bevorderen van partijen die zich sterk maken voor de mensenrechten. Nazarski doet het omgekeerde door Rutte onnodig naar het niveau van Wilders te trekken. Ook nog eens in campagnetijd waarin een inmenging als dit al snel als partijpolitiek kan worden opgevat.

Nazarski komt over als een beroerde politieke strateeg die in algemeenheden praat en in verontwaardiging de nuance verliest. Of hij een goede directeur van Amnesty Nederland is valt te bezien. Men kan twijfels hebben over een directeur die onvoldoende kan onderscheiden en slecht afweegt wat het effect van zijn woorden is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWilders én Rutte ondergraven onze rechtsstaat’’ van RTL Nieuws, 31 januari 2017.

Kiezers twijfelen. Amsterdams onderzoek bevestigt dat PvdA afstevent op slecht verkiezingsresultaat

with 2 comments

In Amsterdam zweven nog veel kiezers, zo blijkt uit onderzoek van de afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek van de gemeente. Zeven weken voor de verkiezingen van 15 maart weet 76% van de kiezers nog niet op welke partij te gaan stemmen. Dat is slecht nieuws voor de PvdA die van oudsher een machtsbasis had in de grote steden. De stemmers op die partij twijfelen, ze lopen over naar een andere partij of blijven thuis. Gemotiveerd om op de PvdA te stemmen lijken ze niet. Dat bevestigt het beeld in de peilingen van een slecht presterende PvdA die in het kabinet Rutte II vermalen is door de VVD. Hoewel dat niet eens realiteit hoeft te zijn. Waar die stemmen terechtkomen is onduidelijk. Opvallend is dat Groenlinks en D66 het betrekkelijk goed doen in Amsterdam. Maar in zeven weken kan nog veel veranderen. De campagne moet nog op stoom komen.

Written by George Knight

29 januari 2017 at 11:29

Kiezen tussen D66 en GroenLinks. Hoe de stemkeuze beredeneren?

with 2 comments

look_outs_aboard_hms_ashanti_whilst_escorting_a_russian_convoy_march_1942-_a8202

Gisteren vroeg iemand me op FB wie goed en wie slecht is. Dat naar aanleiding van m’n commentaar op de brief van Mark Rutte en de selectieve hufterigheid die ik met velen daarin las. De laatste 24 uur wordt die hufterigheid van de VVD nog eens extra benadrukt door de nieuwste ontwikkelingen over de Teevendeal (‘de bonnetjesaffaire’) als gevolg van de onderzoeksjournalistiek van Bas Haan van Nieuwsuur. Het verschil tussen mooie verkiezingspraatjes en de werkelijkheid, tussen schijn en wezen, kan bijna niet groter zijn. De timing zit de VVD tegen. De mooie woorden van Rutte tonen nog potsierlijker en meer misplaatst dan ze al waren.

Iemand schreef op FB: ‘Iedereen moet maar zijn eigen keuze maken, de politiek is toch niet te vertrouwen.’ Daar antwoordde ik op: ‘Nou, dat is weer te veel van het goede. Het gaat om het verschil tussen goede en slechte politiek.’ Waarop dus de vraag aan me gesteld werd wat dan goede en slechte politiek was. Ik kwam niet weg met het antwoord dat iedereen dat maar voor zichzelf moet uitmaken. Uiteindelijk antwoordde ik: ‘Ik kan hooguit zeggen welke partijen op dit moment op m’n shortlist staan. Dat zijn D66 en GroenLinks. Maar ik zou daarmee niet willen suggereren dat dat goede partijen zijn.’ Met de belofte om dat nader toe te lichten. 

Partijen in het politieke landschap van Nederland lijken nog meer dan anders in te delen in tegenstellingen die niet exclusief zijn. Anders gezegd, partijen kunnen op de ene tegenstelling niets gemeenschappelijk hebben, maar op een andere tegenstelling raakvlakken of overeenkomsten vertonen. Dat maakt het vergelijken van partijen lastig. De volgende tegenstellingen zijn aan te wijzen als de belangrijkste kenmerken: 1) links-rechts (sociaal-economie; 2) progressief-conservatief (sociaal-cultureel; identiteit); 3) pro- en anti-EU; 4) religieus-vrijzinnig; 5) democratisch-anti-democratisch; 6) kwaliteit en doelmatigheid van leider en partijorganisatie.

Niet iedere kiezer vindt voor de eigen afweging hetzelfde kenmerk even belangrijk. Waar de één de relatie tot de EU vooropzet, zet de ander de economische situatie centraal. Of het religieuze karakter van de partij of het idee over identiteit en nationalisme. En op een bepaald kenmerk kan men natuurlijk ook verschillend denken.

Op mijn huidige shortlist fungeren de twee als links-liberaal te omschrijven partijen D66 en Groenlinks (GL). Ze hebben veel gemeen, maar verschillen ook sterk. Ze zijn de twee meest uitgesproken pro-EU partijen (3). Sociaal-economisch is D66 rechts en GL links (1). Sociaal-cultureel zijn ze allebei progressief (2). Ook zijn ze vrijzinnig (4). D66 is een door en door democratische partij, GL kent anti-democratische elementen. Of liever gezegd D66 steunt het idee van democratie onvoorwaardelijk, terwijl daar bij GL met een oude kern van anti-democratische kaderleden twijfel over bestaat (5). D66 is een coherente partij met een niet al te aansprekende leider, terwijl GL een onsamenhangende partij met gefragmenteerd gedachtengoed en een sterke leider is (6).

Deze opsomming geeft aan hoe lastig kiezen het al is tussen twee partijen die programmatisch dicht bij elkaar liggen. Het is niet makkelijk te beantwoorden wat een kiezer het zwaarste moet laten wegen. Tegen het einde van een campagne wordt de inschatting van de kwaliteit van partij en leider steeds belangrijker. Hoe opereren ze strategisch en sorteren ze verstandig voor op de onderhandelingen na de verkiezingen? De PVV kan de grootste of op een na grootste partij worden, maar heeft zich buitenspel gemanoeuvreerd door een harde politieke en persoonlijke toon naar de andere partijen. Fouten worden afgestraft en kiezers haken graag aan bij een leider of partij die het beeld van een winnaar vertoont en perspectief heeft voor na de verkiezingen.

Als Jesse Klaver (GL) zich in m’n ogen niet waarmaakt of de beslissing neemt om de toenadering van de PvdA en SP te gedogen en goed te praten zal ik in gedachten GL van mijn shortlist schrappen. Als Alexander Pechtold (D66) teleurstelt in debatten of interviews dan maakt dat nog geen verschil omdat zijn kwaliteit niet de reden is dat D66 op mijn shortlist staat. Maar als D66 als partij beslissingen neemt over vrijzinnigheid, de EU of directe democratie die afwijken van wat ik van die partij op z’n minst verwacht, dan schrap ik D66. Nieuwe partijen kunnen op m’n shortlist komen als ze de kenmerken vertonen die ik van een partij verwacht. Rechts-populistische of christen-democratische partijen zullen dat niet zijn omdat die voor mij de verkeerde kenmerken vertonen. Als op 15 maart 2017 geen enkele partij meer op mijn shortlist blijkt te staan, dan ga ik niet stemmen. Niet door een tekort aan politieke interesse, maar vermoedelijk door een teveel eraan.

Foto: Uitkijkposten aan boord van HMS Ashanti dat een Sovjet-convooi escorteert, maart 1942.