George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Pim Fortuyn

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Advertenties

Pim Fortuyn 15 jaar later. Is een eerlijke vergelijking met zijn opvolgers Wilders, Roos, Dijkgraaf, Baudet mogelijk?

leave a comment »

Laten we Pim Fortuyn niet vergelijken met types als Geert Wilders, Jan Roos, Jan Dijkgraaf en Thierry Baudet. Die zijn van een ander kaliber. Fortuyn wordt in de Nederlandse publiek opinie niet meer vernederd of gedemoniseerd. Hij heeft zijn plek ingenomen. Hij is gecanoniseerd en daarmee bijgezet als monument. Door de geschiedenis getemd. Hij wordt nu met een patina van nostalgie bekeken. Want was 2002 niet het eind van de jaren ’90 waarin het geld tegen de plinten klotste? Na Fortuyn kwam de calvinistische tovenaarsleerling Balkenende die excelleerde in onbegrijpelijk taalgebruik. De herwaardering van Fortuyn heeft echter iets vals omdat het tegelijk de kans geeft om de opvolgers van Fortuyn te wegen en door de mand te laten vallen.

Het pad voor Wilders is geëffend door Fortuyn, maar Wilders heeft van die kansen slecht gebruik gemaakt. Hij heeft de PVV niet tot een slagvaardige organisatie opgebouwd. Dat valt alleen Wilders te verwijten. De PVV draagt geen visie op Nederland uit, maar uitsluitend op het voortbestaan van de eigen politieke partij. De PVV is een partij die aan de hand van marketing de peilingen volgt. Op de schouders van Wilders dreigden Roos, Dijkgraaf en Baudet te stappen. Dat zijn halfslachtige pogingen gebleken, waarbij Baudet nog het meeste succes heeft. Maar zijn 2 zetels in de Tweede Kamer staan in schril contrast tot de 26 zetels voor de LPF in 2002 of de 9 zetels voor de PVV in 2006. Het kan in decennia groeien zoals ook de SP met 2 zetels begon.

Het lijkt onmiskenbaar dat Fortuyn bravoure, durf, plezier, visie, intellectuele scherpte, doelgerichtheid en populariteit had die zijn navolgers deels missen. Wilders mist de durf -om een organisatie op te bouwen-, de speelsheid en de intellectuele visie. Baudet mist de populariteit, zit verstrikt in zijn eigen arrogantie, en heeft in beton gegoten standpunten over de natiestaat en de EU die hem zowel stutten als hinderen om flexibel op politieke ontwikkelingen te kunnen reageren. Roos heeft alleen bravoure en Dijkgraaf mist alle kwaliteiten.

Fortuyn gaf in 2002 het idee dat hij een geloofwaardig premier zou zijn en zin had om er iets van te maken. Hij gaf zelfs de indruk er volop plezier aan te beleven. En als iets niet te realiseren was zei hij dat eerlijk tegen zijn achterban. Die openheid ontbreekt bij types als Baudet, Wilders, Roos en Dijkgraaf die te berekenend zijn en daarom blokkeren. Dat geldt trouwens voor de hele klasse huidige politici. Daarom kan men niet zeggen dat Nederland niets heeft geleerd van de moord op Fortuyn. Het ligt aan de mindere kwaliteit van genoemde radicaal-rechtse politici en niet aan externe omstandigheden dat ze niet dezelfde aantrekkingskracht hebben op de Nederlandse bevolking. Wilders is wat sleets geworden en lijkt zijn tijd uit te dienen en de generatie Baudet bevindt zich nog meer in de marge dan Wilders. Pim Fortuyn stierf voordat hij teleur kon stellen.

Foto: Pim Fortuyn.

Electoraal poolen als middel om macht van partijpolitiek te verkleinen en van burger te vergroten

leave a comment »

Heeft Geert Wilders de verruwing van de politiek op zijn geweten? Dankzij het voorbereidend breekwerk van Pim Fortuyn in 2001-2002. Nee, want het onderschat de continuïteit. Of de gemiste kansen daarop. Vanaf 1994 toen het eerste paarse kabinet aantrad hebben politieke partijen kansen op politieke hervormingen geblokkeerd. Ze zijn hoofdzakelijk bezig met positionering, onderlinge relatie en het eigen voortbestaan. In dat autisme geven de gevestigde partijen de partijpolitiek een slechte naam en een stempel van behoudzucht.

De populistische PVV voegde zich in dat politieke klimaat. Met een ruwe toon zocht het als nieuwkomer de grens van het betamelijk op. Maar dat gebeurde binnen de voorwaarden van een stagnerende politiek die zelf al de ramen had gesloten voor hervormingen. En de machtsdeling met en inspraak van de burger afwees. De zittende politiek blokkeerde zelfs kleinschalige experimenten. Zoals het burgemeestersreferendum.

Het succes van de PVV is het tekortschieten van de politiek. Moet men dat de PVV of de rest verwijten? Het is niet de tragiek dat nationalistisch-rechts nu cultureel de macht opeist, maar dat de middenpartijen geen plek wisten te vinden voor opvattingen zonder uitsluiting van anderen. Dan was ook het bestaansrecht van Wilders afgenomen. Critici van Wilders worden ongewild onderdeel van de polarisatie die ze zeggen te bestrijden. Daarom ligt de oplossing voor Wilders niet in de kritiek op hem, maar in de uitwerking van een alternatief.

Oplossing is een open politiek systeem dat de middenpartijen dient. Een systeem dat het accent verlegt van de partijpolitiek naar een burgerbeweging. Zodat de invloed van burgers op de partijen toeneemt en de macht van de partijen op de samenleving en het openbaar bestuur afneemt. De macht behoort bij de burgers te liggen, niet bij de 2% van de bevolking die partijlid is. Want deze dienen niet het algemeen belang, maar zijn in hun achterhoofd altijd bezig met positionering, electorale overwegingen, partijbelang en -continuïteit.

Het klinkt als een scherts, maar politiek is te belangrijk om aan politieke partijen over te laten. Door experimenten op lokaal niveau kunnen machtsdeling en inspraak vergroot worden. Experimenteer maar eens met een ‘dienstplicht’ in het openbaar bestuur. Of met een kiessysteem zoals het ‘electoraal poolen’. Kiezers gebruiken dan een partijenprogramma als bouwsteen, als handelswaar. Niet langer als een ultieme waarheid. Die achteraf toch nooit een waarheid is. En in steeds meer gevallen dat zelfs vooraf al niet meer is.

In 2010 kwam ik met het voorstel van ‘electoraal poolen’. Ik lanceerde het om het centrum te versterken, het belang van partijen te relativeren en de burger in de bestuurdersstoel te krijgen. Dat poolen komt erop neer dat kiezers met een gedeelde voorkeur elkaar vinden en samen als pakket stemmen. Ze nemen het initiatief van de partijpolitiek over dat niet langer als eindresultaat, maar als halffabricaat wordt beschouwd. Stel dat kiezer A twijfelt tussen D66 en PvdA, kiezer B tussen D66 en GroenLinks en kiezer C tussen GroenLinks en PvdA. In dit voorbeeld spreken ze dan samen af om 1 stem op zowel D66, PvdA als GroenLinks uit te brengen. Het voorbeeld kan uitgebreid worden over meer kiezers en in andere combinaties. Jongerenbeweging G500 probeerde in 2012 een oplossing van gesplitste stemmen uit en noemde het de stembreker. Omdat het te ingewikkeld was sloeg het niet aan. Het stond ook haaks op het idee van electoraal poolen dat de macht terug wil geven aan de burger zonder het te institutionaliseren in een pseudo-politieke partij of beweging als G500.

Doorgaans staan kiezers niet achter alle standpunten van een partij en zouden ze loyaliteit willen verdelen. Kiezers willen zich aan de dwang en het keurslijf van de partijpolitiek ontworstelen. Tegelijk beseffen ze dat partijpolitiek noodzakelijk is voor de samenhang en een rode lijn. Partijen presenteren hun gedachtegoed echter als totaalpakket. Als kiezers daarin een splitsing zouden kunnen aanbrengen biedt dat zicht op een hybride politiek stelsel waarin partijpolitiek bouwstenen biedt waarmee de burger gaat bouwen. De politicus wordt dan aannemer-uitvoerder en de burger architect-eigenaar van het politieke bestel. Vergeleken met nu is dat een verandering omdat de partijpolitiek zich als systeem-eigenaar gedraagt en dat materialiseert door functies in het openbaar bestuur zonder tussenkomst van de burger vastbesloten voor zichzelf op te eisen.

Bouwstenen kunnen standpunten zijn die het financieel eigenbelang dienen, het snelst renderen of het best bij iemands karakter passen. Het kan vanuit een moraal ook een hoger -rond een thema gerangschikt- belang inhouden door te streven naar een duurzame agenda, een veiligheidsagenda of een solidariteitsagenda die slechts gedeeltelijk uitgaat van het eigenbelang. Een positief effect is dat de lange termijn strategie daardoor belangrijker wordt dan partijprogramma’s met een horizon van maximaal vier jaar kunnen realiseren.

De tussenvorm van het electoraal poolen dat politieke partijen met hun in beton gegoten partijprogramma’s ongemoeid laat -maar toch aan hun almacht knabbelt- biedt voorlopig het meeste perspectief om het belang van de partijpolitiek te relativeren en de macht van de burger te vergroten zonder het politieke bestel hevig op te schudden. Wat politiek dus onhaalbaar is. Software van Liquid Feedback bevat al uitgewerkte toepassingen om minderheidsstandpunten in een technische omgeving van E Democracy (internet-democratie) te wegen. Ook voor die vernieuwingen heeft de burger de medewerking van de in zichzelf gekeerde partijpolitiek nodig.

Foto: Steenfabriek Evere (Brussel), ansichtkaart 1906.

Het schijnpopulisme van DENK en PVV als dekmantel

with 4 comments

poster-patriot-the-1928_02-1

Ik zal niet op haar stemmen, maar ik heb wel waardering voor de strijd van Sylvana Simons. De haat op sociale media tegen haar begrijp ik niet. Simons heeft kritiek op DENK dat ze eind 2016 verliet. Het zou een partij voor Turkse Nederlanders zijn zonder dat DENK dat erkent. Toen ik de StemWijzer invulde stond tot mijn verrassing Artikel 1 zelfs op mijn tweede plek. Overigens bevat de StemWijzer normatieve en sturende vragen (’17. De regeling voor de aftrek van de hypotheekrente moet niet verder worden ‘aangetast”) en valt het te bezien of er waarde aan moet worden toegekend. In mijn ogen is het een te grof middel om politieke voorkeur te meten. Het is triest en tekenend dat zo’n speeltje blijkbaar nodig geacht wordt om de kiezers bij de politiek te trekken. Initiatiefnemer ProDemos onttrekt zich niet aan de tijdgeest van sexy, snel en hapklare brokken.

DENK is een soort PVV te zijn die het moet hebben van kritiek en niet van creatief meedenken. DENK en PVV bestaan in marketing en poppetjes, maar niet in inhoud. Bij de PVV is dat trouwens slechts één poppetje, Geert Wilders die vanuit zijn ivoren toren op Twitter campagne voert. En zoals Amerikaanse media in de eerste fase van de campagne door overmatige aandacht Trump op het schild hesen, zo houden Nederlandse media niet op aandacht te besteden aan de persoon Wilders. Onbewust helpen ze groot te maken wat ze menen te bekritiseren. Of liever gezegd, de publieke figuur ‘Wilders’ die zich profileert als islamkritisch en kritisch is op alles van rechts tot links zonder ergens warm voor te lopen en een hart voor te hebben. De rest van de PVV is niet-bestaand. Wanneer zien we interviews met de andere 30 kamerleden die namens de PVV in de kamer kunnen komen? Nooit. Zoals de PVV een partijprogramma heeft dat op één A4-tje past, zo maakt Simons duidelijk dat DENK vooral tegen is, maar niet nadenkt over oplossingen of ideeën ontwikkelt. DENK legt geen verbindingen naar andere partijen en de samenleving die anders is dan electorale binding van de doelgroep.

De paradox is dat partijen als DENK en de PVV pretenderen namens het volk te spreken, maar zich in hun marketing helemaal niet op het volk richten, maar op hun achterban die door de atypische samenstelling geen dwarsdoorsnede van het volk is. Dit soort partijen wordt populistisch genoemd, maar als dat betekent het in naam van het volk spreken, dan zijn de PVV en DENK eerder te omschrijven als schijnpopulistische partijen.

DENK is opgericht door Turkse-Nederlanders, verbreedde zich door het aantrekken van de Marokkaanse- Nederlander Farid Azarkan tot islamitisch en probeerde zich toen door de Surinaamse-Nederlander Simons te verbreden tot allochtonenpartij. Maar in de kern blijft het een partij van Turkse-Nederlanders waar voor de marketing laagjes vernis overheen zijn geschilderd. De PVV volgde een soortgelijke ontwikkeling en opbouw. Rond een islamkritische kern probeerde de partij zich met linkse, sociaal-economische onderwerpen zoals zorg, AOW en uitkeringen te verbreden en de achterban van sociaal achtergestelden die overwegend negatief tegen de toekomst aankijken te ronselen, en vast te houden. Dat lukt volgens de peilingen goed, maar de kern blijft islamkritiek en de kern van de achterban zijn mensen die de kritiek op vluchtelingen en moslims delen.

Door partijen als DENK en PVV in de beeldvorming niet langer te beschouwen als populistisch, maar als schijnpopulistisch of pseudo-populistisch wordt een misverstand opgeruimd. Onderzoeker Paul Lucardie omschreef in 2007/9 in zijn studie ‘RECHTS-EXTREMISME, POPULISME OF DEMOCRATISCH PATRIOTISME?’ het populisme niet als ‘een complete ideologie (zoals liberalisme of socialisme) maar een ‘dunne’ ideologie die meestal vastgeplakt wordt aan een ‘dikke’ ideologie of elementen daaruit.’ Populisme bestaat niet op zichzelf, maar verbindt zich altijd met een ‘dikkere’ ideologie. Lucardie typeert de beweging die Geert Wilders of Pim Fortuyn vertegenwoordigen als ‘democratisch patriotisme’. Waarbij de PVV sinds 2007/9 niet heeft stilgestaan en zich duidelijk in nationalistische richting heeft ontwikkeld. Het lijkt met de ‘minder, minder’-uitspraak van Wilders in een gematigd rechts-extremistische hoek verzeild te zijn geraakt. Hoe tegenstrijdig dat ook klinkt.

Sommigen vinden de negatieve lading van de term populisme voldoende om partijen te omschrijven. DENK en PVV komt de redelijk gunstige, maar verhullende typering populisme -die electoraal als geuzennaam gebruikt kan worden- echter niet toe. Want het ontneemt het zicht op waar het deze partijen werkelijk om te doen is: verdeeldheid zaaien, het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen door uitsluitend de eigen achterban te bedienen en het heimelijk aanhaken bij een ‘dikke’ ideologie. Dat heeft niets met het volk te maken.

Foto: Neil Hamilton in The Patriot (1928) van Ernst Lubitsch.

Hoe zit het met de negatieve partijaanhang in Nederland? Bij de tegenpartijen PVV en SP

leave a comment »

pe

Peil.nl van Maurice de Hond concludeert uit onderzoek in een bericht ‘De Stemming van 8 mei 2016’: ‘Wat er in de VS rond Trump electoraal gebeurt lijkt op datgene wat in veel landen het geval is. Het doet ook denken aan wat er in 2001-2002 met Fortuyn in Nederland is gebeurd (inclusief de onderschatting door media en andere politieke partijen). Het electoraat van Trump lijkt behoorlijk op dat van de PVV. Dat is ook terug te zien in de resultaten van de volgende vraag. Terwijl in Nederland men massaal voor Clinton (70% tegen 21%) kiest als men tussen Clinton en Trump moet kiezen, zien we alleen bij de PVV-kiezers een voorkeur voor Trump.’ Het heeft te maken wat hoogleraar Cok Vrooman in een bericht in NRC ‘sociale achterblijvers’ noemt. Ze hebben reden tot klagen over economische verschillen, de elite en Europa. Dat vertaalt zich in een stem tegen.

Los van het feit dat ik niet tot de achterban van een politieke partij behoor en dus niet meegewogen word vind ik de vraagstelling merkwaardig omdat een vierde mogelijkheid ontbreekt. Het is nog geenszins uitgemaakt of dit de definitieve ticket wordt. Sanders heeft nog een kleine kans om van Clinton te winnen en er kunnen zich nog andere kandidaten aanmelden. Bijvoorbeeld door een splitsing of opstand in de Republikeinse partij. Het is daarom opvallend dat Peil.nl een eindstrijd tussen Trump en Clinton framed waarvan het nog de vraag is of die er zo uitziet. Opiniepeilingen zijn momentopnames waaraan niet te veel waarde toegekend moet worden, maar als de uitgangspunten niet eens vaststaan wordt het er nog onvoorspelbaarder en irreëler op.

Politicoloog Larry Sabato constateerde in de keuze tussen Trump en Clinton ‘negative partisanship’. Men kiest voor de ene kandidaat niet uit positieve gevoelens, maar om de ander weg te stemmen. Veel aanhangers van Trump en Clinton zijn er vooral op gespitst om de ander dwars te zitten. Interessant zou zijn om te weten hoe het ligt met die negatieve partijaanhang in Nederland. Onderzoek zou kunnen uitwijzen dat kiezers op de PVV of SP niet zozeer voor die partijen kiezen vanuit positieve gevoelens of het partijprogramma, maar vanwege het besef van het eigen sociale achterblijven. Daaruit volgt het dwarszitten van wat het als ‘de elite’ ziet en een stem voor een tegenpartij. Peil.nl hint op deze mogelijkheid als het concludeert dat goed is te zien dat ‘de eigen inschatting van de kansen en bedreigingen invloed heeft op de politieke voorkeur’, maar vertaalt dat te eenduidig en te veel beredeneerd vanuit positivisme naar een voorkeur voor Trump of Clinton.

Foto: Schermafbeelding van fragment uit ‘De Stemming van 8 mei 2016’ van Peil.nl.

Oude tijden herleven: Nederland gidsland. Stop op wapenexport naar Saoedi-Arabië

leave a comment »

Nederland gidsland is dat iets van voor de Fortuyn-revolte van 2002? Godzijdank niet, Nederland heeft nog steeds een geweten en kan als het wil een voorbeeld zijn voor andere landen. Zoals bij het terughoudend omgaan met wapenexport. Het doet de nationale trots opzwellen. Nederland is zeker geen onbelangrijke wapenexporteur. Het stond in 2014 op de 11de plaats van grootste wapenexporterende landen ter wereld. In Nederland is alles in alle opzichten nu eenmaal handel. Maar er past uiteraard een kanttekening. Want de Nederlandse wapenexport naar Saoedi-Arabië is klein, zoals een bericht in het FD verduidelijkt. Daar kunnen de Nederlandse politiek en economie zich geen buil aan vallen. Het is dan ook briljant om met een wapenstop naar Saoedi-Arabië een gunstige pers te halen. Subliem is om daarvoor het foute Saoedi-Arabië uit te kiezen.

Petitie: ‘Nederland tegen Trump’ is sympathiek, maar onwerkbaar

leave a comment »

dt

Geen misverstand dat de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump een abominabel politicus is. Van het type dat benoemen boven oplossen, en zelfgerichtheid boven samenwerking stelt. Wellicht zinvol bij het openbreken van vanzelfsprekendheden en machtsverhoudingen, maar daarna een blok aan het been van de samenleving. Kortom, het gaat hier om een sympathieke petitie, die echter toch niet door de beugel kan.

Als de VS met Trump een plee-figuur willen slaan dan hebben ze die vrijheid. Zoals vele landen met hun leiders tegenwoordig een plee-figuur slaan. Een term waarmee Frits Bolkestein (VVD) in 2002 verwees naar Fortuyn: ‘Ziet u Pim Fortuyn al staan naast de Duitse Bondskanselier Schröder, de Franse president Chirac en de Britse premier Blair? God verhoede dat dat gebeurt. Nederland zou een pleefiguur slaan’. Achteraf is gebleken dat Schröder (Gazprom), Chirac (talloze gevallen van fraude) en Blair (Irak-beleid) door de mand zijn gevallen en slaan ze met terugwerkende kracht een plee-figuur. Als overjarig orakel slaat Bolkestein zelf ook af en toe een plee-figuur door zich over zaken uit te spreken waar hij geen verstand van heeft. Of waar hij niks mee te maken heeft, maar zich toch meent mee te moeten bemoeien. Zoals in 1997 in zijn befaamde ‘Beste Els’-brief waarin hij lobbyde voor het Amerikaanse pharmaciebedrijf Merck Sharp & Dohme.

Het kan niet dat de Nederlandse regering zich uitspreekt tegen Trump. Maar het zal ook niet helpen. Ook is dan het einde zoek. Want dan moet Nederland zich tegen allerlei leiders uitspreken waarvan de regering vindt dat die een plee-figuur slaan. De diplomatie kan dan opgedoekt worden. En wat als andere landen zich over Nederlandse leiders uitspreken omdat ze menen dat Rutte, Samsom, Asscher, Plasterk of Wilders een plee-figuur slaan? Wat moeten de gevolgen zijn? Levenslange schorsing uit de politiek? Dat Donald Trump als president een rampzalige buitenlandse politiek zal voeren die nog schadelijker voor Europa zal zijn dan de buitenlandse politiek van president Obama is niet onwaarschijnlijk. Maar we kunnen er niets aan veranderen.

dp

Foto 1: Schermafbeelding van petitieNederland tegen Trump’ op petities.nl.

Foto 2: ‘A woman wears a shirt reading “Trump-Putin ’16” before a rally for Republican presidential candidate Donald Trump at Plymouth State University, Feb.7 in Plymouth, New Hampshire’. Credits: AFP.