NYT spit Trumps belastingaangiften door en bevestigt beeld dat hij een beroerde zakenman is die gevoelig is voor buitenlandse druk

De New York Times komt met een uitgebreid artikel over de persoonlijke en zakelijke aangiften van de inkomstenbelasting van president Trump. Die hij ondanks toezeggingen niet openbaar maakte. De reden waarom hij dat niet deed is duidelijk. Trump is niet de zakenman die hij zegt te zijn. Hij maakt meer verlies dan winst. Toch staat zijn conglomeraat van ondernemingen nog -wankelend- overeind. Maar juist dat maakt hem kwetsbaar voor (buitenlandse) druk. Dat is het wonder Trump, en eigenlijk van de Amerikaanse belastingwetgeving die niet met gelijke maten meet.

Er valt uit het onderzoek veel af te leiden, maar geen hard nieuws dat Trump op heterdaad betrapt en hem zal beschadigen. Geen Kremlin-connectie (wel is er de Miss Universe verkiezing in Moskou) of witwas-praktijken van Russisch maffiageld via de verkoop van Amerikaans vastgoed. De focus is fiscaal en niet crimineel. Wel wordt opnieuw benadrukt dat Trump een waardeloze zakenman is.

De ’smoking gun’ waar iedereen op wacht wordt niet geleverd. Dat heeft ook te maken met verwachtingen en belastingmoraal. De lat voor Trump ligt in dit opzicht zo laag en door allerlei berichten van de afgelopen jaren is al veel bekend geworden, dat het door velen als meer van hetzelfde zal worden beschouwd. De verdienste van het Times-onderzoek is dat het de feiten overzichtelijk op een rijtje zet. Daar kunnen andere onderzoekers de komende tijd verder mee aan de slag.

Al jaren is bekend dat Trump een beroerde zakenman is die eerder speelt dat hij een tycoon is dan dat hij dat werkelijk is. Dat wordt door dit onderzoek bevestigd. De belastingwetgeving die mede door notabene president Obama verruimd is geeft Trump de mogelijkheid om geen belasting te betalen wegens opgevoerde verliezen in eerdere jaren. Dat is een perverse moraal die verder gaat dan de kwestie-Trump, hoewel Trump er door oneigenlijk oprekken meer misbruik van lijkt te maken dan meer serieuze ondernemingen. Maar in een serieuze democratie zou dit niet mogelijk moeten zijn. Dit geeft aan dat in de VS de sponsors van de politiek hun eigen belastingdruk omlaag hebben gepraat. dat gaat dus verder dan Trump alleen.

Trump heeft volgens het onderzoek nog weinig reserves over om op terug te vallen en een geschil met de Belastingdienst over een vermoedelijk onterechte teruggaven van 72 miljoen dollar belast Trumps zakelijke toekomst nog verder. En zoals gezegd, zijn kwetsbaarheid om door buitenlandes actoren als Turkije, de Filipijnen of de Russische Federatie onder druk te worden gezet. Dat benadrukt de urgentie voor Trump om de verkiezingen te winnen zodat dit geschil geparkeerd kan blijven worden. Het heeft hem in een alles of niets-modus gezet. De achterliggende vraag is of hij anders eerder door zogenaamd RICO-onderzoek naar Trumps bedrijf als criminele organisatie of door ‘gewone’ fiscale flessentrekkerij zijn ondernemingen zal verliezen.

Komende weken zal the Times nog meerdere stukken over dit onderwerp publiceren.

Foto: Schermafbeelding van artikelTHE PRESIDENT’S TAXES; LONG-CONCEALED RECORDS SHOW TRUMP’S CHRONIC LOSSES AND YEARS OF TAX AVOIDANCE’ in The New York Times, 27 september 2020.

Dwarse column van Heleen Mees: ‘Rutte kiest ervoor om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’. Is dat zinvol?

Er zijn columnisten die van dwarsheid hun handelsmerk maken. Of als ze minder succesvol zijn, proberen te maken. Tegen beter weten in nemen ze een tegendraadse positie in waarvan ze weten dat die niet met de realiteit overeenkomt en slecht verdedigbaar is. Maar waarvan ze ook weten dat die veel stof doet opwaaien. Zodat het opvalt en hun naam rondzingt. ‘Wat X nu weer zegt, heb je het gelezen?’ Dit soort columnisten is het daar om te doen. Ze zijn als kamerleden die voortdurend de publiciteit moeten halen om hoog op de kieslijst gezet te worden. Wekelijks of vaker moeten ze hun kunstje vertonen. Dan is het simpeler om de eigen persoon centraal te stellen, dan om een kwestie uit te diepen en daar een afgewogen oordeel over te geven. De column wordt een hoogst persoonlijk perspectief waarbij inhoud een halffabrikaat is. De column dient om de columnist voor het voetlicht te laten treden. De inhoudelijke component is ondergeschikt geworden.

De column wordt gezien als een vrijplaats waar ongezouten meningen kunnen worden verkondigd. Ze hoeven niet onderbouwd te zijn volgens de journalistieke codes, hoewel dat evenmin verboden is. Columnisten als Tom-Jan Meeus (NRC) of David Ignatius (The Washington Post) bouwen hun opinie op aan de hand van hun politiek inzicht, feiten en eigen onderzoek. Hun politieke columns gaan verder dan de gezochte dwarsigheid. Het gevolg daarvan is dat politici deze columnisten weten te vinden om hun standpunten publiciteit te geven.

Vijand van de dwarse columnist is niet diens ijdelheid of hypotheek, of het vakgebied waarover betreffende columnist schrijft, maar het format van het medium waarin de columnist wordt gedwongen. De kolom in de krant, het optreden als sidekick in de talkshow of het praatje in de nieuwsshow op de radio. De columnist wordt in het kader van de herhaling gedwongen. Als serial killer van de eigen geloofwaardigheid.

Opeenvolging, herkenbaarheid, verkoopbaarheid en continuïteit is de logica van de gevestigde media die tot lopende band-fabrieken zijn verworden waar zo goedkoop en voorspelbaar mogelijk wordt geproduceerd. Dat kan samengaan met kwaliteit, maar niet noodgedwongen. Het gevolg is dat de optie niet meer bestaat dat de columnist niks te melden heeft. Dat wringt. Dat kan leiden tot aantasting van de geloofwaardigheid van betreffend medium, tijdverlies voor de nieuwsconsument en verstoring van het publieke debat.

Voorbeeld van een overbodige column is Teun van der Keuken in De Volkskrant die als onderwerp de media-columniste Angela de Jonge van het AD heeft. Het is niet ongebruikelijk dat dit soort columnisten het over elkaar hebben. Dat resulteert in journalistieke incest of meta-gebrabbel. Feitelijk doe ik hier hetzelfde, hoewel ik er probeer aan te ontstijgen. De tragiek van Van der Keuken is dat hij niet eens toekomt aan dwarsheid en blijft hangen in onbenulligheid. Hij meet zich in alle onbescheidenheid een dieper inzicht toe. Hij meent de dingen te zien. Dat is een interessante projectie die het gebrek aan inhoud van zijn column moet verhullen.

Een column in De Volkskrant die het voorhoofd doet fronsen is ‘Rutte kiest ervoor om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’ van econoom Heleen Mees. Dat is nogal een aantijging aan het adres van minister-president Mark Rutte in een column die suggereert dat hij er bewust voor kiest om veel Nederlanders te verarmen. Wie is hier gek geworden, Rutte of Mees? Uit de Twitter-account van Mees valt af te leiden dat de column ook een meer neutrale, minder sexy titel heeft die minder dwars oogt: ‘De kosten van deze crisis moeten verhaald worden op grote multinationals’. Dat valt echter minder op. Schippert de eindredactie van De Volkskrant tussen de eigen journalistieke geloofwaardigheid en de jacht op aandacht via clicks? Keert de wal de inhoud of omgekeerd? Wat Mees beweert in haar column is niet zozeer dwars, maar gewoonweg onzinnig.

Columnisten als Mees vallen na verloop van tijd niet zozeer snikkend, maar dolgedraaid in de kuil die ze zelf hebben gegraven. Mees heeft geen ongelijk dat de inkomensongelijkheid is toegenomen en dat dit voor de economische ontwikkeling ongewenst is en een bom onder de samenleving legt. Maar Mees weet ook dat dit niet het echte verhaal is. Grote multinationals ontwijken belasting en regeringsleiders als Rutte hebben allang niet meer de macht om daar iets aan te veranderen. Het is niet premier Rutte die bepaalt wat Shell of Unilever doet, het zijn deze bedrijven die bepalen wat de Nederlandse politiek doet. Het kan zijn dat de marges die de Nederlandse regering nog voor zichzelf heeft verkeerd benut worden, toegegeven, maar aan het gegeven dat de grote bedrijven en financiële instellingen de politiek in hun zak hebben verandert dat weinig tot niks.

Rutte kiest er niet voor ‘om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’, hij wordt daartoe gedwongen door de politieke realiteit. Die andere titel van Mees’ column de zegt dat ‘De kosten van deze crisis moeten verhaald worden op grote multinationals’ laat de veroorzaker van de pandemie buiten schot. Het is bizar dat China dat zowel in de aanleiding tot, de bestrijding van als de informatievoorziening over COVID-19 aantoonbaar heeft gefaald in Mees’ column niet wordt genoemd. Los van de politisering door Trump van China’s betrokkenheid bij de uitbraak verdient het aanbeveling om dit land verantwoordelijk te houden voor de kosten. Door nalatig handelen van de Chinese leiders werd de uitbraak tot een wereldwijde pandemie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelRutte kiest ervoor om grote delen van de Nederlandse bevolking te verarmen’ van Heleen Mees in De Volkskrant, 5 mei 2020.

Naast het trilemma van de pandemie (gezondheidszorg, economie en grondrechten) is er ontspanning. ‘Domenica d’Agosto’ (1950)

Er komt een moment dat het belangrijke over het coronavirus is gezegd. Totdat een vaccin is ontwikkeld zullen we er nog maanden of jaren mee opgezadeld zitten. Dat vooruitzicht stemt somber. In de berichtgeving tekenen zich drie verhaallijnen af over het virus: dat van de gezondheidszorg, economie en grondrechten. Ze houden verband met elkaar, maar lijken niet in alle combinaties volledig samen te gaan. Dat doet denken aan het trilemma van Dani Rodrik. Dat zegt dat van de drie aspecten democratie, nationale soevereiniteit en globale economische integratie er slecht twee volledig gecombineerd kunnen worden. Kondigt zich ook een trillemma over het coronavirus aan waarbij gezondheidszorg, economie en grondrechten niet alledrie kunnen worden gecombineerd? Er moet er één afvallen. Als de overheid inzet op de gezondheidszorg zoals nu in Nederland gebeurt, dan gaat dat ten koste van de economie. Als een overheid inzet op de economie zoals nu in Brazilië lijkt te gebeuren, dan gaat dat ten koste van de gezondheidszorg. Als een overheid inzet op de grondrechten, dan gaat dat ten koste van zowel een deel van de gezondheidszorg als van de economie.

De hypothese van het trilemma van de pandemie is niet waar het hier om gaat. Het gaat om kunst. Mensen zijn grotendeels aan huis gekluisterd. Musea, muziekgebouwen, bioscopen en schouwburgen zijn gesloten. Veel culturele instellingen ontplooien digitale initiatieven en ontsluiten hun collecties en registraties. Eye Filmmuseum blijft niet achter en komt met quarantaine thuiskijktips. Maar het is een magere selectie. De publieke omroep laat het tot nu toe afweten en biedt geen extra kunstprogrammering, zoals registraties van muziek en drama of klassieke cinema. Dat laatste is ook een rechtenkwestie. Mogelijk kan de overkoepelende EBU daar iets in bereiken tijdens de crisis. Wellicht komt het deze zomer in een versnelling als er gaten in de programmering vallen door weggevallen sportevenementen die doorgaans het zomerseizoen domineren.

Op internet zijn onnoemelijk veel klassieke films te zien. Diverse media hebben daar afgelopen weken verdienstelijke overzichten van gegeven. Ik wil niet achterblijven en verwijs graag naar een Italiaanse film uit 1950 van Luciano Emmer ‘Domenica d’Agosto’ (Zondag in augustus ofwel de toenmalige Nederlandse titel Dagjesmensen). Wikipedia vat de inhoud samen: ‘Een zondag in augustus 1949 in Rome: de inwoners van de hoofdstad gaan massaal naar het strand van Ostia. In de verlaten stad blijven nog maar een paar mensen over. ’s Avonds keert iedereen terug naar huis, klaar om de volgende dag zijn professionele bezigheden te hervatten …’ Met een jonge Marcello Mastroianni. In de stijl van het Italiaanse neorealisme met de straat als locatie van een land dat nog bezig is zich te ontworstelen aan de schaduw van de oorlog. Laten we voor even het trilemma van de pandemie vergeten en er een vierde, hoognodige poot bij aanschroeven: ontspanning.

Ongelukkige marketing van CDA’er Wopke Hoekstra

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) gaat gelijk al de fout in als hij in het fragment van Jinek zegt: ‘Ik denk eerlijk gezegd dat wij allemaal, en dat geldt dus ook voor mij, te laat zijn gaan zien wat er bij die middenklasse aan de hand is’. Hiermee stelt hij dat degenen die aan de knoppen zitten dezelfde politieke verantwoordelijkheid hebben als degenen die niet aan de knoppen zitten. Hij kan het niet menen. Wat hij zegt is onzinnig en ontstijgt niet het niveau van politieke marketing. Waarom hebben hij of zijn partijgenoten niet gezien wat er de afgelopen jaren met de middenklasse is gebeurd en hebben ze voorstellen gedaan om de positie ervan te verbeteren? Hoekstra houdt zich dom en doet alsof hij niet weet uit welke hoek de wind waait.

Hoekstra heeft als minister van Financiën macht om in te grijpen. Hij verliest nog meer aan geloofwaardigheid als een eerlijk en zinvol analyticus als hij de positie van de middenklasse direct koppelt aan die van slecht geïntegreerde minderheidsgroepen en zijn eigen verantwoordelijkheid nog verder probeert af te schuiven.

Hoekstra treedt buiten zijn eigen lichaam, kijkt er van een afstand naar en doet er pseudo-koel verslag van alsof hij iets nieuws te melden heeft. Hij is zichzelf niet, maar wie hij wel is blijft onduidelijk. Hij is een lege huls die met marketing wordt gevuld maar in de kern een verwarde denker die z’n zaken niet op orde heeft.

Onder de middenklasse wordt de meerderheid van de bevolking verstaan. Naargelang de definiëring valt 60 tot 90% van de bevolking eronder. In inkomen loopt dat van 1 maal modaal tot (naargelang de omschrijving) 2,5 tot 3 maal modaal. Dus van 36.000 euro tot maximaal 90.000 of 108.000 euro. De middenklasse kan zich niet onttrekken aan de collectieve lastendruk. Dat achtereenvolgende kabinetten Rutte beweerden zich in te zetten voor lastenverlichting wil niet zeggen dat dit feitelijk ook bereikt is. Integendeel, de afgelopen jaren is de opbrengst uit lastenverzwaring door de overheden via heffingen, premies en belastingen met zo’n 3% van het bruto binnenlands product toegenomen tot bijna 39%. Dat wordt grotendeels door individuen opgebracht. Vermeend en Van der Ploeg concluderen aan de hand van een OESO-rapport van eind 2018 dat vooral de belasting- en premiedruk op arbeid in Nederland veel te hoog is. Dat is een langlopende ontwikkeling.

Er bestaat politieke consensus over dat de afgelopen decennia de middenklasse relatief in inkomen is achtergebleven en dat die relatieve achteruitgang gerepareerd moet worden. Alleen, als dat bij beloften blijft en spin van politici als Menno Snel (D66) en Wopke Hoekstra, dan zijn het niet meer dan mooie woorden.

Evenwichtige belastingheffing naar draagkracht en collectieve lastendruk die niet grotendeels op de middenklasse wordt afgewenteld kunnen niet los gezien worden van het aanpakken van belastingontwijking door vermogende individuen en internationaal opererende bedrijven. Het is al te makkelijk om de lastenverzwaring van de middenklasse die haar vermogen niet kan verbergen steeds meer op te schroeven.

Hoekstra handelt onethisch. Hij neemt geen verantwoordelijkheid voor eigen falen en schuift die kleinhartig af op minderheidsgroepen. Politici als Snel, Hoekstra of Rutte jongleren met mooie woorden, maar voegen niet de daad bij het woord. Dat is deels begrijpelijk omdat hun macht beperkt is vanwege het globale karakter van de economieën, het lastig aan te pakken probleem van de belastingontwijking en een slecht georganiseerde Belastingdienst, maar deels onbegrijpelijk omdat waar ze in de afgelopen jaren in konden grijpen te weinig hebben gedaan. In de VVD klinken sinds voorjaar 2019 met het oog op het neutraliseren van de populisten geluiden van Rutte en fractieleider Klaas Dijkhoff om de middenklasse te ontzien en het bedrijfsleven relatief zwaarder te belasten. Om niet achter te blijven doet Hoekstra in de jacht op de centrum-rechtse kiezer dezelfde duit in het zakje, maar haalt tegelijkertijd zijn betoog onderuit door zijn onmiskenbare gebrek aan oprechtheid en zijn zelfpromotie die de aandacht vestigt op zijn gebrek aan integriteit en samenhang.

Pride Amsterdam is een veelgelaagd fenomeen dat ver van de oorsprong verwijderd lijkt te zijn geraakt. Kan de reactie uitblijven?

De Pride Amsterdam bestaat, en dat is een goede gelegenheid voor iedereen die de eigen identiteit wil benadrukken. In de Canal Parade varen boten door de grachten. Ook multinational EY dat tot 2013 Ernst & Young heette en actief is op het gebied van accountancy, belastingadvies en bedrijfsadvies had een boot. In 2013 werd Ernst & Young veroordeeld voor het faciliteren van belastingontwijking. Zo worden inclusiviteit en diversiteit ingezet als marketing voor bedrijven. Onder het mom ‘zie eens hoe goed wij de tijdgeest verstaan’. Daar omheen cirkelen allerlei spreekstalmeesters, adviseurs en consulenten die er een centje bij schnabbelen.

Dat is niet verkeerd, maar daardoor rukt de commercie op tot in de kern van die identiteit. Pride Amsterdam is het calvinistische carnaval van de randstad. Zo ontstaat een wisselwerking tussen emancipatie, commercie, marketing, amusement, nabootsing, massificatie, vulgarisatie, en zakelijke en identitaire vermomming. Het is een wetmatigheid dat er een reactie richting onvervalstheid en zuiverheid ontstaat als een evenement te ver verwijderd raakt van de oorspronkelijke doeleinden en verwatert. Pride Amsterdam lijkt klaar voor de reactie.

Trilemma van Rodrik wijst voor de EU op de keuze voor nationale soevereiniteit en democratie ten koste van de interne markt

Omdat er nog een economische rechtvaardiging ontbrak aan de politieke analyse verwijs ik in aanvulling op mijn commentaar over het Marshallplan 2.0 naar bovenstaande video van hoogleraar internationale politieke economie Dani Rodrik uit 2011. Rodrik is bekend geworden door de formulering in 2007 van zijn trilemma: ‘It says that democracy, national sovereignty and global economic integration are mutually incompatible: we can combine any two of the three, but never have all three simultaneously and in full. Dit trillemma komt erop neer dat de hyperglobalisering waarin banken en multinationals eenzijdig de macht hebben gegrepen wordt teruggedraaid ten gunste van de opwaardering van de nationale (en zelfs lokale) soevereiniteit en democratie.

In de EU is als gevolg van de globalisering en het opdringen van machtige spelers spanning ontstaan tussen de dominantie van de interne markt én het concurrentievermogen en de evenwichtigheid van de economieën van de afzonderlijke EU-lidstaten. Zoals de ‘linkse’ Britse hoogleraar economie Philip Whyman aan de hand van Rodriks gedachtegoed in een aflevering van VPRO’s Tegenlicht benadrukt is de Britse economie ‘zwaar uit balans’ (na 25’) met een te grote financiële industrie en een te kleine maakindustrie. Binnen de interne markt wordt die tendens eerder versterkt dan afgezwakt. Brexit lijkt voor het VK de enige manier om dat proces te stoppen omdat de EU de nationale staten niet de ruimte biedt om dat principe van de interne markt af te zwakken door ruimte te scheppen voor het versterken van de concurrentiekracht van de nationale staten.

Simpelweg gezegd zorgt de interne markt van de EU voor diversificatie en specialisatie ten koste van spreiding en binnenlandse harmonisatie. Dit aspect van economische politiek van de Brexit blijft in de discussies erover grotendeels onderbelicht, hoewel linkse economen en politici het wel noemen als pro-Brexit argument.

De driedeling is de volgende: 1) In aanvulling op een Marshallplan 2.0 voor de EU dat opteert voor het herstel van de verzorgingsstaat en een strenger migratiebeleid moet 2) de economische politiek van de EU aangepast worden door de dominantie van de interne markt -die een vorm van globalisering is- af te zwakken zodat in het trilemma van Rodrik ruimte ontstaat voor nationale soevereiniteit en democratie en 3) de supranationale krachten die op dit moment de interne markt ‘in bezit’ hebben genomen teruggedrongen worden en de zeggenschap over de economie weer verschuift naar de nationale politiek. Er dient streng voor gewaakt te worden dat de globale machten niet in de vermomming van nationale krachten terugkeren. Lokale initiatieven vanuit de basis kunnen dit bemoeilijken door het model van onderop te voeden. Een belangrijk neveneffect is dat deze aanpak van de hyperglobalisering die de (neo)-liberalisering tackelt motivatie, programma en nieuwe zin geeft aan het sociaal-democratisch gedachtegoed waarbij de factor arbeid wordt opgewaardeerd.

De reset van de economische politiek van de EU die het oppergezag van de interne markt terugschroeft heeft als doel om a) de hyperglobalisering van de Europese economie terug te dringen, b) de economie weer in handen van de nationale politiek te leggen, c) de verstorende, ontregelende invloed van de globalisering en de over grenzen heen opererende multinationals en financiële instellingen die daar verantwoordelijk voor zijn terug te dringen ten gunste van nationale (en lokale) producenten en dienstverleners, e) de levensvatbaarheid en flexibiliteit van de EU te verhogen en f) de centrumkrachten die in een strijd gewikkeld zijn met de links-populisten en rechts-populisten instrumenten in handen te geven om het politieke initiatief terug te nemen.

Ideeën voor een Marshallplan 2.0 dat verzorgingsstaat herstelt en een nieuw migratiebeleid ontwerpt. Kern is het besef van urgentie

De Groene biedt een interessant interview van Lex Rietman met de Portugese socioloog Boaventura de Sousa Santos over Europa. Het gaat me er niet om of wat hij zegt klopt, maar vooral tot welke ideeën de gedachten van De Souza Santos leiden. In bovenstaande passage heeft hij het over het Marshallplan dat in 1948 in werking trad en achteraf als een succes wordt gezien. Tegelijk was het ook een middel van de VS om West-Europa binnen de eigen invloedssfeer te houden. Vraag is of dat in een andere vorm herhaald kan worden in een Marshallplan 2.0 en onder welke voorwaarden dat dan moet. Dat is een vraag naar de noodzaak voor zo’n integraal plan. Want als het er eenmaal is dan kan het mits goed uitgevoerd succesvol zijn. Maar hoe, door wie, waarom en onder welke randvoorwaarden en met welke afgrenzing moet het opgetuigd worden?

Sinds 1948 is er veel veranderd. Het belang van Europa en het Europees-Amerikaans bontgenootschap neemt af en los van het huidige bewind van president Trump zijn de VS politiek, economisch en cultureel niet meer zo dominant als 70 jaar geleden. Landen als China en India zijn aan een opmars bezig. Maar toch, nog steeds zijn de VS en de EU de machtigste economische blokken ter wereld. Ze hebben elkaar ook in cultureel opzicht nog steeds veel gemeenschappelijks te bieden. Is er nu geen ‘onderprestatie’ en ‘onderwaardering’ van een in potentie goede samenwerking? Complicatie is dat er in zowel de VS als de EU economische krachten over grenzen heen zijn, zoals multinationals en financiële instellingen die hun eigenbelang stellen voor het algemeen belang van de VS en de EU. Die krachten moeten in een Marshallplan 2.0 teruggedrongen worden.

Ik heb het Marshallplan altijd begrepen als een project dat opgetuigd werd door de Amerikaanse regering om West-Europa van het communisme te redden én van Europa een afzetmarkt voor de Amerikaanse economie te maken. Maar ook om Europa cultureel te binden aan de VS. Het lamgeslagen Europa van 1948 zit in 2019 in een betere positie, hoewel dat anders lijkt door een sfeer van defaitisme die het oude continent teistert.

Het is nu een wat ideeën-arme periode in Washington, Londen en Brussel, maar als over enkele jaren de waan van de dag wat is uitgewoed en daar weer capabele leiders aan de macht zijn dringt wellicht het besef door dat door de opkomst van het rechts-populisme in landen als Italië, Polen, Hongarije, Zweden, Duitsland, het VK en Frankrijk een nieuw overkoepelend plan nodig is om dat te counteren. Een extra zet kan de afnemende populariteit van de Russische president Putin en het einde van zijn termijn als president in 2024 geven.

De optie is een Marshallplan 2.0 dat niet uitgaat van het communisme dat Europa bedreigt, maar van de middelpuntvliedende krachten van het rechts-populisme dat de EU wil ontmantelen. Zonder dat populisten een masterplan hebben voor hoe het dan wel moet. Terwijl in 1948 de kern van het toenmalige Marshallplan de wederopbouw van Europa was, kan de kern van Marshallplan 2.0 de reconstructie van de verzorgingsstaat en het verbeteren van sociaal-economische factoren zijn. Zoals de aanpak van belastingontwijking, inkomensongelijkheid en de herwaardering van arbeid boven kapitaal. Dat neemt het rechts-populisme de wind uit de zeilen. Een aanwijzing hiervoor is de motivatie van de Britten om voor de Brexit te stemmen. Hoofdoorzaak was de afbraak van de verzorgingsstaat door de regering Cameron. Als ijkpunt kan worden teruggegaan naar de verworvenheden die bestonden aan het einde van de 1970s voordat het neoliberalisme van Thatcher en Reagan leidend werd en het sociale contract tussen overheid en burgers verbroken werd.

Het gaat om het besef van urgentie. Daar draait alles aan. Dat is de inschatting van wat we hebben, wat we kunnen verliezen en hoe we dat verlies kunnen voorkomen. De analyse wordt al vele jaren gemaakt dat de afbraak van de verzorgingsstaat en het opdringen van het casino-kapitalisme van multinationals en financiële instellingen voor samenlevingen schadelijk is. De ongelijkheid neemt toe en de sociale cohesie neemt af. Maar vervolgens gebeurt er niks. Omdat het bedrijfsleven sinds 1980 de macht heeft gegrepen en de politiek in de zak heeft zal het die macht nooit vrijwillig afstaan. Er zijn echter ook stemmen binnen het bedrijfsleven die van mening zijn dat de privatisering en afbraak van de verzorgingsstaat te ver is doorgeschoten. Zij moeten aan boord worden genomen om de urgentie voor het Marshallplan 2.0 in eigen kring te bepleiten.

Opzet is een fors, integraal plan van aanpak dat grensoverschrijdend is, de economie politiseert en de politiek de-ëconomiseert en de centrum-linkse en centrum-rechtse partijpolitiek weer instrumenten geeft om de kiezers te binden aan de hand van een redelijk egalitair programma dat de verzorgingsstaat restaureert en de immigratiepolitiek tijdelijk stabiliseert. De aanpak hoeft niet gericht te zijn tegen rechts-radicale en links-radicale partijen die vijandig staan tegenover de EU en de universele waarden. De aanpak moet het positieve benadrukken en ook de hoop en verwachting van de wederopbouw reconstrueren. Onderdeel daarvan is ook een culturele opleving, ambitie en zelfvertrouwen waarbij de Europese kunst en cultuur weer centraal komen te staan en een hoofdrol is weggelegd voor kunst, taal en geschiedenis van de afzonderlijke landen. Als er frictie bestaat met de cultuur en economie van de VS of tussen de afzonderlijke Europese landen onderling hoeft dat binnen het plan niet opgelost te worden omdat er genoeg gemeenschappelijke grond overblijft.

De migratie van buiten de EU moet tijdelijk opgeschort worden om te komen tot een beleid dat past bij emigratielanden die per land zelf voorwaarden stellen aan wie ze wel of niet binnenlaten. De instroom moet beter gecontroleerd worden en afgestemd worden op de behoeften van de ontvangende landen. Toegang tot sociale voorzieningen of toegang tot rechten kan hierbij een rol spelen als fysieke afbakening onmogelijk lijkt. Daarna moet een nieuw overkoepelend immigratiebeleid binnen de EU in werking treden dat is gemodelleerd naar de Amerikaanse, Canadese en Australische voorbeelden waarbij het ontvangende land eenzijdig de voorwaarden stelt. Stabilisatie is een voorwaarde voor integratie. Maar de EU-lidstaten spreken wel af om uitgaande van een beleid vol compassie met elkaar verantwoordelijk te zijn voor de ontvangst van migranten.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikel‘We moeten de kapitalistische overheersing ter discussie stellen’’ in De Groene, 5 juni 2019.

Foto 2: Affiche van het Marshallplan, Collectie NIOD.

Onduidelijkheid over plan Jetten om vermogens boven € 1 miljoen zwaarder te belasten. Wat betekent dat voor de middeninkomens?

Dit is een passage uit de Kerdijklezing die de fractievoorzitter van D66 Rob Jetten vandaag hield. De partij kondigt het aan als ‘zijn eerste grote binnenlandse toespraak als fractievoorzitter’. Deze passage kreeg volop aandacht in de media. AD kopte: ‘Jetten wil miljonairstaks’ en De Telegraaf zegt: ‘D66 pleit voor miljonairstaks’. Deze koppen slaan behoorlijk de plank mis, want nu lijkt het net alsof dit een nieuw soort belasting is en miljonairs op dit moment geen belasting betalen. Dat is niet zo. Jetten heeft zijn plannen nog niet uitgewerkt en het is onduidelijk hoe ze precies luiden. Daarom valt er nog totaal niks over te zeggen.

Nederland kent een vermogensrendementsheffing van 1,2% boven een drempel van ongeveer €60.000 (met fiscale partner). Bezwaren: de middengroepen worden het zwaarst belast omdat de laagvermogenden geen vermogen hebben om te belasten en de hoogvermogenden de rendementsheffing grotendeels ontwijken. Elk belastingplan zonder een krachtige aanpak van belastingontwijking is zinloos en oneerlijk, en vooral politieke marketing. Verder voelen degenen die aangeslagen worden enige onrechtvaardigheid omdat de effectieve rente op rentedragende rekeningen lager is dan het door de overheid opgevoerde virtuele rendement van 4%. De rente is nu 0 of hooguit 0,2%. Het is de vraag in welke mate Jetten de kleine spaarders wil ontzien.

De Franse econoom Thomas Piketty die heeft gepubliceerd over inkomensongelijkheid pleit voor 0% heffing op vermogens tot 1 miljoen euro, 1% op vermogens tussen de 1 en 5 miljoen euro, en 2% op vermogens daarboven. Is het toeval dat Jetten een bedrag van 1 miljoen noemt? Hij lijkt de vermogenrendementsheffing voor kleine spaarders niet af te willen schaffen zoals Piketty, maar te willen verminderen. Want Jetten zegt de kleine spaarders meer te willen ontzien. Stel dat hij de vermogensrendementsheffing van 1,2% voor vermogens beneden de € 1 miljoen verlaagt naar 1% boven het heffingsvrij vermogen van € 60.000 (2018; met fiscale partner), dan leidt dat tot de volgende belastingdruk voor vermogens:

…..100.000 euro: Piketty: € 0;  Jetten: €400
…..300.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €240
…. 600.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €5400
…1.000.000 euro: Piketty: € 0; Jetten: €9400
…5.000.000 euro: Piketty: € 50.000; Jetten: € 49.940 + extra belasting

Dit voorbeeld leert dat ook bij een vermogen van € 5 miljoen de heffing van Piketty op vermogen nog lager is dan bij Jetten. Het is nog onduidelijk welk belastingmodel Jetten voor ogen heeft, maar hij lijkt nog steeds vooral de middengroepen te belasten. Welk probleem meent hij aan te pakken? Met de voorstellen van Piketty die de middengroepen buiten schot laat en vooral de hoogvermogenden aanpakt hoeft men het niet eens te zijn, maar dat heeft wel karakter en doet wat het zegt te doen. Piketty probeert immers tot een structurele herverdeling van vermogen te komen. Dat is bij Jetten nog maar de vraag. Nogmaals, wat het doel is van Jetten is onduidelijk. De beeldvorming in de pers dat D66 onder Jetten een ruk naar links zou maken met dit plan is afhankelijk van hoe het er precies komt uit te zien. Als het plan voor vermogens onder de € 1 miljoen min of meer ongewijzigd blijft dan belast Jetten de middeninkomens bijna nog even zwaar als nu het geval is.

Foto: Schermafbeelding van deel Kerdijklezing door Rob Jetten, 4 maart 2019.

Gesprek van Rutger Bregman met Fox News’ Tucker Carlson ontspoort volledig

Naar aanleiding van zijn uitspraken op het jaarlijkse World Economic Forum in Davos over belastingontwijking door de rijken die opzien baarden had de Nederlandse historicus Rutger Bregman een interview met Fox Newshost Tucker Carlson. Volgens Bregman zou het in Carlsons programma van 11 februari uitgezonden worden. Het is niet duidelijk of dit de exacte weergave van het gesprek is. Hoe dan ook ontspoort het gesprek volledig als Bregman de miljonair Carlson ervan beticht naar de pijpen van zijn sponsors te dansen. NowThis heeft vandaag, 20 februari de video op YouTube geplaatst. Bregman zegt de opname naar buiten te brengen omdat hij meent dat ‘we moeten blijven praten over de corrumperende invloed van geld in de politiek.’

Anne Applebaum en Joshua Livestro willen het politieke midden laten herleven. Bestrijdt fraude en corruptie, niet de islam

Twee recente opinie-artikelen zijn een pleidooi voor een nieuwe politiek van het politieke midden en een waarschuwing voor samenwerking met radicale partijen, vooral die van rechts. De Amerikaanse journaliste Anne Applebaum geeft in The Washington Post met het artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ een omvattende checklist, ofwel programma waaraan centrumpartijen moeten voldoen om weer het initiatief naar zich toe te trekken. De conservatieve denker Joshua Livestro stelt aan de hand van de kwestie Blok in het artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ in NRC dat de centrum-rechtse VVD en CDA hun ziel hebben verkocht door op te schuiven in de richting van de radicaal-rechtse PVV en FvD.

Livestro illustreert dat aan de hand van de controversiële uitspraken van de minister van Buitenlandse Zaken Blok die de retoriek en agenda van radicaal-rechts overneemt. Dat acht hij contra-productief en ongewenst. Livestro verwijst naar het begrip ‘ideological collusion’ – dat hij vertaalt als ‘ideologische samenspanning’ – van de Amerikaanse politicologen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt dat inhoudt dat centrumpartijen in de samenwerking met radicale partijen de retoriek en agenda van die randpartij overnemen. Minister Blok is er het levende bewijs van, hij neemt de doembeelden over immigratie van radicaal-rechts over en centrum-rechtse partijen als VVD en CDA ondermijnen ermee hun eigen gedachtengoed. In bovenstaand citaat licht hij toe dat ze zich hiermee overbodig maken. Gevraagd wordt een nieuwe bewustwording bij de centrumpartijen en een koerswijziging weg van de retoriek en het gedachtengoed van radicaal-rechts. De samenspanning met de randpartijen of het buigen in hun richting brengt niets goeds. Noch electoraal, politiek of maatschappelijk.

Applebaum constateert dat de rechtse randpartijen van energie barsten en het ‘oude’ centrum-links of centrum-rechts uitgeblutst toont. De oude partijen zijn op zoek naar een programma dat ze niet kunnen vinden. Zij waarschuwt net als Livestro voor het aanhaken bij radicaal-rechts (‘Some aretrying to peddle milder versions of the far right’s racism‘). Applebaum doet een poging dat programma te formuleren. Haar alternatief bestaat eruit dat de centrumpartijen om te beginnen de agenda moeten wijzigen en het niet langer over immigratie, ras en de islam moeten hebben: ‘Change the subject. Centrists, and genuine democrats, should stop talking about immigration, race and Muslims, all issues blown well out of proportion by tabloids.’

Volgens Applebaum moeten centrumpartijen zich verenigen rond de echte thema’s die onze politiek en economie verstoren zoals ‘politieke corruptie, het witwassen van geld, en de belastingparadijzen en lege vennootschappen (‘Shell companies’) die een paar mensen toestaan veel geld uit onze landen weg te sluizen en het, soms letterlijk, op Caribische eilanden te verbergen. Hoewel dit allemaal afzonderlijke onderwerpen zijn, zijn ze verbonden.’ Volgens Applebaum moet dat gecorrumpeerd financieel systeem aangepakt worden omdat het de gewone mensen beschadigt en in de armen van de radicaal-rechts dwingt. Feitelijk leidt de heroriëntatie van de centrumpartijen tot twee vliegen in één klap: het maakt deze partijen weer relevant en ontneemt de randpartijen hun vijver van ontevreden burgers om in te vissen en electoraal mee te scoren.

Applebaum zegt dat het Westen initiatief moet nemen en terug moet naar de ideologie van vóór premier Thatcher en president Reagan die in de jaren 1980 de overheden terugtrokken en de vrije markt aan hun lot overlieten. Met als gevolg het neoliberalisme waarin politiek is geëconomiseerd, zwakkeren onbeschermd achterblijven en de staat nog slechts op een waakvlam opereert. Applebaum is niet de eerste dit dit zegt en daarom is het lastig in te zien hoe de geest weer terug in de fles kan. Een krachtige bestrijding tussen landen van belastingontwijking en corruptie, en het terugdringen van de macht van het internationaal opererende bedrijfsleven en de financiële instellingen is een eerste stap. Dit omvat overigens ook de bestrijding en bestraffing van autoritaire landen als de Russische Federatie die met corrupt geld in het Westen politici en radicaal-rechtse partijen kopen. Dat laten gebeuren ondermijnt het eigen zelfbeeld en het idee van moraliteit.

Applebaum schetst een blauwdruk voor centrumpartijen. In Nederland zijn dat partijen als de VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA die in de kern voldoende overeenkomsten hebben om programmatisch samen te werken. Als ze ook nog eens gezamenlijk afstand nemen tot de randpartijen en zich in hun retoriek en agenda niet meer laten leiden door deze partijen met hun spookbeelden over immigratie, ras en islam dan kunnen ze in samenwerking hun eigen relevantie hervinden en hun onderlinge verbinding verder versterken. Dat werkt door van partijpolitiek naar democratie. Door de hervonden oriëntatie en focus van de centrumpartijen kunnen de democratie en de rechtsstaat overeind gehouden worden. Nodig is dan wel dat met name de centrum-rechtse partijen als VVD en CDA zowel duidelijk afstand nemen van die retoriek over immigratie en islam als de lef en durf vinden om zich te ontworstelen aan de grip van het bedrijfsleven en de financiële instellingen door de macht ervan terug te dringen. Een helder signaal om de nieuwe start van Nederland te vieren zou het ontslag van minister Blok en het niet schrappen van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zijn.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelAffaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden’ van Joshua Livestro in NRC, 31 augustus 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelWant to revive the political center? Fight corruption’ van Anne Applebaum in The Washington Post, 31 augustus 2018.