George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Breitbart

Verslag van CNN over de Russische inmenging in Amerikaanse presidentsverkiezingen laat belangrijke vragen onbeantwoord

with 3 comments

Een verslag van CNN over gebruik van sociale media door het Kremlin in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen laat de meest gevoelige vraag onbeantwoord. Namelijk hoe de Russen op detailniveau kennis konden hebben van de Amerikaanse verkiezingsmarkt om hun berichten en advertenties op sociale media in te zetten. Het vermoeden is dat ze voor die kennis op kiesdistrict-niveau (‘precinct’) assistentie kregen vanuit het campagneteam van Trump of vanuit een organisatie die daar direct aan gelieerd was. Als dat aangetoond is, dan is sprake van bewezen geheime samenwerking of verstandhouding (‘collusion’) tussen Trump en het Kremlin. Precies daar doen het congres en speciale aanklager Robert Mueller onderzoek naar.

Het bedrag van 100.000 dollar aan advertenties op Facebook is laag en kan geen verschil hebben gemaakt. Hoewel de marges smal waren en Trump met 107.000 stemmen in drie swing states (Michigan, Wisconsin en Pennsylvania) het Electoral College won. CNN beseft dat en houdt de optie open dat dit bedrag hoger is.

CNNs claim dat de Russen zoveel nepnieuws op Facebook plaatsten dat het ‘echt begon te lijken’ gaat voorbij aan de goede aarde waarin dat nepnieuws blijkbaar kon vallen. Er was een publiek dat al ontvankelijk was voor dat nieuws of de advertenties op Facebook. Die nuancering mist CNN, maar is wel uitgangspunt van het artikel over RT, Sputnik en informatie als oorlogsmiddel van Jim Rutenberg in de New York Times van 13 september.

Het belang van de gekochte advertenties op Facebook kan pas ten volle begrepen worden als ze worden gezien in combinatie met radicaal-rechtse Amerikaanse media als Fox, Infowars en Breitbart als met de andere middelen van het Russische informatie-apparaat zoals de Peterburgse trollfabrieken van het Internet Research Agency en zusterorganisatie het Federal News Agency (FAN), botnets en de zenders RT en Sputnik.

Foto: video verwijderd; schermafbeelding.

Advertenties

Waarom is rechts toch zo gebeten op kunst en kunstenaars? Dat is onnodig

leave a comment »

De haat in rechtse kringen tegen de kunstsector is groot. Dat is niet alleen ongewenst en onbegrijpelijk, maar ook onnodig. Het lijkt voorbij te gaan aan de kennis van de geschiedenis van de kunst. De aanname is dat kunstenaars -en dus kunst- per definitie links is. Dat is onzin voor wie zich de namen Céline, Brasillach, Pound, Jan Montyn, of Daan Samson in herinnering haalt. En dat valt makkelijk uit te breiden.

In een artikel voor DDS richt Michael van der Galien zijn pijlen op acteur Gijs Scholten van Aschat die sinds 1 september voorzitter van de Akademis van Kunsten is. In plaats van het op te nemen voor de kunst probeert Van der Galien het aan te vallen. Wat trouwens grandioos mislukt. Daarvoor is scherpte, kennis van zaken en zorgvuldigheid nodig. Dat mist Van der Galien. Het is hem blijkbaar alleen te doen om het katten op wat hij als links ziet. De versimpeling is dat hij kunst als een linkse hobby afbeeldt. Hij maakt het zelfs nog bonter door journalist Bert Wagendorp en Van Aschat extreemlinks te noemen. Grappig is dat Van der Galien hiertoe VVD’er Halbe Zijlstra in bescherming neemt. Groeit er toch nog iets moois in Nederland tussen conservatief-rechts (VVD) en de alt-right Breitbart-epigonen van DDS? En dat dankzij de kunst. Van der Galien had het maatschappelijk belang ervan niet beter kunnen aangeven. Alleen jammer dat hij dat zelf niet beseft. Enfin, er komt ongetwijfeld een volgende scheldkanonnade van DDS over kunst. In de herkansing dus. Mijn reactie:

Subsidie aan kunst is niet anders dan subsidie aan landbouw, industrie, koningshuis, omroep of wat dan ook. Een land als Nederland kan het zich veroorloven om deze verschillende sectoren te subsidiëren. De grootte van het bedrag ontstaat in de afweging tussen de sectoren.

Onder de liberale staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) is er bovenmatig bezuinigd op de kunstsector. De kritiek op Zijlstra door kunstenaars, kunstprofessionals en kunstminnaars betrof niet zozeer de bezuiniging zelf, maar de omvang ervan en de snelheid waarmee het ingevoerd moest worden. Dat laatste kostte de sector nog eens extra geld. Bij evenwichtig beleid had dat voorkomen kunnen worden.

Gijs van Aschat heeft gelijk dat de gevestigde orde uitgedaagd moet worden door de kunst. Want precies dat is de functie van kunst. Het laat ons scherp naar onszelf kijken. Dat is de verdienste van kunst. Dat gebeurt niet als kunst dat bevestigt wat al elke dag bevestigd wordt. Dat is het kenmerk van de marktwerking.

Met links of rechts heeft deze discussie helemaal niets te maken. Of met het cultureel marxisme van Paul Cliteur dat hij 50 jaar na de opstand van de jaren ’60 uit de mottenballen van Gramsci haalt. Kunst is kritisch op de gevestigde orde. Als die links is dan stelt de kunst zich rechts op. En omgekeerd. Zo simpel is het.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTopman Akademie van Kunsten: ‘Kunst moet politiekcorrect links zijn. En vooral zwaar gesubsidieerd worden’’ van Michael van der Galien op DDS, 29 augustus 2017.

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Rosanne Hertzberger schiet tekort in analyse van politiek links

with one comment

Er zijn vele speculaties waarom Steve Bannon de inmiddels opgestapte adviseur van president Trump een interview gaf aan de progressieve journalist Robert Kuttner van The American Prospect. Het werd op 16 augustus gepubliceerd. Bannon zou Kuttner benaderd hebben omdat hij in hem een identieke visie op China herkende. ‘To me, the economic war with China is everything’, zei Bannon. Meer opiniemakers denken kritisch over China. Er moet meer zijn. Lekte Bannon bewust en zocht hij een aanleiding voor ontslag om terug te keren naar Breitbart? Overschatte Bannon zichzelf? New York magazine biedt in een analyse drie scenario’s.

Mogelijk is het allemaal een beetje waar zonder dat er een eensluidende verklaring is voor Bannons interview aan een linkse journalist. Een ander scenario is dat Bannon de politieke isolatie van Trump wilde doorbreken door contact te zoeken met (radicaal) links. Het hoefijzermodel in werking dat langs de flanken verbindt.

Dit soort overwegingen en kalibraties zijn niet besteed aan Rosanne Hertzberger die elke week van dik hout planken zaagt in haar NRC-column. Ze oppert vaak goede ideeën, maar lijkt het geduld of de kennis te missen om die vervolgens voldoende uit te werken. Zoals deze week in een column met de onheilspellende titel ‘Het politieke links is kapot’. Wat ze zegt lijkt echter niet zozeer exemplarisch voor links, maar voor de hele partijpolitiek van Nederland die zich verliest in details en onbetekende kwesties. Tom-Jan Meeus heeft in zijn wekelijkse column in dezelfde krant beter door hoe politiek werkt en soms met zichzelf op de loop gaat.

Hertzberger verwijt links dat het zich te veel op identiteitspolitiek concentreert. Dus op de vraag wat men is en niet op welk wereldbeeld het voorstaat. Precies dat zou Bannon de Democraten verweten hebben: ‘zolang links zich concentreert op ras en identiteit en wij op economisch nationalisme, verslaan we ze’. Het werd afgelopen week te pas en te onpas herhaald in de Nederlandse media. Maar daarmee is het nog niet juist wat hij zegt. Bannon probeert met zo’n uitspraak ook de Democraten negatief te framen. Vanuit zijn misleiding.

Voor het gemak maakt Hertberger in haar column de overstap van Nederlands links naar de Democratische partij (DNC). En omgekeerd. Maar of de partij van Chuck Schumer, Nancy Pelosi, Hillary Clinton en Tom Perez die op dit moment zo worstelt met zichzelf een linkse partij is is nog maar helemaal de vraag. Daar denken progressieve critici als Bernie Sanders, Keith Ellison of Elizabeth Warren genuanceerder over als ze de DNC koppelen aan het bedrijfsleven met het gebruik van de misprijzende tem ‘Corporate Democrats’. In die visie is de DNC eerder centrum-links en als men het loskoppelt van de identiteitspolitiek zelfs centrum-rechts.

De DNC gaat niet de fout in door zich te concentreren op identiteitspolitiek, maar door te gaan voor een rechtse sociaal-economische agenda waarbij het geen progressieve, maar centrumpolitici op staffuncties benoemt. Hertzberger werd afgelopen maand zelfs op een tegenvoorbeeld bediend voor het idee over identiteitspolitiek dat haar door Bannon ingefluisterd werd. Die is gematigder dan hij het wil voorstellen. Onder protest van progressieven heeft het partij-establishment de deur opengezet voor pro-life kandidaten in de midterm verkiezingen van 2018. Hertzberger stapt in de valkuil die Bannon voor haar gegraven heeft.

Hetzelfde beeld geldt voor Nederlands links onder aanvoering van de PvdA. Dat verliest zich niet in de concentratie op identiteitspolitiek, maar in het voeren van een rechtse sociaal-economische agenda. Het gaat om de inhoud, niet om de vorm. Laat je geen onzin door die rechtse Steve op de mouw spelden, Rosanne.

Foto: ‘Sheik helping peasant to fill out ap[p]lication form for identity card’. Jeruzalem, 1934-1939. Collectie: Library of Congress.

Twee ruiterstandbeelden van Henry Shrady. Voor én tegen de Unie

leave a comment »

Er is veel te doen over de verwijdering van het ruiterstandbeeld van de Confederale generaal Robert E. Lee in een park in Charlottesville, Virginia. Neonazi’s en racisten grepen het aan om te demonstreren en hun macht te tonen. Wikipedia geeft de bijzonderheden. Maar de maker ervan blijft ongenoemd. Dat is Henry Shrady (1871–1922). Hoewel hij stierf voordat het beeld klaar was. Leo Lentelli voltooide het in 1924. In dat jaar werd het geplaatst. Opvallend is dat Henry Shrady ook het ruiterstandbeeld van Lee’s tegenpool, de Unionistische opperbevelhebber Ulysses S. Grant in Washington, DC (1922) maakte. Soms hoeft kunst geen partij te kiezen.

Foto 1: ‘Robert E. Lee statue’ in Charlottesville, Virginia. Omstreeks 1924 – 1950. Collectie: Library of Congress.

Foto 2: ‘Equestrian statue, Henry Merwin Shrady, Ulysses S Grant, mounted, Union Square, 1922’. Collectie: Library of Congress. 

Na Charlottesville. Hoe succesvol is de misleiding door Michael van der Galien van DDS dat het geweld ‘van twee kanten komt?’

with 5 comments

Michael van der Galien is een hardliner die zonder nuancering op DDS de extreem-rechtse agenda verkondigt. In modieuze termen wordt dat tegenwoordig Alt-Right genoemd. Hij volgt nauwgezet de talking points van zijn Amerikaanse geestesgenoten van Breitbart of de Daily Stormer. Zo neemt hij in een reeks artikelen in de nasleep van het geweld in Charlottesville de mening over dat het geweld van twee kanten kwam. DDS is trouwens verdeelder dan het lijkt. Tim Engelbart nam in het commentaarNeonazi’s zijn enorm blij met Trumps non-veroordeling van nazigeweld: “Heel erg goed! Niet specifiek tegen ons!”’ afstand van Trump: ‘Extreem-rechts gedachtengoed is een beetje meer gemeengoed geworden, en dat is geen vooruitgang’.

Nuancering is niet aan Van der Galien besteed. Het gaat hem niet om het maken van onderscheid of het vinden van de waarheid, maar om misleiding. Zijn vergelijking van appels met peren gaat voorbij aan de hoofdzaak. Overigens ook aan de omstandigheid dat Senaat, Huis van Afgevaardigden en Witte Huis een rechtse meerderheid hebben. Hoe kan links nou links beschermen zoals hij beweert als rechts het voor het zeggen heeft? Zijn argumentatie oogt krakkemikkig, maar is blijkbaar doelmatig genoeg om zijn achterban te bedienen die deze denkbeelden voor zoete koek slikt. Dat vraagt om een reactie op zijn commentaarTrump zegt terecht dat het geweld van twee kanten kwam, maar linkse media worden he-le-maal gek.

Het kan best dat links af en toe over de schreef is gegaan. Dat moet dan per incident aangepakt worden. Maar daar gaat het op dit moment niet om. Georganiseerd geweld van extreem-rechts heeft in Charlottesville tot een dode vrouw geleid.

De reactie daarop staat nu ter discussie. President Trump krijgt ook uit zijn eigen partij van conservatieve senatoren zoals Orrin Hatch van Utah het verwijt dat hij te vergoelijkend is naar de Nazi’s en de witte suprematisten. Hij weigert hun optreden af te keuren. Dat maakt Trump volgens velen zelf tot een racist.

Het straatgeweld is echter niet de hoofdzaak van de kwestie Charlottesville. Wat nu onder een vergrootglas ligt is de houding van president Trump. Probeert hij door boven de partijen te staan het verdeelde land te verenigen of doet hij het omgekeerde en kiest hij partij? In de merkwaardige persconferentie in Trump Tower koos Trump er overduidelijk niet voor om het geweld van extreem-rechts in Charlottesville ondubbelzinnig te veroordelen.

Van een president of een regeringsleider wordt tegenwoordig een pastorale houding verwacht om de verschillen te overbruggen en perspectief op verbinding te bieden. Zelfs als dat niet overeenkomt met Trumps persoonlijke mening behoort hij als president toch zo’n houding aan te nemen. Dat wordt verwacht van een regeringsleider in crisismomenten. Trump kan het niet opbrengen. Trump faalt omdat hij dat blijkbaar niet kan of zelfs niet eens beseft dat die vaderlijke opstelling onlosmakelijk verbonden is aan het presidentschap.

Er is een verschil in politieke stellingname tussen linkse en rechtse radicalen. De term extremisten is voorbehouden aan degenen die geweld gebruiken en daarmee buiten de wet treden. De meeste activisten aan zowel linkse als rechtse kant zijn radicaal, maar niet extremistisch.

Het verschil tussen links en rechts is dat radicaal links zich sterk maakt voor gelijkheid tussen bevolkingsgroepen, religies en seksen en radicaal rechts die gelijkheid afwijst en zich sterk maakt voor witte hegemonie. Zo wijzen de Nazi’s, KKK en witte suprematisten de gelijkheid van Afro-Amerikanen, Joden, moslims, homoseksuelen en vrouwen af.

Dat streven naar gelijkheid is het uitgangspunt van Amerika. ‘All men are created equal’ is de belangrijkste uitspraak van de Amerikaanse revolutie zoals verwoord door president Thomas Jefferson. Het is van blijvend belang geweest en werd het kompas voor zijn opvolgers en in algemene zin het moderne Amerika.

Het is dus radicaal rechts dat nu door het gebruik van geweld afwijkt van de Amerikaanse traditie die in meer dan 200 jaar sinds de onafhankelijkheid is gegroeid. Extreem-rechts wil daar eenzijdig mee breken om een witte samenleving te vestigen. Het is radicaal links dat hierop reageert en zich verzet tegen die breuk.

Bezien in historische context kiest president Trump dus niet alleen niet ondubbelzinnig tegen het extreem-rechtse geweld van Klansmen, Nazi’s en witte suprematisten, maar breekt hij ook met de Amerikaanse traditie om op z’n minst in woord de traditie van Jefferson hoog te houden. Dat diskwalificeert hem als president omdat hij niet begrijpt waar het in de VS om te doen is.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelTrump zegt terecht dat het geweld van twee kanten kwam, maar linkse media worden he-le-maal gek’ van Michael van der Galien op DDS, 16 augustus 2017.

Foto 2: ‘Heavily armed alt-right militia at the ‘Unite the Right’ rally in Charlottesville, VA.

Trump als driekwart-fascist in Witte Huis past slecht bij Amerikaanse democratie

with 8 comments

In een artikel voor The New York Times van 21 oktober 2016 legde de hoogleraar geschiedenis aan Georgetown University John McNeill Donald Trump langs de fascistische meetlat. Hij stelde zich toen in aanloop naar de verkiezingen met als uitgangspunt het historisch fascisme van Italië en Duitsland de vraag hoe fascistisch Trump is. De uitslag was dat Trump een semi-fascist is. Maar hoe is dat 10 maanden later? Moet McNeills evaluatie worden bijgesteld na Charlottesville en de vergoelijkende reactie van Trump daarop?

Wat opvalt is dat president Trump stilzwijgend de erfenis van twee totalitaire ideologieën ondersteunt. En zich niet plaatst in de traditie van zijn voorgangers die volmondig de liberale democratie verdedigden. Trump is kritisch op alles en iedereen, maar opvallend genoeg niet op de Russische president Vladimir Putin die een geactualiseerde versie van het Stalinisme propageert. Vermoedelijk heeft het ermee te maken dat Trump afhankelijk is van Russisch geld en machinaties via de Trump Organisatie van Russisch, crimineel geld dat jarenlang witgewassen werd. En Trump chantabel heeft gemaakt. De speciale aanklager Robert Mueller onderzoekt dat op dit moment. Daarnaast tolereert Trump aanhangers van de white supremacy beweging als Sebastian Gorka, Stephen Miller en Steve Bannon in het Witte Huis. Het is zonder precedent dat activisten met een extreem-rechtse signatuur zo dicht bij de kern van de macht in het Witte Huis zitten. Het vermoeden bestaat dat er een direct verband is tussen de Russische inmenging en het optreden van extreem-rechts.

In de inventarisatie van McNeill scoorde Trump gemiddeld (2 van de 4 Benitos) op de ideologische kenmerken hyper-nationalisme en militarisme. Sinds zijn aantreden in januari 2017 heeft Trump zich op deze kenmerken radicaler opgesteld dan verwacht. Een winst van 3 Benitos (1 voor hyper-nationalisme en 2 voor militarisme). Tegelijk blijft Trump aan de passieve kant wat het gebruik van binnenlands geweld betreft. Hij keurt het niet af, maar propageert het evenmin actief. Ondanks het feit dat Trump geen eigen politieke beweging heeft, maar op een improviserende wijze schippert om coalities te vormen met rechts-nationalisten, rechts-populisten, witte suprematisten, conservatieven en Republikeinen wint hij toch aan Benitos doordat hij de Republikeinse partij naar zijn hand heeft gezet. Ofschoon daar de laatste maand alweer een reactie op is gekomen en Republikeinen weer afstand van Trump nemen. Een winst van 3 Benitos (1 voor massamobilisatie en massapartij, 2 voor hiërarchische partijstructuur en neiging om disloyaliteit te zuiveren).

Dat geeft Trump als president 32 van de maximaal te behalen 44 Benitos. Was hij volgens John McNeill in oktober te kwalificeren als semi-fascist, nu lijkt Trump zich ontwikkeld te hebben tot driekwart-fascist. Door een combinatie van optreden waar hij weg moest kijken en wegkijken waar hij op kon treden. Maar Trump lijkt niet te groeien naar het echte fascisme. Daar is hij politiek te hybride voor en de steun die hem electoraal en financieel in het zadel houdt is te divers verdeeld. Maar ook een driekwart-fascist in het Witte Huis geeft te denken omdat het niet bij de Amerikaanse democratie past. Amerikaanse instituties en samenleving reageren en proberen dat terug te dringen wat ze ongewenst achten en niet vinden passen bij hun rechtsstatelijkheid.

Foto: Benito Mussolini (links) en Adolf Hitler (rechts), München, 1938. Collectie Bundesarchiv.