George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Breitbart

DDS zet kruistocht tegen NRC voort en misbruikt CDA’er Pieter Omtzigt, de nabestaanden van de MH17 en de journalistiek

with one comment

Rechtse media en politici raken niet uitgesproken over wat CDA-kamerlid Pieter Omtzigt zou zijn aangedaan door NRC. Feitelijk is Omtzigt begin november op een bijeenkomst over de MH17 door Andreas Kouwenhoven en Wilmer Heck op een onzorgvuldigheid betrapt, heeft hij daarover zijn spijt betuigd en is de zaak daarmee afgedaan. Maar in navolging van de continue aanvallen van president Trump op de gevestigde media (op onder meer CNN, Morning Joe/MSNBC, The Washington Post) prent alternatief rechts van Nederland zich in dat aanvallen op de zogenaamde mainstream media lonen. Ook en juist indien ze geen enkele grond in de werkelijkheid hebben. DDS klopt deze kwestie voor eigen politiek gewin op. Pieter Omtzigt wordt zo voor een karretje gespannen waarvan het de vraag is of hij daarmee gediend is. DDS voert in een artikel de ‘voormalig Telegraaf-journaliste’ Jolande van der Graaf  op die de aanval op NRC mag openen. Mijn reactie bij het artikel:

Het is niet de taak van media om politiek te bedrijven. Daar is de oppositie voor. Dat geldt in gelijke mate voor NRC, Jolande van der Graaf of DDS. Ze moeten het voeren van oppositie overlaten aan de oppositie. Wat media zeker niet moeten doen is politiek stelling nemen en denken dat ze een soort politieke partij zijn en daar vervolgens naar moeten handelen. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van de media. Media moeten het nieuws verslaan.

Het is de vraag of beide journalisten van NRC in de kwestie Omtzigt-MH17 hun boekje te buiten zijn gegaan. En het is ook de vraag of in hun reactie Jolande van der Graaf of DDS hun boekje te buiten zijn gegaan.

Feit is dat Pieter Omtzigt in een FB-bericht van 13 november naar aanleiding van de berichten in NRC schreef: ‘Na de berichtgeving heb ik zaterdag aangegeven dat ik op deze bijeenkomst onzorgvuldig heb gehandeld, en dat ik dat betreur.’ Omtzigt gaf ook aan zijn woordvoerderschap over de MH17 ‘de komende tijd’ neer te leggen. Fractieleider Buma voegde hieraan toe dat Omtzigt fouten heeft gemaakt en ‘onzorgvuldig’ heeft gehandeld.

Kortom, Omtzigt heeft aangegeven onzorgvuldig in deze kwestie te hebben gehandeld. Dat staat haaks op wat Jolande van der Graaf of DDS er een maand later van maken. Waarschijnlijk uit politieke bedoelingen. Zoals gezegd is dat geen functie van de journalistiek.

Van der Graaf schuift de NRC-journalisten van alles in de schoenen dat niet in lijn is met de gang van zaken. Zo spreekt ze erover dat ze Omtzigt ervan hebben beticht ‘bewust Russisch nepnieuws te verspreiden’. Dat zuigt ze uit haar duim.

Het verwijt dat Omtzigt treft is dat hij naïef en onzorgvuldig is geweest -wat hij zelf toegeeft- en door mee te werken aan speculaties de nabestaanden onnodig in verwarring heeft gebracht. Het was de ‘getuige’ Alexandr die helemaal geen getuige bleek te zijn die zich liet kennen als een verspreider van nepnieuws. Omtzigt had afstand tot deze nepgetuige moeten houden en zich niet met hem in moeten laten. Achteraf betreurt Omtzigt dat.

NRC heeft verslag gedaan en onthult dat Omtzigt onzorgvuldig heeft gehandeld op genoemde bijeenkomt waar Alexandr sprak. Dat is normale journalistiek waar niks mis mee is. Als Omtzigt zich inzake deze kwestie benadeeld voelt door de verslaggeving van NRC, dan kan hij uiteraard een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek. Dan worden de zaak in detail bekeken. Het is aan Omtzigt om daarover te beslissen. Hij heeft er weinig aan dat hij door politieke activisten die zich journalist noemen tegen zijn wil in gebruikt wordt in hun kruistocht tegen de gevestigde media.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVoormalig Telegraaf-journaliste: ‘Pieter Omtzigt moet NRC voor de Raad voor Journalistiek slepen én aangifte doen van smaad en laster’’ van Micheal van der Galien op DDS, 12 december 2017.

Advertenties

Is het geval Thierry Baudet voer voor psychologen? Of toch gewoon voor politicologen?

with 2 comments

Cherry slaat opnieuw toe met een onbegrijpelijke uitspraak. Thierry Baudet zegt in een interview voor Bernie Magazine dat ‘meer dan de helft van de Nederlanders het in principe met hem eens is’. Waar hij dat op baseert is onduidelijk. Het wordt er pas echt bizar op als hij dat vertaalt naar 80 tot 90% van de zetels. In potentie zou Baudet dan in de Tweede Kamer 120 tot 135 zetels behalen. Merkwaardig is dat hij weet dat wat hij zegt onzinnig en onjuist is, maar het toch zegt. Wat beoogt een politicus als Baudet met een uitspraak waarvan hij weet dat die onjuist is? Hoe denkt hij hiermee zijn eigenbelang of dat van zijn partij te dienen? Interessant is dat deze en andere aantoonbare onjuiste uitspraken van Baudet de vraag oproepen of hij  zichzelf nou wel of niet onder controle heeft. Is het hem naar het hoofd gestegen en gaat het met hem op de loop? Of is het bewuste tactiek die hij schaamteloos leent van zijn voorbeelden uit de Amerikaanse alt-right beweging? Die ernaar streeft om door liegen en het schetsen van een alternatieve waarheid de samenleving te deconstrueren.

Dat is Baudets paradox: in de vorm is hij deconstructivist en naar de inhoud een 19de eeuwse nostalgische romanticus. Feitelijk bestrijdt hij zijn eigen modernisme dat hij niet wil erkennen. Ligt hier de kiem van een heus complex van zelfoverschatting, narcisme en een misplaatst zelfbeeld? Dobbert Baudet weg in zijn eigen bubbel als een bal op de golven aan het strand? Het is tijd dat de psychologie zich over dit geval uitspreekt:

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet: Een Haagse Dandy’ in Bernie #2 (december 2017).

Foto 2: Tweet van Jaap Jansen (BNR Nieuwsradio) van 5 december 2017, met eigen reactie.

Een eenzijdige opinie van Derk Jan Eppink over Trump en de media

with one comment

Derk Jan Eppink is een Nederlands journalist die in New York woont. Bij de Europese verkiezingen was hij lijstduwer voor de VVD. In een opinie-artikel in de Volkskrant neemt hij de talking points van rechts over. Dat gebrek aan nuancering en eigen mening is opvallend. Eppink laat zich voor een karretje spannen. Over deze opinie is jammergenoeg geen debat mogelijk op de pagina’s van de Volkskrant. Dat bevordert de tweedeling in de beeldvorming. Daarom deze reactie omdat de opinie van Eppink niet onbeantwoord kan blijven.

Eppink meent dat de media de verliezers zijn van een jaar Trump. Hij verwijt dat ze eenzijdig zijn, zich teveel anti-Trump opstellen en zelfs ‘hysterisch’ zouden zijn over hem. Hierbij gaat Eppink voorbij aan de negatieve opstelling van Trump tegenover de media (‘fake news’) die hij al tijdens de campagne van 2016 gebruikte om zijn basis tegen het establishment op te zetten. Dat was dus ruim voordat de media zich teweer gingen stellen tegenover Trump. Het is andersom, door de steun van gevestigde media die hem miljarden aan free publicity gaf, heeft Trump de Republikeinse nominatie kunnen verzilveren. Illustratief is de opstelling van het MSNBC-programma ‘Morning Joe’ dat in 2016 als kritiekloos doorgeefluik voor Trumps opinies diende voordat de programmamakers Joe Scarborough en Mika Brzezinski pas in 2017 met hun kritiek op Trump kwamen toen ze vonden dat hij de rede voorbijging. Ondermeer door zijn kritiek op de media. Die overigens met onthulling op onthulling komen. Eppink die de kritiek op Trump reduceert tot ‘Progressief Amerika’ moffelt hierbij weg dat een voormalige Republikeinse afgevaardigde als Scarborough en andere gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen als Bill Kristol evenzeer kritiek hebben op Trumps houding tegenover de media.

Eppink onderbouwt zijn aanval op de media door een citaat van de Democratische oud-president Carter in een artikel van Maureen Dowd in The New York Times: ‘De media zijn harder voor Trump dan voor enige andere president die ik heb meegemaakt’. Eppink laat na om dat in een context te plaatsen. Jimmy Carter hoopt op een bemiddelingsrol in de kwestie Noord-Korea en is daarvoor afhankelijk van Trump. Op andere aspecten zoals de verbindende rol van de president is Carter overigens kritisch op Trump. En Eppink laat de essentie ongenoemd, namelijk dat Trump harder en vijandiger is voor de gevestigde media dan enige andere president in de moderne geschiedenis. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg, waarbij Eppink de oorzaak achterwege laat. Dat leidt tot een merkwaardige selectieve opinie waarvan het een raadsel is waarom de Volkskrant het plaatst of geen ruimte voor kritiek erop laat om Eppink per omgaande van een weerwoord te kunnen dienen.

Het is een breed gedragen constatering dat de Democratische partij (DNC) er bijna even slecht aan toe is als de Republikeinse partij (RNC). Beide partijen hebben de verkiezingen van precies een jaar geleden nog steeds niet goed verwerkt. Dat wordt gecompliceerd door de Rusland-onderzoeken van speciale aanklager Robert Mueller (sinds 17 mei 2017) en het congres. Ze zijn nog niet afgerond en vooral Mueller komt pas op stoom. Ze laten nog in het midden of de inmenging van het Kremlin op sociale media en de (poging tot) inbraak van Russische hackers in de electorale systemen in 39 staten Trump een onrechtmatige verkiezing opleverde.

Terwijl in de RNC het door grote donors en bedrijven aangejaagde opportunisme over belastinghervormingen en het racistisch-nativistisch denken voor de slinkende basis de partij op een hellend vlak heeft gebracht, zijn er binnen de DNC enige lichtpuntjes. In de DNC gaat het om een normale richtingenstrijd tussen de oude corporatistische Democraten uit de school van Hillary Clinton en de meer progressieve ingestelde richting van Bernie Sanders, Elizabeth Warren of Keith Ellison. De RNC staat wel degelijk op instorten omdat de gematigde en traditioneel-conservatieve politici gemarginaliseerd zijn en overspoeld zijn door de rechts-nationalisten die aanschuren tegen het racistisch denken en vuile zaak maken met populistische media als Fox of Breitbart.

Wat zegt de opstelling van Eppink die grossiert in rechtse talking points en die kritiekloos overneemt? Hij is selectief in zijn feitenrelaas. Hij meldt niet dat het Steele-dossier van Fusion GPS in eerste instantie in opdracht van een Republikeinse opponent van Trump is opgesteld. Pas daarna namen de Democraten het over. Als het opstellen van een kritisch dossier over een opponent hetzelfde is als het samenspannen van Team Trump met ‘de Russen’ zoals Eppink suggereert, dan verdwijnen elk onderscheid en elke nuancering.

Eppink poetst de kritiek vanuit het oude establishment van de RNC op Trump weg en probeert het te framen als kritiek van progressieve zijde. Daarbij gaat hij bijvoorbeeld voorbij aan de recente inschatting van oud-adviseur van Trump Steve Bannon dat de president een afzetting door de Republikeinse kabinetsleden via het 25ste Amendement waarschijnlijk niet zal overleven. Het zijn niet de gevestigde media of de DNC waarvoor Trump het meest te vrezen heeft en die hem het hardst bestrijden, maar het gevaar voor Trump loert in eigen gelederen. Bij een big sponsor als Robert Mercer die afstand neemt van het racisme van Trump en Breitbart. Waarschijnlijk uit berekening, maar wel schadelijk voor Trumps geloofwaardigheid. Gevestigde media die dankzij lekkende overheidsdiensten dagelijks met onthullingen komen zijn niet de grote verliezers na een jaar Trump. Dat zijn de modale Amerikanen die lijden onder het spagaat van de culturele mobilisatie door Trump en rechtse media, en hun eigenbelang zoals de zorgverzekering of overheidssubsidies die Trump wil korten. Maar vooral de VS zijn de verliezers na een jaar Trump. Internationaal is de positie beschadigd en verzwakt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelDerk Jan Eppink: Media zijn de grote verliezers na een jaar Trump’ in de Volkskrant, 8 november 2017.

Verslag van CNN over de Russische inmenging in Amerikaanse presidentsverkiezingen laat belangrijke vragen onbeantwoord

with 3 comments

Een verslag van CNN over gebruik van sociale media door het Kremlin in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen laat de meest gevoelige vraag onbeantwoord. Namelijk hoe de Russen op detailniveau kennis konden hebben van de Amerikaanse verkiezingsmarkt om hun berichten en advertenties op sociale media in te zetten. Het vermoeden is dat ze voor die kennis op kiesdistrict-niveau (‘precinct’) assistentie kregen vanuit het campagneteam van Trump of vanuit een organisatie die daar direct aan gelieerd was. Als dat aangetoond is, dan is sprake van bewezen geheime samenwerking of verstandhouding (‘collusion’) tussen Trump en het Kremlin. Precies daar doen het congres en speciale aanklager Robert Mueller onderzoek naar.

Het bedrag van 100.000 dollar aan advertenties op Facebook is laag en kan geen verschil hebben gemaakt. Hoewel de marges smal waren en Trump met 107.000 stemmen in drie swing states (Michigan, Wisconsin en Pennsylvania) het Electoral College won. CNN beseft dat en houdt de optie open dat dit bedrag hoger is.

CNNs claim dat de Russen zoveel nepnieuws op Facebook plaatsten dat het ‘echt begon te lijken’ gaat voorbij aan de goede aarde waarin dat nepnieuws blijkbaar kon vallen. Er was een publiek dat al ontvankelijk was voor dat nieuws of de advertenties op Facebook. Die nuancering mist CNN, maar is wel uitgangspunt van het artikel over RT, Sputnik en informatie als oorlogsmiddel van Jim Rutenberg in de New York Times van 13 september.

Het belang van de gekochte advertenties op Facebook kan pas ten volle begrepen worden als ze worden gezien in combinatie met radicaal-rechtse Amerikaanse media als Fox, Infowars en Breitbart als met de andere middelen van het Russische informatie-apparaat zoals de Peterburgse trollfabrieken van het Internet Research Agency en zusterorganisatie het Federal News Agency (FAN), botnets en de zenders RT en Sputnik.

Foto: video verwijderd; schermafbeelding.

Waarom is rechts toch zo gebeten op kunst en kunstenaars? Dat is onnodig

leave a comment »

De haat in rechtse kringen tegen de kunstsector is groot. Dat is niet alleen ongewenst en onbegrijpelijk, maar ook onnodig. Het lijkt voorbij te gaan aan de kennis van de geschiedenis van de kunst. De aanname is dat kunstenaars -en dus kunst- per definitie links is. Dat is onzin voor wie zich de namen Céline, Brasillach, Pound, Jan Montyn, of Daan Samson in herinnering haalt. En dat valt makkelijk uit te breiden.

In een artikel voor DDS richt Michael van der Galien zijn pijlen op acteur Gijs Scholten van Aschat die sinds 1 september voorzitter van de Akademis van Kunsten is. In plaats van het op te nemen voor de kunst probeert Van der Galien het aan te vallen. Wat trouwens grandioos mislukt. Daarvoor is scherpte, kennis van zaken en zorgvuldigheid nodig. Dat mist Van der Galien. Het is hem blijkbaar alleen te doen om het katten op wat hij als links ziet. De versimpeling is dat hij kunst als een linkse hobby afbeeldt. Hij maakt het zelfs nog bonter door journalist Bert Wagendorp en Van Aschat extreemlinks te noemen. Grappig is dat Van der Galien hiertoe VVD’er Halbe Zijlstra in bescherming neemt. Groeit er toch nog iets moois in Nederland tussen conservatief-rechts (VVD) en de alt-right Breitbart-epigonen van DDS? En dat dankzij de kunst. Van der Galien had het maatschappelijk belang ervan niet beter kunnen aangeven. Alleen jammer dat hij dat zelf niet beseft. Enfin, er komt ongetwijfeld een volgende scheldkanonnade van DDS over kunst. In de herkansing dus. Mijn reactie:

Subsidie aan kunst is niet anders dan subsidie aan landbouw, industrie, koningshuis, omroep of wat dan ook. Een land als Nederland kan het zich veroorloven om deze verschillende sectoren te subsidiëren. De grootte van het bedrag ontstaat in de afweging tussen de sectoren.

Onder de liberale staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) is er bovenmatig bezuinigd op de kunstsector. De kritiek op Zijlstra door kunstenaars, kunstprofessionals en kunstminnaars betrof niet zozeer de bezuiniging zelf, maar de omvang ervan en de snelheid waarmee het ingevoerd moest worden. Dat laatste kostte de sector nog eens extra geld. Bij evenwichtig beleid had dat voorkomen kunnen worden.

Gijs van Aschat heeft gelijk dat de gevestigde orde uitgedaagd moet worden door de kunst. Want precies dat is de functie van kunst. Het laat ons scherp naar onszelf kijken. Dat is de verdienste van kunst. Dat gebeurt niet als kunst dat bevestigt wat al elke dag bevestigd wordt. Dat is het kenmerk van de marktwerking.

Met links of rechts heeft deze discussie helemaal niets te maken. Of met het cultureel marxisme van Paul Cliteur dat hij 50 jaar na de opstand van de jaren ’60 uit de mottenballen van Gramsci haalt. Kunst is kritisch op de gevestigde orde. Als die links is dan stelt de kunst zich rechts op. En omgekeerd. Zo simpel is het.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTopman Akademie van Kunsten: ‘Kunst moet politiekcorrect links zijn. En vooral zwaar gesubsidieerd worden’’ van Michael van der Galien op DDS, 29 augustus 2017.

Paul Cliteur is onvolledig in zijn weergave van feiten en probeert cultureel marxisme te framen in verdediging van Charlottesville

leave a comment »

Afgelopen dagen werd besmuikt of instemmend gereageerd op een opinie-artikel van Paul Cliteur op TPO. Niemand leek het serieus te nemen. Besmuikt door degenen die erin aangesproken werden en instemmend door de achterban van Forum voor Democratie of Geen Stijl die zich per definitie inzet voor wat het als de goede zaak ziet. Zelfs als het niet weet wat cultureel marxisme is, wie Antonio Gramsci was en welke rol hij in het marxistische discours in de studentenrevolte van de jaren ’60 en ’70 in vooral Frankrijk en Italië speelde.

Paul Cliteur werkt de talking points van het Witte Huis uit die zeggen dat het geweld van twee kanten komt. Dit als reactie op de extreem-rechtse manifestatie in Charlottesville waar neonazi’s, racisten en witte suprematisten met succes de straat veroverden op de lokale politie. Cliteur suggereert de nuance te zoeken, maar daar is niets van te merken. Hij deelt die in elk geval in zijn opinie voor TPO zeker niet met de lezer.

Cliteurs nuance stopt waar hij de Brits-Amerikaanse publicist Milo Yiannopoulos looft: ‘Ik was verrast door een intelligente analyse van onze tijd en cultuur’. De conservatieve Yiannopoulos werd in 2017 weerhouden om op Britse universiteiten te spreken vanwege zijn politieke denkbeelden. Maar vanwege zijn opkomen voor -of: relativering van- pedofilie namen zowel conservatieve als progressieve media en organisaties afstand van hem. Ook Breitbart zette Yiannopoulos onder druk om ontslag te nemen. Die animositeit van Yiannopoulos met rechtse media en organisaties laat Cliteur ongenoemd. Hij probeert wat Yiannopoulos overkomt onder verwijzing naar een afgelaste spreekbeurt op Berkeley te framen als progressieve intolerantie of hegemonie. Hij laat ook ongenoemd dat het verbroken contract met uitgeverij Simon & Schuster een gevolg was van die pedofilie-controverse. Vervolgens koppelt Cliteur de receptie van Yiannopoulos aan het cultureel marxisme van Gramsci. Cliteur is onvolledig, geeft een verkeerde voorstelling van zaken en doet aan stemmingmakerij om zijn achterban via TPO te bedienen. Mijn reactie zoals ik die bij Cliteurs artikel op TPO plaatste:

De constatering van Paul Cliteur over culturele hegemonie naar aanleiding van de geschriften van de Italiaanse Marxist Antonio Gramsci is interessant. Het roept echter de vraag op waarom hij er juist nu mee komt en niet 20 jaar geleden. Want Cliteur beschrijft voor de Nederlandse situatie een beeld uit het verleden. Cliteur is overigens onduidelijk over welk land of universiteit hij het nou precies heeft. Nederland, VS, West-Europa. Dat maakt zijn stellingname verwarrend en rommelig.

Twintig jaar geleden zuchtte Nederland onder de knoet van het multiculturalisme. Het was maatschappelijk onaanvaardbaar om er kritische kanttekeningen bij te zetten. Dat was benauwend en ongewenst. Maar sinds de neoconservatieve Bush/Cheney-revolutie in de VS, de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders in het kielzog van Frits Bolkestein en de onmanteling in Nederland van de linkse politiek is dat beeld volledig gekanteld. De culturele hegemonie wordt nu bepaald door de rechterkant van het politieke spectrum.

Aan Nederlandse universiteiten is anno 2017 niet langer een linkse culturele hegemonie, maar een rechtse hegemonie van marktdenken en marketing dominant. Nederlandse universiteiten zijn geëconomiseerd met verlies van hun autonomie en hun intellectuele ambitie. Hoogleraren en studentenraden hebben zich in de dwangbuis van de economie, de behoudzucht en het marktdenken laten dwingen.

Studenten kunnen wellicht in toiletten van Amerikaanse universiteiten hun leuzen spuien zoals mevrouw Cliteur waarneemt, maar in de bestuurskamers van de Amerikaanse of Nederlandse universiteit wordt een gesprek van marktdenken, rendement, fondsenwerving en bezuinigingen gevoerd.

In het besef om buitengesloten te zijn van de macht ageren de links georienteerde studenten daarom in de marge. Dat doen ze blijkbaar op het toilet, op de campus, in een Studium Generale-programma of in een kunsttentoonstelling. Op plekken die er niet echt toe doen. Niet in de bestuurskamer waar de macht zetelt.

Over de media waar Cliteur naar verwijst is exact hetzelfde te vertellen. Het kan zijn dat de meeste journalisten links zijn, zoals de meeste studenten dat ook zijn. Maar dat maakt media-bedrijven en media-holdings die gaan voor rendement, macht en economisch nut nog niet links, zoals een linkse student het bestuur of het beleid van een universiteit niet links maakt.

Linkse studenten en journalisten kunnen in de overgangstijd tussen multiculturalisme en een volledig geëconomiseerde structuur in symbiose binnen rechtse structuren bestaan omdat ze daar als afleiding dienen. Die bliksemafledier komt de macht van media of universiteit prima uit. En daarom wordt deze linkse verschijnselen getolereerd. Zonder dat ze nog enige praktische macht hebben.

De observatie van Cliteur die 50 jaar na 1968 Gramsci uit de mottenballen tovert schiet dan ook tekort. Wat mevrouw Cliteur in de toilet ziet is niet onjuist, maar meneer Cliteur kent er vervolgens een verkeerde waarde aan toe. Hij leest een verschijnsel als structuur.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelCultureel marxisten hebben geen rust voordat u bent onderworpen’ van Paul Cliteur op TPO, 19 augustus 2017.

Rosanne Hertzberger schiet tekort in analyse van politiek links

with one comment

Er zijn vele speculaties waarom Steve Bannon de inmiddels opgestapte adviseur van president Trump een interview gaf aan de progressieve journalist Robert Kuttner van The American Prospect. Het werd op 16 augustus gepubliceerd. Bannon zou Kuttner benaderd hebben omdat hij in hem een identieke visie op China herkende. ‘To me, the economic war with China is everything’, zei Bannon. Meer opiniemakers denken kritisch over China. Er moet meer zijn. Lekte Bannon bewust en zocht hij een aanleiding voor ontslag om terug te keren naar Breitbart? Overschatte Bannon zichzelf? New York magazine biedt in een analyse drie scenario’s.

Mogelijk is het allemaal een beetje waar zonder dat er een eensluidende verklaring is voor Bannons interview aan een linkse journalist. Een ander scenario is dat Bannon de politieke isolatie van Trump wilde doorbreken door contact te zoeken met (radicaal) links. Het hoefijzermodel in werking dat langs de flanken verbindt.

Dit soort overwegingen en kalibraties zijn niet besteed aan Rosanne Hertzberger die elke week van dik hout planken zaagt in haar NRC-column. Ze oppert vaak goede ideeën, maar lijkt het geduld of de kennis te missen om die vervolgens voldoende uit te werken. Zoals deze week in een column met de onheilspellende titel ‘Het politieke links is kapot’. Wat ze zegt lijkt echter niet zozeer exemplarisch voor links, maar voor de hele partijpolitiek van Nederland die zich verliest in details en onbetekende kwesties. Tom-Jan Meeus heeft in zijn wekelijkse column in dezelfde krant beter door hoe politiek werkt en soms met zichzelf op de loop gaat.

Hertzberger verwijt links dat het zich te veel op identiteitspolitiek concentreert. Dus op de vraag wat men is en niet op welk wereldbeeld het voorstaat. Precies dat zou Bannon de Democraten verweten hebben: ‘zolang links zich concentreert op ras en identiteit en wij op economisch nationalisme, verslaan we ze’. Het werd afgelopen week te pas en te onpas herhaald in de Nederlandse media. Maar daarmee is het nog niet juist wat hij zegt. Bannon probeert met zo’n uitspraak ook de Democraten negatief te framen. Vanuit zijn misleiding.

Voor het gemak maakt Hertberger in haar column de overstap van Nederlands links naar de Democratische partij (DNC). En omgekeerd. Maar of de partij van Chuck Schumer, Nancy Pelosi, Hillary Clinton en Tom Perez die op dit moment zo worstelt met zichzelf een linkse partij is is nog maar helemaal de vraag. Daar denken progressieve critici als Bernie Sanders, Keith Ellison of Elizabeth Warren genuanceerder over als ze de DNC koppelen aan het bedrijfsleven met het gebruik van de misprijzende tem ‘Corporate Democrats’. In die visie is de DNC eerder centrum-links en als men het loskoppelt van de identiteitspolitiek zelfs centrum-rechts.

De DNC gaat niet de fout in door zich te concentreren op identiteitspolitiek, maar door te gaan voor een rechtse sociaal-economische agenda waarbij het geen progressieve, maar centrumpolitici op staffuncties benoemt. Hertzberger werd afgelopen maand zelfs op een tegenvoorbeeld bediend voor het idee over identiteitspolitiek dat haar door Bannon ingefluisterd werd. Die is gematigder dan hij het wil voorstellen. Onder protest van progressieven heeft het partij-establishment de deur opengezet voor pro-life kandidaten in de midterm verkiezingen van 2018. Hertzberger stapt in de valkuil die Bannon voor haar gegraven heeft.

Hetzelfde beeld geldt voor Nederlands links onder aanvoering van de PvdA. Dat verliest zich niet in de concentratie op identiteitspolitiek, maar in het voeren van een rechtse sociaal-economische agenda. Het gaat om de inhoud, niet om de vorm. Laat je geen onzin door die rechtse Steve op de mouw spelden, Rosanne.

Foto: ‘Sheik helping peasant to fill out ap[p]lication form for identity card’. Jeruzalem, 1934-1939. Collectie: Library of Congress.