Gouverneur Kemp tekent wet in Georgia. Republikeinse partij slaat doodlopende weg in van kiezersonderdrukking en racisme

De Republikeinse gouverneur Brian Kemp van de staat Georgia tekende gisteren een wet die twee componenten heeft. Het beperkt vooral Democratische en jongere kiezers om te stemmen en het geeft Republikeinse bestuurders de mogelijkheid om voor hen ongewenste resultaten te overrulen. De wet die kiezers onderdrukt en de Amerikaanse democratie inperkt maakt mogelijk wat de vorige president Trump probeerde, namelijk het stelen van verkiezingen. Maar dat lukte hem uiteindelijk niet. Als deze wet van kracht was geweest, dan was het Trump in Georgia echter wel gelukt.

Gouverneur Kemp kon in 2018 trouwens uitsluitend nipt winnen van de Democratische kandidate Stacey Abrams omdat hij in 2017 560.000 kiezers had uitgesloten om deel te nemen aan de verkiezingen. Dat wordt alom als ongrondwettelijk gezien, maar Kemp kwam er mee weg.

De logica van de Republikeinen is dat ze weten dat ze op een eerlijke manier geen landelijke verkiezingen kunnen winnen. Dat geven ze zelfs publiekelijk toe. De demografische ontwikkelingen wijzen namelijk de andere kant op. Democratische en Onafhankelijke keizers zijn ruim in de meerderheid. Samen met manipulaties als gerrymandering, het hertekenen van de grenzen van kiesdistricten, het oneerlijke Electoral College dat het platteland overwaardeert en Democratische territoria als DC en Puerto Rico geen plek in de Senaat geeft dient de onderdrukking van de Democratische kiezer en de mogelijkheid om op bestuurlijk niveau verkiezingsresultaten te overrulen enkel en alleen om aan de macht vast te houden die de Republikeinen welbeschouwd niet toekomt.

Daarbovenop komt de Big Lie van Trump en zijn medestanders dat de Democraten de verkiezingen gestolen zouden hebben. Maar het omgekeerde is waar. Het zijn juist de Republikeinen die de laatste verkiezingen probeerden te stelen. Dat dat mislukte was een dubbeltje op zijn kant. Veel is nog onduidelijk. Er lopen nog talloze onderzoeken naar wat er gebeurd is tussen november 2020 en 20 januari 2021 toen Biden werd geïnaugureerd. De bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 was militair georganiseerd en de extreem-rechtse milities stonden in direct contact met medestanders van Trump, zoals Roger Stone.

Wat in Georgia gebeurt staat niet op zichzelf. In allerlei staten waar de Republikeinen het bestuurlijk voor het zeggen hebben ontspruiten nu dit soort initiatieven van kiezersonderdrukking. Dat is geen toeval en past in een patroon. De vroegere president Trump heeft nog steeds veel macht in de Republikeinse partij, zet lokale bestuurders onder druk en meet zijn steun die hij geeft af aan hun loyaliteit voor hem. Daar passen dit soort initiatieven bij. De Trumpiaanse Republikeinen hebben blijkbaar de hoop opgegeven dat ze op eigen kracht met een programma op een eerlijke manier voldoende kiezers kunnen trekken om landelijke verkiezingen te winnen. In 2020 kreeg Joe Biden meer dan 7 miljoen meer stemmen dan Donald Trump.

Men kan binnen de logica van deze Trumpiaanse Republikeinen zich alleen maar afvragen wat ze hiermee denken te kunnen bereiken. Doen ze dit uitsluitend uit angst voor Trump zonder dat ze geloven dat dit gaat werken? De publieke opinie keert zich tegen dit soort vormen van kiezersonderdrukking. Alom wordt opgemerkt dat dit ingaat tegen het idee van de Amerikaanse democratie. Het is opvallend dat de vormgeving van de wet in Georgia tegen de Republikeinen inwerkt. Veel aandacht is er voor het verbod om iemand die in de rij staat om te stemmen water te geven. Dat kan erin gezet zijn als afleiding om de meer structurele maatregelen van manipulatie op bestuurlijk niveau te verhullen, maar schaadt de Republikeinen tegelijk enorm in de beeldvorming.

Er zijn vier effecten die negatief uit kunnen pakken voor Trump en zijn kornuiten. De positie van de twee conservatieve Democratische senatoren Joe Manchin en Kyrsten Sinema die zich verzetten tegen het afschaffen van de filibuster waarmee Republikeinen wetgeving kunnen blokkeren verzwakt hiermee. Want ze kunnen de kiezersonderdrukking die de Republikeinen in allerlei staten willen uitbreiden binnen hun eigen caucus niet verdedigen. Daarmee neemt de kans toe dat de filibuster hervormd of zelfs volledig afgeschaft wordt. Dat geeft de Democraten in de Senaat de mogelijkheid om wetgeving op landelijk niveau in te voeren. Op 3 maart 2021 werd in het Huis als de ‘For the People Act of 2021’ aangenomen. Die wacht nu op behandeling in de Senaat. President Biden heeft aangegeven dat hij prioriteit geeft aan deze voting rights wetten. Er is ook nog de John Lewis Voting Rights Advancement Act die beoogt om wetsteksten die resulteren in de discriminatie van kiezers uit deze wetten te halen.

Een tweede effect van de publieke pogingen van kiezersonderdrukking en racisme van de Republikeinen is dat het de kiezers die het betreft alleen maar meer gemotiveerd worden om te gaan stemmen. De bestuurlijke manipulatie die in deze wetten zit wordt daar echter niet mee tegengegaan. In de VS hebben staten betrekkelijk veel bestuurlijk-juridische autonomie.

Het derde effect is dat er een beweging van onderop per staat op gang komt die het bedrijfsleven onder druk zet en oproept om afstand te nemen van Trump en dit soort wetten om kiezers te onderdrukken. Een gevolg kan zijn dat ze publiekelijk afstand nemen van Trump en zijn medestanders en de geldkraan dichtdraaien om deze Republikeinen nog langer te steunen.

Het vierde effect kan zijn dat het Republikeinen die hiertegen zijn een steun in de rug geeft om uit de Republikeinse partij te stappen en een derde partij op te richten. Want deze brede beweging van kiezersonderdrukking door Republikeinen op staatsniveau maakt duidelijk dat er voor gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen voor de komende jaren geen toekomst binnen de Republikeinse partij is. Ze kunnen zichzelf nu niet meer voorhouden dat het tijdperk Trump voorbij is en hun partij snel gerepareerd kan worden.

De wet die gouverneur Kemp in Georgia ondertekende is de aangekondigde dood van de Republikeinse partij. Deze tactiek van de verschroeide aarde is defensief en kan tijdelijk werken, maar is op termijn onhoudbaar. Het zet door zelfbeschadiging de Republikeinen publiekelijk in de hoek van de anti-democraten die zonder compassie en respect voor de Amerikaanse grondwet uiteindelijk duidelijk maakt dat ze geen geloof in eigen kracht hebben. Daarnaast roept het tegenkrachten op bij de meerderheid van de bevolking en de Democraten die met president Biden die met zijn kennis van en netwerk in de Senaat als geen ander kent weet hoe hij dit in zijn voordeel kan ombuigen.

Scheidslijn in publieke opinie loopt niet tussen links en rechts, maar tussen muiterij en overleg

Soms kom je in een discussie op Facebook in aanraking met standpunten waarvan je denkt hoe het mogelijk is dat ze bestaan en geuit worden. Wie zitten er achter? Is het Nederlands onderwijs echt zover weggezakt als de laatste decennia door onderwijscritici wordt beweerd? Het lijkt er sterk op.

Gevoegd bij een gebrek aan mediawijsheid van de bevolking, omdat dit vak ontbreekt in het basisonderwijs, ontstaat er bij sommigen een combinatie van onvermogen, niet goed kunnen luisteren, lezen, schrijven en argumenteren, wrok en miskenning. Het gebrek aan vaardigheid om zich te kunnen uiten en goed te kunnen verwoorden wat men denkt jaagt door een gevoel van ondergewaardeerd worden en een besef van machteloosheid het vliegwiel van de miskenning nog verder aan. Dat is beklagenswaardig voor betreffende individuen en beschadigend voor de samenleving.

Dat is de stand van de publieke opinie van Nederland. In dat land is voor velen botheid de norm. Dat wordt ook wel lompheid of hufterigheid genoemd als het om het intermenselijk contact gaat. Op sociale media valt het extra op en wordt benadrukt wat blijkbaar de ziel van veel Nederlanders is. Dat is een constatering die de Engelse ambassadeur in Den Haag William Temple in de 17de eeuw al maakte in zijn Observations Upon the United Provinces of the Netherlands toen hij over de aard van de Nederlanders zei : ‘More good Nature, than good Humour’. Zie p.188:

Aanleiding voor bovenstaande uiteenzetting is een debatje op Facebook bij bovenstaand artikel van de Volkskrant dat stelt dat de rechtse partijen steeds meer opschuiven naar links. Ik gaf daar het volgende commentaar op: ‘Links is een ramp en rechts is een ramp. Racistisch rechts (PVV en FvD) is een dubbele ramp. Of de kiezer steeds meer op rechtse partijen stemt valt te bezien. Want de kiezers stemmen altijd in meerderheid op rechtse partijen. Dat is nu niet anders. De meerderheid van partijen wil gelijkwaardiger delen en belasten voor degenen die binnen zijn, maar degenen die buiten zijn meer weren dan voorheen. Is dat links of rechts? Het lijkt eerder een gemengd beeld dat valt te omschrijven als conservatief-links.’

Dat is een standpunt waar men het wel of niet mee eens kan zijn. In de verwachting van een leuk debat had ik het prikkelend opgeschreven. Ik vermoedde dat de lezers van de Volkskrant vooral zouden reageren op mijn standpunt dat links een ramp is, maar dat gebeurde niet. Is de achterban van links al bij voorbaat murw gebeukt? Ik kreeg enkel reacties die reageerden op mijn uitspraak dat ‘racistisch rechts’ van PVV en FvD een dubbele ramp is. Dat had ik niet mogen zeggen. Ook dat is blijkbaar de stand van zaken in Nederland, namelijk dat aanhangers van nationalistisch-rechts zelfs de FB-pagina’s van de centrum-linkse Volkskrant domineren.

Zo kabbelt zo’n discussie op een algemeen platform op sociale media voort in Nederland. Je kunt het niet eens een uitwisseling van standpunten noemen. Het is een gesprek tussen doven waarbij men niet zozeer luistert naar wat de ander zegt, maar vooral de eigen stokpaardjes pitcht. Daarmee zeg ik niks nieuws, het is al vaak gezegd. Ik reageer ook veel op Amerikaanse sites en daar is de omgang tussen politieke opponenten vriendelijker en volwassener, hoewel ik het afgelopen half jaar een verharding heb bespeurd. Maar daar lijkt men er genoegen in te scheppen om met elkaar het debat op een hoger niveau te tillen. In Nederland ontbreekt dat streven en lijkt het omgekeerde het geval. Namelijk het afbreken van de ander, ook als men daarmee zichzelf naar beneden haalt. Maar ook dat besef ontbreekt, zoals een Alzheimer-patiënt de eigen vergeetachtigheid vergeet.

Inhoudelijk eindigde mijn bijdrage onder dit Volkskrant-artikel met onderstaande reactie. Of het doordringt tot de aanhangers die PVV en FvD steunen betwijfel ik, maar ik blijf proberen hen met argumenten te overtuigen. Maar de mislukking is ingebakken. Het is als Max en Moritz uit het Duitse verhaal met plaatjes die in de deegbak van de bakker vallen en in de oven gebakken worden. De twee schelmen blijken nog in leven en knagen zich een weg naar buiten. De volgende streek zullen ze echter niet overleven. Maar dat weten ze nog niet.

U hebt gelijk dat er een verschil is tussen islamkritiek (of religiekritiek in het algemeen) en beleid dat tegen de grondwet ingaat. Dat eerste moet mogelijk zijn. Daar zou geen twijfel over moeten bestaan. Ik ben een criticus van godsdiensten (of religieuze instellingen) waaronder de islam omdat ik vind dat religie per saldo een negatieve invloed heeft op de samenleving. Dat geldt dus alle godsdiensten. Daarbij nemen met name de drie monotheïstische godsdiensten een stevige machtspositie in en moeten ze tegen kritiek kunnen. Hoge bomen vangen veel wind.

Maar de PVV gaat verder dan islamkritiek en morrelt aan de grondrechten van inwoners van Nederland. Daar loopt de lijn tussen wat mogelijk of zelfs wenselijk is aan islamkritiek en waar dat overgaat in beleid dat strijdig is met artikelen van de grondwet. Dat laatste hebben we met elkaar afgesproken en kan niet eenzijdig worden opengebroken. Dan verlaat een partij als de PVV de rechtsstaat en begeeft het zich op het terrein van de rechtsongelijkheid en willekeur. Dat is niet in uw of mijn eigenbelang. Want wat vandaag de moslims treft, kan in die willekeur zonder rechtsbescherming morgen u of mij treffen.

Als de PVV delen van de grondwet wil veranderen, dan heeft het daartoe uiteraard het recht. Dan moet het medestanders vinden voor een 2/3de meerderheid in de Staten-Generaal. Maar de paradox van de huidige positie van de PVV is dat het radicaliseert en zich steeds meer vervreemd heeft van de andere partijen. Ofwel, de PVV heeft helemaal geen stappenplan of strategie om een meerderheid te vinden voor de grondwetsartikelen waar het kritiek op heeft en die het wil wijzigen. Dat laat de kiezer op de PVV uiteindelijk met lege handen achter. Die kiezer wordt door de PVV bediend in zijn of haar emotie, maar politiek heeft de PVV geen omlijnd plan om haar doel te bereiken. Het is veel geschreeuw en weinig wol. Daarmee besodemietert de PVV de kiezer zonder dat die kiezer dat zelf doorheeft.’

Foto 1: Schermafbeelding van FB-posting van de Volkskrant van het artikelRechtse partijen schuiven steeds meer op naar links’, 2 maart 2021 (achter betaalmuur). Gewijzigde titel: ‘Rechtse partijen trekken met linkse argumenten steeds meer kiezers naar zich toe’.

Foto 2: Schermafbeelding van p.188 uit William Temple, ‘Observations Upon the United Provinces of the Netherlands’ (1668). Uit editie 1705. Via Google Books.

Foto 3: Wilhelm Busch, illustratie uit Max und Moritz: Max en Moritz gaan krakelingen stelen bij de bakkerij.

Pleidooi om sociaal-economische status leidend te laten zijn in de Code Diversiteit & Inclusie

Sterk pleidooi van de Franse filosoof en romancier Pascal Bruckner in interview in het FD om diversiteit breder te interpreteren dan huidskleur. Sociaal-culturele onderwerpen als identiteit drukken de sociaal-economische onderwerpen (sociaal-economische status, opleidingsniveau) weg zonder dat dit goed beseft wordt. Dat is een ongewenste en eenzijdige situatie. Het lijkt een taboe dat zo sterk is dat het niet eens als probleem benoemd wordt.

Via een omweg krijgt Bruckner ook gelijk voor wat Nederland betreft. De kunstsector is er een duidelijk voorbeeld van hoe die eenzijdige aandacht voor huidskleur ontspoort. Bizar en tamelijk onverklaarbaar is dat in Nederland de kunstsector een Code Diversiteit en Inclusie als norm heeft ingesteld die allerlei soorten achterstelling van minderheidsgroepen in beschouwing neemt, waaronder sociaal-economische status. Naast gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie opleidingsniveau en leeftijd.

Maar in de media, de kunstjournalistiek, de kunstsector en de publieke opinie lijkt die brede opvatting van diversiteit niet door te dringen. Het wordt nog steeds weggemoffeld ten koste van het dominante debat over identiteit, huidskleur, ras, slavernij en kolonialisme dat door radicale groeperingen wordt gevoed. Als hun inzet begrijpelijk is, dan is die van de kunstjournalistiek of de kunstsector niet. Die laatste is lui en gemakzuchtig, en laat zich vooral kennen als -hier komt het scheldwoord- elitair.

Want het lijkt er sterk op dat hoogopgeleide kunstjournalisten en kunstbobo’s zich meer kunnen identificeren met buitenlandse, zwarte kunstenaars die doorgaans ook een goede opleiding hebben en uit de hogere middenklasse afkomstig zijn, dan met witte, Nederlandse kunstenaars met een sociaal-economische achterstandspositie, weinig netwerk en gebrekkige sociale vaardigheden. Het is de vraag of deze kunstjournalisten en kunstbobo’s hun eigen gebrekkige blik beseffen of dat ze die juist bewust in stand houden. Wat is trouwens kwalijker?

Hoe dan ook is het de hoogste tijd dat in het debat over achterstanden en de terecht oproep om die weg te werken de obsessie met huidskleur stopt en ophoudt de belangrijkste norm te zijn die bepaalt wat achterstand is. Hoewel zoals gezegd de leidende gedragscode in de kunstsector daar allang aan voorbij is gegaan. De sociaal-economische norm is belangrijker en omvangrijker en verdient het om dominant te zijn in het debat. In de praktijk zullen in veel gevallen trouwens identiteit en sociaal-economische achterstand samenvallen, zodat dit onderwerp niet uit het debat hoeft te verdwijnen. Maar het kader waarbinnen het besproken wordt verdient het om breder te zijn.

Het is niet zinvol om witte mensen in een achterstandspositie die er economisch en sociaal slecht voorstaan te verwijten dat ze lid zijn van een bevoorrechte klasse, terwijl zij of hun ouders en kinderen daar nooit van hebben geprofiteerd. Dat maakt mensen terecht opstandig en drijft ze in de armen van ultra-rechts. Als vervolgens (kunst)journalisten en kunstbobo’s de retoriek van links-radicale activisten overnemen en blijvend verkondigen, en de witte achterstandsgroepen verwijten ultra-rechtse sympathieën te hebben, dan wordt het misverstand versterkt en de kloof verder verbreed. Deze kunstjournalisten en kunstbobo’s maken zo een gevolg tot oorzaak en denken in hun dwaling zelfs dat ze het goede doen.

In het verlengde hiervan dient bij de collectievorming van musea beter beseft te worden dat kunst van witte Nederlandse kunstenaars met een lagere sociaal-economische status eveneens ondervertegenwoordigd is als kunst van andere achterstands- en minderheidsgroepen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelInteressant: alleen blanken worden gesommeerd diverser te zijn’’ in het FD, 29 januari 2021.

Rellen: Dominees, politici, dansleraren en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk aan de kant

Een toekomstfantasie zou zo kunnen beginnen: Het schijnt dat de onderhandelingen van de Nederlandse regering met een onbekend land in een vergevorderd stadium zijn over de opname van Nederlandse ontevredenen. Voor de verandering gaat het niet om ontspoorde Marokkaans-Nederlandse jongens, maar om witte christelijke jongeren. Het besef lijkt nu eindelijk bij de Nederlandse overheid doorgebroken dat de grootste bedreiging voor de sociale vrede uit rechts-christelijke hoek komt. Het lijkt satire als het niet zo echt zou zijn. Naar verluidt zou de Nederlandse regering betreffend land een half miljard euro per jaar betalen voor deze overeenkomst.

De groepen die in aanmerking zouden kunnen komen voor zo’n overeenkomst zijn rellende christelijke jongeren uit Urk, leden van rechts-extremistische splintergroepen en allerlei groeperingen die in Nederland hun draai niet zeggen te kunnen vinden, zich miskend en onbegrepen voelen, de media als vijand van het volk zien en bewonderaars van Hitler, Trump, Baudet en Wilders zijn. Omdat genoemde groepen zweren bij het leidersprincipe ligt het gezien de onderlinge verbondenheid voor de hand om hun leiders mee naar het buitenland te sturen. Voor de Urker jongeren betreft dat talloze dominees en gezaghebbende kapiteins van de vissersvloot.

Dominee Uitslag is predikant van de christelijke gereformeerde Eben-Haëzerkerk in Urk en zegt in een artikel in het RD dat de mooie dingen die er onder de Urker christelijke jongeren plaatsvinden, zoals samen zingen en de Bijbel bestuderen, de pers volgens hem nooit halen. Dat was voor de rellen van afgelopen weekend. Nu zegt dominee Uitslag over deze witte, christelijke rellende jongeren: ‘Het perspectief ontbreekt bij hen. Maar het zijn wel onze kinderen, buurkinderen of collega’s, heb ik gezegd richting de gemeente. Het is ons aller probleem’. Hoe zich dat tot de God van Urk verhoudt is onduidelijk. Kan deze God van Urk op enigerlei wijze verantwoordelijk worden gesteld voor onder meer het geweld tegen de GGD Flevoland?

In een commentaar van 19 januari 2021 over de failliete feestorganisator Michel Reijinga die aanzette tot rellen op het Amsterdamse Museumplein, maar daarvoor geen verantwoordelijkheid wilde nemen, schreef ik:

Dominees van Urk, politici als Baudet en Wilders, failliete feestorganisatoren, uitgedanste dansleraren en miskende commentatoren in rechtse media hebben jongeren opgehitst, maar nemen lafhartig afstand van hun eigen aanzet tot opstand als het gif dat ze in de simpele geesten hebben geplant daadwerkelijk begint te werken. Die dominees en feestorganisatoren hebben het laten ontsporen en staan achteraf quasi-afstandelijk en moralistisch aan de kant. Ze wassen hun handen in onschuld. In de poging om hun eigen geweten te sussen proberen ze iedereen verantwoordelijk te maken.

De daders die zich het afgelopen weekend bij de onlusten het meest misdragen hebben tegenover GGD, ziekenhuis of ordehandhaving moeten opgepakt worden en met naam en toenaam publiekelijk bekend worden gemaakt. Zodat hun werkgevers of hun omgeving afstand kunnen nemen door respectievelijk ontslag of veroordeling en maatschappelijke uitsluiting. Uiteraard moeten ze als ze aangeklaagd worden zich voor de rechter kunnen verdedigen. Daarnaast is het van essentieel belang dat degenen die hebben aangezet tot deze onrechtmatige acties met naam en toenaam worden genoemd. Want zij zijn de oorzaak van wat er is gebeurd, maar doen achteraf alsof ze er niks mee te maken hebben.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel „Rellen zijn schandvlek voor christelijk Urk” van Klaas van der Zwaag in het RD, 25 januari  2021.

Splendid isolation op een eiland: Verenigd Koninkrijk krijgt gevolgen van Brexit hard voor de kiezen

Het is geen nieuws, maar het kan niet voldoende herhaald worden. Er is iets mis met het zelfbeeld van de Britten, en dan vooral de Engelsen. Het is aannemelijk om te veronderstellen dat dit gebrek aan zelfkennis tot de Brexit heeft geleid. De Engelsen kennen hun plaats niet. Neem nou een artikel van Dan Snow in The Guardian dat onder meer over de Britten zegt: ‘We leven op een kleine archipel vlak voor de noordwestkust van Europa’ of ‘Er is geen eindtoestand in onze betrekkingen met Europa’. De suggestie dat die archipel geen deel van Europa is wordt bevestigd in de kop: ‘Brexit is not an end to Britain’s liaison with Europe. It’s just a new beginning’. Dat is een vreemde kop, want Groot-Brittannië is deel van Europa. Dus hoezo ‘contact met Europa’ als Groot-Brittannië zelf een onderdeel van Europa is? Als er gesproken werd over de EU of het continent was het begrijpelijk, maar nu is het onbegrijpelijk.

Of moeten we voor een verklaring voor een Europees volk dat zegt niet-Europees te zijn ons heil zoeken in verklaringen die ons geen steek verder helpen, maar in zichzelf ronddraaiend verwijzen naar de excentriciteit en de bizarre manier van denken van de Engelsen? Ook het idee van het imperium biedt geen voldoende verklaring, want Portugezen, Spanjaarden en Nederlanders waren ook ooit een wereldmacht, maar hebben vrede met hun verdwenen machtspositie. Ze beseffen dat hun landen deel van Europa zijn. Britten zijn met 67 miljoen inwoners in inwonertal het vijfde in Europa gelegen land, na de Russische Federatie, Duitsland, Turkije en Frankrijk, dus de grootte of omvang maakt evenmin het verschil. Andere eilandstaten als IJsland, Ierland of Malta (of het Britse Schotland) voelen zich Europees en geven niet het idee niet tot Europa te (willen) behoren.

De intentie van Dan Snow is goed. Hij is een internationalist en geen isolationist die zich wil afzonderen. Maar ook hij is het slachtoffer van een zelfbeeld dat uiteindelijk Groot-Brittannië positioneert tegenover Europa. Zelfs in zijn omarming van Europa neemt hij afstand van Europa. Dat kan tot niks goeds leiden. Overigens werkt het ook de andere kant op, want die vreemde snuiters op die Britse eilanden werden soms met tegenzin door Fransen en Duitsers geaccepteerd, zodat ze rechtvaardiging konden ontlenen aan die weerzin door zich mentaal apart te zetten. Maar wie zich afsluit creëert tegelijk een gevangenis voor zichzelf.

Britten kozen met een kleine meerderheid van zo’n 52% voor een Brexit. De uittreding uit de EU. Er zijn duizenden opmerkingen over te maken. Over economie, Britse politiek, media, populisme, globalisme, immigratie, Schotland, de EU en het zelfbeeld van de Britten. Er zit een neiging onder die de Britten heeft gestuurd.

Roland Barthes maakt enige opmerkingen over Pierre Poujade in een stuk over deze Franse populist in zijn Mythologieën. Poujade is de voorloper van types als Mogens Glistrup, Nigel Farage of Geert Wilders. Jean-Marine Le Pen begon in 1956 zijn politieke carrière als poujadist. Het stuk gaat over de kleinburgerlijke werkelijkheid die de wereld bezweert en terugbrengt tot ‘een bekrompen maar volledige orde zonder uitvluchten’. Een wereld die volledig naar zichzelf verwijst. Exact wat er in de pleitbezorgers van een Brexit gevaren is. Naast hun eigenbelang om de Brexit aan te grijpen om zichzelf te profileren en de eigen economische belangen te beschermen. Dit verklaart waarom de voorstanders om in de EU te blijven niet konden inbreken in dit beeld omdat het einddoel, middel en werkwijze tegelijk was: het Verenigd Koninkrijk dat naar zichzelf verwijst.

Het ‘gezonde verstand’ van de ‘kleine man’ waarnaar Poujade bij herhaling verwees neutraliseert elke uitleg die anders zegt. De analogie tussen Frankrijk 1956 en het Verenigd Koninkrijk 2016-20 is verbluffend. De waarschuwingen voor een teruglopende Britse economie, Schotland dat het Verenigd Koninkrijk opblaast of afnemende politiek Britse invloed zagen buitenstaanders als realistische opties die de Britse positie zouden verzwakken. Ze werden niet tegengesproken door de Leave-campagne, maar kwamen gewoon niet binnen.

Barthes: ‘Het gezonde verstand is als het ware de waakhond van de kleinburgerlijke vergelijkingen: het sluit alle dialectische uitwegen af, verwoordt een wereld die homogeen is, waarin men thuis is, veilig voor de verwarringen en de uitvluchten van de ‘droom’ (dat wil zeggen een niet op rekenen gebaseerde zienswijze)’.

De Britten kunnen nu met en onder elkaar hun droom gaan najagen. Van een in zichzelf gesloten wereld met een gesloten wereldbeeld. In hun splendid isolation weten ze dat hun Europese en hun transatlantische partners (pro-Ierse president Joe Biden) geschoffeerd hebben en geen stapje extra zullen zetten om de Engelsen te helpen. Zij die anders zijn worden niet zozeer bestreden, maar door de zittende macht ontkend te bestaan. Britten kunnen nu met elkaar de verschillen ontkennen in de gelukzaligheid onder elkaar te verkeren. De Leave-campagne heeft de buitenwereld ziek verklaard met nationalisme en het opzetten van de kleine man tegen een elite die paradoxaal tegelijk de motor van de uittreding was. Dat is een publiek geheim op het eiland. Van deze versie van Britsheid die neigt naar eng populisme dat alleen nog naar zichzelf verwijst heeft de EU afstand genomen. De Engelsen zijn daar extra behulpzaam bij door zich extra apart te zetten en net te doen alsof het nog de 19de eeuw is. In hun gespeelde gekkigheid die ze zelf geweldig vinden. Als enigen.

Foto: Still uit film ‘Went the Day Well? (1942)’ met Leslie Banks.

Baudet stapt in de kuil die hij voor zichzelf gegraven heeft. Het verweesde partijkader aast op reïncarnatie van FVD

De kritiek op het fascistische gedachtengoed van de jongerenafdeling JFVD kan op twee manieren opgevat worden. Namelijk dat FVD de consequentie van de eigen overtuiging niet begrijpt. De uitwassen zijn geen uitzondering, maar regel binnen FVD waar voormalig-partijleider Thierry Baudet -die tot gisteren de touwtjes in handen had- een representant bij uitstek van is. Baudet is teruggetreden als partijvoorzitter en heeft geen formele macht meer binnen de partij. Men kan ook zeggen dat dit racistische, anti-semitische gedachtengoed door de rechts-conservatieve bestuurders niet gedragen wordt. Ze zijn door toedoen van de in ongenade gevallen partijorganisator Henk Otten geworven en maken het kader van de partij uit.

Het naar de marge dringen van Baudet en de top van de JFVD is de revanche van het ooit door het partijbestuur gestopte project om de lokale partijorganisatie op te bouwen en een zekere autonomie te geven. Het provinciale denken van het kleine gebaar én een reactionaire mening heeft genoegdoening gehaald op de internationale rechts-radicale beweging die in luchtkastelen, vergezichten en toekomstfantasieën denkt.

Het partijkader trok nooit de consequentie uit de boreale praatjes van partijleider Baudet die het gedachtengoed van FVD vormden. Het kader leverde op het gebrek aan realisme van Baudet het eigen realisme in. Tuk op een functie, een financiële bonus of aanzien in de politiek. Door het recente terugtreden van Baudet toont dit opportunisme nog krampachtiger dan het al was. Het  slaat nu indirect terug via het al te erge gedachtengoed van JFVD en haar vertegenwoordiger Freek Jansen.

De rot bij FVD zit niet in de jongerenafdeling, maar in de top. En die top bestond niet alleen uit Baudet, maar ook uit types als Beukering. Cliteur, Hiddema, Van der Linden, Nanninga, Roos, Rooken, Fentrop en Eppink. Ze kiezen nu eieren voor hun geld en zweren hun recente verleden als leden van een partij met bedenkelijke meningen af door die meningen achteraf te veroordelen. Maar dat werkt niet met terugwerkende kracht. Ze zijn allen besmet en zullen dat stigma nooit meer kwijtraken. Waar Baudet nog iets heeft van een -weliswaar idioot denkende- dwarsligger hangt rond het partijkader van FVD dat nu de de macht probeert te grijpen de tragiek van de middelmaat, de berekening en het eigenbelang.

Op 22 november schreef ik in een reactie op FB over een tweet van Nanninga waarin zij de denkbeelden van de JFVD aanviel en de in haar ogen te slappe reactie van de partijleiding daarop: ‘Mogelijk is de aanval van Nanninga op de JFVD een trage, zijdelingse coup die in enkele stappen het einde van Baudet aankondigt. De vraag wat de aantrekkingskracht is van FVD zonder Baudet en zijn sycofanten die zich niet meer van hem los kunnen maken ligt nu open en bloot ter beantwoording. Wat resteert er na de sanering van FVD?

Niemand die op dit moment het antwoord weet. Baudet is en blijft een tovenaarsleerling die het vak van politicus niet in de vingers kreeg en zich daar evenmin voor interesseerde. Maar die wel kiezers wist te werven door tegen de politiek te trappen. De politicus die ooit beweerde dat hij nooit politicus zou worden omdat hij daarvoor niet de kwaliteiten bezit, bevestigt opnieuw zichzelf goed te kennen door nu terug te treden. Hij is geen politicus. Hij liet voortdurend uitkomen van onderwerpen waarover hij zich uitsprak geen verstand te hebben. Dat is dodelijk voor een politicus die geen politicus wil zijn, maar toch ook weer wel. Maar zoals gezegd, dat trekt wel buitenstaanders aan die eveneens niets van de politiek moeten hebben. Dorknopers als Joost Eerdmans die nu hun kans op het partijleiderschap schoon zien zijn volstrekt ongeschikt om FVD een doorstart te geven.

Met de onzin over de COVID-19 pandemie en het omarmen van extreme complotdenkers als Willem Engel van wie zelfs gematigde systeemcritici vinden dat ze te ver gaan heeft Baudet in de herfst van 2020 definitief zijn geloofwaardigheid verloren. Dat hij er krankzinnige meningen op nahield was niet het breekpunt, maar wel dat dit zo scherp en ondubbelzinnig naar buiten kwam. Baudets gezicht was niet meer te redden. Baudet verdiende niet alleen een nul voor argumentatie, maar ook een nul voor het aanvoelen van het inspelen op de malcontenten of de buitenstaanders. Baudet had zijn magie verloren binnen zijn eigen partij. Hij betwijfelde de ernst van een pandemie vanwege de tamelijk succesvolle bestrijding in Europa en het onderzoek van de medische sector en ziekenhuizen in het vinden van de optimale behandeling. De opportunisten binnen FVD sprongen vervolgens op Baudet toen het duidelijk was dat Baudet ernstig verzwakt was.

Baudet speelde zijn vak en bleef daardoor altijd aan de buitenkant zonder tot de kern van de politiek door te dringen. De vraag die blijft hangen is drieledig: miste hij de ambitie om de politiek in de vingers te krijgen, miste hij de startkwalificatie om de politiek onder de knie te krijgen of had hij vanaf het begin door handige, maar selectieve navolging van Franse en Amerikaanse voorbeelden te extreme meningen om te fungeren in een partij met anderen, ook als dat nalopers en opportunisten waren?

Foto: ‘Op internet circulerende parodieën (memes) van bestaande beelden tonen Thierry Baudet. De lijsttrekker van Forum voor Democratie is onder meer afgebeeld met het alt-right-stripfiguurtje Pepe the frog. In Den Bosch droeg Baudet een stoffen kikker op zijn schouder.’ In: NRC, 16 maart 2017.

Akwasi is zo vaag, politiek en algemeen in zijn kritiek op het Afrika Museum (NMVW), dat hij feitelijk aan het falen ervan niet toekomt

Akwasi Owusu Ansah, artiestennaam Akwasi, is een Nederlandse rapper en acteur van Ghanese afkomst. Hij heeft geen specifieke deskundigheid op het gebied van Erfgoed, (Etnografische) beeldende kunst en kunstgeschiedenis of Museologie. Toch doet hij op het Erfgoedfestival Gelderland verregaande uitspraken over het reilen en zeilen van het Afrika Museum in Berg en Dal. Dat is onderdeel van het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW) waar ook het Tropenmuseum (Amsterdam) en het Museum Volkenkunde (Leiden) onderdeel van uitmaken. Het Wereldmuseum Rotterdam is formeel zijdelings verbonden aan het NMVW.

Het Erfgoedfestival noemt bij deze video op YouTube Akwasi’s betoog ‘oprecht en kritisch’. Akwasi meent dat het Afrika Museum niet inspireert en op de schop moet, maar volop kansen heeft om in de toekomst iets te bieden. Dat is een verwijt aan het management van het NMVW. Via onderzoeker en vice-directeur van het NMVW Wayne Modest reageert dit museum met een kort commentaar in een andere video van het Erfgoedfestival. Modest neemt de houding aan om Akwasi’s betoog te omarmen zonder inhoudelijk op de kritiek in te gaan. De paradox is dat het politiek correcte denken van Akwasi en het NMVW op één lijn zitten en ze hierin weinig van elkaar verschillen, maar eerstgenoemde toch fundamentele kritiek op het Afrika Museum heeft. Dat wringt. Hoe kan Modest Akwasi’s kritiek omarmen die haaks staat op het beleid van het NMVW? Modest buigt met de kritiek mee zonder die op zijn eigen organisatie te willen of durven betrekken.

Het raadsel is waarom Akwasi is uitgenodigd om hierover te praten omdat dat meer vanwege zijn identiteit, dan vanwege zijn vakinhoudelijke kennis over het Afrika Museum beredeneerd lijkt. Hoewel het prima is en iedereen hierover een mening kan uiten, blijft het onduidelijk waarom het Erfgoedfestival vindt dat Akwasi hierover een platform moet worden geboden. In zijn verhaal leidt Akwasi uit enkele voorbeelden van bevooroordeeld, wit denken over Afrika en Afrikanen een algemene regel af. Hij schuwt hierbij de karikatuur niet. Zijn regel is dat het Afrika Museum gedekoloniseerd moet worden. Door verwijzingen naar God, de heilige geest en ‘de Congregatie’ refereert hij aan de ontstaansgeschiedenis van dit museum dat vanaf 1954 uit de verzamelingen van de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest is ontstaan.

Akwasi heeft geen ongelijk als hij het management van het NMVW verwijt dat er in het Afrika Museum geen Afrikaanse stemmen en gezichten uit de Afrikaanse diaspora zijn. Dat is inderdaad ongeloofwaardig, maar heeft een andere oorzaak dan Akwasi vermoedt. Hij kijkt door de bril van het identiteitsdenken, kolonialisme en racisme en kijkt daarom niet verder naar andere oorzaken. Zo zal hij het antwoord op zijn vraag niet vinden. Dit geeft opnieuw aan dat Akwasi door zijn beperkte, activistische blik niet de meest voor de hand liggende persoon is om te reflecteren op het Afrika Museum. Zijn mening gaat voor de analyse uit. Wayne Modest is als betrokkene en degene die de kritiek ontvangt evenmin bereid om in dat antwoord te voorzien. Het antwoord is anders dan Akwasi suggereert. Het heeft slechts zijdelings met identiteit te maken.

Het NMVW is een directieve, verambtelijke organisatie waar de wetenschappelijke staf en de kunstobjecten naar de marge zijn verdreven door een usurperend management dat het vooral te doen is om de eigen functie te beschermen. In museaal Nederland staat het NMVW bekend als een in zichzelf gekeerde organisatie die niet volgens de geldende museale normen geleid wordt. Het middel dat het hiervoor gebruikt is politiek correct denken en het voorzichtig omarmen van de mode van de dag: identiteitspolitiek. Daarmee probeert het de landelijke en lokale politiek te behagen als afleiding voor het eigen functioneren. De tragische figuur in dit verhaal is niet Akwasi die voor zijn politieke mening uitkomt en zijn kans grijpt of de witte personen waar hij een karikaturale schets van geeft, maar Wayne Modest. En met hem het NMVW. Ze hebben het geluk dat Akwasi nergens concreet wordt over een organisatie die hij zogenaamd kritisch bejegent, maar weg laat komen doordat hij in algemeenheden blijft hangen. Feitelijk dekt hij de onvolkomenheden van het NMVW toe.

Misleidende column van Frits Bosch over Trump en Biden valt op te vatten als een vreemde reis naar een alternatief sprookjesland

Mijn reactie bij het artikelColumn Frits Bosch: Democraten spreken goed, maar slaan de plank toch mis’ op DDS, 25 augustus 2020. Met een rare rol voor een academicus die opgevoerd wordt als Bosch’ influisteraar.

De kern van de kritiek op president Trump van Democraten, Republikeinen, ex-Republikeinen en Onafhankelijken is het omgekeerde van wat Manfred Wolf zegt. Namelijk dat ze voelen en weten dat Trump niet voor hen, maar voor zichzelf spreekt. Trump en zijn kinderen beschouwen zich als ‘royals’ en gedragen zich als zodanig, namelijk vanuit het idee dat ze het recht op hun positie hebben.

Trump laat zijn persoonlijk belang voor het algemeen belang gaan. Dat begrijpen steeds meer kiezers. Niet in het minst door Trumps mislukte aanpak van COVID-19 waardoor hij onnodig de levens van Amerikanen in gevaar heeft gebracht. De kritiek op Trump is dat hij niks geeft om gewone Amerikanen en geen empathie heeft voor en verbondenheid toont met gewone mensen. Trump is vooral betrokken bij zijn donors die hij belastingvoordelen geeft.

Uit een recente peiling van ABC News / Ipsos blijkt dat Trump populariteitscijfers laag zijn en steeds verder wegzakken. Met 60% die hem ongunstig inschat, tegenover 32% gunstig doet Trump het slecht. Ook in vergelijking met Joe Biden die een score heeft van 45% gunstig tegenover 40% ongunstig. Dat is een verschil in persoonlijke populariteit van 33% in het nadeel van Trump. Dat is het grote verschil met 2016 toen Hillary Clinton even slechte cijfers had als Trump. De twijfelende kiezers liepen toen over naar Trump en lopen nu over naar Biden. Dat is het verschil tussen 2016 en 2020.

De stijlfiguur die Wolf hanteert is de omkering. Van zwart maakt hij wit, van hoog maakt hij laag en van dik maakt hij dun. Met als gevolg dat hij van een geloofwaardige academicus die hij was een ongenuanceerde partijpoliticus maakt. Waarom doet Wolf dat zichzelf aan? Is hij de Rudy Giuliani van San Francisco State University?

Zo zijn het niet de Democraten die de toon van het land bepalen, maar is dat Trump. Hij is 3,5 jaar aan de macht en bepaalt de toon van het land met zijn voortdurende tweets, persconferenties, interviews en losse uitspraken.

Trump zaait verdeeldheid, sluit Amerikanen uit en richt zich in zijn retoriek uitsluitend tot zijn basis van zo’n 40% van de kiezers. Trump doet geen enkele handreiking naar de gematigde centrumkiezers. Peilingen wijzen erop dat de meeste Amerikanen buiten adem zijn van de aandacht die Trump voor zichzelf creëert en zijn nalatigheid om zijn land kundig te besturen.

De consensus over de Democratische Conventie is dat de Democraten een breed platform, een brede tent, hebben weten te creëren en dat hun stem tamelijk eensgezind klonk. Ook Fox News sprak daar waardering voor uit. Democraten zetten hard in op de inhoud en bereiden een mogelijke regering serieus voor met beleidsprogramma’s. Zo zijn op Bidens website allerlei gedetailleerde plannen voor de reparatie van de buitenlandse politiek te vinden. Zeg, een nieuwe start. Zoals bekend heeft Trump de relaties met de Europese bondgenoten onder druk gezet en heeft hij zich om onverklaarbare redenen verbonden met autoritaire leiders zoals president Putin.

Hoe er binnen het Republikeinse establishment werkelijk over de eigen achterban wordt gedacht maakt Steve Bannon duidelijk. Voor zijn flessentrekkerij klopte hij met enkele medestanders de goedgelovige ‘deplorables’ tientallen miljoenen dollars uit de zakken om zogenaamd een grensmuur te bouwen die hij nooit van plan was om te bouwen. Bannon was de belangrijkste adviseur van Trump en staat nog steeds in contact met hem. Het OM heeft hem in staat van beschuldiging gesteld.

Geloofwaardige kritiek op Democraten moet een andere zijn. De vraag is niet of ze goed kunnen besturen of beleidprogramma’s en -nota’s kunnen produceren, want dat hebben ze keer op keer bewezen, maar of ze wel kunnen vechten. Zijn de Democraten wel opgewassen tegen de harde, bijna oorlogszuchtige toon van de Republikeinen die politiek bedrijven die valt samen te vatten als politiek van de verschroeide aarde?

Het uitgebreide programma van kiezersonderdrukking dat de Republikeinen (al vóór Trump) hebben opgetuigd moet vanwege demografische ontwikkelingen hun geleidelijk afkalvende steun bij de kiezers neutraliseren. De brug naar de niet-witte kiezer is onder Trump opgehaald. Zelfs president George ‘W’ Bush probeerde zwarte en Latino kiezers te bereiken. Het opvallende aan het Amerikaanse politieke systeem is dat kiezersonderdrukking succesvol is. In West-Europese landen zouden kiezers, politieke partijen en juridische colleges dit onrecht corrigeren, maar in de VS zijn de onregelmatigheden de regel geworden.

Dat is nog gerekend buiten de inmenging van het Kremlin in het electorale proces. Dat gebeurde in 2016 en herhaalt zich in 2020, zoals inlichtingendiensten en de Inlichtingencommissie in de Senaat objectief hebben vastgesteld. Daarnaast heeft het grote geld de macht in de politiek naar zich toe weten te trekken door een gerechtelijke uitspraak die dat mogelijk maakt (Citizens United; 2010).

Frits Bosch maakt een parodie van een serieuze analyse van de toestand in de VS. Hij probeert in navolging van Manfred Wolf alles in een links-rechts frame te passen. Maar dat gaat voorbij aan de werkelijke situatie. Op dit moment krijgt Trump de felste tegenstand van conservatieven die Trump beschouwen als een afvallige Democraat en iemand die de Republikeinse partij en zijn land in het verderf heeft gestort en de nationale veiligheid van de VS in gevaar heeft gebracht.

De breuklijnen lopen anders dan Bosch en Wolf het voorstellen. Want het merkwaardige is dat in de VS de grootste links-rechts tegenstellingen binnen de grote partijen te vinden zijn. In geen enkel ander land zouden een centrumrechtse, pro-establishment politicus als Joe Biden en een links-radicale progressieve vertegenwoordiger als Alexandria Ocasio-Cortez in dezelfde partij te vinden zijn. Voor Nederlandse begrippen is dat het verschil tussen de VVD en GroenLinks. In de Republikeinse partij is onder Trump de interne pluriformiteit afgenomen. De meeste gematigde Republikeinen hebben vanwege Trump de partij verlaten, zodat een tamelijk eenzijdig versie van het gedachtengoed van de Republikeinse partij is overgebleven. Uitzonderingen zijn politici als John Kasich en Colin Powell die echter al een loopbaan achter zich hebben. Voor de toekomst is dat een slecht uitgangspunt voor de partij om zich te vernieuwen en te herbronnen met nieuwe ideeën.

Of het verstandig is om de alternatieve feiten van Bosch en zijn influisteraar Wolf te negeren omdat ze toch maar uitsluitend resoneren in het eigen afgesloten domein van rechts-radicale retoriek of dat het zinvol is om ze te voorzien van nuanceringen en de echte feiten valt te bezien. Mij verbaast het niet dat Bosch die een karikatuur van zichzelf maakt zegt wat hij zegt omdat hij nu eenmaal niet beter lijkt te weten in zijn alternatieve werkelijkheid. Mij verbaast het wel dat een persoon als Wolf die wel beter weet niet de ruimdenkendheid en ruimhartigheid vindt om genuanceerd naar de Amerikaanse politiek te kijken. Dat is de tragiek van de politiek die slachtoffers maakt.

Zie hier voor een ander commentaar van 18 augustus 2020 op een DDS-column van Frits Bosch.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelColumn Frits Bosch: Democraten spreken goed, maar slaan de plank toch mis’ op DDS, 25 augustus 2020.

Misleidende column van Frits Bosch over Trump valt op te vatten als een raar sprookje. DDS is totaal losgezongen van de realiteit

Mijn reactie bij de columnTrump is bezig aan een inhaalrace’ van Frits Bosch op DDS. Wie het beschouwt als een sprookje dat niks met de werkelijkheid te maken heeft kan volop genieten van de absurde beweringen:

De auteur strooit met zoveel desinformatie, dat het lastig is waar te beginnen. Het is jammer dat Frits Bosch geen poging doet om de situatie te verduidelijken, maar klaarblijkelijk bewust een misleidend beeld van de realiteit geeft. Daar heeft de lezer van DDS die geïnformeerd wil worden niets aan. Ik ga de hoofdpunten van kritiek langs. Men kan zich overigens alleen maar afvragen uit welke duim Bosch zijn schijnwerkelijkheid zuigt en waarom DDS deze aantoonbare onzin publiceert.

De achterstand van president Trump in de peilingen is gemiddeld nog steeds zo’n 7 tot 8%. De peiling van CNN die een verschil van 4% meet wordt door deskundigen niet als representatief gezien, maar als een outlier, een afwijking.

De gezaghebbende statistische nieuwssite FiveThirtyEight van journalist Nate Silver voorspelt dat Joe Biden een kans van 72 tegen 27 heeft om in november 2020 tot president te worden gekozen. Dat vertaalt zich in 323 tegen 215 Electoral Votes voor Biden. Zeker is echter niks, het is nog lang tot 3 november 2020. Maar op dit moment wijzen alle peilingen erop dat Trump kansloos is.

De bevolking is BLM niet zat, maar steunt de antiracisme beweging. Dat is een tamelijk stabiele meerderheid die niet afneemt. Volgens onderzoek van Monmouth University beschouwt zo’n 76% van de bevolking racisme als een groot probleem. Dat is een forse toename van 26% vergeleken met 2015. Ofwel, de uitgangspunten van Trump om electoraal te kunnen profiteren van racistische uitspraken of kritisch te zijn op de antiracisme-beweging is fundamenteel slechter dan in 2016.

Wat Bosch bedoelt met zijn uitspraak dat Trump het goed heeft gedaan met ‘minder doden dan bij ons’ is onduidelijk. Maar als dat over de COVID-19 pandemie gaat, dan klopt deze observatie niet. De VS heeft op dit moment meer dan 170.000 doden als gevolg van deze pandemie, dat zijn proportioneel meer doden dan in Nederland of in andere westerse landen. Trump verkeert op voet van oorlog met zijn eigen medische deskundigen met als gevolg een volkomen mislukte bestrijding van COVID-19.

Economisch heeft Trump niet kunnen leveren wat hij beloofde. Daarmee heeft hij ook zijn sterkste wapen uit handen laten slaan. De groei van het BNP is in het tweede kwartaal van 2020 met 32,9% (op jaarbasis) gedaald. Dat is de hoogste afname in 75 jaar. De werkloosheid is hoog en een aantal van liefst 56,2 miljoen Amerikanen zocht in juli 2020 ondersteuning vanwege werkloosheid.

Werkloosheid en een haperende economie zijn geen aanbeveling om op Trump te stemmen. Daarbij komt de harde opstelling van de Republikeinse Senaatsfractie die weigert om de steunmaatregelen van het eerste pakket voort te zetten.

Joe Biden en Kamala Harris hebben niets met de zogenaamde antifa-beweging te maken. Ze nemen er afstand van. Dat zou ook niet logisch zijn omdat zowel Biden als Harris gematigde Democraten zijn die niks van The Squad of de links-radicalen moeten hebben.

Trump scoort slecht bij de gekleurde gemeenschap. Volgens een recent PEW-onderzoek heeft hij zo’n 11% steun onder Afro-Amerikanen. Biden heeft hier een marge van +81%. Trump heeft totaal niks voor de gekleurde gemeenschap gedaan. Of het moeten de spaarzame zwarte miljardairs en sponsors van hem zijn die hij een belastingvoordeel heeft gegeven door de invoering van een nieuw belastingstelsel dat de rijken bevoordeelt.

Kamala Harris komt uit California en is daar senator. Dat is een veilige Democratische zetel in een staat met een Democratische gouverneur die over haar vervanging gaat. Andere Democratische senatoren in staten die minder uitgesproken Democratisch waren hadden daardoor het nadeel om vice-president te worden omdat daardoor de gooi naar de meerderheid in de Senaat door de Democraten bemoeilijkt werd.

Kamala Harris wordt door de overgrote meerderheid van meer dan 90% van de Democraten enthousiast gesteund. De Democraten opereren hoe dan ook tamelijk eensgezind in hun steun voor Biden. Ze zien haar als een gekwalificeerde, stevige kandidaat die het bijvoorbeeld vice-president Mike Pence in de vice-presidentiële debatten aardig moeilijk kan maken.

Bosch laat zich kennen als iemand die nauwgezet de talking points van Trump volgt door president Obama en Hillary Clinton erbij te halen. Maar teruggrijpen naar het verleden toont een gebrek aan argumenten. Het is nu 2020 en niet 2016.

Trump laat zich kennen als een gevaar voor de democratie, de grondwet, het welzijn én het leven van gewone Amerikanen. Hij werkt samen met het Kremlin om door kiezersonderdrukking, fraude en misleiding de verkiezingen te stelen. Want normaal kan hij niet winnen. Vele Republikeinen zeggen voor Joe Biden te stemmen omdat ze het ermee eens zijn dat Trump alleen het belang van Trump dient. Niet dat van zijn land, dat van zijn bewoners en zelfs niet van zijn partij.

Het is een raadsel waarom een commentator van DDS meent Nederlandse lezers zoveel onwaarheden op de mouw te moeten spelden. Denkt hij dat die lezers gek zijn en zijn desinformatie geloven? Enfin, een ding maakt het duidelijk, DDS en Frits Bosch zijn er niet om de lezers te informeren, maar om ze te desinformeren.

DDS laat zich weer eens kennen als een politiek platform. Met journalistiek heeft dat niks te maken. Goed dat het weer eens bevestigd wordt. De verdienste van Frits Bosch is zijn misleiding. Hij is een prima sprookjesverteller.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump is bezig aan een inhaalrace’ van Frits Bosch op DDS, 18 augustus 2020.

Facebook maakt begin met aanpak van racistische stereotypering

De maatschappelijke bestrijding van stereotypering kent een rangorde. Dat sijpelt door naar sociale media. Het is afhankelijk van de economische macht van minderheden. De krachtigste lobby of de politiek meest machtige groepering komen het eerst aan de beurt. Dus Facebook en Instagram zeggen nu stereotypering van joden en blackface te gaan bestrijden, maar de bestrijding van yellowface, redface, brownface of arabface op deze platforms blijft (nog) achterwege. Uiteraard moet Facebook ergens beginnen, maar deze selectieve aanpak bevestigt het beeld dat racisme relatief is. Facebook plukt na jarenlange druk wat laaghangend fruit in de hoop dat het na deze uitdrukkelijke uiting van daadkracht verder met rust gelaten wordt door overheden. FB-aanhangers van Zwarte Piet kunnen zich voorlopig richten op de kleuren geel, rood, bruin en lichtgetint.

Foto: De Zweeds-Amerikaanse acteur Warner Oland in de film ‘Charlie Chan’s Greatest Case‘ (1933) als de Chinese inspecteur Charlie Chan. Een voorbeeld van yellowface omdat een niet-Aziaat de rol van een Oost-Aziaat speelt.