Aandacht voor topsport is buitensporig. Het verbindt niet, maar verdeelt

Bukayo Saka, 19, was targeted with racist abuse after Sunday’s Euro 2020 loss. (Reuters/Carl Recine)

De claim dat topsport verbindt is een misverstand. Degenen die dat zeggen en verbinding naar voren brengen als kenmerk van topsport weten dat het onzin is, maar om commerciële en politieke redenen houden ze uit eigenbelang de claim in de lucht.

De Londense Metropolitan Police meldt vandaag volgens een bericht op Politico dat het ‘onderzoek deed naar de golven van online raciaal misbruik waarmee de zwarte spelers van het Engelse voetbalteam werden geconfronteerd nadat de ploeg door Italië was verslagen in de Euro 2020-finale’. Bukayo Saka, Marcus Rashford en Jadon Sancho, die allemaal zwart zijn, namen deel aan de strafschoppenserie die nodig was nadat de stand na 120 minuten wedstrijd gelijk was. Sindsdien zijn ze het slachtoffer van racistische scheldpartijen op hun sociale media-pagina’s.

Tweet van Londense politie, 12 juni 2021.

De claim over die verbinding maakt topsport belangrijker dan het feitelijk is en trekt geld aan. Omroepen die hun zendtijd rijkelijk vullen met uitzendingen van topsport werken er bewust aan mee om het misverstand in de lucht te houden. Ze geven zich over aan de gemakzucht. Zodat het misverstand in de beeldvorming nog sterker benadrukt wordt. Want omroepen hebben zich grotendeels afhankelijk gemaakt van de aanbieders van topsport. Ze larderen dat met ellenlange praatprogramma’s over sport die relatief makkelijk te maken zijn en niet veel kosten.

Zo tekent zich een bizarre samenklontering af van sportbobo’s, sportbemiddelaars, sportbonden, investeerders in topsport, politici die de nationale kaart trekken als er een sportprestatie geleverd wordt door de ‘eigen’ sporters, mediabedrijven die sport aanbieden, omroepen die topsport uitzenden en het publiek dat topsport in grote porties voorgeschoteld krijgt en geconditioneerd is om niet verder te vragen.

De politiek vindt de buitensporige aandacht voor topsport best omdat het de perfecte afleiding is van echte problemen die niet of slechts mondjesmaat aangepakt worden. Zoals de klimaatproblematiek, de pandemie, goed bestuur of evenwichtige eigendomsverhoudingen.

Van de aandacht voor topsport wordt gezegd dat het iets is ‘waarmee je het volk tevreden houdt’. Maar de waarheid is dat de Romeinse schrijver Juvenalis die de term brood en spelen (‘panem et circenses‘) bedacht het niet serieus, maar spottend bedoelde. Onze Taal zegt in een trefwoord hierover: ‘De keizers zorgden voor deze gratis spelen en dit gratis brood om het volk rustig te houden. Juvenalis gebruikte de term brood en spelen sarcastisch. Hij wilde ermee aangeven dat het Romeinse volk oogkleppen ophad voor het verval van het Romeinse Rijk. Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was.

Het is merkwaardig dat de term brood en spelen ontdaan is van de spottende betekenis en tegenwoordig ver is afgedwaald van wat het ooit betekende. Het wordt als verdienste voorgesteld, maar dient om te verhullen. Dat is het gevolg van misleiding (‘sport verbindt’) en afleiding (‘het volk kijkt niet verder dan de neus lang is’).

Moeten we ons druk maken over de in ogen van sommigen onevenredige aandacht voor topsport in de media? Je kunt toch zeggen dat het volk uiteindelijk krijgt wat het verdient? Maar dat is te simpel bekeken omdat er geen echte keuze meer is. De rest is wegbezuinigd. Liefhebbers van sport die buiten de topsport valt, kunst, film of natuur worden in de media stiefmoederlijk bedeeld. Ze worden in de steek gelaten. Daar gaat het mis.

Het begin van een oplossing om te komen tot een evenredige aandacht voor topsport die niet zo buitensporig is als nu is het besef dat topsport niet verbindt, maar verdeelt. Wellicht kan men nog beweren dat aandacht voor topsport mensen in de eigen kring beter insluit, maar de keerzijde daarvan is dat het de verdeeldheid tussen groepen mensen vergroot. Topsport raakt aan de open zenuwen van een samenleving zoals de racistische uitingen van het Engelse voorbeeld illustreren.

Welke sport- of mediabobo wil daarmee geassocieerd worden in deze tijden waar de termen diversiteit en inclusie bekende begrippen zijn? Laten we ze ter verantwoording roepen door de claim dat sport verbindt door te prikken. Het sprookje heeft lang genoeg geduurd.

Joop vermengt feiten en meningen. Het ontwaart een ‘racistisch’ verbod van een badmuts

Schermafbeelding van deel artikelZwembond overweegt ‘racistisch’ verbod op afro-badmuts terug te draaien‘ op Joop, 5 juli 2021.

Toen ik de kop van dit artikel van Joop (VARA/BNN) las dacht ik dat het satire was. De Speld of The Onion

Waar bestaat een ‘racistisch’ verbod op een badmuts uit? De zogenaamde ‘Soul Cap’ die Britse zwemmers gebruiken. Dat Joop het ook niet zeker weet blijkt uit het verschil tussen de tekst en de verwijzing ernaar op FB. In de kop van de tekst wordt het begrip racistisch gerelativeerd door het tussen aanhalingstekens te zetten. Op FB doet Joop dat niet. Wat is het, Joop? 

Na lezing van het artikel weet ik dat de vorm van de badmust niet zozeer slechts zijdelings met racisme te maken heeft, maar wel met onevenwichtige verslaggeving en stemmingmakerij. Joop zet bevolkingsgroepen tegen elkaar op. 

Joop maakt er een journalistieke warboel van door feiten en meningen te vermengen. Dat is opinie noch een feitelijk verslag. Het is een hybride en hysterische vorm van gestook.

De kern van het debat over de ‘Soul Cap‘ gaat om iets dat Joop niet uit de internationale media overneemt. Want daar baseert het zich duidelijk op en ontleent argumenten aan. Namelijk het gebruik van materiaal in de topsport dat aan strenge voorwaarden dient te voldoen omdat het door innovatie of veranderingen atleten voordeel kan opleveren.

De sportwereld is per definitie conservatief om veranderingen door te voeren. Denk aan de klapschaats of het gewicht of de stroomlijn van fietsen of Formule-1 racewagens. Consensus is dat veranderingen tijdig aangekondigd moeten worden zodat alle atleten zich erop voor kunnen bereiden om er desgewenst gebruik van te maken. Het is kort dag om de ‘Soul Cap‘ nog voor de Olympische Spelen in Tokio door te voeren die al op 23 juli 2021 beginnen. Bij de internationale zwembond FINA zijn 209 landen aangesloten.

Wat doet Joop? Het kiest selectief uit de argumenten en overwegingen die de internationale media opsommen en slaat automatisch aan op de termen inclusie en diversiteit. Dat is een aangeleerde Pavlovreactie als er ook maar een suggestie van achterstelling aan de horizon wordt verondersteld.

Internationale media als USA Today en The Guardian hebben verslag gedaan van de overwegingen van de FINA over genoemde badmuts. Maar geen van deze media noemt een verbod racistisch of ‘racistisch’. Ze sommen de nadelen op voor zwarte atleten die het moeten doen met de traditionele badmuts die hun Afro-kapsel niet kan bergen. Maar geen ervan zegt met zoveel woorden dat dat nadeel een gevolg van een racistisch verbod is. Dat is een bespreekpunt dat vooral in het hoofd van Joop en de Joop-gezinden bestaat.

Amerikaans neofascisme: Er dreigt gevaar van een burgeroorlog die door QAnon en conservatieve kerken wordt voorbereid

Schermafbeelding van deel artikelWe knew QAnon is anti-Semitic. Now we know it’s racist, too’ van Mia Bloom op The Bulletin, 5 juli 2021.

De titel van het artikel van Mia Bloom suggereert dat antisemitisme geen racisme is. Het gaat over QAnon waarvan Bloom al het vermoeden had dat het antisemitisch was. Deze beweging stelt dat de wereld wordt gerund door een kliek van pedofielen die kinderen doden en hun bloed drinken. Volgens QAnon is Donald Trump de persoon die deze kliek gaat ontmaskeren.

QAnon heeft als grootste politieke tegenstrevers Black Lives Matter, dat opkomt voor de rechten van zwarten en zich keert tegen het politiegeweld tegen etnische minderheden, en de zogenaamde antifa (anti-fascistische) groeperingen. QAnon kan op het eerste gezicht niet anders dan neofascistisch genoemd worden met als neofascistische leider Donald Trump.

Wat zich aftekent is een samenklontering van nationalistische witte racistische groeperingen, ofwel de vertegenwoordigers van white supremacy, die verenigd door de krankzinnige QAnon-samenzweringstheorie, een Amerikaanse neofascistische beweging vormen. De sekte van het geloof in Donald Trump snijdt rationalisering af en maakt gelovigen onbereikbaar voor dialoog.

De neofascisten bereiden zich voor op een burgeroorlog. Ze zijn zelfs met steun van de achterban van de Republikeinse partij niet in de meerderheid en hebben dus niet de stemmen, maar wel de wapens, de organisatie en de wil om een opstand te beginnen en de Amerikaanse democratie omver te werpen. Dat gevaar dat aan de oppervlakte kwam op 6 januari 2021 met de bestorming van het Capitool is nog niet geweken. Velen verwachten dat zoiets zich zal herhalen en dan mogelijk succesvol is.

Binnen de Amerikaanse bevolking bestaat volgens een onderzoek een minderheid van 26% die zich kwalificeert als ‘zeer rechts autoritair’. Binnen de Republikeinse partij steunt 39% volgens een ander onderzoek ‘Amerikanen die gewelddadige acties ondernemen als gekozen leiders niet in actie komen’. De retoriek van een falende politiek wordt dagelijks via rechtse omroepen, opruiende sociale media en conservatieve kerken verspreid. Omdat meer dan 74 miljoen Amerikanen op Trump stemden gaat het om 29 miljoen Amerikanen die een opstand tegen de democratie in principe steunen.

De rol van religie als toeleverancier voor volgelingen is in de QAnon-beweging groot. Religie is in potentie een gevaarlijke negatieve kracht omdat de VS een religieus land is waar de rol van religie onvergelijkbaar is met West-Europese landen als Nederland. De verschillende godsdiensten bieden als het ware hun volgelingen op een gouden schaaltje aan aan de complotdenkers van QAnon. Denk aan orthodoxe joden en witte evangelicals die zich makkelijk laten rekruteren.

Doordat deze witte evangelicals zich laten kennen als de grootste aanhangers van de QAnon beweging ontstaat er een wereldwijd sneeuwbaleffect. Want zoals hun naam zegt hebben ze niet als doel om hun geloof door contemplatie te verdiepen, maar door evangelisatie de blijde boodschap van het christendom te verspreiden.

In dat proces van christelijke zending verspreiden ze door fysieke aanwezigheid ter plekke of via internet ook de complottheorieën van QAnon over een joodse kliek van wereldleiders, progressieven en Democraten die het bloed van kinderen drinken. De Amerikaanse zending heeft macht, geld en prestige om anderen in ontwikkelingslanden deze overtuiging op te leggen. Met als gevolg dat de neofascistische revolutie én misleiding via religieuze organisaties over de wereld verspreid wordt.

Dat gebeurt ook binnenlands als slecht opgeleide en geïnformeerde Amerikanen in een economische achterstandspositie en met een grote religieuze ontvankelijkheid aangesproken worden door de cocktail van christelijke blijde boodschap die vermengd is met QAnon samenzweringstheorieën. Het schrijnende is dat vooral Afro-Amerikanen zich laten aanspreken door een theorie die tegen hun belang, menswaardigheid en bestaan ingaat. Zij zullen de slachtoffers zijn van de burgeroorlog die QAnon propageert en zich keert tegen alle Democraten, progressieven en niet witte Amerikanen. Joden incluis.

Debat over slavernijverleden is pas zinvol als het door hele bevolking gevoerd wordt en niet in de eerste plaats door politieke activisten

Schermafbeelding van deel artikel Utrechtse excuses voor slavernijverleden? Niet uit mijn naam, zegt deze politicus‘ in het AD, 2 juli 2021.

Er is in vele landen vanuit gematigd linkse kringen kritiek op radicaal-links dat met identiteitspolitiek, cancel culture, wokeness en politiek correct denken van oorsprong linkse kiezers naar rechts jaagt. In de VS wijst de Democratische strateeg James Carville op het gevaar de traditionele achterban van Blue collar kiezers (= arbeiders) te verliezen. Dat denken zou het failliet bevestigen van links en radicaal-rechts in de kaart spelen. Zijn idee is dat er een kantelpunt bestaat dat als de wokeness binnen linkse partijen toeneemt de aantrekkingskracht van een breed publiek voor links afneemt.

Een nieuw netelig onderwerp in dit politieke debat is het slavernijverleden waarvoor stad en land excuses zouden moeten aanbieden. Voor welk probleem dat een oplossing biedt is de vraag. Opinieleiders uit radicaal-linkse kringen proberen elkaar de loef af te steken in politieke correctheid. Het is hun optimale kans om zich tegenover elkaar te profileren. De samenleving heeft daar echter weinig aan want, zoals gezegd, dat gaat niet ongestraft. Voor traditioneel links kan het zelfs de doodsteek betekenen.

Er bestaat overeenstemming over het feit dat het terecht is om te erkennen dat slavernij een zwarte bladzijde in de vaderlandse geschiedenis is geweest. Het was beter geweest als het nooit had bestaan. Het heeft velen onnoemelijk leed gebracht. Die erkenning moet breed uitgedragen worden.

Maar het aanbieden van excuses gaat een stap verder. Zeker als nog niet omschreven is hoe zich dat verhoudt tot schadevergoeding voor de verre nazaten van de slachtoffers van de slavernij, het herschrijven en dekoloniseren van de geschiedenis, het verwijderen van standbeelden van vaderlandse admiraals en bestuurders en het hernoemen van straten en instellingen omdat ze zouden verwijzen naar een besmette naam.

Het is een kluwen van aspecten die samenhangen en waarvan onduidelijk is wat nou wat is. Ze vormen samen de lagen van de taart. Het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden van Nederland is de kers op de taart. Een taart waarvan onduidelijk is wat er precies inziten hoe die gemaakt is. Voordat excuses aangeboden worden dient duidelijk omschreven te worden wat de aspecten zijn.

Ook moet opgepast worden dat hedendaags racisme niet vermengd wordt met het slavernijverleden van bijna 150 jaar geleden en ouder. In 1873 kwam officieel een eind aan de slavernij in Nederland toen het verboden werd. Het gevaar is dat het aanbieden van excuses voor het slavernijverleden in de plaats komt van de bestrijding van hedendaags racisme op arbeidsmarkt, sociale huisvesting en in de samenleving in algemene zin. Dat is een oneigenlijk gebruik van excuses.

Nodig is een brede maatschappelijke discussie waar vertegenwoordigers van de hele bevolking aan deelnemen. Voor de acceptatie en sociale cohesie is het niet zinvol dat een groep activisten anderen een mening opdringt. Hoewel ze wel het debat kunnen helpen voorbereiden door de feiten boven water te halen en in het debat in te brengen. Maar ze zouden er door politieke en publicitaire druk in hun eentjes niet over moeten kunnen beslissen. Daar lijkt het nu op uit te draaien.

Het zou als uiterste sanctie geen taboe moeten zijn om de namen van de meest kwaadaardige personen uit het slavernijverleden die het meeste kwaad hebben aangericht uit de openbaarheid te verwijderen. Zonder dat ze uit de geschiedenis verdwijnen of wat nog erger is de geschiedenis herschreven wordt door hun uitwissing. Uitsluitend ter zake kundige historici zouden na gedegen onderzoek hier een voorstel voor moeten doen.

Maar laat het evenmin een automatisme zijn dat alle historische personen die in verband worden gebracht met slavernij en handel in slaven gecanceld moeten worden. Of dat standbeelden en straatnamen die hun naam hebben gekregen om politieke redenen hernoemd zouden moeten worden. Een ‘bijschrift’ kan de kwalijke kanten belichten van genoemde personen. Het is ongewenst én onmogelijk om met de bril van nu naar 1650, 1750 of 1850 te kijken.

Schermafbeelding van tussenstand van poll in het AD bij het artikel Utrechtse excuses voor slavernijverleden? Niet uit mijn naam, zegt deze politicus‘, 2 juli 2021.

Aanleiding voor mijn zorgen over een ver doorgeschoten identiteitspolitiek die uiteindelijk traditioneel links electoraal beschadigt is een enquête in het AD. Een krant die door vele ‘doorsnee’ Nederlanders geraadpleegd wordt. De respondenten vinden in grote meerderheid dat de gemeente Utrecht geen excuses aan moet bieden voor het slavernijverleden. Het valt niet te verwachten dat ze representatief zijn voor de Nederlandse bevolking, maar desalniettemin geeft de stemming aan dat er tegenstand is tegen het aanbieden van excuses. Dat kan niet lichtvaardig. Als het gebeurt, dan moet het goed voorbereid, uitgelegd en afgebakend worden.

Kunstenaars roepen op subsidie te stoppen van Centrum voor Chinese hedendaagse kunst (CFCCA) in Manchester dat racistisch ‘wit’ zou zijn

Artist Residency Studio during an open studio session. Photo by Arthur Siuksta. Credits: CFCCA, Manchester.

Identiteitspolitiek in de kunst biedt voor allen opties om stelling te nemen. Voor of tegen. Identiteitspolitiek gaat onlosmakelijk samen met beschuldigingen. Tegen de aantijging ‘racisme’ is geen verdediging mogelijk als de beschuldiging niet omschreven, laat staan onderbouwd wordt. In de praktijk wordt de beschuldiging nonchalant tegen de muur gegooid en overgenomen door sociale media. Dat is doorgaans voldoende om in de publiciteit de zaak te winnen en een beschuldigd individu of instelling te beschadigen of zelfs uit de kunstsector te verbannen.

Nuance wordt niet gezocht, verbinding wordt uitgesloten, verschillen mogen niet bestaan en intolerantie is immens. De identiteit van de kunstenaar verdringt de identiteit van de kunst.

Neem het geval in het Engelse Manchester van het Centre for Chinese Contemporary Art (CFCCA). In september 2020 heeft de CFCCA zeven kunstenaars benoemd tot lid van een werkgroep om kwesties rond gelijkheid en inclusie aan te pakken. De instelling heeft vele beleidsstukken geproduceerd over deze aspecten. De zeven kunstenaars met Chinese wortels beschuldigen nu in een open brief deze instelling van racisme. Of erger nog ‘institutioneel racisme’. Wat ze eronder verstaan is onduidelijk. Ze preciseren niet wat hun opvatting van racisme is.

Ook roepen de kunstenaars de subsidiegever op om de subsidie in te trekken. Dat is feitelijk een oproep om het bestaan ervan te beëindigen. Zie hier een artikel in The Guardian voor de details.

Identiteitspolitiek bijt steeds vaker in de eigen staart. Een feminist hoeft geen vrouw te zijn, iemand die opkomt voor een etnische of seksuele minderheid hoeft geen lid van die minderheid te zijn en iemand die opkomt voor de Chinese zaak hoeft niet van Chinese afkomst te zijn. Ofschoon de meest radicale actievoerders daar anders over denken. Ze menen in hun denken dat opvallend overeenkomt met de uitgangspunten van de historische apartheid dat grenzen tussen groepen niet vloeiend zijn en groepen zich niet moeten en kunnen vermengen.

Het lijkt er sterk op dat deze zeven kunstenaars het feit dat witte mensen het management van het CFCCA vormen al een blijk van racisme vinden. Terwijl het vermoedelijk eerder een gevolg van een traditionele kunstpolitiek is in een land waar een witte meerderheid het eeuwenlang voor het zeggen heeft gehad. Dat sijpelt door in de kunsten. Dát moet hervormd worden om de kunst bij de tijd te brengen, zonder dat grove middelen als de beschuldiging van racisme ingezet hoeven te worden. Die overigens de emancipatie van minderheden eerder vertragen dan versnellen. Hoewel enige politieke druk de verandering kan dienen. Maar onredelijke druk roept weerstand op en leidt af van de zaak.

Juist daarom is de vraag wat de intentie van activisten is. Wat willen ze bereiken? Als de emancipatie van de groep waarvoor ze zeggen te spreken de hoofdzaak is, dan valt te betwijfelen of ze de meest doelmatige methode gebruiken om die emancipatie dichterbij te brengen.

De gevoeligheden zijn groot. De tenen zijn erg lang. Ineens gaat het niet meer over kunst, maar over de identiteit van de kunst. En ineens gaat het zelfs niet meer over de identiteit van de kunst, maar over de identiteit van de kunstenaars.

Net zoals beleidsmakers kunst voor hun karretje willen spannen als ze plannen laten maken over stedelijke ontwikkeling, stadspromotie, emancipatie, sociale cohesie, propaganda, vercommercialisering en alle verschijningsvormen die kunst niet als autonoom erkent zo spannen de doorgaans links-radicale kunstenaars, pseudo-kunstenaars, studenten of beroepsactivisten kunst voor hun karretje. Ze eigenen zich de kunst toe alsof ze er eenzijdig het laatste woord over hebben.

Beleidsmakers die de status quo vertegenwoordigen en activisten die de status quo willen wijzigen zijn twee kanten van dezelfde medaille. De politisering van de kunst door links-radicale activisten is even ongewenst als de aanwending van kunst als politiek instrument door beleidsmakers.

Hoewel de negatieve effecten van de identiteitspolitiek in de kunst doorsijpelen in de publieke opinie doen de media daar terughoudend verslag van. Dat verlengt de grip van de activisten op de kunst en is ongewenst. Mede omdat het indirect een vrijbrief geeft aan de beleidsmakers om de autonome positie van de kunst verder uit te kleden. Het beschadigt de positie van de kunst van twee kanten.

De God van Maleisië verdomt kunst

Schilders werken in lagen. Twee, drie, zeven of heel veel. Dat geldt ook voor een muurschildering in Sasaran, Maleisië. Maar wat te doen als kunst bewust of onbewust verkeerd begrepen wordt door scherpslijpers die niks hebben met veelgelaagdheid? Of dat om politieke en/of religieuze redenen is. Hoe reageren kunstenaars daar dan weer op?

Stel dat het gaat om het maken in de openbare ruimte van een muurschildering met daarop personen. Geïnspireerd op Matisse. De etnisch Chinese schilder brengt de huidkleur aan op de ondergrond. Niet om naakt te tonen, maar om de schildering op te bouwen. Het is een gebruikelijke manier van werken.

Maar de islamitische scherpslijpers begrijpen dat niet, willen dat niet begrijpen of zijn gewoonweg bezig om die vermaledijde kunstenaar in een kwaad daglicht te stellen door vanuit hun digitale wereld een rassenrelletje te beginnen. Hun daglicht uiteraard dat niet verlicht wordt door de God van de kunst, maar de God van islamitisch Maleisië.

Zo wordt een controverse geboren. Die bij nader inzien helemaal geen meningsverschil is, maar een verkeerde weergave van de feiten.

De video onderzoekt om niet te zeggen legt bloot wat er gebeurd is. In een combinatie van een ironie en verontwaardiging. Het is absurd als het niet zo triest was. Van niks kunnen kwaadwillenden iets maken. Zonder reden. Lange tenen zijn onzichtbaar, maar er mag niet op getrapt worden. Maar waar lopen ze? Het kan overal gebeuren waar mensen zich snel beledigd voelen.

Kunnen we uit deze ongelukkige episode concluderen dat kunst ertoe doet? Dat valt te bezien, want welbeschouwd gaat het niet over kunst. Eerder om de vrijheid en de mentaliteit die tot kunst leidt. Daar zit het verschil tussen makers en kapotmakers.

Spaanse posterijen geven serie postzegels uit met huidskleur en krijgen kritiek van antiracisten

De Spaanse posterijen Correos heeft een serie van vier postzegels uitgegeven die deel uitmaken van een antiracisme campagne. De zogenaamde ‘Equality Stamps’. De zegel (sello) met de hoogste waarde van 1,60 euro is wit en die met de laagste waarde van 0,70 euro is zwart.

Het idee van de serie legt Correos alsvolgt uit: ‘hoe donkerder de postzegel, hoe minder waarde hij zal hebben, dus bij het maken van een zending zal het nodig zijn om meer zwarte dan witte te gebruiken. Zo wordt elke brief en elke zending een weerspiegeling van de ongelijkheid die racisme veroorzaakt’.

Maar zoals veel te verwachten in het gevoelige klimaat over racisme, ongelijkheid en diversiteit leverde die verklaring kritiek op. Een bericht van The Washington Post verzamelt er enkele: ‘toevallig racistisch’ of ‘toevallig VOX’, een verwijzing naar een rechts-radicale politiek partij.

Auteur Moha Gerehou die ook door The Washington Post om zijn mening wordt gevraagd meent dat de bedoelingen van Correos goed waren, maar fout zijn uitgepakt. Zijn hoofdbezwaar schrijft hij op in een tweet: ‘wat overstijgt is dat zwarte postzegels minder waarde hebben dan witte’ (lo que trasciende es que los sellos negros tienen menos valor que los blancos).

Is hier sprake van een gebrek aan witte gevoeligheid of een teveel aan zwarte overgevoeligheid? In het verleden waren de meest populaire postzegels en bankbiljetten die met de kleinste waarden. Want die worden het meest gebruikt. Dat pleit ervoor om zwarte postzegels de kleinste waarde te geven.

Deze kwestie geeft aan hoe lastig het is om het iedereen naar de zin te maken. Dat lijkt bijna per definitie onmogelijk geworden. Altijd zal er een grote minderheid zijn die tegen is, hoe een bedrijf zo’n campagne ook vormgeeft. Zelfs als het zorgvuldig handelt en in zo’n campagne samenwerkt met een progressieve anti-racisme organisatie als SOS Racismo.

Met kritiek profileren antiracisten zich tegen antiracisten. Nieuwkomers vechten zich zo in de hiërarchie in. Dit is dus niet zozeer een strijd tussen racisten en antiracisten, maar tussen antiracisten onderling. Met postzegels als aanleiding. De vraag is wie het morele gelijk heeft en dat in de publiciteit met het meeste aplomb kan claimen. Identiteitspolitiek heeft de posterijen bereikt.

Gouverneur Kemp tekent wet in Georgia. Republikeinse partij slaat doodlopende weg in van kiezersonderdrukking en racisme

De Republikeinse gouverneur Brian Kemp van de staat Georgia tekende gisteren een wet die twee componenten heeft. Het beperkt vooral Democratische en jongere kiezers om te stemmen en het geeft Republikeinse bestuurders de mogelijkheid om voor hen ongewenste resultaten te overrulen. De wet die kiezers onderdrukt en de Amerikaanse democratie inperkt maakt mogelijk wat de vorige president Trump probeerde, namelijk het stelen van verkiezingen. Maar dat lukte hem uiteindelijk niet. Als deze wet van kracht was geweest, dan was het Trump in Georgia echter wel gelukt.

Gouverneur Kemp kon in 2018 trouwens uitsluitend nipt winnen van de Democratische kandidate Stacey Abrams omdat hij in 2017 560.000 kiezers had uitgesloten om deel te nemen aan de verkiezingen. Dat wordt alom als ongrondwettelijk gezien, maar Kemp kwam er mee weg.

De logica van de Republikeinen is dat ze weten dat ze op een eerlijke manier geen landelijke verkiezingen kunnen winnen. Dat geven ze zelfs publiekelijk toe. De demografische ontwikkelingen wijzen namelijk de andere kant op. Democratische en Onafhankelijke keizers zijn ruim in de meerderheid. Samen met manipulaties als gerrymandering, het hertekenen van de grenzen van kiesdistricten, het oneerlijke Electoral College dat het platteland overwaardeert en Democratische territoria als DC en Puerto Rico geen plek in de Senaat geeft dient de onderdrukking van de Democratische kiezer en de mogelijkheid om op bestuurlijk niveau verkiezingsresultaten te overrulen enkel en alleen om aan de macht vast te houden die de Republikeinen welbeschouwd niet toekomt.

Daarbovenop komt de Big Lie van Trump en zijn medestanders dat de Democraten de verkiezingen gestolen zouden hebben. Maar het omgekeerde is waar. Het zijn juist de Republikeinen die de laatste verkiezingen probeerden te stelen. Dat dat mislukte was een dubbeltje op zijn kant. Veel is nog onduidelijk. Er lopen nog talloze onderzoeken naar wat er gebeurd is tussen november 2020 en 20 januari 2021 toen Biden werd geïnaugureerd. De bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 was militair georganiseerd en de extreem-rechtse milities stonden in direct contact met medestanders van Trump, zoals Roger Stone.

Wat in Georgia gebeurt staat niet op zichzelf. In allerlei staten waar de Republikeinen het bestuurlijk voor het zeggen hebben ontspruiten nu dit soort initiatieven van kiezersonderdrukking. Dat is geen toeval en past in een patroon. De vroegere president Trump heeft nog steeds veel macht in de Republikeinse partij, zet lokale bestuurders onder druk en meet zijn steun die hij geeft af aan hun loyaliteit voor hem. Daar passen dit soort initiatieven bij. De Trumpiaanse Republikeinen hebben blijkbaar de hoop opgegeven dat ze op eigen kracht met een programma op een eerlijke manier voldoende kiezers kunnen trekken om landelijke verkiezingen te winnen. In 2020 kreeg Joe Biden meer dan 7 miljoen meer stemmen dan Donald Trump.

Men kan binnen de logica van deze Trumpiaanse Republikeinen zich alleen maar afvragen wat ze hiermee denken te kunnen bereiken. Doen ze dit uitsluitend uit angst voor Trump zonder dat ze geloven dat dit gaat werken? De publieke opinie keert zich tegen dit soort vormen van kiezersonderdrukking. Alom wordt opgemerkt dat dit ingaat tegen het idee van de Amerikaanse democratie. Het is opvallend dat de vormgeving van de wet in Georgia tegen de Republikeinen inwerkt. Veel aandacht is er voor het verbod om iemand die in de rij staat om te stemmen water te geven. Dat kan erin gezet zijn als afleiding om de meer structurele maatregelen van manipulatie op bestuurlijk niveau te verhullen, maar schaadt de Republikeinen tegelijk enorm in de beeldvorming.

Er zijn vier effecten die negatief uit kunnen pakken voor Trump en zijn kornuiten. De positie van de twee conservatieve Democratische senatoren Joe Manchin en Kyrsten Sinema die zich verzetten tegen het afschaffen van de filibuster waarmee Republikeinen wetgeving kunnen blokkeren verzwakt hiermee. Want ze kunnen de kiezersonderdrukking die de Republikeinen in allerlei staten willen uitbreiden binnen hun eigen caucus niet verdedigen. Daarmee neemt de kans toe dat de filibuster hervormd of zelfs volledig afgeschaft wordt. Dat geeft de Democraten in de Senaat de mogelijkheid om wetgeving op landelijk niveau in te voeren. Op 3 maart 2021 werd in het Huis als de ‘For the People Act of 2021’ aangenomen. Die wacht nu op behandeling in de Senaat. President Biden heeft aangegeven dat hij prioriteit geeft aan deze voting rights wetten. Er is ook nog de John Lewis Voting Rights Advancement Act die beoogt om wetsteksten die resulteren in de discriminatie van kiezers uit deze wetten te halen.

Een tweede effect van de publieke pogingen van kiezersonderdrukking en racisme van de Republikeinen is dat het de kiezers die het betreft alleen maar meer gemotiveerd worden om te gaan stemmen. De bestuurlijke manipulatie die in deze wetten zit wordt daar echter niet mee tegengegaan. In de VS hebben staten betrekkelijk veel bestuurlijk-juridische autonomie.

Het derde effect is dat er een beweging van onderop per staat op gang komt die het bedrijfsleven onder druk zet en oproept om afstand te nemen van Trump en dit soort wetten om kiezers te onderdrukken. Een gevolg kan zijn dat ze publiekelijk afstand nemen van Trump en zijn medestanders en de geldkraan dichtdraaien om deze Republikeinen nog langer te steunen.

Het vierde effect kan zijn dat het Republikeinen die hiertegen zijn een steun in de rug geeft om uit de Republikeinse partij te stappen en een derde partij op te richten. Want deze brede beweging van kiezersonderdrukking door Republikeinen op staatsniveau maakt duidelijk dat er voor gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen voor de komende jaren geen toekomst binnen de Republikeinse partij is. Ze kunnen zichzelf nu niet meer voorhouden dat het tijdperk Trump voorbij is en hun partij snel gerepareerd kan worden.

De wet die gouverneur Kemp in Georgia ondertekende is de aangekondigde dood van de Republikeinse partij. Deze tactiek van de verschroeide aarde is defensief en kan tijdelijk werken, maar is op termijn onhoudbaar. Het zet door zelfbeschadiging de Republikeinen publiekelijk in de hoek van de anti-democraten die zonder compassie en respect voor de Amerikaanse grondwet uiteindelijk duidelijk maakt dat ze geen geloof in eigen kracht hebben. Daarnaast roept het tegenkrachten op bij de meerderheid van de bevolking en de Democraten die met president Biden die met zijn kennis van en netwerk in de Senaat als geen ander kent weet hoe hij dit in zijn voordeel kan ombuigen.

Scheidslijn in publieke opinie loopt niet tussen links en rechts, maar tussen muiterij en overleg

Soms kom je in een discussie op Facebook in aanraking met standpunten waarvan je denkt hoe het mogelijk is dat ze bestaan en geuit worden. Wie zitten er achter? Is het Nederlands onderwijs echt zover weggezakt als de laatste decennia door onderwijscritici wordt beweerd? Het lijkt er sterk op.

Gevoegd bij een gebrek aan mediawijsheid van de bevolking, omdat dit vak ontbreekt in het basisonderwijs, ontstaat er bij sommigen een combinatie van onvermogen, niet goed kunnen luisteren, lezen, schrijven en argumenteren, wrok en miskenning. Het gebrek aan vaardigheid om zich te kunnen uiten en goed te kunnen verwoorden wat men denkt jaagt door een gevoel van ondergewaardeerd worden en een besef van machteloosheid het vliegwiel van de miskenning nog verder aan. Dat is beklagenswaardig voor betreffende individuen en beschadigend voor de samenleving.

Dat is de stand van de publieke opinie van Nederland. In dat land is voor velen botheid de norm. Dat wordt ook wel lompheid of hufterigheid genoemd als het om het intermenselijk contact gaat. Op sociale media valt het extra op en wordt benadrukt wat blijkbaar de ziel van veel Nederlanders is. Dat is een constatering die de Engelse ambassadeur in Den Haag William Temple in de 17de eeuw al maakte in zijn Observations Upon the United Provinces of the Netherlands toen hij over de aard van de Nederlanders zei : ‘More good Nature, than good Humour’. Zie p.188:

Aanleiding voor bovenstaande uiteenzetting is een debatje op Facebook bij bovenstaand artikel van de Volkskrant dat stelt dat de rechtse partijen steeds meer opschuiven naar links. Ik gaf daar het volgende commentaar op: ‘Links is een ramp en rechts is een ramp. Racistisch rechts (PVV en FvD) is een dubbele ramp. Of de kiezer steeds meer op rechtse partijen stemt valt te bezien. Want de kiezers stemmen altijd in meerderheid op rechtse partijen. Dat is nu niet anders. De meerderheid van partijen wil gelijkwaardiger delen en belasten voor degenen die binnen zijn, maar degenen die buiten zijn meer weren dan voorheen. Is dat links of rechts? Het lijkt eerder een gemengd beeld dat valt te omschrijven als conservatief-links.’

Dat is een standpunt waar men het wel of niet mee eens kan zijn. In de verwachting van een leuk debat had ik het prikkelend opgeschreven. Ik vermoedde dat de lezers van de Volkskrant vooral zouden reageren op mijn standpunt dat links een ramp is, maar dat gebeurde niet. Is de achterban van links al bij voorbaat murw gebeukt? Ik kreeg enkel reacties die reageerden op mijn uitspraak dat ‘racistisch rechts’ van PVV en FvD een dubbele ramp is. Dat had ik niet mogen zeggen. Ook dat is blijkbaar de stand van zaken in Nederland, namelijk dat aanhangers van nationalistisch-rechts zelfs de FB-pagina’s van de centrum-linkse Volkskrant domineren.

Zo kabbelt zo’n discussie op een algemeen platform op sociale media voort in Nederland. Je kunt het niet eens een uitwisseling van standpunten noemen. Het is een gesprek tussen doven waarbij men niet zozeer luistert naar wat de ander zegt, maar vooral de eigen stokpaardjes pitcht. Daarmee zeg ik niks nieuws, het is al vaak gezegd. Ik reageer ook veel op Amerikaanse sites en daar is de omgang tussen politieke opponenten vriendelijker en volwassener, hoewel ik het afgelopen half jaar een verharding heb bespeurd. Maar daar lijkt men er genoegen in te scheppen om met elkaar het debat op een hoger niveau te tillen. In Nederland ontbreekt dat streven en lijkt het omgekeerde het geval. Namelijk het afbreken van de ander, ook als men daarmee zichzelf naar beneden haalt. Maar ook dat besef ontbreekt, zoals een Alzheimer-patiënt de eigen vergeetachtigheid vergeet.

Inhoudelijk eindigde mijn bijdrage onder dit Volkskrant-artikel met onderstaande reactie. Of het doordringt tot de aanhangers die PVV en FvD steunen betwijfel ik, maar ik blijf proberen hen met argumenten te overtuigen. Maar de mislukking is ingebakken. Het is als Max en Moritz uit het Duitse verhaal met plaatjes die in de deegbak van de bakker vallen en in de oven gebakken worden. De twee schelmen blijken nog in leven en knagen zich een weg naar buiten. De volgende streek zullen ze echter niet overleven. Maar dat weten ze nog niet.

U hebt gelijk dat er een verschil is tussen islamkritiek (of religiekritiek in het algemeen) en beleid dat tegen de grondwet ingaat. Dat eerste moet mogelijk zijn. Daar zou geen twijfel over moeten bestaan. Ik ben een criticus van godsdiensten (of religieuze instellingen) waaronder de islam omdat ik vind dat religie per saldo een negatieve invloed heeft op de samenleving. Dat geldt dus alle godsdiensten. Daarbij nemen met name de drie monotheïstische godsdiensten een stevige machtspositie in en moeten ze tegen kritiek kunnen. Hoge bomen vangen veel wind.

Maar de PVV gaat verder dan islamkritiek en morrelt aan de grondrechten van inwoners van Nederland. Daar loopt de lijn tussen wat mogelijk of zelfs wenselijk is aan islamkritiek en waar dat overgaat in beleid dat strijdig is met artikelen van de grondwet. Dat laatste hebben we met elkaar afgesproken en kan niet eenzijdig worden opengebroken. Dan verlaat een partij als de PVV de rechtsstaat en begeeft het zich op het terrein van de rechtsongelijkheid en willekeur. Dat is niet in uw of mijn eigenbelang. Want wat vandaag de moslims treft, kan in die willekeur zonder rechtsbescherming morgen u of mij treffen.

Als de PVV delen van de grondwet wil veranderen, dan heeft het daartoe uiteraard het recht. Dan moet het medestanders vinden voor een 2/3de meerderheid in de Staten-Generaal. Maar de paradox van de huidige positie van de PVV is dat het radicaliseert en zich steeds meer vervreemd heeft van de andere partijen. Ofwel, de PVV heeft helemaal geen stappenplan of strategie om een meerderheid te vinden voor de grondwetsartikelen waar het kritiek op heeft en die het wil wijzigen. Dat laat de kiezer op de PVV uiteindelijk met lege handen achter. Die kiezer wordt door de PVV bediend in zijn of haar emotie, maar politiek heeft de PVV geen omlijnd plan om haar doel te bereiken. Het is veel geschreeuw en weinig wol. Daarmee besodemietert de PVV de kiezer zonder dat die kiezer dat zelf doorheeft.’

Foto 1: Schermafbeelding van FB-posting van de Volkskrant van het artikelRechtse partijen schuiven steeds meer op naar links’, 2 maart 2021 (achter betaalmuur). Gewijzigde titel: ‘Rechtse partijen trekken met linkse argumenten steeds meer kiezers naar zich toe’.

Foto 2: Schermafbeelding van p.188 uit William Temple, ‘Observations Upon the United Provinces of the Netherlands’ (1668). Uit editie 1705. Via Google Books.

Foto 3: Wilhelm Busch, illustratie uit Max und Moritz: Max en Moritz gaan krakelingen stelen bij de bakkerij.

Pleidooi om sociaal-economische status leidend te laten zijn in de Code Diversiteit & Inclusie

Sterk pleidooi van de Franse filosoof en romancier Pascal Bruckner in interview in het FD om diversiteit breder te interpreteren dan huidskleur. Sociaal-culturele onderwerpen als identiteit drukken de sociaal-economische onderwerpen (sociaal-economische status, opleidingsniveau) weg zonder dat dit goed beseft wordt. Dat is een ongewenste en eenzijdige situatie. Het lijkt een taboe dat zo sterk is dat het niet eens als probleem benoemd wordt.

Via een omweg krijgt Bruckner ook gelijk voor wat Nederland betreft. De kunstsector is er een duidelijk voorbeeld van hoe die eenzijdige aandacht voor huidskleur ontspoort. Bizar en tamelijk onverklaarbaar is dat in Nederland de kunstsector een Code Diversiteit en Inclusie als norm heeft ingesteld die allerlei soorten achterstelling van minderheidsgroepen in beschouwing neemt, waaronder sociaal-economische status. Naast gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie opleidingsniveau en leeftijd.

Maar in de media, de kunstjournalistiek, de kunstsector en de publieke opinie lijkt die brede opvatting van diversiteit niet door te dringen. Het wordt nog steeds weggemoffeld ten koste van het dominante debat over identiteit, huidskleur, ras, slavernij en kolonialisme dat door radicale groeperingen wordt gevoed. Als hun inzet begrijpelijk is, dan is die van de kunstjournalistiek of de kunstsector niet. Die laatste is lui en gemakzuchtig, en laat zich vooral kennen als -hier komt het scheldwoord- elitair.

Want het lijkt er sterk op dat hoogopgeleide kunstjournalisten en kunstbobo’s zich meer kunnen identificeren met buitenlandse, zwarte kunstenaars die doorgaans ook een goede opleiding hebben en uit de hogere middenklasse afkomstig zijn, dan met witte, Nederlandse kunstenaars met een sociaal-economische achterstandspositie, weinig netwerk en gebrekkige sociale vaardigheden. Het is de vraag of deze kunstjournalisten en kunstbobo’s hun eigen gebrekkige blik beseffen of dat ze die juist bewust in stand houden. Wat is trouwens kwalijker?

Hoe dan ook is het de hoogste tijd dat in het debat over achterstanden en de terecht oproep om die weg te werken de obsessie met huidskleur stopt en ophoudt de belangrijkste norm te zijn die bepaalt wat achterstand is. Hoewel zoals gezegd de leidende gedragscode in de kunstsector daar allang aan voorbij is gegaan. De sociaal-economische norm is belangrijker en omvangrijker en verdient het om dominant te zijn in het debat. In de praktijk zullen in veel gevallen trouwens identiteit en sociaal-economische achterstand samenvallen, zodat dit onderwerp niet uit het debat hoeft te verdwijnen. Maar het kader waarbinnen het besproken wordt verdient het om breder te zijn.

Het is niet zinvol om witte mensen in een achterstandspositie die er economisch en sociaal slecht voorstaan te verwijten dat ze lid zijn van een bevoorrechte klasse, terwijl zij of hun ouders en kinderen daar nooit van hebben geprofiteerd. Dat maakt mensen terecht opstandig en drijft ze in de armen van ultra-rechts. Als vervolgens (kunst)journalisten en kunstbobo’s de retoriek van links-radicale activisten overnemen en blijvend verkondigen, en de witte achterstandsgroepen verwijten ultra-rechtse sympathieën te hebben, dan wordt het misverstand versterkt en de kloof verder verbreed. Deze kunstjournalisten en kunstbobo’s maken zo een gevolg tot oorzaak en denken in hun dwaling zelfs dat ze het goede doen.

In het verlengde hiervan dient bij de collectievorming van musea beter beseft te worden dat kunst van witte Nederlandse kunstenaars met een lagere sociaal-economische status eveneens ondervertegenwoordigd is als kunst van andere achterstands- en minderheidsgroepen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelInteressant: alleen blanken worden gesommeerd diverser te zijn’’ in het FD, 29 januari 2021.