George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Modernisme

Fotograaf David LaChapelle komt terecht in het Groninger Museum

with 2 comments

Update 31 mei 2019: Het is het raadsel van Nieuwsuur. Bijna nooit besteedt dit nieuwsprogramma aandacht aan hedendaagse kunstenaars. Maar vanavond zond het een reportage van liefst 6’ 19’’ uit over fotograaf David LaChapelle. Het draait om een opening in galerie Reflex en galeriehouder Alex Daniëls vertelt over de tentoonstelling. Waarom deze aandacht voor LaChapelle en galerie Reflex? Dat is het raadsel van Nieuwsuur. 

Directeur Andreas Blühm van het Groninger Museum vraagt zich na de vraag van Grandioos Groningen af hoe het komt dat het de eerste keer is dat  Amerikaanse fotograaf David LaChapelle exposeert in Nederland. In een reportage die overigens de man en niet zijn werk centraal zet. Volgens het cv blijkt dit trouwens alleen te kloppen als twee solo-expositie in de Amsterdamse Galerie Alex Daniels Reflex in 2006 en 2009 en een presentatie van deze galerie op de Kunstrai 2006 buiten beschouwing worden gelaten. LaChapelle wordt in Nederland door Reflex vertegenwoordigd. De vraag is van dezelfde orde als ‘noem je slechtste eigenschap’.

Daar geeft bijna niemand een eerlijk, direct antwoord op. Ligt het niet voor de hand, namelijk dat de barokke vormentaal en het surrealisme slecht passen bij de traditie van het Nederlandse modernisme dat nog steeds dominant is? Hoewel dit in de kunsten en de architectuur langzaam slijt. De vergelijking met de etnokitsch van fotograaf Jimmy Nelson die in Nederland evenmin doordringt tot de grote kunstmusea of een hyperrealistische schilder als Terry Rodgers doet LaChapelle wellicht tekort, maar geeft aan aan welke kant zijn fotografie te vinden is. Als LaChapelle de Magritte van de fotografie is, dan mag Blühm de directeur van dromenland zijn.

Een conservatieve blik op hedendaagse kunst van PragerU

with 3 comments

PragerU is een conservatieve non-profit organisatie die opgericht werd door de conservatieve televisie gastheer en schrijver Dennis Prager. Waarom conservatieve instellingen zich op een obsessieve manier verzetten tegen hedendaagse lunst is een raadsel dat nog steeds beantwoord moet worden. De conservatief-nihilistische politicus Thierry Baudet maakte zich in zijn vroege carrière in navolging van rechtse denkers die hem inspireerden vanuit een 19de eeuws perspectief (‘Chopin) sterk tegen ‘moderne kunst’ en overigens ook architectuur dat het ‘thuisgevoel’ in de weg zou staan. De 19de eeuw van voor Édouard Manet is de referentie voor deze conservatief geïnspireerde politici en opinie-leiders die niet in de moderne tijd willen treden.

In deze 3 jaar oude video geeft kunstenaar Robert Florczak zijn visie op hedendaagse kunst. Zijn eigen werk voldoet overigens bij lange na niet aan de normen die hij zelf aan kunst van anderen stelt. Het valt het best te omschrijven als rommel dat niet aan de academische standaard voldoet waar hij zo hoog van opgeeft. Hij maakt vlakke kunst, kitsch en meent hedendaagse kunstenaars de maat te kunnen nemen aan de hand van zijn 19de-eeuwse standaard. Dat kan, maar de tegenstrijdigheid slaat wel als een boomerang op hem terug.

Een goede framing is op sociale media het hele verhaal: ‘Waarom is moderne kunst zo slecht?’ Een meer interessante framing lijkt echter ‘Waarom maken conservatieven zich zo druk over moderne kunst?’ Door ertegen te ageren hechten ze tegelijk een groot belang aan hedendaagse kunst. Dat is onbewust positief.

Uiteraard is er veel mis met de kunsthandel en de macht van het grote geld in de hedendaagse kunst. Maar wat Florczak voor PragerU doet gaat verder, hij wijst de hedendaagse kunst zonder uitzondering af. Dat is te grof en ongenuanceerd. Hij wenst niet te erkennen dat de norm om kunst te beoordelen met de eigen tijd mee verschuift. Of doet in opdracht van wat pretentieus de ‘Prager University’ heet, net alsof hij het niet begrijpt.

Televizier spuit kritiek op Pauw&Jinek door naar ongenoegen op sociale media over aanpak Roos en Baudet te wijzen. Klopt dat?

with 2 comments

Mijn reactie op het artikelDe TV van gisteren: Veel kritiek op Pauw en Jinek’ van Televizier dat onder verwijzing naar sociale media (!) stelt dat Pauw&Jinek niet objectief zouden zijn omdat ze Jan Roos (VNL) en Thierry Baudet (FvD) hard aanpakten. Hoe objectief is Televizier zelf die dit zonder enige onderbouwing stelt?

Zijn Nederlanders kritische journalistiek niet meer gewend? Of inmiddels ontwend? P&J pakken alle politici hard aan. Dus een roeptoeter als Jan Roos moet niet huilie huilie doen als hij eens een keer hard wordt aangepakt. Dat is immers exact hetzelfde als wat hij zelf met anderen doet. Zowel als reporter als politcus voor VNL. Roos had geen antwoord op de vragen van P&J, ook toen hem dat gevraagd werd.

Niet P&J maar Roos stond in zijn hemd. Naakt zonder inhoud, een lege huls zonder zuigende ironie. Achteraf wist Roos het beter, maar op het moment dat het erom ging waren zijn argumenten op. Het is de taak van journalisten om dat naar boven te halen. Zoals Roos het als zijn taak zag om anderen tegen het licht te houden. Doe dat niet kinderachtig en probeer achteraf niet je gelijk te halen als je zelf geknipt wordt.

Hetzelfde geldt voor Thierry Baudet. Hij is onderhand overal tegen. Tegen de EU, de elite, het partijkartel, een bevolking die vermengd wordt, noem maar op. Zelfs tegen Europese subsidie waar hij uiteraard voor eigen gewin zelf van profiteert. Baudet is vooral tegen, zonder dat hij een oplossing biedt. Waar is zijn plan voor Europa na de EU? Het staat niet in het verkiezingsprogramma voor Forum voor Democratie. Baudet wil breken, maar geeft niet aan hoe hij vervolgens op gaat bouwen. Moet zo’n politicus serieus worden genomen? Is het niet de taak van de journalistiek om door die grote woorden heen te breken om te ontdekken waar het een politicus werkelijk om te doen is.

Het is eerder omgekeerd dan de kritiek op P&J doet vermoeden. De Nederlandse journalistiek is te terughoudend in haar kritiek op politici. Veel te braaf en te voorzichtig. Het poldermodel heeft de gevestigde media overspoeld. Journalisten, politici en bestuurders zitten op elkaars lip en zijn niet echt hard voor elkaar. Dat werkt tot op zekere hoogte. Het werkt niet meer als een politicus grossiert in alternatieve feiten en glashard liegt. Baudet, Kuzu (DENK) en Wilders (PVV) zijn daar voorbeelden van. Dan moet de journalistiek maatregelen nemen om door de façade van leugens heen te prikken

Baudet is een politicus die leunt tegen het rechts-extremistisch gedachtegoed, maar dat verbergt of ontkent. In de media wordt dat feit ook nog eens zo goed als genegeerd. KIezers komen het niet te weten. Baudet komt weg met verhaaltjes over zijn piano, zijn arrogantie, zijn campagne en zijn woning. De essentie van wat hij nastreeft blijft liggen. Het siert P&J dat ze proberen aan kritische journalistiek te doen die verder kijkt dan de waan van de dag. Maar ook P&J is uiteindelijk te braaf en durft niet echt door te bijten. Dat zegt vooral iets over de opstelling van de Nederlandse journalistiek. Die heeft voldoende kwaliteit in huis, maar durft of mag die van de hoofdredactie slechts in zeldzame gevallen inzetten. Daar zou het debat over moeten gaan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe TV van gisteren: Veel kritiek op Pauw en Jinek’ op Televizier, 11 maart 2017.

Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

with one comment

En dan kom je tot het besef dat ‘Brideshead Revisited’ je niet kan redden en dat vooruitgang alleen maar bereikt kan worden door met beiden voeten vrij en onverveerd midden in de wereld te staan. Maar Thierry is nooit wakker geschrokken uit zijn fantasieën. In plaats daarvan heeft hij zijn adolescente, romantische neigingen uit laten groeien tot een monster.’ Aldus Sarah Sluimer over Thierry Baudet in een Opinie op Zondag in De Volkskrant. Ik ben het zo vreselijk eens met Sluimer. Niet alleen om wat ze concludeert, maar ook omdat ze een van de weinigen is die dat in de media zegt. Mediakritiek op Baudet lijkt een taboe te zijn.

Kritiek op Baudet of zijn Forum voor Democratie ontbrak er tijdens de campagne aan. Verbazingwekkend omdat deze politicus aantoonbare onzin vertelt. Over Oekraïne, de EU, de islam, de homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking of hedendaagse kunst. Wie het goed tot zich door laat dringen beseft dat het rechts-extremistisch gedachtegoed is. De Nederlandse versie van het White supremacy-denken van Steve Bannon of het anti-communitarisme van Alain Soral. Pas de laatste week komt de kritiek in de media op het rechtse gedachtengoed van Baudet langzaam op gang. Nu hij een of wellicht twee zetels in de Tweede Kamer dreigt te halen. Nadat velen al constateerden dat Baudet enger is dan de zichzelf herhalende Wilders.

Niet alleen ontbrak de kritiek in de media, maar zelfs het tegendeel gebeurde. De media gaven Thierry Baudet legitimiteit. Gevestigde media als Nieuwsuur of Buitenhof boden deze tegen het rechts-extremisme leunende politicus een plek die hem salonfähig maakte. Is het de rol van media om dit type politici dat de samenleving af wil breken -maar geen idee heeft hoe het een en ander daarna op gaat bouwen- legitimiteit te geven? Elke keer weer vroeg ik me af, beseffen deze media wel wie en welk gedachtegoed ze in huis halen? Hebben media het door of durven ze zich niet meer te verzetten en de eigen journalistieke normen te handhaven? Sinds de beschuldigingen door de rechts-nationalisten om deel van establishment of elite te zijn die de samenleving van nepnieuws zou voorzien. Hans Janmaat die bij lange na niet zulke verregaande uitspraken deed als Baudet werd buitengesloten en geen plek geboden. Is er iets mis met de antenne van de hedendaagse media?

Het is dezelfde Baudet die op 18 en 19 februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczki de conferentie Prosperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement bijwoonde. Een vehikel van het Front National. Baudet richt zich op Welvaart voor Europa na de EU. Een vergezicht, een romantische bevlieging van iemand die in de politiek is verdwaald. Als Ernst Jünger of Pyke Koch die zich aristocraten van de geest wanen. Zonder praktische politieke kennis, maar domweg vanwege het idee. Ik verwees in maart 2016 in een commentaar net als Sluimer naar die romantische neigingen van een Baudet die feitelijk is uitgegroeid tot een monster: ‘Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

Het laatste woord is aan Sluimer die Baudet als volgt omschrijft: ‘Een excentrieke paljas. Een ongevaarlijke clown. Of zelfs een beschaafd, studentikoos type. Er is niets grappig, niets charmant en niets verfrissend aan deze man. Maak hem niet tot paradijsvogel. Zie hem voor wat hij is en zie waar hij tot kan uitgroeien.

Foto: ‘Prosperity of Europe after EU’ conference in Wieliczka photo preview 52598762’, 19 februari 2016.

Kunst moet een list verzinnen: aansluiten bij een politiek doel

with one comment

ornette-colleman-free-jazz-atlantic-1364-gatefold-1800-ljc

Soms leiden verkeerde bedoelingen tot goede uitkomsten. En omgekeerd kunnen goede bedoelingen tot slechte resultaten leiden. Neem de theorie dat de promotie van ‘moderne kunst’ een Westers instrument was in de strijd met de toenmalige Sovjet-Unie. Alweer een oude theorie die midden jaren ’90 met feiten werd onderbouwd. Zie hier een toelichting in The Independent. De CIA zou ermee sinds het eind van de jaren ’40 het communisme bestreden hebben, terwijl de kunst waarmee de Sovjet-bevolking werd geconfronteerd in de VS bij het grote publiek matig tot negatief werd ontvangen. De abstract expressionistische schilder Jackson Pollock stond niet voor niets bekend als ‘Jack the Dripper’. Maar kunstenaars profiteerden van die promotie.

Mijn eerste kennismaking met Pollocks werk gaat terug naar begin jaren ’70 toen ik de elpee Free Jazz (1961) van Ornette Coleman kocht, met een uitklaphoes met een reproductie van White Light uit 1954 van Pollock. Het tijdperk 1955-1965 dat de overgang symboliseert naar kunst waarin vervreemding in navolging van de ‘uitvinder’ Bertolt Brecht een hoofdthema wordt en de representatie van de werkelijkheid verder afgeschaald wordt. Vooral in de cinema (Antonioni, Kurosawa, Bunuel, Godard), de jazz (Coleman, Coltrane, Shepp, Ayler) en de beeldende kunst (De Kooning, Rothko, Pollock, Motherwell) is die scheidslijn duidelijk te herkennen. Elders omschreef ik dat in enkele schetsen als transitie. Tevens een tijdperk van hoop en in te lossen beloften.

Hoe is het mogelijk dat de hedendaagse kunst van de jaren ’40, ’50 en ’60 een wapen kon worden in de Koude Oorlog met de Sovjet-Unie? Hoewel het belang ervan nou ook weer niet overschat moet worden. Maar nu is kunst als politiek wapen nauwelijks nog voor te stellen. Eigenlijk kennen we het in getemde vorm alleen nog als landenpromotie bij staatsbezoeken. Nederland zet dan kunst in het zonnetje waarmee het zich meent te kunnen onderscheiden: design, ballet, Concertgebouworkest of geïmproviseerde muziek. Dan dient kunst als smeermiddel voor politieke doeleinden. De tanden van de kunst zijn in dat geval bij voorbaat afgevijld.

eclisse-l-1962-001-monica-vitti-back-shot-00o-7lv

De EU doet veel te weinig met kunst en cultuur als politiek middel. Terwijl de Europese kunst toch zo rijk is. Steven ten Thije (Mondriaanfonds) gaf in een video uit 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar moest een concreet antwoord hoe dat moest uiteraard schuldig blijven. Zie hier voor mijn commentaar en genoemde video. Onpartijdig is de inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie.

Die geslotenheid en dat thuisgevoel ontmoedigen. Het is trouwens opvallend dat voorvechters van de natiestaat zo weinig met nationale kunst ophebben. Dat is een tegenstelling die ik nog steeds moeilijk kan verklaren, hoewel het wellicht beter is dat dit zo is. Waarom werden in de 19de eeuw Vondel en Rembrandt tot nationale iconen gebombardeerd? Mijn opvatting over kunst gaat overigens vooraf aan mijn opvatting over politiek en heeft dat laatste gevormd. Niet andersom. Kunst legt toch een dieper fundament dan politiek.

Dat tijdperk rond 1960 waarin kunstenaars de vrijheid vinden om niets te hoeven vinden en loskomen van hun eigen thuis maakt voor mij duidelijk waarom ik niets moet hebben van populisten en eng nationalisme.

Hoe kan na de hakbijlen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra, tegen de achtergrond van een vijandige politieke klasse die in de kern geen echte affiniteit met kunst voelt en het opkomend rechts-populisme dat zweert bij thuisgevoel, natiestaat en haat tegen hedendaagse kunst de kunst overleven? De enige uitweg lijkt het aanhaken bij een politiek doel. Niet om de kunst, maar om de politiek. Laat de politiek maar verkeerde bedoelingen hebben met de kunst, maar als het tot goede uitkomsten leidt dan is dat mooi meegenomen.

Foto 1: Binnenkant hoes van Free Jazz (1961) van Ornette Coleman; black music en white light.

Foto 2: Monica Vitti in L’eclisse (1962) van Michelangelo Antonioni.

Schijnbewegingen van The Art of Impact dienen de kunst niet

with 2 comments

Pieter van Os legt in een artikel voor NRC het gemis van The Art of Impact (TAI) bloot dat deze week de Impact Award uitreikte: ‘Goede kunst maakt indruk. Maar als iets veel indruk maakt, is het dan ook goede kunst? Dat is wel de gedachte achter ‘The Art of Impact’, een stimuleringsprogramma van het ministerie van OCW.’  Van Os stelt vast dat ‘impact’ op de samenleving een merkwaardig criterium voor goede kunst is. TAI presenteert de Impact Award als ‘de kunstprijs voor niet-kunstenaars’. De essentie waarom TAI tekortschiet zit hem in de verkeerde opvatting van wat kunst is en de annexatie ervan door centrumlinkse partijpolitiek. Exact in het tijdperk dat rechts-populisten als Thierry Baudet kiezers mobiliseren tegen hedendaagse kunst. In een commentaar verwoordde ik dat als volgt: ‘Kunstenaars worden niet als autonome producenten van eigen werk voorgesteld, maar als aanvullend op andere doelen, zoals de aanpak van ‘maatschappelijke vraagstukken’.

Zo wordt kunst vleugellam en partijdig gemaakt. Waarschijnlijk vanuit goede bedoelingen. Kunst wordt getemd en ondergeschikt gemaakt aan partijpolitiek. Deze inperking dient de kunst niet. Want kunst moet in volle vrijheid kunnen functioneren en aan niemand verantwoording hoeven afleggen. Als het begrip ‘linkse kerk’ nog niet bestond, dan is hij door minister Jet Bussemaker en Hedy d’Ancona voor TAI uitgevonden.

De video over de uitreiking van de Impact Award 2016 aan Anton Dautzenberg toont genadeloos het verschil tussen intentie en uitwerking. De entourage is de boodschap. Een culturele (pseudo)-elite speelt voor even anti-elite en huurt daartoe querulanten in en gaat daarna over tot de orde van de dag. Deze ventielwerking van TAI -die kunst ver weg van het alledaagse leven onderbrengt in een politiek reservaat- verstoort eerder de politieke druk van kunst op de samenleving dan dat die die helpt opbouwen. Iedereen speelt het spel mee en kan beseffen dat het een schijnvertoning is. TAI is in wezen een anti-politieke beweging of in elk geval een slecht doordacht project dat averechts uitpakt. Moderator en coördinator Tabo Goudzwaard praat met mooie woorden over het plaatsvinden van een systeemverandering, maar houdt vaag wat dat betekent. Hij kan ook niet anders, want TAI is de systeemverandering als pose. Er wordt gehint en verwezen, maar niet uitgewerkt.

Kunst en televisie. Over ‘de normale Nederlander’, het thuisgevoel en de laffe cultuurpolitiek van alle politieke partijen

with 6 comments

65737-620-465

Kunst en televisie, het is een moeizame relatie. In een interview met Het Parool zegt Simone van den Ende het volgende over kunst op televisie: ‘En als het je niet interesseert, ga dan naar een ander net. Dat doe ik bijvoorbeeld met voetbal. Daar ben ik totaal niet in geïnteresseerd en ik heb het mijn hele leven goed kunnen vermijden. Waar ik kwaad om word, is dat kunst niet zou mogen van publiek geld en voetbal wel. Weegt het plezier van miljoenen zwaarder dan het plezier van een paar honderdduizend op televisie? Maar nogmaals: ik zeg dit als voorvechter van kunst op televisie, niet om alleen te zeuren.’ Simone van den Ende is op 1 oktober 2016 na negen jaar gestopt als hoofd kunst, cultuur en drama bij Avro en AvroTros.

De Mediacourant verwijst in een bericht naar dit interview. Een reactie van ‘aammehoela’ maakt inzichtelijk hoe de waardering voor kunst op televisie kan zijn. De reactie is te illustratief om niet te citeren: ‘Kunst, met name moderne kunst, is soms echt afgrijselijk. Je hebt af en toe het idee dat de kunstenaar iets in elkaar flanst om daarna een verhaal te verzinnen van hetgeen het moet voorstellen. Wat dat betreft geniet ik meer van een landschapschilderij dan van zo’n doek met alles door elkaar heen geflanst. Dan denkt iedere normale Nederlander: gauw bij de vuilnis gooien.’ Waar hebben we de verwijzing naar de ‘normale Nederlander’ meer gehoord? In rechts-populistische wordt volop tegen ‘moderne kunst’ geageerd. Waarmee hedendaagse kunst wordt bedoeld. Zo meent Thierry Baudet in een artikel (2013) voor NRC dat ‘modernisme in de architectuur en de publieke ‘kunstwerken’ het gevoel van vervreemding versterkt’. Baudet ziet de trits ‘multiculturalisme, modernisme in de kunsten en het Europese project’ als symptomen van een ziekelijke afkeer van het thuis.

Met die tegenwind vanuit populistische hoek die culturele hegemonie claimt heeft hedendaagse kunst te maken. Dat geluid werd zonder veel protest in de nasleep van de cultuurbezuinigingen van Halbe Zijlstra in 2011 overgenomen door de Nederlandse landelijke politiek. Geen enkele partij durfde zich principieel te verzetten tegen de vermeende volkswil van de kunsthaters die ‘moderne kunst’ strijdig achtten met het thuisgevoel van de normale Nederlander. Kunst op televisie werd met diezelfde rechts-populistische golf van eigenheid, nationalisme en thuisgevoel van ‘de normale Nederlander’ weggespoeld. Wat resteerde waren programma’s als ‘Tussen Kunst en Kitsch’ of een soort agenda-achtige kunstprogramma’s die voornamelijk signaleerden. Het pleit voor Simone van den Ende dat ze ondanks die sterke tegenwind de realityseries over de Nationale Opera, het Concertgebouworkest en het Nationale Ballet heeft weten te produceren.

Moeten we ons druk maken over kunst op de Nederlandse televisie? In een snel veranderend media-landschap dat internationaliseert, minder lineair wordt en steeds gefragmenteerder is en vooral nog kleine deelpublieken bedient? Wat heeft het voor zin om zo’n achterhoedegevecht te voeren? Het heeft geen zin. Toch kan het geen kwaad om het onderliggende populisme dat rept van ‘de normale Nederlander’ en thuisgevoel -en zo de culturele hegemonie op televisie en in samenleving claimt- van repliek te dienen. Te laten weten dat er ook nog een andere gedachtenwereld bestaat die er faliekant anders over denkt. Over kunst op televisie gaat het dan allang niet meer, maar over de functie van kunst in onze samenleving. Mijn reactie op ‘aammehoela’:

Hedendaagse Nederlandse kunst kan voor sommigen afgrijselijk zijn, terwijl voor anderen het hedendaagse Nederlandse voetbal dat is. Herinneren we ons de kwalificatiereeks van het Nederlands elftal voor het EK-2016 in Frankrijk nog? Afgrijselijk voetbal met een afgrijselijk resultaat. Maar het wordt op televisie toch overvloedig getoond in urenlange wedstrijden en voor- en nabeschouwingen. Als zelfkwelling?

De hedendaagse Nederlandse kunst heeft internationaal meer aanzien en kwaliteit dan het hedendaagse Nederlandse voetbal. Lees er de lovende buitenlandse commentaren over Nederlands toneel, design, dance, ballet, geïmproviseerde muziek of beeldende kunst maar op na.

Zo redenerend zou je kunnen stellen dat het gerechtvaardigd is om om die kunst op televisie te laten zien en het voetbal niet. Gesteld dat programma’s daar een goede vorm voor weten te vinden en het de formule van Jasper Krabbé overstijgt. Maar in grote lijnen gebeurt het omgekeerde. De kwaliteit van Nederlandse kunst wordt mondjesmaat getoond en het gebrek aan kwaliteit van Nederlands voetbal wordt overvloedig getoond. Is dat niet krom?

Foto: ‘Siem Vroom en Christine Ewert in een scene uit het topstuk ‘ De Drie Zusters’ van Anton Tsjechov, dat de NCRV op 30.09.1979 op het scherm brengt.’

EU heeft kunst en cultuur hard nodig, maar doet er te weinig mee

with 2 comments

Steven ten Thije van ‘museumconfederatie L’Internationale’ geeft in een video uit mei 2014 een aanzet tot een debat om kunst en cultuur een belangrijke rol te geven binnen de EU, maar heeft geen antwoord hoe dat concreet moet. Hij wijst erop dat er binnen de EU geen politiek of economisch tekort is, maar vooral wat hij omschrijft als een empathisch tekort. Burgers leven niet meer met elkaar mee of verplaatsen zich onvoldoende in de ander. Ze zetten zich apart zodat via die burger de EU fragmenteert. De uitdaging voor kunst en cultuur is om eraan mee te helpen een debat op gang te helpen brengen om die ontwikkeling terug te dringen.

In een interview in Trouw pakt de directeur van Museum de Fundatie Ralph Keuning dit onderwerp op in een vraag over internationaal engagement van kunst: ‘Waar ik stiekem een beetje op hoop, is dat kunstenaars iets zullen doen met het verbleekte Europese ideaal. Eigenlijk zouden de Europese en de nationale overheden werk moeten maken van het esthetiseren van hun boodschap. Waarom kan Nike dat wel en de Europese Commissie niet? Laat ze iemand als Anselm Kiefer zo’n opdracht geven – geen schilder die meer weet van de Midden-Europese perikelen dan hij. Of anders Neo Rauch, geboren in de DDR, een schilder die toch al grote historiestukken maakt (..)’. Het is de hoogste tijd dat kunst uit kan pakken met een mooi verpakte boodschap.

bs-04-11-DW-Kultur-Potsdam

Het is opvallend dat de EU op dit moment de kunst nauwelijks inzet als verbindend middel. Terwijl het zich in het recente verleden op de borst klopte op te komen voor ‘zachte waarden’ zoals vrijheden, mensenrechten, kunst en cultuur. Kunst blijft weggestopt in de natiestaat of wordt vanuit landelijk perspectief ingezet voor landenpromotie en in het vakje grensoverschrijdend gestopt. Dat dient de EU als geheel niet. De Europese Commissie zou hier meer werk van kunnen maken. Het zet kunst onvoldoende in bij de marketing van de EU. Of in het helpen overbruggen van de verschillen waar Ten Thije op wijst. De geschiedenis en identiteit van Europa zijn nauw verbonden met kunst, maar de instellingen van de EU zetten kunst alleen plichtmatig in in het gebruikelijke domein kunst. Terwijl kunst een overstijgende functie heeft die nu ongebruikt wordt gelaten.

Ten Thije en Keuning wijzen op een tekort van de EU en de nationale overheden die een te beperkte visie hebben op de rol van kunst. Uiteraard moet kunst geen vehikel worden om de EU te promoten, want kunst kan uit hoofde van wat het in de kern is alleen zichzelf dienen en geen andere meester boven zich dulden. Maar kunst kan op vele manieren eraan meehelpen om het huidige ‘geestkrachtige’ tekort binnen de EU te helpen bestrijden. De EU als waardengemeenschap heeft kernwaarden die het waard zijn om verdedigd te worden. De EU kan door de inzet van kunst kleur op de wangen krijgen die het nu mist. Dat dient niet alleen ter bevestiging van de eigen richting, maar ook als visitekaartje voor de eigen bevolking en andere landen.

Onpartijdig is zo’n inzet van kunst niet, want het staat haaks op de intenties van sommigen om de EU te laten fragmenteren. Thierry Baudet en andere nationalisten keren zich met hun theorie over het thuisgevoel en de vrees voor het eigene ook tegen het modernisme in de kunst dat het gevoel van vervreemding zou versterken. Baudet noemt dat oikofobie. De EU moet zich weerbaar maken tegen dit soort krachten en niet bevreesd zijn om de strijd ermee frontaal en zelfbewust aan te gaan. Dat kan door de inzet van kunst en cultuur en onder de voorwaarde alle burgers te bereiken. Zo’n inzet die het zelfvertrouwen in de EU thematiseert kan de empathie tussen de burgers binnen de EU helpen vergroten, zodat de EU voor velen vanzelfsprekender wordt en het ongenoegen lastiger geëxploiteerd kan worden door onruststokers die de EU om zeep willen helpen.

Foto: Kanselier Angela Merkel houdt een openingspraatje voor een schilderij van Anselm Kiefer uit de reeks ‘Europa’ in Potsdam, Berlijn, 2011.

Roel van Duijn over het Oekraïne-referendum. Radicaal-rechts schopt en breekt af, maar bouwt niets op. Wat moeten we ermee?

with 7 comments

Ex-provo Roel van Duijn die met een Russische vrouw is getrouwd en zich de Oost-Europese politiek aantrekt maakt zich kwaad over het Oekraïne-referendum dat in de zomer van 2015 vanuit rechts-nationalistische hoek is aangezwengeld. Het zou volgens hem geen serieus referendum zijn omdat het verdrag tussen Oekraïne en de EU niet teruggedraaid kan worden en dient om stemming te maken tegen Europa. Hij ziet er zelfs een valse opzet in van het NEE-kamp dat weet dat de associatie-overeenkomst niet meer kan worden teruggedraaid, maar wel allerlei media mobiliseert om te suggereren dat dat wel mogelijk is. Daarbij komt zoals bekend dat het kabinet wettelijk verplicht is om een eigen afweging te maken over de uitkomst en het die niet hoeft te volgen. De uitslag van het referendum is slechts een van de vele wegingsfactoren.

Alles is relatief in de politiek. Bij het Oekraïne-referendum is het NEE-kamp dat grofweg bestaat uit radicalen aan de uiterste kanten van het politieke spectrum (communisten, links-populisten, rechts-nationalisten en rechts-populisten) vooral tegen. Het ironiseert, selecteert, bekritiseert en is tegen. Maar waar het voor is en hoe het dat gaat realiseren houdt het vaag. ‘Shocklog’ Retecool dat zich tegenover Telegraaf-dochter Geen Stijl opstelt omschrijft de denkwereld van de conservatieve Thierry Baudet die het NEE-kamp aanvoert: ‘Je kan namelijk nog zo hard roepen dat je de democratie wilt redden, maar als je denkbeelden volledig bestaan uit het zoveel mogelijk afschaffen van dingen die democratisch processen in 70 jaar vrijheid hebben opgeleverd, ben je gewoon je eigen mening aan het opleggen als ware het ‘democratisch’ om dit te doen.

Het idee is dus dat radicaal-rechts de kiezers een beeld voorhoudt dat gevormd wordt door kritiek op het bestaande, maar niet op een uitgewerkt programma van hoe het wel moet. Marcel ten Hooven verwoorde dat onlangs in een artikel over een serieus politiek antwoord op Wilders in De Groene: ‘Met zijn claim op de waarheid politiseert Wilders de complexiteit van de pluriforme maatschappij en de bijbehorende politiek van traagheid als een vorm van nodeloos moeilijk doen of als een samenzwering van de elite. Hij stelt de maatschappij als maakbaar voor, mits de politiek bereid is het kwaad te lokaliseren en te verwijderen. Wie daartegenin brengt dat het onmogelijk is alle problemen naar ieders tevredenheid op te lossen, of hem vraagt hoe hij de grenzen hermetisch denkt te kunnen sluiten, krijgt het verwijt dat hij onnodig moeilijk doet, of zijn eigen volk verraadt.’  Ten Hooven constateert tevens dat in het vluchtelingendebat de traditionele partijen (VVD, PvdA, CDA) hun eigen rechtsstatelijke opstelling onder invloed van de PVV naar rechts bijstellen.

Radicaal-rechts schopt en breekt beter af dan dat het opbouwt. Het stelt deconstructie boven constructie. Wat zich bij het Oekraïne-referendum aftekent is de dominantie van postmodernistische politiek die afstand neemt van vaste waarden, de waarheid en het behalen van doelen. Van maakbaarheid. De Wilderiaanse manier van politiek bedrijven bestaat uit een vlucht vooruit door een sprong in het ongewisse. Zonder te weten waar dat eindigt. Dat kan het Walhalla zijn, maar ook de chaos. Is dat de sprong waard? Zijn de critici van de EU die geen blauwdruk van de toekomst voor ogen hebben in staat om straks de brokken die ze hebben aangericht te lijmen tot een werkbaar geheel als de EU uit elkaar valt? Tegen de EU, tegen de islam, tegen modernisme in kunst en architectuur of tegen de vluchtelingen klinkt aantrekkelijk voor een steeds groter deel van het electoraat, maar maakt nog geen nieuwe samenhang in maatschappij en politiek. De natiestaat als nieuw richtpunt kan niet het antwoord zijn omdat terugtrekken achter de grenzen de globale problemen niet oplost. Staten moeten nauw en grondig samenwerken om grensoverschrijdende problemen die samenhangen met milieu, klimaat, ziekte en terrorisme op te lossen. Schaalverkleining is geen antwoord van de 21ste eeuw.

Toch bestaan er rechts-nationalistische platformen die het over de toekomst hebben. Zo was er op 18 en 19 februari in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka de conferentieProsperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement die wordt gedomineerd door het Front National. Die partij kreeg in 2014 een lening van 11 miljoen dollar van een bank die door het Kremlin gecontroleerd wordt en vroeg in februari 2016 een lening van 30 miljoen dollar aan. Opvallend was de aanwezigheid van Thierry Baudet die in de ENF geen officiële functie heeft. Nog opvallender was dat hij als fanatiek twitteraar op zijn twitter-account hierover geen verslag deed. Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

CbkY5joUAAA_Utq

Foto: Tweet van Ludovic de Danne, 19 februari 2016. Overzicht van conferentie ‘Prosperity of Europe after EU’ in Wieliczka.

Le Corbusier 50 jaar na zijn dood voorgoed bestempeld als fascist

with 7 comments

Cité_radieuse._Façade._2

Louis-Ferdinand Céline, Robert Brasillach en Drieu La Rochelle staan niet langer alleen als ‘verkeerde’ Franse cultuurdragers die het opnamen voor het Duitse nationaal-socialisme of het Italiaanse fascisme. De van oorsprong Zwitserse architect Le Corbusier, geboren als Charles-Édouard Jeanneret-Gris, voegt zich 50 jaar na zijn dood definitief bij dit illustere gezelschap. En kende Nederland niet Pyke Koch en Henri van de Velde?

Twee nieuwe boeken tonen aan dat de pionier van het modernisme niet alleen een echte fascist was met links naar het collaborerende Vichy-regime, maar ook een antisemiet. Deze ‘onthulling’ komt waarschijnlijk niet toevallig vlak voordat het retrospectief ‘De menselijke maat’ van zijn werk in het Centre Pompidou in Parijs op 29 april opent. Het museum zegt in een verklaring geen aandacht aan deze kant van Le Corbusier te besteden omdat het buiten het bestek van het overzicht valt. Hierop komt kritiek omdat het een deel van Le Corbusiers persoonlijkheid buiten schot zou laten dat wel degelijk van invloed was op zijn hele oeuvre.

Achteraf blijkt dat allerlei critici allang onthuld hebben dat de architect fascistische sympathieën had. Zijn samenwerking in 1941 en 1942 voor het Vichy-regime was bekend. Evenals zijn antisemitisme. Dus wie nu zegt te beweren niet te weten dat Le Corbusier verkeerd was, is zelf verkeerd bezig door weg te kijken. Fascinerend blijft dat de vormentaal van het modernisme en het fascisme van Mussolini zoveel gemeenschappelijk hadden. Weg van de romantiek en de burgerlijkheid richting theoretisering en formalisering van de maatschappij in grote projecten. Zonder menselijke rem. Met afschuwelijke gevolgen.

Wat te doen met de nagedachtenis van Le Corbusier die nu voorgoed afgefakkeld lijkt als iemand met een verkeerde ideologie? Niets. Zijn verdiensten voor de architectuur blijven bestaan. Hoewel achteraf zijn rigide stadsplanning steeds meer als verschijningsvorm van het fascisme geïnterpreteerd zal gaan worden. De mens als mier in de grootschaligheid van het collectivisme. Le Corbusier kan niet gereduceerd worden tot fascist, ondanks het feit dat zijn ideeën er tijdens een deel van zijn leven gelijk mee opliepen. Waarvan de ultieme werking nog in de schoot van de geschiedenis verborgen lag. Als we al kunnen invoelen hoe de wereld 70 of 80 jaar geleden ervaren werd. Rationalisme dat te consequent en te rigoureus wordt toegepast kan ontsporen.

Foto: Façade van de Cité Radieuse in Marseille van Le Corbusier (1947-1952).

%d bloggers liken dit: