George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Publieke opinie

Post-waarheid in het Trump-tijdperk vraagt meer bewustwording van de journalistiek en een andere aanpak van de verslaglegging

with 2 comments

Leugens zijn in de publieke opinie steeds meer het nieuwe normaal. We zijn terug in het Oost-Europa van voor 1989. Bedrog en vervalsing als leidend narratief. Misschien kunnen de werken van de mensenrechtenactivisten en schrijvers van toen (Kundera, Havel, Amalrik) ons leren hoe de leugens van nu beantwoord kunnen worden.

De latere Tsjecho-Slowaakse president Václav Havel omschreef dat in het essay The Power of the Powerless (1978): ‘Omdat het regime gevangen zit in zijn eigen leugens, moet het alles vervalsen. Het vervalst het verleden. Het vervalst het heden, en het vervalst de toekomst. Het vervalst statistieken. Het pretendeert geen almachtige en onberedeneerde politie-apparaten te bezitten. Het doet alsof het de mensenrechten respecteert. Het doet alsof het niemand vervolgt. Het doet alsof het niets vreest. Het doet alsof het niets doet.’ Essentieel is Havels constatering dat het systeem ‘gevangen zit in zijn eigen leugens’. Als het pad van de vervalsing eenmaal ingeslagen, dan heeft het geen keuze meer om zich eraan te onttrekken en de waarheid te vertellen. De paradox is dat vanaf een bepaalde kritische grens van vervalsing meer leugens de geloofwaardigheid meer dienen dan de waarheid die de leugens weerspreekt.

Van belang is om te benadrukken dat het bij politici als president Trump gaat om de combinatie van korte- en lange termijn effecten. Het gaat zowel om het vertellen van leugens die de 24 uurs-nieuwscyclus domineren als om het creëren van een systeem van leugens waarin de leugens en het systeem elkaar versterken. Dat plaatst de journalistiek ongewild in de frontlinie van de publieke opinie. Want het regime of de naar het autoritarisme neigende bewind dat alles vervalst, wordt zo gedwongen om de eigen claims op de waarheid te blijven vervalsen en de journalistiek die dat corrigeert in een ultiem gebaar van cynisme af te doen als vervalsing. De vervalsing van 1978 wordt nu nepnieuws genoemd. Het regime dat het heden vervalst stelt de feiten van de journalistiek voor als nepnieuws, en presenteert het eigen nepnieuws als feit.

Villamedia plaatst een beschouwing van Lars Pasveer over schrijver en docent journalistiek Dan Gillmor die probeert een antwoord te vinden op de uitdaging waarvoor de hedendaagse journalistiek gesteld wordt door autoritaire regimes en opinieleiders die een loopje met de feiten nemen. Hij roept journalisten en media op om niet langer als doorgeefluik voor leugens van de Amerikaanse overheid te fungeren: ‘Het excuus dat er enkel verslag wordt gedaan voldoet niet langer. ‘Dit zijn geen normale tijden”, stelt Gillmor. Er is volgens hem oorlog verklaard aan de journalistiek met desinformatie als strategie.’ Gillmor stelt dat een omslag in het denken van de journalistiek over objectiviteit nodig is om een passend antwoord te geven op de vervalsing die de post-Trump waarheid kenmerkt. Dat is een worsteling en zoektocht die niet makkelijk is.

De gedragsregels van de journalistiek dienen aangepast te worden. Ze gelden in een redelijke omgeving waarin alle kanten uitgaan van de feiten. Maar als die omgeving inkrimpt of zelfs verdwijnt, dan komen die regels in de lucht te hangen. Want waar geeft de hoofdregel van de journalistiek ‘Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist’ nog antwoord op als bij een overheid niet de waarheid, maar de vervalsing ervan centraal staat? Scheiding tussen opinie en feit blijft voor de journalistiek fundamenteel, maar komt in een ander licht te staan als de feiten zelf ter discussie worden gesteld en slechts met toelichting van de eigen opinie kunnen worden beredeneerd of zelfs gerechtvaardigd.

De regering-Trump voert sinds een jaar een campagne met vervalsingen en alternatieve feiten met als doel om de kracht en de acceptatie bij de vaste achterban van het Rusland-onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller zoveel mogelijk te verkleinen. Naar verwachting biedt het spectaculaire onthullingen. Politiek werd Trump door de Republikeinse senatoren te verstaan gegeven dat het ontslag van Mueller of verantwoordelijk onderminister van Justitie Rosenstein niet getolereerd zou worden en per omgaande beantwoord zou worden met een afzettingsprocedure. Dus die weg was voor de Trump afgesloten. In zekere zin heeft dat voor de waarheid averechts uitgepakt omdat Trump en zijn waterdragers bij gebrek aan beter het vervolgens nog meer dan voorheen over de boeg van de vervalsing gooiden.

Het hellend vlak van het activisme is voor journalisten ongewenst. Dan gaat een journalist de weg op van de spindoctor (‘het tribunaal van de publieke opinie’) of de politieke activist zoals Glenn Greenwald en houdt op journalist te zijn. Of en hoe de gedragsregels in tijden van post-waarheid aangepast kunnen worden zoals Dan Gillmor beweert is de vraag die voor de journalistiek nu aan de orde is.

Alles moet veranderen in de journalistiek om hetzelfde te blijven, zoals de kernspreuk uit Il Gattopardo luidt. Geen politiek activisme, maar actief nadenken over een nieuwe invulling van de journalistiek. Een ‘objectief‘ verslag op NPO Radio 1 dat uitgebreid de claims op de waarheid over migrantenkinderen door president Trump laat horen inclusief zijn aantoonbare leugen dat een en ander te wijten valt aan de Democraten, maar tegelijkertijd die claims onweersproken laat kan echt niet meer en is ook in 2018 slechte en luie journalistiek die meer aan informatie dan aan desinformatie doet. Nodig bij de journalistiek is bewustwording over het vak en het afwerpen van de schroom om alles bij het oude te laten. Doorgaan op hetzelfde pad speelt de tegenstanders van de waarheid die profijt hebben bij het in gelucht houden van de vervalsing in de kaart.

Foto’s: Tsjecho-Slowaakse postzegels uit respectievelijk 1978 (14e zitting van de permanente COMECON commissie voor Post- en Telegraafcommunicatie) en 1960 (Dag van de Pers).

Advertenties

Leiding Defensie dient paal en perk te stellen aan verzet van het Korps Mariniers tegen verhuizing van kazerne naar Vlissingen

with 6 comments

Stel je de volgende situatie voor. Een detachement Russische mariniers dreigt van een kazerne in een bosrijke regio in het centrum van Rusland verplaatst te worden naar het zuidwesten van het land. Zeg naar Temjroek in de Koeban aan de Zee van Azov. Het besluit is in 2012 bekrachtigd door de Doema. Maar om sociale redenen zijn mariniers het er mee oneens omdat het ten koste van hun gezin zou gaan. De hoogste marinier generaal Jevgeni Motrovich geeft zes jaar na het besluit in een column in een mariniersblad zijn opinie waarin hij zich verzet tegen de verhuizing en de politiek oproept het besluit terug te draaien. Ook leidinggevende mariniers voelen zich gesterkt door de opinie van Motrovich en verzetten zich op sociale media en in de pers tegen de verhuizing naar Temjroek. Ze sturen zelfs een brandbrief naar minister Sergei Shoigu van Defensie waarin ze uitleggen waarom ze tegen het besluit zijn. En tegen het parlement dat het besluit nam. Parlementariër Andrei Balakrishnan die de belangen van de Koeban behartigt en zich uitspreekt voor de verhuizing naar Temjroek wordt op sociale media door mariniers tegengesproken. Als klap op de vuurpijl worden generaal Motrovich en drie mariniers uitgenodigd voor een gesprek met de Defensie-commissie van de Doema.

Dit scenario is in landen met een serieuze krijgsmacht onvoorstelbaar. Russische mariniers mogen blij zijn als ze niet naar oorlogsgebieden (Syrië of Oost-Oekraïne) of het Verre Oosten gestuurd worden. In serieuze landen is de krijgsmacht ondergeschikt aan de politiek. Als militairen zich verzetten tegen een politiek besluit dan worden ze tot de orde geroepen of de dienst uitgeschopt. Als ze hun verzet al overleven.

Ik licht graag toe waarom ik denk dat het lopende verhaal over de verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen een onderwerp is dat aandacht verdient en tot nu toe verkeerd is geanalyseerd door politiek en media. Vanuit de top van het Korps Mariniers is bij monde van brigadegeneraal Jeff Mac Mootry in de openbaarheid van een commercieel uitgegeven mariniersblad enkele maanden terug in een column gezegd dat hij zich verzet tegen die verhuizing. Dit betreft een in 2012 genomen politiek besluit. Daarna hebben op sociale media allerlei leidinggevenden van het Korps Mariniers dit standpunt van generaal Mac Mootry gevolgd en zoals het ernaar uitziet in een semi-georkestreerde campagne naar buiten gebracht.

Het is in mijn ogen een doodzonde dat militaire leidinggevenden zich in het openbaar opstellen tegenover een politiek besluit. Belangenbehartiging van een sector is prima, maar daarbij passen beperkingen om niet in een bananenrepubliek te belanden. Leidinggevenden zoals Mac Mootry die in gesprek zijn met de top van Defensie kunnen niet tegelijk twee petten op hebben: die van onderhandelaar en belangenbehartiger, en die van activist in de (semi)-publiciteit. Aan leidinggevende militairen is door de samenleving het geweldsmonopolie uitbesteed, en zij moeten daar zorgvuldiger dan wie dan ook mee omgaan en niet het idee geven zich boven de politiek op te stellen. Of zelfs maar het idee geven de politiek onder druk te zetten.

Juist dat laatste is nu aan de orde. De leiding van Defensie kan dit op straffe van eigen irrelevantie niet over haar kant laten gaan en moet generaal Mac Mootry en zijn staf tot de orde roepen met een zwijgverbod. Dat ‘gewone’ mariniers en hun familieleden actie voeren is van een andere orde. Dat mogen ze en dat past binnen de normale sociale Nederlandse verhoudingen. Een rode lijn wordt echter overschreden als dat geen individuele uitingen van zorg meer zijn, maar de organisatie Korps Mariniers vanuit de coulissen bij monde van de leidinggevenden stilzwijgende richting aan zo’n protestactie geeft. Dat overschrijdt een rode lijn.

Daarbij komt dat in het bespelen van de publieke opinie door (kader)leden van het Korps Mariniers over Zeeland nepverhalen de media in gebracht over de arbeidsmarkt en de infrastructuur van de regio Zuid-West Nederland. Het is onaanvaardbaar wat Mac Mootry doet. Hij kan en moet binnenskamers kritiek uiten als hij zijn zaak wil bepleiten, maar hij gaat naar mijn idee een rode lijn over als hij de publieke opinie bespeelt en anderen binnen zijn organisatie het idee geeft aan hun kant te staan in het verhinderen van de verhuizing.

Op 17 mei is Mac Mootry uitgenodigd om te praten met de vaste kamercommissie voor Defensie over de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen. Dat is een onterechte beloning voor zijn ondermijnende acties. Nogmaals, dat Mac Mootry voor zijn wapen opkomt is logisch en past binnen zijn functie, het gaat erom hoe hij dat doet. Hij doet dat niet alleen in de binnenkamers van Defensie, maar ook in de (semi)-openbaarheid.

Hij zou op dit laatste afgerekend moeten worden door de politiek, maar die durft (nog) niet door te bijten. Met de complicatie dat de mariniers radicaal-rechts munitie geven om tegen het kabinet Rutte te ageren. Die ontwikkeling baart me zorgen als democraat die niet wil dat de krijgsmacht ook maar op enige wijze de politiek onder druk zet. Zo zijn de Nederlandse verhoudingen niet en behoren ze niet te zijn. De muiterij in 1933 op pantserschip de Zeven Provinciën eindigde met een bom op het voordek van het schip. Als mariniers het binnen de krijgsmacht om sociale redenen voor gezien willen houden, dan moeten ze gaan. Chantage behoort averechts te werken en als minister Bijleveld en staatssecretaris Visser van toeten en blazen weten, ruggengraat tonen en zich niet onder druk laten zetten dan geven ze de leiding van het Korps Mariniers te verstaan dat het afgelopen moet zijn met het verzet tegen de verhuizing van de kazerne naar Vlissingen.

(Zelf heb ik als dienstplichtige gediend in de landmacht, ben ik voor een sterke Defensie en vind dat er vanwege het zogenaamde vredesdividend te veel is bezuinigd. Bij een goed functionerende krijgsmacht passen politieke visie, voldoende middelen, een goede militaire leiding en een perfecte afstemming tussen politieke en militaire leiding. Ik vind dat de opstelling van Mac Mootry de Nederlandse krijgsmacht verdeelt en verzwakt en hij zo via een omweg de vijanden van Nederland in de kaart speelt. Daar verzet ik me tegen.)

Foto 1: Schermafbeelding van artikelBrandbrief mariniers over verhuizing kazerne’ van Olof van Joolen in De Telegraaf, 15 mei 2018.

Foto 2: ‘Het schip De Zeven Provinciën in de Straat van Malakka met erboven een “van Berkel W-A” watervliegtuig’.

Leon de Winter ziet minister Kaag als ‘een horige voor de tiran’ van Iran. Maar hijzelf ontstijgt niet aan de rechtse publieke opinie

with one comment

De rechtse opiniemaker, columnist en schrijver Leon de Winter reageert vandaag in een tweet op het feit dat de Nederlandse interim minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag in Iran bij een bezoek aan president Rohani en minister Zarif van Buitenlandse Zaken een hoofddoek droeg. Kaag legde in een verklaring uit dat ze bij het dragen van een hoofddoek een zakelijke afweging maakte. De Telegraaf meldt het in een bericht: ‘Als vrouwelijke vertegenwoordiger gaat het mij om de inhoud van de zaak. Als lid van de Veiligheidsraad moeten we overal heen. We overleggen met heel veel landen die niet onze mensenrechtencultuur hebben. Dan zeg je ook niet: ik ga niet, want ze zijn niet zoals wij. Het gaat om het doel.

De Winter doet in zijn tweet exact waar Gabriel van den Brink in een opinie-artikel in NRC voor waarschuwt: ‘Tegelijkertijd zouden deelnemers aan het publieke debat meer incasseringsvermogen moeten opbrengen. Het moderne Nederland is een vrije en ook harde samenleving. Er zijn dagelijks zaken die ons storen of ergeren maar als we dat allemaal gaan ventileren is het eind zoek. Incasseren betekent uiteraard niet dat we onze morele oordelen opgeven, wel dat we de verleiding van het moralisme weerstaan.’ De Winter kan blijkbaar niet de verleiding weerstaan en weet zich niet te beheersen. Wie de reacties onder De Winters tweet leest ziet wat hij oproept en hoe hij het gebrek aan nuance voedt met zijn tweet. Maar niet alleen zijn volgers, ook De Winter is de nuance voorbij. Hij beseft niet dat hij als opiniemaker die de maatschappelijke meningsvorming beïnvloedt een verantwoordelijkheid heeft te nemen. Hij gedraagt zich onbeschaamd onverantwoordelijk.

Leon de Winter zegt in zijn tweet dat minister Kaag zich gedraagt ‘als een horige voor de tiran’. De Winter suggereert dat zij niet vrij is om te spreken of te handelen omdat ze zich onderwerpt aan de Iraanse leiders waarmee ze in gesprek gaat. Maar het dragen van een hoofddoek is niet meer dan een voorwaarde voor Kaag om een gesprek te kunnen hebben met Rohani en Zarif. Het zegt niets over de manier waarop ze het gesprek voert. Dat kan De Winter ook niet weten omdat hij niet op de hoogte is van Kaags woorden. Hij doet met deze tweet wat hij Kaag verwijt. Het is De Winter die zich onderhorig maakt aan de tiran. Hij onderwerpt zich aan wat zijn achterban van hem wil horen en schikt zich naar de tiran: een rechtse publieke opinie zonder nuance. Leon de Winter springt in een combinatie van aansporing, politieke agenda en persoonlijke gratificatie als een afgericht circusdier door de hoepel. Ermee toont hij gebrek aan nuancering en individuele onafhankelijkheid.

Iran staat nog steeds onder de hoede van de politieke islam. Dat is geen pretje voor vrouwen die zelf willen beslissen hoe ze zich kleden en gedragen. Maar onder druk van een groot deel van de bevolking dat vrijheid opeist, worden de regels steeds soepeler. Ze zijn de islamitische dictatuur zat. Dat blijkt overigens ook uit de minimalistische manier waarop minister Kaag haar hoofddoek draagt. Haar haar is goed zichtbaar. Dat zal de religieuze politie van Iran een gruwel zijn. Een vrouwelijke minister die in Iran in contact wil treden met politieke leiders heeft twee keuzes. Of een hoofddoek losjes over het hoofd draperen of niet gaan. Nederland is dit jaar lid van de Veiligheidsraad van de VN en het hoort voor een minister van Buitenlandse Zaken bij het werk om overal leiders op te zoeken en te spreken. Dus ook in Iran. Aanpassing is een normaal politiek feit.

Foto: Tweet van Leon de Winter met reacties, 22 februari 2018.

Zeeuws-Vlaanderen laat zich niet makkelijk op de kaart zetten

with one comment

Is Zeeuws-Vlaanderen de Krim van Nederland? In elk geval is het demografisch een krimpgebied. Het wordt op slordig vormgegeven landkaarten soms tot België gerekend, zo constateert Omroep Zeeland. Ook door een programma van de publieke omroep als Spoorloos. Dat knelt omdat de cultuurstrijd over identiteit, eigenheid, nationaliteit en sociale cohesie een stempel drukt op het publieke debat. Over de uitsluiting van Nederlanders op economische, etnische of sociale gronden wordt heftig gediscussieerd. Wie horen erbij en wie niet?

Als geboren en getogen Zeeuws-Vlaming vind ik het wel vermakelijk dat sommige media blijkbaar zo weinig weten over hun eigen land. Als de kennis van de feiten ontbreekt relativeert dat de opinies die in dat publieke debat worden geuit. Om niet opgemerkt te worden is het voor de bestuurders van Zeeuws-Vlaanderen aantrekkelijk om buiten de radar van de publieke opinie en de landelijke media te blijven. Of is er weer een controverse over de ontpoldering van de Hedwigepolder voor nodig om Zeeuws-Vlaanderen op de kaart te zetten? Maar wat op de kaart staat is afgesloten, definitief bijgezet en doods. Wie slim is laat zich nooit op de kaart zetten. Vraag is waar de onkunde van Spoorloos en de kunde van Zeeuws-Vlaanderen elkaar ontmoeten.

Waarom deed Facebook niets aan de Russische informatieoorlog tegen de VS?

with 4 comments

Senator Al Franken maakte het gisteren in een hoorzitting voor de Senaat Facebook’s Vice President Colin Stretch lastig. Ook vertegenwoordigers van Google en Twitter waren aanwezig. Ze worden steeds meer in het defensief gedrongen. Want hoe kan het dat de techbedrijven zoveel signalen van Russische inmenging misten of negeerden? Hebben ze zitten slapen of onderschatten ze de Russische inmenging? Volgens de voormalige FBI agent Clive Watts begon die Russische inmenging in de Amerikaanse publieke opinie al in 2014, zo blijkt uit een bericht op Axios. Tot nu toe beweren de techbedrijven dat dat later gebeurde. De vertegenwoordiger van de Oekraïense regering Dmytro Shymkiv zegt volgens een ander bericht op Axios in een interview met The Financial Times dat de regering van zijn land Facebook en leden van de regering Obama in 2015 waarschuwde voor het ‘agressieve gedrag’ van de Russen om via sociale media desinformatie te verspreiden. Dus al in 2015 was Facebook geïnformeerd over Russische inmenging op sociale media, maar het deed niets in de campagne van 2016. Dat roept vragen op over de macht, de integriteit en het professionalisme van de techbedrijven.

Sociale media: Offensief en tegenoffensief in strijd om Catalaanse claim op onafhankelijkheid. Wat moeten wij ervan vinden?

leave a comment »

De strijd om de onafhankelijkheid van Catalonië wordt ook op sociale media gevoerd. Op de pro-Catalonië video ‘Help Catalonia. Save Europe’ volgen een dystopische ondergangsparodie of de onvermijdelijke Der Untergangparodie in Hitlers bunker. Uiteraard is er ook een pro-Spanje reactie. Alles wordt met plakken en knippen in stelling gebracht in de slag om de Europese publieke opinie. Met emoties, overdrijvingen en valse claims. Wie deze filmpjes maken of in opdracht van wie ze gemaakt worden is onduidelijk. De belangen zijn groot en de belanghebbenden komen uit alle gaten en hoeken. Oordeel zelf wie het meeste gelijk heeft.

Waarom ik de term ‘wit’ verkies boven ‘blank’. En ‘witte mensen’ boven ‘blanken’. Over dynamische identiteit

with 11 comments

Het gebruik van de termen ‘blank’ of ‘wit’ is gepolitiseerd. Ze passen in pakketten denkbeelden. De vraag is wat de afweging ervan betekent en of het een gevolg is van denken. Of dat het denken wordt gevormd door een politieke opstelling en eigenlijk geen denken meer genoemd kan worden. Het is niet onlogisch dat er beweerd wordt dat het propageren van de term ‘wit’ een opvatting van links-Nederland is. Toch is dat onjuist. Zo reken ik mezelf niet tot links-Nederland (en evenmin tot rechts-Nederland), maar ben ik toch een voorstander van de term ‘wit’ boven ‘blank’. Mogelijk niet om dezelfde reden als andere voorstanders ervan.

De term ‘blank’ is geen ‘volstrekt neutrale, louter beschrijvende aanduiding’. Het is per definitie bijna onmogelijk dat een zo beladen term met de connotatie van reinheid, helderheid en onbevlektheid volstrekt neutraal en louter beschrijvend kan zijn. Dat staat nog los van de afweging voor welke term men kiest. Maar neutraal is het gebruik van de term ‘blank’ zeker niet.

Omdat ‘wit’ die connotaties mist en kortweg gezegd minder pretentieus is, is de term ‘wit’ neutraler en meer beschrijvend. Het verwijst naar een witte huidskleur en niet naar een achterliggende geschiedenis en wereld vol machtsposities. Een ‘blanke huidskleur’ bestaat niet.

Ik ben het eens met de kritiek op het makkelijk vertalen van Amerikaanse modes van politiek correct denken naar Nederland. Sommige links-radicalen ruilen het ene monolithisch denken in voor het andere monolithisch denken. Zodat ze het vermoeden op zich laden niet meer als individu te denken, maar ondergaan in het groepsdenken. Dat alles gaat ten koste van de nuances en het onderscheidingsvermogen. Maar evenzeer ben ik het oneens met rechts-radicaal denken dat even weinig soepel is en alles bij het oude wil laten.

Mij gaat het erom om in de geleidelijkheid zonder grote schokken een optimale afweging te vinden voor een maatschappelijke oneffenheid. Als optimaal zoveel mogelijk mensen tevreden stelt en het beste werkt dan begrijp ik dat het niet alle mensen tevreden kan stellen. Dat is jammer, maar onvermijdelijk. Maar als het nalaten ervan een bepaalde groep diep raakt, dan zie ik voor de sociale cohesie en het sociale contract tussen overheid en burgers er geen principieel bezwaar in om de oneffenheid op te ruimen.

Het gesprek over de term ‘blank’ wordt pas een zwaar en beladen onderwerp van discussie als links-radicalen er van alles over diversiteit, kolonialisme, slavernij en wat dan ook allemaal bijhalen en er vanuit hun politieke betrokkenheid opplakken wat historisch nog maar aangetoond moet worden. Daarbij eigenen ze zich het alleenrecht toe om hierover het laatste woord te hebben. Dat is niet zoals een publiek debat gevoerd moet worden of een samenleving met elkaar ingericht dient te worden. Het is intolerant en anti-democratisch.

En als in de reactie hierop rechts-radicalen er hun eigen onverbiddelijkheid tegenover zetten en geen centje onderhandelingsruimte meebrengen in het debat, dan gijzelen de uiterste posities dit debat en blokkeren ze een organische uitweg van dialoog, raadpleging van deskundige historici of taalfilosofen en compassie met en begrip voor de ander.

Dus ik ben voor de term ‘wit’ boven ‘blank’ niet vanwege een vermeend historisch onrecht of een achterstelling. Dat wil ik loskoppelen van de afspraak om het met elkaar voortaan over witte mensen in plaats van blanken te hebben. Het gaat erom dat in een open, dynamische, volwassen samenleving mensen naar elkaar luisteren en de grieven van anderen serieus dienen te nemen. En als die uit de weg gegaan kunnen worden, waarom zou men dat dan niet doen?

Foto: Het kwartet van Benny Goodman doorbrak in de muziekwereld de interraciale grenzen en bestond uit twee witte (Benny Goodman en Gene Krupa) en twee zwarte (Teddy Wilson en Lionel Hampton) musici, 1937.