George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Publieke opinie

Waarom ik de term ‘wit’ verkies boven ‘blank’. En ‘witte mensen’ boven ‘blanken’. Over dynamische identiteit

with 11 comments

Het gebruik van de termen ‘blank’ of ‘wit’ is gepolitiseerd. Ze passen in pakketten denkbeelden. De vraag is wat de afweging ervan betekent en of het een gevolg is van denken. Of dat het denken wordt gevormd door een politieke opstelling en eigenlijk geen denken meer genoemd kan worden. Het is niet onlogisch dat er beweerd wordt dat het propageren van de term ‘wit’ een opvatting van links-Nederland is. Toch is dat onjuist. Zo reken ik mezelf niet tot links-Nederland (en evenmin tot rechts-Nederland), maar ben ik toch een voorstander van de term ‘wit’ boven ‘blank’. Mogelijk niet om dezelfde reden als andere voorstanders ervan.

De term ‘blank’ is geen ‘volstrekt neutrale, louter beschrijvende aanduiding’. Het is per definitie bijna onmogelijk dat een zo beladen term met de connotatie van reinheid, helderheid en onbevlektheid volstrekt neutraal en louter beschrijvend kan zijn. Dat staat nog los van de afweging voor welke term men kiest. Maar neutraal is het gebruik van de term ‘blank’ zeker niet.

Omdat ‘wit’ die connotaties mist en kortweg gezegd minder pretentieus is, is de term ‘wit’ neutraler en meer beschrijvend. Het verwijst naar een witte huidskleur en niet naar een achterliggende geschiedenis en wereld vol machtsposities. Een ‘blanke huidskleur’ bestaat niet.

Ik ben het eens met de kritiek op het makkelijk vertalen van Amerikaanse modes van politiek correct denken naar Nederland. Sommige links-radicalen ruilen het ene monolithisch denken in voor het andere monolithisch denken. Zodat ze het vermoeden op zich laden niet meer als individu te denken, maar ondergaan in het groepsdenken. Dat alles gaat ten koste van de nuances en het onderscheidingsvermogen. Maar evenzeer ben ik het oneens met rechts-radicaal denken dat even weinig soepel is en alles bij het oude wil laten.

Mij gaat het erom om in de geleidelijkheid zonder grote schokken een optimale afweging te vinden voor een maatschappelijke oneffenheid. Als optimaal zoveel mogelijk mensen tevreden stelt en het beste werkt dan begrijp ik dat het niet alle mensen tevreden kan stellen. Dat is jammer, maar onvermijdelijk. Maar als het nalaten ervan een bepaalde groep diep raakt, dan zie ik voor de sociale cohesie en het sociale contract tussen overheid en burgers er geen principieel bezwaar in om de oneffenheid op te ruimen.

Het gesprek over de term ‘blank’ wordt pas een zwaar en beladen onderwerp van discussie als links-radicalen er van alles over diversiteit, kolonialisme, slavernij en wat dan ook allemaal bijhalen en er vanuit hun politieke betrokkenheid opplakken wat historisch nog maar aangetoond moet worden. Daarbij eigenen ze zich het alleenrecht toe om hierover het laatste woord te hebben. Dat is niet zoals een publiek debat gevoerd moet worden of een samenleving met elkaar ingericht dient te worden. Het is intolerant en anti-democratisch.

En als in de reactie hierop rechts-radicalen er hun eigen onverbiddelijkheid tegenover zetten en geen centje onderhandelingsruimte meebrengen in het debat, dan gijzelen de uiterste posities dit debat en blokkeren ze een organische uitweg van dialoog, raadpleging van deskundige historici of taalfilosofen en compassie met en begrip voor de ander.

Dus ik ben voor de term ‘wit’ boven ‘blank’ niet vanwege een vermeend historisch onrecht of een achterstelling. Dat wil ik loskoppelen van de afspraak om het met elkaar voortaan over witte mensen in plaats van blanken te hebben. Het gaat erom dat in een open, dynamische, volwassen samenleving mensen naar elkaar luisteren en de grieven van anderen serieus dienen te nemen. En als die uit de weg gegaan kunnen worden, waarom zou men dat dan niet doen?

Foto: Het kwartet van Benny Goodman doorbrak in de muziekwereld de interraciale grenzen en bestond uit twee witte (Benny Goodman en Gene Krupa) en twee zwarte (Teddy Wilson en Lionel Hampton) musici, 1937.

Advertenties

Media, Facebook en Twitter hielpen Trump in het zadel. Maar hij ontkent dat

with one comment

Heeft het zin om de irrationaliteit van Donald Trump te beantwoorden met rationele argumenten? Jawel, er zit weinig anders op. Maar of het doordringt tot het brede publiek dat Trump door de gevestigde media, Facebook en Twitter niet gehinderd werd, maar juist in het zadel is geholpen valt te bezien.

Tegelijk zou het de verantwoordelijkheid van de media in de VS moeten zijn om volgens de eigen normen te werken en een minimale journalistieke standaard te handhaven. Dat gebeurt nu onvoldoende. Facebook en Twitter die sterk de publieke opinie beïnvloeden weigerden tot voor kort zelfs te aanvaarden dat ze een journalistieke verantwoordelijkheid hebben.

Zo schiet het lekker op in de VS. Met een president die liegt, zich bezighoudt met trivialiteiten en daarmee misleidt en afleidt, en niets op poten zet. Met gevestigde media die die president veel gratis zendtijd gaven, hem onvoldoende kritisch tegen het licht hielden en hem hielpen met zijn campagne. Met sociale media die de functie van de journalistiek ondermijnen zonder daarvoor verantwoordelijkheid te nemen of zelfs maar volgens een ethische code te werken. Ethiek blijkt iets voor watjes geworden. Of een hobby voor op zondag in de kerkdienst. Het levert een goed gevoel op, maar heeft totaal geen invloed op de echte wereld. De schone schijn rukt onherroepelijk op.

Written by George Knight

1 oktober 2017 at 18:09

SIRE campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ krijgt veel kritiek

with one comment

SIRE campagneLaat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ kreeg na lancering ervan veel kritiek te verwerken. Het verschil tussen jongens en meisjes onderling zou veel groter zijn dan tussen de seksen. Dus waarom een campagne die alleen op jongens gericht is? Ex-politicus Jan Roos verwoordde in een commentaar het rechtse gedachtengoed. De campagne zou een gevolg zijn van de feminisering van Nederland door de linkse politiek.

De opvallendste kritiek komt van Jens van Tricht die op het YouTube-kanaal SIREcampagnes in bovenstaande video opgevoerd wordt als expert. In een verklaring op de site van Emancipator waarvan hij oprichter en directeur is neemt hij er echter scherp afstand van: ‘Ik wil graag uitleggen waarom ik de nieuwste SIRE-campagne over jongens werkelijk achterlijk vind én waarom ik toch als expert op de campagnesite te vinden ben.’ Hij vervolgt: ‘Met alle respect voor SIRE, maar de campagne ‘Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?’ slaat echt volledig de plank mis. Het is een gemiste kans, want een campagne die jongens nieuwe uitdagingen voor de 21e eeuw meegeeft zou meer dan welkom zijn. In plaats daarvan draait SIRE de klok flinke stappen terug.’ en: ‘Het probleem met de SIRE-campagne is dat er een eendimensionaal, homogeen beeld van jongens en meisjes geschetst wordt. Diversiteit, variatie en verandering onder jongens en meisjes is in de campagne afwezig. Jongens worden neergezet als wezenlijk anders dan meisjes, en dus als allemaal hetzelfde.’

Van Tricht valt SIRE ook aan omdat het met deze campagne het rechtse gedachtengoed van Jan Roos munitie geeft: ‘De campagne is reactionair, omdat impliciet wordt meegegaan in het verwijt dat het door vrouwen en het feminisme komt dat jongens geen echte jongens meer mogen zijn. De campagne draagt deze boodschap niet zelf actief uit, maar plaatst zichzelf in het maatschappelijk debat wel aan de kant van degenen die bij voortduring klagen over de vermeende feminisering.’ Toch dankt Van Tricht SIRE omdat hij opgenomen is in de campagne: ‘Fijn dat SIRE mij op de campagnewebsite de gelegenheid geeft om kort en krachtig een ander perspectief op ‘het jongensprobleem’ te bieden.’ Maar het is een dubbel gevoel. Van Trichts conclusie is dat SIRE met deze campagne de klok terug zet, reactionair en restauratief bezig is, kansen op nuancering laat liggen en het publieke debat over genderverschillen verstoort omdat het dat te simplistisch opvat.

Voor de duidelijkheid, SIRE heeft geen banden met de overheid en moet daarom niet verkeerd ingeschat worden. Het is een initiatief ‘vanuit de communicatiebranche’. SIRE zegt op de site wie belangeloos aan de campagne deelnamen: ‘Aan deze campagne werkten onder andere mee: Grey, Chapter, Witman Kleipool (Mick de Lint), Skybox, Sentia, Digined, Venture Collective, Soundcircus, DSM, Soorty, Issuemakers, MeMo² en Monalyse.’ Het lijkt vooral de wetenschappelijke onderbouwing van de campagne waar het aan schort. 

Politieke profilering Stedelijk Museum wordt minder geloofwaardig door samenwerking met commerciële geldschieters

with one comment

Sinds 2006 is het Stedelijk Museum een zelfstandige stichting, voorheen was het een gemeentelijke instelling. Dat leidde in 1999 tot bezwaren in de raad over een sponsorcontract met autofabrikant Audi dat toenmalig directeur Rudi Fuchs had beklonken. Het werd een geruchtmakende zaak. Een bericht uit 1999 van de Volkskrant geeft aan hoeveel er sinds die tijd veranderd is: ‘Meer algemeen zet de raad ook vraagtekens bij de noodzaak van vergaande private inmenging in een gemeentelijk instituut.’ Dat was voor de verzelfstandiging. Nu is het Stedelijk Museum geen gemeentelijk instituut meer en is de vergaande private inmenging een feit. Dat blijft onder de radar. In 2006 kwam dat sponsorcontract van het museum met Audi er trouwens toch.

Siemens kondigt nu op haar website #artSmellery aan. Siemens: ‘het eerste project van een bijzondere samenwerking tussen Siemens Huishoudapparaten en het Stedelijk Museum Amsterdam. Een verrassende, zintuigelijke en indrukwekkende manier om kunst te beleven.’ Van 26 april 2017 t/m 7 mei 2017 mei kan #artSmellery in het Teijin Auditorium van het Stedelijk Museum Amsterdam ‘beleefd worden’ aldus de promotie van Siemens. ‘Van Gogh, Chagall en zelfs werken van Mondriaan zijn met geuren tot leven gebracht – alleen met het reukzintuig waarneembaar. Mis deze unieke kans om je kennis over kunst uit te breiden niet.

Het Stedelijk kreeg onlangs kritiek uit rechtse media over een reeks tentoonstellingen over het thema migratie dat bedoeld was om ‘tegenwicht te bieden aan het populisme’ aldus een persbericht van het museum. Nelle Boer nuanceert dat vandaag in een ingezonden brief in Het Parool. Hij zegt niet tegen politieke kunst te zijn, maar pleit ‘voor een eerlijk beeld van de grote verscheidenheid aan politieke ideeën onder kunstenaars’. De contacten met Audi en Siemens maken zowel de politieke profilering van het museum ‘als tegenwicht tegen het populisme’ als de kritiek erop vrijblijvend. Waar gaat het nog over als de politieke opstelling van het Stedelijk en directeur Beatrix Ruf aanstellerij lijkt te zijn die haaks staat op de marketing van het Stedelijk? De aanstellerij van de #artSmellery. Reden is wellicht dat de zakelijke en artistieke leiding van het museum zover uit elkaar zijn gegroeid dat ze ieder hun eigen weg gaan zonder dat er nog één geloofwaardig museum met een duidelijk smoel resteert. Op wie moeten bezoekers  zich richten die zich bekommeren om het Stedelijk?

Foto: Schermafbeelding bij bericht ‘#artSmellery: innovatieve kunst in het Stedelijk Museum’ van Siemens.

Stedelijk Museum krijgt uit rechtse hoek verwijt propaganda te bedrijven met presentaties over migratie

with 7 comments

Het Stedelijk Museum besteedt het komende jaar in een reeks kleine prestaties aandacht aan migratie. Daar komt kritiek op van rechtse media zoals Elsevier of TPO. Het verwijt is dat het museum eenzijdig bezig is en propaganda zou bedrijven. En zelfs stelling zou nemen tegen het populisme. Maar hoe terecht is dat verwijt? Annabel Nanninga reageert in een opinie-artikel voor TPO en schuwt de grote woorden en verwijten niet. Zie ook een artikel van Marjolijn de Cocq en Maxime Smit van 1 april 2017 in Het Parool.

Sleutelzin waar deze rechtse publicisten zich aan lijken te storen is het slot van het citaat van Bram Hahn ‘de gedachten van het publiek bij te sturen – daar is een woord voor: propaganda.’ Het verwijt dat ze maken is dus eenzijdige communicatie. Klopt dat of is die conclusie te kort door de bocht? Overheden, politici en media zijn continu bezig om de gedachten van het publiek bij te sturen. TPO en Elsevier zijn daar goede voorbeelden van. Dat gebeurt door het sturen van gedrag (‘nudging’) en van opinies. Propaganda heeft altijd de intentie om met een beroep op de publieke opinie aanhangers voor een standpunt te winnen. Dat is bij het Stedelijk Museum echter niet aan de orde. Ten eerste omdat het een half-gesloten omgeving is waarvoor toegang betaald moet worden en geen beroep wordt gedaan op ‘de publieke opinie’. Ten tweede omdat de bezoekers die er doorgaans komen niet overtuigd moeten worden, maar al overtuigd zijn van het nut van migratie.

Los van het er aan de haren bijgesleept verwijt van propaganda raakt de kritiek van Hahn en Nanninga aan een interessanter aspect. Namelijk de vraag naar de functie van kunst en in het verlengde daarvan de functie van een kunstmuseum. Moet kunst midden in de samenleving staan en heeft het een maatschappelijke rol te spelen door zich politiek te uiten? Of moet kunst zich onderhorig maken aan de politiek? Het is het verschil tussen kunst die bijt en kunst die tandeloos is. Hahn en Nanninga pleiten voor tandeloze kunst die de politiek volgt. Waarschijnlijk beredeneren ze dat vanuit hun partijpolitieke opstelling. Dit in navolging van politici van PVV en VVD die de kunstsector vol minachting als een links reservaat zien dat zich onttrekt aan disciplinering en beteugeling en daarom financieel gekort, geknecht en getemd moet worden. Mijn reactie op TPO:

De framing ‘activistische dramgalerie’ van een activistische drammer is potsierlijk.

Kunst en politiek zijn verbonden. Kunst zonder politiek is levenloos en politiek zonder kunst heeft geen adem. Ze zijn dus eenmaal met elkaar verbonden. Het gaat er niet om dat ze verbonden zijn, maar hoe ze verbonden zijn. Daarop kan kritiek klinken. Maar niet op het feit dat er wisselwerking tussen kunst en politiek is.

Nanninga komt niet aan inhoudelijke kritiek toe. Ze verwijst naar een citaat dat het over propaganda heeft en laat het daarbij. Met als uitsmijter een verwijzing naar de persoon Ruf. Het is een gemiste kans om inhoudelijke kritiek te uiten met een onderbouwd betoog. Nanninga laat het afweten.

Het Stedelijk Museum besteedt in twee zaaltjes aandacht aan het onderwerp. Tamelijk bescheiden. Kunst die in de eigen tijd staat reflecteert altijd op de samenleving. Kunst houdt ons een spiegel voor. Kunst scherpt aan. Dat is de functie van kunst. En het is de rol van een museum om daar verslag van te doen en dat te tonen. Kunst die dat niet doet is geen knip voor de neus waard. Een museum dat dat nalaat verandert in een graf. Dat is de dood in de pot van het museum. En van de hedendaagse kunst.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBonusquote, moeilijkebril-editie: propaganda van uw geld in het Amsterdamse Stedelijk Museum’ van Annabel Nanninga voor TPO, 2 april 2017.

Axios geeft PVV populariteit van 29%. Waar haalt het dat vandaan? Van scoop naar canard

with 4 comments

axios

Het is een journalistieke wetmatigheid. Hoe dichter bij huis, hoe belangrijker het nieuws. Een gebroken been om de hoek is belangrijker dan een ongeluk met 1 dode in een buurland, of een ramp met 5 doden aan de rand van Europa, of met 60 doden aan het eind van de wereld. Zo werkt het bij journalisten, ze hebben de meeste kennis van hun eigen biotoop. Als het verder van huis is wordt het behelpen. En ligt het alternatieve feit, de leugen, het bedrog, de misleiding door verkeerde tussenpersonen of de foute interpretatie op de loer.

Hoe dat in zijn werk gaat laat de Amerikaanse nieuwssite Axios zien. Het had vandaag een scoop van Mike Allen over perschef van het Witte Huis Sean Spicer die namens Trump probeert te voorkomen dat de publieke en politieke opinie zich positief uitspreekt over een speciale aanklager naar de relatie van Trump met het Kremlin. Dat probeert Team Trump in de doofpot te stoppen. Daarom keert Trump zich zo tegen media die het proberen uit te zoeken. Dit bericht van Axios (‘Don’t sell BS’) werd door andere media druk geciteerd.

Maar wie hoog klimt, kan diep vallen. Een artikel over Europees extreem-rechts geeft de PVV een steun van 29%. Het is trouwens meer een verbinding van kadertjes, dan een artikel met een kop en een staart. Uit de meest recente peilingen blijkt echter geen steun van de PVV van 29%, maar slechts van 17%. Hoewel nog vele kiezers aarzelen en het theoretisch mogelijk is dat de PVV 29% zal halen. Maar uit de peilingen blijkt het niet. Waar baseert Axios zich op? Een steun van 29% voor welke partij dan ook zou opzienbarend zijn omdat het electoraat gefragmenteerd is. Er zijn geen grote partijen meer. Het CDA was in 2003 de laatste partij die met 28,6% met lijsttrekker Jan Peter Balkenende een resultaat scoorde dat enigszins in de buurt kwam van 29%.

Zo gaat internationale nieuwsvoorziening op sociale media. Zelfs serieuze media zuigen soms iets uit de duim en doen aan stemmingmakerij. Op de FB-pagina van Axios gaf ik volgende reactie: ‘It is hard to see the Dutch PVV will achieve 29% percent in the next elections. Polls don’t indicate such a support. In the most recent results of the ‘Peilingwijzer’ -which is the result of different polls- the PVV gets 17%. Although a large part of the electorate still hesitates. The tendency is that the PVV loses support. So my question, on which fact Axios based the support of 29% for the Dutch PVV? The more because the Dutch political landscape is fragmented and big parties don’t exist any longer. Can the editor please elaborate on this subject, I’m really curious how Axios has determined that rate of 29%. Please, answer.’ Als Axios reageert zal ik hier het antwoord plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel What you need to know about the right-wing movement consuming Europe’ op Axios, 27 february 2017.

The New York Times en de journalistiek: de waarheid is …

with 6 comments

Media doen er verstandig aan om in het openbaar te antwoorden op aanvallen van populisten. Deze hebben er een handje van om media nep te noemen en van te beschuldigen vooringenomen te zijn. Zelfs om het idee van de waarheid te betwijfelen. Maar er past een onderscheid. Journalisten zijn vaak -maar zeker niet altijd- links. Media zijn echter doorgaans -maar evenmin altijd- rechts. Ze zijn immers onderdeel van concerns met grote economische belangen die tegen de zittende macht aanleunen. Mediaconcerns verdedigen daarom per definitie de gevestigde orde. Dus zijn het de rechtse contouren (mediaconcern) of de linkse schijnbewegingen (journalisten) die doorslaggevend zijn? Het verschilt per land, maar deze tweedeling is overal zichtbaar.

Media winnen aan belang als de persvrijheid onder druk wordt gezet. Mits ze de urgentie van de dreiging beseffen en zich goed en krachtig weten te organiseren. Zoals nu sinds een maand door het aantreden van Donald Trump als president in de VS gebeurt. In autoritaire landen als Turkije, China of de Russische Federatie is het al te laat. Daar zijn de media gelijkgeschakeld en tot spreekbuizen van het zittende regime gemaakt. Ze zijn hun bewegingsvrijheid kwijt. Dat schrikbeeld wapent media in westerse landen waar populisten in opkomst zijn om het niet zover te laten komen. Dat is de achtergrond van de actie van The New York Times.

In Nederland zijn media akelig stil. Tot nu toe zien ze voor zichzelf geen rol weggelegd om het publieke debat van feiten te voorzien. Waar blijven NRC, Volkskrant, Parool, Trouw, NOS, RTL Nieuws of De Groene om gezamenlijk de alternatieve feiten van populisten van PVV, VNL, FvD, 50Plus of DENK kritisch tegen het licht te houden? Het publieke debat vraagt om nuancering die media kunnen bieden over de grenzen van hun eigen achterban heen. Maar ze zwijgen en beseffen onvoldoende de urgentie dat ze zich in moeten spannen omdat hun eigen functioneren op het spel staat. Wilders dreigt met zijn PVV de grootste partij te worden. Hoewel de PVV geen schijn van kans maakt om in de regering te komen zijn z’n volgers daar absoluut niet van overtuigd.