Benoem fascisten als fascisten. Het werkt averechts om fascisme met andere begrippen te vermengen

Poster ‘Fascisme is slavernij‘, 1980. Bewerking van linoleumsnede van Gerd Arntz. Collectie: Internationaal Instituur voor Sociale Geschiedenis.

Deze poster uit 1980 zegt dat fascisme slavernij is. Deze slogan wordt zonder bronvermelding boven een linoleumsnede van de Duits-Nederlandse ontwerper Gerd Arntz uit 1935/1936 geplaatst. Hij werd bekend om zijn zogenaamde isotype en werkte voor het CBS.

De context uit 1935 is anders dan in 1980. Nadeel van het hergebruik van oud bronmateriaal is dat de nuance van ‘het verhaal’ van toen ondergeschikt wordt gemaakt aan de situatie van nu die daar niet volledig in past. Zo gaat de nuance van het verhaal van toen verloren.

Toegespitst op deze linoleumsnede van Arntz, in hoeverre komen de Nazi’s en de Duitse oorlogsindustrie uit 1935 overeen met de in het Westen heersende klasse en de Westere oorlogsindustrie van 1980? Zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten? Is de positie van de Duitse arbeiders in 1935 hetzelfde als de positie van de werknemers in 1980?

Activisten hebben er een handje van om begrippen te vermengen. Dat werkt niet altijd verhelderend. De begrippen die al te makkelijk met elkaar vermengd worden zijn onder meer: rassenhaat/racisme, mensenhaat, vrouwenhaat, vreemdelingenhaat, seksuele discriminatie, uitbuiting, slavernij, (neo)-kolonialisme, neo-nazisme, imperialisme, antisemitisme, clericalisme en apartheid.

Door het een uit het ander te laten volgen (‘Racisme leidt tot fascisme‘) of het fascisme te beperkt te interpreteren ‘Fascisme is slavernij‘ of ‘Fascisme is moord‘ gaan de historische nuances van toen en nu verloren.

Dat is jammer omdat dan ook het aloude parool ‘Wees Waakzaam‘ afgezwakt worden. Juist nu is waakzaamheid geboden omdat de democratie onder druk staat en zich weerbaar op dient het stellen. De dreiging is sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet zo groot geweest.

Hedendaagse fascisten als Donald Trump en Thierry Baudet moeten zonder schroom en zonder slag om de arm genoemd worden wat ze zijn: fascisten. Activisten moeten begrijpen dat het averechts werkt om dat te verbinden met begrippen die volgen uit het eigen hobbyisme of segment van het activisme. Dat leidt af van de essentie en verzwakt door stapeling een glasheldere uitspraak die het fascisme afwijst.

Mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps. Journalistiek staat voor de keuze tussen hersenloze neutraliteit en weerbaarheid, moed en strijdlust om de democratie te verdedigen

Schermafbeelding van deel opinie-artikelNee, Alexander Klöpping, we hebben niet meer leiders maar meer feiten nodig in de journalistiek‘ van Freek Staps in NRC, 6 december 2021.

De afgelopen dagen konden we getuige zijn van een mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps in NRC. Staps reageerde op Klöpping. Er werden van beide kanten grote woorden gebruikt, maar de kern van het probleem waar het om zou moeten gaan werd in mijn ogen onvoldoende benoemd en sneeuwde onder. Dat komt door een onhandige en verkeerde focus van Klöpping die zijn kritiek ophangt aan de verslaggeving over de COVID-19 maatregelen van de overheid en een verongelijkte, verdedigende houding en beperkte taakopvatting van Staps. Dat is jammer, want er is wel degelijk iets mis met de journalistiek en kritiek erop is zinvol en nodig.

Schermafbeelding van deel opinie-artikelLaat de actiejournalistiek niet over aan boulevardkranten‘ van Alexander Klöpping in NRC, 3 december 2021,

In het commentaarOok Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘ van 4 december 2021 formuleerde ik wat ik als de kern van het probleem zie als volgt: ‘Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer’.

Op een neutrale houding van de journalistiek waarbij iedereen aan het woord komt heeft Klöpping naar mijn idee terechte kritiek. Hij zegt: ‘Het blijven streven naar neutraliteit van kranten en talkshows is een ziekte geworden. Zelfs de antijournalistieke sentimenten van antivaxers en FVD-hitsers krijgen eindeloos zuurstof door er objectief over te berichten. In plaats daarvan zouden media ook stelling kunnen nemen: wij vinden dat het verdacht maken van de journalistiek als geheel niet thuishoort in onze krant of uitzending. Of wij geloven erin dat iedereen die het kan, zich moet laten vaccineren. Of wij geloven dat mensen klimaatverandering veroorzaken en dat hard ingrijpen nodig is om de aarde leefbaar te houden.’

Staps noemt de kritiek van Klöpping ‘humbug‘. Maar opvallend is dat hij in zijn reactie voorbijgaat aan de kern van Klöppings kritiek en zich ertoe beperkt te scoren op ondergeschikte punten. Zoals gezegd, Klöppings kritiek is verre van ideaal. Zijn kritiek op de journalistiek verdient een betere onderbouwing met andere accenten. Maar in de kern is zijn kritiek zinvol en slaat de spijker op de kop.

In genoemd commentaar van 4 december 2021 verwees ik naar Dana Milbank die vorige week vrijdag 3 december in een column in The Washington Post min of meer hetzelfde zegt als Klöpping. Niet over de Nederlandse, maar over de Amerikaanse journalistiek. Namelijk dat journalisten medeplichtigen zijn aan de moord op de democratie: ‘My colleagues in the media are serving as accessories to the murder of democracy‘. Het valt Milbank op dat de media president Biden harder aanvallen dan voormalig president Trump, terwijl volgens hem de eerste veel minder redenen heeft om kritiek te krijgen. Er is blijkbaar een ander mechanisme werkzaam dat de journalistiek in haar greep heeft en afleidt van haar taken.

Er zijn accentverschillen, want de medeplichtigheid van journalisten aan de moord op de democratie is niet bij alle media identiek en even bezield en ernstig. Er zijn ook voorbeeldige media die hun taak prima uitvoeren. In de kern lijkt het tekort van de huidige journalistiek te draaien om de taakopvatting van journalisten. Die wordt in een defensieve reflex en vanuit een zekere hoogmoed verwoord door Staps en komt erop neer dat beroepsbekwaamheid, respect voor de feiten en het werken volgens een beroepscode (Code van Bordeaux) voldoende zijn om journalistiek te bedrijven.

Klöpping en ook Milbank voegen daar een morele dimensie aan toe die Staps mist. Moreel in de betekenis van geestelijke weerbaarheid, moed en strijdlust. Milbank concludeert: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een ​​standpunt in te nemen’. Het is de hersenloze neutraliteit van journalisten die Klöpping aan de orde stelt en waarvan Staps niet eens lijkt te beseffen dat het een probleem is, maar hij notabene als verdienste ziet.

Mogelijk worden die uiteenlopende opvattingen over wat de taak van de journalistiek is extra op scherp gesteld door een generatieconflict tussen ‘de oude hap’ die is geschoold in de traditionele journalistiek van de vorige eeuw en daarmee doordesemd is en de nieuwkomers die interdisciplinair en intermediair zijn en de journalistiek als mengvorm zien.

Uiteraard moeten journalisten naar alle kanten toe sceptisch en onafhankelijk zijn. Dat kan door zich duidelijk bewust te zijn van de eigen positie en die steeds weer te benoemen. Niet als verantwoording, maar als verheldering. Essentieel is dat journalisten zich in tijden waarin rechts-populisme in opkomst is en de democratie bedreigt laten kennen als expliciete aanhangers van de democratie. Dat ontbreekt er tot nu toe aan. Het is de uitdaging voor de hedendaagse journalistiek om een en ander te combineren.

Identiteitspolitiek in de kunst: geschil over Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad

De teksten over het Zuid-Afrikaanse Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad gaan over identiteitspolitiek in de kunst. Dat maakt het interessant omdat het een actuele ontwikkeling in onze samenlevingen betreft die in dit geval vertaald wordt naar de kunst en de museumsector. Sky Österreich News doet verslag. Identiteitspolitiek komt neer op de spanning tussen individualisme en het individualisme van de kunstenaar, en de rechten van sociale groepen die zich ongelijk behandeld voelen. Aanleiding is de tentoonstellingWHY SHOULD I HESITATE: PUTTING DRAWINGS TO WORK’ met werk van William Kentridge die op 25 augustus 2019 opent.

Wat zijn de ‘aantijgingen van racisme’ die volgens de tekst de kunstscene van Zuid-Afrika zou splitsen? Waarom stoot het werk van de witte William Kentridge op kritiek? Notabene een Zuid-Afrikaanse kunstenaar die in Europa met open armen wordt ontvangen en gevierd wordt omdat hij de zaak van de zwarte bevolking naar voren brengt en kritische noten plaatst bij de koloniale geschiedenis van Afrika. Nog onlangs in het Holland Festival met de voorstellingThe Head & The Load’ over het leed van Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog. Is het ultieme verwijt van de identiteits-activisten aan Kentridge dat hij een witte huid heeft?

De kritiek op William Kentridge en op Zeitz MOCAA dat hem presenteert tekent het failliet van dit soort identiteitspolitiek dat de grote lijn uit het oog verliest. Activisten schieten in hun kortzichtigheid in eigen voet. Des te meer omdat het budget en de middelen van het museum groot genoeg zijn om allerlei soorten Afrikaanse kunst van allerlei kunstenaars uit diverse Afrikaanse landen in een jaarprogramma naast elkaar te tonen. In dat brede palet past ook William Kentridge die volgens Europeanen pleit voor de Afrikaanse zaak.

Wat is hier aan de hand? Worden Europeanen verkeerd voorgelicht met de culturele marketing over Kentridge door de culturele instellingen die hem in Europa presenteren en promoten? Of is hier een minderheid van identiteits-activisten in de culturele sector van Zuid-Afrika bezig die zich niet zozeer verzet tegen de witte kunstenaar Kentridge, maar tegen de gevestigde kunstenaar Kentridge? Kortom, een normale vadermoord van jongere activisten die komen kijken en zich in een sector proberen in te vechten. Dat is een wetmatigheid van alle tijden. Maar als dat laatste het geval is, hoe opportuun is het dan om hier aandacht aan te besteden?

Als het Zeitz MOCAA werkelijk een ‘zwarte museum voor witte bezoekers’ is zoals de activisten claimen, dan heeft dat meer te maken met de geschiedenis van Zuid-Afrika, dan met die van dit museum dat nog maar twee jaar bestaat. Activisten zouden er beter aan doen om er via mobilisatie voor te zorgen dat de diversiteit van de bezoekers toeneemt. Het getuigt van gebrek aan moed en ambitie om kritiek te spuien op dit museum en niet op de bolwerken van het witte denken, en alles door de bril van identiteit te zien. Waar onrecht bestaat moet dat aangepakt worden, maar daar is meer voor nodig dan oppervlakkig en lui denken dat mede dient als zelfprofilering van activisten die zich tegoed doen aan laaghangend fruit van een kwetsbaar, lokaal museum.

Opinieonderzoek van Elabe over gele hesjes: vermoeidheid doet zich voelen in mening van Frans electoraat. Steun ervoor kalft af

Het bericht zat er al aan te komen, maar in Frankrijk hebben de gele hesjes het momentum verloren. Volgens een opinieonderzoek van bureau Elabe in opdracht van nieuwzender BFMTV keert het electoraat zich geleidelijk van hen af. Het wordt er vermoeid van en wil dat de zaterdagse betogingen stoppen. Volgens een meerderheid zijn ze steeds verder af komen te staan van de aanvankelijke eisen die wel als gerechtvaardigd werden gezien. Ook radicaal-linkse (achterban Jean-Luc Mélenchon) en radicaal-rechtse (achterban Marine Le Pen) kiezers identificeren zich relatief minder met de gele hesjes. Wat de beweging lijkt te zijn opgebroken is dat het geen profiel, programma en door allen gesteunde leider had. Ergens tegen zijn kan een breekijzer zijn om vastgeroeste machtsverhoudingen te doorbreken, maar als dat uiteindelijk een richtingloos negativisme blijkt te zijn, dan slaan vermoeidheid en moedeloosheid toe. Toch is het interessant om de komende tijd te volgen hoe de beweging verandert, zich opsplitst en zich gaat verhouden tot de bestaande partijpolitiek.

Verburgerlijking, vertrutting, fragmentatie en radicalisering van de gele hesjes is vergelijkbaar met wat er gebeurde met Anonymous

Angst voor de gele hesjes groeit onder Brabantse vrachtwagenchauffeurs. Ook onder journalisten die soms afgetuigd worden door de gele hesjes als ze verslag doen van de protesten. De agressie neemt niet af. Is dat een teken van machteloosheid of van infiltratie van de gele hesjes-beweging door beroepsactivisten die het vuurtje op willen stoken? Ze accepteren de bestaande democratie en rechtsorde niet. De gele hesjes zijn niet eenvorming, maar onderling verschillend. Daarom valt het nauwelijks vast te stellen wie er aan het woord is.

Het valt te verwachten dat de sleet erin komt zoals ook gebeurde bij het ‘hacktivistische’ Anonymous dat begon vanuit maatschappijkritiek, maar vervolgens verburgerlijkte en zich onder meer ging richten op het bestrijden van pedofielen. In 2014 schreef ik in een commentaar over die verburgerlijking en vertrutting van Anonymous: ‘Anonymous Nederland mixt ingrediënten door elkaar en kookt een heksensoep. Probleem is niet dat het een politiek standpunt inneemt, maar dat het wegduikt in de anonimiteit en geen duidelijkheid geeft over waarom, hoe, waar, volgens welk programma en namens wie het opereert. Daarnaast is Anonymous geen beschermd merk. Iedereen kan het kapen en ermee aan de haal gaan. Zodat vervlakking en vervaging op de loer liggen.’ Vijf jaar later kan Anonymous vervangen worden door gele hesjes. De geschiedenis herhaalt zich, maar dan anders. Het zich toe-eigenen van etiketten en schuilen in de anonimiteit blijft iets van alle tijden.

Kunstenaar Shahak Shapira klaagt Twitter aan wegens laks beleid inzake haatspraak: #HEYTWITTER

Hoe kunst maatschappelijk relevant kan zijn bewijzen de Duits-Israëlische kunstenaar Shahak Shapira en zijn mede-activisten. Shapira beschuldigt Twitter ervan te laks te zijn in het verwijderen van haatspraak. Hij zegt 300 meldingen aan dit techbedrijf te hebben gedaan, maar slechts op 9 meldingen een reactie te hebben ontvangen. ‘Als Twitter me ertoe verplicht om deze dingen te zien, dan zouden ze het ook moeten zien’, zo zegt hij in de video die hij op 7 augustus op zijn YouTube-kanaal plaatste. Voor het Duitse hoofdkantoor van Twitter in Hamburg heeft Shapira de gewraakte meldingen met sjablonen op de weg gemarkeerd. Zodat iedereen ze kan lezen. Op straat of op YouTube. Twitter veegt intussen het eigen stoepje schoon. Symbolisch.

DDS ontspoort met opinie-artikel over veiligheid Thierry Baudet

Tim Engelbart is een productieve commentator voor DDS. Ook wel de Nederlandse Breitbart genoemd, de Amerikaanse alt-right nieuwssite. Engelbart haakt in op een aangekondigde demonstratie op 19 juni van de Utrechtse actiegroep ‘Utrecht voor Iedereen’ die voor de gelegenheid ‘Utrecht TEGEN Thierry Baudet’ genoemd is. In een commentaar besteedde ik er op 25 mei aandacht aan. Engelbart doet dat vandaag ook, maar begeeft zich op glad ijs door Baudets veiligheid centraal te stellen: ‘Nog even, en Baudet zal net zo beveiligd moeten worden als Geert Wilders. En dat gun je echt niemand, zelfs niet je grootste politieke tegenstander.’ Engelbart bewijst er Baudet geen dienst mee. Integendeel. In een reactie op DDS leg ik uit waarom Engelbart te ver gaat:

Pegida Nederland demonstreert. De Nederlandse Volks-Unie van Constant Kusters demonstreert. PVV-sympathisanten als Kimberley Hendriks demonstreren. In Nederland neemt bijna iedereen wel eens deel aan een demonstratie tegen iedereen. In Nederland is een demonstratie folklore, marketing, calvinistische gestrengheid en politiek tegelijk. Niemand die een demonstratie merkwaardig vindt en daar nog echt van opkijkt. Op Tim Engelbart na dan.

Waar Engelbart vandaan haalt dat de Utrechtse demonstratie tegen Baudet bedoeld is om de boel te verstoren is onduidelijk. Het wordt door de initiatiefnemers in hun uitingen op sociale media niet gezegd. Het valt dan ook in de categorie stemmingmakerij. De demonstratie is bedoeld als politiek protest tegen Forum voor Democratie en partijprominent Thierry Baudet. Niks bijzonders. Het past in de Nederlandse traditie van protest en anti-protest. Een grondrecht. Als ventiel voor maatschappelijk ongenoegen. Het is merkwaardig als een politiek commentator als Engelbart net doet alsof hij dat principe niet begrijpt.

Behalve wat gespeelde onschuld en naïviteit, het bewust verkeerd weergeven van de positie van de Utrechtse actiegroep en de gebruikelijke rechts-radicale stellingname is er weinig bijzonders aan dit 13 in een dozijn verhaal van Engelbart. Het is allemaal netjes en beschaafd, en vooral voorspelbaar en saai. Men kan vooraf uittekenen wat Engelbart met voorbijgaan aan de feiten zal gaan zeggen.

Op een aspect na dan. Want Engelbarts commentaar is toch bijzonder. Hij begeeft zich namelijk op een hellend vlak door het te hebben over de veiligheid van Baudet en diens beveiliging. Het is een stilzwijgende afspraak in politiek en journalistiek om dit aspect in de openbaarheid niet ter discussie te stellen. Waarom? Omdat het mensen op verkeerde gedachten kan brengen. Over beveiliging van politici praat men liever niet. En zeker niet op de manier waarop Engelbart het doet. Hij stookt het vuurtje op.

Met dit commentaar dat in de titel verwijst naar Wilders en beveiliging dreigt het risico dat Engelbart iets oproept dat hij zegt te willen bezweren. Hoe oprecht Engelbart hierover is valt niet goed vast te stellen. Hij begeeft zich met dit commentaar op glad ijs. Engelbart bewijst Baudet hiermee geen dienst. Integendeel, hij brengt Baudet ermee in gevaar. Dat zou hij niet moeten doen.

Er is geen aanwijzing voor dat de Utrechtse activisten tegen Baudet een gevaar voor diens leven vormen of het zelfs gemunt zouden hebben op diens leven. Maar anderen kunnen door Engelbarts commentaar geprikkeld worden om het karwei af te maken waar hij op wijst.

Engelbart vergaloppeert zich met dit commentaar omdat hij er Baudet mee in gevaar brengt. Hij moet beter nadenken over hoe hij met zijn activistische journalistiek de promotie van Forum voor Democratie en Baudet het beste dient. Niet door vijandbeelden op te tuigen en onder het mom van ‘geen rook zonder vuur’ stropoppen in brand te steken waarvan hij de gevolgen niet kan overzien. Engelbart speelt met vuur in zijn commentaar ten koste van de veiligheid van Thierry Baudet.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNog even, en Thierry Baudet moet net zo beveiligd worden als Geert Wilders’ van Tim Engelbart op DDS (De Dagelijkse Standaard), 27 mei 2017.

Controversiële kunst in Florida. ‘The Face of MLK’ van Jerry Sparkman verwijderd na politieke druk. Censuur of vrijheid?

Een controverse over kunst in Newtown (Sarasota) in Florida. Architect Jerry Sparkman heeft onder druk van activisten zijn werk ‘The Face of MLK‘ teruggetrokken van de inmiddels stopgezette tentoonstelling ‘Human Tales on Refrigerator Doors’ in The Center for Architecture Sarasota. In een toelichting zegt Sparkman dat het niet zijn opzet was te beledigen, maar dat het wel zo uitpakt, aldus een bericht in de lokale Herald-Tribune.

De titel verwijst niet naar Martin Luther King, maar naar de Martin Luther King Boulevard in Newtown. Daar zegt Sparkman als architect commentaar op te geven met zijn collage. Hij voegde elementen samen, zoals spuiten, plastic zakjes gevuld met wit poeder, luidsprekers en basketbalschoenen. Onder meer omdat hem in Newtown verschillende keren drugs zijn aangeboden. De reflectie van Sparkman op de buurt werd hem door activisten van Black Lives Matter Manasota niet in dank afgenomen omdat hij de buurt zou stigmatiseren met zijn werk dat volgens een activist zelfs ‘schaamteloos racistisch’ zou zijn. De collage hing eerder 8 maanden op de 2016 Architectuur Biennale in Venetië zonder dat dit tot beschuldigingen, opwinding of actie leidde.

Foto: Schermafbeelding van collageThe Face of MLK’ van Jerry Sparkman die tot controverse leidde in Newtown, Florida.

Stemmingmakerij van DDS moet radicaal-rechts grootpraten met voorbijgaan aan de feiten. Maar is dat activisme doelmatig?

dds1

DDS wordt in commentaren in gevestigde media het Nederlandse Breitbart genoemd. Eigenlijk Breibart plus, want in de berichtgeving trekt het zich nog minder van de feiten aan dan de Amerikaanse grote broer. Die reactie komt voort deels uit wanhoop, deels uit minachting. Niet DDS baart zorgen, maar de mentaliteit die het vertegenwoordigt. Want media worden herverkaveld. Dat noopt tot het vinden van een nieuw evenwicht.

Of DDS binnen de eigen logica doelmatig opereert valt te betwijfelen. Het gevaar dreigt dat Paul Goble in een analyse over de Russische Federatie beschrijft, namelijk dat Putin de reputatie van z’n land zo aangetast heeft dat het zelfs wordt beschuldigd van zaken die het niet heeft gedaan. Zo is het ook met DDS. Door overdrijving en aantoonbaar de werkelijkheid bij te buigen zal het niet meer geloofd worden als het met een zinvolle analyse komt. Een medium dat geen vertrouwen meer wekt verliest aan geloofwaardigheid. En invloed.

DDS preekt met activistische journalistiek voor eigen parochie. Dat is beredeneerd vanuit de eigen doelstelling een doodlopende weg. Het motiveert en bindt een deel van het electoraat. De 20% kiezers op rechts-radicale partijen wordt er echter niet groter door. Door de hard rechtse toon kiest DDS ervoor de verbinding met centrum-rechtse kiezers van SGP, VVD of CDA niet te leggen. DDS speelt op veilig. Het weet wat het heeft en kiest niet voor een open opstelling die de invloed tracht uit te breiden. Dat is een verdedigende opstelling.

Daarnaast weeft DDS een tegenstrijdigheid in door in de campagne te kiezen voor de drie rechts-radicale partijen PVV, FvD en VNL. Maar die partijen zijn ongelijk en kennen grote verschillen. Zo zegt de lijsttrekker voor VNL Jan Roos in een interview met NRC over de PVV: ‘De PVV is niet democratisch. Als je weet hoe die partij van binnen in elkaar zit, schrik je je dood dat ze zich de Partij voor de Vrijheid durven noemen.’ en over Thierry Baudet: ‘Baudet heb ik een lijstverbinding aangeboden, maar hij wilde niet. Hij zei: ‘Ik heb een Messias-complex, ik heb het gevoel dat ik dit land moet leiden en dat kan niet met een lijstverbinding.’ Wat moet je dan nog zeggen? Ik heb gezegd dat ik hem nog nooit een glas water in wijn heb zien veranderen.’

Wat de strategie van DDS is wordt duidelijk in een bericht van Tim Engelbart dat kopt ‘Peilingen: Een rechtse lente is in aantocht! PVV de grootste. VNL en Forum winnen allebei zetels!’ Een kop met een onwaarheid en twee uitroeptekens. Er is geen rechtse lente in aantocht. Integendeel, de PVV is in de peilingen onder de 30 zetels gezakt. Dat wordt als kritische grens gezien voor de PVV om druk op de formatie te kunnen leggen. In de Peilingwijzer die diverse peilingen combineert vechten VVD en PVV om de eerste plek. Omdat voor een regering vier of vijf partijen nodig zijn is dat van symbolische en niet praktische betekenis. De rechts-radicale partijen zijn niet in aantocht, maar zakken langzaam weg. In hun visvijver waar DDS stenen in gooit trekken ze stemmen van elkaar. Maar de vijver wordt er niet groter door. Wat DDS ook beweert. Mijn reactie op DDS:

Als deze peiling klopt, dan hebben de drie rechts-radicale partijen PVV, FvD en VNL 32 van de 150 zetels. Dat is net iets meer dan 20%.

Als deze peiling klopt, dan hebben de drie links-radicale partijen SP, GroenLinks en PvdD 33 van de 150 zetels. Dat is meer dan PVV, FvD en VNL gezamenlijk behalen.

Is er een rechtse lente in aantocht zoals Tim Engelbart suggereert als links-radicalen in een bepaalde peiling meer zetels behalen dan rechts-radicalen? Nee.

Er is net zomin een linkse als een rechtse lente in aantocht. Het kenmerk van deze peiling is dat de middenpartijen VVD-CDA-D66-PvdA-CU 74 zetels halen. Het centrum vormt het motorblok van de volgende coalitie.

Tim Engelbart doet aan wensdenken. Dat is participerende journalistiek waarbij zelfs een oppervlakkige analyse van de feiten naar de achtergrond verdwijnt. Het hoort er blijkbaar bij. Het is aan de lezers van DDS om te bepalen in hoeverre ze misleid en bedot willen worden door de rechtse agenda van Engelbart.

peilingen-26-2-2017-1024x544

Foto’s: Schermafbeeldingen uit artikelPeilingen: Een rechtse lente is in aantocht! PVV de grootste. VNL en Forum winnen allebei zetels!’ van Tim Engelbart voor DDS, 26 februari 2017.

Facebook verwijdert iconische foto van 9-jarig napalmmeisje vanwege naaktheid. Machtsmisbruik of preutsheid?

150512085932-31-seventies-timeline-0512-restricted-super-169

Dit is de iconische foto van het ‘napalmmeisje’ in Vietnam. Een foto van Nick Ut met onder meer centraal in beeld de 9-jarige Phan Thị Kim Phúc met napalm op haar lichaam. Ze was naakt omdat haar kleren door de napalm waren verbrand. Haar dorp Trang Bang was op 8 juni 1972 gebombardeerd door de Zuid-Vietnamese luchtmacht omdat vermoed werd dat er strijders van de Vietcong aanwezig waren. Ut won er de World Press Photo en Pulitzerprijs mee. De foto hielp er aan mee om de publieke opinie te beïnvloeden en te doen kantelen. Vanaf 1973 trokken de Amerikaanse troepen zich geleidelijk terug uit Vietnam.

De foto is niet te zien op Facebook, zo bericht nu.nl in een bericht. Het napalmmeisje zou te naakt zijn en mogelijk zelfs kinderporno zijn. Aanleiding was de Noorse krant Aftenposten die de foto plaatste bij een artikel op Facebook, waarna het sociale netwerk die verwijderde. Nu’nl: ‘Facebook zegt vrijdag dat het bij beelden van naakte kinderen moeilijk is onderscheid te maken tussen geoorloofde nieuwsfoto’s en kinderporno.’ Opmerkelijk is dat niet het geweld van een oorlog, maar de naaktheid van een 9-jarig meisje door Facebook als reden voor verwijdering wordt aangevoerd. Ik plaats dit commentaar met foto op Facebook.

Wat gaat er verkeerd als een foto die in het historische geheugen van generaties is gegrift, prestigieuze prijzen won en eraan meehielp om de publieke opinie te beïnvloeden door Facebook wordt verwijderd? Is hier sprake van nieuwe truttigheid of machtsmisbruik van internetbedrijven die onder een hoedje met regeringen spelen? Kinderporno wordt door politici vaak aangevoerd om maatregelen te nemen die neerkomen op de inperking van de internetvrijheid. Pornografie als excuus voor staatscensuur. Het is absurd dat Facebook meent een historisch belangrijke foto te moeten censureren vanwege de naaktheid van een 9-jarig meisje. Ook nog eens ‘functioneel naakt’ omdat het de verbranding van haar kleren en lichaam accentueert.

Deze ingreep door Facebook zegt dat dit bedrijf te veel macht heeft en er niet weet mee om te gaan. Er is onderhand een catalogus van fouten van Facebook te maken over de bizarre en preutse omgang met naakt. Zoals kankerpatiënte Beth Whaanga, de activistische feministes van FEMEN die hun blote borsten gebruiken als politiek wapen of kunstenaars als Jans Muskee van wie een tekening leidde tot de tijdelijke afsluiting van zijn Facebook-account. Het is de hoogste tijd dat Facebook door de gebruikers tot de orde wordt geroepen.

Foto: Nick Ut, Napalm Girl. Vietnam, 1972.