Hoe is progressiviteit te verenigen met religieuze orthodoxie? Kauthar Bouchallikht en GroenLinks leggen niet uit waar ze echt voor staan

Schermafbeelding van deel interview ‘‘Ik moet steeds uitleggen waar ik écht voor sta’ met Kauthar Bouchallikht in NRC, 29 maart 2021.

Een interview in NRC met de titel ‘Ik moet steeds uitleggen waar ik écht voor sta’ wekt bij de lezer de verwachting na lezing te weten dat de geïnterviewde is gevraagd waar zij echt voor staat en zij daar een goed antwoord op heeft gegeven. Het gaat om het kamerlid voor GroenLinks Kauthar Bouchallikht die vandaag in de Tweede Kamer wordt geïnstalleerd. De interviewer is Mark Lievisse Adriaanse.

Maar de titel maakt het niet waar. Na lezing weet de lezer nog steeds niet waar Bouchallikht nou echt voor staat. Ja, ze zou uit een ‘conservatieve omgeving’ komen, maar is dat de hele verklaring als zij verbonden was aan de islamistische Moslimbroederschap en het nationalistisch-conservatieve islamitische Milli Görüş? Dat is heel wat anders dan een conservatieve omgeving, dat is de omgeving van de politieke islam.

Mark Lievisse Adriaanse doet zijn best, maar komt er niet echt doorheen. Zo wordt het vooral een human interest verhaal over een jonge vrouw die zoveel mogelijk haar eigen verleden wegschoffelt omdat zij daar geen raad mee weet.

Het zou wat anders zijn als Bouchallikht zou toegegeven dat ze vanuit haar familieachtergrond in de politieke islam verzeild raakte en daar achteraf afstand van neemt. Dan zou haar een nieuwe start gegund zijn omdat haar nieuwe inzichten een duidelijke breuk met haar verleden vormen. Maar dat doet ze niet. Het blijft nu hangen in algemeenheden dat ze een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Ze valt haar verleden en haar familie niet af. Daarom wordt niet duidelijk wie de echte Kauthar Bouchallikht is. Tegelijk heeft iedereen recht op een tweede kans. Maar zij en GroenLinks maken het de radicaal-rechtse critici wel erg makkelijk door geen goede verklaring te geven. Zou blijft deze identiteitspolitiek zeuren die afleidt van de echte problemen. Dat valt haar tegenstanders, maar ook GroenLinks te verwijten.

Tegelijk is Bouchallikht verbaasd over de kritiek die ze krijgt. Maar die verbazing is verbazingwekkend. Zo zegt ze te strijden voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, maar gaf ze bij Milli Görüş een training waar mannen en vrouwen gescheiden zaten. Daar neemt ze achteraf geen afstand van.

Ze komt met een onnavolgbaar verhaal over dwang en vrije keuze. Daarbij gaat ze voorbij aan de sociale dwang voor vrouwen om zich stilzwijgend aan te passen aan hun omgeving. Alsof die vrouwen hun kritiek in een nationalistisch-conservatieve islamitische omgeving kenbaar kunnen maken. Zo vlucht Kauthar Bouchallikht weg in vreemde verklaringen die niks met de werkelijkheid te maken hebben. Dat roept vragen op over haar vermeende wereldwijsheid.

Dat ze vrouw is, een hoofddoek draagt en feministisch zegt te zijn is niet waar het om gaat. Daar mag ze niet op aangevallen worden, maar daar kan ze zich evenmin achter verschuilen als certificaat voor haar goede bedoelingen. Men kan zich alleen maar afvragen of de kandidatencommissie van GroenLinks moeite heeft gedaan om te achterhalen wie zij echt is.

Wat Bouchallikht heeft te zoeken bij GroenLinks is een ander aspect. GroenLinks bleef ondanks kritiek achter haar kandidatuur staan. Die kritiek kwam niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Zo zegde het voormalig TK-lid Zihni Özdil in december 2020 mede vanwege de kandidatuur van Kauthar Bouchallikht zijn lidmaatschap op de partij op. Partijprominent Meindert Fennema gaf aan bij de verkiezingen van 17 maart 2021 niet op zijn partij te stemmen vanwege Bouchallikht.

Zij zijn niet de enigen binnen GroenLinks die kritiek hebben op de hoge plaats van Bouchallikht op de kandidatenlijst die trouwens te laag was om rechtstreeks verkozen te worden. In een interview voor het seculier-progressieve Vrij Links botst Nevin Özütok, de nummer 17 op de kandidatenlijst van GroenLinks met de kandidatuur van Bouchallikht. Op de vraag ‘Hoe komt het dat een progressieve politicus die GroenLinks 100 procent zou moeten omarmen, zo laag staat?’ antwoordt Nevin Özütok: ‘Echt begrijpen doe ik de kandidatencommissie ook niet.’

NRC zou er evenwichtig aan doen om een vervolg te geven aan dit interview met Bouchallikht door critici van haar als Zihni Özdil, Meindert Fennema en Nevin Özütok hun mening over haar kamerlidmaatschap en de koers van GroenLinks te vragen. Dat kan de lezer helpen om te begrijpen wat hier nou echt speelt. Het is trouwens opvallend dat die kritiek vanuit GroenLinks op Bouchallikht in het interview niet wordt genoemd. Het blijft bij het plichtmatig noemen van kritiek vanuit de hoek van De Telegraaf, terwijl de interne kritiek vanuit GroenLinks interessanter was geweest om naar te vragen. Dat is een gemiste kans.

GroenLinks heeft een slechte campagne gevoerd en zes van de 14 zetels verloren. De partij wilde graag regeren en kreeg daardoor een vaag profiel. Kauthar Bouchallikht lijkt onderdeel te zijn geweest van de reeks inschattingsfouten die het campagneteam en de partijtop hebben gemaakt. Marketing bepaalde de inhoud. Weliswaar is zij verkozen met voorkeurstemmen, maar tegelijk lijken door haar kandidatuur de grootsteedse seculier-progressieve kiezers weggejaagd te zijn richting D66. Men zou verwachten dat GroenLinks daar uitleg over geeft.

Advertentie

Het ondraaglijke opportunisme van de marketing van GroenLinks: Kauthar Bouchallikht of Nevin Özütok?

Voor mij viel eind vorig jaar GroenLinks definitief af als partij om op te stemmen toen deze partij op nummer 9 van de kandidatenlijst Kauthar Bouchallikht zette. Ik heb niks met religieuze politiek. Haar beeldmerk is de hoofddoek en via haar achtergrond en overtuiging is ze gelieerd aan de islamistische Moslimbroederschap. Ik vind dat niet passen bij partijpolitiek en al helemaal niet bij GroenLinks dat zich profileert als seculier en progressief. Je zou het zelfs schijnheilig kunnen noemen.

In een commentaar van december 2020 vermoedde ik dat het de linkse partijen ontbreekt aan een goede antenne om kandidaten met een allochtone achtergrond te screenen zoals ze dat bij andere kandidaten doen. Maar dat weet ik drie maanden later niet meer zo zeker. Ik denk dat er met de kandidatuur van Bouchallikht iets anders aan de hand is. GroenLinks heeft bewust gekozen om haar te gebruiken om de aantrekkingskracht bij kiezers buiten de eigen achterban te vergroten. Tegelijk loopt de partij hiermee het risico dat kiezers afhaken vanwege de kandidatuur van Bouchallikht.

GroenLinks bleef ondanks kritiek achter haar kandidatuur staan. Die kritiek kwam niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit. Zo zegde het voormalig TK-lid Zihni Özdil in december 2020 mede vanwege de kandidatuur van Kauthar Bouchallikht zijn lidmaatschap op de partij op. Partijprominent Meindert Fennema gaf aan bij de verkiezingen van 2021 niet op zijn partij te stemmen vanwege Bouchallikht. Zij zijn niet de enigen binnen GroenLinks die kritiek hebben op de hoge plaats van Bouchallikht op de kandidatenlijst.

In een interview voor het seculier-progressieve Vrij Links (zie fragment hierboven) botst Nevin Özütok, de nummer 17  op de kandidatenlijst van GroenLinks met de kandidatuur van Bouchallikht. Op de vraag ‘Hoe komt het dat een progressieve politicus die GroenLinks 100 procent zou moeten omarmen, zo laag staat?’ (en wordt impliciet gevraagd, de niet zo progressieve Bouchallikht zo hoog) antwoordt Nevin Özütok: ‘Echt begrijpen doe ik de kandidatencommissie ook niet.’

Nou, ik begrijp de kandidatencommissie van GroenLinks goed. De kandidatuur van Bouchallikht draait niet om ideologie of principes, maar om politieke marketing en electorale strategie. Want partijen kunnen dan wel trouw vasthouden aan hun overtuiging door uitsluitend kandidaten te nomineren die daarmee in lijn zijn, maar de kiezers die daar afstand van hebben worden dan niet bereikt. Verbreding van de lijst kan dus nut hebben om kiezers buiten de natuurlijke achterban te trekken. Dat is hier aan de hand.

Ik woon in Utrecht en kreeg afgelopen dagen bovenstaande flyer van GroenLinks in de bus. Daarop staan prominent twee foto’s van twee kandidaten afgebeeld. Een ervan is Kauthar Bouchallikht met haar foto met hoofddoek. Zij is geboren in Amsterdam en woont daar naar verluidt nog steeds. Waarom moet de Amsterdamse nummer 9 van de kandidatenlijst die geen bijzondere band met Utrecht heeft worden afgebeeld op een flyer die in Utrecht wordt verspreid?

De bedoeling lijkt duidelijk, namelijk via de marketing van Bouchallikht die met haar hoofddoek wordt gepresenteerd als moslim probeert GroenLinks kiezers te trekken buiten de eigen achterban van groen-links-seculier-progressieve kiezers. Zoals vroeger deze kiezers automatisch op de PvdA stemden zonder dat ze het partijprogramma kenden. Utrecht kent veel Marokkaanse-Nederlanders en migranten uit islamlanden. Dat partijen in een kieskring regionale of etnische aspecten mee laten spelen is niet ongebruikelijk, maar dat wordt het wel als een kandidaat op de lijst wordt gezet van wie talloze kaderleden zich afvragen wat die bij de partij te zoeken heeft omdat de kandidaat niet bij het DNA ervan past,

Naar mijn idee tekent de kandidatuur van Bouchallikht het morele failliet, het gebrek aan overtuiging en de doorgeslagen marketingstrategie van GroenLinks. Toegegeven, partijen halen in een verkiezingscampagne in paniek of als noodgreep soms vreemde streken uit die moeilijk te rijmen zijn met hun uitgangspunten of overtuiging, maar bij GroenLinks is het omgekeerde waar. De partij koerste er, zo vermoed ik nu, vanaf eind 2020 bewust op af om Kauthar Bouchallikht in te zetten voor haar politieke en electorale marketing. De flyer is er het bewijs van.

Wie ondanks alles toch overweegt om op GroenLinks te stemmen en zeker wil weten dat de stem terecht komt bij een seculier-progressieve kandidaat met een vrijzinnig hart en liefde voor de kunst weet nu welke naam wel aangekruist kan worden: Nevin Özütok, nummer 17 van GroenLinks.

Foto 1: Eigen afbeelding van flyer van GroenLinks die begin maart 2021 in Utrecht werd verspreid.

Foto 2: Schermafbeelding van deel interviewNevin Özütok (GroenLinks): “Het is echt alle hens aan dek’ met Nevin Özütok op Vrij Links, 6 maart 2021.

Sigrid Kaag (D66) valt Rutte (VVD) aan op diens buitenlandbeleid. Ze wil een hardere opstelling jegens Nord Stream II

Prima standpunt van D66 lijsttrekker Sigrid Kaag dat voortborduurt op de tegenstand tegen Nord Stream II die binnen GroenLinks, D66 en ChristenUnie is opgebouwd. Het is veelzeggend en slim van Kaag dat ze hier een strijdpunt van maakt. Op 17 maart 2021 zijn er landelijke verkiezingen.

Het commentaar van de VK is verwarrend als het suggereert dat het standpunt van de Nederlandse regering al jaren onveranderd is. Dat is niet zo. Onder druk van genoemde drie partijen werd in 2018 de regering Rutte gedwongen om de Europese Commissie te volgen in een autonome gaskoers die impliceert dat Nord Stream II geen commercieel, maar een (geo)politiek project is. Daarom oogt Kaags opmerking gedateerd omdat ze een achterhaald standpunt bestrijdt. Dat is Don Quichotterig. Niet toevallig zei in april 2018 de Duitse kanselier Merkel dat “uiteraard ook met politieke factoren rekening moet worden gehouden” bij de aanleg van Nord Stream II. Daarmee doelde ze niet alleen op de positie van Oekraïne.

Hoe dan ook is het goed dat Kaag dit standpunt verkondigt. Hoewel het te laat dreigt te komen omdat de aanleg van Nord Stream II in de laatste fase is aanbeland. Voltooiing is door onder meer de Amerikaanse en Oost-Europese oppositie nog niet zeker. Hopelijk kan Kaag haar standpunt met de buitenlandwoordvoerders van haar partij verder uitwerken en verbinden aan de positie van Alexei Navalny en de mensenrechten in de Russische Federatie, Shell en Gasunie, Oekraïne en Duitsland, de duurzaamheid en toekomstbestendigheid van de energievoorziening zoals die is verwoord in het Third Energy Package uit 2018 van de EU dat gaat over het vergroten van de diversiteit en onafhankelijkheid in de energievoorziening. De aanleg van Nord Stream II is daarmee strijdig en met de Duitse Alleingang om Nord Stream II vanwege eigenbelang te bouwen heeft Duitsland door haar arrogante opstelling enkele EU-lidstaten van zich vervreemd en de sfeer binnen de EU verziekt.

De VK schetst de valkuil waar Kaag in kan vallen als het zegt dat zij wil dat Nederland in haar buitenlandbeleid aansluiting zoekt bij Frankrijk en Duitsland. Dat kan probleemloos op onderdelen, maar de twee landen zitten niet altijd op dezelfde lijn. Juist Nord Stream II maakt duidelijk dat deze twee landen er verschillend tegenaan kijken. Dat is begrijpelijk voor wie de energievoorziening van genoemde landen in ogenschouw neemt. Duitsland heeft kernenergie in de ban gedaan en Frankrijk niet. Die energiepositie bepaalt grotendeels de afhankelijkheid van de opstelling. Frankrijk is al jaren tegen het voltooien van Nord Stream II, terwijl Duitsland voor is. Tegelijk gebruikt de Franse diplomatie de tegenstand om op andere dossiers wisselgeld te vergaren, en bindt het telkens in.

Het Nederlandse kabinet is onder druk van GroenLinks, D66 en Christen Unie én de Europese Commissie dus al sinds 2018 verwijderd van het standpunt dat Nord Stream II een zuiver commercieel project is. Maar tegelijk heeft Rutte III het standpunt dat Nord Stream II een (geo)politiek project is evenmin omarmd. Daar zal de positie en het lobbywerk van Shell en Gasunie niet vreemd aan zijn.

Het feit dat in de Nederlandse politiek in het midden is blijven hangen of Nord Stream II een commercieel of politiek project is kan opgevat worden als een compromis tussen enerzijds VVD en anderzijds D66 en Christen Unie in Rutte III, met het CDA in een tussenpositie. Vreemd overigens omdat sinds 2018 vele landen wel opgeschoven zijn naar het standpunt dat Nord Stream II een zuiver politiek project is van het Kremlin.

Omdat minister Sigrid Kaag als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking blijkbaar geen macht had om minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken in beweging te krijgen richting mensenrechten, een Europese energie-onafhankelijkheid en -diversiteit, en een hardere koers tegenover de Russische Federatie probeert ze nu in verkiezingstijd haar punt te maken dat het kabinetsberaad niet haalde of daar onvoldoende steun kreeg. Zo is het niet ondenkbaar dat Nederland in een nieuwe Tweede Kamer een harder Rusland-standpunt inneemt in navolging van de regering Joe Biden. Door de Yukos- en de MH17-rechtszaak op Nederlandse bodem is Nederland een betrokken buitenstaander die ook een publieke mening dient te geven over Nord Stream II.

Foto’s: Schermafbeelding van delen van het artikel ‘Kaag de lijsttrekker hekelt buitenlandbeleid Rutte: ‘We moeten optrekken met de Fransen en Duitsers’’ in de Volkskrant, 10 februari 2021.

Het is niet onmogelijk dat Nigel Farage in opdracht van het Kremlin het pad voor het premierschap van Jeremy Corbyn moet effenen

Het lijkt er steeds meer op dat de Brexit een middel is om de traditionele partijen te vernietigen. Als een virus is het de Britse politiek ingebracht en het lijkt zo geprogrammeerd te zijn dat het elk redelijk compromis uitsluit. Dit roept de vraag op waar dit virus is gefabriceerd. Nigel Farage die onder de bescherming van miljonair Arron Banks in 2016 scoorde met UKIP en in de Europese verkiezingen met de Brexit partij wordt er steeds meer van beschuldigd Russisch geld te hebben geaccepteerd en een Russische ‘asset‘ te zijn, aldus onder meer de voormalige spindoctor van Tony Blair Alistair Campbell. Het is voor het eerst dat dit vermoeden van steun van het Kremlin voor Banks en Farage dat al drie jaar bestaat nu in het openbaar wordt besproken.

Channel 4 News kwam twee weken geleden met een reportage die vragen stelde bij de snelle opbouw van de Brexit Party en de vraag met welke fondsen de partij gefinancierd werd. Channel 4 News ging in de reportage in op die vraag en kwam uit bij geldschieter Arron Banks die in 2016 ook al sponsor was van de Leave-campagne bij het EU-referendum. De vraag is nog steeds niet beantwoord of Banks zijn eigen geld daaraan besteedde of een doorgeefluik was voor buitenlands geld. In dit gevat Russisch geld. Farage en Banks deden in 2016 schimmig over de herkomst van de financiering en doen dat in 2019 opnieuw over de Brexit Party.

De frontrunner om de conservatieve premier Theresa May op te volgen is op dit moment niet Boris Johnson zoals investeerder en analist Thanos Papasavvas meent, maar minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt. Hij meent dat het nastreven van een ‘no deal’ politieke zelfmoord zou zijn, aldus een artikel in The Guardian. Met deze uitspraak probeert Hunt redelijkheid uit te stralen en neemt hij afstand van Johnson die zich als harde Brexiteer doet kennen. Hunt maakt dezelfde inschatting als Papasavvas, namelijk dat het Lagerhuis zoals het al eerder deed een ‘no deal’ opnieuw zal afwijzen en dit tot vervroegde verkiezingen zal leiden. Opmerkelijk is dat de geharnaste minister van Defensie Gavin Williamson die zich hard en kritisch tegenover de Russische Federatie opstelde onlangs werd ontslagen omdat hij vertrouwelijke informatie over het Chinese Huawei zou hebben gelekt. Hij ontkent dit en heeft vergeefs om een diepgaand politieonderzoek gevraagd.

Dit leidt met ‘een grote kans’ naar een premierschap van Labour-leider Jeremy Corbyn van wie eveneens het vermoeden bestaat dat hij een ‘asset’ van het Kremlin is. Weliswaar in een andere periode, namelijk de jaren 1980’s toen hij als spion zou zijn geworven door de Tsjechische geheime dienst StB, maar in zijn uitingen over de NAVO en zijn keuze voor de Brexit heeft Corbyn zich steeds laten kennen als anti-Westers, pro-Russisch en anti-Europees. Corbyn heeft de beschuldigingen ontkend. Zie hier voor mijn commentaar.

Dit draait uit op een scenario dat in een Koude Oorlog-thriller vol raadsels en op het oog tegenstrijdige ontwikkelingen niet zou misstaan. Het  betekent dat de huidige ‘asset’ Farage, of liever gezegd de door het Kremlin aangestuurde ‘asset’ Banks die op zijn beurt de ijdele en verkwistende Farage aanstuurt sinds 2016 door het Kremlin is ingezet om ‘asset’ Corbyn door het creëren van verdeeldheid en chaos premier van het VK te maken. Wat het Kremlin in een onwaarschijnlijk scenario met Donald Trump in 2016 heeft bereikt die net als Corbyn al sinds de jaren 1980s door de toenmalige Sovjet-Unie werd aangestuurd – of op z’n minst als potentieel middel werd gezien om te beïnvloeden – probeert het met Corbyn te herhalen. Juist omdat het niet logisch is dat de rechts-radicale Farage de weg effent voor de links-radicale Corbyn, is het binnen de logica van de contraspionage logisch omdat het zo onwaarschijnlijk en schijnbaar tegenstrijdig is. Het knappe van dit scenario is dat Banks en Farage sterke anti-Corbyn zijn en ondanks zichzelf een kant opgestuurd worden.

Channel 4 News onthult de geheime fondsen van Nigel Farage

Nigel Farage ligt onder een vergrootglas nu hij in het Verenigd Koninkrijk met zijn Brexit Party aan kop gaat in de peilingen voor de Europese Verkiezingen. Die verkiezingen kwamen tamelijk onverwachts omdat het schema om de EU te verlaten werd doorkruist door verdeeldheid, besluiteloosheid en chaos in de Britse politiek. Maar hoe komt Farage binnen een maand aan zijn geld om een campagne uit de grond te stampen?

Channel 4 News gaat in de reportage in op die vraag en komt uit bij geldschieter Arron Banks die in 2016 ook al sponsor was van de Leave-campagne bij het EU-referendum. De vraag is nog steeds niet beantwoord of hij zijn eigen geld daaraan besteedde of een doorgeefluik was voor buitenlands geld. In dit gevat Russisch geld. Farage en Banks deden in 2016 schimmig over de herkomst van de financiering en doen dat in 2019 opnieuw.

Het woord dat aan Farage blijft kleven is ‘lavish’, verkwistend. Hij heeft een luxe levensstijl en strijkt niet alleen maandelijks bijna € 9000 op als Europarlementariër, maar ook zo’n € 30.000 via mediaoptredens, zo berekent The Guardian. Ook zou Banks hem in het jaar na 2016 £450.000 (= € 515.000) hebben gegeven. Banks heeft een omlijnd doel en tracht Farage te lanceren als een wereldmerk tot in de VS. Hoe dat gesjacher valt te rijmen met de strijd tegen de elite is de vraag die onbeantwoord blijft. L’élite, c’est moi, lacht Farage.

Amerikaans museum protesteert tegen verkiezingsposter van AfD

Het Clark Art Institute in Williamstown heeft het schilderij ‘Slavenmarkt’ (1866) van Jean-Léon Gérôme als bruikleen in de collectie. De toelichting zegt: ‘Een jonge vrouw is uitgekleed door een slavenhandelaar en gepresenteerd aan een groep volledig aangeklede mannen voor onderzoek. Een potentiële koper onderzoekt haar tanden. Deze verontrustende scène speelt zich af op een besloten markt (‘courtyard market’) die bedoeld is om het Nabije Oosten te suggereren. De vage, afgelegen locatie stond de negentiende-eeuwse Franse kijkers toe om de praktijk van de slavernij af te keuren, die in Europa was verboden, terwijl ze genoten van een blik op het vrouwelijk lichaam.’ Kortom, wellustigheid en oriëntalisme die onze voorvaders plezierden.

De afdeling Berlijn van de radicaal-rechtse AfD gebruikt een uitsnede van Gérômes schilderij op een poster in de campagne voor de Europese verkiezingen. Volgens een bericht van Euronews is het omstreden. De tekst op de verkiezingsposter luidt: ‘Europeanen kiezen voor de AfD’ en ‘Zodat Europa niet ‘Eurabië’ wordt’. Concept ‘Eurabië’ is een meme dat stelt dat een geïslamiseerd Europa uiteindelijk zal opgaan in de Arabische wereld. Het is populair in ultra-rechtse kringen en daarom blijkbaar aantrekkelijk voor de marketing van de AfD.

Het Clark Art Institute protesteert tegen de volgens haar uit de context gehaalde afbeelding van het schilderij op de poster en vraagt de AfD om ermee te stoppen. Omdat het museum geen auteursrechten op het schilderij heeft doet het een beroep op het goede fatsoen van AfD Berlin. Dat beroep lijkt niet aan te slaan bij de Berlijnse AfD-afgevaardigde Ronald Gläser die zonder onderbouwing suggereert dat als het om een minder radicale politieke partij gegaan zou zijn het museum er waarschijnlijk geen werk van zou hebben gemaakt. Gläser gaat nog verder en meent dat het Clark Art Institute de AfD Berlin er dankbaar voor moet zij dat ze eraan heeft bijgedragen om bekendheid te geven aan de verspreiding van de afbeelding van het schilderij. Met slogans erop die een 19de eeuws schilderij reduceren tot een plaatje dat naar deze tijd kan worden gebracht.

Foto: Jean-Léon Gérôme, Le Marché d’esclaves, The Slave Market (1866), olieverf op doek. Bruikleen die is ondergebracht bij het Clark Art Institute in Williamstown, Massachusetts.

Aandacht voor de persoon Baudet leidt af van zijn rechts-extremistische denkbeelden

Thierry Baudet is met de kleinste partij een tamelijk onbelangrijke speler in de Tweede Kamer. Maar met zijn persoonlijke inzet blijft hij de aandacht trekken. Niet voor zijn politiek, maar voor zijn persoon. Dat trekt Baudet zelfs naar een meta-niveau door de vraag of ‘kwestie’ op te werpen waarom de media zo door hem gefascineerd worden. Zo probeert Baudet aandacht voor zichzelf te trekken door vragen over de aandacht voor hem te thematiseren. Deze nieuwkomer in de Tweede Kamer die dronken van eigenwaan is probeert zijn aandachtscurve omhoog te slingeren. In de verslaggeving werken media daaraan mee door het wereldbeeld dat Baudet en zijn partij nastreven niet centraal te stellen. Dat is anti-modernistisch van mentaliteit, 19de eeuws van geopolitiek, extreem-rechts van denkbeeld en hooghartig in de maatschappelijke opstelling.

Gelukkig zijn er kritische columnisten die een begin maken met de analyse van Baudet en zijn partij. Maar ook zij blijven aan de oppervlakte en maken er eerder een sociologische schets dan een gedegen politiek analyse van. Het lijkt er niet op dat ze zich verdiept hebben in het programma van Forum voor Democratie of de contacten van Baudet met Europese rechts-nationalistische partijen hebben blootgelegd. Ger Groot komt in Trouw tot de volgende karakterisering: ‘Kijk naar Donald Trump en je zult je nooit meer vergissen. Er is veel domheid voor nodig om jezelf te bewieroken als de allerslimste.’ Maar wat moeten we met de open deur dat Baudet lijdt aan zelfoverschatting en Fortuynse arrogantie en uiteindelijk een dommerik is? Dat weten we al.

Thomas von der Dunk komt in een column voor TPO niet verder dan Groot. Hij is weliswaar kritisch, maar laat zich ook vangen in het frame dat Baudet heeft gezet door zich te laten vangen in de aandacht voor de persoon Baudet. Dat beeld van de persoon komt voor het politieke programma te staan. Die afleiding is de opzet, ondanks het feit dat Baudet vooral negatieve flak over zijn persoon en persoonlijkheid treft. Dat past bij de narcist die hoe dan ook midden in de belangstelling wil staan. Zo zet Baudet de aandacht voor zijn persoon in als afleiding voor zijn politiek die rechtser, extremer en in elk geval minder sociaal dan die van de PVV is. Von der Dunk constateert terecht dat Forum voor Democratie helemaal geen stem aan het volk wil geven.

Zonder de diepte in te duiken geven Von der Dunk en Groot wel goed aan hoe tegenstrijdig zelfs aan de oppervlakte de opstelling van Baudet is. De partij die zegt namens het volk te spreken heeft leidsmannen die in hun gedrag en politiek voorkeur het tegenovergestelde doen. De partij dreigt dan ook in tegenstrijdigheid onder te gaan, want Nederland kent geen 186.000 rechtse intellectuelen die zo’n wereldbeeld steunen.

Mijn reactie op TPO: ‘Baudet is even weinig elitair als Donald Trump en even tegenstrijdig in zijn houding daarover. Goede voornemens om het moeras droog te leggen, maar in de praktijk pakt het volledig tegenovergesteld uit. Wie Baudet en Hiddema de afgelopen maanden heeft zien opereren kon gewaarschuwd zijn en zal niet verrast zijn dat deze twee heren bij uitstek vertegenwoordigers van het establishment zijn. Alleen, binnen het establishment heerst een strenge hierarchie waar Baudet en Hiddema zich nu proberen in te vechten. Met het volk heeft dat niets te maken, maar vooral met hun eigenbelang en carrière. Ambitie is menselijk en geen schande, maar meer moeten we er niet van maken. Baudet gaat voor Baudet. De rest is bijzaak’. Het wachten is op een journalistiek portret van de politiek en de extreem-rechtse contacten van Baudet, met onder meer het Front National. Kritische schetsen over de persoon van een over het paard getilde zelfverklaarde intellectueel bereiken het omgekeerde van wat ze beogen. Ze leiden af van de racistische en extremistische politiek van Forum voor Democratie en helpen eraan mee die partij salonfähig te maken.

Zie voor een inhoudelijk-politieke analyse over Baudet en Forum voor Democratie mijn commentaar van 12 maart 2017: ‘Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFvD’s zakenkabinet: laat ik nu juist denken dat Baudet een stem wilde geven aan ‘het volk’’ van Thomas von der Dunk voor TPO, 24 maart 2017.

Televizier spuit kritiek op Pauw&Jinek door naar ongenoegen op sociale media over aanpak Roos en Baudet te wijzen. Klopt dat?

Mijn reactie op het artikelDe TV van gisteren: Veel kritiek op Pauw en Jinek’ van Televizier dat onder verwijzing naar sociale media (!) stelt dat Pauw&Jinek niet objectief zouden zijn omdat ze Jan Roos (VNL) en Thierry Baudet (FvD) hard aanpakten. Hoe objectief is Televizier zelf die dit zonder enige onderbouwing stelt?

Zijn Nederlanders kritische journalistiek niet meer gewend? Of inmiddels ontwend? P&J pakken alle politici hard aan. Dus een roeptoeter als Jan Roos moet niet huilie huilie doen als hij eens een keer hard wordt aangepakt. Dat is immers exact hetzelfde als wat hij zelf met anderen doet. Zowel als reporter als politcus voor VNL. Roos had geen antwoord op de vragen van P&J, ook toen hem dat gevraagd werd.

Niet P&J maar Roos stond in zijn hemd. Naakt zonder inhoud, een lege huls zonder zuigende ironie. Achteraf wist Roos het beter, maar op het moment dat het erom ging waren zijn argumenten op. Het is de taak van journalisten om dat naar boven te halen. Zoals Roos het als zijn taak zag om anderen tegen het licht te houden. Doe dat niet kinderachtig en probeer achteraf niet je gelijk te halen als je zelf geknipt wordt.

Hetzelfde geldt voor Thierry Baudet. Hij is onderhand overal tegen. Tegen de EU, de elite, het partijkartel, een bevolking die vermengd wordt, noem maar op. Zelfs tegen Europese subsidie waar hij uiteraard voor eigen gewin zelf van profiteert. Baudet is vooral tegen, zonder dat hij een oplossing biedt. Waar is zijn plan voor Europa na de EU? Het staat niet in het verkiezingsprogramma voor Forum voor Democratie. Baudet wil breken, maar geeft niet aan hoe hij vervolgens op gaat bouwen. Moet zo’n politicus serieus worden genomen? Is het niet de taak van de journalistiek om door die grote woorden heen te breken om te ontdekken waar het een politicus werkelijk om te doen is.

Het is eerder omgekeerd dan de kritiek op P&J doet vermoeden. De Nederlandse journalistiek is te terughoudend in haar kritiek op politici. Veel te braaf en te voorzichtig. Het poldermodel heeft de gevestigde media overspoeld. Journalisten, politici en bestuurders zitten op elkaars lip en zijn niet echt hard voor elkaar. Dat werkt tot op zekere hoogte. Het werkt niet meer als een politicus grossiert in alternatieve feiten en glashard liegt. Baudet, Kuzu (DENK) en Wilders (PVV) zijn daar voorbeelden van. Dan moet de journalistiek maatregelen nemen om door de façade van leugens heen te prikken

Baudet is een politicus die leunt tegen het rechts-extremistisch gedachtegoed, maar dat verbergt of ontkent. In de media wordt dat feit ook nog eens zo goed als genegeerd. KIezers komen het niet te weten. Baudet komt weg met verhaaltjes over zijn piano, zijn arrogantie, zijn campagne en zijn woning. De essentie van wat hij nastreeft blijft liggen. Het siert P&J dat ze proberen aan kritische journalistiek te doen die verder kijkt dan de waan van de dag. Maar ook P&J is uiteindelijk te braaf en durft niet echt door te bijten. Dat zegt vooral iets over de opstelling van de Nederlandse journalistiek. Die heeft voldoende kwaliteit in huis, maar durft of mag die van de hoofdredactie slechts in zeldzame gevallen inzetten. Daar zou het debat over moeten gaan.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe TV van gisteren: Veel kritiek op Pauw en Jinek’ op Televizier, 11 maart 2017.

Is de nationalistische romantiek van Thierry Baudet zinvol voor Nederland?

En dan kom je tot het besef dat ‘Brideshead Revisited’ je niet kan redden en dat vooruitgang alleen maar bereikt kan worden door met beiden voeten vrij en onverveerd midden in de wereld te staan. Maar Thierry is nooit wakker geschrokken uit zijn fantasieën. In plaats daarvan heeft hij zijn adolescente, romantische neigingen uit laten groeien tot een monster.’ Aldus Sarah Sluimer over Thierry Baudet in een Opinie op Zondag in De Volkskrant. Ik ben het zo vreselijk eens met Sluimer. Niet alleen om wat ze concludeert, maar ook omdat ze een van de weinigen is die dat in de media zegt. Mediakritiek op Baudet lijkt een taboe te zijn.

Kritiek op Baudet of zijn Forum voor Democratie ontbrak er tijdens de campagne aan. Verbazingwekkend omdat deze politicus aantoonbare onzin vertelt. Over Oekraïne, de EU, de islam, de homeopathische verdunning van de Nederlandse bevolking of hedendaagse kunst. Wie het goed tot zich door laat dringen beseft dat het rechts-extremistisch gedachtegoed is. De Nederlandse versie van het White supremacy-denken van Steve Bannon of het anti-communitarisme van Alain Soral. Pas de laatste week komt de kritiek in de media op het rechtse gedachtengoed van Baudet langzaam op gang. Nu hij een of wellicht twee zetels in de Tweede Kamer dreigt te halen. Nadat velen al constateerden dat Baudet enger is dan de zichzelf herhalende Wilders.

Niet alleen ontbrak de kritiek in de media, maar zelfs het tegendeel gebeurde. De media gaven Thierry Baudet legitimiteit. Gevestigde media als Nieuwsuur of Buitenhof boden deze tegen het rechts-extremisme leunende politicus een plek die hem salonfähig maakte. Is het de rol van media om dit type politici dat de samenleving af wil breken -maar geen idee heeft hoe het een en ander daarna op gaat bouwen- legitimiteit te geven? Elke keer weer vroeg ik me af, beseffen deze media wel wie en welk gedachtegoed ze in huis halen? Hebben media het door of durven ze zich niet meer te verzetten en de eigen journalistieke normen te handhaven? Sinds de beschuldigingen door de rechts-nationalisten om deel van establishment of elite te zijn die de samenleving van nepnieuws zou voorzien. Hans Janmaat die bij lange na niet zulke verregaande uitspraken deed als Baudet werd buitengesloten en geen plek geboden. Is er iets mis met de antenne van de hedendaagse media?

Het is dezelfde Baudet die op 18 en 19 februari 2016 in een zoutmijn in het Poolse Wieliczki de conferentie Prosperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement bijwoonde. Een vehikel van het Front National. Baudet richt zich op Welvaart voor Europa na de EU. Een vergezicht, een romantische bevlieging van iemand die in de politiek is verdwaald. Als Ernst Jünger of Pyke Koch die zich aristocraten van de geest wanen. Zonder praktische politieke kennis, maar domweg vanwege het idee. Ik verwees in maart 2016 in een commentaar net als Sluimer naar die romantische neigingen van een Baudet die feitelijk is uitgegroeid tot een monster: ‘Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

Het laatste woord is aan Sluimer die Baudet als volgt omschrijft: ‘Een excentrieke paljas. Een ongevaarlijke clown. Of zelfs een beschaafd, studentikoos type. Er is niets grappig, niets charmant en niets verfrissend aan deze man. Maak hem niet tot paradijsvogel. Zie hem voor wat hij is en zie waar hij tot kan uitgroeien.

Foto: ‘Prosperity of Europe after EU’ conference in Wieliczka photo preview 52598762’, 19 februari 2016.

In campagne wordt vraag welke partijen willen hervormen niet beantwoord. In Nederland is systeemkritiek alles of niets

Wat moeten Nederlanders met een betoog van Cenk Uygur over de koers van de Amerikaanse Democratische partij (DNC)? Daar aan de andere kant van de oceaan. We kunnen er niks mee. We hebben geen invloed op de Amerikaanse politiek. Maar het betoog leert ons wel iets anders. Namelijk dat er een derde weg is tussen establishment politiek en populisme dat het systeem wil vernietigen. Die derde weg is hervormen. Krachtig en fundamenteel hervormen van de politiek. Die derde weg moet overigens niet verward worden met de derde weg uit de negentiger jaren van premier Kok die door president Clinton en premier Blair bewonderd werd.

Uygur hamert erop dat de DNC in de greep van het grote geld is en zich daar niet aan kan onttrekken. Achter de schermen houden de door president Obama aangestuurde bedrijfsdemocraten (‘Corporate Democrats’) de DNC nog steeds in een stevige greep. Zodat de weg afgesneden wordt naar een echte progressieve partij die de stem van de gewone mensen vertolkt. En de belangen van de burgers vooropzet, en niet van banken en bedrijfsleven. In Duitsland is het de nieuwe lijsttrekker van de SPD Martin Schulz die eveneens die verbinding met de burgers probeert te leggen. In navolging van Bernie Sanders die ook het grote voorbeeld voor Uygur is.

Wie Nederlandse politieke partijen langs de meetlat establishment politiek (alles bij het oude laten) – derde weg (hervormen) – populisme (het systeem vernietigen) legt komt tot een opmerkelijke constatering. Namelijk dat dit in de verkiezingscampagne geen onderwerp van debat is. Het wordt bewust of onbewust genegeerd. In politiek en media wordt volstaan met het schetsen van een tegenstelling tussen populisme en niet-populisme.

In hoeverre niet-populistische partijen alles bij het oude willen laten blijft zo goed als ongenoemd. In grote lijnen is het de kiezers wel duidelijk dat VVD, CDA of 50Plus conservatieve partijen zijn die alles bij het oude willen laten, dus het establishment en de gevestigde belangen vertegenwoordigen. Duidelijk is ook dat PVV, SP en rechtse splinterpartijen het systeem willen vernietigen. Of tot de grond willen slopen. Zonder dat ze voor ogen hebben hoe dat in zijn werk gaat en wat er op de puinhopen opgebouwd moet gaan worden.

Hoe dat binnen PvdA, D66 en GroenLinks ligt is onduidelijk. Hoe hervormingsgezind zijn PvdA en D66 en kunnen ze de belangen van de burger boven die van bedrijfsleven, banken, middenveld en vakbond stellen? En van de andere kant, hoe ligt dat binnen GroenLinks dat een worsteling lijkt te hebben tussen hervormen van het bestaande en bouwen van een nieuw systeem? We weten het niet en in de campagne wordt de vraag niet gesteld, zodat het ons niet duidelijk wordt. Wie in Nederland op een hervormingsgezinde partij wil stemmen die de derde weg gaat tussen niets veranderen en alles veranderen weet niet hoe de feiten liggen.