George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Alt-right

Rol van media bij opkomst van rechts-radicale politici als Trump, McCarthy of Baudet wordt onvoldoende beseft door journalisten

with one comment

Vanavond wordt op PBS een nieuwe, twee uur lange documentaire over de legendarische senator Joseph McCarthy uitgezonden in het programma American Experience. Ook van belang voor onze tijd vanwege de parallellen met president Donald Trump. Beiden maakten ze misbruik van de structurele zwakheden in de Amerikaanse nieuwsmedia om de democratie aan te vallen. Dit is de kern, namelijk dat McCarthy, net als Trump, begreep dat verslaggevers zijn leugens niet zouden uitdagen uit angst vooringenomen te zijn. De zogenaamde linkse media die zoals uit onderzoek blijkt helemaal niet links zijn, maar evenwichtig neutraal.

Daar komt nog iets anders bij. Zeker voor Nederland waar politieke televisiejournalisten weinig diepgaande academische inhoud lijken te hebben. Een rechts-radicale politicus als Thierry Baudet wordt door media doorgaans niet aangesproken op zijn ideeën, maar op zijn emoties. Dat kunnen journalisten met weinig inhoud en durf makkelijk aan. Maar journalisten verzaken ernstig hun taak als ze een politicus niet op ideeën, maar op trivialiteiten aanspreken. Dat heeft er dus vermoedelijk mee te maken dat de meeste journalisten geen specialistische academische vorming hebben genoten, maar op zijn best handige generalisten zijn. Dat is echter onvoldoende om door het harnas van doorgewinterde politici te breken. Zo hijsen media rechts-radicale politici op het schild en lijken ze dat, gevangen in hun eigen mediabubbel, niet eens door te hebben.

Dat gebeurde ook met Trump die door onder meer CNN en MSNBC vanwege de kijkcijfers op het schild werd gehesen. Wat nu is omgeslagen in kritiek op Trump omdat deze media beseffen wat voor monster ze hebben helpen creëren. De conclusie is dat geen berichtgeving beter is dan ondermaatse berichtgeving die deze controversiële politici op oneigenlijke gronden legitimeert. Geen berichtgeving is beter dan halfslachtige, a-journalistieke berichtgeving die averechts uitpakt. De geschiedenis leert dat nadat de Senaat in 1954 had beslist om senator McCarthy te censureren de media snel interesse in hem verloren en zijn politieke carrière over was. Het kon niemand meer iets schelen wie hij was. Eindigt het ook zo met Trump en Baudet als de media ophouden aandacht aan hen te besteden? Laat media beter beseffen wat hun verantwoordelijkheid is.

Het artikelA Historian Reflects on the Return of Fascism’ plaatst bovenstaande overweging in een kader. Het begin van begrip bij de bevolking en zelfreflectie bij de media is om politici als Trump en Baudet historisch te determineren en in de traditie te plaatsen waar ze het beste in passen: het fascisme. Lawrence Wittner merkt op: ‘Desalniettemin is het afgelopen decennium enorme vooruitgegaan geboekt door bewegingen en partijen die het oude fascistische speelboek hebben gevolgd, met rechtse demagogen die de belangrijkste elementen van virulent nationalisme, raciale en religieuze onverdraagzaamheid en militarisme uitbazuinen. Radicaal Rechts grijpt vooral de massamigratie aan en wordt gefinancierd door hebzuchtige economische elites. Het heeft verrassende vooruitgang geboekt ― de Europese Unie ondermijnd, gestreden om macht in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Griekenland en de controle gegrepen  over landen als Rusland, India, Italië, Hongarije, Polen, Turkije, Brazilië, de Filippijnen, Israël, Egypte en natuurlijk de Verenigde Staten.’

Als journalisten als Margriet van der Linden meer dan 10 jaar na de opkomst van radicaal rechts nog steeds niet beseffen dat ze de agenda van radicaal-rechtse politici als Baudet dienen als ze die een platform bieden met softball interviews, dan kunnen ze beter een ander vak zoeken. Dan beseffen ze hun verantwoordelijkheid en taak als journalist niet. Dat is beter voor de politiek, de samenleving en de kwaliteit van de journalistiek.

Museum moet zich breed opstellen en niet tot deelnemer aan het publieke debat maken door standpunten van radicalen te steunen

with one comment

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn dit jaar weer voorbij en kerstmis kondigt zich al aan op markten, in winkels en huiskamers. Dat is een passend moment om los van de actualiteit terug te kijken op bovenstaande tweet van 16 november 2019 van het Stedelijk Museum. Wat zegt het, wat beoogt het, wat zijn de voor- en nadelen ervan en hoe plaatst het een kunstmuseum in het publieke debat vol voetangels en klemmen?

Laat ik om te beginnen mijn positie duidelijk maken over deze tweet. Ik meen dat het SM die nooit had moeten plaatsen en ermee de fout is ingegaan. Ik vind het te ongenuanceerd, te vrijblijvend en het verkeerde medium. Het is te makkelijk gedaan zonder dat het museum als institutie er enige verantwoordelijkheid voor neemt. Het is lui denken die volgt uit een combinatie van politieke correctheid en marketing. Ermee neemt een museum op een pamflettistische wijze stelling in een maatschappelijke kwestie door aan te sluiten bij een radicale opvatting die in de samenleving leeft. Dat is onverstandig. Daarmee maakt het museum zich nodeloos kwetsbaar voor kritiek zoals wel blijkt uit de vele reacties bij de tweet. Dat verzwakt -opnieuw onnodig- de positie van het museum. Van dezelfde categorie domheid was naar mijn idee het afschaffen van de term ‘Gouden Eeuw’ door het Amsterdam Museum. Daarvan was de onderbouwing zelfs nog ezelachtiger en onzinniger dan uit deze tweet van het SM blijkt die van inhoud tamelijk neutraal is. Maar van intentie niet.

De uitdaging voor een museum is om naar alle kanten kritisch en open te zijn. Zich niet te verbinden met een specifieke doelgroep. De uitdaging voor de staf van een museum is om de eigen persoonlijke voorkeur buiten het museumbeleid te houden. Het er niet direct in door te laten klinken. Want een museum als institutie is meer dan een persoonlijke mening van directeur, conservator of medewerker marketing of publiciteit. De verleiding voor het management van een museum is wellicht groot om de eigen persoonlijke mening op het beleid te drukken, maar aan die verleiding moet weerstand geboden worden. De eigen duim op het Twitter-account van het museum of de regie over het museale sociale medium moet niet tot ongebreideldheid, maar tot beheerstheid en terughoudendheid leiden.  De persoonlijke mening van een museummedewerker over de Gouden Eeuw of Zwarte Piet is van ondergeschikt belang en moet niet in het beleid doorklinken. Wat anders is het als een directeur of conservator zich op persoonlijke titel over een politieke kwestie uitspreken. Dat kan, maar dan moet duidelijk uit de context blijken dat het niet het standpunt van het museum is.

Over kwesties als slavernij, kolonialisme, inclusiviteit, diversiteit en identiteit wordt in de samenleving verschillend gedacht. Het zijn vooral degenen in de marge die zich het hardste roeren en het publieke debat hebben gekaapt. In Nederland laat radicaal-links zich voeden door het debat aan Amerikaanse universiteiten dat ten onrechte 1 op 1 naar Nederland wordt vertaald. Dat leidt tot aannames die de verschillen alleen maar vergroten. Het kan door de specifieke achtergronden van de harde Amerikaanse samenleving verdedigbaar zijn om Black Pete of Blackface in de VS als racistisch te beschouwen, maar het is vooralsnog niet zeker of dat voor Zwarte Piet in Nederland in dezelfde mate geldt. Ik betwijfel dat. Van de andere kant laat radicaal-rechts in Nederland zich ook door het Amerikaanse debat voeden en sturen. Met verbitterdheid, ongenuanceerdheid, felheid en gebrek aan een breed perspectief van dien. Ook het schema van Amerikaans nieuw rechts of alt right dat karakteristiek van aard en karakter is kan niet 1 op 1 naar de Nederlandse samenleving vertaald worden. Slotsom is dat het Nederlands is om afstand van zowel radicaal-rechts als radicaal-links te nemen.

In de Zwarte Piet discussie nemen sinds 2012 de laatste twee kabinetten Rutte, Rutte II en Rutte III, een bemiddelende positie in. Ze pleiten voor een geleidelijke overgang en afbouw van de meest racistische stereotyperingen. Dat is een verstandige opstelling die als voorbeeld kan dienen bij al deze identiteits-kwesties waarbij radicalen aan beide kanten van het politieke spectrum zich fel uitspreken en hard tegenover elkaar staan. De les is dat de regering, een democratische institutie of een met gemeenschapsgeld betaald museum zich niet tot deelnemer van dat debat moeten maken door partij te kiezen. Ze dienen zich op te stellen als neutraal en dienen weliswaar niet hetzelfde initiatief te nemen als regering of politieke partijen, maar moeten er wel op z’n minst voor zorgen dat ze deze beweging en voortgang niet verstoren.

Door vrijblijvend, makkelijk en eenzijdig partij te kiezen zoals in 2019 het Stedelijk Museum en Amsterdam Museum deden bereikten ze het omgekeerde van wat ze beoogden. Steunen van een politiek controversieel standpunt roept weerstand op en geeft het foute signaal af over betekenis en functie van een museum. Dat moet in ambitie hoger mikken, zodat het zelf buiten het politieke debat blijft en de eigen positie erbinnen niet ter discussie stelt. Een museum moet signaleren, presenteren en documenteren, zonder zich te reduceren tot een spreekbuis of pamflet van een (radicaal-)politieke stroming. Dat betekent overigens niet dat een museum op een tentoonstelling, symposium of in een publicatie geen standpunt kan innemen over politieke kwesties. Liever wel zelfs. Het verschil is de context, samenhang en onderbouwing. Als een museum zich als opdracht stelt om veelvormig voor een breed publiek of vele deelpublieken te zijn met een goede (kunst)historische onderbouwing, dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat het over maatschappelijke kwesties als verlengde van die eigen tentoonstelling, symposium of publicatie uitspraken doet. Ingebed en niet persoonlijk of ongeremd.

Foto: Tweet van het Stedelijk Museum Amsterdam, 16 november 2019.

Kritiek op term ‘oikofobie’ en advies aan Doorbraak.be om afstand te nemen van de rechts-radicale alt-right beweging (zoals Baudet)

with 2 comments

Mijn reactie bij een artikel van Steven Vandeborre op Doorbraak.be. Ik stem ermee in en zet evenals de auteur vraagtekens bij het begrip ‘oikofobie’. In een slotwoord roep ik Doorbraak.be op als het zich wil profileren als conservatieve of nationalistisch-conservatieve Vlaamse beweging dat het gevaar loopt om besmet te worden door gedachtengoed en vertegenwoordigers van de alt-right beweging. Zoals die nu in de partij Forum voor Democratie verzameld zijn. Doorbraak.be zou er daarom beter aan doen er publiekelijk afstand van te nemen.

Mee eens wat Steven Vandeborre schrijft. Er zijn twee posities mogelijk ten aanzien van het begrip ‘oikofobie’.
1) De rechts-radicale kleinkinderen van Scruton beweren in navolging van Baudet dat EU, hedendaagse kunst, multiculturalisme en pluriformiteit niet verenigbaar zijn met dat thuisgevoel en tot zelfhaat leidt. De tovenaarsleerlingen klimmen op de schouders van hun meesters. Dat resulteert erin dat rechts-radicale aanhangers of sympathisanten van wat met een verhullende term alt-right wordt genoemd democratische normen, waarden en instellingen afwijzen en misleidende informatie geven over principes als de rechtsstaat en vrijhandel.
2) Degenen die op afstand staan van dat rechts-radicale gedachtengoed beweren dat dat alles wel verenigbaar is met dat thuisgevoel, er per definitie niet haaks op staat en niet in zelfhaat eindigt en daarom niet hoeft te leiden tot de afwijzing van de democratie en misleidende informatie.

Ik probeer een en ander aan de hand van de rechts-radicale opvatting van kunst aan te tonen. Hedendaagse kunst die moderne kunst in de eigen tijd is kan vervreemding verbeelden zoals Bertolt Brecht dat vanaf 1920 in het theater deed. Hedendaagse kunst kan politieke standpunten verbeelden zoals 17de-eeuwse schilderkunst (De bedreigde Zwaan van Jan Asselijn) of klassieke kunst (De Lysistrata van Aristophanes) dat ook deden. Hedendaagse kunst kan de samenleving een spiegel voorhouden waardoor het eigene ter discussie wordt gesteld en minder vanzelfsprekend wordt. Hedendaagse kunst kan de structuur van de werkelijkheid ontrafelen door te proberen achter de façade ervan te kijken. Zoals Roland Barthes dat in 1970 in zijn semantische analyse van een verhaal van Honoré de Balzac S/Z deed. Dat zijn geen uitgangspunten, maar toepassingen van hedendaagse kunst.

Baudet geeft door in zijn rijtje vervreemding (in de traditie) van Brecht naast ‘oikofobie’ (thuisgevoel) van Scruton te zetten aan de cultureel-historische en dramaturgische achtergrond van de Brechtiaanse Verfremdung niet te begrijpen. Zoals bij Baudet de pretentie iets te weten van hedendaagse kunst en kunsttheorie voortdurend op gespannen voet staat met zijn werkelijke kennis over en inzicht in kunst(theorie). Vervreemding is niet bedoeld of wordt als dramaturgisch middel ingezet om mensen van hun omgeving te vervreemden, maar beoogt juist het omgekeerde. Namelijk het vergroten van de bewustwording door mensen aan de hand van het creatieve maakproces (het tonen van de montage) zich van hun achtergrond en (achtergestelde) positie bewust te maken. Door ze letterlijk achter de werkelijkheid te laten kijken. Wakker schudden van burgers is hetzelfde wat Baudet zegt te doen. Hij verwart het Vervreemdings-effect als artistiek middel met het gevolg ervan.

Kan Baudet vanwege zijn onbegrip nog geëxcuseerd worden voor het omwisselen van de uitgangspunten en toepassingen van hedendaagse kunst, dat geldt niet als hij stelt dat een uitgangspunt ervan ‘zelfhaat’ is. Dat is geen uitgangspunt, laat staan toepassing van hedendaagse kunst, maar een begrip uit de psychologie dat ‘een vorm van totale afwijzing is die de eigen persoon betreft’. Vertaald naar de hedendaagse kunst zou dat betekenen dat het via een toepassing zichzelf totaal afwijst. Maar dat is in strijd met de logica omdat het van tweeën een is. Ofwel, als hedendaagse kunst zichzelf afwijst dan kan het die afwijzing niet tegelijkertijd als toepassing inzetten. Want dan wijst het zichzelf per definitie niet totaal af, maar bevestigt het zichzelf juist.

De zelfbenoemde en uiterst tevreden met zichzelf zijnde denker Baudet is bij nader inzien vooral een sprokkelaar van andermans gedachten. In de samenvoeging beseft hij dat hij denkfouten maakt die hij door ze in de mal van de partijpolitiek te persen probeert te verhullen. Want in de politiek gelden andere normen en mores dan in de kunsttheorie of de filosofie. In de politiek ligt de lat lager. Baudet rekent erop dat hij ermee wegkomt, en dat is precies wat gebeurt. Het is wellicht de echte reden dat hij de carrièrestap naar de politiek heeft gezet, terwijl hij verklaarde dat nooit te zullen doen en er ongeschikt voor te zijn. Zijn hulptroepen op sociale media laten zich zonder de kern van het debat te doorgronden ervoor gebruiken de kritiek op het denken van Baudet te neutraliseren. Zodat Baudet een debat kan voeren zonder daar ooit kritiek op te ontvangen. Zodat een gratis rit in de publiciteit zijn beloning is.

Als slotwoord nog een overweging voor onderweg over het karakter en de profilering van Doorbraak.be en de term conservatisme of nationaal-conservatisme. Niet als kritiek bedoeld, maar als overpeinzing. Types als Baudet gebruiken de term conservatisme of leunen daar stilzwijgend tegenaan om hun eigen racisme en witte hegemonie-denken te verhullen. Maar ze vallen eerder te omschrijven als anti-conservatief. Conservatieve principes als behoud van democratische normen, waarden en instellingen en voorlichting van het publiek over conservatieve principes zoals rechtsstaat, vrijhandel en uitbreiding van legale immigratie delen ze niet. Laten we ze daarom geen conservatieven noemen. Overigens hebben universele waarden of principes in wisselende combinaties verschillende kinderen. Iedereen die beweert dat ze exclusief aan één politieke stroming toebehoren zit ernaast.

Het conservatisme als ideologie bevat samenhang met min of meer vaste, gemeenschappelijke posities en denkwijzen over de natie, de familie, grondrechten, politieke besluitvorming, verandering en continuïteit. Het gaat er hier niet om om het conservatisme te verdedigen, maar om zo goed mogelijk te omschrijven wat het is en te kijken hoe het zich verhoudt tot de alt-right beweging en het hedendaagse racisme van radicaal- en extreem-rechtse politici die als tovenaarsleerlingen onder meer verwijzen naar Scruton. Het zijn overigens niet alleen radicaal-rechtse politici die de term conservatisme voor hun eigen politieke handelen gebruiken waarvan het zeer de vraag is of dat wel conservatisme is, het zijn ook linkse denkers als Merijn Oudenampsen die dat doen. Daarmee bevindt hij zich op een lijn met Baudet die het conservatisme een revolutionaire en zelfs Leninistische lading geeft. Baudet rekt dat begrip conservatisme oneigenlijk op om zich ermee te tooien en Oudenampsen doet het om alt-right kritisch te benaderen. Maar het resultaat is hetzelfde, namelijk dat er begripsverwarring wordt geïntroduceerd over het conservatisme waarmee niet verklaard, maar verhuld wordt.

Als Doorbraak.be de spreekbuis wil zijn van de Vlaams-nationalistische, conservatieve beweging wat een begrijpelijk en eerbaar streven is, dan zou het strikt bij zichzelf moeten blijven en afstand nemen van rechts-radicale alt-righters als Baudet, Van Langenhove of NV-A’ers die ondubbelzinnig voor een autoritair regime staan. Het verdient aanbeveling om de grens tussen het conservatisme of nationaal-conservatisme en de alt-right beweging helder af te bakenen. Het is het verschil tussen het aanvaarden van het politieke bestel en de democratische rechtsstaat en de verwerping ervan. Nu loopt dat vaak in elkaar over wat de rechts-radicale alt-righters ook op Doorbraak de gelegenheid geeft zich te vermommen en anders voor te doen dan ze werkelijk zijn. Mogelijk lopen nu de belangen van deze rechts-radicalen en nationaal-conservatieven parallel, maar dat is waarschijnlijk een tijdelijke situatie. Op termijn beschadigt die vermenging en/of samenwerking de conservatieve beweging in Vlaanderen, zodat het voor conservatieven of conservatieve media verstandig is om uit zelfbescherming dat onderscheid te maken en de vreemde rechts-radicale bedgenoten die de democratie en het politiek bestel afwijzen met redenen omkleed resoluut de deur te wijzen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOikofobie is een handige maar lege doos’ van Steven Vandeborre op Doorbraak.be, 2 december 2019.

Donald Duck blijft dichter bij realiteit dan Leon de Winter in Telegraaf-column

with one comment

Bij de kapper lees ik de Donald Duck en bij de tandarts De Telegraaf. Ik verkies de Donald Duck, en ook de kapper. Maar vanochtend moest ik naar de tandarts. Mijn oog viel op de column van Leon de Winter in De Telegraaf die getiteld was ‘Schaamteloos spel van Democraten’. Iedere columnist heeft recht op een mening. Uitgangspunt dienen wel de feiten te zijn aan de hand waarvan de columnist een mening vormt in de vorm van een beschouwing over een onderwerp. De Winter baseert zich niet op de feiten. Hij geeft elk relevant feit verkeerd weer. In zijn column raken feiten niet meer aan de realiteit. Te veel onwaarheden om op te noemen.

De Winter heeft die verwijdering van de realiteit zover doorgevoerd dat het er opmerkelijk op wordt. Is De Winter overgegaan naar een parallelwereld van het absurdisme waar een Winterse waarheid geldt die alleen door rechts-radicalen en Trumpisten gedeeld en begrepen wordt? Het lijkt er steeds meer op dat De Winter hard bezig is om zijn eigen versie van de politieke werkelijkheid van de VS te maken. Om die te canoniseren. Hij laat zijn verbeelding spreken en maakt fantasie. Dat is verwarrend voor een column die (ook) de claim in de lucht houdt om uitspraken over een actuele politieke realiteit te doen, maar bij nader inzien 100% illusie is.

Er is nog meer over te zeggen, zoals de truc van De Winter om tweemaal negatief om te zetten in positief. Zo voert hij de tegen impeachment aanleunende justitieminister William Barr op als ontlastende getuige in de impeachment procedure tegen Trump, terwijl Barr zelf in aanmerking komt als verdachte in dat proces wegens onconstitutioneel handelen en het verkeerd inlichten van het congres. De Winter passeert de Donald Duck in verbeeldingskracht. De Donald Duck blijft dichter bij de realiteit dan Leon de Winter in zijn Telegraaf-column.

Foto’s: Schermafbeeldingen van delen van column ‘Schaamteloos spel van Democraten’ van Leon de Winter in De Telegraaf, 26 november 2019.

Leon de Winter is gevangene van radicale standpunten over Trump

with 5 comments

Het is een steeds groter genoegen om in De Telegraaf de columns over de Amerikaanse politiek van Leon de Winter te lezen. Reden daarvoor is dat hij een fervente verdediger van president Trump is die steeds verder in het nauw wordt gebracht in het Oekraïne-schandaal. Ofwel, de Quid pro quo voorwaarde waarin Trump op ontoelaatbare wijze (wapen)hulp aan Oekraïne verbond met binnenlandse politiek, te weten onderzoek door Oekraïne naar zijn binnenlandse Democratische mededinger Joe Biden en diens zoon Hunter. Volgens de grondwet een reden voor afzetting. Daarom moet De Winter steeds absurdere wendingen nemen om Trump te verdedigen. In zijn betoog moet hij noodgedwongen steeds grotere gaten laten vallen omdat hij om de feiten heen moet navigeren. Die steeds smallere en krom beredeneerde weg roept een boosaardig plezier op over het ongeluk van De Winter die zich met zijn columns over dit onderwerp in de hoek heeft gebokst en daar niet meer uit kan komen. Hij verdedigt een verloren zaak. Niet dat al vaststaat dat Trumps impeachment slaagt. Dat wordt door de machtsverhoudingen in de Senaat beslist. Wel op verstandelijk niveau waar De Winter zich ongeloofwaardig opstelt. Het is begrijpelijk dat De Telegraaf deze columns vanwege het amusementsgehalte handhaaft. Daarnaast biedt het inzicht in een sociologisch experiment van een opiniemaker die te ver geradicaliseerd is om nog betrouwbaar te zijn. Dan gaat een politieke column over in absurdisme en parodie.

In zijn columnTrump moet weg om doofpot ‘Russiagate’’ van 29 oktober 2019 grossiert De Winter in talking points die hij leent van de hardcore verdedigers van Trump. Ook zij laten de feiten uit hun meningen volgen. Wat overigens niet wil zeggen dat alle Republikeinen ‘gelovigen’ in Trump zijn. Gematigde Senatoren als Mitt Romney of Ben Sasse komen voorzichtig met kritiek op Trump vanwege zijn Quid pro quo in de Oekraïense affaire die door getuigenissen van talloze (voormalige) overheidsfunctionarissen in niet publieke hoorzittingen in het Huis onweerlegbaar en objectief zijn vastgesteld. De meeste Republikeinse wetgevers lijken niet tot de voorhoede van critici of de achterhoede van hardcore verdedigers als Mark Meadows, Jim Jordan of Devin Nunes te behoren. Het is de grote middengroep die afwacht, het niet met Trumps optreden eens is, maar bang is om bij tegenspraak door hem op Twitter afgestraft te worden. Overigens hebben al bovengemiddeld veel Republikeinen aangekondigd in 2020 op te stappen. Hun verwachting is blijkbaar dat de Democratische meerderheid in het Huis niet in gevaar komt en de Republikeinse meerderheid in de Senaat wel.

De Winter hanteert de tactiek van Trumps hardcore verdedigers. Hij gaat niet in op tegenwerpingen, maar stort los van het tegengeluid in vaste en snelle bewoordingen zijn pregefabriceerde meningen uit. Daarbij gaat hij voorbij aan feiten die in tegenspraak zijn met zijn mening en nuanceringen die zijn betoog verzwakken. Zo doet De Winter het voorkomen alsof er een harde tegenstelling Democraten-Republikeinen is die alles verklaart. Die tegenstelling is er uiteraard, maar die is minder scherp dan De Winter suggereert. Ontelbare Republikeinen hebben in de afgelopen jaren afstand van Trump genomen of kritiek op hem geuit. Zij gaan juist voorbij aan de binaire partijpolitiek die De Winter in navolging van Trump als allesoverheersend voorstelt.

Donald Trump is schuldig aan het uitverkopen van de belangen van zijn land en zijn onderhorigheid aan de Russische president Vladimir Putin waardoor hij de nationale veiligheid van de VS in gevaar brengt en de invloed en het prestige ervan heeft aangetast. Naar verluidt is Trump al sinds de jaren 1980 ‘bezit’ van de Russen. De Winter verwijst naar het Steele Dossier. Het is onjuist dat alle constateringen eruit niet kloppen. Wel is door deskundigen op het gebied van inlichtingendiensten zoals John Schindler vanaf de publicatie geopperd dat de uitleg dat de Russen compromitterend materiaal van Trump met prostituees in een Moskouse hotelkamer hebben vermoedelijk Russische desinformatie is om Trumps werkelijke rol te verdonkeremanen. Die bestond uit het witwassen van illegaal geld van Russische criminelen en politici uit de kringen van het Kremlin via Westers vastgoed. Dat verklaart dat Trump keer op keer van faillissement werd gered door geld uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie. Dat is de structurele Quid pro quo die al tientallen jaren bestaat en ten grondslag ligt aan de Oekraïense Quid pro quo met president Zelenski en vice-president Biden.

De claim van De Winter dat het Mueller-rapport Trump heeft vrijgesproken van samenzwering en obstructie in ‘Russiagate’ is in strijd met de waarheid. Speciale aanklager Robert Mueller heeft in zijn rapport 11 gevallen van potentiële obstructie opgesomd. Door die obstructie en de tegenwerking in het onderzoek door Trump die overal rode lijnen aanbracht die Mueller niet mocht overtreden is de onderste steen over de samenwerking van Trump met het Kremlin niet boven gekomen. Door Trumps obstructie en de onjuiste, partijdige weergave van de resultaten van het Mueller-rapport door Justitieminister William Barr, waar De Winter op voortborduurt, is in de publiciteit succesvol het beeld gevestigd dat Trump niet heeft samengezworen met het Kremlin. Dat is onterecht. Zoals gezegd heeft Mueller die zich terughoudend opstelde Trump niet vrijgepleit van obstructie.

De Winter verwijst naar het boekThe plot against the president’ van journalist Lee Smith. Veelzeggend is dat De Winter de ondertitel niet noemt. Die luidt: ‘The True Story of How Congressman Devin Nunes Uncovered the Biggest Political Scandal in U.S. History’. Het boek van Lee Smith geeft de visie van Trumps hardcore verdediger Devin Nunes. Hij was tot januari 2019 de invloedrijke voorzitter van de House Permanent Select Committee on Intelligence. Om ethische redenen werd hij in april 2017 vanwege geheime coördinatie met het Witte Huis van het Rusland-onderzoek gehaald. Daarna voerde Nunes zijn parallelle onderzoek uit dat er vooral uit bestond om de officiële onderzoeken te dwarsbomen. Als de media geen aandacht besteden aan dit boek dat overigens pas op 29 oktober verschenen is, dan komt het niet door de journaliste Lee Smith, maar door de complottheorieën van Devin Nunes over de zogenaamde ‘deep state’ die als afleiding dienen voor de politieke én juridische onderzoeken (SDNY) naar het onrechtmatig en crimineel handelen van Donald Trump.

Waarom Leon de Winter in zijn columns zulke rechts-radicale standpunten deelt en Trump en zijn hardcore verdedigers in bescherming neemt is tamelijk onbegrijpelijk. Maar het is ook begrijpelijk als men beseft dat hij nu eenmaal ooit die weg van de complottheorieën ingeslagen is en zonder gezichtsverlies niet meer om kan keren. Hij heeft dus geen andere keuze dan die weg verder in te gaan. Zodat het er steeds absurder en vermakelijker op wordt. De Winter noemt ‘een onderzoek’ ‘een doofpot’, en ‘een doofpot’ ‘een onderzoek’. De Winter noemt ‘ondermijning van de democratie’ ‘democratie’, en ‘democratie’ ‘ondermijning van democratie’.

De Winter keert de waarden om. Er valt trouwens heel wat af te dingen op zijn politieke inzichten. Dat komt omdat hij Trumps talking points volgt en de mentale flexibiliteit mist om daarvan af te wijken. Zo meent hij dat vice-president Mike Pence en Justitieminister William Barr bij afzetting van Trump zullen blijven zitten. Maar ook zij zijn onderhand in het schootsveld gekomen. De dynamiek die ontstaat als Trump tot aftreden wordt gedwongen, ook als hij met een schikking (plea deal) aftreedt om zijn vastgoedbedrijf te redden, zal naar verwachting zo immens zijn dat ook medestanders als Barr of Pence meegetrokken worden in Trumps val. Dan komt er weer ruimte voor integere Republikeinen die de erfenis van Trumps sektebeweging mogen opruimen. Dan wordt ook Leon de Winter verlost van zijn radicalisme dat hem nu zo doof maakt voor feiten. 

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump moet weg om doofpot ‘Russiagate’’ Van Leon de Winter in De Telegraaf, 29 oktober 2019

Lachen met het getikte commentaar van Sinclairs Boris Epshteyn?

leave a comment »

Boris Epshteyn is ‘Chief Political Commentator’ voor de regionaal opererende Sinclair Broadcast Group. Het heeft een rechts profiel en zit op dezelfde lijn als Fox News. Sinclair kwam in 2018 in de problemen toen het omroepen centraal opgelegde pro-Trump commentaren dicteerde die als nepnieuws werden opgevat. In de VS is de vermenging van politiek en journalistiek geen uitzondering. Epshteyn diende tot onlangs als ‘Special Assistant to The President and Assistant Communications Director for Surrogate Operations for the Executive Office of President Trump‘. Het runnen van ‘Surrogate Operations’ ofwel vervangers is een hachelijke zaak. Epshteyn lijkt vooral behoefte te hebben aan een goede vervanger. Mijn reactie bij bovenstaande video:

Nice satire. Mayor Pete is surging in Iowa. Tulsi stopped being moderate, if she ever was. Trump is losing the country, the polls, the GOP, the Senate and the impeachment inquiry, but winning the Democratic debate? A meager comfort. You are a joker.

Dear sir, political marketing or disinformation only works with a basically good product. Trump has passed that phase. As you have apparently left the journalism phase and now entered political activism. The facts follow your opinion.

You are your own parody. You are on the same page as conspiracy thinkers, malcontents, truth deniers and all in the Trump camp who forget the public interest and put their self-interest first. You are a true patriot, but just like Trump for other countries and not for the US.

Written by George Knight

23 oktober 2019 at 17:35

Ook partijverlaters ontkennen de waarheid over FvD. Het gaat niet om de persoonlijkheid van Baudet, maar om zijn politieke koers

with one comment

Thierry Baudet ontwikkelt zich tot een tragische figuur die niet kan ontsnappen aan zijn eigen schaduw. Tijdens de campagne voor het Oekraïne-referendum van april 2016 beweerde hij dat hij geen ambitie had om politicus te worden en daarvoor niet de juiste kwaliteiten had. Het wekte daarom verbazing dat hij er in 2016 voor koos om partijpoliticus te worden. Maar hoe zit het op dit moment dan met die kwaliteiten?

Een hoop onduidelijkheid over Baudet en FvD komt voor uit het profiel van FvD dat vaag is, niet door een gedegen politiek programma wordt geschraagd en ook nog eens in beweging is. Velen uit de achterban van de partij profileren zich als conservatief-liberaal en denken dat dat het profiel van de partij is en ze thuiskomen in een conservatief-liberaal nest. Maar ze hebben het mis en kloppen aan bij het verkeerde huis.

De wisselvalligheid en de ideologische keuze van Thierry Baudet én de gesloten, centralistische en niet-democratische organisatie van de partij is de sleutel tot de oplossing waarom velen beseffen zich niet thuis te voelen in FvD. Ze worden teleurgesteld omdat ze niet ondersteund worden in hun overtuiging omdat Baudet een andere overtuiging heeft dan ze denken. De meeste gevestigde media maken dezelfde inschattingsfout en hebben niet door dat er een fundamenteel verschil is tussen conservatisme en nieuw-rechts dat Baudet losjes aanhangt. Ook iemand als de links-radicale denker Merijn Oudenampsen poetst om onduidelijke redenen dat verschil weg en rekt het conservatisme zo ver en oneigenlijk op dat het identiek wordt met revolutionair. Is het een wonder dat de achterban van FvD ook niet meer weet wat het profiel van de partij is en ze denken bij een liberaal-conservatieve partij thuis te komen die in werkelijkheid in de kern heel anders van profiel is?

Het lijkt er sterk op dat Baudet zich spiegelt aan het gedrag van Trump die zich tegenover journalisten en opponenten meent alles te kunnen veroorloven. Maar het verschil in politieke cultuur tussen VS en NL is groot. Daarbij houdt Trump met intimidatie tot nu toe zijn gelederen gesloten. Dat lukt Baudet niet, gezien de episode Henk Otten en recente ontwikkelingen van partijverlaters die met veel rumoer FvD de rug toekeren.

Daar zit ‘m de essentie van de politieke sjacheraar Baudet die uit overtuiging conservatief noch liberaal is, maar in de hoek van alt-right te vinden is met openingen naar rechts-christelijk gedachtegoed. Niet alleen Baudets imitatie van Trumps persoon leidt tot ongepast en kinderachtig gedrag waar hij net als Trump mee denkt weg te kunnen komen, wat in de Nederlandse politieke cultuur echter niet lukt omdat de verhoudingen anders zijn. Ook Baudets overname van politieke standpunten van Trump of van mensen uit diens directe omgeving zijn steeds verder af komen te staan van het rechts-liberalisme en het traditioneel-conservatisme.

Partijverlaters en critici binnen de partij redeneren naar een harmonie toe om hun eigen eerdere keuze te rechtvaardigen die bestond uit hun kritiekloze en verregaande identificatie met Baudet. Nu verwijten ze hem ‘slechts’ dat hij onhandig opereert en zijn eigen individuele boreale fantasieën voor het opereren van een politieke partij zet, en zo de partij beschadigt. Kwestie van vorm en handigheid dus. Cosmetica, maar geen inhoud. Maar niets is minder waar. Ze gaan (nog) niet zover om toe te geven dat ze zich vergist hebben in de koers van Baudet die FvD ver naar rechts heeft getrokken in de richting van het alt-right gedachtegoed.

Illustratief is een tweet van partijverlater Sonny Spek nadat hij zijn lidmaatschap van FvD heeft opgezegd vanwege de intimidatie door Baudet van journalist Chris Aalberts op een partijbijeenkomst: ‘Niet omdat ik het oneens ben over richtlijnen of standpunten, maar puur door de persoonlijkheid van @thierrybaudet’. In een stuk voor TPO waarin hij zijn keuze toelicht zegt hij in een tussenzin: ‘ik vond Forum voor Democratie eerder een middenpartij’. Dat bracht mij tot een tweet: ‘Hemeltje, u bent student politicologie en meende dat FvD een middenpartij is. Meent u dat serieus? Is er iets mis met het hoger onderwijs en de overdracht van informatie of met uw meningsvorming? Iedereen heeft zijn momenten, dus laten we compassie tonen, maar dit is bizar.’ Essentie is hoe een verstandig iemand als Spek zich liet misleiden en FvD niet kon ‘lezen’.

Zo resteert het beeld van een partijleider die niet koersvast is maar radicaliseert richting alt-right, zich zonder daar goed de gevolgen van te doordenken als een politieke amateur spiegelt aan buitenlandse voorbeelden en uit gebrek aan politieke vaardigheden een vaag profiel laat ontstaan waar rechts-liberalen en conservatieven zich evengoed in kunnen herkennen als rechts-extremisten, neo-nazi’s en witte nationalisten. Vraag is of het ook maar op enigerlei wijze bewust bedoeld is door Baudet, maar de laatsten passen onderhand het best bij het gedachtegoed van FvD en de eersten dienen in de praktijk als laag vernis om de partij maatschappelijk aanvaardbaar te houden. Met als gevolg dat partijleden als Sonny Spek en de meeste media de partij verkeerd interpreteren en associaties met liberalisme en conservatisme blijven oproepen. De verwarring is volmaakt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet is de reden waarom ik opstap bij Forum voor Democratie; De druppel was de manier waarop hij Chris Aalberts probeerde te intimideren’ van Sonny Spek op TPO, 22 september 2019.