George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Etniciteit

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Is er in de Russische Federatie een Derde Tsjetsjeense oorlog in de maak?

with 10 comments

Doorgaans is 1 + 1 = 2. Maar niet altijd. Neem nou twee berichten op het blogWindows on Eurasia’ van Paul Goble. Het maakt Russischtalige berichten uit de Russische Federatie en de landen van de voormalige Sovjet-Unie bereikbaar voor een Engelstalig publiek. Het eerste bericht gaat in op de ideeën van de Russische nationalist Andrei Sosjenko die de islamisering wil stoppen door de Russische Federatie te contingenteren naar religie. Dat zou inhouden dat moskeeën niet meer in etnisch Russisch gebied worden opgericht en omgekeerd kerken niet in gebied dat erkend islamitisch is. Op dit moment beschouwt volgens onderzoek 30% van de bevolking van de Russische Federatie zich als islamitisch. In Nederland is dat iets minder dan 5%.

Een tweede bericht gaat over de positie van Tsjetsjenië binnen de Russische Federatie. Het is de islamitische, autonome deelrepubliek in de Kaukasus waar Ramzan Kadyrov de baas is en zich onder de patronage van president Putin kan gedragen als alleenheerser. Op de video paraderen troepen van Kadyrov. Het is bedoeld als vertoon van kracht en afschrikking. Tsjetsjenië heeft sinds 1994 twee oorlogen gekend die resulteerden in de onafhankelijkheid van de republiek. Goble meent dat in het Kremlin een derde Tsjetsjeense oorlog in de maak is. Daar zijn drie redenen voor: Putin heeft als ‘imperiale drug’ een ‘goede kleine oorlog’ nodig om zijn image op te poetsen. In maart 2018 zijn er presidentsverkiezingen. Het Kremlin verwacht geen bezwaar van het Westen tegen die oorlog gezien de slechte mensenrechtenpositie van Kadyrov. En de uitzonderingspositie van Kadyrov binnen de Federatie wordt onhoudbaar. Het gezag van het Kremlin moet er hersteld worden.

De demografische en economische positie van de Russische Federatie is verslechterd. Door de bezetting van de Krim in 2014 is de veelvolkerenstaat internationaal geïsoleerd geraakt. Inzakkende olie- en gasprijzen hebben tot een afnemend staatsbudget, sociale onrust en een recessie geleid. De bevolking van de Russische Federatie daalt gestaag. De Federatie verstedelijkt in hoog tempo. Deze gegevens zijn slechte uitgangspunten voor een oorlog, maar wel de logische indicatoren ervoor. Imperiale drug als afleiding, een oud recept uit de timmerdoos van leiders in nood. Komt er echt ruim voor de presidentsverkiezingen van maart 2018 een Derde Tsjetsjeense oorlog? Het is niet denkbeeldig. Als 1 + 1 = 3, zullen we maar zeggen. Dankzij de X-factor.

Aanval op Jesse Klaver. DENK haalt het slechtste in Farid Azarkan naar boven. En Azarkan haalt het slechtste in DENK naar boven

with 2 comments

Het valt nauwelijks te geloven dat bovenstaande tweet van het Tweede Kamerlid van DENK Farid Azarkan echt is. Het kan immers een provocatie zijn van een politieke tegenstander. DENK voert een agressieve campagne op sociale media en kan daarom een koekje van eigen deeg verwachten. Maar het lijkt er er sterk op dat Azarkans tweet echt is. En dat is onvoorstelbaar. Het diskwalificeert hem als mens, denker en politicus samen met de partij die hij vertegenwoordigt. Azarkan probeert twijfel te zaaien over Jesse Klavers oprechtheid.

Kamerlid Azarkan houdt de religie niet buiten de politiek, zoals christelijke politici van SGP, CU en CDA doen, maar trekt religie juist bewust de politiek in. Niet dat deze hun standpunten die op hun christelijke beginselen zijn gebaseerd niet naar voren brengen, maar ze beroepen zich in het gesprek met andersdenkenden niet onnodig op hun religieuze beginselen en terminologie. Nederlandse christelijke partijen hebben door jarenlange praktijkervaring geleerd hoe ze zich in de praktische politiek het meest effectief kunnen gedragen. Ze schakelen in het gesprek met de tegenstander naar een niveau waar godsdienst geen referentie is. Dat alles heeft Farid Azarkan niet geleerd. Hij introduceert de religie bewust in de politiek en gaat er met gestrekt been in. Met de fijnzinnigheid van een loden deur. Azarkan gaat zelfs nog een stap verder en reduceert de leider van Groen Links tot een Marokkaanse Nederlander die tijdens de Ramadan onderhandelt. Dit terwijl Klavers identiteit heel anders luidt. De leider van GroenLinks heeft weliswaar een Marokkaans vader die hem op jonge leeftijd in de steek gelaten heeft, maar komt uit een katholiek nest in Roosendaal. Klaver is belijdend christen.

Azarkan maakt zichzelf ongeloofwaardig. Azarkan benadert Klaver eendimensionaal door hem te reduceren tot een Marokkaanse Nederlander die zich iets gelegen zou moeten laten liggen aan de Ramadan. Maar dit is een vastenmaand die uitsluitend geldt voor moslims waarvan moeilijk in te zien valt waarom anderen zich erdoor zouden moeten laten beperken. Buiten of in de onderhandelingen. Azarkan maakt stemming. Azarkan sluit Klaver op in een islamitische of Marokkaanse identiteit, terwijl Klaver veel pluriformer is en gewoon een meervoudige identiteit heeft. Zoals overigens alle Nederlanders. Azarkan en DENK willen om electorale redenen etnische Nederlanders opsluiten in hun etnische of religieuze identiteit om zo hun stem te claimen. Onder de belofte dat DENK ze vervolgens zal bevrijden. Dat is de cirkelredenering als groeimodel van DENK.

Arzarkan valt bij gebrek aan argumenten zijn tegenstander persoonlijk aan. Azarkan is het slachtoffer van zijn eigen politieke marketing. Azarkan misbruikt religie en etniciteit voor de politiek van DENK. Azarkan wacht emancipatie. Azarkan is er een voorbeeld van hoe partijpolitiek het slechtste in de mens naar boven haalt.

Foto 1: Tweet van Farid Azarkan, 13 juni 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van informatie bij Twitter-account van Farid Azarkan op 13 juni 2017.

Homo’s mishandeld door Marokkaanse-Nederlanders. Omroep Gelderland noemt achtergrond daders niet. Waarom niet?

with 11 comments

Je ziet het voor je, de baas van de regionale omroep Omroep Gelderland zit met de handen in het haar. Wat te doen? Zich politiek correct opstellen of zwichten voor wat als rechts-populisme wordt gezien? Moet het   gewoon nauwkeurig verslag doen van de feiten of gevoelige feiten achterwege laten? Omroep Gelderland kiest voor dat laatste. Het verzwijgt de etnische achtergrond van de daders. Is dat de juiste journalistieke houding?

In Arnhem werden zaterdagavond de twee homoseksuele jongens Jasper en Ronnie belaagd door een groep Marokkaanse-Nederlanders. Bij Ronnie zijn alle voortanden eruit geslagen met een betonschaar. Jasper noemt het ‘een hate-crime richting homo’s‘. Jasper doet er op FB verslag van en benoemt de achtergrond van de daders: ‘dus belaagd werden door een groep Marokannen met een leeftijd tussen de 14 en 18 jaar.’ Deze mishandeling is voor een regionale omroep zwaarwegend en aangrijpend genoeg om er serieus aandacht aan te besteden. Maar opvallend ontbreekt in het item een verwijzing naar de etnische achtergrond van de daders.

Dat is journalistiek niet altijd van belang, maar in dit geval wel. Daarom had het vermeld moeten worden. Want Marokkaanse-Nederlandse jongeren zijn vaker opvallend agressief jegens homoseksuelen. Het is een feit dat het vermelden waard is omdat het meer duidelijkheid geeft over de achtergrond van de mishandeling.

De mishandeling van Jasper en Ronnie staat niet op zichzelf als een geïsoleerd incident, maar past in een patroon. Het verslag van Omroep Gelderland geeft echter geen details over de daders. Zo mist deze omroep de kans om volledig te zijn en de kijkers optimaal te informeren. Is dat nou lafheid of koudwatervrees?

Een verslag van het Piet Zwart Instituut met misverstanden: ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’

with 9 comments

Allerlei begrippen duikelen in een verslag van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam over elkaar heen en worden vermengd. Het betreft het tijdens een symposium gepresenteerde project ‘The Art of Looking’. Maar onderdrukking is nog geen racisme, evenmin als culturele hegemonie onderdrukking is. Dat is jammer want het onderwerp van de suprematie van de leidende culturele groep binnen een samenleving en de doorwerking daarvan in de kunstsector is belangwekkend genoeg om het op academies hoog op de agenda te zetten. Dan echter wel met fijnzinnigheid en zonder makkelijke oordelen. Liever vanuit de bewustwording van studenten, dan vanuit een politieke strijd die vanuit Amerikaanse universiteiten naar Nederland wordt geëxporteerd om aan de Noordzee dunnetjes over te worden gedaan. Ter rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat een academie geen universiteit met wetenschappelijke pretentie is. Dat is de valkuil om gemakzuchtig in te vallen.

De kwestie Dana Schutz en de Whitney Biennial is er een duidelijk voorbeeld hoe politieke correctheid de Amerikaanse kunstwereld in haar greep kan krijgen. Daar kunnen Nederlandse kunstacademies beter niet in meegaan, hoewel het risico bestaat dat dat onder leiding van buitenlandse (gast)docenten met een niet perfect beeld van de Nederlandse samenleving toch gebeurt. Nederland is echter geen VS, en het verschil in positie van Amerikaanse etnische minderheden is onvergelijkbaar met die van Nederlandse etnische minderheden.

Het verslag verwijst naar premier Mark Rutte en zijn brief over hufterigheid van 22 januari 2017 die stelt dat gewone Nederlanders geen racisten zijn. Erin zei hij: ‘We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat.’ De brief kreeg kritiek, ook op dit blog, maar erin zegt Rutte niet dat gewone Nederlanders geen racisten kunnen zijn. Hij wijst de beschuldiging van de hand dat ze racisten genoemd worden omdat ze voor zichzelf opkomen.

Het verslag eindigt als volgt: ‘Wie is normaal? Mensen zijn verschillend, er bestaat geen normaal. Ook niet in art making.’ Het is te makkelijk om te zeggen dat er in de politiek geen normaal bestaat. Want het gaat niet over psychologisering van individuen, maar over individuen die met elkaar de samenleving vormen en politiek bedrijven. Het jaar van de Brexit, de verkiezing van Trump, beschuldigingen van de Turkse president Erdogan aan Europa, en de Russische inmenging in verkiezingen in de VS en Europa heeft de ‘normale’ politiek behoorlijk door elkaar geschud. Dat speelt zich niet af op het niveau van verschil in beleid tussen politieke partijen, maar op een filosofisch niveau dat waarheid, objectieve journalistiek en feiten ter discussie stelt.

Het normaal is in de opvatting van Rutte en andere westerse politici niet het verkiezen van liberalisme boven conservatisme, socialisme of andere politieke stromingen, maar de keuze voor de zogenaamde liberale democratie waarin politieke partijen hun machtsstrijd uitvechten zonder dat het politieke systeem zelf te discussie wordt gesteld. Omdat Rutte dit in de gewraakte brief halfslachtig toelichtte wachtte hem de terechte kritiek dat hij te weinig afstand nam van het populisme. Rutte’s fout was niet dat hij namens de VVD een verkeerd standpunt innam, maar vanuit opportunisme niet voldoende afgrensde wat hij principieel afwees.

Foto: Deel van verslag ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’ van Jos van Nierop, 30 maart 2017.

Over censuur, toe-eigening en witte suprematie. Demonstranten eisen verwijdering werk Dana Schutz van Whitney Biennial

with one comment

Politieke correctheid op de Whitney Biennial in New York. Volgens een bericht van Hyperallergic eisen demonstranten de verwijdering van het schilderij Open Casket (2016) van Dana Schutz. Sommigen eisen zelfs de vernietiging ervan. Waarom? Volgens Parker Bright en Pastiche Lumumba is het een witte kunstenaar niet ‘toegestaan’ om het beeld van een als gevolg van een raciaal geïnspireerde misdaad vermoorde zwarte man te gebruiken en te exploiteren: ‘a white artist should not be permitted to use and profit from the image of a black man killed in a racially motivated crime.’ Het gaat om Emmett Till die in 1956 werd vermoord.

Schutz zegt het protest te billijken en het gesprek aan te willen gaan, maar censuur of vernietiging van een werk af te wijzen De kern van de kritiek gaat over witte suprematie met als uiterste consequentie dat blanken niet mogen raken aan onderwerpen die andere etnische groepen zich toegeëigend hebben. Waarom dat moet uitlopen in een oproep tot censuur of vernietiging van een kunstwerk valt moeilijk te begrijpen. Het geeft de machteloosheid en grijpen naar grove middelen van de demonstranten aan. Waarom slaan ze het debat over? De rede voorbij. Het is de vraag of de nagedachtenis van de in 1961 vermoorde Kongolese premier Patrice Lumumba gediend is met de actie van Pastiche Lumumba. Ten koste van wat bespot en handelt Pastiche?

(NB: De kwestie Dana Schutz komt niet in de PBS-video voor).

Foto: ‘Dana Schutz’s “Open Casket” (2016) (photo by Benjamin Sutton for Hyperallergic)

Wat zegt het over de emancipatie van Marokkaanse- en Turkse Nederlanders dat godsdienstvrijheid rol speelt bij partijkeuze?

leave a comment »

Het rapportTurkse en Marokkaanse Nederlanders over de komende verkiezingen’ werd in opdracht van de NOS door IPSOS met het Opiniehuis opgesteld. Het gaat om het politieke gedrag van Turkse- en Marokkaanse Nederlanders. Een conclusie luidt: ‘Marokkaanse Nederlanders voelen zich dan ook vaker Nederlander dan Turkse Nederlanders. Desalniettemin zijn godsdienstvrijheid, verdeeldheid in de samenleving en discriminatie van bevolkingsgroepen juist voor Marokkaanse Nederlanders belangrijke thema’s voor hun partijvoorkeur.’

Wat het rapport onder godsdienstvrijheid verstaat wordt niet duidelijk gemaakt. Dat is een gemis omdat het een thema is dat op vele manieren kan worden opgevat. Dit maakt de strekking van het rapport diffuus. Wordt door de respondenten met de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging verstaan het uit vrije wil of dwang kiezen van een godsdienst of levensovertuiging? Wordt er het in alle vrijheid en zonder sociale dwang of geweld het uit uit een godsdienst of levensovertuiging kunnen treden onder verstaan? Wordt er het in het openbaar het laten zien van de eigen godsdienstige overtuiging onder verstaan? En wordt dat alles uitsluitend begrepen voor de eigen etnische groep, de eigen geloofsgemeenschap  of de hele bevolking van Nederland? Het onderzoek legt ook vast dat 9 van de 10 Turkse- en Marokkaanse Nederlanders zich tot de islam rekenen.

Alle politieke partijen die meedoen aan de Tweede Kamer verkiezingen onderschrijven zonder uitzondering de Nederlandse grondwet inclusief artikel 6, de vrijheid van godsdienst. Het is weliswaar politieke realiteit dat Geert Wilders van de PVV ageert tegen de islam -zonder daarbij overigens buiten de wet te gaan- maar hij heeft geen macht of instrumenten om de vrijheid van godsdienst in te perken. In Nederland heeft geen enkele partij die macht of ziet het ernaar uit dat een partij in de nabije toekomst de macht krijgt om eenzijdig de grondwet aan te passen. De godsdienstvrijheid zou de respondenten in hun partijkeuze sturen. Maar alle partijen onderschrijven volmondig de grondwet en de vrijheid van godsdienst. Onderscheidend is dit niet.

De rol die de godsdienstvrijheid voor de partijkeuze bij de Turkse- en Marokkaanse Nederlanders speelt lijkt iets anders te zeggen dan het belang dat ze er zelf aan hechten. Namelijk dat deze twee groepen niet precies begrijpen wat de Nederlandse partijpolitiek inhoudt en ze evenmin doorhebben hoe hecht de democratische instituties, grondwet en rechtsstaat verankerd zijn in de Nederlandse samenleving. Dit leidt tot de conclusie over de emancipatie van beide groepen. Ze achten het blijkbaar nodig hun focus op de islam te vertalen in hun partijkeuze met voorbijgaan aan alle waarborgen die de Nederlandse rechtsstaat aan allen biedt.

Foto: Schermafbeelding van diagram ‘Top 5 thema’s die een rol spelen bij partijkeuze’ uit rapportTurkse en Marokkaanse Nederlanders over de komende verkiezingen’ van IPSOS.