George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Etniciteit

Het gbb-model kan helpen om te bepalen of iemand Nederlander is: geboorte, belasting, bijdrage. Het gaat niet om kleur of etniciteit

with one comment

Laten we kort en duidelijk zijn. Er zijn slechts drie factoren belangrijk om te bepalen of iemand Nederlands is: 1) geboren zijn in Nederland; 2) belasting betalend in Nederland en 3) bijdragend aan de Nederlandse samenleving. The Guardian verwijst naar een vervolg van het This Sceptred Isle onderzoek uit 2012 naar identiteit, insluiting en immigratie dat uitwijst dat 70% van de Engelse bevolking deze uitgangspunten voor eigen land hanteert. Het onderzoek zelf is op dit moment nog niet via internet op te roepen en na te lezen, zodat een slag om de arm over de uitkomsten geboden blijft. Zo is het onduidelijk bij aspect 3 in hoeverre ‘contributing’ moet worden opgevat als ‘meebetalend’. Dit model is een stap in de richting van een modern Nederland dat het spreekwoordelijke Nederlandse egalitarisme corrigeert en uitbreidt naar de hele bevolking.

Uit deze drieslag valt ondanks alle historische en demografische verschillen tussen het VK en Nederland van alles af te leiden voor een afvinklijst die kan bepalen of iemand een Nederlander genoemd kan worden. En aanspraak kan maken op de rechten die daarbij horen. Te denken valt aan de volgende aspecten: iemands huidskleur, etniciteit, levensovertuiging of godsdienst is niet van belang; het belang van godsdienst en etniciteit wordt door de samenleving minder belangrijk geacht dan door de politici die bij herhaling de verschillen benadrukken (deze constatering is in lijn met het recente SCP-onderzoekDenkend aan Nederland’); geboren Nederlanders die via juridisch-fiscale routes belasting ontwijken (vermogenden, medewerkers van Nederlandse dependances van internationale bedrijven) kunnen niet langer als Nederlander worden beschouwd; in Nederland woonachtige burgers die zich niet constructief opstellen, maar het bestaan van Nederland ontkennen of verregaand relativeren kunnen geen aanspraak maken op het Nederlanderschap.

Dit gbb-model dat uitgaat van drie factoren geboorte, belasting en bijdrage biedt vele voordelen. Het kan het kaf van het koren scheiden binnen migratiegemeenschappen. Het kan de leden ervan helpen zich te bevrijden uit de sociale dwang van etniciteit, godsdienst en culturele tradities. Het kan goedwillenden insluiten en kwaadwillenden uitsluiten. Het ruimt oneigenlijke en oneerlijke maatschappelijke barrières op, maar pakt vervolgens voorrechten af van degenen die zich misdragen. Dat kunnen belastingontwijkende miljonairs zijn, criminelen of de spreekwoordelijke allochtone etterjochies die zich niet met Nederland verbonden voelen. Deze invalshoek gaat uit van een meritocratisch model waarin verdiensten ertoe doen, en niet de afkomst. Op dat aspect van de geboorte na dat een bodem van continuïteit en verhechting legt onder dit model.

Omdat er geen onderzoek naar gedaan is, is het onduidelijk welk deel van de Nederlandse bevolking dit gbb-model steunt. Het zal naar verwachting niet sterk afwijken van de Engelse cijfers van meer dan 70% acceptatie. Interessant is om te beredeneren hoe de zwakke regionale verbondenheid van Nederlanders, zoals bleek uit het SCP-onderzoek ‘Denkend aan Nederland’, van invloed is op de acceptatie van het gbb-model. Met wat nattevingerwerk lijkt het erop dat dit de acceptatie zal vergroten. Zo resteert mogelijk een acceptatie van 75-80%. We moeten oppassen om dat direct te vertalen naar de steun voor rechts-, en links-radicale partijen omdat zoals gezegd de bevolking meer eensgezind is dan politici het voorstellen. Voor de duidelijkheid: alle politici, ook die van de middenpartijen. De steun bij de laatste twee verkiezingen voor Provincie en EU voor de radicale partijen SP, FvD en PVV was gemiddeld 22,5% en dat past evenwel perfect binnen deze bandbreedte.

Foto 1: ‘Benno Tempel, Remy Jungerman en Iris Kensmil voor het Nederlands paviljoen (foto Gerrit Schreurs)’. [Kensmil en Jungerman zijn beeldende kunstenaars van de Nederlandse inzending aan de Biënnale van Venetië 2019; Tempel is de curator].

Foto 2: ‘Liza van der Most (C) of the Netherlands celebrates victory with team mates during the UEFA Women’s Euro 2017 Quarter Final match between Netherlands and Sweden at Stadion De Vijverberg on July 29, 2017 in Doetinchem, Netherlands.

Advertenties

Omroep West: ‘Wethouder Baldewsingh: ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’’. Een lesje in communicatie van de PvdA

with 3 comments

De vertrekkende PvdA-wethouder in Den Haag Rabin Baldewsingh wordt door PvdA-bashers met leedvermaak de laatste PvdA-wethouder in een van de vier grote steden genoemd. De PvdA is haar oude positie in de grote steden verloren en de verwachting is niet dat de PvdA bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart het verloren terrein terugwint. Verder verlies voor de sociaal-democraten ligt eerder in het verschiet.

Op het YouTube-kanaal geeft Omroep West deze video de volgende titel mee: ‘Wethouder Baldewsingh: ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’. Dat zegt hij niet letterlijk in het gesprek, maar wel iets wat er op lijkt: ‘De Nederlanders moeten nou eindelijk eens een keer wennen dat die stad ook inmiddels van hun is’. Hiermee doelt hij op mensen met een hoofddoek of met een lange jurk waar de interviewster naar verwijst.

Baldewsingh bedoelt het ongetwijfeld goed, maar weet niet de juiste woorden te vinden om dat uit te drukken. Hij mist de nuancering. Want onbedoeld is zijn uitspraak ‘Den Haag is niet meer alleen van Nederlanders’ niet verbindend, maar het omgekeerde daarvan. Hoewel hij waarschijnlijk het tegendeel tracht te beweren, zegt hij dat mensen met een hoofddoek of een lange jurk geen Nederlanders zijn. Dat komt precies op hetzelfde neer als wat Geert Wilders beweert. Baldewsingh had uiteraard moeten zeggen dat hij mensen met een hoofddoek of een lange jurk als volbloed Nederlanders beschouwt. Wat ze meestal volgens hun paspoort zijn.

Dat de vermoedelijk laatste PvdA-wethouder van een van de vier grote steden deze nuancering mist is een teken aan de wand. Voor de PvdA, voor Nederland en voor het wij/zij-denken in het hoofd van Baldewsingh.

Vaak wordt door bestuurders die in problemen komen het containerbegrip ‘communicatie’ van stal gehaald en als pleister op misverstanden en verkeerd beleid geplakt. De strekking is dan als ze het nog een keer uitleggen de mensen het vanzelf gaan begrijpen. Dit is een hooghartige houding waarmee bestuurders de burgers de mogelijkheid ontzeggen het er op inhoudelijke gronden mee oneens te zijn. Bij Baldewsingh is het omgekeerde aan de hand. Burgers moeten hem uitleggen wat goede communicatie is. De wethouder roept misverstanden in het leven die er niet zijn. Hoewel hij mogelijk ook inhoudelijk de boel niet op orde heeft.

Waarom is Rutte III zo onredelijk op fiscaal gebied en vrijt het de bedrijven op?

with one comment

Ik ben een man. Het interesseert me best hoeveel vrouwen er in het kabinet Rutte III zitten. Dat zijn er met 6 van de 17 ministers te weinig. Vooral de VVD laat het ernstig afweten. Maar op andere terreinen als diversiteit is het kabinet nog minder representatief. Daarover wordt in de media nauwelijks gesproken. Het risico bestaat dat het debat over die man-vrouw verdeling een afleiding wordt. Een gezellig kletspraatje waar niemand zich een buil aan kan vallen. Ergerlijker is de rechtse koers die dit kabinet op sociaal-economisch en fiscaal gebied inslaat. Niet alleen wordt een tendens niet gestopt, maar zelfs nog versterkt. Onbegrijpelijk. Bedrijven dragen niet alleen steeds minder bij aan de totale belastinginkomsten, maar door belastingverlaging wordt dat nog minder dan het al is. Bedrijven krijgen een gratis ritje en de BTW op onder meer groente, fruit en water wordt verhoogd van 6 naar 9%. Linkse partijen zetten daar hun retoriek tegenover. Een redelijke middenkoers wordt nu door geen enkele politieke partij meer ingenomen. En dat baart me meer zorgen dan het aantal vrouwen.

Reactie aan De Grauwe Eeuw over actie naamsverandering Witte de With

with 3 comments

Reactie op FB-pagina van Witte de With Center for Contemporary Art in antwoord op De Grauwe Eeuw, 9 september 2017:

Ik leef niet in het verleden, maar in het heden. Degenen die steeds eenduidig verwijzen naar de oudhollandse held Witte de With, maar de betekenissen die er in de moderne tijd zijn opgelegd vergeten, leven in het verleden. Waar op zich helemaal niets mis mee is. Jullie actiegroep grijpt ook terug op het verleden. In jullie naam en in jullie acties. Bijvoorbeeld als jullie een standbeeld van Coen in Hoorn met verf bekladden.

Laten we niet te simpel reageren. Het gaat om de methode. Ons de juiste aanpak. Welk probleem los je op met een naamsverandering van een breed internationaal opererend instituut dat naar een straat genoemd is die die naam sinds 1871 heeft? En heeft de naamsverandering van dit kunstencentrum de hoogste prioriteit? Dat laatste betwijfel ik zeer.

Daarbij komt dat de roep om een naamsverandering een nieuwe dynamiek van tegenkrachten creëert. Hoe simpel die tegenkrachten ook redeneren, het is wel iets waar de Raad van Toezicht en bestuur van WdW rekening mee hebben te houden. Ze opereren niet in een politiek vacuüm. Raad en bestuur hebben een grotere verantwoordelijkheid dan de kern van activisten die verwijst naar de ongewenstheid van de naam Witte de With. Raad en bestuur zijn ingehuurd om het belang van het instituut te dienen, niet om politiek te bedrijven. Ze moeten zich niet op laten jagen door wie of wat dan ook, maar eigenstandig het belang van het instituut dienen. Bijvoorbeeld in de overweging dat een naam die sinds 1990 nationaal en internationaal is gevestigd publicitaire waarde heeft.

De keuze van de activisten om zich te richten op de naamsverandering van kunstencentrum Witte de With is om twee redenen ongelukkig. Het is altijd die zwakke kunstensector die onder druk wordt gezet. Halbe Zijlstra deed het in 2011 en activisten doen het nu. Men zou wensen dat activisten of overheid eens sterke tegenstanders als de multinationals, de krijgsmacht, het professionele voetbal of het koninklijk huis aanvallen. En niet de kunst die het al zo moeilijk heeft. Zelfs als het positief is bedoeld wordt de kunst hiermee toch extra belast. Daarnaast is voor vele inwoners van Rotterdam of Nederland een internationaal opererend kunstencentrum met hedendaagse kunst een ver van hun bed show waarmee ze zich slecht kunnen identificeren. Anders gezegd, de voorbeeldfunctie van een maatschappelijk debat over racisme slaat grotendeels dood als de meerderheid van de bevolking niet weet waarover het precies gaat en hoe dat instituut reilt en zeilt.

Natuurlijk bestaan racisme en neo-kolonialisme. Nog steeds. Die moeten binnen de wet en de rechtsstaat bestreden worden. Liefst met goede voorlichtingscampagnes van de overheid en onderwijsprogramma’s. In die bestrijding mag van mij wel een tandje bijgezet worden. Want het is een ernstig probleem.

Of racisme uit slavernij voortkomt lijkt me trouwens een onderwerp voor debat. Waarschijnlijk is het omgekeerd. Slavernij is historisch ook meer dan witte suprematie over zwarte mensen. Slavernij is ook suprematie van zwarte mensen over zwarte mensen, of van Arabieren over andere volkeren. En wat te zeggen over de nog steeds bestaande slavernij in Oost-Aziatische landen waar mensen onderhorig worden gehouden, praktisch in gevangenschap? Dat is slavernij die niet in het verleden leeft, maar nu bestaat. Witte de With leeft nog steeds, maar alleen niet in Nederland.

Zou het niet mooi zijn als het kunstencentrum Witte de With voor hedendaagse kunst zich bezighoudt met hedendaagse slavernij? De middelen zijn echter beperkt. Daarom is het logisch om in de bestrijding van neo-kolonialisme, racisme of slavernij prioriteiten te stellen. Ook trouwens in de programmering van tentoonstellingen waarin altijd keuzes moeten worden gemaakt. Zodat wat het ergst en het meest bedreigend is het eerst aangepakt kan worden. Van een Nederlandse vlootvoogd Witte de With die in 2017 uitvaart gaat geen directe dreiging meer uit. Maar van racisten in Charlottesville, West-Birma of Oost-Duitsland wel.

Samenvattend: Het is goed dat de discussie over hedendaags racisme, neo-kolonialisme of slavernij wordt gevoerd. Het is een wisselwerking tussen verleden en het nu. De bewustwording over dit onderwerp dient vergroot te worden. Maar dat debat vraagt om zorgvuldigheid en de effecten ervan moeten de hele bevolking meenemen. De keuze om dat via de beeldende kunst te realiseren is ongelukkig wegens de kwetsbaarheid van die sector en de uitstraling ervan op een breed publiek. De verbreding van het debat is de uitdaging. De valkuil is dat het tegenkrachten oproept die zich verzetten zodat het onderwerp onnodig gepolitiseerd wordt. Een radicale opstelling kan zinvol zijn om een debat te agenderen, maar het is stukken lastiger om vervolgens een meerderheid van de bevolking mee te krijgen. En daar is het ons toch allen om te doen.

Foto: Witte de Withstraat Rotterdam, 1933

Raad van Toezicht van het Rotterdamse kunstencentrum Witte de With wacht een wijs en evenwichtig besluit over de naamgeving

with 13 comments

De rol van de geschiedenis is een onderwerp waar iedereen een mening over heeft. En waar radicaal-links en radicaal-rechts zich heerlijk mee kunnen profileren. Ten koste van elkaar, en van de middengroep. Het is grote politiek die kleine politiek nadert. Dat vraagt van bestuurders om terughoudendheid, afstandelijkheid en bezinning als vanaf de flanken de verbale bommen over en weer over hun vergadertafel vliegen. Ze moeten het hoofd koel houden en zich niet op laten jutten door belangengroepen met een gespierde overtuiging.

De Raad van Toezicht van ‘Witte de With Center for Contemporary Art’ in Rotterdam heeft naar eigen zeggeneen onderzoek in gang gezet naar de naam van het instituut’. Het geeft gemengde signalen af of er al beslist is of de naam verdwijnt of dat nu uitsluitend geïnventariseerd wordt of dit wenselijk is. Zoals het een kunstencentrum betaamt maakt het van de nood een deugd en thematiseert het zichzelf in de tentoonstellingWitte de With; What’s in a name? die opent op 8 september. In het spiegelpaleis van de creatieve klasse.

Nuancering is dat de naam van kunstencentrum Witte de With niet direct verwijst naar de historische figuur  ‘dubbelwit’ die van 1599 tot 1658 leefde, maar naar de straat waar het instituut aan is gelegen. Uiteraard gaat een zelfstandige organisatie over de eigen naamgeving. Bedrijven of semi-overheidsinstellingen wisselen voortdurend van naam, vaak pseudo-Griekse namen die een traditie moeten suggereren die ontbreekt. Zoals de uitgevonden traditie van de volkscultuur, bijvoorbeeld de in de 19de eeuw ontstane Sinterklaas-viering.

De naamsverandering van de V.P.R.O. in VPRO geeft een passend voorbeeld hoe de Raad van Toezicht de recente geschiedenis van het kunstencentrum in een nieuwe naam kan laten terugkomen zonder daar onnodig veel afstand van te nemen. De VPRO sneed de band met de verwijzing naar het vrijzinnig-protestantisme door omdat dat gedachtegoed binnen de V.P.R.O. zo goed als verdwenen was. Een geabstraheerde naam als ‘WdW Institute for Contemporary Art‘ is dan een optie. Of  het cynische ‘DoubleWhite Center for Contemporary Art’.

In elk geval moet de Raad van Toezicht van kunstencentrum Witte de With het beeld vermijden dat het zich door belangengroepen op laat jagen en niet meer autonoom beslist. Of zich zelfs op laat zadelen met schuld. Want als de ene ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (kolonialisme, Nederlands imperialisme) wordt vervangen door een andere ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (anti-kolonialisme, anti anti-racisme) dan is dat geen winst. Een valkuil voor de Raad is de radicalisering die zegt dat er geen normaal bestaat. Maar onderdrukking of een historische werkelijkheid is geen racisme of een situatie die gecorrigeerd of weggepoetst kan worden. De Raad moet een middenweg van normaliteit bewandelen waarin het toelicht wat verkeerd was met de uitleg dat dat een historische werkelijkheid is die niet veranderd kan worden. Tussen radicaal-rechts die alles bij het oude wil laten en radicaal-links die alles wat het niet bevalt wil veranderen.

Schermafbeelding van FB-pagina van Witte de With met eigen reactie, 7 september 2017.

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Is er in de Russische Federatie een Derde Tsjetsjeense oorlog in de maak?

with 10 comments

Doorgaans is 1 + 1 = 2. Maar niet altijd. Neem nou twee berichten op het blogWindows on Eurasia’ van Paul Goble. Het maakt Russischtalige berichten uit de Russische Federatie en de landen van de voormalige Sovjet-Unie bereikbaar voor een Engelstalig publiek. Het eerste bericht gaat in op de ideeën van de Russische nationalist Andrei Sosjenko die de islamisering wil stoppen door de Russische Federatie te contingenteren naar religie. Dat zou inhouden dat moskeeën niet meer in etnisch Russisch gebied worden opgericht en omgekeerd kerken niet in gebied dat erkend islamitisch is. Op dit moment beschouwt volgens onderzoek 30% van de bevolking van de Russische Federatie zich als islamitisch. In Nederland is dat iets minder dan 5%.

Een tweede bericht gaat over de positie van Tsjetsjenië binnen de Russische Federatie. Het is de islamitische, autonome deelrepubliek in de Kaukasus waar Ramzan Kadyrov de baas is en zich onder de patronage van president Putin kan gedragen als alleenheerser. Op de video paraderen troepen van Kadyrov. Het is bedoeld als vertoon van kracht en afschrikking. Tsjetsjenië heeft sinds 1994 twee oorlogen gekend die resulteerden in de onafhankelijkheid van de republiek. Goble meent dat in het Kremlin een derde Tsjetsjeense oorlog in de maak is. Daar zijn drie redenen voor: Putin heeft als ‘imperiale drug’ een ‘goede kleine oorlog’ nodig om zijn image op te poetsen. In maart 2018 zijn er presidentsverkiezingen. Het Kremlin verwacht geen bezwaar van het Westen tegen die oorlog gezien de slechte mensenrechtenpositie van Kadyrov. En de uitzonderingspositie van Kadyrov binnen de Federatie wordt onhoudbaar. Het gezag van het Kremlin moet er hersteld worden.

De demografische en economische positie van de Russische Federatie is verslechterd. Door de bezetting van de Krim in 2014 is de veelvolkerenstaat internationaal geïsoleerd geraakt. Inzakkende olie- en gasprijzen hebben tot een afnemend staatsbudget, sociale onrust en een recessie geleid. De bevolking van de Russische Federatie daalt gestaag. De Federatie verstedelijkt in hoog tempo. Deze gegevens zijn slechte uitgangspunten voor een oorlog, maar wel de logische indicatoren ervoor. Imperiale drug als afleiding, een oud recept uit de timmerdoos van leiders in nood. Komt er echt ruim voor de presidentsverkiezingen van maart 2018 een Derde Tsjetsjeense oorlog? Het is niet denkbeeldig. Als 1 + 1 = 3, zullen we maar zeggen. Dankzij de X-factor.