George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Etniciteit

Reactie aan De Grauwe Eeuw over actie naamsverandering Witte de With

with 3 comments

Reactie op FB-pagina van Witte de With Center for Contemporary Art in antwoord op De Grauwe Eeuw, 9 september 2017:

Ik leef niet in het verleden, maar in het heden. Degenen die steeds eenduidig verwijzen naar de oudhollandse held Witte de With, maar de betekenissen die er in de moderne tijd zijn opgelegd vergeten, leven in het verleden. Waar op zich helemaal niets mis mee is. Jullie actiegroep grijpt ook terug op het verleden. In jullie naam en in jullie acties. Bijvoorbeeld als jullie een standbeeld van Coen in Hoorn met verf bekladden.

Laten we niet te simpel reageren. Het gaat om de methode. Ons de juiste aanpak. Welk probleem los je op met een naamsverandering van een breed internationaal opererend instituut dat naar een straat genoemd is die die naam sinds 1871 heeft? En heeft de naamsverandering van dit kunstencentrum de hoogste prioriteit? Dat laatste betwijfel ik zeer.

Daarbij komt dat de roep om een naamsverandering een nieuwe dynamiek van tegenkrachten creëert. Hoe simpel die tegenkrachten ook redeneren, het is wel iets waar de Raad van Toezicht en bestuur van WdW rekening mee hebben te houden. Ze opereren niet in een politiek vacuüm. Raad en bestuur hebben een grotere verantwoordelijkheid dan de kern van activisten die verwijst naar de ongewenstheid van de naam Witte de With. Raad en bestuur zijn ingehuurd om het belang van het instituut te dienen, niet om politiek te bedrijven. Ze moeten zich niet op laten jagen door wie of wat dan ook, maar eigenstandig het belang van het instituut dienen. Bijvoorbeeld in de overweging dat een naam die sinds 1990 nationaal en internationaal is gevestigd publicitaire waarde heeft.

De keuze van de activisten om zich te richten op de naamsverandering van kunstencentrum Witte de With is om twee redenen ongelukkig. Het is altijd die zwakke kunstensector die onder druk wordt gezet. Halbe Zijlstra deed het in 2011 en activisten doen het nu. Men zou wensen dat activisten of overheid eens sterke tegenstanders als de multinationals, de krijgsmacht, het professionele voetbal of het koninklijk huis aanvallen. En niet de kunst die het al zo moeilijk heeft. Zelfs als het positief is bedoeld wordt de kunst hiermee toch extra belast. Daarnaast is voor vele inwoners van Rotterdam of Nederland een internationaal opererend kunstencentrum met hedendaagse kunst een ver van hun bed show waarmee ze zich slecht kunnen identificeren. Anders gezegd, de voorbeeldfunctie van een maatschappelijk debat over racisme slaat grotendeels dood als de meerderheid van de bevolking niet weet waarover het precies gaat en hoe dat instituut reilt en zeilt.

Natuurlijk bestaan racisme en neo-kolonialisme. Nog steeds. Die moeten binnen de wet en de rechtsstaat bestreden worden. Liefst met goede voorlichtingscampagnes van de overheid en onderwijsprogramma’s. In die bestrijding mag van mij wel een tandje bijgezet worden. Want het is een ernstig probleem.

Of racisme uit slavernij voortkomt lijkt me trouwens een onderwerp voor debat. Waarschijnlijk is het omgekeerd. Slavernij is historisch ook meer dan witte suprematie over zwarte mensen. Slavernij is ook suprematie van zwarte mensen over zwarte mensen, of van Arabieren over andere volkeren. En wat te zeggen over de nog steeds bestaande slavernij in Oost-Aziatische landen waar mensen onderhorig worden gehouden, praktisch in gevangenschap? Dat is slavernij die niet in het verleden leeft, maar nu bestaat. Witte de With leeft nog steeds, maar alleen niet in Nederland.

Zou het niet mooi zijn als het kunstencentrum Witte de With voor hedendaagse kunst zich bezighoudt met hedendaagse slavernij? De middelen zijn echter beperkt. Daarom is het logisch om in de bestrijding van neo-kolonialisme, racisme of slavernij prioriteiten te stellen. Ook trouwens in de programmering van tentoonstellingen waarin altijd keuzes moeten worden gemaakt. Zodat wat het ergst en het meest bedreigend is het eerst aangepakt kan worden. Van een Nederlandse vlootvoogd Witte de With die in 2017 uitvaart gaat geen directe dreiging meer uit. Maar van racisten in Charlottesville, West-Birma of Oost-Duitsland wel.

Samenvattend: Het is goed dat de discussie over hedendaags racisme, neo-kolonialisme of slavernij wordt gevoerd. Het is een wisselwerking tussen verleden en het nu. De bewustwording over dit onderwerp dient vergroot te worden. Maar dat debat vraagt om zorgvuldigheid en de effecten ervan moeten de hele bevolking meenemen. De keuze om dat via de beeldende kunst te realiseren is ongelukkig wegens de kwetsbaarheid van die sector en de uitstraling ervan op een breed publiek. De verbreding van het debat is de uitdaging. De valkuil is dat het tegenkrachten oproept die zich verzetten zodat het onderwerp onnodig gepolitiseerd wordt. Een radicale opstelling kan zinvol zijn om een debat te agenderen, maar het is stukken lastiger om vervolgens een meerderheid van de bevolking mee te krijgen. En daar is het ons toch allen om te doen.

Foto: Witte de Withstraat Rotterdam, 1933

Advertenties

Raad van Toezicht van het Rotterdamse kunstencentrum Witte de With wacht een wijs en evenwichtig besluit over de naamgeving

with 12 comments

De rol van de geschiedenis is een onderwerp waar iedereen een mening over heeft. En waar radicaal-links en radicaal-rechts zich heerlijk mee kunnen profileren. Ten koste van elkaar, en van de middengroep. Het is grote politiek die kleine politiek nadert. Dat vraagt van bestuurders om terughoudendheid, afstandelijkheid en bezinning als vanaf de flanken de verbale bommen over en weer over hun vergadertafel vliegen. Ze moeten het hoofd koel houden en zich niet op laten jutten door belangengroepen met een gespierde overtuiging.

De Raad van Toezicht van ‘Witte de With Center for Contemporary Art’ in Rotterdam heeft naar eigen zeggeneen onderzoek in gang gezet naar de naam van het instituut’. Het geeft gemengde signalen af of er al beslist is of de naam verdwijnt of dat nu uitsluitend geïnventariseerd wordt of dit wenselijk is. Zoals het een kunstencentrum betaamt maakt het van de nood een deugd en thematiseert het zichzelf in de tentoonstellingWitte de With; What’s in a name? die opent op 8 september. In het spiegelpaleis van de creatieve klasse.

Nuancering is dat de naam van kunstencentrum Witte de With niet direct verwijst naar de historische figuur  ‘dubbelwit’ die van 1599 tot 1658 leefde, maar naar de straat waar het instituut aan is gelegen. Uiteraard gaat een zelfstandige organisatie over de eigen naamgeving. Bedrijven of semi-overheidsinstellingen wisselen voortdurend van naam, vaak pseudo-Griekse namen die een traditie moeten suggereren die ontbreekt. Zoals de uitgevonden traditie van de volkscultuur, bijvoorbeeld de in de 19de eeuw ontstane Sinterklaas-viering.

De naamsverandering van de V.P.R.O. in VPRO geeft een passend voorbeeld hoe de Raad van Toezicht de recente geschiedenis van het kunstencentrum in een nieuwe naam kan laten terugkomen zonder daar onnodig veel afstand van te nemen. De VPRO sneed de band met de verwijzing naar het vrijzinnig-protestantisme door omdat dat gedachtegoed binnen de V.P.R.O. zo goed als verdwenen was. Een geabstraheerde naam als ‘WdW Institute for Contemporary Art‘ is dan een optie. Of  het cynische ‘DoubleWhite Center for Contemporary Art’.

In elk geval moet de Raad van Toezicht van kunstencentrum Witte de With het beeld vermijden dat het zich door belangengroepen op laat jagen en niet meer autonoom beslist. Of zich zelfs op laat zadelen met schuld. Want als de ene ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (kolonialisme, Nederlands imperialisme) wordt vervangen door een andere ongewenste naamgeving die volgt uit politisering (anti-kolonialisme, anti anti-racisme) dan is dat geen winst. Een valkuil voor de Raad is de radicalisering die zegt dat er geen normaal bestaat. Maar onderdrukking of een historische werkelijkheid is geen racisme of een situatie die gecorrigeerd of weggepoetst kan worden. De Raad moet een middenweg van normaliteit bewandelen waarin het toelicht wat verkeerd was met de uitleg dat dat een historische werkelijkheid is die niet veranderd kan worden. Tussen radicaal-rechts die alles bij het oude wil laten en radicaal-links die alles wat het niet bevalt wil veranderen.

Schermafbeelding van FB-pagina van Witte de With met eigen reactie, 7 september 2017.

Jan van de Beek bestrijdt standpunt Lubbers dat vluchtelingen een economisch belang voor Nederland hebben. Onderzoek gevraagd

with 2 comments

In de NRC is een polemiek ontstaan tussen oud-premier Ruud Lubbers en emeritus hoogleraar Paul van Seters en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam Jan van de Beek over het economisch belang van migratie voor Nederland. Lubbers plaatste samen met Van Seters een opinie-artikel op 7 augustus waarin zij niet alleen betoogden dat het volgens het Vluchtelingenverdrag van 1951 de plicht is voor een land om vluchtelingen op te nemen, maar ook dat het een noodzakelijk economisch belang voor Nederland is. In een reactie weerlegt Van de Beek stuk voor stuk de argumenten van Lubbers en Van Seters en zet vraagtekens bij hun motivatie.

Oud-ondernemer Lubbers krijgt van Van der Beek lik op stuk: ‘Gastarbeid heeft Nederland miljarden gekost. De gastarbeiders werden naar Nederland gehaald omdat de overheid destijds arbeidsmarktkrapte creëerde door de lonen kunstmatig laag te houden. Voor veel niet-innovatieve bedrijven een uitkomst. Ze profiteerden van de lage lonen en hoefden niet te investeren in kennis en machines.’ Het waren bedrijven zoals Hoogovens die in de jaren ’60 wegens arbeidskrapte werknemers wierven in Zuid-Europa of Marokko in plaats van te innoveren. De rekening van de werving van de laaggeschoolde werknemers werd later bij de belastingbetaler gelegd. Niet bij de bedrijven die de werknemers naar Nederland hadden gehaald. Het is opvallend dat Lubbers die mede aan de basis van deze scheefgroei stond nu twee carrières verder (politiek CDA, Hoge Commissaris Vluchtelingen VN) het moreel goede voorbeeld probeert te geven en daarbij zijn eigen verleden vergeet.

Een en ander is des te kwalijker omdat zoals Van de Beek aantoont dat in de jaren ’60 al bekend was. Het zou geen onwetendheid of naïviteit, maar een bewuste uitruil van belangen voor het aldus begunstigde bedrijfsleven zijn geweest: ‘Maar na de eerste en zeker na de tweede oliecrisis gingen veel van die bedrijven failliet of verplaatsten ze de productie alsnog naar lagelonenlanden. Dat was niet geheel onvoorzien: zoals ik in mijn proefschrift beschrijf had de directeur van de afdeling economische zaken van het ministerie van Sociale Zaken – het latere PvdA-kamerlid Berg – in 1967 al voor dit scenario gewaarschuwd.’

Van de Beek betwijfelt aan de hand van onderliggende cijfers dat de huidige migranten het beter doen dan de toenmalige gastarbeiders: ‘Ook de asielmigranten die wel werken dragen vaak niet of nauwelijks bij. Velen van hen zijn ongeschoold of laaggeschoold en degenen die wel goed geschoold zijn functioneren vaak onder hun niveau. Dat komt omdat menselijk kapitaal – zoals scholing en werkervaring – nu eenmaal moeilijk is mee te nemen naar een ander land. Daardoor verdienen ze weinig en mensen die weinig verdienen zijn vanwege onze uitgebreide verzorggingsstaat niet zelden netto-ontvangers.’ Hij oordeelt hard over Lubbers en Van Seters: ‘Ik vind de keuzes van Ruud Lubbers en Paul van Seters tegenover de zwaksten in onze samenleving immoreel. Je kunt het natuurlijk met hen eens zijn, maar wees dan wel geïnformeerd en eerlijk over de feiten. Zodat de Nederlandse burger weet waar hij of zij aan toe is.’ Hij verwijt ze oneerlijkheid en manipulatie van de feiten.

Van de Beek wijst op een open zenuw van de Nederlandse politiek met betrekking tot de kosten en baten van immigratie: ‘Vanuit mainstream politiek Den Haag bestond en bestaat hoegenaamd geen behoefte aan deze kennis.’ Voor de goede verstaander: toenmalig premier Ruud Lubbers (1982-1994) had zowel tijdens zijn premierschap als in zijn latere carrière (Vluchtelingen, duurzaamheid) geen boodschap aan de kennis over immigratie. Kortom, het kan op ethische of politieke gronden gewenst zijn om asielmigranten op te nemen. Maar de mening van Lubbers dat er een bijkomend economisch voordeel is wordt door Van de Beek weerlegd. Dat economisch belang bestaat niet en heeft in de recente Nederlandse geschiedenis nooit bestaan.

Van de Beek staat niet alleen in zijn kritiek, maar geeft er wel geloofwaardigheid aan. De vraag naar de kosten en baten van immigratie is een terugkerende stijlfiguur van de PVV, Pieter Lakeman constateerde in zijn boek Binnen zonder Kloppen (1999) dat de immigratie van niet-westerse allochtonen naar Nederland de staat sinds 1974 naar schatting ten minste zeventig miljard gulden heeft gekost en toenmalig CPB-directeur en PvdA’er Coen Teulings beweerde in 2010 dat Nederland ‘de slechte immigranten kreeg’. Nog steeds is niet goed uitgezocht waarom dat zo was en welke beslissingen daaraan ten grondslag lagen. Nog steeds hangen de suggesties van de PVV uit 2010 boven het publieke debat dat de immigratie ons land jaarlijks 7 miljard euro kost. Dit als uitkomst van een onderzoek van Nyfer. Het kabinet Balkenende IV wenste het niet uit te zoeken. Een politiek-economisch onderzoek naar de immigratie sinds de late jaren ’50 (vdve) kan Nederland en de PVV eindelijk antwoord geven op deze terugkerende vragen die maar niet afdoende beantwoord worden.

Foto: Buitenlandse werknemers in Hilversum, 1960-1970.

Is er in de Russische Federatie een Derde Tsjetsjeense oorlog in de maak?

with 10 comments

Doorgaans is 1 + 1 = 2. Maar niet altijd. Neem nou twee berichten op het blogWindows on Eurasia’ van Paul Goble. Het maakt Russischtalige berichten uit de Russische Federatie en de landen van de voormalige Sovjet-Unie bereikbaar voor een Engelstalig publiek. Het eerste bericht gaat in op de ideeën van de Russische nationalist Andrei Sosjenko die de islamisering wil stoppen door de Russische Federatie te contingenteren naar religie. Dat zou inhouden dat moskeeën niet meer in etnisch Russisch gebied worden opgericht en omgekeerd kerken niet in gebied dat erkend islamitisch is. Op dit moment beschouwt volgens onderzoek 30% van de bevolking van de Russische Federatie zich als islamitisch. In Nederland is dat iets minder dan 5%.

Een tweede bericht gaat over de positie van Tsjetsjenië binnen de Russische Federatie. Het is de islamitische, autonome deelrepubliek in de Kaukasus waar Ramzan Kadyrov de baas is en zich onder de patronage van president Putin kan gedragen als alleenheerser. Op de video paraderen troepen van Kadyrov. Het is bedoeld als vertoon van kracht en afschrikking. Tsjetsjenië heeft sinds 1994 twee oorlogen gekend die resulteerden in de onafhankelijkheid van de republiek. Goble meent dat in het Kremlin een derde Tsjetsjeense oorlog in de maak is. Daar zijn drie redenen voor: Putin heeft als ‘imperiale drug’ een ‘goede kleine oorlog’ nodig om zijn image op te poetsen. In maart 2018 zijn er presidentsverkiezingen. Het Kremlin verwacht geen bezwaar van het Westen tegen die oorlog gezien de slechte mensenrechtenpositie van Kadyrov. En de uitzonderingspositie van Kadyrov binnen de Federatie wordt onhoudbaar. Het gezag van het Kremlin moet er hersteld worden.

De demografische en economische positie van de Russische Federatie is verslechterd. Door de bezetting van de Krim in 2014 is de veelvolkerenstaat internationaal geïsoleerd geraakt. Inzakkende olie- en gasprijzen hebben tot een afnemend staatsbudget, sociale onrust en een recessie geleid. De bevolking van de Russische Federatie daalt gestaag. De Federatie verstedelijkt in hoog tempo. Deze gegevens zijn slechte uitgangspunten voor een oorlog, maar wel de logische indicatoren ervoor. Imperiale drug als afleiding, een oud recept uit de timmerdoos van leiders in nood. Komt er echt ruim voor de presidentsverkiezingen van maart 2018 een Derde Tsjetsjeense oorlog? Het is niet denkbeeldig. Als 1 + 1 = 3, zullen we maar zeggen. Dankzij de X-factor.

Aanval op Jesse Klaver. DENK haalt het slechtste in Farid Azarkan naar boven. En Azarkan haalt het slechtste in DENK naar boven

with 2 comments

Het valt nauwelijks te geloven dat bovenstaande tweet van het Tweede Kamerlid van DENK Farid Azarkan echt is. Het kan immers een provocatie zijn van een politieke tegenstander. DENK voert een agressieve campagne op sociale media en kan daarom een koekje van eigen deeg verwachten. Maar het lijkt er er sterk op dat Azarkans tweet echt is. En dat is onvoorstelbaar. Het diskwalificeert hem als mens, denker en politicus samen met de partij die hij vertegenwoordigt. Azarkan probeert twijfel te zaaien over Jesse Klavers oprechtheid.

Kamerlid Azarkan houdt de religie niet buiten de politiek, zoals christelijke politici van SGP, CU en CDA doen, maar trekt religie juist bewust de politiek in. Niet dat deze hun standpunten die op hun christelijke beginselen zijn gebaseerd niet naar voren brengen, maar ze beroepen zich in het gesprek met andersdenkenden niet onnodig op hun religieuze beginselen en terminologie. Nederlandse christelijke partijen hebben door jarenlange praktijkervaring geleerd hoe ze zich in de praktische politiek het meest effectief kunnen gedragen. Ze schakelen in het gesprek met de tegenstander naar een niveau waar godsdienst geen referentie is. Dat alles heeft Farid Azarkan niet geleerd. Hij introduceert de religie bewust in de politiek en gaat er met gestrekt been in. Met de fijnzinnigheid van een loden deur. Azarkan gaat zelfs nog een stap verder en reduceert de leider van Groen Links tot een Marokkaanse Nederlander die tijdens de Ramadan onderhandelt. Dit terwijl Klavers identiteit heel anders luidt. De leider van GroenLinks heeft weliswaar een Marokkaans vader die hem op jonge leeftijd in de steek gelaten heeft, maar komt uit een katholiek nest in Roosendaal. Klaver is belijdend christen.

Azarkan maakt zichzelf ongeloofwaardig. Azarkan benadert Klaver eendimensionaal door hem te reduceren tot een Marokkaanse Nederlander die zich iets gelegen zou moeten laten liggen aan de Ramadan. Maar dit is een vastenmaand die uitsluitend geldt voor moslims waarvan moeilijk in te zien valt waarom anderen zich erdoor zouden moeten laten beperken. Buiten of in de onderhandelingen. Azarkan maakt stemming. Azarkan sluit Klaver op in een islamitische of Marokkaanse identiteit, terwijl Klaver veel pluriformer is en gewoon een meervoudige identiteit heeft. Zoals overigens alle Nederlanders. Azarkan en DENK willen om electorale redenen etnische Nederlanders opsluiten in hun etnische of religieuze identiteit om zo hun stem te claimen. Onder de belofte dat DENK ze vervolgens zal bevrijden. Dat is de cirkelredenering als groeimodel van DENK.

Arzarkan valt bij gebrek aan argumenten zijn tegenstander persoonlijk aan. Azarkan is het slachtoffer van zijn eigen politieke marketing. Azarkan misbruikt religie en etniciteit voor de politiek van DENK. Azarkan wacht emancipatie. Azarkan is er een voorbeeld van hoe partijpolitiek het slechtste in de mens naar boven haalt.

Foto 1: Tweet van Farid Azarkan, 13 juni 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van informatie bij Twitter-account van Farid Azarkan op 13 juni 2017.

Homo’s mishandeld door Marokkaanse-Nederlanders. Omroep Gelderland noemt achtergrond daders niet. Waarom niet?

with 12 comments

Je ziet het voor je, de baas van de regionale omroep Omroep Gelderland zit met de handen in het haar. Wat te doen? Zich politiek correct opstellen of zwichten voor wat als rechts-populisme wordt gezien? Moet het   gewoon nauwkeurig verslag doen van de feiten of gevoelige feiten achterwege laten? Omroep Gelderland kiest voor dat laatste. Het verzwijgt de etnische achtergrond van de daders. Is dat de juiste journalistieke houding?

In Arnhem werden zaterdagavond de twee homoseksuele jongens Jasper en Ronnie belaagd door een groep Marokkaanse-Nederlanders. Bij Ronnie zijn alle voortanden eruit geslagen met een betonschaar. Jasper noemt het ‘een hate-crime richting homo’s‘. Jasper doet er op FB verslag van en benoemt de achtergrond van de daders: ‘dus belaagd werden door een groep Marokannen met een leeftijd tussen de 14 en 18 jaar.’ Deze mishandeling is voor een regionale omroep zwaarwegend en aangrijpend genoeg om er serieus aandacht aan te besteden. Maar opvallend ontbreekt in het item een verwijzing naar de etnische achtergrond van de daders.

Dat is journalistiek niet altijd van belang, maar in dit geval wel. Daarom had het vermeld moeten worden. Want Marokkaanse-Nederlandse jongeren zijn vaker opvallend agressief jegens homoseksuelen. Het is een feit dat het vermelden waard is omdat het meer duidelijkheid geeft over de achtergrond van de mishandeling.

De mishandeling van Jasper en Ronnie staat niet op zichzelf als een geïsoleerd incident, maar past in een patroon. Het verslag van Omroep Gelderland geeft echter geen details over de daders. Zo mist deze omroep de kans om volledig te zijn en de kijkers optimaal te informeren. Is dat nou lafheid of koudwatervrees?

Een verslag van het Piet Zwart Instituut met misverstanden: ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’

with 9 comments

Allerlei begrippen duikelen in een verslag van het Piet Zwart Instituut in Rotterdam over elkaar heen en worden vermengd. Het betreft het tijdens een symposium gepresenteerde project ‘The Art of Looking’. Maar onderdrukking is nog geen racisme, evenmin als culturele hegemonie onderdrukking is. Dat is jammer want het onderwerp van de suprematie van de leidende culturele groep binnen een samenleving en de doorwerking daarvan in de kunstsector is belangwekkend genoeg om het op academies hoog op de agenda te zetten. Dan echter wel met fijnzinnigheid en zonder makkelijke oordelen. Liever vanuit de bewustwording van studenten, dan vanuit een politieke strijd die vanuit Amerikaanse universiteiten naar Nederland wordt geëxporteerd om aan de Noordzee dunnetjes over te worden gedaan. Ter rechtvaardiging kan opgemerkt worden dat een academie geen universiteit met wetenschappelijke pretentie is. Dat is de valkuil om gemakzuchtig in te vallen.

De kwestie Dana Schutz en de Whitney Biennial is er een duidelijk voorbeeld hoe politieke correctheid de Amerikaanse kunstwereld in haar greep kan krijgen. Daar kunnen Nederlandse kunstacademies beter niet in meegaan, hoewel het risico bestaat dat dat onder leiding van buitenlandse (gast)docenten met een niet perfect beeld van de Nederlandse samenleving toch gebeurt. Nederland is echter geen VS, en het verschil in positie van Amerikaanse etnische minderheden is onvergelijkbaar met die van Nederlandse etnische minderheden.

Het verslag verwijst naar premier Mark Rutte en zijn brief over hufterigheid van 22 januari 2017 die stelt dat gewone Nederlanders geen racisten zijn. Erin zei hij: ‘We voelen een groeiend ongemak wanneer mensen onze vrijheid misbruiken om hier de boel te verstieren, terwijl ze juist naar ons land zijn gekomen voor die vrijheid. Mensen die zich niet willen aanpassen, afgeven op onze gewoontes en onze waarden afwijzen. Die homo’s lastigvallen, vrouwen in korte rokjes uitjouwen of gewone Nederlanders uitmaken voor racisten. Ik begrijp heel goed dat mensen denken: als je ons land zo fundamenteel afwijst, heb ik liever dat je weggaat.’ De brief kreeg kritiek, ook op dit blog, maar erin zegt Rutte niet dat gewone Nederlanders geen racisten kunnen zijn. Hij wijst de beschuldiging van de hand dat ze racisten genoemd worden omdat ze voor zichzelf opkomen.

Het verslag eindigt als volgt: ‘Wie is normaal? Mensen zijn verschillend, er bestaat geen normaal. Ook niet in art making.’ Het is te makkelijk om te zeggen dat er in de politiek geen normaal bestaat. Want het gaat niet over psychologisering van individuen, maar over individuen die met elkaar de samenleving vormen en politiek bedrijven. Het jaar van de Brexit, de verkiezing van Trump, beschuldigingen van de Turkse president Erdogan aan Europa, en de Russische inmenging in verkiezingen in de VS en Europa heeft de ‘normale’ politiek behoorlijk door elkaar geschud. Dat speelt zich niet af op het niveau van verschil in beleid tussen politieke partijen, maar op een filosofisch niveau dat waarheid, objectieve journalistiek en feiten ter discussie stelt.

Het normaal is in de opvatting van Rutte en andere westerse politici niet het verkiezen van liberalisme boven conservatisme, socialisme of andere politieke stromingen, maar de keuze voor de zogenaamde liberale democratie waarin politieke partijen hun machtsstrijd uitvechten zonder dat het politieke systeem zelf te discussie wordt gesteld. Omdat Rutte dit in de gewraakte brief halfslachtig toelichtte wachtte hem de terechte kritiek dat hij te weinig afstand nam van het populisme. Rutte’s fout was niet dat hij namens de VVD een verkeerd standpunt innam, maar vanuit opportunisme niet voldoende afgrensde wat hij principieel afwees.

Foto: Deel van verslag ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’ van Jos van Nierop, 30 maart 2017.