George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Halbe Zijlstra

Ede maakt plannen voor een World Art Center. Met Stanley Bremer

with 4 comments

Een World Art Center zou men verwachten in New York, Tokio, Beijng, Parijs, Berlijn of steden van dit kaliber, maar niet in het Gelderse Ede met 113.000 inwoners en woonkernen als Bennekom, Harskamp of Lunteren. Als directeur zou men een succesrijke directeur verwachten van het kaliber Nicholas Serota, Henri Loyrette of Kasper König, maar niet de in het Rotterdamse Wereldmuseum mislukte en gedwongen opgestapte Stanley Bremer. Als financiële onderbouwing zou men een sponsorschap verwachten van een wereldmerk als Apple, Alibaba of Google en niet een jaarlijkse steun van 500.000 euro van de gemeente Ede. En als voortrekker van het project zou men een enthousiaste kunstpromotor verwachten en niet een Edese cultuurwethouder Johan Weijland (D66) die in een artikel in De Gelderlander over Bremer zegt: ‘Het is iemand die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan. En hij heeft het Wereldmuseum ook weer doen bloeien toen hij aantrad.’

Dat laatste is opmerkelijk omdat Bremer het Wereldmuseum niet heeft doen bloeien, maar tot aan de afgrond bracht voordat allerlei betrokkenen zich inzetten om het Wereldmuseum te redden. Wat ternauwernood lukte. Bremer heeft met pek en veren de Maasstad moeten verlaten. Hij was een wilde plannenmaker die zijn groei baseerde op een onmogelijk plan tot verkoop dat in strijd was met de ethische code van de museumsector. Namelijk de verkoop op de commerciële markt van de Afrika-collectie. Met zo iemand gaat deze D66-wethouder in zee. Wat Weijland zegt staat haaks op alle bekende feiten over wat Bremer als directeur bij het Wereldmuseum heeft gedaan. Deze wethouder kijkt weg en zou zich eens goed moeten laten informeren door de cultuurwoordvoerder van D66 in de Rotterdamse raad Jos Verveen over het rampzalige directoraat Bremer.

Wat het meest opmerkelijk is aan Weijlands uitspraken is dat hij de uitspraak ‘Bremer iemand is die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan’ opvat als positief voor Bremer of iemand die in de cultuursector opereert. Dat lijkt sterk op de houding in 2011 van toenmalig staatssecretaris van cultuur Halbe Zijlstra (VVD) die er prat op ging niets van kunst te weten en tegen de cultuursector in te gaan. Het is opvallend dat dit populistische geluid bij monde van wethouder Johan Weijland in Ede nu ook al in D66 wortel schiet. Is Weijland wellicht een politicus die tegen de politiek in durft te gaan, zich niet aan afspraken en regels houdt, niets naar waarschuwingen van anderen luistert en lekker zijn eigen gang gaat en de vlucht vooruit zoekt?

Het World Art Center moet Ede ‘op de kaart zetten’. Volgens de plannen kunnen jaarlijks 75.000 tot 100.000 bezoekers verwacht worden in de ruimte die tentoonstellingen elders inkoopt die 9 maanden blijven staan. De € 2,5 miljoen investering ‘om het concept te realiseren is een investering berekend door initiatiefnemers op basis van ervaringen elders. Verder betreft dit een globale raming die nog verder moet worden uitgewerkt.’ Zo blijkt uit het raadsvoorstel. Dit geeft om allerlei redenen weinig vertrouwen in een goede afloop. Met een jaarlijks exploitatietekort van circa € 110.000 wordt rekening gehouden, zo blijkt uit het raadsvoorstel.

Ede zou behoefte hebben aan ‘een aanvulling op het cultureel voorzieningenniveau.’ Waarom dit gezocht wordt in het presenteren van publiekstentoonstellingen volgens Kunsthal-concept is de vraag. De vraag -naast die over het dragen van financiële risico’s- voor de gemeenteraad is wat de plannen van Weijkamp en Bremer toevoegen aan het kunstklimaat van Ede. Wat hebben de bewoners van Ede eraan dat ‘een groter publiek Ede binnenstroomt’? Is Ede er niet meer mee gediend om met beide voeten op de grond te staan en zich niet te verbinden aan onzekere, langlopende plannen? Daar hoort geen luchtfietserij bij en al helemaal geen plannenmaker die eerder is mislukt in Rotterdam, maar voorzieningen waar de Edenaren direct van kunnen profiteren. Als nou ergens geen behoefte lijkt te bestaan aan mooie praatjes, dan is het wel in Ede.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIn opspraak geraakte museumdirecteur moet Ede aan World Art Center helpen’ van Albert Heller in De Gelderlander, 26 oktober 2017.

Advertenties

Harma Heikens stopt als kunstenaar wegens vertrutting van de kunstsector

with 4 comments

De in Groningen gevestigde kunstenares Harma Heikens stopt ermee. Ze zegt het gehad te hebben met de vertrutting van de kunstsector. In een bericht van André Walhout voor RTV Noord doet ze opzienbarende uitspraken die het waard zijn om herhaald te worden. Ik besteedde in augustus 2015 in een commentaar  aandacht aan haar werk toen festival Noorderzon niet de twee mannen buitensloot die dreigden haar werk over kindermisbruik te vernietigen, maar het kunstwerk ‘Toys in the Attic’ (zie: 7) afsloot voor het publiek. De omgekeerde wereld. Daarop trokken galerie Sign en Heikens het werk terug. Heikens’ galeriehouder weigerde laatst bovenstaand werk ‘World’s Most Burned’ uit 2016 (zie: 1) van een brandende Amerikaanse vlag te exposeren. Uit angst? Uit projectie? Uit labbekakkerigheid? Uit commerciële overwegingen? Uit gebrek aan overtuiging, burgermoed of collectieve moed dat in het Duits ‘Zivilcourage’ wordt genoemd? Of alles samen?

De kunstsector is uitgegroeid met opleidingen, kunstmanagement, kunstambtenaren, beleidsmakers, zo merkt Heikens op. Schaalvergroting dus. De sector is meer in de breedte dan in de diepte gegroeid. Gevolg daarvan is dat een sector waar zovelen hun broodwinning, carrière of positie aan ontlenen minder scherp wordt en getemd is. Zoals Heikens het verwoordt: ‘Alles moet tegenwoordig publieksvriendelijk zijn’. Naast die schaalvergroting is een bijkomend aspect de geringschatting van de politiek zoals dat in 2011 werd verwoord door toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD). Hij maakte onder druk van de PVV en zijn partij de VVD in de beeldvorming kunst tot iets van een kleine groep, terwijl tot die tijd kunst als algemeen belang werd gezien. Die omslag in het denken is bij velen in de kunstsector ongemerkt naar binnen geslagen. Niet in het minst in de museumsector die meer dan voorheen op veilig speelt en marketing voor verdieping stelt.

Als angst om zich uit te spreken eenmaal bezit neemt van iemand, dan is er geen redden meer aan. Zeker niet als overheidssubsidie dreigt te stoppen of de economische situatie verslechtert. Aan die neergang weten de sterkste kunstprofessionals zich te onttrekken. Daar zijn er gelukkig nog heel wat van, maar door de groei in de breedte en de verambtelijking van de sector zijn ze een kleine minderheid geworden. Zelfs een voorhoede die niet altijd gevolgd wordt. Als angst regeert, dan verliest kunst de functie om de samenleving een spiegel voor te houden en aan te scherpen. Professionele kunst wordt getemd en verglijdt ongemerkt in de richting van het soort kunst van amateurs dat pleziert, op veilig speelt en uitsluitend nog een therapeutisch doel heeft.

Vertrutting is een maatschappelijk verschijnsel dat nu blijkbaar ook de kern van de beeldende kunst bereikt heeft. Het is moedig van Harma Heikens dat ze dit in de publiciteit signaleert. Na de publieke omroep, de gevestigde media, de sociale media, de samenleving en de politiek is nu blijkbaar ook de beeldende kunst aan de beurt om langs de meetlat gelegd te worden. De rot van de vertrutting heeft ingezet. Kunstenaars worden betutteld en laten zich betuttelen. Vraag is of dat proces nog gekeerd kan worden en wat daartoe nodig is.

Moet de kunstsector krimpen en de oneigenlijke elementen van platte vercommercialisering, intellectuele vervlakking, zelfcensuur en angsthazerij buitenschoppen om weer terug tot de oude kern te keren? Kan die geest ooit weer in de fles gestopt worden? Een voorwaarde daartoe is in elk geval de bewustwording erover.

Foto 1: Harma Heikens, World’s Most Burned’ uit 2016.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van passages uit het berichtOmstreden kunstenares stopt: ‘Zoveel weerstand dat het niet meer leuk is’ van René Walhout voor RTV Noord, 7 september 2017.

Waarom is rechts toch zo gebeten op kunst en kunstenaars? Dat is onnodig

leave a comment »

De haat in rechtse kringen tegen de kunstsector is groot. Dat is niet alleen ongewenst en onbegrijpelijk, maar ook onnodig. Het lijkt voorbij te gaan aan de kennis van de geschiedenis van de kunst. De aanname is dat kunstenaars -en dus kunst- per definitie links is. Dat is onzin voor wie zich de namen Céline, Brasillach, Pound, Jan Montyn, of Daan Samson in herinnering haalt. En dat valt makkelijk uit te breiden.

In een artikel voor DDS richt Michael van der Galien zijn pijlen op acteur Gijs Scholten van Aschat die sinds 1 september voorzitter van de Akademis van Kunsten is. In plaats van het op te nemen voor de kunst probeert Van der Galien het aan te vallen. Wat trouwens grandioos mislukt. Daarvoor is scherpte, kennis van zaken en zorgvuldigheid nodig. Dat mist Van der Galien. Het is hem blijkbaar alleen te doen om het katten op wat hij als links ziet. De versimpeling is dat hij kunst als een linkse hobby afbeeldt. Hij maakt het zelfs nog bonter door journalist Bert Wagendorp en Van Aschat extreemlinks te noemen. Grappig is dat Van der Galien hiertoe VVD’er Halbe Zijlstra in bescherming neemt. Groeit er toch nog iets moois in Nederland tussen conservatief-rechts (VVD) en de alt-right Breitbart-epigonen van DDS? En dat dankzij de kunst. Van der Galien had het maatschappelijk belang ervan niet beter kunnen aangeven. Alleen jammer dat hij dat zelf niet beseft. Enfin, er komt ongetwijfeld een volgende scheldkanonnade van DDS over kunst. In de herkansing dus. Mijn reactie:

Subsidie aan kunst is niet anders dan subsidie aan landbouw, industrie, koningshuis, omroep of wat dan ook. Een land als Nederland kan het zich veroorloven om deze verschillende sectoren te subsidiëren. De grootte van het bedrag ontstaat in de afweging tussen de sectoren.

Onder de liberale staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) is er bovenmatig bezuinigd op de kunstsector. De kritiek op Zijlstra door kunstenaars, kunstprofessionals en kunstminnaars betrof niet zozeer de bezuiniging zelf, maar de omvang ervan en de snelheid waarmee het ingevoerd moest worden. Dat laatste kostte de sector nog eens extra geld. Bij evenwichtig beleid had dat voorkomen kunnen worden.

Gijs van Aschat heeft gelijk dat de gevestigde orde uitgedaagd moet worden door de kunst. Want precies dat is de functie van kunst. Het laat ons scherp naar onszelf kijken. Dat is de verdienste van kunst. Dat gebeurt niet als kunst dat bevestigt wat al elke dag bevestigd wordt. Dat is het kenmerk van de marktwerking.

Met links of rechts heeft deze discussie helemaal niets te maken. Of met het cultureel marxisme van Paul Cliteur dat hij 50 jaar na de opstand van de jaren ’60 uit de mottenballen van Gramsci haalt. Kunst is kritisch op de gevestigde orde. Als die links is dan stelt de kunst zich rechts op. En omgekeerd. Zo simpel is het.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTopman Akademie van Kunsten: ‘Kunst moet politiekcorrect links zijn. En vooral zwaar gesubsidieerd worden’’ van Michael van der Galien op DDS, 29 augustus 2017.

Museumvereniging komt met advies verkoop werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties. Het is opvallend defensief

leave a comment »

Het advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging van 10 augustus 2017 over het afstoten van werk van een levende kunstenaar uit een museumcollectie valt niet los te zien van de voorgeschiedenis in 2011 met de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door Museum Gouda. Dit blog besteedde er aandacht aan in commentaren en meent dat het opereren van toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn tegenstrijdigheden bevatte. Hij had zich slecht voorbereid en weinig kennis van zaken, kwam met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop en bracht zijn museum onnodig in problemen. In de herfst van 2011 dreigde de Museumvereniging Museum Gouda uit het museumregister te gooien als het geen beterschap beloofde. Uiteindelijk kreeg De Kleijn een berisping op de ALV van 28 november 2011.

Deze geschiedenis kreeg zes jaar na dato in april 2017 een staartje toen kunstverzamelaaar Bert Kreuk in zijn boek Art Flipper vertelde dat hij The Schoolboys had willen kopen en daartoe via tussenpersoon Theo Schols De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan Museum Gouda, en eventueel zelfs langer. In 2011 ontkende De Kleijn in de publiciteit dat er zo’n aanbod lag, maar in 2017 kwam hij daar desgevraagd op terug in een artikel in Trouw. Hij zou niet op Kreuks aanbod zijn ingegaan omdat hij bang was een sufferd genoemd te worden. In een commentaar opperde ik het idee dat De Kleijn in Trouw nog steeds niet de echte verklaring voor zijn handelen in 2011 gaf: ‘Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen.

Jouke Kleerebezem noemde de verkoop van The Schoolboys door De Kleijn buiten kunstenaar Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse om in een commentaar op zijn blog ‘opportunistisch rentmeesterschap’. Het is naar mijn idee nog schrijnender. In een reactie op Metropolis M relativeerde ik de kritiek dat marktdenken de kunstwereld in haar greep heeft: ‘Het is naar mijn idee niet het marktdenken dat de kunstwereld in de greep krijgt. Dat heeft nog een schoonheid in zichzelf. Al hangt die direct samen met geld. Het ligt anders. Het is geklungel dat delen van de Nederlandse kunstwereld kenmerkt. Zoals het voorbeeld van museumgoudA leert. Het is buitengewoon onhandig aangepakt. Da’s geen marktdenken, da’s de ambtenaar die cultureel ondernemer denkt te zijn.’ Marktdenken en commercieel handelen door museumdirecteuren is nog tot daar aan toe, maar onhandig handelen en uitverkoop van het tafelzilver voor een te lage prijs is onaanvaardbaar.

Het Advies van de Ethische Codecommissie van de Museumvereniging geeft instrumenten uit handen als het de CIMAM Principles, iii, 4 te streng vindt. Dit zegt dat afstoting van het werk van een levendige kunstenaar mag ‘om het te kunnen vervangen door een ‘superior work’ van dezelfde kunstenaar’. Het lijkt er sterk op dat de commissie de CIMAM Principles te eenzijdig opvat omdat er uitzonderingen op mogelijk zijn. De CIMAM Principles spreken elkaar namelijk op onderdelen tegen. Dat geeft handelingsruimte voor een museum. Zo kan een werk van een levendige kunstenaar ontzameld worden als er nieuwe verzameldoelen zijn geformuleerd

De Museumvereniging laat zich kennen als defensief en kopschuw als het meent dat het de CIMAM Principles afwijst omdat ze ‘het museum in te hoge mate afhankelijk maken van de goedkeuring van de kunstenaar.’ Dat is een teleurstellende stellingname. Was erover geen tussenpositie mogelijk die de kunstenaar enig recht van spreken zou geven? Hierdoor raakt ook de glijdende schaal van korting door galeristen aan musea uit zicht (naast schenking en  giften) als norm voor ontzameling. Precies die korting was de steen des aanstoots van Marlene Dumas en haar galerie bij de verkoop van The Schoolboys aan het toenmalige  Catharina Gasthuis. Het is een lacune in de regelgeving die zowel de LAMO als de CIMAM Principles onvoldoende opvullen.

Foto: NieuwsberichtAdvies verkoop van een werk van een levende kunstenaar uit museumcollecties’ van de Museumvereniging, 10 augustus 2017.

Kunst wordt slecht vertegenwoordigd in Nederlandse politiek. Daarom een pleidooi voor het afzien van cultuurbeleid

leave a comment »

Altijd op zoek naar meningen over kunst en cultuurpolitiek bleef mijn oog haken aan twee zinnen in een analyse van Karlheinz Schmid over de Duitse politiek en het geringe belang van cultuurpolitiek in het politieke debat in de Kunstzeitung van juli 2017. Schmid: ‘Warum die Kultur in den Parteien bedeutungslos wirkt, resultiert aus einem verengten Blickfeld, fernab zeitgemäss erweiterter Begriffe. Entweder spritzige Event-Kultur oder verklebtes Heimat-Gefühl – das scheint die einzig vorstellbare Alternative zu sein.’  Volgens Schmid is het cultuurdebat in de Duitse politiek zinloos omdat het gevangen zit tussen een modieuze blik naar voren en een nostalgische blik naar achteren. In beide gevallen kan kunst zichzelf niet zijn, maar wordt het ingezet voor politieke of maatschappelijke doelen. Simpelweg gezegd, politici vinden dat kunst zich of moet uitspreken over actuele onderwerpen als terrorisme of migratie of over nationalisme en identiteit. Schmid koppelt die houding aan het ontbreken van kunstprofessionals in de landelijke politiek, zowel in de vaste commissie (‘Ausschuss’) Cultuur en Media van de Bundestag als in de afzonderlijke fracties.

In Nederland is het niet beter gesteld met de vertegenwoordiging. Van de 12 woordvoerders cultuur in de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kunnen alleen de kunsthistorici Alexander Pechtold (D66) en Carla Dik-Faber (CU) als kunstprofessionals gezien worden. Met de kanttekening dat ze de praktijk ervan respectievelijk 20 en 10 jaar achter zich hebben liggen. Corinne Ellemeet (GL) is als oud adjunct-directeur van de Westergasfabriek een twijfelgeval. Met de staatssecretarissen Cultuur is het nog slechter gesteld. De laatste die als kunstprofessional kan worden opgevat was in 2003 Cees van Leeuwen (LPF) als basgitarist van Kayak.

Het is dus geen wonder dat door het ontbreken van kunstprofessionals op bepalende functies de kunst in de Nederlandse politiek op het hoogste niveau zo slecht wordt vertegenwoordigd. En zelfs sinds 2011 onder de voet is gelopen zonder serieus tegengeluid. Waar Schmid spreekt over een kleurloze ex-staatssecretaris Tim Renner (SPD) of cultuurminister Monika Grütters (CDU) die op de slippen van kanselier Angela Merkel haar ministerschap waarschijnlijk zal verlengen zijn het in Nederland geen kleurloze politici die de kunst voor hun rekening nemen, maar politici die er opmerkelijk vijandig tegenover staan. En door hun collega’s nauwelijks tegengesproken worden. Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) of woordvoerder Cultuur Martin Bosma (PVV) gingen er prat op niets met kunst te hebben. Het is deze Nederlandse botheid die de kunst in het hart treft.

Karlheinz Schmid komt in een kritisch artikel (Das grosse Missverständnis) over de documenta 14 te Kassel zijdelings terug op het onderwerp van de cultuurpolitiek. Hoofdcurator Adam Szymczyk krijgt van Schmid het verwijt dat hij niet alleen geen liefde voor hedendaagse kunst heeft, maar er evenmin iets van begrijpt: ‘Er scheint nicht in der Lage zu sein, aus dem, was Künstler heute machen, eine Grossaustellung zu generieren, die aus der Kraft der Kunst selbst ihre Energie zieht’. Adam Szymczyk is volgens Schmid één van degenen die gevangen zit in de modieuze blik naar voren. En daarbij onbewust voorbijgaat aan de kunst. Het is een verwijt dat ook Nederlandse politici die verantwoordelijk zijn voor kunst gemaakt kan worden. Ze laten niet toe of missen het begrip om te beseffen dat een tentoonstelling of kunstmanifestatie energie moet putten uit de kracht van de kunst zelf. En niet uit een afgeleide doelstelling als minderhedenbeleid, confrontatie en verbreding (Rick van der Ploeg), de blik naar achteren (Jan Marijnissen, PVV) of de blik naar voren.

Het is normaal als voor verkiezingen of tijdens een formatie belangengroepen hun eigen zaak in het publieke debat bepleiten. Ze vragen meer budget voor hun sector. Of een apart directoraat of ministerschap. Gezien de Nederlandse praktijk kan echter beter voor het omgekeerde gepleit worden. Namelijk afzien van cultuurbeleid.

Want de verwachting dat er iets ten goede verandert is nihil. Daarom kan maar beter geheel afgezien worden van enig cultuurbeleid. Dan kan het evenmin afgebroken worden. Want door het ontbreken van zowel kunstprofessionals in de landelijke politiek als bepalende politici met begrip voor de kunst dat boven een aanvaardbaar minimum komt loopt de kunstsector gerede kans dat het er eerder slechter dan beter op wordt.

Maatregelen die genomen worden zwijmelen in nostalgie of modieusiteit of stellen kunst voor als afgeleide van sociaal of politiek beleid. Zulk cultuurbeleid is voor iedereen zinloos. Het dient noch kunst, kunstenaars of kunstconsumenten. En als de kortetermijn-effecten zijn uitgewerkt op termijn evenmin de samenleving.

Foto: Mika Rottenberg, Cosmic Generator, 2017. Still. Copyright Mika Rottenberg. Courtesy Andrea Rosen Gallery. Te zien op Skulptur Projekte 2017 Münster, Duitsland.

Hemeltergende schijnheiligheid van PVV en alle Nederlandse politieke partijen over kunst en cultuur. Domheid of valsheid?

leave a comment »

PVV’er Martin Bosma heeft gelijk dat cultuur onder vuur ligt. Maar wat bedoelt hij ermee en hoe komt dat? En wat is de rol van de PVV? Bosma verwijst naar een reportage van EenVandaag (AVROTROS) over Engelstalig onderwijs aan universiteiten die op 10 juli werd uitgezonden. De ondertitel ervan is ‘vloek of een zegen?’ Er is van alles over te zeggen, waarschijnlijk is Engelstalig onderwijs aan universiteiten tegelijk vloek en zegen. Wat er nu aan schort is dat docenten niet zijn opgeleid om Engelstalig onderwijs te geven. Dat moet eerst op peil gebracht worden. En overigens, waar is het Duitstalig en Franstalig onderwijs gebleven in het curriculum?

Hoe dan ook, Bosma en de PVV hebben weinig recht van spreken. Zij hebben de mond vol over Nederlandse identiteit of Nederlandse cultuur, maar weigeren daar de politieke consequenties aan te verbinden. Je zorgen maken over de rol van het Nederlands in Zuid-Afrika wordt zo een afleiding voor wat de PVV in Nederland laat liggen. De PVV staat als aanstichter aan de basis van de recente afbraak van de Nederlandse cultuur. De PVV was in 2011 samen met de VVD de sluipmoordenaar van de gesubsidieerde culturele infrastructuur. Samen met alle politieke partijen die de bezuinigingen op het cultuurbudget billijkten. Nederlandse partijen zouden zich rot moeten schamen voor hun politiek van afbraak, maar daartoe is zelfkennis en zelfinzicht nodig.

Wie zich bezorgd maakt over Nederlandse identiteit of cultuur, maakt zich bezorgd over het overheidsbudget voor Nederlands kunst, monumentenzorg, erfgoed, landschaps- en natuurbeheer, onderwijs, wetenschap en omroep. In geciviliseerde landen als Frankrijk en Duitsland hebben tijdens de economische crisis van 2008 en de daaropvolgende stagnatie de regeringen de cultuurbudgetten in stand gehouden. Kunst is een belangrijke cultuuruiting en Fransen en Duitsers zijn trots op hun nationale kunst. Dat ze als symbool van hun nationale identiteit zien. In Nederland is die vanzelfsprekende trots onder invloed van de PVV afgebroken. De PVV heeft de mond vol van Nederlandse cultuur, maar wil zich er niet echt voor inzetten. Vertegenwoordigers van de PVV hebben zelfs voortdurend hun laatdunkendheid voor Nederlandse kunst laten blijken. Dat heeft het politieke debat over kunst en cultuur sinds 2011 negatief beïnvloed. Nog in het PVV-verkiezingsprogramma uit 2016 staat: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.’

Thierry Baudet (FvD) retweet niet toevallig bovenstaande tweet van Martin Bosma. Hij spreekt herhaaldelijk uit niets met moderne of hedendaagse kunst te hebben. Of moderne architectuur. Dat soort conservatisme is een verdedigbaar politiek standpunt. Het past bij een stellingname die kunst en cultuur normeert, inperkt, temt en ondergeschikt wil maken aan de eigen politieke doelstelling. Als daarnaast ook middenpartijen als het CDA en D66 tegen uitbreiding van het cultuurbudget stemmen, dan weten we hoe diep van binnen de politieke elite van Nederland over cultuur denkt. Het mag niet te veel kosten, het moet dienstbaar zijn en essentieel wordt het niet gevonden. De verbinding ’Nederlandse identiteit’, ’Nederlandse cultuur’ en ‘sociale cohesie’ met ’Nederlandse kunst’ wordt niet gelegd. Nederlandse politieke partijen zien kunst en cultuur niet als natuurlijke bontgenoten, maar als tegenstander. Zelfs, of juist als ze zeggen het te willen beschermen. De Nederlandse politieke partijen zijn als de maffia die zegt winkeliers te willen ‘beschermen’. Daar komt niets goeds van.

Foto: Tweet van Martin Bosma en reactie, 11 juli 2017.

De Kleijn geeft aanbod Kreuk toe om The Schoolboys te kopen en Museum Gouda in bruikleen te geven. Waarom ging het niet door?

with 3 comments

Kunstverzamelaar Bert Kreuk doet in Art Flipper een boekje open over de verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas in 2011 door toenmalig museumdirecteur Gerard de Kleijn van MuseumgoudA. Kreuk vertelt dat hij het werk had willen kopen. Het gevolg was geweest dat het niet naar het buitenland verkocht had moeten worden. Nu is het voorgoed verdwenen uit het Openbaar Kunstbezit.

Dit blog besteedde aan die verkoop enkele commentaren die erop neerkwamen dat De Kleijn zich slecht had voorbereid, weinig kennis van zaken had, met een ongeloofwaardig verhaal over de reden van de verkoop naar buiten kwam en zijn museum onnodig in problemen bracht. Dumas onderschreef toentertijd mijn lezing. Nu besteedt Trouw in een artikel ter gelegenheid van het verschijnen van Kreuks Art Flipper aandacht aan de verkoop die opnieuw het merkwaardige en onverklaarbare handelen van directeur De Kleijn onderstreept.

Kreuk stelt dat hij via tussenpersoon Theo Schols -zijn oom- De Kleijn 1 miljoen euro had geboden. Met Kreuks belofte dat hij het werk 10 jaar in bruikleen zou geven aan museumgoudA. Eventueel zelfs langer. Maar de museumdirecteur ging er niet op in. Op 20 september 2011 antwoordde de Gouwse wethouder Daphne Bergmans op raadsvragen van SP’er Van Alphen: ‘dat museumgoudA enkele grote particuliere verzamelaars [heeft] benaderd om te bezien of er bereidheid was het schilderij aan te kopen en vervolgens in langdurige bruikleen ter beschikking te stellen. Deze bereidheid bleek er niet te zijn’. (Bron onvindbaar, zie hier toenmalige verwijzing ernaar). Op 24 september 2011 gaf ik hierop het volgende commentaar: ‘Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij. Zij blijft ook onduidelijk over de periode waarnaar ze verwijst. Da’s relevant omdat het duidelijkheid kan geven over het tijdstip waarop museumgoudA bindende afspraken met Christie’s maakte. Daarna kon museumgoudA immers niet meer ontvankelijk zijn voor aanbiedingen.’ Dat laatste aspect is de crux van de kwestie. Het is de vraag wie Bergmans onvolledig informeerde zodat zij op haar beurt de Gouwse raad verkeerd informeerde.

De feiten zijn dat in 2011 De Kleijn in de publiciteit ontkende dat dit aanbod van Kreuk er lag. Nu komt hij daar op terug en bevestigt aan Trouw dat er over deze verkoop in 2011 contact is geweest met Schols. De Kleijn geeft de volgende uitleg voor zijn weigering om The Schoolboys aan Kreuk te verkopen: ‘Ik hoorde dat hij bekendstond als iemand die kunst weer verkoopt, nadat het een tijdje in musea heeft gehangen. Ik dacht: stel je voor dat het schilderij na tien jaar twee keer zoveel waard is geworden en hij het dan uit het museum haalt om het weer te verkopen. Dan zou iedereen me een sufferd vinden.’ De Kleijn zegt nu dat hij bang was om een sufferd genoemd te worden en daarom het aanbod van Kreuk afsloeg. Maar het is de vraag of dit de echte verklaring voor zijn handelen is. Want het gaat ervan uit dat De Kleijn toen Kreuk hem benaderde nog zelf kon beslissen over verkoop en hij zich niet had gecommitteerd aan afspraken met veilinghuis Christie’s die het zelf wilde veilen. Overigens was zijn weigering om een andere reden begrijpelijk omdat De Kleijn het in 1976 in opdracht van het Gouwse gemeentebestuur voor het museum vastgestelde verzamelgebied kunst van vrouwelijke kunstenaars onder het mom van bezuinigingen kort na 2011 definitief de deur uit deed.

De Kleijn zegt dat hij besloot om het schilderij toch te laten veilen en niet op Kreuks aanbod in te gaan, maar of dat de ultieme waarheid is valt dus af te wachten. De Kleijns verklaring in Trouw verklaart nog steeds niet alle losse eindjes. In een persbericht van 30 mei 2011 zei de Kleijn op een opbrengst van 800.000 euro te rekenen. (Bron onvindbaar, maar hier de toenmalige verwijzing ernaar). Er resteren vele vragen naar het handelen van De Kleijn. Zijn uitleg sinds mei 2011 is verre van consistent en stelde hij steeds bij. Gemeente Gouda zal hem niet kritisch aanspreken. Of een gemeenteraad. Of een Raad van Toezicht van het museum.

Wat Kreuk in Art Flipper nu naar buiten brengt lijkt in lijn met mijn commentaar uit oktober 2011: ‘De echte reden dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar niet accepteerde lijkt te zijn dat-ie het niet kon accepteren omdat-ie voortijdig vergaande afspraken had gemaakt met Christie’s Londen. In het pakket paste in mei de aankoop van een Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam voor 109.000 euro. Volgens kenners zeker geen kernstuk van de collectie. Een onverklaarbare actie van een museum dat beweert dat het water tot aan de lippen gestegen is en zegt elke cent nodig te hebben voor het voortbestaan.’

Foto: St Martin’s School for Boys Blazer Navy, zoals afgebeeld op The Schoolboys van Marlene Dumas.

Voor verder lezen:

30-05-11: MuseumgoudA verkoopt eigen identiteit

28-06-11: ‘The Schoolboys’ brengt ruim €1.200.000 op

21-06-11: Pakt museumgoudA verkoop ‘The Schoolboys’ handig aan?

07-07-11: Ter Borg gaat niet tot de bodem over museumgoudA

02-09-11: Marlene Dumas valt museumgoudA aan vanwege verkoop The Schoolboys

06-09-11: MuseumgoudA heeft de museumsector beschadigd

09-09-11: Halbe Zijlstra keurt verkoop The Schoolboys door museumgoudA af

21-09-11: MuseumgoudA kiest voor politiek conservatisme

24-09-11: Zijlstra verwerpt uitverkoop kunst door Gouda en museumgoudA

25-10-11: MuseumgoudA ongeloofwaardig over verkoop The Schoolboys

08-11-11: Koopt museumgoudA nog een molen van Weissenbruch?

28-11-11: NMV zet museumgoudA vanwege handelswijze niet uit vereniging

30-11-11: Wie controleerde bij museumgoudA de Raad van Toezicht?

22-12-11: Reden verkoop The Schoolboys door museumgoudA is niet financieel