Bordesfoto

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 10 mei 2011.

Kabinet Biesheuvel I (6 juli 1971 – 9 augustus 1972).

Neem een staatshoofd, een kabinet en een bordes en er is een bordesfoto. Dat klinkt makkelijker dan het is. Wie staat waar? Moet iedereen dezelfde kant opkijken? Hoe gaat men gekleed en gekapt? Mag men praten of moet men zwijgen? Waar laat men de handen? De bordesfoto is een traditie die spelenderwijze is uitgevonden.

De eerste bordesfoto staat op naam van het kabinet Biesheuvel, dat er van 1971 tot 1973 zat. Wat opvalt is dat niet Juliana, maar Biesheuvel in het midden staat. Mooie Barend, zoals zijn bijnaam was, staat er pontificaal bij en overstijgt onze koningin.

De kleding van de ministers varieert van tweedelig tot driedelig. Volgens het KNMI was het op 6 juli 1971 iets boven de 20 graden. Het is licht bewolkt en zomerpakken hangen nog in de mottenballen.

Uit alles blijkt dat de regie ontbreekt. Men weet nog niet hoe het moet. De bordesfoto hinkt vooruit op de beeldcultuur. Nog geen kleur, maar toch geen sepia meer. De tijdgeest scharniert. Biesheuvel kijkt het pad af en aan de rechterkant is het twee keer drukker dan links. Op de tweede rij kijkt men minder tevreden dan op de druk bezette voorste rij.

Handen kennen drie basishoudingen. Van Agt breviert en lijkt met een elastiekje te frummelen. Juliana en Geertsema sluiten zich daarbij aan, waarbij de laatste zijn buikje probeert te verhullen. De rest is verdeeld in langszij en achterlangs. Biesheuvel laat ze maar hangen en kijkt nogmaals het paleispad af. Komt er ooit een einde aan?

Een verkiezingsfoto straalt overtuiging uit. Dat ontbreekt hier. Macht wordt betrapt in een eerste stap op weg naar een nieuwe gewoonte. Goed is dat het perspectief licht omhoog wijst. Zo moet de macht uitgebeeld worden. Zo hoort het.

Een fundamenteel punt van kritiek op de bordesfoto als genre is van staatkundige aard. Merkwaardig dat het kabinet op bezoek gaat bij de koningin. Hoe leuk bedoeld ook, een principieel bezwaar is dat het de rol van de politiek ondergraaft.

Als voor het maken van een regeringsfoto de koningin niet naar het parlement kan komen, hoeft het kabinet nog niet naar de koningin te gaan. Totdat het staatshoofd geen rol meer in de regering heeft, zou het passender zijn om de uitgevonden traditie van de bordesfoto los te laten. Hoewel er veel aan af te lezen valt.

Radicale melkveehouders zijn Drama Queens in ketelpak en op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen

Activistische radicale boeren gooien hun eigen glazen in met acties zoals het blokkeren van snelwegen. Denken ze zo de steun bij het publiek te vergroten? Hun blik is vernauwd. Ze handelen uit een combinatie van kortzichtigheid, frustratie, woede en gebrek aan realiteitszin. Opgestookt en opgejaagd door de agro-industrie en banken die de boeren financieel gevangen houden en populistische radicaal-rechtse partijen als BBB, JA21, PVV, FVD en de SGP.

Het gaat voornamelijk om intensieve melkveehouders die protesteren en zich benadeeld voelen. Ze vatten de aangekondigde maatregelen om de vervuiling met stikstof terug te dringen bijna op als een persoonlijke belediging. Een groot deel van de Nederlandse boeren doet aan fruit-, bloemen-, en groenteteelt en produceert duurzaam en biologisch en is evenwichtig en toekomstgericht. Hun standpunt wordt in de media of het politieke debat onvoldoende gehoord. Radicale veehouders zijn Drama Queens in ketelpak op trekkers die bovenmatig veel aandacht krijgen.

Er wordt door deze boeren en rechts-radicale onruststokers vaak gesteld dat premier Rutte en zijn ministers zijn losgezongen van de realiteit. Maar het zijn vooral de radicale melkveehouders die het zicht op de realiteit zijn kwijtgeraakt. Ze voelen zich slachtoffer van de overheid en zien onvoldoende in dat ze het verdienmodel van de agro-industrie zijn geworden. Maar daar richten ze hun pijlen niet op. Mede omdat de huidige acties door deze agro-industrie worden gefinancierd. Ook radicale boeren bijten niet de hand die hen voedt.

Feiten tellen. Krimp van de veestapel is noodzakelijk om de natuur- en klimaatcrisis aan te pakken. De overheid wil melkveehouders uitkopen. Ze kunnen hun bedrijf stoppen of overstappen op een ander soort productie. Zo’n 80% van de Nederlandse landbouwproductie wordt geëxporteerd. Het is een misverstand dat sanering van de melkveehouderij de voedselvoorziening in gevaar brengt. Integendeel. Het is de intensieve melkveehouderij die de Nederlandse voedselvoorziening in gevaar brengt.

Radicale boeren lijken niet te stoppen met hun wilde acties. De politie handelt terughoudend, terwijl deze boeren de openbare veiligheid in gevaar brengen. Of bestuurders die over het stikstofdossier gaan bedreigen. Het kabinet moet harder optreden vanwege de rechtsgelijkheid en de eigen geloofwaardigheid. De radicale boeren moeten nu de wacht aangezegd worden.

Deze radikalinski’s willen ‘meer respect en minder regels’. Dat klinkt tamelijk puberaal. Want iedere burger wil meer respect en minder regels. Maar dat kan een specifieke beroepsgroep niet alleen bepalen voor anderen en voor heel Nederland. Het kan niet dat de belangen van allen ondergeschikt worden gemaakt aan het belang van een specifieke beroepsgroep, te weten de geradicaliseerde intensieve melkveehouders. Zijn ze nog toerekeningsvatbaar?

Zowel in 2019 als nu hebben media de protesten van de radicale boeren tamelijk welwillend verslaan. Alsof ze bang zijn om een te kritisch geluid te laten horen en zelf tot doelwit van protest te worden. Radicale melkveehouders krijgen weer volop gratis publiciteit, maar desondanks voelen ze zich tekortgedaan. De radicale boeren staan het eerlijke verhaal zelf het meest in de weg. Maar ze begrijpen dat niet of doen in gespeeld onbenul alsof ze het niet begrijpen. Laten we niet in de misleiding door en de beeldvorming van deze imitatie-cowboys van de Lage Landen trappen.

Nederland in populaire cultuur van VS

Affiche voor Amerifilm ‘Hans Brinker or The Silver Skates‘, (1962)

In de VS heerste ooit een Holland-cultus in de populaire cultuur. Geschiedschrijving à la Walt Disney die doordringt in de beeldvorming. Hans Brinker is de serieuze jongen die met zijn vinger in de dijk zijn gemeenschap redt.

Was New York in de 17de eeuw niet gesticht als Nieuw Amsterdam door de Nederlanders en hadden de WASP’s (White Anglo-Saxon Protestant) die tot in het midden van de 20ste eeuw het politieke leven van de VS bepaalden en de calvinistische Hollanders geen overeenkomsten?

Denk aan het schip de Mayflower dat in 1620 na een verblijf van 11 jaar in Leiden met vanwege hun godsdienst naar de Republiek gevluchte Engelsen naar Virginia voer. Deze oervaders worden nu nog gezien als Amerikaanse adel. Het lijkt er sterk op dat na het afnemend belang van de WASP’s ook het accent op de vlijtige, arbeidzame en betrouwbare Nederlanders in de beeldvorming is verminderd. In het latere globalisme en door andere immigratiegolven nam het relatieve belang van Nederland in de VS hoe dan ook af.

Denk aan songs als Little Dutch Mill die Dave Fleischer in 1934 in een cartoon verwerkte. De Nederlanders in klederdracht zijn aan het schoonmaken en tonen zich van hun beste kant als zogezegde wereldverbeteraars. Half satire en half serieus.

Een zinswending in de song heeft een plagende ondertoon: ‘They both had so much moon, that it was a real Dutch treat‘. Dat laatste betekent dat iedereen voor zichzelf betaalt. Dat wijst op schraapzucht en wordt niet als goede eigenschap gezien. Maar het wijst ook op realiteitszin en egalitarisme. Vandaar is het een kleine stap naar het motto ‘doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg’ van een land zonder paleizen, maar met molens. Hoe ook in Nederland dat idee werd bijgebogen blijkt uit het apocriefe verhaal dat jarenlang verteld werd over het legendarische kaakje waarmee toenmalig premier Willem Drees in 1948 de Amerikaanse Marshallhulp zou hebben verzekerd wegens zijn zuinigheid en ernst.

De herkomst van dit soort begrippen met ‘Dutch‘ heeft in het Amerikaans-Engels trouwens geen Nederlandse, maar een Duitse herkomst. Het tekent het belang van Nederland in een bepaalde periode (al is het in negatief opzicht) dat in de loop van de tijd Dutch niet langer Duits, maar Nederlands ging betekenen.

De ironie van de geschiedenis is dat in de Vrede van Breda (1667) de Republiek Nieuw-Amsterdam moest afdragen aan de Engelsen en Suriname kon behouden. Hiermee was de weg definitief vrij voor de opwaardering van Nederland in de populaire cultuur van de VS. Nederland was in latere eeuwen immers geen bedreiging meer voor de VS en was na Frankrijk het tweede land dat de VS in 1776 officieel erkende. Het hielp ook mee dat in hun geschiedschrijving Nederlanders en Amerikanen de verwaande en gehate Engelsen als vijand hadden. Ook dat schiep een band tussen beide volkeren.

Hoe stereotypering ook neveneffecten heeft en de blik beperkt leert de ondertitel van onderstaande foto uit 1915. Van twee zwarte vrouwen in Paramaribo wordt gezegd dat ze op Nederlandse vrouwen lijken. Maar dan ‘turned black‘. Dat klinkt normatief. Het is ook vloeken in de kerk van de puristen van culturele toe-eigening die grenspalen tussen bevolkingsgroepen opwerpen. Suriname werd in 1954 (tot 1975) officieel een deel van het Koninkrijk Nederland en was vanaf 1667 een Nederlandse kolonie.

Alpheus Hyatt, ‘The women look like Dutch women turned Black, Paramaribo‘, 1915. Collectie: The New York Public Library

Vragen bij een promotievideo van Museumkaart voor de Nationale Museumweek. Wat voor beeld denkt het te geven van een museum?

Instellingen huren soms externe vormgevers in die weinig verstand hebben van het product dat ze moeten verkopen. Als dan ook de afstemming tussen de opdrachtgevers in een stuur- of projectgroep van genoemde instelling en de vormgevers niet optimaal is, dan is dat de aankondiging van een ramp.

Het gevaar bestaat dan immers dat er een product aangeboden wordt dat alleen in de fantasie van de vormgevers bestaat, maar weinig te maken heeft met het werkelijke product dat verkocht moet worden. De leden van de stuur- of projectgroep hebben zitten slapen of hebben bewust iets laten passeren dat niet overeenkomt met de realiteit.

Marketing ontspoort zo in droombeelden. Er wordt een beeld gevormd dat van een afstand aardig toont, maar bij nader inzien niet klopt omdat het een verre afgeleide is van het product dat moet worden gepromoot. Hier is het product museumbezoek.

Bij deze video op YouTube van de Museumkaart voor de Nationale Museumweek van 4 t/m 10 april 2022 staat de volgende tekst: ‘Tijdens de Museumweek roepen we werkgevers op hun medewerkers #MuseumVrij te geven, zodat ze kunnen onthaasten en nieuwe inspiratie opdoen in een van de 450 musea: een win-winactie!

De opstellers van de tekst bij de video haken aan bij het begrip ‘win-win-situatie’. Dat betekenteen onderhandelingssituatie waarin beide partijen voordeel kunnen hebben van onderhandelen en samenwerken. De winst van de een hoeft niet ten koste te gaan van de ander.’

Wat het voordeel is van werkgevers om hun medewerkers naar het museum te sturen om te onthaasten en nieuwe inspiratie op te doen is onduidelijk. Als de medewerkers door dat bezoek al onthaasten en nieuwe inspiratie opdoen, wat nog maar helemaal de vraag is.

Als het museum en de medewerker hier al winst uit halen, dan valt lastig in te zien wat de winst voor de werkgever is. Is dat een onthaaste medewerker die gelouterd uit het museum komt na een bezoekje? Werkt dat zo snel?

Wat is de nieuwe, bewezen inspiratie die de medewerker meebrengt voor de werkgever? Welke bevlogenheid, bezieling, inblazing of ingeving kan dat zijn? Maakt een werk van Jan Schoonhoven duidelijk dat de medewerker voortaan zijn of haar bureau moet opruimen? Vertelt een stoel van Gerrit Rietveld dat men rechtop moet zitten? Inspireert een abstract werk van Piet Mondriaan een medewerker tot nieuwe vergezichten en dwarsverbanden? Werkt inspiratie zo direct? Of wordt dat door de makers van de video verondersteld zonder dat het aangetoond kan worden?

Werkt overdracht in een museum volgens de Museumkaart terloops en succesvol?

Het meest in strijd met elementaire museale voorschriften is dat bezoekers noch met rugzakken, noch met tassen of ademluchttoestellen op hun rug op zaal worden toegelaten. Dat geeft een te hoog risico op beschadiging van kunstobjecten.

Bezoekers zo tonen is wereldvreemd. Het heeft niks met de realiteit van museumbezoek te maken. Daarnaast zet het toekomstige bezoekers op het verkeerde been. Wat denken ze straks in het museum op hun rug te kunnen dragen?

Still uit de videoMuseumVrij’ van Museumweek op YouTube, 29 maart 2022.

Het is bizar dat de vrouw met de rode helm zich met de immense tas op haar rug vlak voor het schilderij omdraait. Als zij al zover was gekomen, zou dat voor de bewaking van een normaal museum reden zijn om haar te verzoeken om de tas op haar rug onmiddellijk af te doen en in bewaring te geven bij de entree.

Of moeten we dit soort marketing van Museumkaart niet serieus nemen en op de koop nemen dat het een fantasiebeeld schetst van museumbezoek waarvan we weten dat het niks met de werkelijkheid te maken heeft? Maar wat is dan nog de waarde ervan? Of hebben de leden van de stuur- of projectgroep toch zitten slapen en de vormgevers te veel vrijheid gegeven wat heeft geleid tot een onrealistisch beeld? Het antwoord valt niet makkelijk te geven.

Wat de video oproept is verwondering. Maar dan een ander soort verwondering dan de makers beogen. Wat voor beeld denken ze eigenlijk te geven van een museum?

Naschrift:

Tweet van Robert Busschots en reactie, 2 april 2022.

SuperDry, of de triomf van het T-shirt in de politiek

Vooral het opvallende Superdry-shirt van CDA-leider Wopke Hoekstra (links) viel niet bij iedereen in de smaak: te casual. Naast Hoekstra zitten Sigrid Kaag, Mark Rutte en Johan Remkes. © ANP

Laten we het eens niet over het uiterlijk en de kledingkeuze van vrouwen in de politiek hebben, maar over mannen. Die identiek gesneden, maar verschillend gekleurde jasjes van kanselier Angela Merkel kennen we intussen wel. Als verleidelijke prooi voor vormgevers die er een Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek van maken.

Wat is het bij mannen van middelbare leeftijd om zich te willen manifesteren met kekke schoenen, strakke jeans en T-shirts met opdruk die zegt hoe cool ze zijn? Het is de mythe van de jeugdigheid in gedwongen ongedwongenheid.

Die zelfbevestiging hebben ze blijkbaar nodig om te denken dat ze aan de buitenwereld en zichzelf zo laten zien wie ze zijn. Het is de omweg van het grote gebaar. Het kan blijkbaar niet gewoon, maar alleen nog in de overtreffende trap. Vooral als ze in een langlopend proces met elkaar in groepsverband opereren. Zo jutten ze elkaar steeds meer op en wordt de eis om in het uiterlijk op te vallen steeds belangrijker.

Het is een patroon. In het beeldverslag van het kabinetsberaad in het Catshuis vallen steeds meer aankomsten van excentriek geklede kabinetslieden te zien die duidelijk bedoeld zijn om op te vallen. Zoals minister Hugo de Jonge op een racefiets in wielrenners outfit. Waarom gaat hij zo gekleed naar zijn werk?

Aaf Brandt Corstius karakteriseert in de Volkskrant het gedrag van deze mannen in een leuke, maar ook belangrijke columnVolwassen mannen als Rutte en Hoekstra vinden dat er een woord op hun T-shirt moet staan, want dat is gaaf‘.

Dit gaat om politici als Rutte en Hoekstra die pretenderen in een weekendoverleg op een Hilversums buitenhuis zo gewoontjes mogelijk gekleed te gaan om ongedwongen gewoonheid en jeugdigheid uit te stralen, maar zich in werkelijkheid hullen in het uniform van het gave succes. Ze raken betrokken bij het ritueel zonder dat goed te beseffen.

Dat staat in contrast met de informateur van de kabinetsformatie Johan Remkes die toevallig een truitje uit de kast lijkt te hebben gepakt dat daar al sinds 1980 ligt. De indruk bestaat dat omdat het casual moest hij even niks anders had. Remkes straalt zo uit dat uiterlijk en beeldvorming hem niks interesseren en hij uitsluitend gaat voor de inhoud. Het contrast is veelzeggend.

Remkes is in het gezelschap de volwassene en Rutte en Hoekstra zijn z’n kinderen die zich van elkaar willen onderscheiden. Is die beeldvorming van Hoekstra, Rutte en hun teams van spindoctors en communicatiedeskundigen mede een oorzaak voor de stagnatie in de formatie?

Beeldvorming is mannen als Hoekstra en Rutte steeds meer in de weg gaan staan. Ze hebben steeds minder ruimte om in de publieke opinie zichzelf te zijn. Ze zijn verstikt in opdrachten en kunnen na verloop van tijd alleen nog een beeld van zichzelf reproduceren om een imago vast te houden. Dat maakt het lastig om te schakelen in de formatiebesprekingen. Imago is hun automatische piloot die ze niet meer uit kunnen zetten.

De tegenstrijdigheid van een casual heidesessie met uitgebreide aanwezigheid van een groep journalisten die er verslag van doet geeft aan dat ook Remkes zich niet kan onttrekken aan de waan van de dag die hij probeert te doorbreken. De persaanwezigheid op die plek tekent het voorlopige failliet van het politieke bedrijf.

Het is in handen van de marketeers van de politieke partijen die continu aandacht claimen voor een stroom van nieuwtjes die bij nader inzien weinig om het lijf hebben en oppervlakkig zijn. Media en politiek jagen elkaar op. Het maakt de politiek kapot omdat die niet meer op adem kan komen. Het verdringt het nadenken over en behandelen van belangrijke zaken. Daar staat Hoekstra’s T-shirt symbool voor.

Media negeren hun eigen rol in de berichtgeving over geestelijke gezondheid van volwassenen

Het AD blijft aan stemmingmakerij doen over de gevolgen van COVID-19. Het lijkt daarmee de concurrentie met De Telegraaf aan te gaan over wie het meest zwarte scenario kan schetsen. Deze media praten de bevolking de put in. Ze waarschuwen voor de geestelijke gezondheid door die in de beeldvorming keer op keer te beschadigen.

Op 6 februari 2021 plaatste het AD een artikel met de kop ‘Tachtig procent van jongeren zit door corona tegen burn-out aan‘. Het blijkt na een check van Nieuwscheckers.nl (Universiteit Leiden met Peter Burger) een ongefundeerd bericht dat door het commerciële bedrijf NCPSB dat tests en coaching tegen burn-out aanbiedt naar buiten was gebracht. Vele media namen het bericht over en moesten dat later rectificeren. Maar het kwaad was geschied en de beeldvorming was beïnvloed.

Nu komt het AD met het bericht in haar liveblog over COVID-19 van 25 februari 2021 dat een persbericht van 25 februari 2021 van het Trimbos-instituut samenvat. Het AD zegt in de inleiding: ‘Voor het eerst daalde het rapportcijfer dat mensen hun leven geven fors: van een 7,0 naar een 6,6. Vorig jaar bleef dit cijfer nog stabiel, ondanks de coronacrisis.’

In het persbericht van het Trimbos-instituut over het onderzoek naar de psychische gezondheid van mensen komt dat woord ‘fors’ of een soortgelijke kwalificatie niet voor. Het persbericht benadrukt dat 23,5% van de deelnemers aan het onderzoek aangeeft dat hun psychische gezondheid is achteruitgegaan tijdens de coronacrisis. Zodat die bij 76,5% niet is achteruitgegaan. Dat lijkt de kwalificatie ‘fors’ die het AD er eigenmachtig op plakt niet te rechtvaardigen.

Interessant is wat het Trimbos-instituut nou precies onderzoekt. Het noemt dat ‘de impact van de coronacrisis op de psychische gezondheid van volwassenen’. Dat betreft dus de inwerking of invloed van de coronacrisis op de psychische gezondheid van volwassenen. Maar die invloed of inwerking komt mede tot stand door de media. Er bestaat een wisselwerking tussen wat de media zeggen en hoe de volwassen burgers daar op reageren en hun zelfbeeld ontwikkelen.

Anders gezegd, als volwassenen door het AD, De Telegraaf en andere media die deze ongefundeerde of gekleurde berichten overnemen steeds worden geconfronteerd met berichten over een burn-out, zelfmoord-poging, depressie of welke psychische aandoening dan ook, dan gaat dat niet ongemerkt voorbij en is dat van invloed op hoe deze volwassenen zelf hun geestelijke gezondheid inschatten. Sommigen zullen van die berichten somberder worden, zodat die direct de geestelijke gezondheid negatief beïnvloeden. Vervolgens zullen deze media deze cijfers die ze zelf helpen veroorzaken als een pseudo-onpartijdige nieuwsbron weer brengen als onheilspellend ‘objectief’ nieuws.

Dat is de race naar de bodem van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van media. Ze proberen hun eigen rol uit te wissen. Het eigen handelen wordt uit eigenbelang schoongewassen ten koste van de volwassenen die zich mede door de onheilspellende berichten bedreigd voelen in hun geestelijke gezondheid. Dat is des te meer het geval wanneer deze media uitgaan van het meest sombere, zwarte scenario met overvolle ziekenhuizen en blijvende, strenge maatregelen.

Men kan zich afvragen hoe verantwoord media als het AD bezig zijn en hoe ze tijdens de berichtgeving over de coronacrisis spelen met de geestelijke gezondheid van volwassen Nederlanders. Het is de hoogste tijd dat de  belangenbehartigende NvJ en de Nederlandse nieuwsondernemers zich hier in het openbaar over uitspreken. Of de collega-media die wel hun verantwoordelijkheid nemen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel liveblog over het Coronavirus van het AD, 11.15 uur op 25 februari 2021.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelNieuws over dreigende corona-burnout bij 80 procent van jongeren is ‘totale quatsch’’ van Nieuwscheckers.nl, 16 februari 2021.

Petitie ‘Muslim Lives Matter’ vraagt om tweede, gecorrigeerde versie

De petitieMuslim Lives Matter’ is uiteraard een bewerking van ‘Black Lives Matter’ die wereldwijd steun heeft opgeleverd voor de zwarte bevolking. Of deze petitie hetzelfde doet voor de moslims bevolking valt te betwijfelen. Dat komt omdat er vreemde beweringen in de petitie staan en omdat het voorbijgaat aan de politieke werkelijkheid.

Het is prima als leden van een bevolkingsgroep een petitie plaatsen waarin ze hun recht opeisen. Maar als dat op de verkeerde manier gebeurt, dan werkt het averechts.

Het sentiment dat de islam wordt gekoppeld aan terrorisme volgt direct uit allerlei aanslagen door moslims in Europese landen die zeggen te handelen uit naam van de islam. Daarin zijn de volgelingen van deze godsdienst uniek. Er is geen enkele godsdienst of levensovertuiging die de achterban vraagt om op deze grote schaal aanslagen te plegen tegen andersdenkenden of tegen andere moslims. Het zijn islamitische predikers die deze aanslagen legitimeren  Die koppeling is geen racisme, maar de realiteit van 2020 die door radicale moslims wordt opgeroepen.

Petitionaris Dina Achahabar vergeet dat moslims in Nederland onder het secularisme meer vrijheid hebben dan  moslims in vele landen, waaronder die in de zogenaamde islamlanden. Daar bestaat felle concurrentie tussen stromingen binnen de islam met als gevolg dat een groot deel van de moslims actief wordt tegengewerkt of zelfs vervolgd. Dat georganiseerde onrecht bestaat in Nederland niet waar moslims voor de wet gelijkwaardig zijn aan aanhangers van andere godsdiensten en levensovertuigingen.

Daarom is het een pertinente onjuistheid om de positie van de moslims in Nederland te vergelijken met die van de Joden van de Holocaust. Het valt niet in te zien hoe de positie van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, toen er sprake was van bewuste uitroeiing door de nazi’s,  vergelijkbaar is met de positie van de Nederlandse moslims in 2020. Deze vergelijking draagt de kern in zich van de ontkenning van de Holocaust.

De petitionaris heeft gelijk dat de Oeigoeren door de Chinese overheid worden vervolgd. Dat is niet hetzelfde als de Holocaust, maar begint de kenmerken ervan te vertonen. Maar de tragiek van de vervolging van de Oeigoeren is dat alle islamitische landen, inclusief Turkije niet protesteren bij de Chinese leiders tegen die vervolging. Het zijn juist de westerse landen die dat wel, hoewel mondjesmaat, doen terwijl de islamitische landen de ‘ongelijke’ behandeling van de Oeigoeren als een voldongen feit accepteren. Dit geeft de morele zwakte van de internationale moslimgemeenschap aan. Verspelen de moslims hiermee niet hun eigen recht van spreken?

Wie gisteren de discussie over minister Slob en zijn opmerkingen over de homoseksuele identiteit op christelijke scholen heeft gevolgd, zal gezien hebben dat hij hierop van veel kanten kritiek heeft gekregen. Iedereen veel over hem heen en hij moest zijn woorden inslikken. Zo werkt het publieke debat. De christelijke zuil in het bijzonder onderwijs werd stevig de maat genomen en de argumenten van christenen werden onderuit gehaald. Het is dus onjuist dat alleen moslims in een zwart daglicht worden geplaatst. De vergelijking moet eerder zijn dat het de radicale elementen binnen alle godsdiensten zijn die continu kritiek krijgen.

Het is positief dat de petitionaris verwijst naar de bescherming van de rechtsstaat omdat dit betekent dat hiermee de rechtsstaat wordt omarmd. Dat is emancipatie en integratie. Maar het is ongelukkig als moslims die de Nederlandse rechtsstaat verwerpen, zoals salafisten niet genoemd worden. Want zij zijn het die de goedwillende moslims van deze petitie onder druk zetten. Daarom is het interessanter wat deze petitie niet zegt of niet kan zeggen, dan wat het wel zegt. Want wat de petitie zegt is, in alle eerlijkheid voorspelbaar en fantasieloos en volgt de retoriek van het platgetreden pad.

Een en ander vraagt om een tweede versie van deze petitie waarin onjuistheden, slordigheden en het verkeerde gebruik van het begrip ‘racisme’ worden gecorrigeerd en de olifant in de kamer wordt benoemd: de strijd binnen de Nederlandse en internationale islamgemeenschap tussen moslims onderling. Maar daar is moed voor nodig omdat fysieke bedreigingen in die strijd niet geschuwd worden. Deze petitie verdient het om herschreven te worden.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieMuslim Lives Matter: ook in beschrijvingen’ van Dina Achahabar  op petities.nl. November 2020.

Pleidooi voor inzet van kunstenaars bij een sociaal en economisch hervormingsprogramma van de overheid

Velen stellen dat er somberte en uitzichtloosheid als nooit tevoren heerst. Het klimaat, de economie, de politiek en de sociale vrede staan onder druk. Wetenschap en kunst worden in het verdomhoekje geplaatst en nog weinig gegund. Sociale opgang is gestopt, kinderen krijgen het eerder slechter dan beter dan hun ouders. Boomers wordt verweten op het hoogtepunt van de welvaart gepiekt te hebben en zich niet bekommerd te hebben om de toekomst. Door de COVID-19 pandemie wordt de neergang versneld. Of op z’n best: het proces van stilstand gecontinueerd. Nu de economie door de succesvolle bestrijding van de pandemie weer aarzelend op gang komt blijkt dat er fundamenteel niets verandert en zoals bij elke restauratie de gevestigde belangen in de steunprogramma’s voorgaan omdat ze de kortste en snelste contacten naar de macht hebben. De economie wordt niet verduurzaamd, de besluitvorming niet verbreed en een nieuwe start niet overwogen.

Toch gaat het de Nederlanders nog steeds redelijk goed. Beter dan voorheen. Maar in de opinie wordt het tegenovergestelde beeld gevormd. In de echokamers van de sociale media praten mensen zonder de feiten te kennen elkaar hun pessimisme na. Hoe kan dat beeld doorbroken worden? Daartoe moeten we teruggaan naar een andere tijd van neergang in de recente geschiedenis: de crisisjaren 1930 als gevolg van de beurskrach van 1929. Hoewel nu uiteraard de omstandigheden totaal anders zijn. Het gaat om de aanpak van beklemming die transformeert in verlamming en het bieden van hoop. Is de mens niet zijn of haar eigen ergste vijand?

Het voorbeeld is de New Deal van president Roosevelt. Vanaf 1932 werd een omvangrijk economisch en sociaal hervormingsprogramma opgezet om de gevolgen van de crisis te dempen. De overheid heeft daarbij een sturende, coördinerende en motiverende rol. Vertaald naar onze tijd houdt dat in dat de verzorgingsstaat die sinds de jaren 1980 langzaam uitgekleed is, weer wordt aangekleed. Zodat de extremisten die hierdoor wind in de zeilen hebben gekregen omdat ze mensen die buiten de boot zijn gevallen voor zich hebben weten te winnen geen rugwind meer hebben. Nu de overheid als gevolg van de pandemie toch tientallen miljarden euro’s in de economie pompt, is het een gemiste kans om in het herstel de pre-corona tekortkomingen niet te willen corrigeren. Het is merkwaardig hoe weinig kritiek op de behoudsgezinde restauratie klinkt. Ook die beperkte blik is vermoedelijk een gevolg van dat pessimisme dat bijna iedereen in de greep heeft.

Het geloof in een betere toekomst moet dus doorbreken. Ook bij progressief Nederland. Of liever gezegd, door de overheid moet met een hervormingsprogramma dat beeld worden gevestigd. Nog sterker gezegd, dat beeld moet door herhaling geforceerd worden. Voor de praktische politiek is het gewenst dat partijen als de PvdA en GroenLinks meedoen om hun achterban mee te krijgen. VVD en CDA kunnen dan hun achterban die sterker verankerd is in de gevestigde macht proberen mee te krijgen. De flexibele Mark Rutte kan hieraan leiding geven op de voorwaarde dat hij zich niet langer opstelt als verlengde van de werkgeverslobby. Samen met de centristische D66 kan dan een vijfpartijenkabinet worden gevormd. Essentieel is dat partijen de gevestigde belangen niet blindelings volgen, de pragmatiek vooropzetten en het experiment niet schuwen.

Om de bevolking ervan te overtuigen dat er een nieuwe fase in de geschiedenis van Nederland is aangebroken en ze hun pessimisme achter zich kunnen laten moet er met overheidsprogramma’s extra aandacht worden gegeven aan de publieke opinie. Daarbij kunnen kunstenaars, ontwerpers en filmers een rol spelen. Het beeld is hun vakgebied. In de jaren 1930 kende de VS de WPA (Work Projects Administration) waarvan het Federal Art Project een belangrijk onderdeel was. Opzet daarvan was om de kunst met een hulpprogramma te steunen en kunstenaars kunst te laten maken die de bevolking bereikte. Bovenstaand affiche is daar een voorbeeld van. Uiteraard zullen kunstenaars nu andere, minder statische middelen inzetten, zoals nieuwe media.

De culturele sector ging het in het post-Zijlstra (2011) tijdperk al slecht en heeft door de COVID-19 pandemie verder aan terrein verloren. Het perspectief van de kunstenaars is slecht. Opdrachten zijn weggevallen. De overheid kan de rol van opdrachtgever op zich nemen. De huidige steunprogramma’s van de overheid voor de kunst zijn bescheiden en daarnaast komt het leeuwendeel van de steun bij gevestigde instellingen terecht.

Met een overheidsprogramma voor kunst, ontwerpers en filmers dat wordt gecoördineerd door een apart bestuurlijk orgaan, dat op afstand staat van de regering en eigen budget en bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft, snijdt het mes aan vele kanten: 1) kunstenaars worden door financiële steun uit de brand geholpen; 2) door experimenten toe te laten in het programma hoeven kunstenaars niet gezien te worden als ‘simpele’ uitvoerders van de overheid; 3) hun vakmanschap kan dienen om met een waaier van creatieve uitingen de publieke opinie te helpen overtuigen dat de overheid zichtbaar werkt aan een hervormingsprogramma; 4) overheid en politieke partijen kunnen door het tonen van hun goede wil de vertrouwensbreuk met de kunstsector lijmen die door hun neerbuigende en terughoudende houding in de afgelopen tien jaar gegroeid is; 5) in het verlengde daarvan kan de neerbuigende houding bij delen van het publiek over de ‘overbodige’ kunst bestreden worden door deelname van kunstenaars aan het hervormingsprogramma; 6) door inzet van kunstenaars kan het begrip voor en het inzicht van politici op de functie van kunst verbeterd worden.

Foto: ‘Moments with genius Written by the Illinois Writers Project : presented by the Museum of Science & Industry / / D.S.’, 1936-1941. Collectie: Library of Congress.

Mythische proporties: Het is ongewoon gewoon dat Máxima fietst, want er wordt in de publiciteit uitgebreid verslag van gedaan

Hoe kon de negatieve beeldvorming over het hoge salaris van koningin-gemaal Máxima worden veranderd? De afdeling publiciteit van de Nederlandse monarchie stak de koppen bij elkaar. De belastingbetaler is zo genereus om haar in 2020 aan inkomen en onkostenvergoeding €1.020.000 te geven. Meer dan een miljoen per jaar. Belasting betaalt zij niet. Loterijen jagen Nederlanders op loten te kopen om miljonair te worden. Zonder ook maar één lot te kopen wordt Máxima elk jaar miljonair. In de Nederlandse monarchie val je pas echt in de prijzen. Dat soort negatieve beeldvorming dus over een van oorsprong Argentijnse dame uit een bruin-conservatief milieu die naar goud ging graven door bewust in de Nederlandse koninklijke familie te trouwen. Het antwoord is van een Nederlandse simpelheid: op de fiets! Met het leiderschapsgeel van de Tour de France. Vergeten zijn de vorstelijke verblijven in Griekenland, Argentinië en Mozambique. De persoonlijke bewaker met donkere broek, wit overhemd en beige jasje fietst op afstand mee. Uiteraard was de Nederlandse pers ruim van tevoren ingelicht over de ‘toevallige’ fietstocht van Máxima. Museumdirecteur Benno Tempel staat haar op de stoep op te wachten. Wat is ze toch gewoon. Aan de afdeling publiciteit van het koningshuis zal het in elk geval niet liggen om dit ‘gewone’ fotomoment in te prenten in de hoofden van de Nederlanders.

Krijgt u ook zo’n wee gevoel als machtigen het woord ‘verbinding’ gebruiken?

Het is in deze tijden van het coronavirus moeilijk om niet wee te worden van alle oproepen om te verbinden. Of alle oproepen met een samenstelling met ’samen’ of ‘elkaar’. Deze opwekking is om moedeloos van te worden. Wie ermee komt verraadt de opzet ervan. Het zijn de machtigen, de vertegenwoordigers van de overheid, de leidende politici, het koningshuis of de werkgevers die aansporen om te verbinden. In navolging daarvan sluiten gevestigde media en publieke figuren zich erbij aan. Zo vormt zich de gevestigde orde.

Laat verbinding het nieuwe toverwoord van deze tijd zijn’ zei de onlangs afgetreden topbestuurder van DSM Feike Sijbesma in het FD. Hij is door het kabinet benoemd tot speciaal gezant voor de overheid. Maar een ‘toverwoord’ is niet eenduidig positief, zoals de betekenis ervan op WikiWoordenboek verduidelijkt: ‘een (modieus) begrip dat de oplossing is voor alle vraagstukken in een bepaald vakgebied’. Het woord ‘toveren’ draagt de betekenis ‘verblinden’ in zich, evenals ‘meeslepen’ en ‘in beslag nemen’. Daar gaat het in dit geval om. Het is geen directe afleiding, maar een zijdelings meelokken. Het publiek wordt verleid met taal die door de macht gekaapt wordt. Want machtigen bedoelen met ‘verbinding’ niet wat machtelozen eronder verstaan.

Het ‘verbinden’ dat ‘aaneensluiten’ of ‘verenigen’ betekent is een modieus begrip dat niet serieus wordt gebruikt voor het overwinnen van inkomensongelijkheid of maatschappelijke ongelijkheid in het algemeen, maar het tegenovergestelde beoogt. Namelijk het sturen van de beeldvorming door de ongelijkheid aan het oog te onttrekken door er een nietszeggend, humanistisch, algemeen begrip als ‘verbinding’ voor te zetten.

Wellicht zijn niet alle oproepen om te verbinden vals bedoeld. Maar ze pakken wel zo uit. In de coronacrisis trekt niet iedereen samen op en heeft dezelfde problemen of uitgangspositie. We komen niet ‘samen’ met het toverwoord ‘verbinding’ door deze crisis omdat de belangen niet gelijk zijn. Dat suggereren het kabinet, de speciaal gezant, de werkgevers en allen die oproepen tot ‘verbinding’ wel. Het is een bedrieglijke oproep.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Verbinding het nieuwe toverwoord’ op Friese Exportclub, zonder datum. Waarschijnlijk april 2020.