George Knight

Debat tussen links en rechts

Hervorming museumsector gevraagd

with 12 comments

Hoe komen entreeprijzen van musea tot stand? Met wat moet je het vergelijken? Is een museum een volledig culturele bestemming of een samengaan van evenement en cultuur? Valt het te vergelijken met een bioscoopkaartje, de toegang van een voetbalwedstrijd, een bibliotheekpas, de entree voor de Efteling of een gratis Studium Generale lezing bij de Universiteit? Is een rendez-vous van twee uur met Van Doesburg hetzelfde als twee uur oogcontact met Kirsten Dunst?

Duidelijk is dat de museumsector niet tot eenduidigheid komt in de prijsstelling. Waar een toeslag van € 2,50 voor de Nachten van Van Gogh redelijk lijkt, komt € 6,00 toeslag voor Van Doesburg in de Leidse Lakenhal buitensporig over. Minder kwaliteit, minder naam, minder museum, maar toch een tweemaal zo hoge toeslag? Alsof een kaartje voor een voetbalwedstrijd in het stadion van VVV of RKC tweemaal zo duur is als Ajax in de Arena.

Hoewel op plaatselijk niveau voor pashouders of doelgroepen regelingen bestaan voor gratis toegang ontbreekt er in Nederland een overkoepelende regeling. Zo weten Fransen op woensdag gratis hun musea te vinden en heeft de Franse president Sarkozy de toegang tot de staatsmusea voor jeugdigen onder de 25 jaar gratis gemaakt. Ook andere groepen als werklozen en mensen die op de bijstand aangewezen zijn hebben gratis toegang. Sociaal beleid stroomt de musea binnen.

Terwijl inkomsten uit de verkoop van toegangsbiljetten doorgaans ondergeschikt zijn, lijken allerlei initiatieven om de drempel voor minvermogenden te slechten in Nederland niet te slagen. Wellicht omdat niemand de rekening wenst te betalen. Deze uitblijvende initiatieven geeft de museumsector geen sociaal en slim gezicht van een organisatie die politieke resultaten boekt.

Een projectgroep van de Museumvereniging concludeert in 2007 dat de Museumkaart een mooi product is voor de musea. De conclusie is dat zelfs zonder sponsor de financiële basis van de Stichting Museumkaart gezond is.

Bij de prijsstelling speelt dat het belang van de Museumkaart voor het Van Gogh Museum op de bedrijfsvoering relatief kleiner is dan bij een provinciaal museum als De Lakenhal, Centraal Museum of Groninger Museum. Door het hoge percentage buitenlandse bezoekers zonder Museumkaart kan het van Gogh Museum de toeslag op de Museumkaart laag houden. Neem de proef op de som en bezoek het Van Gogh Museum op een drukke zomerse dag. De rij voor de binnenlandse kassa voor Museum- en ook ICOM-kaarthouders bedraagt dan een fractie van de buitenlandse rij.

De ongelijkheid in toeslagen werkt verwarrend voor bezoekers. Waarbij het ontbreken van niet-strikt museale instellingen als de Rotterdamse Kunsthal bij het gebruik van de Museumkaart een nieuwe verwarring oplevert voor degenen die niet precies begrijpen wat een museum is. Maar da’s een ander onderwerp.

Oorzaak lijkt dat sommige steden hun gemeentelijke musea in achtereenvolgende bezuinigingsrondes flink hebben afgeknepen. Het ergste moet nog komen. Wat de linkse politiek de PVV terecht verwijt, namelijk rancuneus en kinderachtig gedrag jegens de cultuur kan de PVV terecht terugspiegelen. Middelgrote gemeenten als Amersfoort en Gouda slachtofferen hun musea. Da’s hun eigen prioriteit.

Soms zijn voormalige gemeentemusea op afstand gezet en geprivatiseerd onder de afspraak van een meerjarig contract en subsidie. Waarbij collectie en gebouw in handen van de gemeente blijven als drukmiddel. Of ze zijn nog in naam een gemeentemuseum waarvan de directeur direct rapporteert aan de wethouder van Cultuur.

Maar in beide gevallen zijn museumbudgetten afgelopen jaren verminderd of op zijn best bevroren. Dit terwijl allerlei kosten in de culturele sector bovengemiddeld zijn gestegen.

Daarbij komt dat gemeenten met hun vastgoedbezit avonturen aangegaan zijn en dat willen vermarkten. Waar vroeger kostbare en in het centrum gelegen museumgebouwen pro forma op een balans stonden worden ze nu op een semi-zakelijke markt van het gemeentelijk vastgoedbedrijf ingeboekt. Paradox is dat gemeenten graag een volwaardig en prestigieus museumgebouw willen financieren, maar zich steeds minder vast willen leggen voor de exploitatie met een open eind. Vaak een loze exercitie die ermee eindigt dat verhoogde huurpenningen worden kwijtgescholden. Maar het budget schiet wel de lucht in.

Wat rest is een idee van kapitalisering en een mentale druk op het museum om inschikkelijk te zijn om erger te voorkomen. Met een zwaard van Damocles boven de balans. Het museum is in de val gelopen door te veel te groeien in stenen en mensen en is verregaand inflexibel geworden. Het kan niet meer reageren.

Steeds meer ontbreekt sociaal-democratische wethouders met een hart die een idee van permanente educatie in hun politieke agenda hebben staan. Het ideaal van verheffing van het volk kreeg vroeger gestalte in een royale bijdrage aan het gemeentemuseum. Dat idee ontbreekt nu waar sociaal-democratische wethouders nog meer dan liberale bestuurders gestuurd worden door hun visie van het marktdenken.

Structureel heeft Nederland teveel musea en tentoonstellingen. Hoewel er naar mijn idee maar acht musea zijn die op dit moment regelmatig kwaliteit leveren in hun tentoonstellingen (De Pont, Boijmans, Van Gogh Museum, Haags Gemeentemuseum, Mauritshuis, Van Abbe, Rijksmuseum en op het nippertje, het Stedelijk Museum) staat het land overvol met musea en zuigen vele middelmatige en middelgrote musea een deel van de budgetten weg.

Sommige topmusea beconcurreren elkaar of zelfs zichzelf door een ADHD-achtige programmering. De befaamde tentoonstellingsmachine die op hol geslagen is en niet meer te temmen valt ten koste van verdieping van de inhoud, de uitvoering en het ontbreken van nazorg voor een tentoonstelling. Want aan de horizon doemt een nieuwe naam op die door de afdelingen publiciteit en marketing moet worden gelanceerd. Of de naam van de conservator of de museumdirecteur moet helpen vestigen. Maar geen enkel museum kan op straffe van weggezakte aandacht afhaken.

Nederlandse musea draaien internationaal niet meer mee zoals vroeger en hebben in het bruikleenverkeer weinig in te brengen. Modes bepalen de agenda. Enkele jaren terug was de landententoonstelling populair. Wat volgt? Een tentoonstelling uit eigen collectie met een paar bijzondere bruiklenen, ingegeven door eigen schaarse middelen? Beter lijken terughoudendheid, reflectie en een betere onderlinge afstemming tussen musea zodat de kwaliteit opgekrikt kan worden en bezoekers weer op adem kunnen komen.

Projectsubsidies moeten het budget incidenteel en structureel ophogen. Da’s een onmogelijke opgave. Want het beroep op de Mondriaan Stichting, een vermogensfonds als het VSB Fonds -met een gehavend budget door de crisis-, het Prins Bernhard Cultuurfonds, een lokaal fonds als het K.F. Hein Fonds of een bedrijfssponsor -waarbij de banken deels weggevallen zijn door de crisis- is te groot geworden. Over het maecenaat is hetzelfde te zeggen. Ook dat brengt niet de volledige oplossing.

De BankGiroloterij ondersteunt Nederlandse musea structureel, dat wil zeggen langer dan drie jaar. Zo krijgen middelgrote musea als het Utrechtse Centraal Museum, het Nijmeegse Valkhof of het Haarlemse Frans Hals Museum een jaarlijkse bijdrage van € 200.000. Musea die geen sluitende begroting hebben vissen achter het net. Wat de kloof tussen de haves en de have-nots in museumland vergroot.

Een voorzichtige conclusie is dat de museale sector via de sectorale Museumvereniging niet de indruk weet te wekken de deelbelangen van de afzonderlijke deelnemers te kunnen overbruggen. Lastig in een veld waar concurrenten moeten samenwerken. Dat verschil uit zich eerder in de sexy programmering dan in overleg over aankopen, registratie of behoud. Afzonderlijke musea gaat het financieel slecht en ze hangen aan een lijntje. De relatie met de subsidieverstrekkende gemeente is er doorgaans een van afhankelijkheid.

Musea moeten zich herpositioneren en een stapje terugdoen om toekomstig onheil af te wenden. Het zou helpen -al is het intern binnen de museale sector of in een miniconvent- als er een onderscheid kwam tussen musea met een internationale, nationale of regionale uitstraling. Waarbij mogelijkheden gekwantificeerd worden aan de hand van kwantitatieve criteria zodat musea uit zelfbescherming niet overambitieus kunnen worden. Een kwart van de musea kan opgedoekt worden, waarbij in de keuze niet de regionalisering die het CDA voorstaat, maar de kwaliteit de doorslag moet geven.

Dan kunnen zelfs afnemende budgetten beter hun weg vinden en wordt de bezoeker beter dan nu gediend met een evenwichtige en kwalitatieve landelijke agenda. En wie weet lagere toeslagen. Passende titel voor een nota hierover zou kunnen luiden De Nederlandse museumsector: Van Wildgroei naar Win-Win. Dat laatste begrip is echter te verschrikkelijk voor woorden. De oplossing is namelijk niet meer management en consultants met hun turbo-taal, maar juist minder van dat alles. Terug naar de werkvloer van de echte professionals. Da’s de oplossing. Wie maakt dat duidelijk aan de museumsector?

Foto: Missiemuseum Steyl, Limburg

12 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Tje, wat een beschouwingen. Waar haal je al die kennis vandaan?
    Persoonlijk ben ik erg gecharmeerd van het Stedelijk Museum van Schiedam en hun aanbod. Was daar een paar jaar geleden al enthousiast over, en dat zelfde gevoel bekroop me 2 januari weer.
    En dan vraag ik me af: waar ligt dat aan? Mijn leken-gevoel zegt me dan dat er een paar enthousiaste lui zijn die de zaak runnen met vooral in bruikleen gegeven stukken ed. Maar daar kan ik helemaal fout in zitten.
    Ondanks jouw uiteenzetting is/blijft het voor mij een onoverzichtelijk boel, afhankelijk van vooral individueel plaatselijke inzet?
    O, ja, Arnhem is ook één van mijn favorieten. Maar die hebben vanuit de "kantine" ook zo’n prachtig uitzicht over de rivier-delta…..
    Het Groninger museum, waar ik zelf vlakbij woon, heeft nu een favorietenchip-systeem, waarbij je later thuis enkele van je favoriete schilderijen nog eens na kan lopen. Voor de jeugd zeer aantrekkelijk gemaakt, dus. Maar ook voor de ouwetjes met ouwe-lullen-treinkaartjes!

    katja

    8 januari 2011 at 17:21

  2. Je oppert dat musea bvk. onderling hun reikwijdte (internationale, nationale of regionale uitstraling) zouden moeten bepalen en daar hun (financiele) ambities op afstemmen. Maar hoe moet dat dan vervolgens, want dat geld zal toch door individuele gemeentes opgehoest moeten worden.

    Joke Mizee

    8 januari 2011 at 17:36

  3. @Katja
    Mijn kennis is eindig en mijn enige sterkte is dat ik dat goed besef. Ik besef dat mensen gehecht kunnen zijn aan een plaatselijk museum. Da’s een goeie zaak. Maar in mijn betoog probeerde ik dat te overstijgen.
    @Joke
    Het is uiteraard niet zo simpel als het lijkt. Geldstromen zijn niet inwisselbaar. De sluiting van een museum in A komt niet ten goed van de uitbreiding van het museum in B. Maar je moet in de redenering ergens beginnen. Met een plan dat alles omvat.
    Vaak weten musea en gemeenteraden en -besturen zelf niet eens wat de ambitie van een plaatselijk museum is. Of het wordt bijgesteld naar aanleiding van de toevallige financiering door een toevallige coalitie. Maar 4 jaar later kan dat weet steil omhoog of omlaag bijgesteld worden. Terwijl er een kwantitatieve en kwalitatieve analyse van een museum mogelijk is.
    Zonder het verschrikkelijk modieuze woord benchmark te willen gebruiken kun je afzonderlijke musea toch beter vergelijken dan nu gebeurt. Maar die vergelijking is vanwege regionale, politieke, bestuurlijke en inderdaad lastig inhoudelijke aspecten tot taboe verklaard. Het wordt niet eens geprobeerd. Maar bij de realiteit van kleiner wordende budgetten voor cultuur lijkt het toch verstandig om de kwaliteit beter te meten dan tot nu toe gebeurde. Want anders wordt er straks gekozen op basis van sentiment of regionale trots. Dat lijkt me ongewenst. En taboes zijn er om doorbroken te worden.

    George Knight

    8 januari 2011 at 18:15

  4. Om een idee te geven van een dergelijke discussie over poppodia in den lande, en wie daarin de spelers zijn, zie http://3voor12.vpro.nl/artikelen/artikel/40942867 en http://www.nieuwsbank.nl/inp/2008/12/09/R127.htm.
    In Leiden zijn alle grote musea van het Rijk, behalve de Lakenhal. En datgene waar het Rijk nou juist niet op bezuinigt, zijn de musea. Wel zinspeelde de wethouder er onlangs op dat zoiets zou kunnen gebeuren. Dat zou een bom leggen onder de cultuurbegroting, want de musea zijn heel belangrijk voor de stad. Samen zijn ze verenigd in Museumgroep Leiden en hebben middels vertegenwoordiging in de Stadspartners een stevige vinger in de lokale pap. Dat soort invloed zou wat mij betreft wel wat minder mogen.
    Het blijft lastig in hoeverre de politiek of de sector zelf de doorslag moeten geven in beslissingen over de toekomst – beide hebben de neiging zelfzuchtige of kleingeestige belangen te dienen. Maar wie zijn dan wèl in de positie om genoeg afstand tot de materie te hebben voor een kwalitatieve beoordeling? Zelf ben ik geen tegenstander van verzelfstandiging, maar wel van decentralisatie.

    Joke Mizee

    8 januari 2011 at 19:30

  5. Het lokken van mensen naar musea zoals in Frankrijk gebeurt met een gratis ochtend of een gratis dag levert mi uiteindelijk meer betalende bezoekers op. Er zijn zat mensen die nooit over de drempel komen, maar als ze er eenmaal geweest zijn wel weer terugkeren. Het bezoek op zich lijkt mij geen kwestie van geld. Als ik zie wat mensen aan voetbalkaartjes ed uitgeven kan dat de rem niet zijn. Het imago van museumbezoek lijkt me het probleem. En dat kun je het best verbeteren door regelmatig gratis toegang.

    Blutch1

    9 januari 2011 at 12:21

  6. @Joke
    Dank voor je aanvulling over de Leidse situatie. Niet ondenkbaar is dat komend onheil ook de musea en erfgoed-instellingen treft. Dat wordt dan 2014 als het kabinet een nieuw cultuurstelsel invoert. Dat volgt op het met een jaar uitgestelde Kunstenplan 2009-2012. Nu al wordt er voorgesorteerd door betrokkenen. Maar defensief ter verdediging van de eigen posities. Begrijpelijk, maar zoals ik probeerde aan te tonen niet de passende aanpak houding voor de deelsectoren.http://www.depers.nl/cultuur/530638/Brandbrief-over-kunstenplan.html
    Per deelsector bestaat onder specialisten heus wel consensus over het feit welke culturele instelling wel en niet kwaliteit heeft. Maar het ligt ingewikkeld. Hoe meet je bij een museum de waarde van de collectie, het tentoonstellingsbeleid, het gebouw, de toegankelijkheid, bezoek en bereik, netwerk en internationale contacten, bedrijfseconomische basis, professionaliteit van zowel personeel als leiding, het imago, de achterban en de potentie van groei in combinatie met onder- of overwaardering? Toch is er al veel gewonnen als een komend debat aan de hand van die factoren gevoerd wordt. En niet als politieke koehandel daarvoor in de plaats komt. Daar heeft de museumsector niets bij te winnen. Maar die koehandel tekent zich af. Daar past pro-actief beleid.
    @Blutch1
    Dank. Mensen van nu bereik je ook met internet. Dat kan helpen om het stoffige image van musea te verbeteren. Zonder in populiserende museumnachten en andere marketing te vervallen. Die evenementisering van musea is een schijnoplossing. Probleem is dat musea moeite hebben om de goede afstand tot de samenleving te bepalen.

    George Knight

    9 januari 2011 at 13:38

  7. Die brandbrief, waar ook onze wethouder zich (achteraf) bij aangesloten heeft, staat hier: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2676/Cultuur/article/detail/1033910/2010/10/18/Wethouders-kies-tussen-bezuinigen-en-verhogen-btw.dhtml. De algehele conclusie luidt dat de podiumkunsten het zwaarst getroffen zullen worden, en erfgoed het minst (hoewel niet alle musea om erfgoed draaien). Verder zijn de plannen van Zijlstra volledig duister. Onze wethouder zaait dus ordinaire paniek wanneer hij een doemscenario* voor de Leidse musea schetst. Ook 2008 was een overgangsjaar waarin subsidies werden afgestoten. Sindsdien vormen musea (en grote orkesten/gezelschappen) het enige terrein waarop het Rijk nog voor onaangename verrassingen kan zorgen.
    * http://cultuurfondsleiden.nl/userfiles/files/wethouder_maakt_zich_zorgen_om_voortbestaan_musea_in_leiden_2.jpg
    Ik ben best voorstander van vergelijkende (kwaliteits)normen. Het aangewezen platform daarvoor ligt echter niet bij het Rijk: steden maken tegenwoordig hun eigen afwegingen. Dan hou je dus toch koehandel.
    PS: Zojuist is een cultuurvisie met oog voor kwaliteit gelanceerd: http://www.sleutelstad.nl/nieuws/archief/2011/01/cultuurvisie-groenlinks-leiden-kwaliteit-boven-kwantiteit.

    Joke Mizee

    9 januari 2011 at 17:24

  8. @Joke
    Dank. Staatssecretaris Zijlstra lijkt het veld ingestuurd te zijn zonder kompas. Hij heeft geen idee naar welke kant hij loopt. Een kwestie van onbehoorlijk bestuur. Paniek is een slechte raadgever, maar voorzichtigheid lijkt geboden. De museumwereld moet aan de slag om het zittende kabinet met eensgezinde en goede plannen tegemoet te komen.
    Hoewel het Rijk overstijgend is lijkt het me niet aan het Rijk alleen om knopen door te haken. Dat kan de museumwereld zelf het best. Of liever gezegd de sector zelf moet scherpe aanbevelingen doen die zo goed zijn dat de politiek ze overneemt. Zoniet, dan zal Zijlstra in tranches blijven schaven totdat-ie nooit meer stopt. Dan zijn ook monumenten en musea niet buiten gevaar.
    Cynisch is dat vele VVD’ers en CDA’ers bestuurders e.d. van culturele instellingen zijn. Maar zij maken het verschil niet. Het verschil loopt namelijk niet langer tussen links en rechts, maar tussen verstandig rechts en dom rechts. Dat laatste in vele facetten gerepresenteerd door de staatssecretaris.

    George Knight

    9 januari 2011 at 18:46

  9. En wat is de toekomst van Paviljoen Zonnehof?
    (mijn laatste bezoek aan Armando (in Leeuwarden(!)): http://www.vkblog.nl/bericht/363510/Het_ontembare_vuur_(update))

    Klaas A. Mulder

    2 februari 2011 at 12:27

  10. @Klaas
    De Zonnehof in Amersfoort? Bij mijn weten is het per 1 juli 2008 als centrum voor moderne kunst opgeheven vanwege KadE. Daarna huisvesting voor Armando Museum en Bureau. Als ik het goed heb is er nu een vestiging van de Openbare Bibliotheek in gevestigd.http://www.youtube.com/watch?v=tD6WDIOQmNM

    George Knight

    2 februari 2011 at 13:53

  11. @George: De bibliotheek staat tegenover Zonnehof (en verhuist straks naar het Eemhuis). Armando is nog steeds tijdelijk gevestigd in Zonnehof (ben er gisteren nog even geweest). Ik weet niet wat met De Zonnehof gaat gebeuren als Armanda straks een definitief ander onderkomen heeft gevonden/gekregen.

    Klaas A. Mulder

    26 maart 2011 at 21:17

  12. @Klaas
    Je hebt gelijk. Bedankt voor de toelichting. Het Armando Museum is nog steeds in het Rietveldpaviljoen gevestigd. De planning in Amersfoort pakt niet altijd uit zoals voorspelt.

    George Knight

    26 maart 2011 at 22:34


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: