Hedendaags ‘Black Friday’

Tips voor maximaal rendement op Black Friday. Marketingtribune, 24 oktober 2020.

Wat moeten we in Nederland met het begrip ‘Black Friday’ of ‘Zwarte Vrijdag‘? Het is geen begrip dat leeft of begrepen wordt. Het is in Nederland een uitgevonden traditie die onbeschaamd en onbeschroomd de commercie dient. De vrijdag na Thanksgivingsday zegt ons niks omdat we dat feest dat teruggrijpt op de Amerikaanse 17de eeuwse geschiedenis niet vieren.

In het uitvinden van traditie staat Black Friday niet alleen. Dat gebeurde ook met het Sinterklaasfeest midden 19de eeuw. Het tijdperk dat in vele landen tradities werden uitgevonden om de nationale identiteit te vormen. Het verschil is wel dat het Sinterklaasfeest aansloot bij de toenmalige cultuur van Nederland en dat bij Black Friday niet zo is. Het is duidelijk een geparachuteerde Amerikaanse traditie die in Nederland door het bedrijfsleven is gedropt. Met marketing wordt het er ingeramd.

Als de hedendaagse cultuur van Nederland omschreven wordt als consumeren, genotzucht, koopdwang die onderhorig is aan de doordraaiende 24-uurs-economie, dan past Black Friday als Amerikaanse traditie die in de jaren 1960 uitgevonden werd goed bij Nederland.

Interessant is dat daar ook weer een reactie op komt uit het bedrijfsleven zelf. Door niet mee te doen aan Black Friday kan een bedrijf zich profileren. De Nieuws BV zegt: ‘De winkelketen Dille & Kamille doet niet mee aan Black Friday. Zij staan namelijk voor duurzaam consumeren en consuminderen. De vraag is: is het greenwashing, of past het bij het DNA van het bedrijf? En: is Black Friday niet juist de uitkomst voor aankopen voor mensen met een kleine portemonnee?

Er zijn in de geschiedenis vele Black Fridays, zoals die in 1921 toen in het Verenigd Koninkrijk mijnwerkers alleen kwam te staan in hun staking en de vervoers- en spoorwegbonden afhaakten. Uiteindelijk kwam het goed in 1925 toen de regering een subsidie verstrekte aan de mijnindustrie om het mijnwerkersloon op peil te houden. Een linkse krant noemde dat ‘Red Friday.’

Het Schotse Aberdeen werd op vrijdag 12 juli 1940 gebombardeerd door Duitse vliegtuigen. Dat wordt lokaal ‘Black Friday’ genoemd.

Op donderdag 24 oktober 1929 crashte de Amerikaanse beurs en op dinsdag 29 oktober stortten de koersen definitief in elkaar. Het begin van de depressie van de jaren 1930. De gebeurtenissen worden door Angelsaksen respectievelijk ‘Black Thursday‘ en ‘Black Tuesday‘ genoemd.

Volgens het Wikipedia-lemma Schwarzer Donnerstag spreekt men in Europa over ‘Zwarte Vrijdag’ vanwege het tijdsverschil omdat de Europese beurzen pas op vrijdag 30 oktober 1929 openden en .. instortten. Dit lemma meldt ook (vertaald): ‘Twee jaar eerder, op vrijdag 13 mei 1927, was er plotseling een forse koersdaling in de aandelenindex van het Reichsstatistical Office op de Berlijnse beurs, ook wel Black Friday genoemd. In de VS verwijst Black Friday naar de beurscrash van 24 september 1869.’

De meest bekende en wijdverspreide betekenis van Black Friday is dus historisch een financiële crisis. Daarom is het opvallend dat de naam van een beurskrach die toch als negatief ervaren wordt later in het taalgebruik is overgenomen en overruled werd door de huidige betekenis van Black Friday: kopen, kortingen en koopjes. Het geeft aan hoe flexibel, creatief, maar ook opportuun taalgebruik kan zijn.

NB: Ik heb afgelopen week bij webwinkels een overhemd, een broek en drie T-shirts besteld. Sommige met korting vanwege Black Friday.

Advertentie

Dogma van omgekeerde vlag zit gematigd nationalisme in de weg

Omgekeerde Nederlandse vlag aan een wegwijzer. Foto ter illustratie. © Ricardo Smit‘. In: De Gelderlander, 13 juli 2022.

De actie van de radicale boeren om de Nederlandse vlag op de kop te hangen heeft als neveneffect dat het iedereen tot een mening brengt over de vlag en de relatie tot het nationalisme. Hoe moeten we ons ertoe verhouden? 

Laat ik mijn positie verduidelijken. Ik ben geen hardcore nationalist die tranen in de ogen krijgt bij het zien van het rood-wit-blauw. Dat had ik al niet in militaire dienst toen ik getuige moet zijn van het appèl met hijsende en strijkende vlaggen. 

Ik ben een Republikein die de koning en zijn naaste familie tolereert, maar een luchthartige tegenzin voel als de Oranjes de symboliek van de Nederlandse vlag naar zich toetrekken. Ze zijn in mijn ogen zetstukken die mijn waardering van het nationalisme en de viering ervan in de weg staan. En de symboliek van de vlag niet versterken, maar verzwakken door hun eigen ongeloofwaardigheid. 

Daarmee ben ik nog geen tegenstander van nationalisme en de symboliek die daarbij hoort. Ik ben voor een gematigde vorm van nationalisme. Voordeel is dat de tegenpool, het globalisme sinds zo’n vijf jaar aan geloofwaardigheid heeft ingeboet. Maar nadeel is dat die weggevallen tegendruk van het globalisme doorschiet in een vorm van nationalisme die valt te definiëren als zich terugtrekken achter de eigen grenzen. 

Gematigd nationalisme is een positie tussen het in beton gegoten, aan de 19de eeuw ontsproten idee van een natiestaat van radicaal-rechts. Dat is begrensd en onrechtvaardig door uitsluiting van allen die niet in dat idee passen. Het kosmopolitisme van liberale vrijgestelden, multiculturele denkers en radicaal-links dat nationalisme bij het oud vuil zet zie ik evenmin als zinvol om een land bij elkaar te houden. Om van de radicale islam dat geen grenzen erkent nog maar te zwijgen.

De EU is de context voor Nederland dat controle heeft over het eigen territorium. Want er is naar mijn idee geen alternatief dat beter is. Daar hoort weerbaarheid bij om weerstand te bieden aan krachten die de democratie willen ondermijnen en zelfs afschaffen. Bij weerbaarheid van de democratie hoort onlosmakelijk het overeind houden en zelfs promoten van de eigen waarden. Dat zijn universele waarden over vrijheden en rechten die in de grondwet staan omschreven en onder de nationale rechtsstaat gegarandeerd worden. 

© Brunopress. In: AD, 19 juli 2022.

De radicale boeren en de door hen in hun beweging getolereerde infiltranten met een anti-overheidsagenda met hun omgekeerde vlaggen hebben recht op hun mening. Het gebaar om de Nederlandse vlag op de kop hangen moet kunnen. Mits dat vrijwillig gebeurt en publiek bezit zoals portalen, wegwijzers en lantaarnpalen buiten schot blijven. Het oprekken van een noodsignaal uit de scheepvaart is potsierlijk. Boeren hebben het wellicht economisch en mentaal moeilijk, maar verkeren niet in levensnood. Maar toe-eigening van symboliek is vrij.

Ze gaan wel ver in hun acties die de openbare orde verstoren en de machteloosheid en het gebrek aan doelmatigheid van politie en veiligheidsdiensten blootleggen. Maar dat valt niet de radicale boeren te verwijten, maar de slecht georganiseerde overheidsdiensten. 

Het is in mijn ogen misleidend dat de radicale boeren om hun eigenbelang te verdedigen zoveel onwaarheden over voedselvoorziening, milieu-maatregelen en de positie van overheid en kabinet verkopen. Die onwaarheid heeft een aanzuigend effect op complotdenkers, sensatiezoekers en ruggengraatloze en bange dienaren in het openbaar bestuur. 

Maar vooral zijn de radicale boeren niet eerlijk over hun eigen positie. Want ze zijn niet zozeer slachtoffer van de Nederlandse overheid dat door nationale en supranationale wetten verplicht is om beleid uit te voeren, maar van het verdienmodel van de agro-industrie en de financiële instellingen in de landbouwsector die de boerensector uitzuigt en gevangen houdt en eenzijdig op het spoor van de mega-productie heeft gezet. 

Waarom kaarten de radicale boeren dat niet publiekelijk aan en blokkeren ze het hoofdkantoor van de Rabobank en de kantoren van de megabedrijven van de agro-industrie, zoals A-ware, De Heus en VanDrie? Durven de radicale boeren dat niet of  kunnen ze dat niet omdat hun protestacties door deze megabedrijven worden betaald die daarmee hun verdienmodel verdedigen? 

Ook aan de Hotel Vosbrug in Zevenhuizen hangen vlaggen op z’n kop‘. In: Hart van Holland Waddinxveen, 14 juli 2022.

Wat vind ik nou van de omgekeerde Nederlandse vlag als protest? Ik vind dat het gebaar zelf moet kunnen, maar dat de argumenten die de radicale boeren ervoor geven niet kloppen. Het omkeren mag, maar de onderbouwing ervoor is zwak en verkeerd gericht. 

Bijvangst is dat de protestactie van de radicale boeren het nationalisme en de symboliek van het koningshuis aantasten. Dat eerste vind ik de jammer omdat het het nationalisme politiseert en het ontstaan van een gematigde vorm ervan bemoeilijkt. Over dat laatste ben ik niet treurig.

Burgers moeten afbraak publieke omroep halt toeroepen. Frans Kleins schoten in eigen voet bieden kansen voor nieuw omroepbestel

Frans Klein, 7 mei 2021 in Nieuwsuur. © NPO

In de recente uitspraken van directeur video van de NPO Frans Klein valt op dat hij het nooit echt over de inhoud heeft en hij alles beredeneert vanuit de kijkcijfers en het marktaandeel. Hij is verantwoordelijk voor de programmering van NPO 1, 2 en 3, NPO Start, ZAPP en Zappelin. 

Klein redeneert vanuit marketing. Hij bevestigt telkens het idee dat programma’s niet een hoger doel dienen, maar instrumenteel zijn voor een ander doel. Namelijk het behalen van marktaandeel of het aantrekken van specifieke doelgroepen. Zoals de middengroep van 20 tot 49 jaar.

In dit denken gaat het mis. Klein bevestigt het failliet van de omroeppolitiek dat gericht is op kijkcijfers en niet op inhoud. Dat valt hem niet persoonlijk aan te rekenen omdat hij een functionaris is die bestaand beleid uitvoert. Het beleid dat hij invult is echter krakkemikkig en slecht doordacht.

Waarom het in Nederland zo mis gaat met de omroeppolitiek omschreef ik in 2016 in het commentaarHoofd Klara wordt netmanager VRT. Waarom kan zoiets niet in Nederland?’ dat ik hieronder herhaal omdat het raakt aan de kern van het probleem van de Nederlandse omroeppolitiek en nog even actueel is als vijf jaar geleden. Namelijk het ontbreken van de focus op inhoud en de koudwatervrees om kwaliteit te maken die eeen deel van het publiek afstoot. Ik zoomde in op kunst, maar dat geldt precies zo voor zware informatie. Niet te verwarren met het lichte soort waarmee de NPO kosmetisch opinieprogramma’s tot journalistiek omkat, maar serieuze journalistiek zoals onderzoeksjournalistiek, gedegen historische documentaires en diepgravende interviews met opinieleiders die de tijd krijgen om te reflecteren op samenleving, politiek en wetenschap:

Zomaar een bericht in het Vlaamse nieuws. Deze keer niet over islamitische terreur en bomaanslagen in Brussel, maar over cultuur. Chantal Pattyn is netmanager van het Vlaamse Klara en wordt hoofd cultuur van de Vlaamse publieke omroep VRT.  Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.
Het cliché is waar, Vlamingen vinden cultuur belangrijk. Dat heeft met hun emancipatiestrijd te maken en het besef dat taal en kunst ertoe doen. En de overeenstemming over partijen heen dat het de nationale identiteit versterkt. In Nederland doen VVD en PVV die eveneens zeggen nationale identiteit belangrijk te vinden het omgekeerde: ze breken bewust de publieke omroep en de kunsten af. Maar ook in Vlaanderen moeten kunst en cultuur voor de poorten van de hel worden weggesleept. Ook daar moet telkens weer de liefde voor kunst op de politiek bevochten worden. Niets komt vanzelf. De loyaliteit van de bestuurders in de cultuursector lijkt het verschil te maken. De Vlaamse cultuurminister Sven Gatz (‘kunst dient nergens toe’) haalde in 2014 met terugwerkende kracht dezelfde shockdoctrine van cultuurbezuinigingen als Halbe Zijlstra uit de liberale kast.
Kunst is kunst, maar ook een wapen waarmee de strijd tegen terreur die van buiten komt en onverschilligheid die van binnen komt gewonnen kan worden. Het is de strijd om de harten en geesten van de eigen bevolking die telt en een positieve impuls kan geven. Media kunnen daarin een opbouwende rol spelen. Niet omdat het educatief is of doelgroepen emancipeert, maar omdat het kunst als voorbeeld voorhoudt. Juist dat patroon is in Nederland uitzondering geworden. Onder het uitroepen van ‘zie ons eens aan kunst doen’ wordt kunst naar aparte reservaten verbannen of slachtoffer van popup en populariteitsdenken. Wat Nederland mist is die positieve, vanzelfsprekende grondhouding tegenover kunst en cultuur die in een samenleving tamelijk breed gedragen wordt. In elk geval in omroepkringen die een kunsthistoricus tot netmanager benoemen. Klasse. 

In 2018 kondigde Frans Klein al aan om te willen bezuinigen op journalistieke programma’s. In zijn NPO’s Newspeak noemde hij dat ‘vernieuwen‘. Hij zei toen in een interview met NRC’s Wilfred Takken dat journalistieke programma’s een steeds kleiner publiek bereiken en daarom een andere vorm moesten krijgen. Dit gaf toen ook al aan dat Klein niet redeneert vanuit de programma’s, de inhoud of een hoger doel als democratie of spreiding van kennis, maar vanuit de marketing. In het commentaarNPO-directeur Klein komt met ongeloofwaardige ‘vernieuwingen’, na kritiek op hem te korten op journalistieke programma’s‘ uit 2018 schreef ik:

De argumentatie van Frans Klein dat de kijker van Tegenlicht al ‘zeer goed bediend wordt door de publieke omroep’ zodat er gekort kan worden op Tegenlicht is onjuist. Tegenlicht en ook Andere Tijden zijn unieke programma’s die niet vervangen kunnen worden door andere programma’s.
Daarnaast maakt Klein nog een andere denkfout. Jongeren, maar ook ouderen kijken niet meer vanzelfsprekend lineair naar televisie. Uiteraard weet Klein dat. Waarom hij dan toch tot de gedachtensprong komt dat hij televisie voor jongeren wil maken is de vraag. Het lijkt onzinnig om krampachtig televisie voor jongeren te willen maken. Daar trappen jongeren niet in. Het gaat erom goede programma’s te maken die zowel ouderen als jongeren kunnen bedienen.
Het Nederlandse omroepbestel is gefragmenteerd en lijkt in die versplintering te weinig soortelijk gewicht te hebben. De noodzaak tot hervorming wordt versneld door extra bezuinigingen. Frans Klein is het symbool van een ouderwets zuilensysteem met levensbeschouwelijke omroepen dat zichzelf heeft overleefd. Hij is geen deel van de oplossing, maar van het probleem.
Klein helpt kwalitatief journalistieke programma’s om zeep, beschermt de omroepen, doet aan wensdenken en beseft onvoldoende dat de traditie van broadcasting niet meer gerevitaliseerd kan worden in de vorm die hij ons voorspiegelt. Dat tijdperk ligt achter ons. Ook in Hilversum. De winst van zijn interventie is dat hij zich ermee zo onmogelijk maakt in potsierlijkheid en wereldvreemdheid dat hij er onbewust een punt voor de tegenpartij mee maakt.
Namelijk voor degenen die de omroepen willen omvormen en afslanken tot productiehuizen en een nationale omroep willen optuigen. Klein bewijst met zijn manier van denken het Nederlandse publiek een grote dienst. Zijn schot in eigen voet biedt volop kansen voor de toekomst met een levensvatbaar omroepbestel zonder de omroepen zoals we die nu (nog) kennen. Dan is het definitief geen 1925 meer in Hilversum.

Er is een gezegde dat aan Joseph de Maistre wordt toegeschreven dat zegt: ‘Elk land heeft de regering die het verdient’. Een variant daarop is ‘elk volk krijgt de leiders die het verdient’ dat naar allerlei sectoren kan worden uitgebreid. Dat is een fatalistisch standpunt dat suggereert dat macht een land overkomt. Vertaald naar de publieke omroep luidt dat: ’Nederland krijgt de directeuren van de NPO die het verdient’.

Maar dat is onzin. Het Nederlandse volk hoeft het marktdenken van de publieke omroep dat wordt gepersonifieerd door omroepbobo Frans Klein die macht naar zich heeft toegetrokken niet voor zoete koek aan te nemen. Want zijn argumentatie is zwak en eenzijdig. Gezien de kritiek op Kleins plannen in 2018 en nu weer in 2021 vinden veel Nederlanders de plannen van de NPO die hij presenteert slecht en ongepast. Klein is een zetbaas die beleid uitvoert waar veel betrokken burgers het niet mee eens zijn. Welnu, laten ze niet Klein daarop aanvallen, maar degenen die er de oorzaak van zijn dat Klein dit dient uit te voeren. Te weten de politieke partijen.

De marges zijn smal, maar de Nederlandse publieke omroep moet geen aansluiting zoeken bij de markt omdat dit een doodlopende weg is die teruggaat naar de 20ste eeuw en de laatste restjes kwaliteit inlevert, zodat er bij de volgende aankondiging van Klein of zijn opvolgers in 2024, 2027 of 2030 niks van kwaliteit meer is om in te leveren. Daarnaast is Nederland als markt te klein om in internationaal verband een vuist te maken.

Klein en degenen die hem zijn standpunten influisteren moeten nu teruggefloten worden in hun idee van meer van hetzelfde en minder van kwaliteit. Hun afbraak van de publieke omroep is ongewenst en strijdig met het grondidee van een publieke omroep. Dat is niet het populisme en het marktdenken dat Klein probeert te verkopen, maar algemeen nut zoals de watervoorziening of het elektriciteitsbedrijf. Dat kan uit principe niet vermarkt worden.

‘Cultuur In Actie’ is te breed om een verschil te maken voor de kunst en te smal om duurzaam te zijn voor de culturele identiteit

Er komt een nieuwe actie aan. Deze keer gaat het om CultuurInActie. Een beladen acroniem: CIA. Vanwege de 1,5 meter-maatregelen als gevolg van COVID-19 is het een digitale actie die wordt gehouden van 30 mei tot en met 5 juni 2020. Ik heb er een hard hoofd in dat het een lans zal breken voor de kunst. De breedte en de onevenwichtigheid ervan valt op, zoals blijkt uit een fotoblok: Theater, Musea, Dans, Evenementen, Poppodia, Monumenten, Bioscopen, Dierentuinen, Bibliotheken. Dat duidt op denken vanuit productie en bedrijfsvoering. Niet vanuit de kunstdisciplines drama of film, maar Theater en Bioscopen. Niet literatuur, maar Bibliotheken. Niet beeldende kunst, maar Musea. En waarom Dierentuinen en geen kermis, carnaval of bloemencorso? Niet klassieke muziek, jazz of geïmproviseerde en experimentele muziek, maar Poppodia. Wie organiseert dit?

Cultuur is alles dat verbindt, kunst is in de opvatting dat de functie ervan het aanscherpen is er het tegendeel van. Kunst is een onderdeel van cultuur, maar niet elke cultuur is kunst. Cultuur is gericht op de samenleving, kunst is dat niet per definitie. De kunstsector is verdeeld in verschillende, afzonderlijke disciplines, en kunst is weer een klein onderdeel van de cultuur. De claim van de actie is even breed als de opzet ervan: ‘Zeven dagen lang, 12 uur per dag, verzamelen wij geluiden die samen één luide stem vormen. De stem die opkomt voor de cultuur in ons land.’ Het brede karakter van CultuurInActie leidt tot verwarring omdat onduidelijk is waar de organisatoren de grenzen van de cultuur trekken en hoe de grens tussen kunst en cultuur getrokken wordt.

Ik voeg aan het bovenstaande een overweging toe uit een commentaar uit 2017. Als context voor de CIA:
Nederland kan zijn cultuur voldoende beschermen met beleidsmaatregelen die de Nederlandse taal, kunst, geschiedenis en het (cultuur)onderwijs steunen. Maar dat doet de huidige politieke klasse niet. Het kort juist op dit beleid dat een basis onder de Nederlandse culturele identiteit zou kunnen leggen. Hoofdzaak zijn dus geen defensieve maatregelen tegen de radicale islam wat Buma, Klaver en Asscher er in hun reacties van maken, maar offensieve maatregelen die de Nederlandse kunst en cultuur positief  en ruimhartig steunen. Het sterke vermoeden dat Buma weet dat hij deze steun voor de Nederlandse cultuur heeft laten liggen en daarom als afleiding de aanval op de radicale islam zoekt maakt het er nog valser, schijnheiliger en onbetamelijker op.

Wie herinnert zich in 2011 niet toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) in het kabinet Rutte I dat werd gevormd door VVD en CDA en gedoogd door PVV? Dat zijn de drie partijen die met duivels plezier en breed verkondigde minachting de cultuursector een lesje leerden door bovenmatig te korten op het cultuurbudget waardoor de culturele basisinfrastructuur van Nederland ernstig werd aangetast. In 2017 werken deze bovenmatige korting en imageschade nog na en zijn kunst en cultuur deze klap nog steeds niet te boven.

Nodig is niet een actie die vanuit de verdediging van instellingen, organisaties en bedrijven op het raakvlak van cultuur en commercie pleit voor financiële steun vanwege tegenvallers in de bedrijfsvoering, maar een actie die het offensief zoekt. Culturele ondernemers zijn tijdelijk, een solide, integrale culturele identiteit van Nederland is voor de lange termijn. Dat vraagt om een brede actie die pleit voor een beter overheidsbeleid op het gebied van Nederlandse taal, kunst, geschiedenis en onderwijs. Conclusie is dat deze CIA-actie te breed is om echt een verschil te kunnen maken voor de kunsten en te smal om duurzaam te zijn voor de toekomst.

Foto: Schermafbeelding van deel paragraaf ‘over ons’ op cultuurinactie.nl, 29 mei 2020.

CDA en SP proberen plannen voor Nationaal Historisch Museum nieuw leven in te blazen

Er klinken weer geluiden om een Nationaal Historisch Museum op te richten. Eerdere pogingen strandden onder meer vanwege de keuze voor de locatie. Maar in 2007 besliste toenmalig minister Ronald Plasterk dat het museum in Arnhem moet komen. Wegens meerkosten kwam dat echter niet van de grond. In 2010 blies toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) de plannen af vanwege de bezuinigingen in de kunstsector.

Voortrekkers waren in 2006 Maxime Verhagen (CDA) en Jan Marijnissen (SP). De nieuwe voortrekkers zijn weer van deze partijen: de fractievoorzitters Pieter Heerma (CDA) en Lilian Marijnissen  (SP). In een bericht in het AD van 15 februari 2020 menen ze dat ‘de urgentie van een museum door toenemende polarisatie en de opkomst van identiteitspolitiek alleen maar toegenomen’ is. Marijnissen: ‘Er zijn heel veel musea die een bijdrage leveren aan het historisch besef, maar één plek waar alles samenkomt, die heeft Nederland gewoon niet’. Uitgewerkte plannen zeggen ze niet klaar te hebben liggen. Ze zien de functie van een Nationaal Historisch Museum om de ‘saamhorigheid binnen de samenleving’ te bevorderen en ‘meer historisch besef’ te kweken.

De tweet van Heerma maakt het er onnodig ingewikkeld op omdat hij zijn pleidooi vermengt met zijn christen-democratische stokpaardje. Want hoe moet anders de opmerking over het ‘groeiende individualisme’ opgevat worden dat Heerma negatief framet en positioneert tegenover het communitarisme van het CDA dat hij als heilzaam veronderstelt? Zo laat hij zich niet alleen kennen als een initiatiefnemer die een voorschot neemt door het gemeenschapsdenken van iemand als Amitai Etzioni die onder meer oud-premier Balkenende inspireerde centraal te zetten, maar vervreemdt hij zich ook van de liberale VVD en D66 die hier mentaal ver van staan. Het is onduidelijk hoe en waarom Heerma aan de hand van welke onderzoek concludeert dat het  groeiende individualisme heeft bijgedragen aan een nonchalante omgang met de geschiedenis in Nederland.

Vraag is of de aanspraak of ambitie die Heerma en Marijnissen aan een Nationaal Historisch Museum toemeten te rijmen valt met het autonoom opereren ervan. Ofwel, de bedrijfsvoering, presentatie en inhoud van een museum heeft een eigen logica die niet per definitie in lijn hoeft te zijn met de functie die politici eraan geven. Als het museum volgens deze politici de saamhorigheid binnen de samenleving bevorderen moet, dan is de eerste vraag die dit streven oproept wat dat voor de eenheid of samenhang van het museum zelf betekent. Daarnaast is het de vraag of het niet te hooggegrepen is om een museum in te zetten voor het bevorderen van nationale saamhorigheid of sociale cohesie. Cynisch gezegd, is dat niet eerder een taak voor politieke partijen? Desondanks is het een prima initiatief als de politici zich kunnen beheersen en niet in de verleiding komen er goedkope retoriek mee te bedrijven, zoals Heerma nu doet. Een voorwaarde voor succes is dat politici een museum niet hun stokpaardjes of hobbyisme opdringen. We zullen zien of ze dat kunnen.

Foto 1: Tweet van Pieter Heerma (CDA), 15 februari 2020.

Foto 2: Tweet van Lilian Marijnissen (SP), 15 februari 2020.

Identiteitspolitiek van Sylvana Simons concentreert op etnische eigenheid die een beletsel voor emancipatie en integratie is

Ik ga niet mee in de hetze tegen politica Sylvana Simons die door vooral het rechtse volksdeel gereduceerd wordt tot haar etniciteit. Dat is onvolwassen gedrag en staat haaks op de manier waarop mensen met verschillende achtergronden het in Nederland met elkaar moeten proberen te vinden. Zij is afgelopen jaren op sociale media afgebrand en staat onder druk. Het is lastig om het inhoudelijk met haar oneens te zijn en dat etnische debat erbuiten te laten. Vooral als Simons dat zelf thematiseert. Zo wordt een trauma tot een stigma.

Tim Engelbart van DDS besteedt in het artikelSylvana Simons ontkent bestaan van echte Nederlanders: “Wil de Echte Nederlander opstaan?”’ aandacht aan Simons en verwijst naar een FB-post van haar die bestaat uit de zin ‘“Wil de Echte Nederlander opstaan?” en een verwijzing naar het  artikel ‘Nederlanders, buitenlanders, ‘allochtonen’. De cijfers’ van Ewoud Butter in Republiek Allochtonië. Het is een deels verhelderend en deels verwarrend artikel. Dat laatste als het de term ‘Echte Nederlanders’ introduceert waar Simons naar verwijst: ‘Ja maar, kan dan worden geroepen, ‘echte Nederlanders’ zijn de inwoners waarvan ook de voorouders altijd al in Nederland woonden. Volgens deze definitie bestaat waarschijnlijk slechts 2% van de Nederlandse bevolking uit ‘echte Nederlanders’. Dat zijn ongeveer 340.000 mensen.’ Butter claimt met de term ‘Echte Nederlander’ dat die nauwelijks bestaat en daarom het Nederlanderschap gerelativeerd kan worden. Hij gaat ermee voorbij aan andere criteria om het Nederlanderschap of de Nederlandse identiteit te definiëren die te maken hebben met het onderschrijven van de Nederlandse waarden, taal, geschiedenis en cultuur. In deze passage reduceert hij het Nederlanderschap tot een genenkaart. Simons volgt dit met haar citaat en krijgt daarvoor kritiek in DDS. In een reactie probeer ik haar kritiek anders te richten waarbij ik Simons’ identiteitspolitiek kritisch benader:

Eens met het commentaar. Het gaat erom dat iemand een Nederlands paspoort heeft en de Nederlandse waarden, zeg: rechtsstaat, democratie en grondrechten erkent. Daarbij kan nog een derde aspect toegevoegd worden: beheersing van de Nederlandse taal en begrip van de Nederlandse cultuur

Wie de geschiedenis van Nederland kent weet dat er altijd immigranten zijn geweest die naar Nederland kwamen en daarna integreerden: Duitsers, Franse Hugenoten, Belgen, Molukkers, Antillianen, Surinamers. Dat is een wetmatigheid. Zonder deze inwijkelingen was het huidige Nederland nooit zo krachtig geworden wat het nu is.

Wat Sylvana Simons probeert te bewijzen is onduidelijk. Haar uitgangspunt lijkt verkeerd. Nederlanderschap of Nederlandse identiteit gaat niet om afkomst of de samenstelling van een genenkaart, maar om de ondubbelzinnige omarming van de Nederlandse waarden en cultuur.

Wat Simons doet is hetzelfde soort misleiding als het debat over de Gouden Eeuw dat door het Amsterdam Museum recent op scherp werd gezet door de term af te schaffen. Het gaf daarvoor als legitimatie dat er een te eenzijdig, positief beeld van de Gouden Eeuw bestaat. Maar dat is onjuist omdat de negatieve aspecten al eeuwenlang genoemd worden en evengoed bij de term Gouden Eeuw horen als de positieve aspecten.

Simons doet aan hetzelfde soort misleiding en publicitaire acrobatiek door eerst een verkeerd beeld te scheppen van de werkelijkheid over het Nederlanderschap en dat vervolgens als een stropop in de fik te steken. Maar wat er vervolgens brandt is niet wat Simons zegt ter discussie te stellen, maar is Simons zelf. Zonder dat ze dat doorheeft. Dat zegt niet alleen iets over Simons’ oprechtheid, maar vooral iets over haar gebrekkige intellectuele integriteit en vermogen.

Het is feitelijk nog erger dan dat omdat Simons bewust identiteit reduceert tot afkomst. Daarmee gaat ze tekeer als een olifant in de porseleinkast en stapt ze 40 jaar terug in de tijd. Want het integratiedebat is al moeilijk genoeg zonder de versimpelingen van Simons. Waarom zij deze nauwe blik kiest is onduidelijk, wellicht heeft het te maken met haar politieke loopbaan die het moet hebben van het motiveren van een electorale achterban die op weg naar emancipatie betrekkelijk geïsoleerd blijft.

Simons zou er slim aan doen door bij dit debat een andere invalshoek te kiezen. Zoals het perspectief dat het niet gaat om de feiten van de genetische of etnische achtergrond, maar om het integratiebeleid. Zij zou een punt scoren en maatschappelijk zinvol bezig zijn als ze zou wijzen op de halfslachtige wijze waarop de integratie van migranten in Nederland gebeurt. Daar is de winst te halen. Niet bij het ter discussie stellen van de etniciteit.

Simons maakt dezelfde fout als de radicale boeren die de feiten van de stikstofuitstoot ter discussie stellen omdat ze het beleid dat daaruit volgt afwijzen. In plaats van het beleid af te wijzen menen ze dat door de feiten af te wijzen ze daarmee het beleid afwijzen. Maar zo werkt het niet.

Dat is verwarrend, zoals de opstelling van Simons ook verwarrend is. Zij heeft vanuit haar betrokkenheid als politicus gelijk als ze het integratiebeleid afwijst en onrecht constateert dat aangepast moet worden door verbeteringen voor te stellen. Maar ze heeft ongelijk als ze zich opstelt als een amateur-antropoloog en halfslachtig aanhaakt bij een journalistieke stelling die nationalisme verwart met etniciteit, en sociaal-culturele aspecten met genealogie. Simons is een politicus en zou er goed aan doen om zichzelf beter te kennen en zich voortaan te profileren op haar sterke punten en niet op haar zwakke punten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSylvana Simons ontkent bestaan van echte Nederlanders: “Wil de Echte Nederlander opstaan?”’ van Tim Engelbart in DDS, 16 oktober 2019.

Het gbb-model kan helpen om te bepalen of iemand Nederlander is: geboorte, belasting, bijdrage. Het gaat niet om kleur of etniciteit

Laten we kort en duidelijk zijn. Er zijn slechts drie factoren belangrijk om te bepalen of iemand Nederlands is: 1) geboren zijn in Nederland; 2) belasting betalend in Nederland en 3) bijdragend aan de Nederlandse samenleving. The Guardian verwijst naar een vervolg van het This Sceptred Isle onderzoek uit 2012 naar identiteit, insluiting en immigratie dat uitwijst dat 70% van de Engelse bevolking deze uitgangspunten voor eigen land hanteert. Het onderzoek zelf is op dit moment nog niet via internet op te roepen en na te lezen, zodat een slag om de arm over de uitkomsten geboden blijft. Zo is het onduidelijk bij aspect 3 in hoeverre ‘contributing’ moet worden opgevat als ‘meebetalend’. Dit model is een stap in de richting van een modern Nederland dat het spreekwoordelijke Nederlandse egalitarisme corrigeert en uitbreidt naar de hele bevolking.

Uit deze drieslag valt ondanks alle historische en demografische verschillen tussen het VK en Nederland van alles af te leiden voor een afvinklijst die kan bepalen of iemand een Nederlander genoemd kan worden. En aanspraak kan maken op de rechten die daarbij horen. Te denken valt aan de volgende aspecten: iemands huidskleur, etniciteit, levensovertuiging of godsdienst is niet van belang; het belang van godsdienst en etniciteit wordt door de samenleving minder belangrijk geacht dan door de politici die bij herhaling de verschillen benadrukken (deze constatering is in lijn met het recente SCP-onderzoekDenkend aan Nederland’); geboren Nederlanders die via juridisch-fiscale routes belasting ontwijken (vermogenden, medewerkers van Nederlandse dependances van internationale bedrijven) kunnen niet langer als Nederlander worden beschouwd; in Nederland woonachtige burgers die zich niet constructief opstellen, maar het bestaan van Nederland ontkennen of verregaand relativeren kunnen geen aanspraak maken op het Nederlanderschap.

Dit gbb-model dat uitgaat van drie factoren geboorte, belasting en bijdrage biedt vele voordelen. Het kan het kaf van het koren scheiden binnen migratiegemeenschappen. Het kan de leden ervan helpen zich te bevrijden uit de sociale dwang van etniciteit, godsdienst en culturele tradities. Het kan goedwillenden insluiten en kwaadwillenden uitsluiten. Het ruimt oneigenlijke en oneerlijke maatschappelijke barrières op, maar pakt vervolgens voorrechten af van degenen die zich misdragen. Dat kunnen belastingontwijkende miljonairs zijn, criminelen of de spreekwoordelijke allochtone etterjochies die zich niet met Nederland verbonden voelen. Deze invalshoek gaat uit van een meritocratisch model waarin verdiensten ertoe doen, en niet de afkomst. Op dat aspect van de geboorte na dat een bodem van continuïteit en verhechting legt onder dit model.

Omdat er geen onderzoek naar gedaan is, is het onduidelijk welk deel van de Nederlandse bevolking dit gbb-model steunt. Het zal naar verwachting niet sterk afwijken van de Engelse cijfers van meer dan 70% acceptatie. Interessant is om te beredeneren hoe de zwakke regionale verbondenheid van Nederlanders, zoals bleek uit het SCP-onderzoek ‘Denkend aan Nederland’, van invloed is op de acceptatie van het gbb-model. Met wat nattevingerwerk lijkt het erop dat dit de acceptatie zal vergroten. Zo resteert mogelijk een acceptatie van 75-80%. We moeten oppassen om dat direct te vertalen naar de steun voor rechts-, en links-radicale partijen omdat zoals gezegd de bevolking meer eensgezind is dan politici het voorstellen. Voor de duidelijkheid: alle politici, ook die van de middenpartijen. De steun bij de laatste twee verkiezingen voor Provincie en EU voor de radicale partijen SP, FvD en PVV was gemiddeld 22,5% en dat past evenwel perfect binnen deze bandbreedte.

Foto 1: ‘Benno Tempel, Remy Jungerman en Iris Kensmil voor het Nederlands paviljoen (foto Gerrit Schreurs)’. [Kensmil en Jungerman zijn beeldende kunstenaars van de Nederlandse inzending aan de Biënnale van Venetië 2019; Tempel is de curator].

Foto 2: ‘Liza van der Most (C) of the Netherlands celebrates victory with team mates during the UEFA Women’s Euro 2017 Quarter Final match between Netherlands and Sweden at Stadion De Vijverberg on July 29, 2017 in Doetinchem, Netherlands.

Geert Wilders claimt op te komen voor Nederlandse cultuur. Moet dat opgevat worden als satire waarin hij zichzelf op de hak neemt?

Ze komen er weer aan, verkiezingsdebatten. De logica ervan is onduidelijk. Op 20 maart zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarom worden fractievoorzitters van de Tweede Kamer uitgenodigd. Dat is zoiets als hockeyers over voetbal laten praten. Amusant en irrelevant. Omdat door een stemming uit de Provinciale Staten de Eerste Kamer wordt gevormd had een debat tussen lijsttrekkers uit de Eerste Kamer meer voor de hand gelegen. De formule dat politici niet direct verantwoordelijk zijn voor dat waar ze over praten maakt het debat vrijblijvend. Wat ze ook zeggen, het doet er niet toe. Het voedt cynisme. Een voorbeeld is Geert Wilders die zegt op te komen voor Nederlandse cultuur. Dat is als een slager die zegt dat hij opkomt voor de dieren die hij slacht of Shell dat pretendeert fossiele brandstof te delven die duurzaam en groen is. Hoe dan ook voedt dit de vermoeidheid over de politiek. Mijn reactie bij het artikelVideo! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ op DDS:

Foto’s: Schermafbeelding van deel van artikel ‘Video! Ontketende Wilders tegen Asscher: ‘U gooide de Nederlandse cultuur bij grofvuil en verklaarde islam heilig!’ van Tim Engelbart voor DDS, 8 maart 2019 en eigen reactie.

Controverse in Kansas over een kunstwerk in de vorm van een vlag

In Lawrence op de campus van de Universiteit van Kansas wapperde een kunstwerk van de Duits-Amerikaanse kunstenaar Josephine Meckseper in de vorm van een alternatieve Amerikaanse vlag. Deel van het nationale kunstproject ‘Pledges of Allegiance’. Om René Magritte te parafraserenCeci n’est pas un drapeau’. Zo werd het niet opgevat. Na protest is het kunstwerk neergehaald en verplaatst naar het universiteitsmuseum Spencer Museum of Art. Rector Doug Girod zag na druk van gouverneur Jeff Colyer in het kunstwerk een gevaar voor de openbare veiligheid, aldus een bericht in The New York Times. De reacties van de critici zijn zoals altijd in dit soort gevallen als het ergens om gaat. Namelijk dat de vrijheid van meningsuiting gerespecteerd wordt, maar …. dat het in dit geval om slechte smaak, verkeerde symboliek of de foute plek voor de kunstuiting gaat.

Foto: Josephine Meckseper, Untitled (Flag 2), 2017, 2017. Nylon and polyester poplin, hand appliqué. 121.9 × 182.9 cm. Edition 1/1 + 1AP.