George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Taal

Kunst is voor PVV en FvD geen strijdpunt, maar een zwijgpunt. AfD’er Martin Renner pleit voor nationale kunst

leave a comment »

Ik ben ervan overtuigd dat kunst ondersteund moet worden door de overheid, maar geen staatszaak moet zijn. Zoals de overheid vele sectoren steunt waarvan de burgers en de politiek vinden dat die de moeite waard zijn of waarvoor de vrees bestaat dat ze verpletterd worden door de marktwerking. Landbouw, de publieke omroep, de industrie inclusief multinationals, monumentenzorg, het koninklijk huis, de zorg, het onderwijs, en dus de kunsten. De afstand van kunstenaars of kunstinstellingen tot de overheid moet niet te klein zijn. Want dan bestaat het risico dat de overheid de kunst door het in bescherming te nemen, die kunst overneemt. Dan is de kunst niet meer vrij. Dat is ongewenst. Kunst moet de vanzelfsprekendheid bezitten om tegen elke zittende macht te kunnen schoppen. Zoals trouwens elke macht tegen kunst schopt. Maar de overheid heeft de plicht om in kunst de eigen tegenmacht te organiseren zonder daarover zeggenschap te willen claimen.

In beginsel ben ik het eens met de woorden van Martin Renner, AfD-afgevaardigde in de Duitse Bundestag. Hij lijkt immers te pleiten voor een antithese, een tegenstelling tussen kunst en het politieke establishment. Tot dat laatste behoort hijzelf uiteraard ook als afgevaardigde van zijn partij in de Bundestag. Maar bedoelt hij wel wat hij zegt? Nee, kunst moet niet rood of groen zijn, zoals de Hamburgse AfD-afgevaardigde Alexander Wolf in een scheldpartij beweert om zijn op het oog open houding te versmallen tot een partijpolitiek betoog. Zo verkeert zinvolle kritiek over de te kleine afstand tussen kunst en politiek in zijn tegendeel. Ook Renner gaat de fout in als hij eist dat kunst die door de overheid financieel wordt gesteund ‘Duits’ moet zijn. is. Want ook dan wordt kunst door de politiek ingelijfd en voor een karretje gespannen. Dan is kunst niet meer vrij.

Toch kan zo’n standpunt van Renner helpen om tot op zekere hoogte de vermenging van kunst en politiek aan de kaak te stellen. En die te ontvlechten en een middenweg te vinden tussen links knuffelen en rechtse onverdraagzaamheid jegens de kunst. Renner moet alleen niet vertrouwd worden in zijn beweegreden omdat hij niet opkomt voor de vrijheid van de kunst. Hij ageert tegen politiek die te dicht tegen de kunst aanleunt. Die diagnose klopt, maar zijn advies dar eruit volgt is nutteloos en tegenstrijdig met wat hij claimt te beweren.

Een vergelijking met de Nederlandse radicaal-rechtse partijen valt in het nadeel uit van de PVV en FvD. De AfD ziet nog het belang en de kracht van kunst, al is dat door het ervan te betichten samen te spannen met de linkse politiek. In Nederland bannen PVV en FvD kunst liever uit het publieke debat. Ze hebben er niks mee.

De Rotterdamse PVV’er Maurice Meeuwissen noemde overheidssubsidies voor kunst en cultuur ‘een grote schande’ en praat over ‘onzinkunst’. FvD-leider Thierry Baudet eigent zich een ongenuanceerd oordeel aan over hedendaagse kunst en verwart dat met kritiek. Nooit komen PVV en FvD met een alternatief, zoals de nationale kunst die Renner voorstaat, hoe tegenstrijdig dat ook is. Wellicht kunnen PVV en FvD een eerste stap zetten en in het parlement pleiten voor kunst die de nationale identiteit en de Nederlandse cultuur, taal en geschiedenis versterkt. Dat zou een begin zijn van het erkennen van het belang van kunst. Hoe dat politiek ingepast wordt, zien we dan wel weer verder. De apathie van PVV en FvD is erger dan de verontrustende mening van de AfD. In Nederland is kunst voor radicaal-rechts geen strijdpunt, maar een zwijgpunt.

Over ‘Onzinkunst en Onzincultuur’. Begrijpt PVV Rotterdam wat het inhoudt als het zegt dat ‘goede kunst en cultuur zichzelf bedruipt’?

with one comment

De PVV heeft één zetel in de Rotterdamse gemeenteraad die wordt ingenomen door Maurice Meeuwissen. De PVV Rotterdam heeft als standpunt, aldus Meeuwissen dat ‘goede kunst en cultuur zichzelf bedruipt’. Dat is een verdedigbaar standpunt dat door rechtse partijen als de VVD, PVV of FvD wordt ingenomen. Volgens deze partijen is dat van een andere orde dan subsidies of (belasting) rulings voor multinationals of banken. Hij gaat echter een stap te ver door subsidies voor kunst en cultuur ‘een grote schande’ te noemen. Want hiermee rekt hij zijn standpunt oneigenlijk op. Het is dan niet langer een beleidsonderwerp waarmee hij het niet eens is, maar dat hij als het ware buiten de orde plaatst. Dat behoort een lid van een democratische partij niet te doen.

Men kan zich alleen afvragen hoe deze rechtse partijen hun pleidooi voor de afschaffing of vermindering van overheidssubsidies voor kunst en cultuur denken te kunnen combineren met hun pleidooi voor nationale identiteit en de Nederlandse cultuur, taal en geschiedenis. Of monumentenzorg. Want het is het één of het ander, het kan niet allebei. Meeuwissen wijst met zijn standpunt uitingen van Nederlandse cultuur af die door Rotterdamse culturele instellingen worden beheerd en geprogrammeerd. Het lijkt er niet op dat hij zijn eigen tegenstrijdigheid ziet. Dat gebrek aan nuance en onderscheid is het meest opmerkelijke aan zijn standpunt.

Op z’n minst zou men verwachten dat een vertegenwoordiger van een rechtse partij als Meeuwissen zou pleiten tegen hedendaagse kunst dat een hobby van de linkse kerk heet te zijn in de ogen van de rechtse denkers (of hoe we ze moeten kwalificeren) en voor Nederlandse kunst die de grootsheid van de Nederlandse kunst, taal en geschiedenis onderschrijft. Nu laadt Meeuwissen de verdenking op zich ook tegen het behoud en de presentatie van kunstwerken te zijn die de Nederlandse identiteit en cultuur schragen. Is dat de ware bedoeling van zijn stoere stellingname of begrijpt Maurice Meeuwissen in de kern niet wat hij echt beweert?

Foto: Jan Weenix, Dode Zwaan (1716). Collectie Museum Boijmans-van Beuningen. Met toelichting ‘Dit stilleven is een bijzonder rijk en decoratief pronkstuk. Het hoofdmotief is de dode zwaan die aan één poot is opgehangen en waarvan één vleugel breed is uitgespreid. Op de gedecoreerde tuinvaas rechts zijn klassieke motieven te zien. De eigenaar kon met deze geschilderde buit zijn sociale status aangeven, want de jacht op deze grote vogels was een privilege. Rond 1700 was de Hollandse elite gewonnen voor de smaak van buitenlandse hoven, die op hun beurt de mogelijkheden van de Hollandse kunst hadden ontdekt. Toen de inmiddels 75-jarige Weenix dit reusachtige stilleven schilderde, had hij net een reeks van zulke jachtstillevens geleverd aan de keurvorst van de Palts, die in Düsseldorf resideerde. De techniek is typisch Hollands, maar het formaat doet denken aan kastelen elders, en het onderwerp aan macht.

Jörg Maurer beoefent de kunst om kort te zijn

leave a comment »

De Duitse auteur van misdaadverhalen Jörg Maurer beoefent in een sketch de kunst van het weglaten. Ofwel, de kunst om kort te zijn. Dit taalspel is een voortzetting van de stijloefeningen (Exercices de style) van de Franse auteur Raymond Queneau die in de jaren ’70 (vdve) door Rudy Kousbroek in Nederland geïntroduceerd werden. In Nederland was in die tijd Hugo Brandt Corstius, ofwel Battus een taalspeler in zijn Opperlandse taal en letterkunde. Maurer speelt het spel vol overgave en vindt de interviewster aan zijn zijde als ze concludeert dat het weglaten niet tot verlies heeft geleid en alles aanwezig is. Echt? Dan begeven we ons op het terrein van de kunst van het veinzen of nauwkeuriger gezegd, het net doen alsof het doen alsof geen doen alsof is. Spel. 

Petitie ‘Internationalisering onderwijs’ is kritisch op het bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen

with one comment

Een ongelofelijke en kenmerkende petitie op Petities.24.com van studenten Psychologie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit met drievoudige kritiek. Ze voelen zich voorgelogen en belazerd omdat de universiteit de afspraak schendt en geen Nederlandstalig maar Engelstalig onderwijs aanbiedt. Tevens vinden ze dat de universiteit daar onvoldoende over heeft gecommuniceerd. Tenslotte vinden ze het niveau van het Engelstalig onderwijs dat de docenten geven onder de maat, mede omdat het niet onafhankelijk getoetst wordt. De studenten merken op dat ze zich hadden aangemeld voor Nederlandstalig onderwijs ‘met het oog op een baan in Nederland (vaak in de zorg), waarbij het van groter belang is de juiste termen te kennen in het Nederlands’.

De meesten reageren anoniem, maar enkelen spreken zich uit en geven aan teleurgesteld te zijn in hun universiteit. Jette: ‘Ik teken omdat de kwaliteit van onderwijs echt onderuitgaat door het internationaliseren van de studie.’ Judith G.: ‘Ikzelf 2ejaars psychologie studente ben en hier last van ervaar. Als ik van tevoren had geweten dat het zo liep op de Radboud universiteit had ik me misschien wel aangemeld bij een andere universiteit in Nederland.’ Judith S.: ‘Ik teken dit. omdat ik boos ben dat ons onderwijs (psychologie Radboud Universiteit Nijmegen) ontzettend achteruit gaat in kwaliteit, doordat cursussen zo nodig in het Engels gegeven moeten worden, terwijl het overgrote deel later in Nederland aan de slag gaat…….’. Liz: ‘Ik teken omdat dit probleem al veel te lang speelt en de universiteit zich er gemakkelijk van af maakt door de problemen bij de student te leggen. Het wordt tijd dat de kwaliteit weer voorop komt, in plaats van het geld.’

Nederlandse universiteiten hebben geen vijand nodig, want ze helpen zichzelf om zeep. Zoals Liz opmerkt, universiteiten zetten niet de kwaliteit van het onderwijs voorop, maar het geld. Daarnaast gaat het erom dat zoals de studenten beweren ze zijn voorgelogen. Dat is ontoelaatbaar omdat het studenten schaadt en de geloofwaardigheid van de Radboud Universiteit beschadigt. De internationalisering van het onderwijs is prima, maar moet op een serieuze manier gebeuren. Met moedertaal sprekers van het Engels en geen Nederlandse docenten die hun variant van Steenkolenengels spreken en daarbij geen nuances kunnen overbrengen, laat staat als het al lukt om de grote lijn over te brengen. Overigens zijn deze docenten eveneens slachtoffer omdat ze voor de leeuwen worden gegooid door een onverantwoord opererend universiteitsbestuur.

Een andere taal kan het Nederlands niet vervangen. Evenmin is er noodzaak voor als het gaat om studenten die naar verwachting in een Nederlandstalige omgeving in Nederland werk zullen vinden. Internationale oriëntatie moet niet vermeden worden, maar het kan het onderwijs in het Nederlands niet vervangen en moet goed voorbereid worden. Dat gebeurt nu niet zoals dit voorbeeld aan de Radboud Universiteit verduidelijkt. Terwijl het probleem van slecht Engelstalig onderwijs door Nederlandse docenten toch al jaren geleden is geconstateerd. Dat laten gebeuren is onverantwoord gedrag van het universiteitsbestuur. Een bijkomend nadeel van Engelstalig onderwijs is trouwens dat oriëntatie op het Engels andere moderne talen als Chinees, Russisch, Spaans, Frans of Duits wegdrukt. Universiteitsbestuurders verliezen de essentie van een universiteit uit het oog in hun blindstaren op bedrijfsmodellen, rendement, marketingplannen, groei, internationalisering en de drang ‘om bij de tijd te zijn’ en de concurrentie met andere universiteiten niet te verliezen.

Foto: Schermafbeelding van deel petitieInternationalisering onderwijs’ van Amber Albrecht en Eileen Markmann op Petities24.com, 10 november 2018.

Promotiefilmpje van Noord-Brabant over cultuur is voorbeeld van slechte marketing en gebrek aan zelfbewustzijn

with one comment

De provincie Noord-Brabant zegt in bovenstaande promotiefilm rijk aan cultuur te zijn. Het voegt toe: ‘Cultuur is belangrijk voor onze Brabantse identiteit en samenleving’. Maakt Noord-Brabant die claim met dit filmpje waar? Het lijkt er in de verste verte niet op. Wat opvalt is het volledig ontbreken van de belangrijkste dragen van cultuur in elke Nederlandse provincie, wellicht op Friesland na, namelijk de Nederlandse taal. Precies dat wat onmisbaar is voor menselijk contact, identiteit, samenleving literatuur, zangkunst, toneel ontbreekt.

Een glibberig, onbestemd soort nietszeggende Engelstalige non-muziek begeleidt de filmbeelden. Dat blijft nergens aan haken. Vindt het bestuur van de provincie Noord-Brabant dat deze rimpelloze deun typisch voor de Brabantse cultuur is? Dat is geen aanbeveling. Houdt het provinciebestuur werkelijk van een identiteitsloze pudding van Engelstalige riedeltjes zonder veel karakter en vindt het typisch voor de Brabantse cultuur? Is deze kleurloosheid het nieuwe niks dat cultuurgedeputeerde Henri Swinkels vindt dat Noord-Brabant naar buiten moet brengen? Dan ziet het er beroerd uit voor deze provincie die altijd trots beweerd voor cultuur te gaan. Staat de vorm van dit filmpje niet per ongeluk haaks op wat het via de inhoud wenst te vertellen?

Het debat over de in veel gevallen onnodige verengelsing van het onderwijs aan de Nederlandse universiteiten is afgelopen week losgebarsten. Dat kent nog een logica van commercie en internationalisering. Maar dat de provincie Noord-Brabant de cultuur van Brabant die zo belangrijk heet te zijn voor de Brabantse identiteit en samenleving zonder enige noodzaak verengelst is pas echt merkwaardig. Noord-Brabant beseft niet eens wat haar eigen identiteit, cultuur, taal en dialect inhouden. Het levert alles onachtzaam in voor slechte marketing.

Written by George Knight

30 januari 2018 at 17:01

Waarom ‘onuitsterfbaar’ niet in de Nederlandse woordenschat is opgenomen

with one comment

Een petitie op petities24.com vraagt om opname van het woord ‘onuitsterfbaar’ in de Dikke van Dale. Een reden wordt niet gegeven. De petitie baseert zich op het lemma ‘onsterfelijk’ in de Dikke van Dale. Het woord ‘onuitsterfbaar’ lijkt een nieuwe zegswijze (‘neologisme’) dat ontstaat uit de woorden ‘onsterfelijk’ en ‘uitsterven’. Als het bestond zou ‘onuitsterfbaar’ trouwens geen bijwoord, maar een bijvoeglijk naamwoord zijn. Net als ‘eetbaar’ of ‘verteerbaar’. Bijvoorbeeld in de samenstelling ‘de onuitsterfbare mensheid’ of ‘een onuitsterfbaar idee’. Het achtervoegsel ‘-baar’ geeft er de betekenis ’te uit te sterven’ aan. Dat is een rare opeenstapeling. Het maakt duidelijk waarom het niet in de Dikke van Dale opgenomen is. Het woord toont onnatuurlijk en onlogisch. Voor degenen die denken dat eeuwigheid bestaat, en een hogere macht daarin een rol speelt is dit waarschijnlijk een onverteerbaar idee. Ze zullen hun heil bij andere woorden moeten zoeken.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieOnuitsterfbaar in de Dikke van Dale’ op petities24.com, 11 oktober 2017.

Foto 2: Schermafbeelding van lemmaonsterfelijk’ in de Dikke van Dale Online.

Written by George Knight

16 oktober 2017 at 13:20

Waarom steunt PVV geen beleid dat vernederlandsing van moslims en migranten bevordert?

with 12 comments

DDS gaat door met de promotie van FvD-kopstuk Thierry Baudet. Met zijn partij is hij sinds kort met 2 zetels in de Tweede Kamer vertegenwoordigd, maar op DDS lijkt het alsof FvD het in Den Haag voor het zeggen heeft. In een artikel beredeneert 

Dit ligt minder duidelijk dan Madureira suggereert. Er werken immers twee ontwikkelingen tegen elkaar in. Namelijk de islamisering van Nederland en de vernederlandsing van islamitische migranten of tweede of derde generatie allochtonen. Het is dus nog maar de vraag hoe de demografie over 20 jaar uitpakt. Hoe dan ook lijkt de stijging van het percentage moslims af te vlakken en nu te stabiliseren rond de 5%.

Volgens opgave van moslims zelf bedraagt in Nederland het aantal moslims 5% van de bevolking. Dat zijn er ongeveer 850.000. Maar het aantal belijdende of praktiserende moslims ligt stukken lager en werd in een Gronings onderzoek (Instituut voor Integratie en Sociale Weerbaarheid van de Rijksuniversiteit van Groningen) in 2008 ingeschat als 200.000. Hoewel het erop lijkt dat dat het moskeebezoek de afgelopen jaren is toegenomen. Maar tot welk aantal?

Er bestaan hoe dan ook onverklaarbare ongelijkheden in de statistieken. Zo wordt de islam ondanks de onderlinge verschillen en de stromingen die elkaar op leven en dood bestrijden als een groep beschouwd, terwijl er wel onderscheid wordt gemaakt tussen katholieke, gereformeerde of hervormde christenen. Dat geeft een vertekend beeld dat de islam groter maakt dan het werkelijk is. Ook worden moslims die niet praktiserend zijn grotendeels meegeteld als praktiserend, terwijl niet praktiserende christenen als ‘ongelovig’ worden gecategoriseerd.

De grotere zichtbaarheid van moslims in het straatbeeld betekent niet per definitie dat het aantal of het percentage moslims de afgelopen jaren is toegenomen. Daar moet men geen voorbarige conclusie uit trekken.

Een radicaal-rechtse partij als de PVV richtte zich tot nu toe op het beperken van de instroom van migranten uit islamitische landen. Wat overigens niet per se moslims hoeven te zijn. Bekend is het feit dat christenen vanwege hun veiligheid het Midden-Oosten verlaten en emigreren naar westerse landen. Overigens groeide het aantal niet-moslimmigranten met ongeveer 25 procent in de afgelopen tien jaar en het aantal moslimmigranten met ongeveer 15 procent.

Als de PVV doelmatig zou omgaan met de de-islamisering van Nederland dan zou het er verstandig aan doen om breder te denken. Dit kan door zich niet alleen te richten op het dichtdraaien van de kraan zodat de toestroom stopt. De PVV en andere radicaal-rechtse partijen zouden zich hard kunnen maken voor programma’s die de vernederlandsing van moslims of migranten in het algemeen bevordert. Maar dat doen ze niet. Dit roept de vraag op of radicaal-rechtse partijen het belangrijker vinden om een vijandbeeld in stand te houden of om waar mogelijk met concrete maatregelen de islamisering terug te dringen.

Hoe zou dat terugdringen kunnen gebeuren? Te denken valt aan programma’s die de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Daartoe zouden de budgetten voor onderwijs en kunst verhoogd kunnen worden. Ook valt te denken aan onderwijsprogramma’s en een mediacampagne die beter dan nu gebeurt voorlichting geven over de voordelen van de open samenleving, de Europese beschaving, de universele mensenrechten en het belang van het seculiere model dat met een garantie van de overheid alle religies en levensovertuigingen gelijk behandelt.

Het begrip ‘culturele moslims’ is in dit verband een sleutelbegrip. Dat zegt dat vele moslims niet praktiserend moslim zijn, maar vanwege de nestgeur toch geen afscheid nemen van de islam. Ze vervuilen de statistieken. Dat effect wordt nog versterkt door het conservatieve karakter van de Nederlandse islam en de ontbrekende steun van overheid en politiek om moslims die uit willen treden actief te steunen.

Radicaal-rechtse partijen als de PVV kunnen aan geloofwaardigheid buiten de eigen harde kern van sympathisanten winnen en zo hun politieke macht vergroten als ze met andere partijen op moslims en migranten gerichte programma’s op het gebied van taalverwerving, kunst en cultuur, geschiedenis, politieke filosofie en geloofsafval steunen.

Dweilen met de kraan open is in het migratie- en integratiedebat maar het halve verhaal. Maar wel het halve verhaal dat radicaal-rechtse partijen nu al jaren als een mantra herhalen zonder nog goed te beseffen wat het werkelijk betekent. Vernederlandsing van moslims of migranten is het andere helft van het verhaal dat radicaal-rechtse -maar ook andere- partijen nooit noemen. Een bijkomend effect van die vernederlandsing is dat bekeerlingen doorgaans gedrevener zijn om hun nieuwe identiteit uit te dragen. Het talent van dat soort ambassadeurs voor de open, seculiere zaak zou de Nederlandse politiek veel beter moeten benutten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelThierry Baudet legt pijnlijk bloot: ‘Uiteindelijk komen die hoofddoekjes bij de politie er toch wel!’’ op DDS, 19 mei 2017.

Bestuurders van Hogescholen pleiten vanwege diversiteit voor lagere lat taalonderwijs. Ze gooien Nederlandse taal te grabbel

with 2 comments

De maatschappelijke discussie moet niet alleen maar gaan of wij goed kunnen spellen met d’s en t’s en dergelijke, maar dat het ook gaat over de rijkheid van de taal, over de manier hoe je de taal gebruikt om te communiceren. Daarmee zet je ook een breder palet neer voor diegene die die taalachterstand hebben. Het moet niet alleen over de techniek van de taal gaan, maar ook om het gebruik. Zo ga je van taalachterstand naar taalenthousiasme.’ Aldus een citaat van Nienke Meijer in een verslag op ScienceGuide over een bijeenkomst (‘meet-up) van de NVAO (de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) en de Verenigde Hogescholen. Nienke Meijer is geen taalkundige of sociolinguïst, maar volgens opgave van haar werkgever Fontys Hogescholen ‘studeerde ze organisatie en sociale psychologie en marketing’.

In hetzelfde artikel op ScienGuide wordt ook Marja Poulussen van de Hogeschool Rotterdam geciteerd: ‘Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij niet precies op die grammatica gaan zitten, maar op de betekenis van taal. Op de po-scholen in Rotterdam-Zuid waar ik weleens kom is er geen enkele docent die grammaticaal perfect Nederlands spreekt. Hoe belangrijk is die ‘d’ en ‘t’ of het juiste gebruik van een lidwoord ‘de’ of ‘het’ nu eigenlijk? In een bi-culturele samenleving moet er gewoon wat water bij de wijn.’ Poulussen is geen taalkundige of sociolinguïst, maar volgens haar LinkedIn-profiel opgeleid als onder meer psychiatrisch verpleegkundige en culturele antropologe.

Op dat idee van Meijer en Poulussen om in het taalonderwijs water bij de wijn te doen kwam kritiek van onder gastcolumnist Izz ad-Din Ruhulessin in de Volkskrant. Hij schrijft onder meer: ‘Aandachtig lees ik het artikel op ScienceGuide. Hoe verder ik in het artikel vorder, hoe meer een gevoel van walging mij bekruipt. Ik wil nog een glas whisky inschenken, maar de fles is leeg. Het doet een beetje denken aan dat memorabele moment waar Job Cohen tijdens een televisiedebat zei dat allochtonen succesvol zijn omdat ze zijn geholpen.’

Ruhulessin heeft gelijk, Meijer en Poulussen spannen het paard achter de wagen. Als het taalonderwijs niet toereikend is, dan moet dat verbeterd worden door de inspanning van de Verenigde Hogescholen. Dat kan door een betere organisatie van middelen en een hogere prioriteit voor onderwijs in de Nederlandse taal. Het is een teken van zwakte en een brevet van onvermogen die de Verenigde Hogescholen zichzelf geven door de lat te verlagen. Ruhulessin: ‘Het docentencorps moet diverser worden en om dat te bereiken moeten we de lat verlagen zodat die diversiteit ook de kans krijgt om toe te treden. Wat? Dan kun je toch net zo goed alle vormen van toetsing afschaffen zodat iedereen overal een gelijke kans heeft om ergens binnen te komen.

Bestuurders als Meijer en Poulussen tornen vanuit problemen die ze in hun opleidingen niet op kunnen lossen aan de Nederlandse taal en het taalonderwijs. Het is alarmerend als Poulissen zegt dat op ‘po-scholen in Rotterdam-Zuid (..) geen enkele docent is die grammaticaal perfect Nederlands spreekt’. Dat vraagt om actie van de Verenigde Hogescholen om te zorgen dat de opleidingen die ze aanbieden beter van kwaliteit worden. Docenten met taalachterstand, hoe kunnen ze aangesteld worden in zo’n pedagogische voorbeeldfunctie? Ze geven het verkeerde voorbeeld. Evenals niet-taalkundigen als Meijer en Poulussen die onvoldoende beseffen welke schade ze de Nederlandse taal en het taalonderwijs aandoen met hun gratuite schoten voor de boeg.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelVan taalachterstand naar taalenthousiasme’ van Frans van Heest op ScienceGuide, 29 maart 2017.

De extra drempel van presentatie-instelling BAK

leave a comment »

bak

Het in Utrecht aan de Lange Nieuwstraat gevestigde BAK (‘Basis voor Actuele Kunst’) heeft een plaats in de basisinfrastructuur als presentatie-instelling. In het advies ‘Culturele basisinfrastructuur 2017 – 2020’ van mei 2016 adviseert de Raad voor Cultuur de instelling een subsidie-bijdrage van 500.000 euro toe te kennen. BAK richt zich in het lopende programma  (‘onderzoeksroute’) ‘Future Vocabularies’ op drie ‘hoofddomeinen’: de vluchtelingenproblematiek, de ecologische crisis en de technologische omgeving. De Raad waardeert de kwaliteit van de instelling die het als volgt omschrijft: ‘BAK legt een sterke focus op politiek-maatschappelijk geëngageerde presentaties en verbindt hieraan consequent zijn educatieprogramma, doelgroepenbeleid en ondernemerschap. Sterke elementen in het plan, die passen bij de positie van BAK als presentatie-instelling, zijn ook de nadruk op discours, experiment, onderzoek en internationale samenwerkingsverbanden.’

De nadruk op discours en onderzoek is de reden dat kunstliefhebbers afhaken. Ze zijn de accentuering en theoretisering niet gewend. Kritiek hierbij is niet dat BAK theoretisch, experimenteel of politiek is, maar dat het in de communicatie onnodig ondoorzichtig is. En zich afsluit voor de gemiddelde kunstconsument. Het woord dat de kritiek samenvat is ‘hermetisch’, waarbij de notie ‘gesloten’ bedoeld wordt. BAK zou van zichzelf een karikatuur maken door extra drempels op te werpen. Verzuchting is dat dat hoogmoedig is en averechts werkt in een niet eensgezinde sector die van de politiek steeds minder mentale en financiële steun krijgt.

Maar wie de achtergronden van de theoretische benadering die aansluit bij het Frans structuralisme kent waar BAK zich op baseert kan beseffen dat BAK ongetwijfeld denkt dat het niet anders kan. Gaf de Franse neo-Freudiaanse psychoanalyticus Jacques Lacan op de kritiek dat zijn werk zo slecht te doorgronden was niet ooit als antwoord dat hij het bewust zo onbegrijpelijk opschreef opdat de lezers moeite moeten doen om het te begrijpen? Enkel en alleen in het proces van begrijpen zouden ze echt de stof kunnen doorgronden en tot zich nemen. Daarom de noodzaak van de extra drempel. Dat etiket van moeilijkdoenerij kleeft ook aan BAK.

Ik breek een lans voor BAK. Niet alleen voor de onderzoeksprogramma’s die leidden tot de bijeenkomsten die nergens anders te zien zijn zoals in 2014 Jonas Staal en Moussa Ag Assarid met een ambassade als onderdeel van een onderzoeksproject waar politiek, kunst, experiment en onderzoek organisch samenkomen, maar ook talloze ‘gewone’ tentoonstellingen die tot nadenken aanzetten. Zo’n vreemde eend die zich niet overlevert aan marketing en behaagzucht van het publiek hoort in de culturele basisinfrastructuur van een volwassen democratie thuis. De eigenzinnigheid van BAK houdt niet de kunstconsument, maar de kunstsector scherp.

Ook bijzonder is de tijdscapsule die BAK biedt. Het is telkens weer een plezier en het bevestigt het gevoel van nostalgie om de aankondigingen te lezen die de lezer 40 jaar terug in de tijd zetten. Neem de toelichting bij het programmaTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ met onnavolgbare zinnen die de klok op 1975 vastprikken. Niet toevallig wordt de voorman van het structuralisme Roland Barthes in dit programma van stal gehaald en opgepoetst. Neem een zinsnede als: ‘een tentoonstelling die zich in een reeks performatieve en discursieve openbare bijeenkomsten door de tijd heen ontwikkelt’ of ‘Met kunstenaars, theoretici en andere cultuurbeoefenaars verbindt To Seminar de drie conceptuele ruimtes die elkaar kruisen wanneer seminaring plaatsvindt – instituut/overdracht/tekst – en wordt er geprobeerd deze op een evenwichtige wijze te verenigen zodat de omstandigheden van de hedendaagse tijd opnieuw gedacht en gevormd kunnen worden.’

Bij BAK is een betekenis nooit af en altijd in ontwikkeling. Wat velen als zwakte zien ziet BAK zelf als sterkte. Als die betekenis wordt ingebed in een onderzoeksprogramma naar betekenis, dan wordt het nog lastiger om vast te pinnen waar het over gaat. Om dat proces te beschrijven zijn woorden nodig die een open betekenis bieden. Bij BAK wordt bevraagd, ontwikkeld, verkend, verbonden, omlijst, toegewerkt, geactiveerd, aangereikt en overdacht. Binnen de logica van BAK kan het niet anders, want vastpinnen is het einde van het onderzoek. Onderzoek is nooit af. Betekenissen blijven glijden. Alleen, waarom daartoe in de taal geleund wordt tegen en geleend bij een stroming die in Frankrijk en iets daarna in de jaren ’70 aan Angelsaksische universiteiten haar hoogtepunt had is merkwaardig. Het is een anomaliteit van een hedendaagse postacademische, presentatie-instelling dat het met 40 jaar oud gereedschap probeert uit te leggen waar het op dit moment mee bezig is.

Foto: Schermafbeelding van deel programma-aankondigingTo Seminar 10.03.–21.05.2017’ van BAK.

Petitie vraagt om verbod vloeken en schelden op televisie. Een slecht idee

with 6 comments

pet

De petitieScheldwoorden en vloeken op TV verbieden en wegpiepen’ roept op om het vloeken op televisie te verbieden of door censuur weg te filteren door het weg te piepen. Ongetwijfeld een goed bedoelde maatregel, hoewel de overheid terughoudend moet zijn met censuur. Handhaving is het probleem. Het is een slecht idee.

Er kleven twee nadelen aan de petitie. Het redeneert vanuit een achterhaald idee van lineaire televisie dat nog het meest de ouderen bedient, terwijl de realiteit de vermenging van internet, sociale media en ouderwetse televisie is. Ofwel, censuur dient om consequent en doelmatig te kunnen zijn zich ook te bemoeien met de interactiviteit van internet en sociale media. Het valt eenvoudig in te zien dat dat in capaciteit en mentaliteit onhaalbaar is. Daarnaast is het in een open, pluriforme samenleving onmogelijk om overeenstemming te bereiken over wat wel of niet scheldwoorden en vloeken zijn. Wat voor sommigen een vloek of scheldwoord is, zal dat voor anderen niet zijn. Daarbij veranderen vloeken en scheldwoorden continu van betekenis.

Dat in sommige landen zoals de VS op televisie vloeken en scheldwoorden worden weggepiept wil niet zeggen dat dat verstandig is. Nog los van het feit dat hiermee mensen die lijden aan het syndroom van Gilles de la Tourette van de buis worden verbannen. Vloeken en scheldwoorden hebben een functie, zoals beledigen een functie heeft. Het is een onlosmakelijk onderdeel van creatief taalgebruik. Censuur blokkeert dat. Daarbij is het een politiek middel. Want neem het voorbeeld dat een gelovige de lof zingt van zijn of haar God of religieus voorbeeld. Dat past binnen de vrijheid van godsdienst. Maar kritiek erop is dat ook. Het wordt dan meten met twee maten als de hemelhoge lof van overheidswege wordt toegestaan en de kritische en platte afwijzing ervan niet. Innerlijke beschaving kan per definitie niet opgelegd door censuur, maar dient verinnerlijkt te worden. Een gedragscode kan dat helpen bewerkstelligen, maar een verbod werkt averechts.

Foto: Schermafbeelding petitieScheldwoorden en vloeken op TV verbieden en wegpiepen’ op petities.nl.

%d bloggers liken dit: