George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Pop-up museum

Landhuis Oud Amelisweerd dreigt tijdelijk pop-up museum te verliezen. Utrecht moet onderzoek beginnen vanuit de inhoud

leave a comment »

Op 24 april 2019 tekende Herman Sietsma, directeur van Museum Huis Doorn een huurcontract van één jaar voor landhuis Oud Amelisweerd in Bunnik. Opzet was een tijdelijk pop-up museum waar de Stichting Samenwerkende Kasteelmusea Utrecht objecten uit de depots van vier verschillende kastelen tentoonstelde. Het huurcontract zou verlengd worden als de tentoonstellingen succesvol bleken te zijn. Uit een bericht van 13 januari 2020 van Peter van de Vusse in het AD blijkt dat niet het geval te zijn. Onduidelijk is of per 1 mei 2020 het contract verlengd wordt. Sietsma laat weten dat er een tekort van 40.000 tot 50.000 euro dreigt omdat het tijdelijke museum in een jaar geen 20.000 bezoekers trok dat nodig is om kostendekkend te zijn, maar naar verwachting 10.000 bezoekers. Volgens het bericht in het AD neemt later deze maand de Raad van Toezicht een besluit over de verlenging van het huurcontract. Sietsma acht de kans dat het doorgaat 50%.

Landhuis Oud Amelisweerd kan vergeleken worden met een apparaat dat goedkoop is in de aanschaf, maar duur in het gebruik. Het is betrekkelijk makkelijk om erin te stappen, maar bijna onmogelijk om de exploitatie rond te krijgen. Dat heeft ermee te maken dat het om een rijksmonument gaat dat kwetsbaar antiek Chinees behang bevat en door de klimatisering beperkende voorwaarden stelt aan de bedrijfsvoering. Daarnaast is het landhuis tamelijk excentrisch gelegen in een bos aan de rand van Bunnik, en niet makkelijk bereikbaar.

In een commentaar van 22 december 2019 deed ik een voorstel voor een permanente invulling. Dat had als uitgangspunt de Atlas Munnicks van Cleeff en de eigenaar ervan, de Utrechtse ondernemer John Fentener van Vlissingen. Mijn conclusie is dat het recente verleden met de Stichting Museum Oud Amelisweerd (in de wandeling het Armando Museum of MOA geheten) aantoont dat er een externe dynamiek nodig is om de patstelling te doorbreken die al sinds 2012 bestaat. Toen besloot de Utrechtse raad dat er geen euro in de exploitatie (van de toenmalige huurder) gestoken mocht worden. Dat is een extra beperkende voorwaarde voor de bedrijfsvoering. Het MOA kon tegen de beloftes in geen weerstandsvermogen opbouwen en liep continu achter de feiten aan. Het teerde op een snel opdrogend krediet van 1 miljoen euro van de gemeente Amersfoort en een lening van de provincie Utrecht en kon in geen enkel jaar in de buurt van een positief saldo komen. In de Amersfoortse raad wordt de oproep van enkele oppositiepartijen voor een onderzoek naar de financiële en politieke verwikkelingen door het college naast zich neergelegd. In de Utrechtse raad is het nog stiller, daar valt tot nu toe geen enkele ambitie te erkennen om te leren van de mislukking van het MOA.

Hoe dan ook is in de gemeente Utrecht (dat eigenaar is van landhuis Oud Amelisweerd) een integraal plan nodig dat lering trekt uit het falen van het MOA en de constatering dat een tijdelijke bestemming van een pop-up museum evenmin soelaas biedt. Randvoorwaarde daarvan is hoe dan ook een ‘duurzame openstelling van het landhuis voor publiek’ zoals André van Schie (VVD) en Aline Knip (D66) in een aangenomen motie uit 2017 formuleerden. Verstandig lijkt het om in te zetten op een structurele oplossing die verder kijkt dan een tijdelijke oplossing. Dat laatste heeft immers als nadeel dat het om de paar jaar voor politieke stress zorgt.

De gemeente Utrecht doet er verstandig aan om te beginnen met een verkenning van de gewenste inhoud, zoals in 2010 had moeten gebeuren. Aan de hand van interviews met inhoudelijke deskundigen uit de museumsector -conservatoren, directeuren en kunsthistorici, en geen consultants- kan een shortlist worden opgesteld van mogelijke invullingen. Te denken valt aan een museum dat aansluit bij het Chinese behang, het landgoed, de historie van het landhuis of een andere permanente invulling die niet haaks staat op landhuis, ensemble en plek. Het verschil met de tot nu toe gevolgde werkwijze van het Utrechtse gemeentebestuur is dat een benchmark-achtig onderzoek naar scenario’s grote kans loopt te eindigen in een schijnwerkelijkheid van projecties, inschattingen en extrapolaties die direct volgen uit de opdracht door de verantwoordelijke bestuurder waarbij de potentie van het landhuis niet wordt verkend en uiteindelijk niet wordt benut.

Het is de hoogste tijd om het dossier Oud Amelisweerd dat nu al bijna 10 jaar onevenredige aandacht vraagt en ondanks de goede investeringen van de gemeente Utrecht publicitair en cultureel slecht rendeert, definitief vlot te trekken door samen met geloofwaardige en daadkrachtige partners te investeren in de inhoud.

Foto: Schermafbeelding van artikelMuseum Oud Amelisweerd in Bunnik dreigt opnieuw dicht te gaan’ van Peter van de Vusse in het AD, 13 januari 2020.

Bij buitenmuurse presentaties van musea is populisme de valkuil

leave a comment »

Presentatie van objecten uit een museumcollectie buiten de muren van het museum is geen nieuwigheid. Schiphol, trein- en metrostations, hotels, stadskantoren of de etalages van de Hema of de Bijenkorf zijn als vanouds bekende plekken om objecten van (plaatselijke) musea te tonen. De opzet is drieledig. De betreffende plek wint er prestige mee, het museum krijgt er een extra presentatieplek bij en het museum stelt zich in de beeldvorming open naar de samenleving -of het eigen gemeentebestuur- en lijkt te zeggen dat het uit de ivoren toren neerdaalt tot middenin de samenleving. Voorzover is er niets bijzonders aan de hand.

Vraag is onder welke voorwaarden die presentatie ‘extra muros’ gebeurt. Wie is ervoor verantwoordelijk en beslist over de selectie? Uiteindelijk is dat het museumpersoneel dat procedures over behoud volgt. Museale objecten worden nauwgezet geconserveerd. Ze kunnen schade oplopen door veranderingen in lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur of door schokken. Het is de afdeling Collectie die verantwoordelijk is voor het uitlenen van objecten, hoewel het een eeuwig gevecht is met de afdeling Presentatie die daar rekkelijker in staat en een ander belang heeft. De rekkelijke kant heeft afgelopen jaren binnen musea terrein gewonnen.

Presentatie van voorwerpen buiten de museummuren kan op vele manieren. Geïnitieerd vanuit de doelstelling van het museum en volledig in eigen beheer of vanuit de doelstelling van een externe partij. In dat laatste geval ligt het populisme op de loer. Pop-up musea schieten uit de grond. Een pop-up museum is alleen in naam een museum. Het mist de kenmerken die een museum tot museum maken. Het haakt aan bij de tentoonstellingsmachine die sommige musea zijn geworden. Het is uitsluitend presentatie. Niets meer dan dat. Bedrijven, kunstfondsen of televisieprogramma’s willen maar al te graag hun naam aan musea verbinden.

Een stap die daar op reageert is dat musea bewust de koppeling met de sfeer van kosmopolitisme, reclame en bekendheid maken. Met als gevolg dat de doelstelling van een museum nog verder uit beeld raakt. Voorbeeld voor dit populisme is het project Museum van het NMvW. Bekende Nederlanders als als Yvette van Boven, Kenny B of Floortje Dessing worden zogenaamd curator van hun eigen museum. Ze maken onder begeleiding een selectie uit het depot. Filemon Wesselink opende gedurende drie weken een minimuseum op station Zwolle, aldus een bericht in De Telegraaf. Presentatie van objecten uit het depot buiten de museummuren oogt als publiciteitsstunt. Of er echt een duurzame relatie met de samenleving wordt gelegd is de vraag.

Musea doen in de publiciteit over buitenmuurse presentaties net alsof ze uit de lucht komen vallen en strikte voorwaarden over conservering niet meespelen en de sky the limit is in de selectie. Zo zegt perswoordvoerder Ilse Cornelis  van het Van Abbemuseum dat ‘de samensteller van de Van der Valk-collectie kan straks ook een topvoetballer zijn, een wetenschapper, of misschien wel de receptionist van het hotel’. Echt? Het kan bijna niet dat wat ze zegt ze zelf gelooft. Het klinkt niet alleen modieus en gaat voorbij aan de expertise die binnen musea bestaat, maar vertegenwoordigt ook uitsluitend de Presentatie/Marketing-kant van het museum.

Het tentoonspreiden van volkse gewoonheid en ruimdenkendheid, en een beeld van ‘alles kan’ worden zo deel van de marketing van een hedendaags kunstmuseum. Het museum presenteert zich als getapte jongen of meisje. Met als nevendoel om ook de subsidiegevers van de in gang gezette gewoonheid te overtuigen. Een museum is echter niet gewoon, maar buitengewoon. Achter de schermen wordt een voorselectie uitgevoerd en de topvoetballer, een wetenschapper of de receptionist van het hotel worden door de marketing bij de arm genomen, in een format geduwd om als front te dienen om de maatschappelijke binding van het museum te accentueren. Het museum dat zich zo heerlijk democratisch en transparant presenteert. Aan de buitenkant.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelVan der Valk Eindhoven krijgt kunst uit museum’ op Misset Horeca, 26 april 2018.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelVan Abbemuseum gaat samenwerken met Van der Valk-hotel Eindhoven’ op ED, 18 maart 2018.

Sexy Ceramics: Princessehof seksualiseert maakproces keramiek

leave a comment »

In Keramiekmuseum Princessehof te Leeuwarden is de tentoonstelling Sexy Ceramics te zien. In de publiciteit haalt het museum alles uit de kast. ‘Binnen de kortste keren voelt u de blosjes op uw wangen verschijnen’ zo zegt het in een toelichting. Klei en keramiek worden geseksualiseerd. ‘Met een beetje fantasie ziet u overal sensuele vormen. Rondingen en welvingen doen denken aan de vormen van het menselijk lichaam.’ Echt?

Musea willen terecht de verbinding met een breed publiek leggen. Aangejaagd door de politiek. Maar hoe dat precies moet is niet makkelijk. Daar worstelen musea mee. Op het verwijt af om elitair te zijn schieten ze vaak door in popularisering. Met pop-up museabinnenhalen van BN’ers of het zich overleveren aan commercie. Het vinden van een werkbaar evenwicht tussen populisme en elitarisme is een kwestie van goede smaak, ethiek, profilering en geloof in de eigen koers. Vele musea voeren een zwalkend tentoonstellingsbeleid.

Sexy Ceramics doet twee dingen tegelijk. Het toont keramiek dat thematisch refereert aan seksualiteit. Dat is een normale kunsthistorische keuze. Zo komen jaarlijks duizenden tentoonstellingen tot stand. Een   verschijningsvorm van keramiek wordt belicht. Maar de Princessehof schiet uit de bocht als het suggereert dat deze seksualisering voor alle keramiek geldt. Vooral wat het maakproces betreft. Dat is aantoonbaar onjuist.

Seksualisering van het maakproces van keramiek is een onverdedigbaar standpunt. Zoals kunstenaar Isabel Ferrand in een video uitlegt kan het maakproces van klei ook vanuit een tegenovergestelde houding worden benaderd. Geen seksualiteit maar cerebraliteit. Maar de Princesshof beweert door leentjebuur te spelen bij de populaire cultuur: ‘De opzwepende scène met Patrick Swayze en Demi Moore in de film Ghost laat zien hoe erotisch het werken met klei kan zijn. Intiem zitten zij achter een draaischijf en laten hun handen glijden door de natte, zachte klei. Keramisten ondervinden dagelijks de unieke eigenschappen van dit materiaal.’

De Princessehof redeneert te simpel. De seksuele omgang door keramisten met klei kan bestaan, maar geldt niet voor alle keramisten. Of alle soorten keramiek die niet traditioneel gedraaid worden. De Princessehof als keramiekmuseum had kunnen weten dat dit niet klopt en had dit in de publiciteit genuanceerder moeten brengen. Des te meer omdat het door het eigen simplisme alle keramisten in de hoek van de seksualisering zet. Het lijkt eerder omgekeerd: de staf van Keramiekmuseum Princessehof is vergaand geseksualiseerd.

Hoofd Klara wordt netmanager VRT. Waarom kan zoiets niet in Nederland?

leave a comment »

cp

Zomaar een bericht in het Vlaamse nieuws. Deze keer niet over islamitische terreur en bomaanslagen in Brussel, maar over cultuur. Chantal Pattyn is netmanager van het Vlaamse Klara en wordt hoofd cultuur van de Vlaamse publieke omroep VRT.  Na de inkrimping en het bewust om zeep helpen om interne omroeppolitieke redenen in 2006 van de Nederlandse Concertzender en de infantilisering van Radio 4 is Klara nog de enige nationale culturele zender van niveau in het Nederlandse taalgebied die het beluisteren waard is.

Het cliché is waar, Vlamingen vinden cultuur belangrijk. Dat heeft met hun emancipatiestrijd te maken en het besef dat taal en kunst ertoe doen. En de overeenstemming over partijen heen dat het de nationale identiteit versterkt. In Nederland doen VVD en PVV die eveneens zeggen nationale identiteit belangrijk te vinden het omgekeerde: ze breken bewust de publieke omroep en de kunsten af. Maar ook in Vlaanderen moeten kunst en cultuur voor de poorten van de hel worden weggesleept. Ook daar moet telkens weer de liefde voor kunst op de politiek bevochten worden. Niets komt vanzelf. De loyaliteit van de bestuurders in de cultuursector lijkt het verschil te maken. De Vlaamse cultuurminister Sven Gatz (‘kunst dient nergens toe’) haalde in 2014 met terugwerkende kracht dezelfde shockdoctrine van cultuurbezuinigingen als Halbe Zijlstra uit de liberale kast.

Kunst is kunst, maar ook een wapen waarmee de strijd tegen terreur die van buiten komt en onverschilligheid die van binnen komt gewonnen kan worden. Het is de strijd om de harten en geesten van de eigen bevolking die telt en een positieve impuls kan geven. Media kunnen daarin een opbouwende rol spelen. Niet omdat het educatief is of doelgroepen emancipeert, maar omdat het kunst als voorbeeld voorhoudt. Juist dat patroon is in Nederland uitzondering geworden. Onder het uitroepen van ‘zie ons eens aan kunst doen’ wordt kunst naar aparte reservaten verbannen of slachtoffer van popup en populariteitsdenken. Wat Nederland mist is die positieve, vanzelfsprekende grondhouding tegenover kunst en cultuur die in een samenleving tamelijk breed gedragen wordt. In elk geval in omroepkringen die een kunsthistoricus tot netmanager benoemen. Klasse. 

Foto: Schermafbeelding van bericht ‘Chantal Pattyn wordt manager Cultuur VRT’ in TVvisie, 21 maart 2016.

Nick & Simon presenteren hun album ‘Open’ in Museum de Fundatie

with one comment

In Museum de Fundatie in Zwolle is de tentoonstelling ‘Open’ te zien. Uitgangspunt is het album ‘Open’ van het Volendamse zangduo Nick & Simon. Ze zetten deze tentoonstelling op poten. Het eerste exemplaar van hun nieuwe studio-album ‘Open’ werd bij de opening op 18 september uitgereikt aan museumdirecteur Ralph Keuning. ‘OPEN is vanaf vandaag zowel fysiek als digitaal verkrijgbaar via o.a. iTunes, Spotify, Bol.com en That’s Entertainment’, aldus de informatie op de site van Nick & Simon. En: ‘Op vrijdag 2 oktober vindt de live albumpresentatie plaats in de intieme setting van Rock- en Poptempel Paradiso Amsterdam. Begin deze maand bracht uitgeverij New Skool Media ook een unieke eenmalige editie uit van dé ‘Nick & Simon’, een glossy magazine.’ Nick & Simon stellen: ‘Open’ maakt de verbinding tussen muziek en beeldende kunst.’

Wat moeten we hier van vinden? Niets. We moeten hier niks van denken. De museumsector is precies zo krachtig en autonoom als het zelf wil zijn. David Bade/Tirzo Martha/IBB, Ard Doko, Lidy Jacobs, Joseph Klibansky, Danielle Kwaaitaal, Ans Markus, Ruud de Wild en Niels Smits van Burgst gingen ieder met één of meerdere songs uit het album ‘Open‘ van Nick & Simon aan de slag. Is dit het begin van een nieuwe ontwikkeling, de albumisering van de museumsector? Naast de popup-musea en bedrijfsmarketing en bekende ondeskundige Nederlanders als curator -zoals Lotte Haagsma het in Metropolis noemde- kunnen Nick & Simon er nog wel bij met de presentatie van hun nieuwe studio-album ‘Open’ in Museum de Fundatie.

Beleving staat centraal bij vaste opstelling in Limburgs Museum

leave a comment »

De vernieuwde presentatie ‘Van neanderthaler tot stedeling’ geeft een uniek overzicht van de Limburgse bodemschatten’ aldus de toelichting van het Limburgs Museum in Venlo. Donder en bliksem moeten de beleving van de bezoeker zo realistisch mogelijk maken. Opzet is om het verleden dichterbij te brengen. Volgens de woordvoerder van het Limburgs Museum passen daarin prima donder en bliksem op zaal.

De grens aan museale beleving is niet absoluut en schuift op onder druk van het Alive Museum, Amsterdam EXPO of The Amsterdam Dungeon. Bezwaren volgen uit de conservering en presentatie van de objecten, de kosten, de waarschijnlijkheid (vraisemblance) van het realisme en het purisme van de museumsector.

Nederlandse musea hebben nog lang niet de grens van de beleving bereikt. Waarom in bovengenoemde presentatie geen waterbassins, niveauverschillen, dieren in kooien, insecten op de geluidsband, acteurs verkleed als neanderthaler, lichtkunstwerken of verspreiding van geuren en rook toegevoegd? Alles voor de beleving. De mogelijkheden zijn onbegrensd. Misschien moet de sector die grens maar eens formuleren.

Faillissement Amsterdam EXPO herinnert musea aan hun essentie

with one comment

expo

Amsterdam EXPO is failliet en zal geen doorstart maken, aldus oprichter Peter Tabernel tegen AT5. Het was een museum zonder museum te zijn dat in het buitenland presentaties inkocht en tentoonstelde. Zo’n vaag profiel is wonderlijk omdat daar geen marketing tegenop kan. Was Amsterdam EXPO de V&D van de museale evenementenbranche die verdwaald in het middensegment vergeefs trok aan een dode formule? Geen omweg waard. Met te weinig prestige, diepgang en authenticiteit van het Rijksmuseum en andere beeldbepalende Nederlandse musea. En met te weinig beleving, spektakel en glamour van een Koreaans Alive Museum dat nieuwe media gebruikt om de bezoekers te overbluffen. Tabernakel weet waar zijn kansen liggen: in Azië.

Het faillissement is ook een waarschuwing aan de Nederlandse kunstmusea over hun profilering. Niet het populisme van museumnachten vol marketing en porno, aanschurken tegen DWDD met pop-up museum of een oppervlakkige programmering is de focus die voor de lange termijn de meeste kansen biedt. Hoewel het tijdelijk soelaas kan bieden en museumdirecteuren nu verblindt en enthousiasmeert. Maar zoals V&D leert is kannibalisme van de eigen formule een doodlopende weg. De toekomst vraagt van Nederlandse musea het omgekeerde: diepgang, ambitie, inzetten op intrinsieke kwaliteit en echtheid die terug naar de kern gaat.

Foto: Schermafbeelding van artikel ‘Amsterdam Expo is officieel failliet verklaard. Vanaf 1 maart sluiten de deuren’. Credits: AT5.