George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultuursector

Wat bezielt de VVD om zich te keren tegen kunst? Bij een petitie die vraagt om Körmelings draaiend huis in Tilburg te verwijderen

with 5 comments

Voorzitter Emmy Duinkerke van de afdeling Hart van Brabant van de JOVD is petitionaris van deze petitie van 20 november. De JOVD is een jongerenafdeling gelieerd aan de VVD. De petitie verzoekt vanwege financiële redenen om te stoppen met het kunstproject Het Draaiend Huis op de Hasselrotonde in Tilburg. Duinkerke schrijft de petitie namens de JOVD. Ze noemt de naam van de kunstenaar niet, maar dat is de in Eindhoven wonende kunstenaar/ architect John Körmeling. Hij werkt veel in de publieke ruimte, landelijke bekendheid kreeg Körmeling toen hij het Nederlandse paviljoen Happy Street voor de Expo 2010 in Shanghai ontwierp.

Duinkerke reageert waarschijnlijk op een bericht van 16 november 2018 van Omroep Brabant dat meldt dat het kunstwerk kapot is en de reparatie ervan 45.000 euro kost. Zij wijdt op haar persoonlijke FB-pagina een posting aan hetzelfde onderwerp: ‘De JOVD Hart van Brabant is een petitie gestart om het Draaiend Huis Tilburg uit te krijgen. Dit kunstproject heeft al ontzettend veel geld gekost en gaat nog meer geld kosten, waar wij als Tilburgers voor mogen opdraaien’. Aan het kostenaspect ontleent ze haar enige argument.

Het is opvallend dat de VVD en de adspirant-VVD’ers van de JOVD zich profileren door tegen hedendaagse kunst te schoppen. Afgelopen week was er nog het pleidooi van VVD-kamerlid en cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen die ‘cultuur’ tegen ‘volkscultuur’ afweegt en meende dat de steun voor kunst afgebouwd moet worden ten gunste van volkscultuur. In het debat over de cultuurbegroting kreeg hij veel kritiek. Kamerlid Carla Dik-Faber van de ChristenUnie noemt Aartsens idee ‘ontzettend polariserend’. Een misverstand is dat in 2010 tijdens het staatssecretariaat van Halbe Zijlstra als verantwoordelijke bewindsman voor kunst niet de VVD maar de PVV de kwade genius zou zijn achter de afbraak van de kunstsector. De PVV had die macht niet en profileerde zich uitsluitend op het dossier immigratie, islam en integratie. Ik schreef in 2012 in een commentaar: ‘De VVD is de oorzaak voor de kaalslag op cultuur en heeft dat de afgelopen jaren voorbereid en vormgegeven. Eerst binnen de VVD-fractie bij monde van cultuurwoordvoerder Han ten Broeke, in 2010 door VVD-informateur Ivo Opstelten in het regeerakkoord en in de uitvoering door VVD-staatssecretaris Zijlstra.’

De lijn Halbe Zijlstra – Thierry Aartsen – Emmy Duinkerke is geen toeval, maar bewust beleid binnen de VVD. De partij profileert zich met het schoppen tegen kunst en het terugdringen van overheidssubsidie voor kunst. Wat de partij denkt te bereiken door zich als vijand van kunst te profileren is de vraag. Want zowel in positieve als negatieve zin leeft kunst in Nederland nauwelijks bij het electoraat. Het risico bestaat dat gematigde liberalen om deze reden de VVD de rug toekeren. Vooral vanwege de volksmennerij die ermee samengaat. Op de rechtse flank van de politiek bestaat haat tegen kunst omdat het als een linkse hobby wordt beschouwd.

Uiteraard mogen politici zich tegen kunst keren als ze dat volgens hun overtuiging vinden. Maar dat de grootste partij van Nederland over de rug van de kunst denkt te kunnen scoren baart zorgen. Het gaat ook niet om backbenchers als Aartsen of Duinkerke die in de rat race van de politiek kunst aangrijpen om gehoord te worden. Zo werkt politiek nu eenmaal. Het gaat om een mentaliteit bij de VVD die handelt in oude reflexen.

De VVD in de jaren ’50 en ’60 was een elitaire partij van de gegoede burgerij. Zo noteert Jan Hanlo die Oote oote oote boe schreef in 1952 over een VVD’er: In dezelfde maand haalt het vers de Eerste Kamer waar Mr. W.C. Wendelaar (VVD) zich erover opwindt. Met name ergert hij zich aan het feit dat het vers gepubliceerd werd in een door het rijk gesubsidieerd tijdschrift. De pendule is na ruim 60 jaar terug bij de minachting door de VVD voor kunst. Pleidooien voor het schrappen van overheidssubsidie voor kunst zetten een doorgaande streep onder een VVD die vrijgestelden bedient en geld omploegt richting bedrijfsleven en banken.

Foto 1: Schermafbeelding van petitieStilstaand Huis Tilburg uit’ van Emmy Duinkerke, voorzitter van de JOVD Hart van Brabant, 20 november 2018.

Foto 2: John Körmeling, ‘Hasselt Traffic Circle’, Tilburg 2008. ‘Freestanding row house rotating on roundabout’.

Advertenties

VVD vervolgt bij monde van cultuurwoordvoerder Thierry Aartsen kruistocht tegen kunst met overbodig pleidooi voor volkscultuur

with 4 comments

Nederland heeft iemand als president Trump die opjut en liegt niet nodig, want Nederland heeft kamerlid Thierry Aartsen van de VVD. Hij ziet de kunst van het Opera, Museum en Theater als cultuur. Weet hij veel als cultuurwoordvoerder van de VVD. Aartsen creëert een tegenstelling tussen de kunst van het Concertgebouw en de volkscultuur van het bloemencorso. Meer voorbeelden geeft hij niet. Hij kletst uit zijn nek omdat er nu helemaal niet te weinig aandacht en waardering voor volkscultuur is. Hij zuigt dat uit zijn duim om in het gevlei te komen in een regio als Noord-Brabant met het oog op de provinciale verkiezingen van 20 maart 2019. In de concurrentie met het CDA. Thierry Aartsen gedraagt zich als leeghoofd en behager van het volk in de traditie van de VVD. Bij deze in naam liberale partij neemt de volksmennerij tegen kunst grootse vormen aan. Aartsen dekt het populisme in de politiek met zijn marketing prima af. De VVD is de kwade genius achter de afbraak van de kunstsector en laat daar bij monde van Thierry Aartsen geen enkele twijfel over bestaan.

Foto: Schermafbeelding van opiniepanel van deel van ‘De Stemming van 18 november 2018’ met de vraag ‘Maandag wordt er in de Tweede Kamer gesproken over de Cultuurbegroting. In een interview heeft een VVD-kamerlid aangegeven dat er meer subsidie zou moeten overgeheveld worden naar Volkscultuur, zoals bloemencorso’s, gilden, schutterijen en fanfares. Wat vindt Nederland over de verschillende aspecten van dit onderwerp?

Defensieve domheid van petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ gooit boel op slot en verdedigt eigen posities

with one comment

Aldus het slot van de petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’ op de site van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie Amateurkunst (LKCA) dat liefst 58 medewerkers telt. Alleen dit feit alleen al verklaart de petitie. De eigen positie wordt verdedigd. Er mogen geen nieuwe instituten in het leven geroepen worden. In de economie heet dat kartelvorming of oligarchie. De overheid bestrijdt dat, maar vreemd genoeg niet in de cultuursector waar klustering en stilstand worden bevorderd. Omdat het toch maar kunst is? Concurrentie voor overheidssubsidie wordt uitgeschakeld. Oogluikend wordt toegestaan door overheden dat enkele sectorinstituten de culturele markt verdelen, in bezit nemen en met een vals beroep op het publiek via deze petitie positief in de publiciteit brengen. De eigen pluim wordt via deze petitie nog mooier opgeschikt dan die echt is. De petitie getuigt van een onnoemelijke kortzichtigheid, onverdraagzaamheid en domheid.

Wijbrand Schaap van het Cultureel Persbureau zette me via een artikel op zijn site op het spoor van deze petitie. Hij leest de petitie zo: ‘De bestaande ondersteuningsinstituten in de cultuursector dringen er daarin namelijk bij de Tweede Kamer op aan om geen geld te steken in nieuwe ondersteuningsinstituten. Daarmee steken clubs als het Landelijk Kennniscentrum Amateurkunst (LKCA), Cultuur+Ondernemen, en de Boekmanstichting een kleine, doch wel tamelijk welgemikte dolk in de rug van hen die aan het lobbyen zijn voor een terugkeer – in enige vorm – van het Sectorinstituut Theater (TIN) en het Muziekcentrum Nederland (MCN) die door Halbe Zijlstra in 2012 de nek zijn omgedraaid.’ Schaap heeft gelijk. Waar is de solidariteit in deze gesubsidieerde cultuursector? Schaap: ‘De petitie kan niet anders gelezen worden dan als een signaal dat de gevestigde orde geen nieuwkomers wil. Zeker niet als dat ten koste gaat van diezelfde gevestigde orde.’ Een toevallig ontstane situatie wordt gefixeerd en gelegitimeerd met het argument dat het historisch gegroeid is. Zoals alles historisch gegroeid is. Mijn reactie op de FB-pagina van Wijbrand Schaap bij dit onderwerp:

Er is geen solidariteit binnen disciplines en evenmin tussen disciplines. Ieder vecht voor de eigen toko en hypotheek. Zo zagen we ook de gezaghebbende en unieke bibliotheek van het Tropeninstituut ontmanteld worden ten koste van steun aan een reeks van misbare en middelmatige instellingen. Het is de schande van zowel het veld als van de politieke besluitvormers dat ze dat billijkten. Waar was het overkoepelende Deltaplan voor de Kunsten dat unieke waarde vooropstelt zonder te ontaarden in paleiskunst door topinstellingen die hun kunstjes vertonen voor de macht? De culturele basisinfrastructuur waar de Raad voor Cultuur over adviseert is dat niet omdat er allerlei politieke, cultuurpolitieke en regionale belangen in gemengd zijn. Het Nieuwe Instituut is inderdaad zo’n instelling die op z’n best als middelmatig kan worden gekenmerkt. Op z’n slechts als frauduleus en overbodig. Trouwens hoe dan is het nog steeds een raadsel waarom het ooit in de huidige vorm van de grond werd getild. Wie wordt niet moe van die kunstbobootjes die uitblinken in kortzichtigheid en het schrijven van beleidsstukken onder het mom ‘eigen instelling eerst’? De voorspelbare reactie is dat het brede publiek de schouders ophaalt over zoveel opportunisme en gebrek aan solidariteit, en geen begrip opbrengt voor de kunstsector. Dat lijkt nog niets eens onterecht.

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Sterke ondersteuning voor een vitale cultuursector’, november 2018.

Ede zegt ‘nee’ tegen het World Art Center: te ambitieus, te duur en met verkeerde adviseur Stanley Bremer

with one comment

Gisterenavond zette de gemeenteraad van Ede collectief een streep door de plannen voor het World Art Center. ‘Er leefde veel weerstand tegen het plan vanwege de te grote ambitie, kosten en de betrokkenheid van Stanley Bremer als adviseur’ zo concludeert Arnold Winkel in een verslag voor De Gelderlander. Hiermee worden de plannen van wethouder Johan Weijland (D66) voor de Frisokazerne niet gevolgd, maar verworpen.

De bezwaren waren in een debat van 2 november al breed uitgemeten. Toen werd door velen gesteld dat door onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in konden vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegde aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kostte het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kon het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat was ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie. Dat waren uiteindelijk te veel minpunten.

Wethouder Weijland deed in de aanloop uitspraken die opzien baarden en die uiteindelijk averechts werkten. Zo zei hij over adviseur Stanley Bremer: ‘Bremer iemand is die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan’. Dat vatte hij op als positief, maar werd niet door iedereen zo begrepen. Hiermee liet Weijland zich kennen als iemand die zich niks aantrok van regels en tegen de cultuursector in ging. Het was opvallend dat dit populistische geluid bij een D66-wethouder in Ede was te horen. Weijland dacht met Bremer dit project van de grond te kunnen trekken, maar het omgekeerde gebeurde. De slechte reputatie die Bremer in Rotterdam had keerde zich in de publiciteit tegen het World Art Center. De raad van Ede heeft haar werk goed gedaan.

Zie hier voor het terugkijken van het debat van 23 november 2017. Klik op ‘1.Raadszaal‘ en ga naar 42’ 30’’.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelEde zegt ‘nee’ tegen World Art Center’ in De Gelderlander, 23 november 2017.

Gemeenteraad Ede vergadert over het World Art Center. Met weinig focus en veel omcirkelingen

with 6 comments

Op 2 november vergaderde de gemeenteraad van Ede over het World Art Center. Het was een tussenstap en werd door het college gepresenteerd om de raad bij het proces te betrekken en het opdracht te geven dit businessplan verder uit te werken in een concreet raadsvoorstel. Hiermee stelde de raad zonder hoofdelijke stemming in. Vraag is of de trein nu rijdt en nog te stoppen valt. Het was een debat met degelijke, maar matig geïnformeerde raadsleden over museale onderwerpen. Dat ze niet begrepen wat het verschil tussen een kunsthal en een museum is en ze daarom evenals de wethouder praatten over een museum -of het Exposeum wat een bestemmingsnaam daarvoor is- terwijl het om een kunsthal of tentoonstellingsruimte gaat geeft aan welke misverstanden over collectievorming, bruiklenen en allerlei museale onderwerpen continu optraden.

Er was een negatieve uitzondering. De vileine cultuurwethouder Johan Weijland (D66) pleegde karaktermoord op Gitta Luiten wat hij na een terechte interventie van SGP’er Evert Jansen even hypocriet ontkende. Weijland nam duidelijk de talking points van kwartiermaker en adviseur Stanley Bremer over toen hij uitleg gaf over de carrièreswitch die Luiten had gemaakt kort voordat de toenmalige Rotterdamse cultuur wethouder Adriaan Visser (D66) haar in 2015 de opdracht gaf om een rapport over de gang van zaken bij het Wereldmuseum te schrijven. Dat werd een zeer kritisch rapport over Bremer. Weijland verbond die conclusie echter niet aan het functioneren van Bremer, maar aan het feit dat Luiten bij het Mondriaan Fonds was opgestapt omdat het budget van 43 miljoen euro was gehalveerd. Weijlands suggestie was dat Luiten daarom niet meer objectief kon oordelen over het Wereldmuseum. Het was er aan de haren bijgesleept, zette vraagtekens bij de reputatie van Gitta Luiten en liet de vergadering verdwaasd de executie van Luiten door Weijland aanschouwen.

De vraag naar de reputatie van Bremer werd het best door Natasja Peters van Burgerbelangen ter discussie gesteld. Zij kaartte aan dat de reputatie van Bremer ‘niet vlekkeloos is’. Ook Dirjanne van Drongelen (CU) en Stef van der Klok (VVD) merkten op dat de reputatie van Bremer een risico vormt omdat die twijfelachtig is en partijen daarom een ongemakkelijk gevoel geeft. Andere raadsleden maakten een andere afweging en vonden het onkies om over de persoon Bremer zonder zijn aanwezigheid te praten. Daarbij werd niet duidelijk of zij allen Bremer de zwakke schakel vonden of uitsluitend verkozen om niet over deze persoon te spreken.

In het debat werd door velen gesteld dat door vele onzekerheden de financiële consequenties van het World Art Center groot zijn, er geen marktonderzoek heeft plaatsgevonden, de lokale kunst en geschiedenis er geen plek in kunnen vinden (of alleen tussen exposities in) wat ooit een harde randvoorwaarde voor het Exposeum was en dat het de vraag is wat het toevoegt aan het Edese kunstklimaat en de behoeften van de bewoners van Ede. Hoe dan ook kost het project de gemeente Ede aan jaarlijkse exploitatiesubsidie 610.000 euro bij een volgens velen hoog ingeschat bezoekersaantal van 75.000. Bij tegenvallend bezoek kan het tekort waar de gemeente voor opdraait verder oplopen. Dat is nu ingeschat op 110.000 euro naast 500.000 euro subsidie.

Wethouder Weijland probeerde de gemeenteraad richting een volgende stap te loodsen, wat hem lukte. Hij beloofde overleg en de input te gebruiken, maar het moest wel binnen de specifieke invulling gebeuren die hij met het World Art Center voor ogen had: de presentatie van internationale, hedendaagse kunst. Dat ook Weijland niet echt grip op de materie had bleek uit zijn opmerking over het dichtbijgelegen Kröller-Müller Museum waarover hij zei dat mensen er één keer heen gaan en daarna niet meer en dat in tegenstelling was met de wisseltentoonstellingen van het World Art Center. Het was weer Natasja Peters die Weijland erop wees dat het Kröller-Müller Museum ook wisselende tentoonstellingen heeft, wat de wethouder moest beamen.

Het lukte Weijland in het debat goed om de vragen over de reputatie van Bremer te neutraliseren, maar daarmee ging hij wel oneigenlijk te werk. Hij rekte eerst de claim op (‘Bremer heeft de boel niet opgelicht’) om dat vervolgens te weerleggen. Overigens is dat geen uitgemaakte zaak omdat Bremer ook kunstobjecten uit het depot van het Wereldmuseum op plekken terecht liet komen waar ze niet hadden mogen zijn. Maar de relevante vraag voor Ede die gesteld had moeten worden was of Bremer een goede plannenmaker was met realiteitszin, zakelijk inzicht en een goed en stabiel netwerk. Die vraag is niet beantwoord. Mede doordat Weijland het belang van Bremer relativeerde. Hij zou zich op afzienbare termijn terugtrekken en er komt een kleine vaste staf. Weijland liet ook weten dat een medewerker van het Mondriaan Fonds hem had gezegd dat een subsidieaanvraag ‘een goede kans zou maken’. Dat laatste geeft aan waar dit debat op neerkwam. Zonder specificatie over hoogte van bedragen of de hardheid van toezeggingen tufte de raad van Ede naar de volgende bestuurlijke halte. Op weg naar een museum dat geen museum wordt op een reis die al 5 jaar duurt.

NB: Het debat is hier (na: 1 uur 23’ 30’’) terug te zien op de site van de gemeente Ede. Klik op ‘2. Raadszaal‘. Beantwoording door wethouder Weijland vanaf 2 uur 57’’ 20’’.

Foto: Artist impression van treinstation Ede-Wageningen uit brochure World Art Center (2017).

Onderbouwing ‘World Art Center’ in Ede roept nog meer vragen op

with 2 comments

Nogmaals, het World Art Center in Ede. Namens het gemeentebestuur van Ede presenteert wethouder Johan Weijland (D66) plannen voor een kunsthal in oprichting. Initiatiefnemers vragen de gemeente een investering van 2,5 miljoen euro en een jaarlijkse bijdrage in de exploitatie van 500.000 euro. Opmerkelijk is dat Weijland oud-directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum in de arm genomen heeft. Bremer heeft een slechte reputatie en moest daar in 2015 voortijdig opstappen wegens wanbeleid en onhaalbare voorstellen. Het lijkt er nu sterk op dat Bremer de kans te krijgt om z’n kunstje in Ede te herhalen. Het rapportWerelden van Verschil’ (2015) van de Rotterdamse Rekenkamer was vernietigend. Opvallend is dat Weijland niet volmondig wil erkennen dat Bremer in Rotterdam mislukt is. Hiermee begeeft Weijland zich op het terrein van alternatieve feiten. Waarom heeft de wethouder zich zo verbonden aan iemand met een slechte reputatie die dit project in de publiciteit vooral schaadt? In De Gelderlander spreekt hij zijn volste vertrouwen in Bremer uit en geeft zijn mening dat het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer gekleurd was. Hiermee valt Weijland de integriteit van het openbaar bestuur af. Hij loochent de conclusie van het rapport van de Rotterdamse Rekenkamer.

Los van de plaatjes, vergezichten, toekomstbeelden, begrotingen of business case ontbreekt de onderbouwing wat dit voor het Edese kunstklimaat en de Edenaren betekent. Weijland focust op een power point presentatie van een Duurzaamheidsbalans Sociaal-Cultureel waarmee hij aangeeft dat Ede op dit beleidsterrein een inhaalslag te maken heeft. Dat zal best zo zijn, maar alleen toont hij vervolgens niet de noodzaak van een kunsthal aan. Waarom investeert de gemeente Ede niet op een andere manier in beeldende kunst?

Wie de recente ontwikkelingen van het voortijdig opstappen van artistiek directeur Beatrix Ruf bij het Stedelijk Museum wegens niet opgegeven nevenverdiensten en innige contacten met de kunsthandel heeft gevolgd, zal met de oren klapperen over bovenstaande tekst in de brochureWorld Art Center’. Zal de organisatie ‘intensieve contacten opbouwen met particuliere verzamelaars’? Dat is precies wat door de affaire-Ruf ter discussie staat en in de museum- en cultuursector steeds meer als ontoelaatbaar wordt gezien. Want het gevaar dreigt dat het prestige van een museum of kunsthal wordt gebruikt door particuliere verzamelaars om hun bruiklenen in waarde te laten stijgen. Dat is in strijd met de ethische code van de museumsector die de belangenverstrengeling tussen kunsthandel en museumsector afwijst. De prestatie van deze tekst getuigt van gebrek aan urgentie en fijngevoeligheid van de kwartiermakers. En vooral van wereldvreemdheid. Ze verkeren in hun eigen fantasiewereld die in de beeldtaal een letterlijke herhaling is van wat Bremer beoogde in het Wereldmuseum. Om de kunst gaat het al helemaal niet, maar om het goede leven van wijnen en spijzen.

Nog iets anders valt op aan de plannenmakerij van de ingehuurde consultants, Bremer, Weijland en diens ambtenaar Pieter van Lent. Is het  bestuurlijk zorgvuldig als een wethouder via zijn ambtenaar inhoudelijk meeleest over ondernemingsplannen? Dat blijkt uit een notitie. Hier raken particulier en publiek initiatief vermengd en valt niet meer te onderscheiden waar het ene ophoudt en het andere begint. Is het de taak van een wethouder om direct of indirect mee te praten over realisering en bijstelling van ondernemingsplannen? Kan een wethouder optreden als ondernemer en gaan de raadsleden van Ede daar luchthartig mee akkoord?

Foto: Foto met tekst uit Presentatie WAC verkleind.

Ede maakt plannen voor een World Art Center. Met Stanley Bremer

with 4 comments

Een World Art Center zou men verwachten in New York, Tokio, Beijng, Parijs, Berlijn of steden van dit kaliber, maar niet in het Gelderse Ede met 113.000 inwoners en woonkernen als Bennekom, Harskamp of Lunteren. Als directeur zou men een succesrijke directeur verwachten van het kaliber Nicholas Serota, Henri Loyrette of Kasper König, maar niet de in het Rotterdamse Wereldmuseum mislukte en gedwongen opgestapte Stanley Bremer. Als financiële onderbouwing zou men een sponsorschap verwachten van een wereldmerk als Apple, Alibaba of Google en niet een jaarlijkse steun van 500.000 euro van de gemeente Ede. En als voortrekker van het project zou men een enthousiaste kunstpromotor verwachten en niet een Edese cultuurwethouder Johan Weijland (D66) die in een artikel in De Gelderlander over Bremer zegt: ‘Het is iemand die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan. En hij heeft het Wereldmuseum ook weer doen bloeien toen hij aantrad.’

Dat laatste is opmerkelijk omdat Bremer het Wereldmuseum niet heeft doen bloeien, maar tot aan de afgrond bracht voordat allerlei betrokkenen zich inzetten om het Wereldmuseum te redden. Wat ternauwernood lukte. Bremer heeft met pek en veren de Maasstad moeten verlaten. Hij was een wilde plannenmaker die zijn groei baseerde op een onmogelijk plan tot verkoop dat in strijd was met de ethische code van de museumsector. Namelijk de verkoop op de commerciële markt van de Afrika-collectie. Met zo iemand gaat deze D66-wethouder in zee. Wat Weijland zegt staat haaks op alle bekende feiten over wat Bremer als directeur bij het Wereldmuseum heeft gedaan. Deze wethouder kijkt weg en zou zich eens goed moeten laten informeren door de cultuurwoordvoerder van D66 in de Rotterdamse raad Jos Verveen over het rampzalige directoraat Bremer.

Wat het meest opmerkelijk is aan Weijlands uitspraken is dat hij de uitspraak ‘Bremer iemand is die tegen de cultuur in de cultuursector durft in te gaan’ opvat als positief voor Bremer of iemand die in de cultuursector opereert. Dat lijkt sterk op de houding in 2011 van toenmalig staatssecretaris van cultuur Halbe Zijlstra (VVD) die er prat op ging niets van kunst te weten en tegen de cultuursector in te gaan. Het is opvallend dat dit populistische geluid bij monde van wethouder Johan Weijland in Ede nu ook al in D66 wortel schiet. Is Weijland wellicht een politicus die tegen de politiek in durft te gaan, zich niet aan afspraken en regels houdt, niets naar waarschuwingen van anderen luistert en lekker zijn eigen gang gaat en de vlucht vooruit zoekt?

Het World Art Center moet Ede ‘op de kaart zetten’. Volgens de plannen kunnen jaarlijks 75.000 tot 100.000 bezoekers verwacht worden in de ruimte die tentoonstellingen elders inkoopt die 9 maanden blijven staan. De € 2,5 miljoen investering ‘om het concept te realiseren is een investering berekend door initiatiefnemers op basis van ervaringen elders. Verder betreft dit een globale raming die nog verder moet worden uitgewerkt.’ Zo blijkt uit het raadsvoorstel. Dit geeft om allerlei redenen weinig vertrouwen in een goede afloop. Met een jaarlijks exploitatietekort van circa € 110.000 wordt rekening gehouden, zo blijkt uit het raadsvoorstel.

Ede zou behoefte hebben aan ‘een aanvulling op het cultureel voorzieningenniveau.’ Waarom dit gezocht wordt in het presenteren van publiekstentoonstellingen volgens Kunsthal-concept is de vraag. De vraag -naast die over het dragen van financiële risico’s- voor de gemeenteraad is wat de plannen van Weijkamp en Bremer toevoegen aan het kunstklimaat van Ede. Wat hebben de bewoners van Ede eraan dat ‘een groter publiek Ede binnenstroomt’? Is Ede er niet meer mee gediend om met beide voeten op de grond te staan en zich niet te verbinden aan onzekere, langlopende plannen? Daar hoort geen luchtfietserij bij en al helemaal geen plannenmaker die eerder is mislukt in Rotterdam, maar voorzieningen waar de Edenaren direct van kunnen profiteren. Als nou ergens geen behoefte lijkt te bestaan aan mooie praatjes, dan is het wel in Ede.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIn opspraak geraakte museumdirecteur moet Ede aan World Art Center helpen’ van Albert Heller in De Gelderlander, 26 oktober 2017.