Pleidooi voor inzet van kunstenaars bij een sociaal en economisch hervormingsprogramma van de overheid

Velen stellen dat er somberte en uitzichtloosheid als nooit tevoren heerst. Het klimaat, de economie, de politiek en de sociale vrede staan onder druk. Wetenschap en kunst worden in het verdomhoekje geplaatst en nog weinig gegund. Sociale opgang is gestopt, kinderen krijgen het eerder slechter dan beter dan hun ouders. Boomers wordt verweten op het hoogtepunt van de welvaart gepiekt te hebben en zich niet bekommerd te hebben om de toekomst. Door de COVID-19 pandemie wordt de neergang versneld. Of op z’n best: het proces van stilstand gecontinueerd. Nu de economie door de succesvolle bestrijding van de pandemie weer aarzelend op gang komt blijkt dat er fundamenteel niets verandert en zoals bij elke restauratie de gevestigde belangen in de steunprogramma’s voorgaan omdat ze de kortste en snelste contacten naar de macht hebben. De economie wordt niet verduurzaamd, de besluitvorming niet verbreed en een nieuwe start niet overwogen.

Toch gaat het de Nederlanders nog steeds redelijk goed. Beter dan voorheen. Maar in de opinie wordt het tegenovergestelde beeld gevormd. In de echokamers van de sociale media praten mensen zonder de feiten te kennen elkaar hun pessimisme na. Hoe kan dat beeld doorbroken worden? Daartoe moeten we teruggaan naar een andere tijd van neergang in de recente geschiedenis: de crisisjaren 1930 als gevolg van de beurskrach van 1929. Hoewel nu uiteraard de omstandigheden totaal anders zijn. Het gaat om de aanpak van beklemming die transformeert in verlamming en het bieden van hoop. Is de mens niet zijn of haar eigen ergste vijand?

Het voorbeeld is de New Deal van president Roosevelt. Vanaf 1932 werd een omvangrijk economisch en sociaal hervormingsprogramma opgezet om de gevolgen van de crisis te dempen. De overheid heeft daarbij een sturende, coördinerende en motiverende rol. Vertaald naar onze tijd houdt dat in dat de verzorgingsstaat die sinds de jaren 1980 langzaam uitgekleed is, weer wordt aangekleed. Zodat de extremisten die hierdoor wind in de zeilen hebben gekregen omdat ze mensen die buiten de boot zijn gevallen voor zich hebben weten te winnen geen rugwind meer hebben. Nu de overheid als gevolg van de pandemie toch tientallen miljarden euro’s in de economie pompt, is het een gemiste kans om in het herstel de pre-corona tekortkomingen niet te willen corrigeren. Het is merkwaardig hoe weinig kritiek op de behoudsgezinde restauratie klinkt. Ook die beperkte blik is vermoedelijk een gevolg van dat pessimisme dat bijna iedereen in de greep heeft.

Het geloof in een betere toekomst moet dus doorbreken. Ook bij progressief Nederland. Of liever gezegd, door de overheid moet met een hervormingsprogramma dat beeld worden gevestigd. Nog sterker gezegd, dat beeld moet door herhaling geforceerd worden. Voor de praktische politiek is het gewenst dat partijen als de PvdA en GroenLinks meedoen om hun achterban mee te krijgen. VVD en CDA kunnen dan hun achterban die sterker verankerd is in de gevestigde macht proberen mee te krijgen. De flexibele Mark Rutte kan hieraan leiding geven op de voorwaarde dat hij zich niet langer opstelt als verlengde van de werkgeverslobby. Samen met de centristische D66 kan dan een vijfpartijenkabinet worden gevormd. Essentieel is dat partijen de gevestigde belangen niet blindelings volgen, de pragmatiek vooropzetten en het experiment niet schuwen.

Om de bevolking ervan te overtuigen dat er een nieuwe fase in de geschiedenis van Nederland is aangebroken en ze hun pessimisme achter zich kunnen laten moet er met overheidsprogramma’s extra aandacht worden gegeven aan de publieke opinie. Daarbij kunnen kunstenaars, ontwerpers en filmers een rol spelen. Het beeld is hun vakgebied. In de jaren 1930 kende de VS de WPA (Work Projects Administration) waarvan het Federal Art Project een belangrijk onderdeel was. Opzet daarvan was om de kunst met een hulpprogramma te steunen en kunstenaars kunst te laten maken die de bevolking bereikte. Bovenstaand affiche is daar een voorbeeld van. Uiteraard zullen kunstenaars nu andere, minder statische middelen inzetten, zoals nieuwe media.

De culturele sector ging het in het post-Zijlstra (2011) tijdperk al slecht en heeft door de COVID-19 pandemie verder aan terrein verloren. Het perspectief van de kunstenaars is slecht. Opdrachten zijn weggevallen. De overheid kan de rol van opdrachtgever op zich nemen. De huidige steunprogramma’s van de overheid voor de kunst zijn bescheiden en daarnaast komt het leeuwendeel van de steun bij gevestigde instellingen terecht.

Met een overheidsprogramma voor kunst, ontwerpers en filmers dat wordt gecoördineerd door een apart bestuurlijk orgaan, dat op afstand staat van de regering en eigen budget en bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft, snijdt het mes aan vele kanten: 1) kunstenaars worden door financiële steun uit de brand geholpen; 2) door experimenten toe te laten in het programma hoeven kunstenaars niet gezien te worden als ‘simpele’ uitvoerders van de overheid; 3) hun vakmanschap kan dienen om met een waaier van creatieve uitingen de publieke opinie te helpen overtuigen dat de overheid zichtbaar werkt aan een hervormingsprogramma; 4) overheid en politieke partijen kunnen door het tonen van hun goede wil de vertrouwensbreuk met de kunstsector lijmen die door hun neerbuigende en terughoudende houding in de afgelopen tien jaar gegroeid is; 5) in het verlengde daarvan kan de neerbuigende houding bij delen van het publiek over de ‘overbodige’ kunst bestreden worden door deelname van kunstenaars aan het hervormingsprogramma; 6) door inzet van kunstenaars kan het begrip voor en het inzicht van politici op de functie van kunst verbeterd worden.

Foto: ‘Moments with genius Written by the Illinois Writers Project : presented by the Museum of Science & Industry / / D.S.’, 1936-1941. Collectie: Library of Congress.

Jack Ma legt uit wat er schort aan de besteding van opbrengsten van het globalisme. Tevens een antwoord aan de populisten

De Chinese multimiljonair Jack Ma van het concern Alibaba heeft er belang bij om Trumps kritiek op China te weerleggen. Of om te buigen. De vrees bestaat dat Trump protectionisme tot kern van zijn economisch beleid maakt. Dat is schadelijk voor de internationale handel. Ma presenteert zijn argumenten slim. Hij zegt dat niet zozeer outsourcing van de Amerikaanse maakindustrie naar China of Mexico tot een rampzalige economische situatie in het Middenwesten -en wat hij het Middenoosten noemt- van de VS  heeft geleid, maar de verkeerde aanwending van de winst uit die globalisering. Waar is dat geld gebleven? Dat ging naar recente oorlogen die 14.300.000.000.000 USD kostten. Dat geld had volgens Ma beter besteed kunnen worden aan de verbetering van de infrastructuur die verwaarloosd is. Zeg maar: een nieuwe New Deal. Daarnaast heeft Ma kritiek op de financiële sector van Wall Street die in zichzelf verkeert en opereert ten koste van de reële economie.

Heeft Ma gelijk? Hij heeft een punt dat de veiligheidsindustrie en Wall Street veel overheidsgeld naar zich toe trekken. Mede door hun invloed op de politiek. Politici worden met geld gekocht om de continue stroom overheidsgeld te garanderen. Dat gaat ten koste van andere sectoren. En van gewone mensen. President Obama past trouwens het verwijt dat hij dat mechanisme niet heeft omgebogen. De tragiek is dat Trump door zijn kabinetsbenoemingen en beleid als geen andere president een vertegenwoordiger van Wall Street en big money is. Hij beloofde het moeras droog te leggen, maar doet het omgekeerde. Hij pompt er extra water in.

Of Trump een aanleiding voor een oorlog met bijvoorbeeld Iran gaat creëren om de veiligheidsindustrie te bedienen valt af te wachten. Hij kan ook volstaan met hogere Defensiebestedingen alleen. Hoewel generaals die wapens dan ook graag in willen zetten, als het geweer aan de muur in een stuk van Tsjechov. Wapens moeten afgaan. In Europa gaan de Amerikaanse ministers Mattis en Tillerson de boer op om de Europeanen te bewegen meer geld uit te geven aan de NAVO. EU-lidstaten moeten de bekende 2%-norm halen. Uiteraard grotendeels te besteden aan Amerikaanse waar. Als Europeanen slim zijn, dan steken ze de 10 of 30 miljard euro extra bestedingen per jaar in hun eigen wapenindustrie. Maar dat rekent buiten de realiteit van de Dick Berlijns, Jack de Vriesen en andere neoconservatieven die door de Amerikaanse wapenindustrie zijn gekocht en lobbyen voor Amerikaanse wapenfabricanten. Dan is er nog de reële Russische dreiging in Oost-Europa die alle wapenfabricanten in de kaart speelt. En niet gewone mensen en hoeders van de democratie die voor een evenwichtige en duurzame verdeling van overheidsgeld pleiten. Gedesillusioneerd hebben ze het nakijken.