Gedachten bij foto [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska], 1938

John Vachon, [Untitled photo, possibly related to: Rehabilitation client, Lancaster County, Nebraska].1938. Collection: Library of Congress.

De collectie van het Library of Congress bevat duizenden foto’s van John Vachon uit de periode van kort voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Uit zijn cv blijkt dat hij als fotograaf werkte voor regeringsprogramma’s (Farm Security Administration en the Office of War Information), bedrijven, de VN en tijdschriften. Eruit blijkt het beeld van een modern, goed georganiseerde VS met een prima logistiek en industrie.

Maar ook met een platteland dat is achtergebleven. De achterblijvers worden niet vergeten en komen in beeld. Dat paste in de sociale programma’s van de New Deal van president Roosevelt. Dat moest aan het publiek getoond worden.

Deze foto uit 1938 is minder gericht op het benadrukken van de grootsheid van de VS. Hoewel door het benadrukken van het ontbreken ervan indirect die grootsheid toch het uitgangspunt blijft. indirect wordt hier iets gezegd.

De titel die geen titel is verwijst ernaar dat het ‘mogelijk’ om reintegratie gaat, want zo moet hier het woord rehabilitation opgevat worden. Tewerkstelling onder toezicht. Andere foto’s van Vachon uit Lancastar County, Nebraska, 1938 zoals deze maken dat inzichtelijk.

Drie meisjes staan met hun gezicht afgewend. Ze staan er schuchter bij en worden niet herkenbaar in beeld gebracht. De foto roept de vraag op wat ze op hun kerfstok hebben. De oudere vrouw in het midden is zelfverzekerder, maar evenmin herkenbaar. Dat komt omdat ze tegen de zon in kijkt en de hand voor de ogen houdt. Wordt er op iets of iemand gewacht en kijkt ze of het al opschiet?

De auto’s op de achtergrond suggereren dat de meisjes naar dit verzamelpunt zijn gebracht. Ze hebben geen koffers bij zich. De foto legt een netwerk van relaties bloot dat over Lancaster County ligt waarin de meisjes zijn gevangen. Of neutraler gezegd, volgens welke ze mogen bewegen. Waar gaan ze heen? En waar komen ze eigenlijk vandaan?

Het is knap dat een zo op het eerste oog wat terloopse, onverschillige foto die niet probeert in de smaak te vallen deze associaties oproept. Let op de vrouw rechts die half in het frame staat. Ook als ze niks met de werkelijkheid van 1938 te maken hebben. Maar het is aannemelijk dat het zo is. De foto is een zeer kort verhaal waardig.

Madam Lillian en de ‘girlie show’. Foto’s van de Rutland Fair, Vermont (1941)

Uit deze foto uit 1941 blijkt niet dat het storm liep bij Madam Lillian in Rutland, Vermont die het verleden, het heden en de toekomst vertelt. Zo staat het op het bord: ‘She tells the past, present & future’. Dat is niet niks. Het sluit mooi aan bij een zinsnede als ‘om je de waarheid te vertellen’. Het betekent eerder zoiets als ‘uitleggen’ dan ‘voorspellen’. Hiermee lijkt Madam Lillian veilig aan de kant van de redelijkheid te blijven. De titel van de foto ‘Fortune teller’, dus ‘waarzegster’ stelt Madam Lillian anders voor dan ze zelf doet. Hoewel het een ingewikkeld spel is omdat ze natuurlijk wel suggereert dat ze de toekomst kan voorspellen. Maar zeggen doet ze het niet met zoveel worden.

Over mensen die Madam Lillian bezoeken moet niet laatdunkend worden gedaan. Ze hebben behoefte aan een verhaal. Daar is niks mis mee. Madam Lillian en haar klanten weten dat het nep is. Het is amusement zoals dat hoort op een kermis.

Bij de attractie Dames, ofwel ‘a “girlie” show’ op dezelfde kermis is het stukken drukker. De meisjes staan op een verhoging en de voornamelijk mannen en jongens kijken tegen de meisjes op. Als het woord mannelijke ‘blik’ (gaze) in 1941 nog niet bestond, dam had het hier uitgevonden kunnen worden. Men kan zich alleen maar afvragen wat er te zien is in de ‘girlie show’. Waar Madam Lillian voor het innerlijk gaat, gaat deze ‘girlie show‘ voor het uiterlijk.

Deze attractie was onderdeel van de ‘World of Mirth Show’ die langs de Oostkust van de VS en Canada heen en weer reisde. Ooit werden de attracties met meer dan 50 treinwagons verplaatst. De Rutland Fair was dan ook meer dan een gewone kermis. Het was freak show, paardenrace, circus, kermisattractie en jaarmarkt ineen.

Fotograaf van deze intrigerende foto’s van de Rutland Fair is Jack Delano. De serie kwam tot stand in het kader van de Farm Security Administration dat het leven op het platteland en steden in de jaren 1935 tot 1944 documenteerde. Dat is niet toevallig de regeerperiode van president Roosevelt die met zijn New Deal project de recessie bestreed en de economie weer op gang probeerde te krijgen. Fotografen legden hierbij vast hoe boeren op gang geholpen werden met overheidsgeld. Later werd de onderwerpkeuze verbreed. Omdat de New Deal mede de opzet had om kunstenaars aan het werk te helpen sneed met deze fotoreportages het mes aan twee kanten.

Pleidooi voor inzet van kunstenaars bij een sociaal en economisch hervormingsprogramma van de overheid

Velen stellen dat er somberte en uitzichtloosheid als nooit tevoren heerst. Het klimaat, de economie, de politiek en de sociale vrede staan onder druk. Wetenschap en kunst worden in het verdomhoekje geplaatst en nog weinig gegund. Sociale opgang is gestopt, kinderen krijgen het eerder slechter dan beter dan hun ouders. Boomers wordt verweten op het hoogtepunt van de welvaart gepiekt te hebben en zich niet bekommerd te hebben om de toekomst. Door de COVID-19 pandemie wordt de neergang versneld. Of op z’n best: het proces van stilstand gecontinueerd. Nu de economie door de succesvolle bestrijding van de pandemie weer aarzelend op gang komt blijkt dat er fundamenteel niets verandert en zoals bij elke restauratie de gevestigde belangen in de steunprogramma’s voorgaan omdat ze de kortste en snelste contacten naar de macht hebben. De economie wordt niet verduurzaamd, de besluitvorming niet verbreed en een nieuwe start niet overwogen.

Toch gaat het de Nederlanders nog steeds redelijk goed. Beter dan voorheen. Maar in de opinie wordt het tegenovergestelde beeld gevormd. In de echokamers van de sociale media praten mensen zonder de feiten te kennen elkaar hun pessimisme na. Hoe kan dat beeld doorbroken worden? Daartoe moeten we teruggaan naar een andere tijd van neergang in de recente geschiedenis: de crisisjaren 1930 als gevolg van de beurskrach van 1929. Hoewel nu uiteraard de omstandigheden totaal anders zijn. Het gaat om de aanpak van beklemming die transformeert in verlamming en het bieden van hoop. Is de mens niet zijn of haar eigen ergste vijand?

Het voorbeeld is de New Deal van president Roosevelt. Vanaf 1932 werd een omvangrijk economisch en sociaal hervormingsprogramma opgezet om de gevolgen van de crisis te dempen. De overheid heeft daarbij een sturende, coördinerende en motiverende rol. Vertaald naar onze tijd houdt dat in dat de verzorgingsstaat die sinds de jaren 1980 langzaam uitgekleed is, weer wordt aangekleed. Zodat de extremisten die hierdoor wind in de zeilen hebben gekregen omdat ze mensen die buiten de boot zijn gevallen voor zich hebben weten te winnen geen rugwind meer hebben. Nu de overheid als gevolg van de pandemie toch tientallen miljarden euro’s in de economie pompt, is het een gemiste kans om in het herstel de pre-corona tekortkomingen niet te willen corrigeren. Het is merkwaardig hoe weinig kritiek op de behoudsgezinde restauratie klinkt. Ook die beperkte blik is vermoedelijk een gevolg van dat pessimisme dat bijna iedereen in de greep heeft.

Het geloof in een betere toekomst moet dus doorbreken. Ook bij progressief Nederland. Of liever gezegd, door de overheid moet met een hervormingsprogramma dat beeld worden gevestigd. Nog sterker gezegd, dat beeld moet door herhaling geforceerd worden. Voor de praktische politiek is het gewenst dat partijen als de PvdA en GroenLinks meedoen om hun achterban mee te krijgen. VVD en CDA kunnen dan hun achterban die sterker verankerd is in de gevestigde macht proberen mee te krijgen. De flexibele Mark Rutte kan hieraan leiding geven op de voorwaarde dat hij zich niet langer opstelt als verlengde van de werkgeverslobby. Samen met de centristische D66 kan dan een vijfpartijenkabinet worden gevormd. Essentieel is dat partijen de gevestigde belangen niet blindelings volgen, de pragmatiek vooropzetten en het experiment niet schuwen.

Om de bevolking ervan te overtuigen dat er een nieuwe fase in de geschiedenis van Nederland is aangebroken en ze hun pessimisme achter zich kunnen laten moet er met overheidsprogramma’s extra aandacht worden gegeven aan de publieke opinie. Daarbij kunnen kunstenaars, ontwerpers en filmers een rol spelen. Het beeld is hun vakgebied. In de jaren 1930 kende de VS de WPA (Work Projects Administration) waarvan het Federal Art Project een belangrijk onderdeel was. Opzet daarvan was om de kunst met een hulpprogramma te steunen en kunstenaars kunst te laten maken die de bevolking bereikte. Bovenstaand affiche is daar een voorbeeld van. Uiteraard zullen kunstenaars nu andere, minder statische middelen inzetten, zoals nieuwe media.

De culturele sector ging het in het post-Zijlstra (2011) tijdperk al slecht en heeft door de COVID-19 pandemie verder aan terrein verloren. Het perspectief van de kunstenaars is slecht. Opdrachten zijn weggevallen. De overheid kan de rol van opdrachtgever op zich nemen. De huidige steunprogramma’s van de overheid voor de kunst zijn bescheiden en daarnaast komt het leeuwendeel van de steun bij gevestigde instellingen terecht.

Met een overheidsprogramma voor kunst, ontwerpers en filmers dat wordt gecoördineerd door een apart bestuurlijk orgaan, dat op afstand staat van de regering en eigen budget en bestuurlijke verantwoordelijkheid heeft, snijdt het mes aan vele kanten: 1) kunstenaars worden door financiële steun uit de brand geholpen; 2) door experimenten toe te laten in het programma hoeven kunstenaars niet gezien te worden als ‘simpele’ uitvoerders van de overheid; 3) hun vakmanschap kan dienen om met een waaier van creatieve uitingen de publieke opinie te helpen overtuigen dat de overheid zichtbaar werkt aan een hervormingsprogramma; 4) overheid en politieke partijen kunnen door het tonen van hun goede wil de vertrouwensbreuk met de kunstsector lijmen die door hun neerbuigende en terughoudende houding in de afgelopen tien jaar gegroeid is; 5) in het verlengde daarvan kan de neerbuigende houding bij delen van het publiek over de ‘overbodige’ kunst bestreden worden door deelname van kunstenaars aan het hervormingsprogramma; 6) door inzet van kunstenaars kan het begrip voor en het inzicht van politici op de functie van kunst verbeterd worden.

Foto: ‘Moments with genius Written by the Illinois Writers Project : presented by the Museum of Science & Industry / / D.S.’, 1936-1941. Collectie: Library of Congress.

Jack Ma legt uit wat er schort aan de besteding van opbrengsten van het globalisme. Tevens een antwoord aan de populisten

De Chinese multimiljonair Jack Ma van het concern Alibaba heeft er belang bij om Trumps kritiek op China te weerleggen. Of om te buigen. De vrees bestaat dat Trump protectionisme tot kern van zijn economisch beleid maakt. Dat is schadelijk voor de internationale handel. Ma presenteert zijn argumenten slim. Hij zegt dat niet zozeer outsourcing van de Amerikaanse maakindustrie naar China of Mexico tot een rampzalige economische situatie in het Middenwesten -en wat hij het Middenoosten noemt- van de VS  heeft geleid, maar de verkeerde aanwending van de winst uit die globalisering. Waar is dat geld gebleven? Dat ging naar recente oorlogen die 14.300.000.000.000 USD kostten. Dat geld had volgens Ma beter besteed kunnen worden aan de verbetering van de infrastructuur die verwaarloosd is. Zeg maar: een nieuwe New Deal. Daarnaast heeft Ma kritiek op de financiële sector van Wall Street die in zichzelf verkeert en opereert ten koste van de reële economie.

Heeft Ma gelijk? Hij heeft een punt dat de veiligheidsindustrie en Wall Street veel overheidsgeld naar zich toe trekken. Mede door hun invloed op de politiek. Politici worden met geld gekocht om de continue stroom overheidsgeld te garanderen. Dat gaat ten koste van andere sectoren. En van gewone mensen. President Obama past trouwens het verwijt dat hij dat mechanisme niet heeft omgebogen. De tragiek is dat Trump door zijn kabinetsbenoemingen en beleid als geen andere president een vertegenwoordiger van Wall Street en big money is. Hij beloofde het moeras droog te leggen, maar doet het omgekeerde. Hij pompt er extra water in.

Of Trump een aanleiding voor een oorlog met bijvoorbeeld Iran gaat creëren om de veiligheidsindustrie te bedienen valt af te wachten. Hij kan ook volstaan met hogere Defensiebestedingen alleen. Hoewel generaals die wapens dan ook graag in willen zetten, als het geweer aan de muur in een stuk van Tsjechov. Wapens moeten afgaan. In Europa gaan de Amerikaanse ministers Mattis en Tillerson de boer op om de Europeanen te bewegen meer geld uit te geven aan de NAVO. EU-lidstaten moeten de bekende 2%-norm halen. Uiteraard grotendeels te besteden aan Amerikaanse waar. Als Europeanen slim zijn, dan steken ze de 10 of 30 miljard euro extra bestedingen per jaar in hun eigen wapenindustrie. Maar dat rekent buiten de realiteit van de Dick Berlijns, Jack de Vriesen en andere neoconservatieven die door de Amerikaanse wapenindustrie zijn gekocht en lobbyen voor Amerikaanse wapenfabricanten. Dan is er nog de reële Russische dreiging in Oost-Europa die alle wapenfabricanten in de kaart speelt. En niet gewone mensen en hoeders van de democratie die voor een evenwichtige en duurzame verdeling van overheidsgeld pleiten. Gedesillusioneerd hebben ze het nakijken.