George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Identiteit

Museum moet zich breed opstellen en niet tot deelnemer aan het publieke debat maken door standpunten van radicalen te steunen

with one comment

Sinterklaas en Zwarte Piet zijn dit jaar weer voorbij en kerstmis kondigt zich al aan op markten, in winkels en huiskamers. Dat is een passend moment om los van de actualiteit terug te kijken op bovenstaande tweet van 16 november 2019 van het Stedelijk Museum. Wat zegt het, wat beoogt het, wat zijn de voor- en nadelen ervan en hoe plaatst het een kunstmuseum in het publieke debat vol voetangels en klemmen?

Laat ik om te beginnen mijn positie duidelijk maken over deze tweet. Ik meen dat het SM die nooit had moeten plaatsen en ermee de fout is ingegaan. Ik vind het te ongenuanceerd, te vrijblijvend en het verkeerde medium. Het is te makkelijk gedaan zonder dat het museum als institutie er enige verantwoordelijkheid voor neemt. Het is lui denken die volgt uit een combinatie van politieke correctheid en marketing. Ermee neemt een museum op een pamflettistische wijze stelling in een maatschappelijke kwestie door aan te sluiten bij een radicale opvatting die in de samenleving leeft. Dat is onverstandig. Daarmee maakt het museum zich nodeloos kwetsbaar voor kritiek zoals wel blijkt uit de vele reacties bij de tweet. Dat verzwakt -opnieuw onnodig- de positie van het museum. Van dezelfde categorie domheid was naar mijn idee het afschaffen van de term ‘Gouden Eeuw’ door het Amsterdam Museum. Daarvan was de onderbouwing zelfs nog ezelachtiger en onzinniger dan uit deze tweet van het SM blijkt die van inhoud tamelijk neutraal is. Maar van intentie niet.

De uitdaging voor een museum is om naar alle kanten kritisch en open te zijn. Zich niet te verbinden met een specifieke doelgroep. De uitdaging voor de staf van een museum is om de eigen persoonlijke voorkeur buiten het museumbeleid te houden. Het er niet direct in door te laten klinken. Want een museum als institutie is meer dan een persoonlijke mening van directeur, conservator of medewerker marketing of publiciteit. De verleiding voor het management van een museum is wellicht groot om de eigen persoonlijke mening op het beleid te drukken, maar aan die verleiding moet weerstand geboden worden. De eigen duim op het Twitter-account van het museum of de regie over het museale sociale medium moet niet tot ongebreideldheid, maar tot beheerstheid en terughoudendheid leiden.  De persoonlijke mening van een museummedewerker over de Gouden Eeuw of Zwarte Piet is van ondergeschikt belang en moet niet in het beleid doorklinken. Wat anders is het als een directeur of conservator zich op persoonlijke titel over een politieke kwestie uitspreken. Dat kan, maar dan moet duidelijk uit de context blijken dat het niet het standpunt van het museum is.

Over kwesties als slavernij, kolonialisme, inclusiviteit, diversiteit en identiteit wordt in de samenleving verschillend gedacht. Het zijn vooral degenen in de marge die zich het hardste roeren en het publieke debat hebben gekaapt. In Nederland laat radicaal-links zich voeden door het debat aan Amerikaanse universiteiten dat ten onrechte 1 op 1 naar Nederland wordt vertaald. Dat leidt tot aannames die de verschillen alleen maar vergroten. Het kan door de specifieke achtergronden van de harde Amerikaanse samenleving verdedigbaar zijn om Black Pete of Blackface in de VS als racistisch te beschouwen, maar het is vooralsnog niet zeker of dat voor Zwarte Piet in Nederland in dezelfde mate geldt. Ik betwijfel dat. Van de andere kant laat radicaal-rechts in Nederland zich ook door het Amerikaanse debat voeden en sturen. Met verbitterdheid, ongenuanceerdheid, felheid en gebrek aan een breed perspectief van dien. Ook het schema van Amerikaans nieuw rechts of alt right dat karakteristiek van aard en karakter is kan niet 1 op 1 naar de Nederlandse samenleving vertaald worden. Slotsom is dat het Nederlands is om afstand van zowel radicaal-rechts als radicaal-links te nemen.

In de Zwarte Piet discussie nemen sinds 2012 de laatste twee kabinetten Rutte, Rutte II en Rutte III, een bemiddelende positie in. Ze pleiten voor een geleidelijke overgang en afbouw van de meest racistische stereotyperingen. Dat is een verstandige opstelling die als voorbeeld kan dienen bij al deze identiteits-kwesties waarbij radicalen aan beide kanten van het politieke spectrum zich fel uitspreken en hard tegenover elkaar staan. De les is dat de regering, een democratische institutie of een met gemeenschapsgeld betaald museum zich niet tot deelnemer van dat debat moeten maken door partij te kiezen. Ze dienen zich op te stellen als neutraal en dienen weliswaar niet hetzelfde initiatief te nemen als regering of politieke partijen, maar moeten er wel op z’n minst voor zorgen dat ze deze beweging en voortgang niet verstoren.

Door vrijblijvend, makkelijk en eenzijdig partij te kiezen zoals in 2019 het Stedelijk Museum en Amsterdam Museum deden bereikten ze het omgekeerde van wat ze beoogden. Steunen van een politiek controversieel standpunt roept weerstand op en geeft het foute signaal af over betekenis en functie van een museum. Dat moet in ambitie hoger mikken, zodat het zelf buiten het politieke debat blijft en de eigen positie erbinnen niet ter discussie stelt. Een museum moet signaleren, presenteren en documenteren, zonder zich te reduceren tot een spreekbuis of pamflet van een (radicaal-)politieke stroming. Dat betekent overigens niet dat een museum op een tentoonstelling, symposium of in een publicatie geen standpunt kan innemen over politieke kwesties. Liever wel zelfs. Het verschil is de context, samenhang en onderbouwing. Als een museum zich als opdracht stelt om veelvormig voor een breed publiek of vele deelpublieken te zijn met een goede (kunst)historische onderbouwing, dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat het over maatschappelijke kwesties als verlengde van die eigen tentoonstelling, symposium of publicatie uitspraken doet. Ingebed en niet persoonlijk of ongeremd.

Foto: Tweet van het Stedelijk Museum Amsterdam, 16 november 2019.

Rooms-katholieke aartsbisschop William Goh spreekt zich opnieuw fel tegen het secularisme uit. Hij maakt zijn eigen kerk te schande

leave a comment »

De rooms-katholieke aartsbisschop van Singapore William Goh zet zijn kruistocht tegen het secularisme voort. Hij valt in herhaling zoals dit commentaar van september 2019 met een soortgelijke preek aantoont. Toen vroeg ik me af: ‘Wat voor onzin is er in hemelsnaam in hem gevaren? Ligt hij uit kerkpolitieke redenen onder vuur van conservatieven? Zijn woorden zijn niet alleen in strijd met de aard van het secularisme en de tolerantie jegens andersdenkenden, maar ook met opvattingen over diversiteit en multiculturalisme die Goh eerder naar buiten bracht. (..) secularisme is dé manier om eenheid te promoten, wat Goh in de video ontkent. Dat is het secularisme waarin alle religies en levensovertuigingen gelijkwaardig zijn en onder de garantie van de nationale staat vreedzaam samen kunnen leven’. Het is veelzeggend dat Goh tot dezelfde kerk behoort als paus Franciscus die openheid en toenadering tot andersdenkenden predikt. Goh steekt zijn standaardpreek af tegen het secularisme. Hij begrijpt niet wat het inhoudt en is neerbuigend tegen de voorstanders ervan. Die per definitie niet anti-religieus of goddeloos zijn wat Goh niet begrijpt. Goh is een religieuze complotdenker die in intellectueel en moreel opzicht een schande voor de kerk van Rome is. Of juist een voorbeeld ervan?

In een artikel op openDemocracy legt de Turkse hoogleraar politicologie (sociologie van religie, secularisme en burgerschap) Haldun Gülalp in ‘In defense of secularism; Polarization based on a politics of religious identity seems to be the most dangerous for democracies’ uit wat secularisme is en welke functie het heeft. Het kan opgevat worden als een antwoord op de religieuze identiteitspolitiek van aartsbisschop William Goh die religie als politiek middel inzet dat tot radicalisering leidt. Hiermee besmet hij onbewust zijn eigen religie:

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘In defense of secularism; Polarization based on a politics of religious identity seems to be the most dangerous for democracies’ van Haldun Gülalp op openDemocracy, 19 november 2019.

Christelijke spreker Hans Borghuis sluit christenen op in zijn idee van één identiteit. Zijn simpelheid is onnozel en kwaadaardig

leave a comment »

De christelijke spreker Hans Borghuis zegt: ‘Maar als je christen bent, dan wordt je identiteit bepaald door wie je bent als volgeling van Jezus. Door wie je bent als christen’. Hij claimt dat de Bijbel beschrijft wat de identiteit van een christen is. Ik ben het oneens met hem. Zoals ik het oneens ben met allen die aan de hand van één specifiek kenmerk hun identiteit definiëren. Het resultaat is dat mensen zich opsluiten in hun geloof, politieke overtuiging, huidskleur, sociale afkomst, etniciteit, handicap, geslacht, beroep of wat dan ook.

Niemand zou zich door opinieleiders als Borghuis moeten laten beperken tot maar één identiteit. Want wij hebben talloze identiteiten en hebben op die manier verbinding met elkaar. Zo vormen we een sociaal netwerk waarin geen enkele identiteit onze andere identiteiten wegdrukt. Met het wegvluchten in slechts één identiteit doen we onszelf tekort. Valse profeten ronselen mensen met de opzet ze voor hun karretje te spannen. Hoe dat is ontspoord toont een video over Zuid-Afrika met de veelzeggende titel: ‘Can SA ever rise above politics of race and racial identity?’ Dat is het eindpunt waar sommige opinieleiders ons heen willen brengen. Zodat ze de baas kunnen spelen over het cohort waarin ze ons met het idee van eenvormige identiteit willen dwingen.

Borghuis’ simpelheid is onnozel en kwaadaardig. Hij verkoopt primitivisme als hogere waarde. Hij bedriegt de christenen die hij aanspreekt door ze op te willen sluiten in zijn verdienmodel en overtuiging. Maar evolutionair hebben mensen die sociale wezens zijn die fase achter zich gelaten. Identiteit die uitmondt in en wordt gekaapt door identiteitspolitiek is bedrog. Het is een stap terug in de ontwikkeling van de mensheid.

Written by George Knight

11 november 2019 at 16:59

VU: Betwist verhaal over ‘joods-christelijke cultuur’ roept nieuw betwist verhaal op met valse claim over machtsspel van religie

leave a comment »

In deze recente aankondiging van een symposium aan de VU over het thema ‘joods-christelijke cultuur’ en de islam klinken ware woorden. Met een kanttekening, zie volgende alinea. Het thema van de joods-christelijke cultuur wordt bij elke actualiteit over Zwarte Piet, de gebedsoproep van een moskee of in groter verband over (de versterking van) Fort Europa van stal gehaald door rechts-radicale en rechts-christelijke partijen, en rechtse opinieleiders. Het is nogmaals goed om te beseffen dat het gebruik van de term ‘joods-christelijke cultuur’ een politiek instrument is dat niet verwijst naar een religieuze traditie, maar uitsluitend naar zichzelf.

De kanttekening past bij de opmerking over ‘powerplay die religie in staat is te produceren’. Is dat niet in tegenspraak met het voorafgaande dat zegt dat de term ‘joods-christelijke cultuur’ van het religieuze naar het politieke domein getild is? De conclusie is dat de term los is komen te staan van religie. Hoe kan uit dit voorbeeld dan afgeleid worden dat religie in staat is tot powerplay als religie verdwijnend cultureel erfgoed is en die ‘joods-christelijke cultuur’ een mythe blijkt te zijn? De conclusie komt uit de mooie blauwe lucht vallen.

Hier lijkt sprake van blikvernauwing én grootspraak van een Faculteit Religie en Theologie. Het bestudeert religie en wil er blijkbaar objectiverend kritisch op zijn, maar tegelijk lijkt het gevoelsmatig geen afstand te willen nemen van het belang van religie als directe of indirecte leverancier van de macht. Powerplay door religie? Niet in Nederland waar het machtsspel van religie door demografische, sociale en politieke oorzaken zo goed als uitgespeeld is. Religie is tot weinig meer in staat en dient andere meesters. Zoals de politiek.

Foto: Schermafbeelding van deel persberichtEARS CONFERENCE: JUDEO-CHRISTIANITY AND ISLAM. CONTESTED NARRATIVES’ van de Faculteit Religie en Theologie van de VU, 19 september 2019.

Written by George Knight

10 november 2019 at 12:31

Identiteitspolitiek van Sylvana Simons concentreert op etnische eigenheid die een beletsel voor emancipatie en integratie is

leave a comment »

Ik ga niet mee in de hetze tegen politica Sylvana Simons die door vooral het rechtse volksdeel gereduceerd wordt tot haar etniciteit. Dat is onvolwassen gedrag en staat haaks op de manier waarop mensen met verschillende achtergronden het in Nederland met elkaar moeten proberen te vinden. Zij is afgelopen jaren op sociale media afgebrand en staat onder druk. Het is lastig om het inhoudelijk met haar oneens te zijn en dat etnische debat erbuiten te laten. Vooral als Simons dat zelf thematiseert. Zo wordt een trauma tot een stigma.

Tim Engelbart van DDS besteedt in het artikelSylvana Simons ontkent bestaan van echte Nederlanders: “Wil de Echte Nederlander opstaan?”’ aandacht aan Simons en verwijst naar een FB-post van haar die bestaat uit de zin ‘“Wil de Echte Nederlander opstaan?” en een verwijzing naar het  artikel ‘Nederlanders, buitenlanders, ‘allochtonen’. De cijfers’ van Ewoud Butter in Republiek Allochtonië. Het is een deels verhelderend en deels verwarrend artikel. Dat laatste als het de term ‘Echte Nederlanders’ introduceert waar Simons naar verwijst: ‘Ja maar, kan dan worden geroepen, ‘echte Nederlanders’ zijn de inwoners waarvan ook de voorouders altijd al in Nederland woonden. Volgens deze definitie bestaat waarschijnlijk slechts 2% van de Nederlandse bevolking uit ‘echte Nederlanders’. Dat zijn ongeveer 340.000 mensen.’ Butter claimt met de term ‘Echte Nederlander’ dat die nauwelijks bestaat en daarom het Nederlanderschap gerelativeerd kan worden. Hij gaat ermee voorbij aan andere criteria om het Nederlanderschap of de Nederlandse identiteit te definiëren die te maken hebben met het onderschrijven van de Nederlandse waarden, taal, geschiedenis en cultuur. In deze passage reduceert hij het Nederlanderschap tot een genenkaart. Simons volgt dit met haar citaat en krijgt daarvoor kritiek in DDS. In een reactie probeer ik haar kritiek anders te richten waarbij ik Simons’ identiteitspolitiek kritisch benader:

Eens met het commentaar. Het gaat erom dat iemand een Nederlands paspoort heeft en de Nederlandse waarden, zeg: rechtsstaat, democratie en grondrechten erkent. Daarbij kan nog een derde aspect toegevoegd worden: beheersing van de Nederlandse taal en begrip van de Nederlandse cultuur

Wie de geschiedenis van Nederland kent weet dat er altijd immigranten zijn geweest die naar Nederland kwamen en daarna integreerden: Duitsers, Franse Hugenoten, Belgen, Molukkers, Antillianen, Surinamers. Dat is een wetmatigheid. Zonder deze inwijkelingen was het huidige Nederland nooit zo krachtig geworden wat het nu is.

Wat Sylvana Simons probeert te bewijzen is onduidelijk. Haar uitgangspunt lijkt verkeerd. Nederlanderschap of Nederlandse identiteit gaat niet om afkomst of de samenstelling van een genenkaart, maar om de ondubbelzinnige omarming van de Nederlandse waarden en cultuur.

Wat Simons doet is hetzelfde soort misleiding als het debat over de Gouden Eeuw dat door het Amsterdam Museum recent op scherp werd gezet door de term af te schaffen. Het gaf daarvoor als legitimatie dat er een te eenzijdig, positief beeld van de Gouden Eeuw bestaat. Maar dat is onjuist omdat de negatieve aspecten al eeuwenlang genoemd worden en evengoed bij de term Gouden Eeuw horen als de positieve aspecten.

Simons doet aan hetzelfde soort misleiding en publicitaire acrobatiek door eerst een verkeerd beeld te scheppen van de werkelijkheid over het Nederlanderschap en dat vervolgens als een stropop in de fik te steken. Maar wat er vervolgens brandt is niet wat Simons zegt ter discussie te stellen, maar is Simons zelf. Zonder dat ze dat doorheeft. Dat zegt niet alleen iets over Simons’ oprechtheid, maar vooral iets over haar gebrekkige intellectuele integriteit en vermogen.

Het is feitelijk nog erger dan dat omdat Simons bewust identiteit reduceert tot afkomst. Daarmee gaat ze tekeer als een olifant in de porseleinkast en stapt ze 40 jaar terug in de tijd. Want het integratiedebat is al moeilijk genoeg zonder de versimpelingen van Simons. Waarom zij deze nauwe blik kiest is onduidelijk, wellicht heeft het te maken met haar politieke loopbaan die het moet hebben van het motiveren van een electorale achterban die op weg naar emancipatie betrekkelijk geïsoleerd blijft.

Simons zou er slim aan doen door bij dit debat een andere invalshoek te kiezen. Zoals het perspectief dat het niet gaat om de feiten van de genetische of etnische achtergrond, maar om het integratiebeleid. Zij zou een punt scoren en maatschappelijk zinvol bezig zijn als ze zou wijzen op de halfslachtige wijze waarop de integratie van migranten in Nederland gebeurt. Daar is de winst te halen. Niet bij het ter discussie stellen van de etniciteit.

Simons maakt dezelfde fout als de radicale boeren die de feiten van de stikstofuitstoot ter discussie stellen omdat ze het beleid dat daaruit volgt afwijzen. In plaats van het beleid af te wijzen menen ze dat door de feiten af te wijzen ze daarmee het beleid afwijzen. Maar zo werkt het niet.

Dat is verwarrend, zoals de opstelling van Simons ook verwarrend is. Zij heeft vanuit haar betrokkenheid als politicus gelijk als ze het integratiebeleid afwijst en onrecht constateert dat aangepast moet worden door verbeteringen voor te stellen. Maar ze heeft ongelijk als ze zich opstelt als een amateur-antropoloog en halfslachtig aanhaakt bij een journalistieke stelling die nationalisme verwart met etniciteit, en sociaal-culturele aspecten met genealogie. Simons is een politicus en zou er goed aan doen om zichzelf beter te kennen en zich voortaan te profileren op haar sterke punten en niet op haar zwakke punten.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelSylvana Simons ontkent bestaan van echte Nederlanders: “Wil de Echte Nederlander opstaan?”’ van Tim Engelbart in DDS, 16 oktober 2019.

Pride Amsterdam is een veelgelaagd fenomeen dat ver van de oorsprong verwijderd lijkt te zijn geraakt. Kan de reactie uitblijven?

leave a comment »

De Pride Amsterdam bestaat, en dat is een goede gelegenheid voor iedereen die de eigen identiteit wil benadrukken. In de Canal Parade varen boten door de grachten. Ook multinational EY dat tot 2013 Ernst & Young heette en actief is op het gebied van accountancy, belastingadvies en bedrijfsadvies had een boot. In 2013 werd Ernst & Young veroordeeld voor het faciliteren van belastingontwijking. Zo worden inclusiviteit en diversiteit ingezet als marketing voor bedrijven. Onder het mom ‘zie eens hoe goed wij de tijdgeest verstaan’. Daar omheen cirkelen allerlei spreekstalmeesters, adviseurs en consulenten die er een centje bij schnabbelen.

Dat is niet verkeerd, maar daardoor rukt de commercie op tot in de kern van die identiteit. Pride Amsterdam is het calvinistische carnaval van de randstad. Zo ontstaat een wisselwerking tussen emancipatie, commercie, marketing, amusement, nabootsing, massificatie, vulgarisatie, en zakelijke en identitaire vermomming. Het is een wetmatigheid dat er een reactie richting onvervalstheid en zuiverheid ontstaat als een evenement te ver verwijderd raakt van de oorspronkelijke doeleinden en verwatert. Pride Amsterdam lijkt klaar voor de reactie.

Written by George Knight

6 augustus 2019 at 12:42

Identiteitspolitiek in de kunst: geschil over Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad

with one comment

De teksten over het Zuid-Afrikaanse Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad gaan over identiteitspolitiek in de kunst. Dat maakt het interessant omdat het een actuele ontwikkeling in onze samenlevingen betreft die in dit geval vertaald wordt naar de kunst en de museumsector. Sky Österreich News doet verslag. Identiteitspolitiek komt neer op de spanning tussen individualisme en het individualisme van de kunstenaar, en de rechten van sociale groepen die zich ongelijk behandeld voelen. Aanleiding is de tentoonstellingWHY SHOULD I HESITATE: PUTTING DRAWINGS TO WORK’ met werk van William Kentridge die op 25 augustus 2019 opent.

Wat zijn de ‘aantijgingen van racisme’ die volgens de tekst de kunstscene van Zuid-Afrika zou splitsen? Waarom stoot het werk van de witte William Kentridge op kritiek? Notabene een Zuid-Afrikaanse kunstenaar die in Europa met open armen wordt ontvangen en gevierd wordt omdat hij de zaak van de zwarte bevolking naar voren brengt en kritische noten plaatst bij de koloniale geschiedenis van Afrika. Nog onlangs in het Holland Festival met de voorstellingThe Head & The Load’ over het leed van Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog. Is het ultieme verwijt van de identiteits-activisten aan Kentridge dat hij een witte huid heeft?

De kritiek op William Kentridge en op Zeitz MOCAA dat hem presenteert tekent het failliet van dit soort identiteitspolitiek dat de grote lijn uit het oog verliest. Activisten schieten in hun kortzichtigheid in eigen voet. Des te meer omdat het budget en de middelen van het museum groot genoeg zijn om allerlei soorten Afrikaanse kunst van allerlei kunstenaars uit diverse Afrikaanse landen in een jaarprogramma naast elkaar te tonen. In dat brede palet past ook William Kentridge die volgens Europeanen pleit voor de Afrikaanse zaak.

Wat is hier aan de hand? Worden Europeanen verkeerd voorgelicht met de culturele marketing over Kentridge door de culturele instellingen die hem in Europa presenteren en promoten? Of is hier een minderheid van identiteits-activisten in de culturele sector van Zuid-Afrika bezig die zich niet zozeer verzet tegen de witte kunstenaar Kentridge, maar tegen de gevestigde kunstenaar Kentridge? Kortom, een normale vadermoord van jongere activisten die komen kijken en zich in een sector proberen in te vechten. Dat is een wetmatigheid van alle tijden. Maar als dat laatste het geval is, hoe opportuun is het dan om hier aandacht aan te besteden?

Als het Zeitz MOCAA werkelijk een ‘zwarte museum voor witte bezoekers’ is zoals de activisten claimen, dan heeft dat meer te maken met de geschiedenis van Zuid-Afrika, dan met die van dit museum dat nog maar twee jaar bestaat. Activisten zouden er beter aan doen om er via mobilisatie voor te zorgen dat de diversiteit van de bezoekers toeneemt. Het getuigt van gebrek aan moed en ambitie om kritiek te spuien op dit museum en niet op de bolwerken van het witte denken, en alles door de bril van identiteit te zien. Waar onrecht bestaat moet dat aangepakt worden, maar daar is meer voor nodig dan oppervlakkig en lui denken dat mede dient als zelfprofilering van activisten die zich tegoed doen aan laaghangend fruit van een kwetsbaar, lokaal museum.