Waarheid over de Sojus Vodnikov

Dit stukje verscheen eerder op George Knight Kort op 9 februari 2013. Gewijzigd.

De Sojus Vodnikov in Terneuzen, 1936. Collectie: Fotocollectie Spaarnestad.

Foto’s van vroeger. Wat is het meer? Uit de herinnering gewist. Het bijschrift redt: ‘Het Russische tankschip/tanker Sojus Vodnikov wordt door de Spaanse nationalisten ernstig beschadigd en wordt voor reparatie naar Terneuzen gebracht. De luchtkoker is doorboord.’ Het jaartal is 1936.

De Soviet-tanker ‘Союз Водников СССР’ is van de Soyuz-klasse en in 1932 gebouwd zo leert internet. Maar wat zeggen de beelden dat in 1936 de bemanning van de Sojus Vodnikov (of Soyuz Vodnikov) in Terneuzen een heldenontvangst krijgt? Vanwege een fascistische aanval. Critical Past weet het zeker, 1936 en beschadigd. Zo wordt geschiedschrijving handel

Roemeense onderzeeër NMS Delfinul.

In 1938 wordt de tanker omgedoopt tot Kreml (‘Kremlin’), in 1941 bij Jalta door de eerste Roemeense onderzeeër Delfinul getorpedeerd en in 1943 door de Duitse U24. In 1983 wordt de Kreml gesloopt in Cartagena. Wat moeten we hiermee? Geschiedenis vaart soms naar links en soms naar rechts. Bijschriften kunnen misleiden. De nagedachtenis is delicaat.

Roemeense onderzeeër NMS Delfinul.(verbroken link op Frontpress.ro).

Als bronnen elkaar tegenspreken is het lastig om het verleden te reconstrueren. Was de Sojus Vodnikov in 1932 via het Kanaal van Gent naar Terneuzen op weg naar de Ertvelde-Rieme fabriek van Purfina zoals uit onderstaand bericht af te leiden is? Dan was de reparatie in Terneuzen niet het doel. 

Schermafbeelding van bericht in de Nieuwe Leidsche Courant van 26 november 1936.

Vervoerde de Sojus Vodnikov in plaats van gasolie uit Batoemi wellicht munitie zoals een bericht van de Roermondse ‘De Nieuwe Koerier‘ van 16 november 1936 meldt? “Officieele berichten melden, dat een nationaal Spaans oorlogsschip het Russische motortankschip “Sojus Vodnikov S.S.S.R.” dat naar gemeld werd, op weg was naar Spanje met een lading munitie, heeft aangehouden. De ‘Sojus Vodnikov S.S.S.R.” is, naar gemeld wordt, geïnterneerd in een Marokkaansche haven.”

Bronnen spreken elkaar soms tegen. Reconstructie van recente geschiedenis kan hachelijk zijn.

Gedachte bij de foto ‘Entrance to Balaclava harbour’ (1855)

James Robertson, ‘Entrance to Balaclava harbour‘ (1855). Collectie: Cyfrowe Muzeum Narodowe w Warszawie.

Hoe luidt het gezegde ook al weer? De geschiedenis herhaalt zich, maar nooit op dezelfde manier. De geschiedenis herhaalt zich anders.

De Krim ligt strategisch in de Zwarte Zee en is ook een populair toeristisch gebied. De Russische Federatie heeft het in 2014 onrechtmatig geannexeerd. Oekraïne heeft aangekondigd het terug te veroveren. Maar heeft daar vooralsnog de vuurkracht niet voor.

Wie de sfeer van de Krim wil begrijpen kan beginnen met het lezen van de verhalenbundel ‘Lente in Fialta‘ van Vladimir Nabokov. De zoete sfeer van landerig luieren. In een masterscriptie wordt het titelverhaal een cirkelconstructie genoemd. Alles verwijst naar zichzelf en elkaar.

Zo is het ook met de Krim. Balaclava dat nu onderdeel is van Sebastopol was midden 19de eeuw een strijdtoneel in de Krimoorlog en is dat nog steeds in weer een andere oorlog tussen de Russische Federatie en Oekraïne. De bomen en granaten zijn nu groter en dodelijker.

Het is geen lolletje voor een gebied om continu betwist te worden. Vraag maar aan Galicië inclusief Roethenië, Istrië, Dantzig of Elzas-Lotharingen. Als een gebied een persoon was zou het kunnen uitschreeuwen, ‘ik wil stabiliteit en niet langer betwist grensland zijn‘. Maar een gebied is geen individu. Hooguit een tijdelijke identiteit.

Artikel van Reza Kartosen-Wong over scheefgroei in slavernijdebat verhult, maar bevat aanzet tot evenwichtige analyse

Schermafbeelding van deel artikel ‘‘Er is te weinig oog voor het Nederlandse slavernijverleden in Azië’ van Reza Kartosen-Wong in Het Parool, 30 juli 2022,

Met de strekking van het opinie-artikel in het Parool van 30 juli 2022 van mediawetenschapper Reza Kartosen-Wong ben ik het voor 100% eens. Maar tevens vind ik Kartosens opinie verhullend en bangelijk. Alsof hij de kool en de geit wil sparen. Het had scherper en beter gekund.

De portee is dat er te weinig oog is voor het Nederlandse slavernijverleden in Nederlands-Indië. De auteur spreekt steeds over Azië. Uiteraard zaten er in de tijd van de slavernij Nederlanders op Ceylon, aan de rand van Japan en op andere plekken in Azië, maar het draaide om Nederlands-Indië. Waarom Kartosen dat uitvergroot tot ‘Azië‘ is onbegrijpelijk. Het is onnodig grof en hij maakt het er niet specifiek door. Kartosen heeft het evenmin over ‘Amerika‘ als het om de slavenhandel in de West gaat. Dat is Kartosens eerste verhulling.

Overigens ben ik eens met zijn opinie dat in het Nederlandse debat de transatlantische slavenhandel zo dominant is dat de slavenhandel in de Oost karig wordt bedeeld. Het een hangt samen met het ander.

Het verband van communicerende vaten dat in het publieke debat de dominantie van het een (West) leidt tot de veronachtzaming van het ander (Oost) noemt Kartosen niet. Of hij ziet het niet zo. Hij toont begrip voor de promotors van Keti Koti die erkenning zoeken voor ‘hun’ slavernij, maar koppelt dat niet aan het gebrek aan belangstelling voor de slavernij in de Oost.

Kartosen noemt niet de actieve en in de politiek goed geïntegreerde lobby van Caraïbische Nederlanders die het slavernijdebat domineren. Kartosens opinie roept vooral de vraag op waarom hij de realiteit van de groep van Caraïbische Nederlanders die het slavernijdebat gijzelt niet noemt. Dat is Kartosens tweede verhulling.

Mijn kritiek op het Nederlandse slavernijdebat en de dominantie daarin van de Caraïbische stem heb ik in het commentaarKeti Koti kan geen nationale feestdag zijn‘ van 1 juli 2022 opgeschreven:

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

En:

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het komt in het verlengde van Kartosens zwijgen en ontbrekende analyse van hoe het slavernijdebat in Nederland zich in allerlei geledingen ontwikkelt, makkelijk en gemaakt manmoedig over om Piet Emmer en Kester Freriks als ‘activistische kolonialen‘ te framen. Het lijkt er sterk op dat dit een afleiding is voor het gebrek aan Kartosens moed om zich kritisch te richten tot de Caraïbische Nederlanders die de ‘Aziaten‘ in het debat opzijzetten. Dat doet vermoeden dat Kartosen gewiekst naar rechts schopt, maar te bevreesd is om naar links uit te halen. Dat is de derde verhulling.

Kartosens opinie bevat een goede aanzet tot een evenwichtige analyse. Met hem zijn vele opinieleiders van mening dat het debat over het slavernijverleden onevenwichtig is scheefgegroeid. Om dat de corrigeren moet hij zich niet richten tot wat hij ‘activistische kolonialen‘ noemt, maar tot de ‘activistische neokolonialen‘ die het slavernijdebat naar zich toe hebben getrokken. Kartosen, toon moed, herschrijf de opinie en noem man en paard.

Waarom heeft Terneuzen de geschiedenis veronachtzaamd en cultureel erfgoed verkwanseld?

Schermafbeelding van deel FB-post van Historisch Netwerk Oud Terneuzen, 8 april 2022. Inmiddels staat sinds 1 juni 2022 het betreffende kantoorpand voor € 545.000 te koop.

Mijn reactie bij bovenstaande FB-post. Voor de volledigheid, ik ben geboren in Terneuzen en ben daar door militaire dienst en studie in de jaren 1970 vertrokken:

Bestuurders van Terneuzen hebben geen historisch geheugen. Burgemeesters komen niet uit Terneuzen of Zeeuws-Vlaanderen en worden geparachuteerd zonder enig besef te hebben van de geschiedenis en het cultureel erfgoed van Terneuzen. Ron Barbé was de uitzondering. Raadsleden zijn vaak wel opgegroeid in de streek, maar missen de culturele nieuwsgierigheid, belangstelling en creativiteit. 

Krijgen burgemeesters, wethouders en raadsleden ‘De geschiedenis van Terneuzen‘ (1962) van Wesseling aangeboden om zich te oriënteren op hun omgeving? 

Een en ander vertaalt zich vanuit het stadhuis in een cartooneske poging om een maritieme achtergrond van Terneuzen te accentueren, gecombineerd met een onbehouwen opvatting van moderniteit. Het is het niveau van dukdalven in de Noordstraat dat weinig met de echte geschiedenis van Terneuzen te maken heeft. 

Door de infantilisering van de stad die gevoed wordt door middenstand en gemeentebestuur ontstaat een karikatuur van Terneuzen die niets met de echte ziel te maken heeft. Die trotse stad aan de Westerschelde met de rijke geschiedenis met rederij Lensen, het garnizoen en de vele sluizen is kinds gemaakt. 

Ansichtkaart Terneuzen Zeesluis Noordzijde‘. Op Dordsekaart.nl. Met rechts de sleepboot ‘Holland‘ van mijn grootvaders bedrijf Willem Muller NV (tussen 1954 en 1961).

Voeg daarbij de beelden op de Scheldeboulevard van goedwillende amateurs die het hobbyisme verder benadrukken en de ‘culturele’ sfeer van Terneuzen is bepaald. Vergeet evenmin de pogingen van kunstenaars/kunsthandelaren als Jan Juffermans (J34) en Frits Jansen (Kolkzicht) om goede beeldende kunst in Terneuzen te laten zien. Ze kregen geen poot aan de grond. Hun pogingen smoorden in onbegrip. Dat is Terneuzen dat gevangen zit tussen geldverdienen en orthodoxe religie. Er waren goede wethouders, maar die konden het tij niet keren. 

Ook ontbreekt het in Terneuzen aan een daadkrachtige en slimme lobby vanuit de burgerij om het belang van het cultureel erfgoed te benadrukken. De verschillende verenigingen zijn machteloos en lijken bij voorbaat het hoofd in de schoot te hebben gelegd. Hun opgave is ook lastig en onbegonnen werk. Zo’n uitgangspunt motiveert niet en smoort elke ambitie.

Ansichtkaart Watertoren, Terneuzen‘ van architect A.J. van Eck. De watertoren werd in 1956 gebouwd en in 2000 gesloopt. Het betreffende Wikipedia-lemma eindigt zo: ‘Op de huidige plek zijn twee woontorens (Waterfront) gebouwd. De stichting Laat Die Watertoren Staan en de Heemkundige Vereniging Terneuzen zijn er niet in geslaagd de watertoren te behouden.’

Terneuzen heeft een te groot verleden om geen waardevol cultureel erfgoed (gebouwen, industrie) te hebben en is te klein om het behoud ervan te realiseren. Tussen servet en tafellaken heeft Terneuzen deels onwetend en deels berekenend de eigen geschiedenis veronachtzaamd. Zoals gezegd, wat er voor in de plaats komt is een karikatuur van hoe het ooit was. Dat is jammer want vooral voor oudere bewoners is een stadsbeeld een herinnering die houvast geeft in het leven. 

Terneuzen is een stad met een rijk historisch verleden waar het historisch besef is verdwenen. Dat is een collectieve schuld. Troost is dat Terneuzen hierin niet uniek is. Maar bestuurders van Terneuzen hebben het cultureel erfgoed van het verleden waar ze zich blijkbaar onvoldoende mee verbonden voelen onherstelbaar uitgegomd. Ze beseffen waarschijnlijk niet eens wat ze hebben gedaan. Het bestuur van Terneuzen leeft sinds 1960 in een ambtelijk-bestuurlijke wereld van structuurvisies en toekomstplannen. Daarin is geen plaats voor cultureel erfgoed. 

Ansichtkaart Terneuzen Juliana Ziekenhuis‘ van architect J.P. Kloos dat in 1955 door toenmalig koningin Juliane werd geopend en in 1989 afgebroken. In een commentaar noemde ik het in 2021 ‘een prachtig, weliswaar laat voorbeeld van dat nieuwe bouwen met transparantie, ruimte. licht en lucht‘.

Keti Koti kan geen nationale feestdag zijn

Deel van columnGeen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz in NRC, 30 juni 2022.

De column ‘Geen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz benoemt vanuit familieniveau de achterstelling in Nederland van de nabestaanden van Oost-Indische slaven ten opzichte van de nabestaanden van West-Indische slaven. Dat is een structurele weeffout.

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

Vele voormalige Surinamers en Antillianen hebben belangrijke functies in de overheid. Zoals de in Suriname geboren Rabin Baldewsingh. Ze lijden aan kortzichtigheid en maken de fout de stemming van hun moederland een-op-een naar Nederland te willen vertalen.

Schermafbeelding van deel interviewBelangrijke adviseur regering: maak van Keti Koti een nationale feestdag, met de koning erbij‘ met Rabin Baldewsingh in de Volkskrant, 30 juni 2022.

In een video van het Caribisch Netwerk zegt een medewerker van het Tropenmuseum dat het Nederlands kolonialisme een ‘wereldwijd verhaal’ is. Maar in de achtergrond van de medewerkers en de inrichting van tentoonstellingen van het Tropenmuseum is dat niet terug te vinden. Het blijft bij mooie woorden die niet worden waargemaakt. Caraïbische medewerkers en thema’s domineren het debat en de beeldvorming. Is het toeval dat de artistiek directeur van de NMVW, waar het Tropenmuseum onderdeel van is, afkomstig is uit Jamaica?

Caraïbische Nederlanders haken handig aan bij een beweging die veel politieke steun krijgt, hebben een tamelijk eenduidig profiel en claimen eenzijdig het antwoord op de schuldvraag over het kolonialisme te hebben en stellen dat hun voorouders de grootste slachtoffer van het kolonialisme waren. Dat laatste is historisch onjuist, maar dat dringt in het publieke debat niet door. In musea en universiteiten komt dat geluid niet goed tot uiting. De tegenstem ontbreekt.

De opwaardering van de West en afwaardering van de Oost in de aandacht voor kolonialisme en slavernij is een structureel probleem. Vraag is of dat typisch Nederlands is of ook in voormalige koloniale machten voorkomt die zowel in de Oost en de West koloniën hadden. In februari 2021 schreef ik het onderstaande bij een bespreking van de documentaire ‘Nieuw Licht – Het Rijksmuseum en de slavernij’:

1) Het is onbegrijpelijk dat terwijl expliciet in de documentaire gezegd wordt dat de slavernij in de Oost omvangrijker was dan die in de West, daar in de documentaire nauwelijks iets van terug te vinden is. Was het reisbudget onvoldoende, had de producent geen Indonesische of Nederlands-Indische contacten of was deze reductie een bewuste, politieke keuze? Dat heeft als gevolg dat nu alles in een zwart-wit perspectief geplaatst wordt. Dat is echter een te grove tegenstelling. Wat resteert is een eenzijdig Caraïbisch perspectief. Maar zo was de realiteit van toen niet, en zo is de realiteit van nu niet. De grijs- en bruintinten ontbreken en zijn weggemoffeld. Ook op een andere manier ontstaat vertekening. De tragiek van de historische slavernij is ook dat de zwarte mensen geen homogene groep vormden en naast slachtoffer ook dader konden zijn. Ook die nuancering ontbreekt in de documentaire.

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het voorstel om van Keti Koti eens in de vijf jaar een nationale feestdag met een vrije dag te maken moet afgewezen worden. Het is ongepast. Het verbindt niet, maar verdeelt. Zoals de column van Ellen Deckwitz illustreert. De herdenking van de slavernij kan niet exclusief aan een doelgroep verbonden worden die zich het onderwerp toe-eigent door de voorwaarden ervan te bepalen.

Reactie op brief van Herman Sloot in NRC. Duitse terughoudendheid tegenover Rusland was verkeerd en heeft averechts gewerkt

Schermafbeelding van ingezonden briefDuitse terughoudendheid tegenover Rusland was juiste weg‘ van Herman Sloot in NRC, 17 juni 2022.

Herman Sloot meent in een ingezonden brief die op 17 juni 2022 door de redactie Opinie van NRC werd geplaatst dat de naoorlogse terughoudendheid van Duitsland op moreel en militair gebied terecht was. Hiermee reageert Sloot kritisch op het artikel ‘De Duitse Zeitenwende komt jaren te laat’ van Hanco Jürgens.

In dit artikel zegt Jürgens over de stemming in Oekraïne over Duitsland: ‘Logisch dus dat het land nu stelt te weinig rugdekking te hebben gehad van Duitsland, dat de onderhandelingen – samen met Frankrijk – in het Normandie-Format naar zich toe had getrokken. Daar komt bij dat Duitsland steevast koos voor energiezekerheid tegen een voordelige prijs boven geopolitieke rust in Oost-Europa. De directe pijpleidingen tussen Duitsland en Rusland waren het antwoord op onlusten in Oekraïne.’

Ik ben het eens met Jürgens en oneens met Sloot. De energiepolitiek van Duitsland wordt nu door velen ingeschat als mislukt en opportunistisch, maar zo werd er al langer tegenaan gekeken. Duitsland voer ermee in de EU een eigen koers waarmee het Oost- en Zuid-Europese landen bewust van zich vervreemdde. Ook was het Duitse energiebeleid dat de EU meesleepte in strijd met de energiepolitiek van de EU zoals vastgelegd in het Third Energy Package van 2009 dat streefde naar energie-onafhankelijkheid en -diversificatie.

Het in mijn ogen verstoorde zelfbeeld van de Duitse politieke en economische elite naar aanleiding van de les van de Tweede Wereldoorlog beschreef ik in een commentaar van 15 februari 2021 naar aanleiding van de problemen met de Russische gaspijplijn Nord Stream II:

In any case, the attitude of German politics (except for the Greens, the Liberals and some CDU members) towards the Russian Federation is rather distorted and disturbed. This has to do with the Second World War and the suffering caused by the Nazis.
How that can go wrong, President Steinmeier showed when he recently consciously or naively confused the victimization of Balts, Poles, Belarusians and Ukrainians with the victimization of Russians. Professor Timothy Snyder has repeatedly demonstrated to a German audience, including parliamentarians, with figures that Poles, Belarusians and Ukrainians have suffered proportionally more from the German war machine than the Russians.
But those facts do not reach the very top of German politics. Although it is also possible that they do know what victims they have made, but consciously perpetuate the misunderstanding in order to reach a rapprochement with the Kremlin. A rapprochement that on closer inspection is not appropriate, not ethical and not permissible. But this rather disproportionately favors German business at the expense of Eastern and Western Europe. That misunderstanding has marked Germany’s Russia policy since Willy Brandt, with the SPD in the most malicious role of helping the Kremlin, and not Germany or the EU.
The conclusion of the Nord Stream II fuss is not that it is about Germany’s relationship with the Russian Federation, but essentially about Germany’s self-image. That is seriously distorted and clouded. Even 75 years after the war, German politics has not yet properly processed that war. Or as said, and what is even more false and poignant, it has processed that war, but deliberately misinterprets it for opportunistic reasons.
This not only alienates Germany even further from the real victims of World War II, such as Poland, Belarus and Ukraine, as well as France and the Netherlands, but with that false self-image it also does itself considerable damage because it knowingly deceives itself.

Sloot heeft in zijn gespeelde onwetendheid allang duiding gekregen van een historicus die de houding van Duitsland anno nu beschrijft vanuit de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog: de in Wenen werkzame Amerikaan Timothy Snyder.

Als Duitsland werkelijk lering had getrokken uit de Duitse invasie van de Sovjet-Unie in 1941, dan had het zich tot 1991 niet voornamelijk verbonden met de leiders in het Kremlin en na 1991 van de rechtsopvolgers daarvan. Dan had Duitsland contact gezocht met die landen waar het de meeste schade had aangericht en de grootste schuld mee had te vereffenen: Oekraïne, Belarus, Polen, Estland, Letland en Litouwen.

Anders gezegd, als Duitsland werkelijk had begrepen welke schade het aan wie had aangericht in de Tweede Wereldoorlog dan had het zich in de na-oorlogse periode niet door de Sovjet-Unie en na 1991 door de Russische Federatie kunnen laten chanteren. Dat argument van terughoudendheid van Sloot dat Duitsland als het ware zou zijn opgelegd vervalt omdat het historisch niet klopt.

Ergo: Kanselier Scholz moet zich schamen dat hij Oekraïne nu niet met zwaar materiaal steunt terwijl het vecht voor het voortbestaan. Door de inval in 1941 heeft Duitsland de grootste schuld te vereffenen met Oekraïne. Niet met Herr Poetin of Rusland.

Het is verbazingwekkend dat velen waarschijnlijk onbewust de Russische propaganda napraten. Zeker waar het de Duitse politieke en economische elite betreft die pas in februari 2022 een beetje wakker is geworden. Op de al wakkere Groenen na. Of slaapwandelend probeerden te profiteren door van twee walletjes te eten.

De na-oorlogse Duitse buitenlandse politiek in West-Europa is geslaagd door integratie en de gerede angst om in herhaling te vallen door Alleingang. Maar de Duitse energiepolitiek staat daar haaks op en is mislukt. Door een verkeerde opvatting over het vereffen van een historische schuld voor de nazi-terreur ging het fout. De Duitse Ostpolitik die diende om de Tweede Wereldoorlog te corrigeren was verkeerd gericht, opportunistisch vormgegeven (Wandel Durch Handel) en leidde tot verergering in plaats van verbetering van een scheefgegroeide situatie. Om het passend te zeggen: Duitsland belandde van de wal in de sloot.

Het is onbegrijpelijk dat Sloot de verkeerde lessen die door de naoorlogse Duitse economische en politieke elite zijn getrokken niet herkent. Sloot vergeet ook dat pseudo-tsaar Poetin uitsluitend door toedoen van Duitsland heeft kunnen groeien. En nog een advies aan Sloot: lees de boeken en artikelen van historicus Timothy Snyder.

Antwoord aan Sergej Loznitsa. Eis voor verbod op Russische cultuur is in strijd om voortbestaan van staat, taal en cultuur van Oekraïne niet krankzinnig

Schermafbeelding van deel artikelVerbod op Russische cultuur eisen is immoreel en krankzinnig” van Sergej Loznitsa op Raam op Rusland, 24 mei 2022.

Mijn reactie op een artikel van de Oekraïense regisseur Sergej Loznitsa die een eis tot een verbod op Russische cultuur immoreel en krankzinnig vindt. In vertaling bij Raam op Rusland. Daar denk ik anders over. Maar wel onder voorwaarden:

Er is in de Russische Federatie vanuit het centrale gezag een campagne van Russificatie gaande. Die is gericht op etnische niet-Russen met ‘afwijkende’ talen, religies en culturen. De Russische Federatie is immers een veelvolkerenstaat.

In Oekraine is sinds 2014 een campagne van de-Russificatie gaande die door de recente Russische invasie extra is versneld. Niet in alle gevallen wordt dat van bovenaf opgelegd.

In die campagnes spelen iconen uit de kunst een rol. Door ze op de voorgrond te plaatsen en zo de eigen taal en cultuur als superieur te profileren of ze te verwijderen zodat de cultuur van de opponent als minderwaardig kan worden gezien. Want als Oekraïense iconen uit de kunst niet bestaan doordat ze niet worden genoemd of doordat ze geannexeerd zijn door de Russische cultuur, dan kan er ook niet naar verwezen worden. Dat ondermijnt weer de zelfbewustheid en het streven naar autonomie.

De context is dat de leiders in het Kremlin de Oekraïense staat met een eigen taal, kunst en geschiedenis niet erkennen en uit willen wissen. In 2014 werden Oekraïense boeken verbrand door pro-Russen in de Krim, zoals dat ook in Hitlers Duitsland in 1933 gebeurde.

Russificatie door het ontkennen van Oekraine was het doel van de huidige Russische invasie in Oekraïne. Die overigens tot nu toe slecht is gelukt en wat de positie van de Oekraïense taal en cultuur betreft tot een omgekeerd effect heeft geleid.

Het verbod op Russische of Oekraïense cultuur staat niet los van politieke en militaire strijd. Het verbod op de Russische cultuur in Oekraïne dat overigens geen regeringsbeleid van Kyiv is kan beschouwd worden als defensief, tijdelijk en noodzakelijk. Het is wellicht immoreel, maar niet krankzinnig omdat het raakt aan het zelfbehoud van Oekraïne dat ook op het culturele front vecht voor zelfbehoud. Hier hoort ook bij dat televisiezenders die propaganda uitzenden in het buurland worden verboden.

De luxe van een liberale houding om de vijand binnen de poorten te laten kan tijdens een oorlog die gaat om overleven van staat, taal en cultuur opgevat worden als risicovol en onrealistisch. Bij alle hens aan dek om de eigenheid te verdedigen hoort blijkbaar een houding die in normale tijden ongepast wordt geacht. Nood breekt wetten. Mits tijdelijk.

Quest Historie noemt in artikel over scheppingsverhalen van culturen het christendom niet

Schermafbeelding van een deel van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van Guido Hogenbirk voor Quest Historie, 10 mei 2022.

In een wachtkamer las ik vanochtend nummer 3/2022 van Quest Historie. Een publicatie van Hearst Netherlands. Goed verteerbare stukken over geschiedkundige onderwerpen. Prima voor een wachtkamer waar men elk moment opgeroepen kan worden. Hoewel ik de Donald Duck prefereer.

Eén artikel viel me op. Dat ging over de scheppingsverhalen van negen afzonderlijke culturen die in het verlengde daarvan ermee hun eigen denkrichting en beweging benadrukken. Het is een bewerking van het artikel ‘Hoe ontstond de aarde? Drie mythologische scheppingsverhalen‘ van 10 mei 2022 dat hierboven wordt genoemd.

Iedere cultuur komt met een eigen verhaal dat cultureel bepaald is en niet zozeer iets verduidelijkt over het ontstaan van de wereld, maar eerder over de eigen cultuur. Die wordt vertaald naar dat scheppingsverhaal zodat het de leden van de betreffende culturele groep aan wie het gericht is kan motiveren, binden en upgraden, zoals het in termen van fondsenwerving en marketing heet.

Kortweg gezegd, een cultuur die gericht is op zee, vertelt het scheppingsverhaal met water, stormen en boten. Terwijl een cultuur die midden in tropisch oerwoud leeft het scheppingsverhaal vertelt aan de hand van bomen, dieren en natuur die in dat oerwoud voorhanden zijn. Zo evident is dat.

Omslag van Quest Historie, nr. 3/ 2022.

Opmerkelijk is dat in de reeks culturen het christendom ontbreekt. Terwijl dat een scheppingsverhaal heeft met fantastische constructies die de verbeeldingskracht van de Griekse mythologie, Walt Disney, John Ronald Reuel Tolkien en de gebroeders Grimm evenaren, zo niet te boven gaan. Juist het christendom maakt de Europese en West-Aziatische cultuur aanschouwelijk en toont de diepere motieven en drijfveren ervan.

De vraag is waarom Quest Historie het christendom niet in de reeks noemt. Is dat echt omdat we ‘het inmiddels wel kennen’, zoals de inleiding bij het artikel van Hogenbirk zegt? Hhmm.. Er dringt zich een andere verklaring op. Namelijk dat de redactie van Quest Historie het christendom in de eigen kolommen liever niet direct vergelijkt met de ontstaansgeschiedenis en de scheppingsverhalen van Inca’s, Noormannen, Hindoestanen. Oude Egyptenaren en andere culturen om het beeld niet te verstoren dat het christendom buiten categorie is.

Toch lijkt dat een te gemakkelijke verklaring omdat in het archief van Quest Historie artikelen zijn terug te vinden die kritisch zijn op het christendom en het bestaan van God. Zoals het artikel Kunnen we ooit bewijzen dat er een god bestaat?‘ uit 2019 dat in een apart kader zegt: ‘Een god is handig als je mensen zich aan de regels wilt laten houden‘. Met deze uitspraak nagelt Quest Historie kern en considerans van de aard van godsdiensten treffend vast.

Waarom ontbreekt het christendom dan in de reeks scheppingsverhalen en mythologieën van culturen? Het is beredeneren waarom dat is, maar het lijkt eerder een geval van beeldvorming waar Quest Historie van weg wil blijven dan van een inhoudelijke overweging om het christendom buiten schot te laten en niet in een rijtje met scheppingsverhalen van andere culturen te zetten. Typisch is namelijk dat redacteuren van Quest Historie zich doorgaans laten kennen door een welhaast ideale seculiere opstelling.

Een andere verklaring kan zijn dat Quest Historie de lezer verstandig genoeg acht om een vergelijking tussen culturen met hun scheppingsverhalen en het christendom te maken. Daarom kan het christendom ongenoemd blijven omdat het de nulmeting is. Van de lezer wordt verondersteld dat hij of zij voldoende kennis over het christendom heeft om het scheppingsverhaal van het christendom erbij te betrekken én te relativeren.

Uit de opsomming van culturen met hun scheppingsverhalen blijkt dat het scheppingsverhaal van het christendom niet uniek is en er een van vele is.

De cynicus kan er nog het volgende aan toevoegen: Zoals de verschillende culturen elkaar met hun afzonderlijke en sterk van elkaar afwijkende scheppingsverhalen uiteindelijk zijn gaan beconcurreren op een (pas laten ontstane) druk bezette en lucratieve religiemarkt, zo heeft Quest Historie te dealen met concurrentie op de niet meer zo lucratieve tijdschriftenmarkt. Het is waardevol dat op de populaire tijdschriftenmarkt voor een breed publiek dit soort zware onderwerpen lichtvoetig wordt behandeld. Passend voor de wachtkamer.

Foto ‘Sichtwerbungspyramide für den Monat der Deutsch-Sowjetischen Freundschaft in der Papiermühlstraße, 1951’

Roger en Renate Rössing,’Sichtwerbungspyramide für den Monat der Deutsch-Sowjetischen Freundschaft in der Papiermühlstraße, 1951. Collectie: Deutsche Fotothek.

Leipzig, Oost-Duitsland, 1951. Een visuele reclamepiramide voor de maand van de Duits-Sovjet-vriendschap in de Papiermühlstraße, 1951. Dat is het verleden van een deel van Duitsland. Waarin onvrijheid vrijheid wordt genoemd, oorlog vrede en een vijand ineens een vriend is. Dat is even schakelen voor iemand die doordenkt.

Is sinds 1951 de mentaliteit van Duitsland fundamenteel veranderd? Daar twijfelen vele buitenstaanders aan. Zeker wat de oudere generaties betreft. Jongeren staan per definitie losser tegenover het verleden. Indoctrinatie is aan hen voorbijgegaan. Zijn zij de redding van Duitsland?

Loskomen van het verleden met alle schuld en misverstand die daar bij hoort is niet typisch Duits. Hoewel de projectie vanuit een belast verleden in Duitsland groter lijkt dan in andere landen en nog steeds een open blik naar het heden verhindert. Dat is grotere tragiek dan dat verleden zelf. We zullen zien wat het wordt.

Een piramide is een grafmonument. Passen daar ronkende teksten op die niemand serieus hoeft te nemen? Ach, niet iedereen heeft stante pede door dat woorden je bij de neus kunnen nemen.

Gedachten bij de foto ‘Moses Marx (seated on far right) with three fellow soldiers and a couple in Poland in World War I’

Als het geen foto, maar een tekening was, had dit een werk van Cedric ter Bals kunnen zijn. Hij geeft met felle kleuren en met teksten in zijn Schevenings-Duits op geheel eigen wijze commentaar op de Eerste Wereldoorlog.

De toelichting zegt dat het hier gaat om Moses Marx (uiterst rechts gezeten) met drie kameraden en een echtpaar in Polen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tot november 1918 stond het zogenaamde Regentschaftskönigreich Polen onder controle van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Het is precies die sfeer die Arnold Zweig in zijn roman ‘Der Streit um den Sergeanten Grischa (1927) beschrijft. In Nederland in vertaling verschenen bij Uitgeverij Cossee. Grijstinten in de sneeuw.

Het bord links naast de deur geeft aan dat er wodka en schnaps gedronken kan worden. Hier lijkt sprake van kleine nering die wordt uitgebaat door de plaatselijke bevolking. De zo te zien Joodse uitbater zoekt de symbiose met de bezettende macht die ook een zekere mate van stabiliteit en bescherming geeft.

Het gaat volgens de toelichting om een of meer Duitssprekende, Joodse militairen. Een verschil met het Hitleriaanse Duitsland van 20 jaar later. Het Leo Beck Research Institute dat zich richt op Duitssprekende Joden zegt hierover: ‘During the First World War, 100,000 Jews served in the German Army, and another 320,000 served in the Austro-Hungarian Army.‘ De geschiedenis herhaalt zich niet.

Nagekomen bericht 21 februari 2022: Cedric ter Bals stuurde me per e-mail onderstaande tekening (klein formaat) die is gebaseerd op bovenstaande foto. Katten heeft hij zo te zien in zijn hart gesloten. Wie geïnteresseerd is in deze tekening kan hem een e-mail sturen: cedricterbals4@gmail.com.

Cedric ter Bals, ‘Eine Familie’ (tekening), 2022.