George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultuurpolitiek

Rotterdamse coalitie stelt voor steun in te trekken voor Museum Rotterdam in huidige vorm. Het volgt het advies van de RRKC

leave a comment »

Stadsmuseum Museum Rotterdam dreigt eind dit jaar de deuren te moeten sluiten vanwege een negatief advies van de RRKC dat door cultuurwethouder Said Kasmi (D66) wordt overgenomen. Dit voorstel wordt pas definitief als de raad het goedkeurt. Enkele maanden terug bezocht ik het Timmerhuis waar het museum is gevestigd. Het is een naargeestige, ondermaatse plek die niet alleen niet past bij de tweede stad van het land, maar ook de objecten geen gepaste klimatisering (op enkele vitrines na), context en sfeer kan bieden.

RRKC en Kasmi draaien het om als ze zeggen dat deze neergang het museum te verwijten valt. Integendeel, Museum Rotterdam is er tegen haar zin en onder protest naar toe moeten verhuizen en wordt dat door RRKC en deze D66-wethouder nu achteraf verweten. Dat is de omgekeerde wereld. Er kwam van allerlei kanten protest op het advies van de RRKC. Wie nadenkt beseft dat wat nu gebeurt een aangekondigde ramp is en de Rotterdamse politiek te verwijten valt. Kasmi schuift zijn verantwoordelijkheid en die van zijn voorgangers af.

Over het advies van de RRKC schreef ik in juni 2020 een commentaar en schatte het in als onevenwichtig: ‘Het zou kunnen dat er een gemeentelijk beleid is om Museum Rotterdam langzaam naar de rand te schuiven. Het is de vraag hoe autonoom leden van het college en raadsleden van de coalitiepartijen handelen en wat hun relatie is tot hogere beleidsambtenaren van Culturele Zaken of de RRKC. De laatsten winnen aan macht als ze lang zitten en een dossier beheersen. Een wethouder Cultuur die laag in de pikorde staat en doorgaans geen lid is van een van de leidende partijen in een college is inwisselbaar. De RRKC lijkt verder te gaan dan haar mandaat toestaat. Deels zal dat zijn omdat de politiek zich terugtrekt, deels is dat bewuste expansie van de RRKC. Het wekt verbazing dat de Rotterdamse politiek toestaat dat voorzitter Jacob van der Goot nog steeds in functie is ondanks het feit dat hij eerst in de RvT van het Wereldmuseum zat en later in de RRKC adviseerde over het Wereldmuseum en vanwege het merkwaardig politiek getinte, negatieve advies van de RRKC in 2015 over het Collectiegebouw (Depot) van Boijmans. De RRKC is gepolitiseerd en lijkt niet schoon aan de haak. 

Dat wethouder Kasmi dit advies van de RRKC overneemt toont vooral aan hoe weinig bewegingsruimte hij heeft en wie er achter de schermen aan de touwtjes trekken. Een half miljoen euro voor een kwartiermaker die het wiel dat al rijdt opnieuw uit moet vinden is het lachwekkende hoogtepunt van de teloorgang van de soap rond Museum Rotterdam. In Rotterdam klinkt in refrein tussen RRKC en coalitie: ‘niet poetsen, maar lullen’.

Antwoord aan Tommy Wieringa: Duitse kunst wordt tot courtisane van de politiek gemaakt. Dat is geen voorbeeld voor Nederland

leave a comment »

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij de columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020:

Wieringa laat zich misleiden door zich blind te staren op de Duitse cultuurpolitiek. Het is een verkeerd begrepen onderwerp dat Nederlandse opinieleiders telkens weer als tegenvoorbeeld hanteren. Wieringa kijkt selectief, hoewel hij uiteraard gelijk heeft dat het misnoegen van de complete Nederlandse politiek én de samenleving voor de kunst immens is. Dat verdient kritiek. Maar laat hem dat zeggen en het daar bij laten. Het is ongelukkig om dat reliëf te willen geven door de vergelijking met de Duitse cultuurpolitiek. Die wordt door het Nederlandse voorbeeld dat afkeuring verdient nog niet witgewassen.

Het kunstbeleid van zowel kanselier Merkel als de regionale Duitse politiek is behoudend en vooral gericht op het ondersteunen van gevestigde culturele instellingen. Merkel pleit uitsluitend voor steun die in lijn is met het overheidsbeleid. Zo maakt ze kunst ondergeschikt aan haar politieke doelen. Hoe royaal ze dat ook doet, het staat haaks op het ondersteunen van het experiment of de tegendraadsheid van de kunst. Merkel zet met haar steun in op het verder Salonfähig maken van de kunst.

Men zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat het beleid van Merkel de kunst meer beschadigt dan wat premier Rutte nalaat. Het is als een pianoleerling die zich door zelfstudie een verkeerde vingerzetting heeft aangeleerd. Dat is een slechtere uitgangspositie om een succesvolle pianist te worden dan iemand die nieuw moet beginnen. In Duitsland heeft zich een establishmentkunst gevestigd die slechts in enclaves in grote steden concurrentie krijgt van initiatieven van de kunstenaars zelf. Getalsmatig vertaald gaat dat om de establishment cultuurpolitiek van SPD en CDU/CSU tegenover de Groenen die uitgaan van de kunst en de kunstenaars.

Het gaat dus om de vrijheid van de kunst, of nog liever gezegd om de vraag wat de functie van kunst is. Of nog anders geformuleerd, kan kunst die getemd, gepamperd en ondergeschikt is gemaakt aan doelen van politieke partijen nog kunst genoemd worden? Of is die ‘kunst’ verworden tot een circusact van een paard dat eindeloos door de piste mag draven onder applaus van de politiek die zich ervoor zelfgenoegzaam op de borst klopt?

Wieringa doet er verstandig om een doorstart in zijn denken te maken over de Duitse cultuurpolitiek. Hij heeft uiteraard gelijk wat de aftandse stand van de Nederlandse cultuurpolitiek betreft. Hoofdfiguren als premier Mark Rutte, minister Eric ‘kunst is een hobby’ Wiebes en minister Ingrid van Engelshoven kunnen hun weerzin tegen de kunstsector niet verbergen. Op lokaal niveau tonen cultuurwethouders juist ongegeneerd hun weerzin door zich af te zetten tegen de kunst. In 2017 zei de Alphense cultuurwethouder Kees van Velzen (CDA) over een kunstwerk in de publieke ruimte dat hij het ‘foeilelijk’ vond en wilde vervangen door een werk dat ‘meer uitstraling en betekenis heeft voor de identiteit van de gemeente’. Dat is de kern waar het om gaat. Merkel wil de kunst inzetten voor de identiteit van Duitsland. Maar zijn we het er niet over eens dat kunst zich niet tot een lover boy of in het Duitse geval tot een deftige courtisane van de politiek moet laten maken?

Foto: Schermafbeelding van deel columnDe wereld van gisteren’ van Tommy Wieringa in NRC, 28 augustus 2020

Kunst en cultuur volgens SPD Lünen

leave a comment »

Zomaar een videoverslag van SPD-partijlid Werner Tischer over cultuurpolitiek. Het betreft de gemeente Lünen in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De video lijkt op een tijdscapsule waar voorwerpen en gewoonten in combinatie met elkaar worden bewaard. Wat dhr. Tischer zegt benadert het oude wethouderssocialisme van de PvdA zoals we dat in Nederland tot 1990 kenden. Dat draaide om het ideaal van verheffing van arbeiders door permanente bij- en herscholing. De tijd heeft ook weer niet compleet stilgestaan. Anders is dat in de visie van SPD Lünen cultuurpolitiek opgevat moet worden als het vestigen en steunen van instituties. In dit geval een museum, bibliotheek en gemeenschapszaal. Het zijn niet de kunstenaars of de kunstconsumenten, laat staan de functies van kunst zoals aanscherping of tegendraadsheid waar deze afdeling op inzet. Het vertaalt het belang van cultuurpolitiek rechtstreeks in het versterken van culturele instellingen. Zonder dat uitgelegd wordt hoe dat werkt. Versterking van instellingen moet blijkbaar opgevat worden als voorwaarde voor verheffing. De rest volgt daar dan blijkbaar vanzelf uit. Of dat in 2020 nog net zo werkt als vóór 1990 is echter de vraag. De roep om transparantie maakt het ontroerend in deze sociaal-democratische stijlkamer.

Written by George Knight

24 augustus 2020 at 15:38

Negatief advies over Museum Rotterdam roept vragen op over rol RRKC

with 2 comments

Afgelopen week kwam de de RRKC (Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur) met het onevenwichtige advies om stadsmuseum Museum Rotterdam te sluiten en het een doorstart te laten maken. Het lijkt misschien niet sterk om de boodschapper van het slechte nieuws ter discussie te stellen, maar ik heb na lezing van het advies het idee dat de RRKC er weinig van begrijpt. Als het al niet van kwaadaardigheid kan worden beticht.

Het zou kunnen dat er een gemeentelijk beleid is om Museum Rotterdam langzaam naar de rand te schuiven. Het is de vraag hoe autonoom leden van het college en raadsleden van de coalitiepartijen handelen en wat hun relatie is tot hogere beleidsambtenaren van Culturele Zaken of de RRKC. De laatsten winnen aan macht als ze lang zitten en een dossier beheersen. Een wethouder Cultuur die laag in de pikorde staat en doorgaans geen lid is van een van de leidende partijen in een college is inwisselbaar. De RRKC lijkt verder te gaan dan haar mandaat toestaat. Deels zal dat zijn omdat de politiek zich terugtrekt, deels is dat bewuste expansie van de RRKC. Het wekt verbazing dat de Rotterdamse politiek toestaat dat voorzitter Jacob van der Goot nog steeds in functie is ondanks het feit dat hij eerst in de RvT van het Wereldmuseum zat en later in de RRKC adviseerde over het Wereldmuseum en vanwege het merkwaardig politiek getinte, negatieve advies van de RRKC in 2015 over het Collectiegebouw (Depot) van Boijmans. De RRKC is gepolitiseerd en lijkt niet schoon aan de haak.

In het advies blijft mijn oog haken aan de volgende passage (paragraaf 1.5 een nieuwe stadsmuseale functie): ‘Het aantal spelers in het erfgoedveld is de laatste jaren toegenomen. Naast de musea, Stadsarchief Rotterdam en de Bibliotheek Rotterdam zijn er platformorganisaties als DIG IT UP, Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) en Verhalenhuis Belvédère die met digitaal, documentair en immaterieel erfgoed in een alternatief aanbod voorzien. Door hun verbindende rol maken ze verschillende culturen en gemeenschappen in de stad meer zichtbaar’.


Hier ontspoort het advies. Het gooit alle instellingen en platforms die iets met erfgoed te maken hebben op een hoop en maakt ze daarmee inwisselbaar. Maar ze zijn niet inwisselbaar vanwege de unieke functie en opdracht. Hiermee wordt duidelijk dat de RRKC de unieke rol miskent van een stadsmuseum dat aan de hand van objecten en documenten een verhaal vertelt. Daarin onderscheidt Museum Rotterdam zich van de andere instellingen, kunstmusea en platforms. Ook waardevol, maar van een andere orde dan een historisch museum.

Het advies kan bij een goede lobby worden weerlegd. Het is op een verkeerde aanname gebaseerd omdat het de functie van een stadsmuseum als Museum Rotterdam in relatie tot andere instellingen op het gebied van erfgoed verkeerd ziet. Het advies van de RRKC is kwalitatief niet van het niveau dat verwacht kan worden.

Het lijkt dat vooral de RRKC in een identiteitscrisis verkeert. Herinneren we ons nog wat de reactie van de gemeenteraad was op een advies over het Wereldmuseum van de RRKC in juni 2016? Sun van Dijk (SP) schreef: ‘Het is een politiek advies, dat is niet aan de RRKC, maar aan ons’. De geschiedenis herhaalt zich nu met Museum Rotterdam. Het probleem is dus niet Museum Rotterdam, maar de RRKC. Waarom meenden ooit de machtige RRKC-secretaris Inez Boogaarts of nu voorzitter Jacob van der Goot politiek te moeten handelen? Het initiatief is aan de gemeenteraad om het huiswerk van de RRKC te beoordelen. En waar mogelijk af te wijzen.

Ik teken de petitie.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieRed Museum Rotterdam’ van Esther Olofsson (Communicatiebureau RauwCC) op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van deel cultuurplanadvies 2021-2024 van de RRKC, juni 2020 uit paragraaf 1.5 (een nieuwe stadsmuseale functie) over Museum Rotterdam.

Waarom praat de overheid over cultuur als het kunst bedoelt? Hoe is het woord ‘kunstbeleid’ verdwenen uit Nederland?

with one comment

Er is iets mis met het gebruik van het woord ‘cultuur’ door beleidmakers. Het is ruim en vaag. Zoals het heet, het is een containerbegrip waar zoals in een afvalbak voor grof vuil alles ingegooid kan worden. Dat gebruik schept bewust onduidelijkheid. Maar het geeft vanwege de brede marges ook zekerheid. Soms wordt er kunst mee bedoeld, zoals in dit filmpje van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Maar soms ook niet, zoals ook in dit filmpje. Het gevolg is dat professionele kunst ondersneeuwt en opzij wordt geduwd.

De toelichting bij dit filmpje geeft perfect aan wat eraan schort door kunst en cultuur op dezelfde hoop te gooien: ‘Cultuur is van iedereen. Van de makers en hun publiek. Van kleinsten en de oudsten. Maakt niet uit waar je vandaan komt, waar je voor staat of wat je geleerd hebt. Van iedereen. Van heel Nederland.’ Maar wat voor cultuur geldt, geldt niet voor kunst. Cultuur overstijgt en verbindt, kunst scherpt aan en onderscheidt.

Waarom hebben beleidsmakers van overheden het niet over ‘kunst’ als ze ‘kunst’ bedoelen? Waarom wordt kunst ondergeschikt aan cultuur gemaakt? Waar komt dat versluierend taalgebruik vandaan dat kunst geen kunst noemen, maar cultuur? De kunst in de samenleving is het object van de kunstpolitiek, schreef Jan Kassies in 1962 in het artikelKunstpolitiek, impasse en perspectief’. Het object van cultuurpolitiek is cultuur.

Een verklaring is dat cultuur een maatschappelijk en economisch begrip is. Het is wat ons land en volk verbindt, wat ons maakt en definieert. Cultuur, dat zijn we zelf. Maar kunst zijn we niet zelf. Of in elk geval is de overgrote meerderheid van ons dat niet. Evenmin geldt dat voor het gefröbel van amateurs en liefhebbers die potten bakken, kiekjes schieten, in een koor zingen, versjes dichten en bloemstillevens en landschappen schilderen. Dat wordt ook ‘kunst’ genoemd, maar is in de meeste gevallen geen kunst zoals dat in het theoretische debat over kunst wordt bedoeld. Dat is vooral bezigheidstherapie, amusement of gewoon een met elkaar een vorm vinden voor de eigen expressie. Daar is niks mis mee, maar noem het geen kunst.

Door kunst in dat frame van economisch en sociaal beleid te wringen wordt het getemd. Kunst mag geen kunst meer zijn die bijt, asociaal is en geen economisch nut heeft. Kunst moet als cultuur zijn. Kunst wordt vanwege het prestige dat het heeft niet verbannen, maar onschadelijk gemaakt. Dat gebeurt bij daglicht en niet eens stilzwijgend, maar wordt toch nauwelijks opgemerkt. Dat is een merkwaardig collectief wegkijken.

Is er iets mis met de Nederlandse taal die de beleidsmakers noodzaakt om het woord ‘cultuur’ te gebruiken als ze kunst bedoelen? Waarom spreekt de Nederlandse overheid niet van kunstbeleid als het beleid over de kunsten bedoelt, maar integreert het dat in de term cultuurbeleid? Een vergelijking van de lemma ‘Cultuurbeleid’ op Wikipedia is interessant. In het Duits wordt het ‘Kulturpolitik’ genoemd met de volgende uitleg: ‘Kulturpolitik bezeichnet in einem engeren Verständnis alles Handeln eines Staates im Bereich der Kunst (bildende Kunst, darstellende Kunst, Musik, Literatur), insofern ist also auch von Kunstpolitik die Rede’.

Het lijkt dus niet aan de Nederlandse taal te liggen. Beleidsmakers creëren voor zichzelf politieke ruimte door hun taalgebruik bewust te laten zwemen naar vaagheid. Zodat ze niet te vangen zijn. Blijkbaar is het begrip ‘kunstbeleid’ of ‘kunstpolitiek’ te specifiek, ook nog eens bemoeilijkt door een theoretisch debat dat niet steeds dezelfde uitkomsten geeft aan wat kunst eigenlijk is. Het gebruik van het paraplu-begrip cultuur dat zoals het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt ‘van iedereen is’ wordt vanuit tactische, defensieve overwegingen alleen nog maar verder versterkt als politici en beleidsmakers de rol van de kunst inperken. Zoals door de kaalslag van de kunst door staatssecretaris Zijlstra vanaf 2010 in gang werd gezet.

Zo resteert ontevredenheid én begrip over het gebruik van het woord cultuurbeleid door beleidsmakers van overheden en de van overheden financieel afhankelijke organisaties als daar in feite kunst mee wordt bedoeld. Een ontevredenheid die gelijk opgaat met de positie van de kunst in de samenleving. Kunst wordt getolereerd, maar dat gebeurt mondjesmaat en niet van harte. Kunst wordt door de overheid niet frontaal bestreden, maar getemd. Het woord kunstbeleid is bewust gewist door de overheid. Historisch is de mecenas die de kunst financierde opgevolgd door de overheid die de kunst financiert, maar tegelijk grotendeels onschadelijk maakt. Zo strompelt de overheid van cultuurnota naar cultuurnota. De weeffout is blijkbaar te groot om te zien.

Thierry Aartsen, Onno Aerden en de cultuur van de VVD

with 2 comments

Voormalig kandidaat-kamerlid voor de VVD Onno Aerden heeft onderstaande tweet uitgewerkt in een column op zijn blog Inhoudelijke Zaken. Erin heeft hij kritiek op de scouting van kamerleden en zegt hij het volgende over het vandaag geïnstalleerde nieuwe kamerlid voor de VVD Thierry Aartsen: ‘En toen moest de schande nog plaatsvinden dat een de door het opstappen van minister Hennis vrijgekomen Kamerzetel toeviel aan een zekere Thierry Aartsen, in Breda bekend als ‘jouw maat in de raad’. Die had het bestaan om zich op Twitter niet alleen tactloos, crypto-racistisch en kleinzielig uit te drukken, maar verdedigde die acties vrolijk door te wijzen op wie hij ‘nu eenmaal’ was.’ en ‘Kennelijk heeft het zelfzuchtige gelijk van de macht het gewonnen van die geweldige, intensieve, creatieve, optimistische talentenjacht die mij destijds zo blij maakte.’

De ‘omhooggevallen kwast’ Thierry Aartsen heeft cultuur (o.a. Erfgoedinspectie, Bibliotheek en letterenbeleid, monumenten), Media, Arbeidsomstandigheden, Inspectie & toezicht in zijn portefeuille. Het is te hopen dat hij de cultuurparagraaf uit het programma aan het volk kan uitleggen en de elementen ervan logisch met elkaar kan verbinden. Want dat is geen makkelijke opgave. Zo staat er: ‘De makers van cultuur richten zich weer op hun publiek. Dat zijn de mensen die cultuur in stand houden. Als zij iets niet goed genoeg vinden, is er ook geen reden om subsidie te geven.’ Ofwel, het publiek houdt de cultuur in stand en als het publiek de cultuur niet goed vindt dan vervalt de reden om een cultuuruiting subsidie te geven. Dus volgens de VVD gaan niet de parlementsleden of de professionals over het toekennen van subsidie aan cultuur, maar is dat voorbehouden aan cultuurconsumenten. De VVD lijkt zo ook voorbij te gaan aan het belang van talentontwikkeling waarvan de Raad voor Cultuur constateert dat die op peil moet blijven om de toekomst van de kunst te garanderen.

Wat de VVD trouwens onder respectievelijk ‘cultuur’ of ‘kunst’ verstaat wordt uit de cultuurparagraaf niet duidelijk. Van een politieke partij die dat onderscheid niet maakt en beide begrippen door elkaar heen gebruikt valt te vrezen dat het niet begrijpt wat het verschil tussen kunst en cultuur is. Het kan ook dat de VVD vanwege politieke redenen bewust beide begrippen door elkaar heen gebruikt om verwarring te zaaien.

Cultuur is de weerslag van de samenleving. De waarde van kunst is dat het zich deels ontworsteld heeft aan de macht, weerstand biedt aan onderwerping en haaks op de samenleving staat. Het heeft voor kunstenaars die de kunst instromen een vrijplaats bevochten. Enigszins vergelijkbaar met religie die ook zo’n maatschappelijke rol wordt gegund. Kunstenaars staan niet zozeer op de schouders van een traditie zoals in de Renaissance over de Grieken werd gezegd, maar op de schouders van een toevallige bundeling van omstandigheden die lang geleden genoeg opgestart is om nu stand te kunnen houden. In rituelen. Dat tekent tevens de paradox van kunst. Kunst moet ver genoeg van politieke en maatschappelijke krachten blijven om er vrij en onbevreesd op te kunnen spiegelen, maar moet ook weer niet te veel afstand nemen om ‘voor eigen bestwil’ in een reservaat te eindigen. Kunst valt op te vatten als aanscherping en verbijzondering van cultuur.

Wat de VVD met kunst wil wordt uit deze beschrijving duidelijk. De VVD gunt het kunst niet om een vrijplaats te zijn. De VVD wil die vrijplaats afbreken. De VVD wil kunst maken tot weerslag van de samenleving, goochelt daarom met de begrippen kunst en cultuur, en zaait bewust verwarring. De VVD heeft in de cultuurparagraaf niet het lef om kunst frontaal aan te vallen, maar probeert de functies en doelen ervan slinks te smoren in begripsverwarring. Namelijk door kunst te vervangen door het bredere en met de samenleving samenvallende begrip cultuur. Zodat kunst van elke functie ontdaan wordt.  Het is een teken aan de wand van de huidige VVD dat het de ‘omhooggevallen kwast’ Thierry Aartsen heeft benoemd als een woordvoerder cultuur in de Tweede Kamer. Aartsen past in zijn tactloosheid, crypto-racisme en kleinzieligheid perfect bij de cultuur van de VVD.

Foto 1: Schermafbeelding van cultuurparagraaf ‘Cultuur; Cultuur is van en voor de samenleving van de VVD’.

Foto 2: Tweet van Onno Aerden, 11 september 2018.

Kunstplatform WARP in Sint-Niklaas is voorbeeldig antwoord op inmenging, vijandigheid, onbenulligheid, afleiding en hobbyisme

with one comment

In het Belgische Sint-Niklaas (tussen Gent en Antwerpen) opende gisteren in het Contemporary Art Platform WARP de tentoonstelling ‘verknipt. Initiatiefnemer en drijvende kracht is de gastvrije Stef van Bellingen, maar het initiatief wordt gedragen door velen in de stad. Voldoende geld ontbreekt weliswaar, maar enthousiasme, professionalisme en politiek-maatschappelijke relevantie maken WARP tot een baken in de culturele woestijn.

Ook in België zijn er immers liberale politici als de Vlaamse cultuurminister Sven Gatz die evenals de Nederlandse minister Eric Wiebes (‘kunst is een hobby’) niet begrijpen wat de functie van kunst is en het nut van culturele instellingen niet willen erkennen. Is kunst niet het grootste onderscheid tussen mens en dier en maakt dat de mens uniek? Voor liberale politici van het populistische soort zijn nuances niet weggelegd. Op hun beurt laten andere partijen zich door het simplisme van de liberalen onder druk zetten. Liberalen gaan er prat op te weten dat kunst nergens toe doet en profileren zich ermee tegenover hun achterban die niet leest, niet kijkt, niet luistert, maar consumeert en gevoed wordt. Robrecht Vanderbeeken omschreef dat in 2014 zo: ‘Gatz gaf al te kennen dat hij er een zeer liberale visie op kunst op nahoudt: ‘Kunst dient nergens toe.’’

Initiatieven van onderop als WARP zijn het beste tegengif tegen dat liberale denken. Net als in de voormalige landen in Midden-Europa die onder invloed van de Sovjet-Unie stonden wordt kunst gedwongen om een parallelle structuur te ontwikkelen. Dat is een zegen (autonomie) en vloek (schaarse middelen) tegelijk. Dat betekent niet een frontale aanval op dat vijandige denken jegens de kunst omdat die polemiek een valkuil is die energie vreet en nutteloos is in een vijandig klimaat, maar het bieden van een zijdelings alternatief zonder dat als zodanig te benoemen. Voorwaarde voor succes is wel dat een kritische grens van ondersteuning overschreden wordt en bevolking en (plaatselijke) overheid zo’n culturele instelling hun plek gunnen. Juist daarom is een drijvende kracht als Stef van Bellingen belangrijk om dat te realiseren en vooral te bestendigen.

De tentoonstelling ‘Verknipt’ gaat uit van het van 1940 toto 1945 door de Duitse Wehrmacht uitgegeven tijdschrift ‘Signal’ waarin onder meer de Parijse foto’s van André Zucca verschenen die eraan meehielpen om oorlog en bezetting als normaal voor te stellen. Het verscheen in heel Europa in 26 talen. Pure propaganda. In de tentoonstelling spiegelen kunstenaars zich eraan en kaatsen de beelden en gedachten terug door zich uit te spreken over de eigen tijd. In een openingstoespraak legde parlementair journalist en voormalig buurman van Van Bellingen Ivan De Vadder een direct verband tussen die propaganda van 75 jaar geleden en Trumps nepnieuws. Volgens De Vadder zijn de overeenkomsten tussen het een en het ander groot en bedrijft Trump ronduit propaganda. Een groot verschil is echter de versplintering van de communicatie (één zender, één ontvanger) door sociale media die nu leidt tot ‘echokamers’ (veel zenders, veel ontvangers). De media hebben het nakijken en worden door Trump als vijand voorgesteld, waarmee hij probeert te bereiken dat ze niet meer vanzelfsprekend de rol van poortwachter van de democratie kunnen vervullen. Met als doel dat onthullingen die in de media worden gepubliceerd ‘geneutraliseerd’ worden omdat het publiek de media niet meer gelooft.

WARP is een culturele oase in een politiek klimaat dat vijandig staat tegenover kunst, wetenschap, media en autonoom denken. Het knappe is de paradox van het asynchrone antwoord: antwoorden op de politiek zonder zich te laten leiden door de vragen die de politiek stelt en onterecht claimt als essentieel. De politieke agenda laat immers veel ongenoemd, zoals eigendomsverhoudingen of de grip van bedrijfsleven en financiële instellingen op de politiek. Nog knapper is dat WARP zich daarbij genereus openstelt voor de eigen omgeving.

WARP is niet alleen een tentoonstellings- of evenementenmachine. Dat het een bredere ambitie heeft dan instellingen in de traditionele museumsector komt tot uiting in het initiatief van de ‘artist villages’ dat jonge kunstenaars via gesprekken in contact brengt met professionals met als doel ‘feedback’ en ‘prikkelende input’. Op 10, 11 en 12 augustus 2018 bood directeur Lex van Lith van werkplaats Beeldenstorm/Daglicht in Eindhoven onderdak aan een editie van de ‘artist village’. Dat is de vernieuwing en blik naar de toekomst die de culturele sector bestendig maakt tegen inmenging, vijandigheid, onbenulligheid, afleiding en hobbyisme.

Foto 1: Boris Pramatarov, ‘The Portraits of Another ’Truth’’ op ‘EXPO VERKNIPT | 26 AUGUSTUS – 7 OKTOBER’ van WARP. Eigen foto. 

Foto 2: Léon Degrelle op de cover van Signal, 1944.

Foto 3: Impressie van Artist Village van WARP bij Beeldenstorm/Daglicht in Eindhoven, 10-12 augustus 2018. Eigen foto. 

Stedelijk Museum trekt zich aan de haren uit bestuurlijk moeras

with one comment

Bestuurlijk is het een gigantische puinzooi bij het Stedelijk Museum. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn zo gaan schuiven dat geen enkel deel van de organisatie doet wat het moet doen, maar wel doet wat het niet mag doen. Dit kan gerust een ernstige bestuurlijke crisis genoemd worden. Een en ander geeft te denken over het bestuurlijk inzicht en de kwaliteit van de personen die hier vorm aan moe(s)ten geven. Waarbij het idee bestaat dat het botweg onkunde was bij de Raad van Toezicht en het oprekken van het eigen mandaat om erger te voorkomen bij de directie. Zo stelden de vier overgebleven en inmiddels opgestapte leden van de Raad van Toezicht voor om de afgetreden artistiek directeur Beatrix Ruf te benoemen tot ‘adviseur’. Dat is niet alleen een wereldvreemd en in de praktijk onhandig voorstel omdat het de toekomstige directeur voor de voeten zou lopen, maar ook gaat volgens het Besturingsmodel de Raad daar helemaal niet over. Tegelijk meent het Bestuur (de tweekoppige directie) te gaan over de benoeming van een opvolger van Ruf, maar het is -na consultatie van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Amsterdam- de Raad van Toezicht die uitsluitend beslist over de benoeming, schorsing en het ontslag van de leden van het Bestuur.

De als tijdelijk voorzitter van de Raad van Toezicht door de gemeente Amsterdam benoemde Truze Lodder moet een nieuwe Raad op poten zetten. En de weg vrijmaken voor de benoeming van een nieuw Bestuur. Ze geeft commentaar op het falen van de vorige Raad als ze volgens een bericht van AT5 zegt: ‘Mijn toon zal krachtig en zuiver zijn.’ De suggestie is dat de toon van de vorige Raad niet zuiver was. Eind goed als goed met tijdelijke directeur Jan Willem Sieburgh en tijdelijke voorzitter van de Raad van Toezicht Truze Lodders?

Hoe dan ook is de oude balast van achtereenvolgend falende en te ambitieuze Raden van Toezicht opgeruimd. Er kan nu eindelijk schoon schip gemaakt worden. Hopelijk raakt het Stedelijk Museum met een bestuurlijk onmogelijke ingreep nu definitief uit de bestuurlijke patstelling waarin het terecht was gekomen en kan het met zicht op de stad en de Amsterdammers, en een laag bij de gronds realisme een nieuwe stap maken.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelOR en directie Stedelijk zien niets in terugkeer oud-directeur Ruf’ van AT5, 8 augustus 2018.

Stine Jensen stelt vragen bij tentoonstelling in het Tropenmuseum: Kennisoverdracht, of pure indoctrinatie die de islam aanprijst?

with 7 comments

Columniste Stine Jensen ging met haar dochtertje naar de tentoonstelling ZieZo Marokko in het Amsterdamse Tropenmuseum (onderdeel van het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW)) en doet daar in NRC verslag van onder de titel ‘Help, mijn dochter gelooft in God’. Is het de taak van een museum om kinderen het geloof in God bij te brengen? Jensen betwijfelt of het educatieve programma bij deze tentoonstelling de toets der kritiek kan weerstaan: ‘Is hier nog wel sprake van kennisoverdracht, of is dit pure indoctrinatie als een directieve vrouwenstem de islam aanprijst?’ Dit incident staat symbool voor de teloorgang van het NMvW.

Bij het Tropenmuseum zijn sinds vijf jaar het populisme, politieke correctheid en een versimpelde opvatting van identiteitspolitiek leidend. In 2013 werd het wetenschappelijke hart eruit gesneden door het ontslag van 30 medewerkers, onder wie conservator Ben Meulenbeld. Zie hier voor mijn commentaar met de volgende slotsom: ‘Deze conservatoren zijn onmisbaar omdat ze een correctie geven op trends en sjablonen die de werkelijkheid reduceren.’ Door het ontslag van conservatoren kwam de weg vrij voor die trends en sjablonen die Jensen constateert bij de tentoonstelling ZieZo Marokko. Het is de politisering van de volkenkundige musea die zich uit in gemakzucht en behaagzucht die sluipenderwijs de weerspannigheid en kracht uit deze musea heeft gehaald. Postkolonialistische correctheid verlamt deze organisatie zonder kern en met veel vorm. Goedwillende medewerkers binnen het NMvW wachten hun tijd af op betere tijden. Hoelang nog?

In een commentaar over de tentoonstelling ‘POWERMASK’ in het Rotterdamse Wereldmuseum heb ik die populistische en politiek correcte mentaliteit van het management van het NMvW dat politiek (of nog erger: politiek correctheid en een enge opvatting van identiteitspolitiek) boven kunst stelt in een context gezet. Het Wereldmuseum dat wegens verbouwing tot eind 2018 geen grote presentaties meer toont dreigt het volgende slachtoffer te worden van de museale kaalslag van de leiding van het NMvW. Enkele citaten uit dit commentaar bieden reliëf. De kwaliteiten van ‘POWERMASK’ zijn het diapositief van het structurele tekort van het NMvW:

Aan het tentoonstellingsbeleid van het Wereldmuseum is het populisme van het NMvW nog niet af te lezen. Schrikbeeld is beleid dat kunstobjecten niet alleen ondergeschikt maakt aan het ‘maatschappelijke’ verhaal over kolonialisme of wereldburgerschap, maar kunst niet in de eigen waarde laat en invoegt als illustratie voor dat ‘maatschappelijke‘ verhaal. De tot en met 7 januari 2018 lopende tentoonstelling ‘POWERMASK’ van de Antwerpse modeontwerper en gastconservator Walter Van Beirendonck en conservator Alexandra van Dongen is het voorbeeld van een vitale, verrassende, inhoudelijk sterke tentoonstelling voor elk wat wils met de verbeelding aan de macht. Een voorbeeldige publiekstentoonstelling waarin kunstobjecten spreken zonder dat het een saaie en voorspelbare kunsthistorische uiteenzetting wordt. Of ze dienen als plaatje bij een praatje.

Op een tekstbord is een citaat van de Haïtiaans-Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat te lezen dat zegt: ‘Ik ben geen zwarte kunstenaar, ik ben een kunstenaar.’ Van hem is een schilderij uit de collectie Hans Sonnenberg te zien dat aan Museum Boijmans geschonken is. Dit citaat is een sleutelzin en valt ook te lezen als commentaar op het NMvW. Want er bestaat geen zwarte of niet-witte kunst, maar alleen kunst. In dit geval: goede kunst. De kwaliteit van de bruiklenen die Walter Van Beirendonck overal vandaan heeft weten te halen is indrukwekkend. De tentoonstellingsmakers lijken zich vrij te voelen en niet te bekommeren om het standpunt dat een tentoonstelling pas wordt gelegitimeerd door de persoonlijke achtergrond van de maker.

Bij ‘POWERMASK’ gaat het om de intentie van de makers die de tentoonstelling, noch de kunstobjecten in de mal van een ‘maatschappelijk‘ verhaal laten dwingen. Door het elan ontstijgt ‘POWERMASK’ eraan en krijgt een surplus. Terwijl dat ‘maatschappelijke‘ verhaal gewoon ondersteund wordt. Maar het gebeurt indirect en via dwarsverbanden. Gewild of ongewild is ‘POWERMASK’ op te vatten als subtiel antwoord op dit interne debat.

Het gaat niet om de beschuldiging van inlijving of populisme. Als het NMvW zweert bij de etnokitsch van Jimmy Nelson of verhalen over kolonialisme of slavernij, dan moet het dat tonen. Het gaat om de identiteit van het Wereldmuseum. Een persbericht van het NMvW uit 2016: ‘De constructie van deze krachtenbundeling is uniek te noemen. Het Wereldmuseum blijft een zelfstandig Rotterdams museum, maar gaat zeer nauw samenwerken met het NMVW, (..). Door deze samenwerking kan het Wereldmuseum, met behoud van eigen identiteit, gebruik maken van de expertise en het netwerk van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHelp, mijn dochter gelooft in God’ van Stine Jensen in NRC, 14 juli 2018.

Foto 2: Object van Folkert de Jong op tentoonstelling POWERMASK in het Wereldmuseum, eigen opname oktober 2017.

Met controversiële verkoop van werken uit collectie heeft Berkshire Museum zich geïsoleerd. Is dat de les die hieruit te leren valt?

with 3 comments

Ontzamelen van collectie-onderdelen van musea is aan voorwaarden verbonden. De opbrengst mag niet gebruikt worden voor een reparatie en renovatie van het gebouw vanwege achterstallig onderhoud. Het is in Nederland vastgelegd in de zogenaamde ‘Leidraad Afstoten Museale Objecten‘ (LAMO) dat een instrument voor zelfregulering en een praktisch verlengstuk van de afstotingsparagraaf in de Ethische Code is. Nationale museumverenigingen volgen de Ethische Code van de internationale Musemvereniging ICOM. In de VS is dat de Ethische Code van de AAM. De gedragsregels en ethische codes dienen om de museumsector te reguleren en er onder meer voor te zorgen dat individuele musea niet handelen tegen het belang van de sector in.

Dit blog gaf in een commentaar van 29 oktober 2017 aandacht aan het Berkshire Museum in Pittsfield, Massachusetts. Het is een cause célèbre geworden omdat bestuur en directeur Van Shields aangaven uit economische redenen delen van de collectie te willen verkopen en dat voornemen veel verzet ondervond. Na juridische uitspraken waarmee de museumsector niet tevreden was leverde onderhandse verkoop uit de museumcollectie  in april en mei 2018 47 miljoen dollar op. Op 25 juni kondigde het museum aan dat het van plan is om nog eens negen werken voor in totaal 8 miljoen dollar te verkopen. Het billboard verwijst naar die nieuwe verkoop. Bij de reacties zijn juridische, museale en publicitaire ontwikkelingen rond de verkoop na te lezen. Het deed veel stof opwaaien vanwege het precedent. Want als het ontzamelen om economische redenen bij dit lokale museum werd goedgekeurd, dan zouden andere besturen en museumdirecteuren het voorbeeld kunnen volgen. Zodat de uitverkoop van het openbaar kunstbezit hiermee werd aangekondigd.

In een videocommentaar gaat Michael Daly in op het feit dat het Berkshire Museum zich met de controversiële verkoop geïsoleerd heeft en in het bruikleenverkeer door de AAM wordt uitgesloten. Een andere ontwikkeling is het met pensioen gaan van museumdirecteur Van Shields. In een bericht van The Berkshire Eagle zegt een woordvoerder van het museum dat hij niet onder druk van het bestuur is opgestapt. De twijfel blijft echter bestaan of de positie van het museum wel zo precair was als Shields beweerde en moest leiden tot de verkoop van werken uit de collectie. Het is merkwaardig dat Shields opstapt nu hij zijn zin over de verkoop heeft doorgezet, de museumsector tegen zich in het harnas heeft gejaagd en zijn plannen niet meer kan uitvoeren.

Deze kwestie doet denken aan het voornemen van toenmalig directeur Stanley Bremer van het Rotterdamse Wereldmuseum om delen van de collectie (de deelcollectie Afrika) op de commerciële markt te verkopen en zo een fonds van 60 miljoen euro op te bouwen. Bremer werd na veel tegenstand uit de museumsector en een publieksbeweging in 2015 de laan uitgestuurd en liet het Wereldmuseum verweesd achter, als makkelijke prooi voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Net als Shields stelde Bremer het ontzamelen voor als een noodzakelijke verkoop die diende om het museum het hoofd boven water te laten houden. Maar eerder lijkt het grote gebaar en de wil om met onorthodoxe maatregelen initiatief te nemen directeuren als Bremer of Shields te hebben gestuurd. In Rotterdam liep het goed af en werd de Afrikacollectie niet verkocht, in Pittsfield liep het slecht af en werden onder meer twee schilderijen van Norman Rockwell verkocht.

NB: Zie voor actueel nieuws via Twitter actiegroep Save the Art—Save Berkshire Museum

Foto: ‘This billboard along South Street in Pittsfield is visible near Guido’s as motorists drive north.’ In: The Berkshire Eagle, 2 juli 2018.

%d bloggers liken dit: