George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Ministerie van OCW

Voor stabiliteit van Nederland is het gewenst dat de verkoop van kunst uit nationaal bezit door Oranjes stopt. Wat doet de politiek?

leave a comment »

Het zijn geen radicale gekkies die kritiek uiten op het handelen van prinses Christina. Zij is lid van de koninklijke familie. Het zijn gevestigde burgers zoals museumdirecteuren, de Vereniging Rembrandt of een kunsthandelaar als Bob Haboldt die kritiek hebben op de verkoop van kunstvoorwerpen door Christina op een veiling bij Sotheby’s in New York. Als vanouds is de steun voor de monarchie het grootst bij het volk, maar lijkt dat de afgelopen jaren vervangen te zijn door een progressieve elite die de retoriek van het nieuwe koningspaar volgt. Dat is flinterdunne steun die sterk zou kunnen afnemen als de progressieve elite beseft dat Máxima zich altijd heeft geïdentificeerd met rechts-extremistische personages als priester Rafael Braun en de beeldvorming over de Oranjes valse elementen bevat. De uitverkoop van kunst door leden van de koninklijke familie om te kunnen voorzien in een luxe levensstijl lijkt geen aanbeveling om de steun van een progressieve elite te behouden. Het volk dat geen goed woord over heeft voor een koningshuis dat in haar kosmopolitisme is losgezongen van Nederland zal zich vermoedelijk niet storen aan de verkoop van kunst uit Nederlands kunstbezit, maar wel aan het eigenbelang van een koninklijke familie die zich niets aantrekt van Nederland.

Critici uit de kunstsector houden zich aantoonbaar in, maar hebben geen goed woord over voor Christina’s gedrag dat op zichzelf gericht is en niet op de Nederlandse samenleving. Dat straalt negatief af op de Nederlandse monarchie. Vooral omdat de verkoop niet op zichzelf staat en leden van de koninklijke familie of het koninklijk huis recent eerder kunst die deel uitmaakte van het Nederlands kunstbezit om commerciele redenen hebben verpatst. Aan de fundamentele vraag of het in deze gevallen om privébezit gaat of om nationaal bezit dat op oneigenlijke en bewust onduidelijk gehouden redenen in het bezit van de koninklijke familie is gekomen durven politieke partijen en de maatschappelijke elite niet hun handen te branden.

Zo resteert op dit moment een tussenpositie. Het koninklijk huis en de koninklijke familie reageren in het openbaar niet op maatschappelijke kritiek. En de kritiek houdt zich vanwege twee redenen in. Om de macht van de Oranjes niet te trotseren en om geen politieke en maatschappelijke effecten in gang te zetten die niet meer te stoppen zijn en munitie geeft aan de opkomst van nationalisten, gele hesjes en rechts-populisten.

Voor de stabiliteit van Nederland zou het verstandig zijn dat zich gevallen zoals de verkoop van kunstbezit (waarover ook twijfels bestaan over herkomst en verwerving) door Christina nooit meer voordoen. Dat kan op twee manieren. Door het instellen van een adviserende ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijk Huis‘ dat door (kunst)historisch onderzoek uitpluist of de toeschrijving van het kunstbezit van de koninklijke familie juridisch terecht is. Zo niet, dan dient het eigendom van de kunst zonder compensatie voor de koninklijke familie aan de Nederlandse staat toegeschreven te worden. En door het ondertekenen van een convenant waarbij alle leden van de koninklijke familie zich verplichten om hun kunstbezit dat van nationaal belang is niet eenzijdig en buiten overleg met de Nederlandse museumsector te laten veilen op de commerciële markt.

Advertenties

Geldzucht en kunstzinnig gebrek karakteriseren Oranjes. Oproep voor instelling ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’

with 3 comments

Naast gebrek aan culturele belangstelling is geldzucht de tweede zwakke plek van de Nederlandse koninklijke familie. Om niet te zeggen een smet op het blazoen dat het zelf graag opgepoetst ziet. Het is tijd voor twee debatten die met elkaar verband houden. Namelijk de vraag of de uiterste houdbaarheidsdatum van de Nederlandse monarchie is bereikt en of zo’n instituut nog wel bij de huidige tijd past. Inclusief het principe van erfopvolging dat haaks op dat van de democratie staat. De monarchie is een ondemocratisch instituut. Daar zou een breed maatschappelijk debat over gevoerd moeten worden waarbij opgelet moet worden dat de Oranje-propaganda via bevriende media niet dat debat naar zich toetrekt zoals tot nu toe gebeurt. Ik ben nog steeds verbaasd over alle journalistieke hielenlikkers, jaknikkers en hermelijnvlooien die bij de troonsafstand van toenmalig koningin Beatrix in 2013 haar bewierookten. Gemeten steun voor de monarchie bedraagt 68%.

Een bijkomende vraag is hoe en wanneer de kunst, bezittingen en het vermogen dat de koninklijke familie beheert in de administratie van de koninklijke familie is gekomen en welk deel een bruikleen van die staat is. Het is nu de hoogste tijd dat over het werkelijke eigendom duidelijkheid ontstaat. Om dat voor de kunst te onderzoek pleitte ik in een commentaar onlangs voor een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ met de volgende motivatie: ‘De opdracht is het tegen het licht houden van de rechtmatigheid van de kunstobjecten uit de collecties van (leden van) het koninklijk huis of de koninklijke familie in bredere zin. Door inventarisatie en documentatie kan per object worden geadviseerd over teruggave aan de staat. Daarna kunnen de kunstobjecten in langdurige bruikleen worden gegeven aan Nederlandse musea. Feit dat zo’n Restitutiecommissie die de teruggave van kunst in het bezit van de koninklijke familie afhandelt nooit van de grond is gekomen heeft te maken met de lange arm van de Oranjes. De politiek heeft nooit een vuist durven maken en toont zich tot op de dag van vandaag bang voor of geïntimideerd door het staatshoofd.’

Arjen Ribbens van NRC is in deze kwestie gedoken en onthult in een artikel van 24 januari dat de Oranjes in stilte kunst verkochten aan het Rijk. Daar is door de politiek nooit ruchtbaarheid aan gegeven. NRC: ‘De overheid kocht de cultuurgoederen om te voorkomen dat de koninklijke familie ze aan derden zou verkopen.’ Dit is een voor de Nederlandse koninklijke familie beschamend en beschadigend feit. Eruit blijkt namelijk dat geldzucht en zelfverrijking van leden van de koninklijke familie haaks staan op het algemeen belang van Nederland. Zoals Ribbens in onderstaand citaat constateert gaat het hier niet om een toevallig incident, maar om een stelselmatige situatie gedurende vele jaren waarbij verschillende leden van de koninklijke familie betrokken zijn. Het lijkt de leden van de koninklijke familie vooral te ontbreken aan een gezonde mentaliteit.

Wat te doen in een sfeer waarin politieke partijen beschroomd, om niet te zeggen doodsbenauwd zijn in hun omgang met de Oranjes en de gevestigde media welhaast als gelijkgeschakeld kunnen worden beschouwd in hun lofzang op het koninklijk huis? Mede omdat nu een geloofwaardige republikeinse factie ontbreekt en de vrees voor het rechts-populisme mogelijke critici doet zwijgen. Er valt door nalatigheid en het bederf van politiek en media wat de monarchie betreft op dit moment geen eerlijk en open debat te verwachten over de rol van de monarchie, en in het verlengde daarvan over bezittingen die het ten onrechte heeft geconfisqueerd en te gelde heeft gemaakt. Arjen Ribbens en NRC zijn trouwens de uitzondering op de regel. Dat geeft hoop dat dit debat ooit volwassen en evenwichtig zal worden kunnen gevoerd. De twee aspecten, namelijk het (kunst)bezit van de koninklijke familie en de levensvatbaarheid van de monarchie lijken elkaar te beïnvloeden.

Het is op dit moment zo dat kritiek op de monarchie vanuit de middenpartijen niet frontaal wordt geuit omdat dit door de machtspositie van de monarchale groeperingen zo goed als vruchteloos is, maar dat de kritiek het onrechtmatig kunstbezit, het ontzamelen en de schraapzucht van diverse leden van de koninklijke familie zou kunnen aangrijpen om een nieuw, zijdelings front van kritiek tegen de monarchie te openen. Als dat leidt tot het instellen van een ‘Restitutiecommissie Kunstbezit Koninklijke Familie’ dan dient dat een drieledig doel: er komt duidelijkheid over wantoestanden die leden van de koninklijke familie hebben veroorzaakt; Nederlands kunstbezit wordt beter beschermd en onder het beheer van de Nederlandse Staat gebracht; de bewustwording over de wezenlijke rol van de monarchie wordt verdiept en verscherpt en geeft media en politiek de ruimte om afstand te nemen en onafhankelijker én zelfbewuster van de lange arm van de Oranjes te functioneren.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ in AD, 25 januari 2019.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelOranjes verkochten in stilte kunst aan Rijk’ van Arjen Ribbens in NRC, 24 januari 2019.

Wat is er mis met verplicht bidden van schoolkinderen in de moskee?

with 2 comments

Dit fragment circuleert op sociale media. Binnen en buiten Nederland. Het wordt gebruikt om de islamitische indoctrinatie van Nederlandse schoolkinderen aan te tonen. Ze zouden verplicht moeten bidden in de moskee. Verdere context ontbreekt. Gerard de Boer verwijst in een posting op zijn blog naar OBS Het Palet in Ommen.

Meer dan de helft van de Nederlanders is niet gelovig. Godsdienst moet daarom niet overschat worden. Ook in de oriëntatie of burgerschapskunde van schoolkinderen niet. Het is prima als een basisschool open is naar de samenleving en de diversiteit die daarin bestaat, maar het deelnemen van schoolkinderen aan het bidden in een religieuze instelling zoals een moskee is een stap te ver. Oriëntatie kan beter bestaan uit het in contact brengen van schoolkinderen door leerkrachten van de gang van zaken in een religieuze instelling. Dat voldoet.

Het nieuwe normaal is niet gelovig. Dit soort oriëntatie is een achterhoedegevecht om godsdienst groter te maken dan het is. Echte oriëntatie kiest voor een filosofische invalshoek en kijkt verder dan oppervlakkigheid van een bezoek aan kerk of moskee. Echte oriëntatie op godsdienst en levensbeschouwing kijkt verder dan religieuze instellingen en het ene humanistische verbond dat er als excuus aan de levensbeschouwelijke kant wordt bijgeplakt om het ‘objectief’ te doen lijken. Echte oriëntatie stelt ook religiekritiek centraal en zet op een rijtje dat godsdiensten voor- en nadelen hebben. Burgerschapskunde bereidt schoolkinderen voor op de toekomst en geeft leerkrachten de ruimte om meer te doen dan het gemakzuchtig afvinken van kerndoelen. Dat is er mis aan bovenstaande video. Indoctrinatie wordt in de hand gewerkt door het ministerie van OCW.

Schijnbewegingen van The Art of Impact dienen de kunst niet

with 2 comments

Pieter van Os legt in een artikel voor NRC het gemis van The Art of Impact (TAI) bloot dat deze week de Impact Award uitreikte: ‘Goede kunst maakt indruk. Maar als iets veel indruk maakt, is het dan ook goede kunst? Dat is wel de gedachte achter ‘The Art of Impact’, een stimuleringsprogramma van het ministerie van OCW.’  Van Os stelt vast dat ‘impact’ op de samenleving een merkwaardig criterium voor goede kunst is. TAI presenteert de Impact Award als ‘de kunstprijs voor niet-kunstenaars’. De essentie waarom TAI tekortschiet zit hem in de verkeerde opvatting van wat kunst is en de annexatie ervan door centrumlinkse partijpolitiek. Exact in het tijdperk dat rechts-populisten als Thierry Baudet kiezers mobiliseren tegen hedendaagse kunst. In een commentaar verwoordde ik dat als volgt: ‘Kunstenaars worden niet als autonome producenten van eigen werk voorgesteld, maar als aanvullend op andere doelen, zoals de aanpak van ‘maatschappelijke vraagstukken’.

Zo wordt kunst vleugellam en partijdig gemaakt. Waarschijnlijk vanuit goede bedoelingen. Kunst wordt getemd en ondergeschikt gemaakt aan partijpolitiek. Deze inperking dient de kunst niet. Want kunst moet in volle vrijheid kunnen functioneren en aan niemand verantwoording hoeven afleggen. Als het begrip ‘linkse kerk’ nog niet bestond, dan is hij door minister Jet Bussemaker en Hedy d’Ancona voor TAI uitgevonden.

De video over de uitreiking van de Impact Award 2016 aan Anton Dautzenberg toont genadeloos het verschil tussen intentie en uitwerking. De entourage is de boodschap. Een culturele (pseudo)-elite speelt voor even anti-elite en huurt daartoe querulanten in en gaat daarna over tot de orde van de dag. Deze ventielwerking van TAI -die kunst ver weg van het alledaagse leven onderbrengt in een politiek reservaat- verstoort eerder de politieke druk van kunst op de samenleving dan dat die die helpt opbouwen. Iedereen speelt het spel mee en kan beseffen dat het een schijnvertoning is. TAI is in wezen een anti-politieke beweging of in elk geval een slecht doordacht project dat averechts uitpakt. Moderator en coördinator Tabo Goudzwaard praat met mooie woorden over het plaatsvinden van een systeemverandering, maar houdt vaag wat dat betekent. Hij kan ook niet anders, want TAI is de systeemverandering als pose. Er wordt gehint en verwezen, maar niet uitgewerkt.

NOS: Kuifje is kunst en dus miljoenen waard. Maar hoezo ‘dus’?

with 3 comments

nos

Een opmerkelijke titel ‘Kuifje is kunst en dus miljoenen waard’. De conclusie (‘dus’) is een hart onder de riem van de eindredactie van de NOS voor alle kunstenaars. Het afgelopen week gepubliceerde rapportCultuur in Beeld’ toont aan dat de inkomenspositie van kunstenaars slecht is. In de algemene berichtgeving door de gevestigde media is het feit echter nog niet doorgedrongen dat kiezen voor kunst als professie in de meeste gevallen armoede of karigheid inhoudt. Kunstenaars weten nu wat ze moeten doen. Zorgen dat ze kunst maken. De bankrekening wordt dan vanzelf gespekt. De miljoenen stromen binnen. Een kunstpraktijk neemt een grote vlucht. Kunst is een fluitje van een cent. Volgens deze titel van de NOS. Luilekkerland bestaat echt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel ‘Kenners niet verbaasd: Kuifje is kunst en dus miljoenen waard’ van de NOS, 19 november 2016.

De ondraaglijke nietszeggendheid van ‘The Art of Impact’. Wat voegt het toe aan de culturele sector?

with 4 comments

170-002-award-campagne_advertentie

De slogan ‘de kunstprijs voor niet-kunstenaars’ roept een aparte wereld op. Wie grasduint op de site van The Art of Impact (TAI) valt van de ene in de andere verbazing. Het grossiert in stellige uitspraken, zoals: ‘Veel kunstenaars hebben de ambitie om maatschappelijke impact te maken met hun werk. Hun inbreng wordt gelukkig steeds meer gezien als aanvulling en verrijking in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Maar het goed organiseren van de samenwerking tussen kunstenaars en maatschappelijke partijen is niet vanzelfsprekend. Dat is een vak apart!’ Kunstenaars worden niet als autonome producenten van eigen werk voorgesteld, maar als aanvullend op andere doelen, zoals de aanpak van ‘maatschappelijke vraagstukken’. Ai Weiwei, Craigie Horsfield, Jonas Staal of de Guerilla Girls kunnen wel inpakken. Ze worden gereduceerd tot toeleveranciers van instellingen als TAI. Een initiatief van het ministerie van OCW.

De aap lijkt uit de mouw te komen in de zinsnede ‘Maar het goed organiseren van de samenwerking tussen kunstenaars en maatschappelijke partijen is niet vanzelfsprekend. Dat is een vak apart!’ Hiermee stelt TAI zich anders voor dan het in werkelijkheid  is. TAI is geen intermediair tussen kunstenaar en maatschappelijke partijen, maar een intermediair tussen intermediairs. TAI pakt bestaande projecten uit de markt en zet er haar eigen stempel op. TAI initieert niet, maar ondersteunt wat er al is. Waarmee het geen invloed heeft op de kwaliteit van de projecten die het in huis haalt en moet nemen wat er op dat moment voorhanden is. Vraag is wat TAI toevoegt en wat kunstenaars en de culturele sector opschieten met het bestaan van zo’n extra bestuurslaag. Wat is de goede organisatie waar TAI zich op voorstaat en hoe en door wie wordt die getoetst?

Volgens een bericht van het Mondriaanfonds kost TAI 7 miljoen euro. Het ging eind 2014 van start en heeft in twee jaar niet tot veel bekendheid geleid. Het ‘onderzoekt en stimuleert bestaande en nieuwe kunstprojecten die een duidelijk maatschappelijk effect hebben‘. Maar wat is het maatschappelijk nut van ‘het onderzoeken van nieuwe kunstprojecten die een duidelijk maatschappelijk effect hebben’ door TAI? Klinkt dat niet onnodig vrijblijvend? TAI is geen academisch kenniscentrum dat is ondergebracht bij een Nederlandse universiteit. Het maatschappelijk effect van TAI is niet aangetoond. Het maatschappelijk nut dat het zegt te stimuleren wil nog niet zeggen dat TAI zelf enig maatschappelijk nut heeft. Het open deur-gehalte waarmee minister Bussemaker het voorstelt en het Mondriaanfonds dat overneemt geeft te denken over de degelijkheid van TAI: ‘Ook omdat kunstenaars hun werk vaak concreet inzetten om de wereld beter, mooier, schoner en leefbaarder te maken.’

Over effecten van stimuleringsprogramma’s (‘een extra impuls’) van de overheid bestaat vaak onduidelijkheid omdat de overheid ze vanuit zelfpromotie inboekt als gevolg van die programma’s, terwijl critici menen dat de overheid ermee op een al goed rijdende trein is gesprongen en het effect nihil is. Met als gevolg dat een verantwoordelijke bewindspersoon er succes voor opeist en het programma met die claim min of meer ‘legaliseert’, terwijl het effect van het programma niet meetbaar is. In dat niemandsland floreren ministers met hun succesverhalen. Zoals bij het innovatiebeleid van topsectoren door Economische Zaken. Bij TAI lijkt hetzelfde aan de hand. Uit hobbyisme en politieke profilering van minister Bussemaker wordt 7 miljoen euro onttrokken aan de reguliere begroting -die rechtstreeks bij kunstenaars terecht had kunnen komen- en besteed aan een intermediaire bestuurslaag van intermediairen waarvan het nut niet aangetoond kan worden.

Als voorbeeld van jargon, ongrijpbaarheid en nietszeggendheid van TAI als uitsmijter het woord aanSocial designer en jurylid voor de Impact Award Emer Beamer’ met ‘vertrouwen in onduidelijke processen‘:

tai

Foto 1: Logo Impact Award.

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikel ‘‘IK WIL EEN KIND GEEN PRULLENBAK VERKOPEN. IK WIL DAT HET MEEDENKT OVER AFVALRECYCLING IN HUIS’ op The Art of Impact.

OCW bedrijft propaganda met bericht over indemniteitsregeling

leave a comment »

in

Een merkwaardig bericht van het ministerie van OCW dat kopt dat het voor ‘meer musea makkelijker kunst lenen’ wordt. Wat betekent dat? Het gaat om de garantstelling door de landelijke overheid van bruiklenen, de zogenaamde indemniteitsregeling. In feite de overdracht van (een deel van) aansprakelijkheid/ risico van het museum dat de bruikleen aanvraagt aan de staat (zie p. 9 Toolkit). Indien toegekend neemt de staat dan 30% van de verzekeringskosten op zich. Uit het persbericht blijkt in de laatste alinea dat het ook langdurige bruiklenen betreft, zoals een overzicht Criteria indemniteitsregeling ook stelt. Dit maakt het rekensommetje van 300 gedeeld door 4 dat als voorbeeld dient minder inzichtelijk en eenduidig dan hier wordt verondersteld.

que

Op zich is het verstandig dat OCW de voorwaarden van de regeling aanpast, maar doordat het bedrag van 300 miljoen niet wordt verhoogd, is OCW vooral bezig met het verschuiven van problemen. OCW maakt de taart niet groter, maar houdt zich bezig met de verdeling ervan. Het roept weer nieuwe problemen op, zoals de bovengrens van 75 miljoen euro met als gevolg toenemende onduidelijkheid welke bruiklenen van een grote tentoonstelling waarop de indemniteitsregeling van toepassing is gedekt zijn door de staat. De tentoonstelling Munch: Van Gogh nu te zien in het Van Gogh Museum heeft een beroep van 290 miljoen euro gedaan op de indemniteitsregeling, zo bleek in juni 2015 uit een item van Nieuwsuur. Dat gefixeerde bedrag verzwakt de concurrentiepositie van Nederlandse musea tegenover buitenlandse musea, zoals Britse, Italiaanse en Franse.

Het persbericht wordt ontsierd door een onnodig politieke ingreep als marketing voor minister Jet Bussemaker (PvdA). De directe koppeling van de indemniteitsregeling aan museumbezoek is te simpel. Daar helpen geen algemeenheden aan over ‘de ontwikkeling van kennis, historisch besef en identiteit’. Het is jammer dat de politieke assistenten van minister Bussemaker zich niet terughoudend hebben weten op te stellen en een zakelijk persbericht over gewijzigde voorwaarden van een technische regeling meenden te moeten aangrijpen om propaganda voor hun minister te bedrijven. Een wijziging die naast voordelen dus ook nadelen kent.

Foto 1: Persbericht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 4 november 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van tabel ’Total value of objects covered by the indemnity scheme’ (p. 17) in: ‘Toolkit – Practical ways to reduce the cost of lending and borrowing of cultural objects among Member States of the European Union’, 2012.