Waarom wijzigt eindredactie NRC achteraf kop bij artikel over Afrika Museum?

Schermafbeelding van deel artikel Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘ van 23 april 2022 in NRC met gewijzigde kop. In de browser staat ‘onenigheid-over-de-koers-bedreigt-afrika-museum‘.

Op 23 april 2022 plaatste ik het commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ naar aanleiding van een artikel in NRC van die dag van Marit Willemsen over het Afrika Museum. Ik vond dat Marit Willemsen vele kansen had laten liggen en niet erg diep op dit onderwerp was ingegaan. In mijn commentaar beredeneerde ik wat zij ongenoemd had gelaten. Het commentaar sloot ik af met de volgende woorden:

Schermafbeelding van deel commentaarElementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum‘ van George Knight, 23 april 2022.

Nu is de kop die op 23 april 2022 luidde ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ veranderd in ‘Met de collectie wordt ‘onzorgvuldig omgegaan: Wat gebeurt er straks met het Afrika Museum?‘. De kop van de papieren versie van 25 april 2022 luidde weer anders: ‘Ruzie bedreigt het Afrika Museum‘.

De beslissende rol van de eindredactie van NRC valt op. Die doet meer dan het monteren van teksten, maar geeft daar ook kleuring aan. Die rol stopt blijkbaar niet op en kort voor 23 april 2022, maar gaat ook na publicatie in papier en online nog door.

Sleutelen achteraf aan koppen door eindredacties moet terughoudend gebeuren. Want de archieffunctie van een medium wordt erdoor verstoord. Wat was er volgens de eindredactie van NRC fout aan de eerste kop ‘Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘? Is de hoofdredactie van NRC door een van de betrokkenen na publicatie van het artikel van Marit Willemsen aangesproken door een van de twee in het artikel genoemde betrokken organisaties en heeft die druk gezet om de kop te wijzigen? Het hoeft niet zo te zijn, maar de wijziging roept deze optie over zich af.

De wijziging van de kop roept de vraag op waarom er een nieuwe kop is gekomen. Werd achteraf de kop van 23 april 2022 niet goed bevonden door iemand die de eindredactie die de eerste kop maakte heeft teruggefloten? Het is moeilijk in te schatten omdat het niet bij het artikel met de nieuwe kop wordt gemeld. Zodat het lijkt alsof de tweede kop de oorspronkelijke kop was. Het melden van wijzigingen in een artikel is blijkbaar bij NRC geen gebruik. Bij veel Angelsaksische media is dat wel zo. Zij melden dit soort wijzigingen nauwgezet.

De tweede kop is dubbelzinnig en minder duidelijk dan de eerste kop. Verwarrender dus. Het woord ‘onzorgvuldig’ wordt tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. Dat kan betekenen dat het om een citaat gaat. Maar het kan ook betekenen dat het om een gefingeerd citaat gaat. Van wie blijkt niet uit de kop.

Het lijkt er sterk op dat de eindredactie van NRC zelf behoefte heeft aan eindredactie. In elk geval legt de wijziging van de kop opnieuw de focus op de onenigheid tussen het NMVW en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum.

Schermafbeelding van deel artikel ”Onenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ in NRC, 23 april 2022. Met kop die achteraf door NRC is gewijzigd. Via commentaar van George Knight, 23 april 2022.

Elementen voor een vervolg op een artikel in NRC over Afrika Museum

NRC heeft geprobeerd om in een artikel over het Afrika Museum nuances aan te brengen en suggestieve opmerkingen achterwege te laten. Het geschil tussen het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) en de Congregatie van de Heilige Geest over het Afrika Museum in Berg en Dal ligt gevoelig. De Congregatie heeft de huurovereenkomst met het NMVW per 1 januari 2025 opgezegd. Tegen welke achtergrond speelt de controverse? Deze reactie probeert de basis voor een onderzoeksartikel te leggen dat oordeelt op basis van feiten en cruciale omstandigheden.

Schermafbeelding van deel artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van Marit Willemsen in NRC, 23 april 2022.

Moralisme

Het NMVW moraliseert. Dat is een prima verdedigingslinie om politiek en media op afstand te houden. Ze breken er niet doorheen of missen het besef dat dit een kwestie is. Gemoraliseer is een gevaar als het afleidt van het passende antwoord. Of liever gezegd van het stellen van de goede vragen. Daar gaat het artikel mank aan.

NRC-correspondent Oost-Nederland Marit Willemsen laat in haar artikelOnenigheid over de koers bedreigt Afrika Museum‘ van 23 april 2022 de woordvoerder van het NMVW praten en citeert geen antwoorden op scherpe vragen die ze hem stelt. Zodat men hieruit mag afleiden dat ze die vragen niet heeft gesteld.

Moralisme is niet waar het geschil over het Afrika Museum tussen het NMVW en de Congregatie over gaat. Het gaat over geld en macht.

Tussen de abstractie van mooie woorden die niet te verifiëren zijn en de macht van het geld dat zich grotendeels achter de ambtelijke en politieke schermen afspeelt kan een museum getoetst worden aan professionaliteit. Opvallend is dat beide partijen vinden dat het daar bij de ander aan schort. Kan het allebei waar zijn?

Gebrek aan professionalisme en strijd om geld

Het gebrek aan professionalisme van het NMVW dat in 2020 17,5 miljoen euro via regelingen van OCW ontving om een professionele museale organisatie op te bouwen zou door twee vragen die in het artikel onvoldoende aandacht krijgen bevraagd kunnen worden.

De eerste vraag is waarom het NMVW in het beleid mensen centraal stelt en objecten afwaardeert. Of attributen zoals toenmalig directeur Stijn Schoonderwoerd in 2019 zegt. Wat is de rol van de kunstobjecten in de collectie? Ze lopen het lot om tot een plaatje bij een praatje dat het NMVW wil verkondigen te verworden. Dat roept de vraag op waar de drie musea voor staan die samenwerken in de koepel NMVW en wat voor zelfbeeld degenen hebben die het beleid bepalen.

Zijn het kunstmusea die uitgaan van de objecten of eerder historiserende musea die aan de hand van de objecten een verhaal vertellen? Vanzelfsprekend is de keuze voor het laatste niet. Integendeel. Buitenlandse etnografische musea als het Duitse Hombuld Forum zetten de objecten centraal in hun presentatie. Dat hoeft per definitie ook weer niet, maar aanvaardt het evenmin als vanzelfsprekendheid dat objecten niet centraal worden gesteld.

De andere vraag die niet gesteld wordt is of het NMVW standaard volgens de geldende museale normen werkt. Dat zou een vanzelfsprekendheid moeten zijn voor musea die zijn aangesloten bij het Museumregister en de Museumvereniging. Daarbij komt dat het NMVW een budget van 24 miljoen euro heeft (2020). Zo’n bedrag brengt verplichtingen over de verantwoording van de werkwijze en de besteding met zich mee. Aanleiding voor twijfel voor de juiste besteding van het budget zijn herhaaldelijk optredende onregelmatigheden met klimatisering, brandveiligheid en slordige behandeling van objecten. Dat moet in kaart gebracht worden.

Identiteit

Willemsen praat direct met de Engelssprekende Jamaicaan Wayne Modest over Afrika en vertegenwoordiger Carel Verdonschot van de Congregatie mag daar op reageren. Het is de vraag of dat een evenwichtige journalistieke opstelling is. Daarbij komt dat het lijkt alsof van Modest vanwege zijn persoonlijke achtergrond wordt gedacht dat hij meer recht van spreken heeft. Maar heeft hij daarover meer te vertellen dan de paters van de Congregatie die betrokken zijn bij het Afrika Museum? Terwijl de laatsten daar gewoond en gewerkt hebben en het nog maar de vraag is of Modest ooit in Afrika is geweest.

Dat is het mechanisme van identiteit waardoor het artikel uit het lood komt te staan. Door die oppervlakkige laag vernis over identiteit weten tot nu toe alle artikelen over het NMVW niet tot de kern door te dringen. Ze graven niet dieper, maar blijven aan de oppervlakte van de vernislaag hangen. Dat proberen te bewerkstelligen is een defensieve strategie van het NMVW.

Identiteit die ons reduceert tot een enkel hokje is een belediging voor ons denken. ‘We zijn méér dan man, vrouw, wit, zwart, lesbisch of hetero‘, zegt Kwame Anthony Appiah. Journalisten die er stilzwijgend van uitgaan dat een enkel hokje veel, zo niet alles verklaart bezondigen zich aan lui denken.

Huidskleur is precair om te benoemen en behoort in positief noch in negatief opzicht een verschil te maken over de inhoud. Het NMVW zet het via het optreden van Modest bewust in als joker en verbindt het direct met uitspraken over kolonialisme of slavernij die daarmee geabsolveerd worden en niet meer open ter discussie kunnen worden gesteld.

Journalisten zijn terecht huiverig om daar verdere vragen over te stellen omdat ze dan raken aan de identiteit van de woordvoerder. Hun kompas wordt stuk gemaakt. De roze olifant in de kamer is in dit geval zwart. Wat niet wordt gezegd over het NMVW wordt zo interessanter dan wat wel wordt gezegd.

Pure overtuiging

Het artikel is interessant vanwege de impliciete claim van het NMVW op de meest pure overtuiging. Dat is als vanouds het voorrecht van religieuze organisaties als de paters van de Congregatie. Dat voorrecht betwist het NMVW door er haar eigen ietsistisch moralisme tegenover te zetten.

Zo ontstaat een onuitgesproken ideeënstrijd tussen de spiritualiteit van het NMVW die een combinatie is van marketing, zingeving, linksige politiek en claims op eigentijdsheid en moderniteit, en de traditionele godsdienst van de Congregatie die in eeuwen binnen marges is vastgelegd.

Deze claims en verschillen voeden het onbegrip tussen beide partijen. De vaagheid van het NMVW geeft deze organisatie manoeuvreerruimte en onduidelijkheid, terwijl de fixatie van de Congregatie traditie en voorspelbaarheid geeft.

Het is verre van verwonderlijk dat het NMVW beter bij de tijdgeest aansluit en vertegenwoordigers van de media zich daar beter mee kunnen identificeren. Zonder het volledig te hoeven begrijpen. Dit wordt versterkt doordat het NMVW door de gezochte vaagheid van overtuiging die brede marges opzoekt en zo bijna iedereen een mentale plaats biedt, terwijl het katholicisme van de paters strikter bepaald is en die manoeuvreerruimte mist.

Door sluimerende misbruikschandalen binnen de katholieke kerken hebben katholieke organisaties ook nog eens een slechte pers gekregen. Wat uiteraard niets met deze kwestie te maken heeft. Maar het bepaalt de beeldvorming. Van publiek en journalistiek.

Schermafbeelding van deel paragraaf ‘Missiepartners‘ van het NMVW op site Afrika Museum. Met tekst: ‘Mission first. Wij zijn een missiegedreven organisatie. Ons doel is te inspireren tot een open blik op de wereld en bij te dragen aan wereldburgerschap. In Nederland en ook elders in de wereld. Wij vertalen die missie door in al onze activiteiten, ook zakelijk. Onze partners delen die visie. Ook voor hen geldt: mission first. Dat betekent dat samenwerking meer zal opleveren dan geld alleen.

Slag in de media

Het NMVW profileert zich in de media met linksig identitair denken en ietsistisch moralisme waarvan journalisten in hun achterhoofd denken dat ze het met goed fatsoen niet tegen kunnen spreken. Omdat dat ongepast is en omdat de overtuiging van het NMVW zo vaag is dat het weinig om het lijf heeft. Daarmee heeft het NMVW de slag in de media al gewonnen.

Die slag houdt in dat het niet meer over de inhoud gaat. Dat het niet concreet en verifieerbaar wordt. Dat het museale professionalisme van het NMVW niet ter discussie wordt gesteld. Dat de rol van de kunstobjecten niet centraal staat. Wat het NMVW beweert blijft vaag en abstract. Wereldburgerschap, eigentijdsheid. diversiteit, dekolonisatie. Vul maar in, het claimt van alles en zegt niks. Geen journalist die voldoende doorvraagt.

Achter die vaagheid zit een bewuste strategie van het NMVW dat jaarlijks dus 17,5 miljoen euro overheidssubsidie ontvangt en dat veilig wil stellen. Binnen het ministerie van OCW heeft het NMVW niet onpartijdige medestanders die de openbaarheid en verantwoording uit de weg gaan, maar zich wel vanachter de schermen in de kwestie blijven mengen. Is het een wonder dat de Congregatie door OCW niet wordt aanvaard als serieuze gesprekspartner?

Vervolg: een duurzaam artikel

Het Afrika Museum van voor de fusie van 2014 werd in de jaren daarvoor positief beoordeeld door de Raad voor Cultuur en visitatierapporten. Is het omgekeerde waar dat de huidige bedrijfsvoering van het Afrika Museum door het NMVW aan kwaliteit heeft ingeboet? Dat zou nader onderzocht moeten worden. Waarom begrijpt Modest niet dat hij met de verwijzing naar de in 2007 ingerichte ‘duistere’ eerste verdieping feitelijk zijn eigen NMVW een brevet van onvermogen geeft?

Het artikel vraagt óf om een antwoord met detaillering door een deskundige met kennis van zaken over het reilen en zeilen van het NMVW én het Afrika Museum óf om een vervolg dat het perspectief van de Congregatie beter doet uitkomen dan deze poging van Marit Willemsen. Ook de rol van OCW kan in zo’n artikel nader uitgewerkt worden.

Wellicht kan de onderzoeksredactie van NRC helpen om door factcheck de feiten en claims op moraliteit van NMVW en Congregatie op een rijtje te zetten voor de basis van een duurzaam artikel dat zich niet laat leiden door oppervlakkigheden die afleiden van de zaak. Niet in het minst over geld en macht. Hard geld gaat voor slappe praatjes. De lezer verdient beter dan een impressie.

OCW wil geen aandacht voor eigen rol bij Afrika Museum en NMVW

Schermafbeelding van deel vacatureOnline Marketeer‘ van het NMVW op Jobs by Workable. Geplaatst op 1 april 2022.

I. Wat het belang van publiciteit en marketing is voor het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) valt uit een vacature voor een ‘Online Marketeer’ af te lezen.

In de vacature zegt het NMVW over zichzelf: ‘Momenteel zijn wij van de sector Publiek & Partners sterk aan het groeien binnen het team Digitale Communicatie & Online en zijn wij eraan toe om een nieuwe stap te zetten. Ben jij de nieuwe allround Online Marketeer die de handen uit de mouwen steekt om onze tentoonstellingen, evenementen en digitale content via onze verschillende online kanalen bekend te maken onder onze doelgroepen?‘.

Opvallend is de opmerking over ‘de emailmarketing van de vier musea‘. Tot nu toe deed het NMVW het in de publiciteit voorkomen dat het Wereldmuseum theoretisch een autonome rol had. Dat was in lijn met een motie van de Rotterdamse raad die voor samenwerking van het Wereldmuseum met het NMVW als voorwaarde een Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum eiste. Dat was gekoppeld aan de financiering. In 2016 beloofde het NMVW in een persbericht dat het Wereldmuseum ‘een zelfstandig Rotterdams museum‘ zou blijven. Hetzelfde geldt voor het Afrika Museum dat evenmin een eigen signatuur wordt gegund door het management van het NMVW. Maar dat was wel toegezegd.

II. De schijn van autonomie wordt door het NMVW in de vacature losgelaten en komt naar buiten. Dat is in strijd met genoemde Rotterdamse motie. De vacature benadrukt het belang van de centrale sturing vanuit het NMVW. Dat is er een teken van dat het management van het NMVW de autonomie van de vier musea niet belangrijk acht.

Dat raakt behalve aan de ondergeschikte rol van het Wereldmuseum ook aan die van het Afrika Museum. Verschil is dat het Wereldmuseum geen officiële fusiepartner is en het Afrika Museum wel. De vacature ondersteunt indirect de kritiek van de paters en broeders van de Congregatie dat het Afrika Museum binnen de koepel van het NMVW geen eigen rol kan spelen. In dit verband is het ook belangrijk om te vermelden dat de vier musea geen eigen directeur of locatiehoofd hebben die genoemde autonomie kan waarborgen.

Die autonomie bestaat alleen in een papieren werkelijkheid die het NMVW met actieve medewerking van de Directie Erfgoed en Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in stand houdt. Het NMVW en OCW zijn mentaal verstrengeld.

III. In een commentaar van 13 februari 2022 formuleerde ik de bezwaren tegen het NMVW als volgt: ‘1) een inhoudelijke koers die bestaat uit weinig aandacht voor kunstobjecten en dominantie van ‘een maatschappelijke programmering‘; 2) populisme in de marketing en de programmering; 3) aanhaken bij politiek activisme om identiteit leidend te laten zijn in de marketing en programmering en 4) een achtergestelde positie en een flets profiel van het Wereldmuseum in de koepel het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW).‘ Wat geldt voor het Wereldmuseum geldt ook voor het Afrika Museum.  

Het NMVW gebruikt in de eigen publiciteit en in interviews met de managers altijd mooie woorden waarvan het weet dat die politiek goed liggen bij ministerie, politiek en media en waarvan het ook weet dat ze abstract en niet toetsbaar zijn. Kortom, vrijblijvend.

Daar komt het NMVW nu al jaren mee weg. Critici binnen de organisatie worden gemaand om te zwijgen of worden eruit gewerkt. De doofpot blijft gesloten. Het gevaar voor het management van het NMVW is dat het overmoedig wordt. Daar lijkt deze vacature een teken van te zijn. Zijdelings.

IV. Media prikken niet door het laagje vernis van politiek correcte linksigheid met praatjes over wereldburgerschap en dekolonisatie van het NMVW én de verstrengeling van OCW en NMVW waarin de instandhouding van de jaarlijkse overheidssubsidie van meer dan 10 miljoen euro centraal staat én het gebrek aan museaal professionalisme van het NMVW.

Media gaan tot nu toe niet op zoek naar de werkelijke gang van zaken bij het NMVW. Media laten zich met een kluitje in het riet sturen.

V. Het Afrika Museum plukt daar nu de wrange vruchten van. Dat gaat zelfs zover dat de Directie Erfgoed en Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het Afrika Museum uitsluit van een open gesprek over subsidie en meent dat het het belang van het NMVW moet dienen, terwijl het notabene claimt dat het onpartijdig is. Wat de adviserende rol van de Raad voor Cultuur dan nog kan zijn is onduidelijk.

De komedie die het directoraat van OCW in dit dossier speelt is grotesk. Het wil de eigen rol uit de publiciteit houden. Die is sturend is en gaat verder dan het scheppen van voorwaarden voor musea uit de museumsector. Vandaar dit commentaar dat opteert voor transparantie over het NMVW en de rol van OCW in deze kwestie.

Vooruit Nederlandse media, laat je niet om de tuin leiden door het NMVW en de Directie Erfgoed en Kunsten van het Ministerie van OCW en ga uit op onderzoek. Vooruit woordvoerders cultuur in de Tweede Kamer, duik in dit dossier en stel vragen aan de bewindslieden van OCW.

Geschil tussen paters en het NMVW over Afrika Museum komt naar buiten. In de publiciteitsslag heeft het NMVW kortere lijnen naar politiek en media

Schermafbeelding van deel artikel ‘Sluiting dreigt voor Afrika Museum‘ van 9 april 2022 in De Gelderlander (achter betaalmuur).

Update 2 september 2022: Op 5 september 2022 zendt Andere Tijden op NPO2 om 20.25 uur een uitzending uit over de paters in Afrika en het Afrika Museum. Het persbericht van het door het NMVW beheerde Afrika Museum zegt: ‘Het Afrika Museum staat momenteel ter discussie. Het zou het stereotype beeld van Afrika bevestigen en moet daarom op de schop.’ Nogmaals, het is onder beheer van het NMVW dat dit ‘stereotype beeld’ wordt bevestigd.

De Gelderlander pakte afgelopen zaterdag 9 april uit met een artikel over de problemen bij het Afrika Museum in Berg en Dal. De journalisten spreken zelfs over een vechtscheiding tussen de eigenaren van gebouw en collectie, de paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest en de huidige beheerder, het Nationaal Museum voor Wereldculturen (NMVW).

De paters hebben de huurovereenkomst met het NMVW opgezegd zodat het Afrika Museum per 1 januari 2025 uit dat samenwerkingsverband van drie musea stapt. Dat is een fikse financiële en publicitaire aderlating voor het NMVW. Het krijgt jaarlijks meer dan 10 miljoen euro overheidssubsidie die mede is berekend op basis van de deelname van het Afrika Museum. Dat valt na 2025 weg zodat de overhead die op het Afrika museum wordt verhaald ook wegvalt. Reden voor de scheiding is dat de paters het niet eens waren met de inhoudelijke koers van het Afrika Museum.

Maar op hun beurt dreigen de paters ook in financiële problemen te komen. Want het ministerie van OCW zou het nieuwe Afrika Museum geen subsidie mee willen geven. Als het door het ministerie al aanvaard wordt als serieuze gesprekspartner. Dat kan ook anders dan via de culturele basisinfrastructuur, de BIS.

Hierover schreef ik op 2 maart 2022 in een commentaar: ‘Zo goed heeft het NMvW het Afrika Museum afgelopen jaren niet beheerd. Wellicht wel in de papieren werkelijkheid die het NMvW het ministerie van OCW voorspiegelt, maar niet in de museale werkelijkheid. Het is de beurt aan Berg en Dalse, Nijmeegse en Gelderse raadsleden en bestuurders om hier bij het ministerie vragen over te stellen.’

Een en ander wijst op een slecht huwelijk tussen beide partners. Dat de onmin nu publiekelijk naar buiten komt is een verder teken van de slechte verhouding. Publicitair zijn de paters kansloos tegen het randstedelijke NMVW dat dicht zit op de macht van Raad voor Cultuur, ministerie van OCW, Haagse politiek en randstedelijke media.

Te vrezen valt dat landelijke media de komende tijd deze kwestie te eenzijdig zullen benadrukken en het een pro-NMVW perspectief geven dat het management van het NMVW in hun oor fluistert. Journalisten die breed inzetbaar en niet specialistisch zijn dreigen te vallen voor de mooie verhalen van het NMVW over Black Lives Matter, zwarte piet en slavernij die in de kern niets met dit geschil te maken hebben. Laat staan dat het direct te verbinden valt met de geschiedenis van de collectie.

Door afleiding wint het NMVW naar verwachting de slag om de publiciteit en weet het de populistische koers en het eigen gebrek aan museaal professionalisme weg te poetsen door dit te verbergen achter een façade van mooie woorden over wereldburgerschap en kolonisatie.

Katholieke paters hebben in Nederland de mentale wind tegen en worden weggezet in de hoek van ouderwets en selectief. Dat is niet altijd terecht. Hun lijnen naar de politiek zijn sinds de ontkerkelijking sterk afgeslankt. Pikant is dat Afrikaanse politieke activisten juist het NMVW van hetzelfde beschuldigen waar het NMVW de Congregatie van beschuldigt. Namelijk ouderwets en selectief te zijn. Als dat in de media genoemd zou worden, dan zal dat de beschuldigingen van het NMVW tegen de paters neutraliseren. Dit aspect ontbreekt in het artikel van De Gelderlander.

Wie rekent op een eerlijk verhaal over deze kwestie van journalisten die zich nieuw inlezen en de details niet kennen leeft in een fantasie. De ongelijke machtsverhouding tussen de paters en het NMVW dat bovenmatig inzet op marketing en publiciteit en daarvoor ruimschoots budget en medewerkers heeft zorgt ervoor dat de paters geen eerlijke kans hebben om hun zaak in de publiciteit en politiek te bepleiten.

Tekenend voor de machtsongelijkheid tussen paters en NMVW is het feit dat oud-directeur Irene Hübner van het Afrika Museum door het NMVW wordt verboden om met de paters mee te denken over een doorstart. Dat zou volgens het NMVW uit haar overeenkomt blijken die ze bij haar vertrek in 2014 tekende. Zo’n verbod is buiten proportie. Het lijkt er sterk op dat het NMVW iets wil verhullen dat te maken heeft met de beheersovereenkomst uit 2014. Een passage uit het artikel van De Gelderlander doet vermoeden dat dit gaat over de collectie die volgens het NMVW niet en volgens de Congregatie wel buiten de beheersovereenkomst valt:

Passage over het spreekverbod van Irene Hübner door het NMVW in het artikel ‘Sluiting dreigt voor Afrika Museum‘ van 9 april 2022 in De Gelderlander (achter betaalmuur).

Dat machtsspel van het NMVW is tekenend. Het ziet het Afrika Museum van de Congregatie niet als partner of rivaal, maar als een concurrent die uitgeschakeld moet worden. Hiermee kiest het NMVW een offensieve houding die niet past binnen de collegiale Nederlandse museumsector. Dat zou zowel de media als het ministerie van OCW tot nadenken moeten stemmen.

De vraag die gesteld moet worden om tot begrip van dit geschil tussen musea te komen is niet zozeer wat de Congregatie is, maar wat het NMVW eigenlijk is.

Zie voor verder lezen over deze kwestie:

commentaar OCW wil geen aandacht voor eigen rol bij Afrika Museum en NMVW van 14 april 2022

commentaar Nogmaals het Afrika Museum en het disfunctioneren van het NMvW van 18 maart 2022

commentaar Afrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat? van 2 maart 2022

persbericht van de Congregatie van 1 maart 2022

commentaar Akwasi is zo vaag, politiek en algemeen in zijn kritiek op het Afrika Museum (NMVW), dat hij feitelijk aan het falen ervan niet toekomt van 25 oktober 2020

commentaar Bobiso Media Monde antiracisme activisten stelen Congolees grafbeeld uit Afrika Museum. En worden buiten gearresteerd van 11 september 2020

commentaar Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW van 30 juli 2020

Persbericht ‘Beëindiging huurcontract van de Congregatie van de Heilige Geest met het Museum voor Wereldculturen’

In aanvulling op het commentaarAfrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat?‘ van 2 maart 2022 publiceer ik met toestemming van de Congregatie van de Heilige Geest een persbericht van deze organisatie van 1 maart 2022. De Congregatie legt uit wat de redenen waren om de huuroverkomst met het NMvW te beëindigen. Opvallend is dat de Congregatie de indruk heeft ‘niet serieus genomen te worden‘ door het ministerie van OCW. Voor de volledigheid, ik kreeg het persbericht pas onder ogen nadat ik het commentaar van 2 maart 2022 had geschreven.

Afrika Museum stapt per januari 2025 uit het NMvW en zou geen rijkssubsidie meer ontvangen. Hoe logisch is dat?

Schermafbeelding van deel artikelPaters nemen Afrika Museum weer in eigen hand na ruzie over de naam en over Afrikaans dorp‘ in de Gelderlander, 1 maart 2022.

Eigenaar van de grond, de panden en de collectie van het Afrika Museum in Berg en Dal zijn de rooms-katholieke paters en broeders van de Congregatie van de Heilige Geest, een internationale missiecongregatie. De Spiritijnen waren overal ter wereld actief en ook in Afrika. De Nederlandse tak richtte zich in het bijzonder op Tanganyika, het huidige Tanzania. Dat verklaart het ontstaan van de collectie van kunstobjecten uit Afrika. Dat namen de broeders en paters mee terug naar Nederland als ze op vakantie kwamen.

De Congregatie zegt volgens het bericht in de Gelderlander per 31 december 2024 het huurcontract op met het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMvW). Reden die de paters daarvoor aangeven is dat ze hun Afrika Museum weer zelf willen gaan runnen. Een verschil van inzicht over de koers van het museum ligt aan de breuk ten grondslag. Maar er zijn veel meer redenen voor de breuk die in het artikel ongenoemd blijven. Daarover meer.

De Gelderlander heeft gesproken met lekenadviseur Carel Verdonschot die beseft dat de Congregatie ‘een fikse prijs’ voor de breuk moet betalen. Hij zegt dat ‘het ministerie’ heeft laten weten dat ‘er van hen geen subsidie meer komt‘. Dat het Afrika Museum van de Spiritijnen in 2014 werd gedwongen om te schuilen onder de koepel van het NMvW had een financiële reden. Dat was volgens Verdonschot toen een eis van het ministerie om voor rijkssubsidie in aanmerking te komen. Liefde tussen de Spiritijnen en de NMvW was er nooit.

De adviezen van de Raad voor Cultuur die afgelopen jaren zijn verschenen over het Afrika Museum zijn onevenwichtig en lijken naar een gewenste conclusie toe te werken die afhankelijk is van de politieke wind die er waait in de top van het ministerie van OCW. Zo is het Advies Afrika Museum (2013-2016) van 1 mei 2012, toen het museum nog niet toegetreden was tot het NMvW, positief over de collectie en ‘de heldere positionering’:

Schermafbeelding van deel advies Afrika Museum van 1 mei 2012 van de Raad voor Cultuur.

In een advies van de Raad voor Cultuur in een volgende subsidieronde van 1 mei 2016 nadat het Afrika Museum is opgenomen in het NMvW klinkt een ander geluid over het Afrika Museum.

Schermafbeelding van deel advies Nationaal Museum van Wereldculturen van 1 mei 2016 van de Raad voor Cultuur.

De eis dat het Afrika Museum een afspiegeling van het huidige Afrika moet zijn is oneigenlijk. Want geen enkel Nederlands museum is in de verste verte een afspiegeling van het verzamelgebied waar het zich op richt. Dit klinkt als een gelegenheidsargument dat er aan de haren bijgesleept wordt om het Afrika Museum in een politiek gewenste richting te sturen.

Marktdenken is dominant op het ministerie en het NMvW krijgt een subsidie van 10,145 miljoen euro omdat het universalisme en inspiratie tot wereldburgerschap in haar beleid centraal stelt. Daarbij wenst de politiek één loket om verschillende volkenkundige museum beleidsmatig aan te kunnen sturen. Verschil is dat door een andere politieke wind de waardering voor de collectie van het Afrika Museum in vier jaar tijd veranderd is in waardering voor een ideologisch gekleurd verhaal van het NMvW. De waardering voor het Afrika Museum is grotendeels afhankelijk van de politieke wind en is nauwelijks inhoudelijk of kunsthistorisch bepaald.

Waardering voor (de kunstobjecten in) de collectie van het Afrika Museum was in vier jaar tijd ineens veranderd in het tegendeel. Namelijk van het accent op kunstobjecten en hun verzamelgeschiedenis in een abstract politiek verhaal over universalisme, wereldburgerschap en allerlei vage begrippen waarvoor het management van het NMvW na influistering een willig oor vond bij de Raad voor Cultuur en het ministerie van OCW. En een subsidie van meer dan 10 miljoen euro.

De paradox is trouwens dat door protest van Afrikaans-Franse activisten van Bobiso Media Monde die in 2020 een beeld ontvoerden uit de collectie van het Afrika Museum en een Nederlandse opinieleider als de Ghanees-Nederlandse Akwasi de afgelopen jaren juist die beeldvorming van universalisme en wereldburgerschap van het NMvW vanuit de Afrikaanse gemeenschap werd bekritiseerd als ongeloofwaardig, onheus en vals. Ze haalden het NMvW dat zo graag een linksig imago uitstraalt links in. Zo zei Akwasi op het Erfgoedfestival in oktober 2020 dat het Afrika Museum niet inspireert en op de schop moet.

Het advies van de Raad voor Cultuur uit 2016 is niet zo afhankelijk als het lijkt als het zegt: ‘De kracht van het NMVW zit in het behoud van de drie merknamen. Het is van het belang de authenticiteit van de drie locaties te waarborgen‘. Precies daar is het NMvW de afgelopen jaren de mist ingegaan. Het pompt tentoonstellingen rond tussen de locaties waardoor de authenticiteit en de signatuur van de afzonderlijke musea niet worden behouden. Ze worden door inzet van het management van het NMvW op populisme en marketing inwisselbaar gemaakt. Een directeur of locatiehoofd is er niet en kan niet opkomen voor eigen authenticiteit. In het Afrika Museum was de afgelopen jaren onder meer de superkitsch van fotograaf Jimmy Nelson tot een tentoonstelling over carnaval in onder meer Venetië, Rio de Janeiro en Oost-Europa te zien. Organisatorisch en programmatisch heeft het NMvW het Afrika Museum laten verkommeren. Dat verklaart mede het besluit van de Spiritijnen.

Een en ander roept de vraag op waarom het Afrika Museum van de Spiritijnen als het per 1 januari 2025 weer zelfstandig wordt na de loskoppeling van het NMvW geen subsidie van het ministerie van OCW kan ontvangen. Dat kan ook anders dan via de BIS. Zo goed heeft het NMvW het Afrika Museum afgelopen jaren niet beheerd. Wellicht wel in de papieren werkelijkheid die het NMvW het ministerie van OCW voorspiegelt, maar niet in de museale werkelijkheid. Het is de beurt aan Berg en Dalse, Nijmeegse en Gelderse raadsleden en bestuurders om hier bij het ministerie vragen over te stellen.

Dat wil overigens evenmin zeggen dat het nieuwe Afrika Museum niet zal moeten veranderen om hetzelfde te blijven en het de oude koers van voor de fusie in het NMVW kan voortzetten. De Spiritijnen hebben nog ruim 2,5 jaar om zich te beraden op een nieuwe koers en het zoeken van samenwerking met partners. Een hernieuwde focus op kunstobjecten, de collectie, de verzamelgeschiedenis en authenticiteit biedt de kansen die het NMvW liet liggen. De randvoorwaarden blijven lastig, zoals ook het Missiemuseum in Steyl aantoont dat door de gemeente Venlo op het nippertje van sluiting werd gered.

Merkwaardig is dat een woordvoerder van het NMvW zegt om in de regio Nijmegen op zoek te gaan naar een alternatieve locatie. Als dat is bedoeld om het Afrika Museum publicitair, politiek en wat subsidie betreft de pas af te snijden, dan voelt dat als kinnesinne. Het lijkt vooral iets te zeggen over de echte opvatting van universalisme en wereldburgerschap van het NMvW. Waarom wil het NMvW het nieuwe Afrika Museum beconcurreren en zoekt het geen collegeale samenwerking?

NB: Zie hier het persbericht ‘Beëindiging huurcontract van de Congregatie van de Heilige Geest met het Museum voor Wereldculturen’ van de Congregatie van de Heilige Geest van 1 maart 2022.

Tot wat leidt spanning in de Code Diversiteit en Inclusie?

Schermafbeelding van een deel van de FB-paginaCode Diversiteit & Inclusie‘, 27 oktober 2021.

De Code Diversiteit en Inclusie in de culturele sector (april 2021) werpt een schaduw over de kunsten. Het Mondriaan Fonds hanteert deze gedragsregel. Veelzeggend is een opmerking in een vacature van dit Fonds voor een adviseur diversiteit en inclusie: ‘Daarbij word je nadrukkelijk gevraagd om je eigen perspectief mee te nemen naar de vergadertafel. Wel vragen we je over je eigen voorkeuren heen te kijken en een moreel of politiek oordeel te vermijden‘.

Uit deze twee zinnen blijkt spanning. Het is de vraag hoe reeël het is om van een adviseur met een ‘eigen perspectief‘ te verlangen om werkzaam te zijn zonder ‘een moreel of politiek oordeel‘ en wat dit zegt over het beleid dat het Mondriaan Fonds nastreeft. Ofwel, vraagt het Fonds het onmogelijke van adviseurs en hoe goed is het in staat om beleid door te voeren als bijna onmogelijke eisen aan de eigen medewerkers worden gesteld? Wat zegt dat over de status van de Code Diversiteit en Inclusie?

Spanning is het woord dat in de Code Diversiteit en Inclusie zit. Immers toch een grabbelbak van ongelijkheid waarin het compromis tussen belangen valt te herkennen. Spanning speelt op het vlak van de verschillende vormen van verschil in diversiteit en inclusie die afzonderlijk niet evenveel aandacht krijgen of even belangrijk worden geacht door de beleidsmakers en op het vlak van zichtbaarheid van verschillen van diversiteit die tot een hiërarchie leidt waarbij zichtbaarheid politieke steun op het hoogste niveau krijgt. Etniciteit en gender hebben de hoogste aandacht.

Onderstaande reactie plaatste ik op de FB-pagina ‘Code Diversiteit & Inclusie‘ omdat daarin de spanning valt te herkennen tussen de vormen van diversiteit en inclusie. Omdat die reactie op deze pagina nauwelijks of niet terug te vinden is, plaats ik die ook hier. Ik meen dat de mensen achter deze pagina moeite doet om het ‘breed’ te houden, maar er toch niet goed in slagen. Of dat komt door gebrek aan content, door een politiek of moreel vooroordeel van henzelf, door een gebrek aan urgentie of door een beleid van hogerhand dat selectiviteit oplegt vraag ik me af:

Schermafbeelding van deel brochureCode Diversiteit & Inclusie in de culturele sector‘.

De Code Diversiteit en Inclusie zegt op p. 6: ‘De code is van origine gericht op culturele diversiteit. Daarnaast geeft de code ruimte aan meer vormen van verschil, zoals gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd‘.

Ofwel, deze versie van de Code Diversiteit en Inclusie is divers en dient breed geïnterpreteerd en uitgevoerd te worden. Maken deze FB-pagina en de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie dat waar?

Daar lijkt het niet op. Het lijkt er sterk op dat de coördinatoren van de FB-pagina ‘Code Diversiteit & Inclusie‘ weinig ruimte geven aan ‘meer vormen van verschil’. Na het scrollen van de FB-pagina resteert een eenzijdig beeld van diversiteit in de culturele sector. Na lezing van de FB-pagina lijkt dat diversiteit en inclusie in de kunsten vooral over zwart/wit en gender gaat. 

Zoals gezegd, dat roept de vraag op of het in lijn is met de eigen definitie die als richtlijn voor het beleid kan worden gezien. Anders gezegd, maakt deze FB-pagina de claim waar dat het werkt ‘aan een gelijkwaardige sector voor iedereen’?

Is het erg dat de FB-pagina ‘Code Diversiteit & Inclusie’ diversiteit niet divers maar beperkt opvat? Want dat lijkt hier toch wel aan de orde te zijn en uit de gekozen focus voor enkele vormen van diversiteit en inclusie geconcludeerd te kunnen worden.

Waar laat dat de claim dat er door de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie gewerkt wordt aan een gelijkwaardige sector voor iedereen? In het debat over diversiteit en inclusie lijken tot nu toe de aandacht voor sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd zo goed als te ontbreken.

Men kan zich afvragen hoe beleid met zo’n eenzijdige focus heeft kunnen ontstaan die aantoonbaar in strijd is met de eigen uitgangspunten. Wat is hier aan de hand?

Het kan zijn dat de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie en de gelijknamige FB-pagina voornamelijk verslag doen van wat er in de kunsten gebeurt. Ze volgen en kunnen er niet meer van maken dan wat ze tegenkomen in het culturele veld. Als daar nauwelijks aandacht is voor sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd, dan doen ze daar nauwelijks verslag van. De keerzijde daarvan is dat ze de politiek populaire onderwerpen juist veel aandacht geven omdat daar in de media en bij instellingen veel aandacht voor is.

Hoe verhoudt zich dat tot de claim dat de mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie werken aan een gelijkwaardige sector voor iedereen? Wat betekent iedereen als iedereen aantoonbaar niet iedereen is? Waarom wordt de claim over iedereen en de vele vormen van diversiteit en inclusie gehandhaafd als die in de praktijk niet gehandhaafd wordt?

Kan de claim dat er aan een gelijkwaardige sector voor iedereen gewerkt worden voor de duidelijkheid en de eerlijkheid dan niet beter losgelaten worden? Dat is beter dan de pretentie van diversiteit en inclusie die bij nader inzien niet lijkt te kunnen worden waargemaakt. Dat geeft een façade van schone schijn waarachter de genoemde vormen sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd verdwijnen. Het is zelfregulering met een valse noot die niet harmonieus kan klinken.

Ik ga uit van de goede bedoelingen van alle mensen en brancheverenigingen achter de Code Diversiteit en Inclusie. Ik beschouw ze als onderaannemers van een beleid dat nog niet goed uitontwikkeld is. Dus beterschap is mogelijk. Mijn overwegingen komen niet voort uit kritiek op de wat ik als bovenmatige aandacht zie voor de vormen van diversiteit waar nu zoveel aandacht aan wordt besteed. Zoals de zwart/wit en gender aangelegenheid. 

Mijn zorg is anders. Ik constateer dat sociaaleconomische status en opleidingsniveau in Nederland in het debat over diversiteit en inclusie in de kunsten onzichtbaar zijn en zo goed als ongenoemd blijven. Er lijkt evenmin een tendens te zijn die op verbetering wijst. Deze ongelijkheid in aandacht voor verschillende vormen van diversiteiten en inclusie wordt door de aandacht voor de Code Diversiteit en Inclusie niet doorbroken, maar juist behouden. Zo beredeneerd lijkt het er sterk op dat de Code Diversiteit en Inclusie averechts werkt.

Aandacht voor sociaaleconomische status en opleidingsniveau in de kunsten lijkt een taboe dat culturele instellingen uit de weg gaan. Juist dan lijkt er een taak weggelegd voor het ministerie van OCW, het ministerie van SZW, het Mondriaan Fonds en alle in de Code Diversiteit en Inclusie samenwerkende brancheverenigingen en de publiciteitsmedewerkers die namens hen werkzaam zijn en de FB-pagina vullen met berichten over diversiteit en inclusie om diversiteit zo breed op te vatten zoals het bedoeld is. Zodat niet in theorie, maar in praktijk gewerkt wordt aan een gelijkwaardige sector voor iedereen.

Gesprek op de Mont Absurd. Moet op universiteiten kunst worden gecontroleerd?

Sparren en Mont-Blanc

Het is een nauw pad de berg Mont Absurd op. Het massief ligt diep verscholen in het academische departement. Het is een tocht tussen het wegwerken van ongelijkheid en het beperken van vrijheid. De overmaat van het een betekent een tekort van het ander. Het woord dat de reis karakteriseert is behoedzaamheid. Er dient voorzichtig te worden gelopen.

Gesprek op den Drachenfels (1835) van Jacob Geel is in de Nederlandse literatuur het voorbeeld van een tweegesprek tussen twee uiteenlopende meningen. In dit geval tussen het classicisme en de romantiek. Een Gesprek op de Mont Absurd zou een tweegesprek tussen een vertegenwoordiger van de totale vrijheid en identiteitspolitiek kunnen zijn.

Een routebeschrijving voor de tocht de Mont Absurd op is de ‘Handreiking voor het opstellen van een gendergelijkheidsplan‘ van de Adviescommissie Divers en Inclusief Hoger Onderwijs en Onderzoek die onder leiding van VU-rector Vinod Subramaniam is geschreven. Universiteiten staan onder druk van de EU om eisen over diversiteit door te voeren, al is het planmatig. Sanctie is een stop om deel te nemen aan Europese programma’s, zoals Horizon Europe, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. In Nederland is het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de intermediair tussen EU en universiteiten.

De ‘Handreiking‘ leest als een inventarisatie en bundeling van journalistieke verslagen en notities die losjes met elkaar samenhangen. Het is een aanzet tot een aanzet. Het is een verkennend stuk over een onderwerp in ontwikkeling. In dit geval gendergelijkheid. De TomTom is niet ingeschakeld omdat het terrein nog niet in kaart is gebracht. Er hangt dikke mist die het zicht beperkt. Het is blindvaren op een nieuwe radar die nog niet gekalibreerd is. Botsingen en ontsporingen zijn niet uitgesloten.

Schermafbeelding van deel ‘Handreiking voor het opstellen van een gendergelijkheidsplan‘ van de Adviescommissie Divers en Inclusief Hoger Onderwijs en Onderzoek, 15 juni 2021.

Een voorbeeld van het voorlopige en verwarrende karakter van de handreiking is het aandachtspunt ‘Controleren van de fysieke omgeving‘. Daar wordt ook kunst genoemd. Er wordt verwezen naar de Engelstalige versie van het verslagDiversere beelden van de universitaire geschiedenis‘ van de Universiteit Leiden. Overigens is dat ‘Diversere‘ in de titel geen gangbaar Nederlands, hoewel dat mogelijk een Leidse variant van het Nederlands is.

Dat verslag van de Universiteit Leiden noemt drie initiatieven om een meer divers beeld van de academische geschiedenis te geven. Een ervan heeft met kunst te maken: twee sculpturen van vrouwelijke wetenschappers, astrofysicus Ewine van Dishoeck en classicus Ineke Sluiter.

Schermafbeelding van deel artikelDiversere beelden van de universitaire geschiedenis‘ van de Universiteit Leiden, 4 februari 2021.

Het toont onschuldig bij de Universiteit Leiden. De inzet is dat er meer vrouwen in beeld dienen te worden gebracht. Dat gaat niet ten koste van mannen of andere gendercategorieën, maar corrigeert een maatschappelijke ongelijkheid. Het is lastig om geen sympathie te hebben voor dit voorbeeld dat iets rechtzet.

Wie echter teruggaat naar de ‘Handreiking‘ die spreekt over ‘kunst’ bij het aandachtspunt ‘Controleren van de fysieke omgeving‘ en dat letterlijk neemt weet niet wat de bedoeling is. Dat ‘Controleren van de fysieke omgeving’ roept een beeld op van controleurs in dienst van een autoritaire leider die met hun telefoon door universiteiten lopen om foto’s te nemen van kunst die volgens hen niet door de beugel kan. Of door de beugel van de EU, het ministerie van OCW en de betreffende universiteit.

Slordigheid, ongelijksoortigheid en het ontbreken van fijngevoeligheid zijn het gevaar van dit soort verkennende notities. Ze geven voeding aan kwaadwillenden door niet zorgvuldig te werk te gaan. Deels is dat onvermijdelijk omdat het een inventarisatie betreft, maar deels is het onnozel om niet te beseffen hoe politiek gevoelig het debat over identiteit ligt. Zeker als het wordt gecombineerd met de sector kunst die als vanouds bekendstaat als een maatschappelijke vrijplaats waar per definitie sturing van bovenaf ongewenst is en afgewezen wordt.

De ‘Handreiking‘ zet als vertegenwoordiger van identiteitspolitiek argeloze passen de Mont Absurd op door kunst in te bedden in het aandachtspunt ‘Controleren van de fysieke omgeving‘. De opzet is goed, maar de framing is fout.

Misleiding over identiteitspolitiek maakt kapot, nu is de kunst aan de beurt. Een afwijkende mening van Roderick Veelo over codes

Er bestaat bij opinieleiders onduidelijkheid over de toepassing van de Code Diversiteit & Inclusie die bij de toekenning van overheidssubsidies voor de kunst wordt gehanteerd. Onlangs was dat weer actueel bij de toekenning van de subsidies van het Fonds Podiumkunsten. Dat was toch al een beschamende bedoeling omdat vele positief beoordeelde gezelschappen en groepen geen geld toegekend kregen omdat … dat op was.

RTL-commentator Roderick Veelo is er in het opinie-artikelIdentiteitspolitiek maakt alles kapot, nu zijn de kunsten aan de beurt’ een voorbeeld van. Hoewel zijn onbegrip en foute weergave gespeeld kunnen zijn om een politiek punt te maken. Hoe dan ook lijkt Veelo niet uit te gaan van de realiteit, maar van zijn stokpaardjes over identiteitspolitiek. Het wordt er absurd op als hij verwijst naar de Code Diversiteit & Inclusie (CD&I) en dat reduceert tot ‘verschillen op basis van huidskleur, afkomst en gender’. In welk jaar leeft Veelo?

(Overigens ben ik een criticus van identiteitspolitiek als die gebruikt wordt om te verdelen en niet om te verbinden. Zo’n nieuwe apartheid die maatschappelijke scheidslijnen probeert te verwijderen door die te bevestigen doet niet wat het beweert te doen. Ofschoon ik begrijp dat enige positieve discriminatie nodig is om verschillen weg te werken. Als dat tot nieuwe uitsluiting en hegemonie, zelfs tot nieuw racisme leidt, dan schiet het zijn doel voorbij. De beste manier om deze verdelende identiteitspolitiek te neutraliseren is een combinatie van verbeterde sociaal-economische omstandigheden en verhoogd sociaal-cultureel bewustzijn.)

In theorie is de CD&I breder en vervangt het de oude Code Culturele Diversiteit (CDD). Alle verschillen tussen mensen worden er onder verstaan. Zoals gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Men kan zich wel afvragen in hoeverre de beoordelaars bij fondsen die nieuwere CD&I al hebben verinnerlijkt of dat ze nog mentaal aanhaken bij de oudere CDD. Want de CDD is opgegaan in de CD&I, dus door het accent te leggen op de normen van de CDD kan in theorie toch verdedigd worden dat de CD&I wordt gevolgd. Want een oordeel is per definitie subjectief en niet te kwantificeren.

Wegen beoordelaars een subsidieaanvraag die in bereik, productie en organisatie verwijst naar iemand met een handicap even zwaar als een aanvraag die verwijst naar iemand met een niet-witte huidskleur?

De kritiek die de lezing van adviezen oproept is een andere dan die van Veelo, namelijk het sterke accent dat op marketing wordt gelegd. Munitie voor die stelling geven de subhoofdstukken PUBLIEKSFUNCTIE in de MEERJARIGE SUBSIDIES 2021-2024 FONDS PODIUMKUNSTEN. Het is de vraag of in de adviescommissie onder leiding van oud-museumdirecteur Valentijn Byvanck de expertise over marketing goed is vertegenwoordigd. Want de twee ‘zakelijke leiders’ in de commissie, te weten Jessica de Jaeger en Renée Trijselaar zijn nog geen experts op het gebied van marketing en publieksbereik. Hoewel mogelijk deze adviseurs geadviseerd zijn door echte marketingsdeskundigen maken die laatsten niet de afweging. Wie toetst met welke expertise wat?

Dat leidt tot dit soort observaties (Instant Composers Pool): ‘De marketingactiviteiten staan in het plan beschreven als een zeer korte opsomming van acties. De commissie vindt echter geen aanknopingspunten hoe deze acties stapsgewijs tot de gewenste publieksgroei moeten leiden.’ De adviescommissie vindt geen aanknopingspunten. De vraag of dat iets over de ICP of de commissie zegt doet afbreuk aan de adviezen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIdentiteitspolitiek maakt alles kapot, nu zijn de kunsten aan de beurt’ van Roderick Veelo op RTL Nieuws, 6 augustus 2020

Minister Van Engelshoven knokt keihard voor de kunstsector en slaat zichzelf knock out

Vermoedelijk bedoelt NRC-journalist Guus Valk zijn tweet cynisch. Want wat betekent anders dat minister Van Engelshoven ‘zoals altijd keihard knokkend [is] voor haar sector’? Hiermee wordt de kunstsector bedoeld. Een minister die zoals altijd keihard knokt heeft iets potsierlijks, ongeremds en ongecontroleerds. Maar vooral iets ondoelmatigs, want deze minister bereikt niets en blijft daarom uit arren moede keihard knokken. Maar dat is vooral een mislukte oefening om een deuk in een pakje boter te slaan. Dat lukt deze D66-minister niet.

Het gaat Van Engelshoven niet om het resultaat, maar om de beeldvorming van het knokken. Daarom moet ze keihard blijven knokken, terwijl ze weet dat ze niets zal bereiken. Ze blijft keihard knokken als verdediging voor haar gebrek aan resultaat. Want ze bereikt in de coronacrisis niets voor de kunstsector. Alle bedrijven en sectoren hebben in het kabinet een minister die als aanspreekpunt hun belangen behartigt, behalve de kunsten. De kunsten hebben in het kabinet geen aanspreekpunt, maar een servicepunt voor een altijd keihard knokkende minister die vooral zichzelf knock out slaat. Als een bokser die na 12 ronden nog niets bereikt heeft en er nog 12, 24 of 36 ronden aan vastknoopt. En steeds weer meent te moeten herhalen hoe keihard ze wel niet knokt. Ingrid van Engelshoven is een minister die machteloosheid combineert met schaduwboksen.

EKWC-directeur Ranti Tjan besluit zijn opinie-artikelWie naast de KLM ook de cultuur redt, toont visie en koopmanschap’ in Trouw van 13 april 2020 als volgt: ‘Voor onze toekomst is de culturele sector van net zo groot belang als de KLM. Als ook wordt omgekeken naar minimaal 30.000 cultuurwerkers, dan overleven we de crisis op gepaste wijze. Als we nu geld pompen om ook deze sector overeind te houden dan hebben we komende decennia weer vreselijk veel lol om de cabaretiers die podia en tv bevolken, hebben we weer goeie nieuwe muziek op onze smartphones en kunnen we hart en hoofd plezieren in de musea. Als de overheid nu 2 miljard euro beschikbaar stelt aan de culturele sector dan zal tot in lengte van dagen de aflossing plaatsvinden. Niet voor twintig jaar, maar voor de komende eeuw kunnen we bogen op balsem voor de ziel: Nederlandse topkunst uit de 21e eeuw. Wie zowel de KLM als de cultuur redt toont visie en koopmanschap.’

Foto: Tweet van Guus Valk en eigen antwoord, 15 april 2020.