George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Vermaak

Kunstliefhebbers moeten beseffen dat in Brabant niet FvD of CDA, maar de VVD verantwoordelijk is voor het uitkleden van de kunst

with 2 comments

Hoor op de brug de muis stampen met de olifant. De paradox is dat Forum voor Democratie (FvD) zich in Brabant belangrijk maakt en de kritiek daarop hetzelfde doet. Dat is de valkuil. FvD is minder belangrijk dan die claim en het verwijt doen vermoeden. Ere wie ere toekomt. Het is de VVD die na zoveel jaren proberen de kunst om zeep te helpen eindelijk kan scoren in Noord-Brabant. Met oude, pre-Zijlstra ideeën van de VVD die kunst ziet als het verlengde van vrijetijdsactiviteit en vermaak. Lees ‘Manifestaties van de vrijheid des geestes: een liberale kijk op cultuur en sport’ (2012) van de Teldersstichting. Het wetenschappelijk bureau van de VVD. Daarin wordt voorspelt wat nu uitkomt in het Brabantse Bestuursakkoord. Kunst moet terug in het hok en wordt beschouwd als vermaak en vrije tijd. Getemd, tandeloos en onschadelijk gemaakt. Het is grootmoedig dat deze provincie zich daartoe opoffert. Die zelfkastijding zal wel een relict van het Rijke Roomse leven zijn.

Laten we ons niet misleiden door de pijlen te richten op FvD. Of op het CDA dat is bezweken voor de druk van radicale boeren en het gebrek aan regie in de landelijke top. Het is de VVD die kritiek of lof van kunsthaters verdient vanwege de cultuurparagraaf in het Bestuursakkoord. Of het ontbreken ervan. De VVD is in de Nederlandse politiek de kwade genius van het cultuurbeleid. Dat betaalt zich nu uit. De drank zal rijkelijk hebben gevloeid bij de olifanten in de VVD. Wat begon als een boeren- en milieuprobleem lost zich met weinig veranderingen soepel op voor die sector. Het is de kunst die in een potje Brabants driebanden de klos is. Dat was te verwachten, want in Nederland heeft kunst geen positie, geen sterke vertegenwoordigers, geen maatschappelijke steun en geen aanzien. Wat begon als een mestprobleem eindigt in Brabant als een tragedie voor de kunst. Dankzij de VVD die ondersteuning voor kunst haat zoals het steun voor multinationals omarmt.

Ideeën van VVD over kunst en cultuur als vrijetijdsactiviteit en vermaak opgenomen in Brabants Bestuursakkoord 2020-2023

with one comment

Het bovenstaande schreef ik in 2015 in het commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’. In die jaren werd de PVV als de kwade genius voor de bezuinigingen op de kunst gezien. Maar dat is fout gedacht. Dat is de VVD. Toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra bracht dat vanaf oktober 2010 in het kabinet Rutte I in praktijk. Een kleine 10 jaar later is de kunstsector nog steeds niet hersteld van de kaalslag van Zijlstra die te snel en te ondoordacht werd doorgevoerd. Maar zelfs de VVD kreeg het niet voor elkaar haar ideeën over kunst en cultuur als vrijetijdsbesteding en vermaak aan andere partijen op te leggen.

Dat was een brug te ver. Woordvoerder cultuur van de VVD in de Tweede Kamer Thierry Aartsen zette weliswaar zijn kruistocht tegen de kunsten (of: de hoge cultuur) voort, maar kreeg daar bij andere partijen geen steun voor. Nu is er het bestuursakkoord 2020-2023 van de provincie Noord-Brabant dat vanmiddag werd gepresenteerd. Over de totstandkoming en de rol van het CDA is elders al veel gezegd. Het is voor het eerst dat de ideeën van de VVD over kunst als vrijetijdsbesteding onvermengd in een bestuursakkoord worden opgenomen. De beoogde gedeputeerde voor Vrije Tijd Wil van Pinxteren (Lokaal Brabant) mag desgevraagd bij de presentatie van het bestuursakkoord dan wel zeggen dat het slechts een kwestie van woorden is, maar daarmee ontkent hij ondanks alles een majeure beleidswijziging op cultuurbeleid die uniek voor Nederland is.

 

Foto 1: Schermafbeelding van deel eigen commentaarOngelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond’ van 22 april 2015.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van paragraaf Vrij Tijd (p. 44) in Bestuursakkoord 2020-2023 (Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant) van de provincie Noord-Brabant, 7 mei 2020.

Zomaar twee fragmenten van Ozu en Welles. Leeft cinema nog?

leave a comment »

Pinscreen animatie van Alexander Alexeieff en Claire Parker voor de proloog van ‘Le procès’ (The Trial) uit 1962. De stem van Orson Welles vat Franz Kafka’s ‘Vor dem Gesetz’ samen. Een vergelijking van leven en wet.

De Japanse meester Yasujiro Ozu doet in Nagaya shinshiroku (Record of a Tenement Gentleman) uit 1947 het omgekeerde. Bombast tegenover leegte, uit de hoogte tegenover ooghoogte, ernst tegenover terloopsheid.

We hoeven niet te kiezen. Het heeft allebei waarde. Topregisseurs uit het verleden zijn tegenwoordig naar de marge van YouTube of de matinee in filmmusea verbannen. Ze sporen niet langer met onze tijd. Da’s zowel de loop der dingen als verarming. Film was altijd tegelijk kunst en vermaak. Wordt dat evenwicht ooit hersteld?

(Kan een kunstvorm die de eigen geschiedenis verwaarloost kunst genoemd worden? Wat zou de beeldende kunst van nu zijn als die slechts mondjesmaat Manet, Vincent van Gogh, Matisse of Gerhard Richter toonde?)

Ongelijk van Halbe Zijlstra’s cultuurbeleid opnieuw aangetoond

with 6 comments

geven

Halbe Zijlstra (VVD) wist hoe het zat toen hij staatssecretaris van cultuur (2010 -2012) was. Zo pretendeerde hij. Bezuinigen op kunst door de overheid kon omdat particulieren en bedrijven in het financiële gat zouden springen. Dat was ‘Een nieuwe visie op cultuurbeleid’ zoals hij dat in een kamerbriefMeer dan kwaliteit, een nieuwe visie op cultuurbeleid‘ van 10 juni 2011 presenteerde. Er is niets van Zijlstra’s plannen uitgekomen, want de markt had weinig behoefte om in het gat te stappen dat de overheid bewust liet ontstaan. Er werd al in 2010 door vele kanten voor gewaarschuwd dat hij het bij het verkeerde eind had. Het was niet meer dan blufpoker en nattevingerwerk zonder onderzoek waar de VVD’er zich op baseerde. Op weg naar de volgende functie zonder verantwoording af te hoeven leggen voor zijn miscalculaties. Met rampzalige gevolgen.

Vandaag wordt de onjuistheid van Zijlstra’s beleid opnieuw bevestigd. Daan van Lent citeert voor NRC uit het morgen te verschijnen tweejaarlijkse rapport ‘Geven in Nederland’ van het Centrum voor Filantropische Studies aan de VU: ‘Giften aan cultuur zijn sinds 2011 verder teruggelopen. (..) De daling is opmerkelijk, omdat de overheid in 2011 besloot fors te bezuinigen op cultuur en een beleid inzette dat instellingen juist meer geld zouden moeten aantrekken uit de particuliere sector. (..) De daling komt vooral door sterk dalende sponsorgelden. De onderzoekers geven daarvoor geen verklaring. Maar uit jaarverslagen van culturele instellingen bleek vorig jaar al dat musea, orkesten, toneel- en dansgezelschappen bij bedrijven merken dat deze sinds de recessie de hand op de knip houden en bovendien geen zin hebben om in het gat te springen dat de overheden hebben laten liggen liggen.’ Nogmaals, het was voorspeld dat het zo zou gaan.

Het is dus allemaal nog veel erger dan wat Zomergast Johan Simons in 2013 zei: ‘Onze vorige staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra die zei dat hij blij was dat hij geen verstand had van kunst, want dan kon hij heel makkelijk snijden. Ik weet niet of er überhaupt bezuinigd moet worden, daar zijn ook andere stemmen, maar de manier waarop die man omgegaan is met ons kunstenaars neem ik hem zeer kwalijk en zal ik hem ook altijd kwalijk nemen. Het gaat niet aan dat iemand die staatssecretaris van Cultuur is dat durft te zeggen, terwijl een staatssecretaris van Cultuur het hoort op te nemen voor cultuur. Ook al krijg je als opdracht om te bezuinigingen dan moet je dat serieus uitleggen. (..) Je kunt toch niet zeggen als je een ministerie onder je hebt blij te zijn niet zoveel verstand van kunst te hebben om makkelijker te kunnen snijden. (..) Ik vind het respectloos beleid. We hebben te maken met een regering die redelijk respectloos met de kunst omgaat.’

De VVD is de oorzaak voor de recente kaalslag op cultuur en heeft dat in de afgelopen jaren voorbereid en vormgegeven. Eerst binnen de VVD-fractie bij monde van cultuurwoordvoerder Han ten Broeke, in 2010 door VVD-informateur Ivo Opstelten in het regeerakkoord en in de uitvoering door staatssecretaris Halbe Zijlstra. Een toelichting bij het rapport ‘Manifestaties van de vrijheid des geestes’ van de Teldersstichting claimde de eigen verdienste: Omdat cultuur en sport voor de gemiddelde burger vrijetijdsactiviteiten zijn, vormen van vermaak, rijst de vraag hoe de gewijzigde taakopvatting van de overheid op de terreinen van cultuur en sport zich verhoudt tot de liberale staatsopvatting. Voor de VVD is cultuur een vorm van vermaak. Dan is blijkbaar alles geoorloofd om de burgers wat op de mouw te spelden en slecht doordacht beleid voor te zetten.

Schlaraffenland
Foto 1: Schermafbeelding van hoofdstuk ‘1.5 Geven aan cultuur’ uit kamerbrief ‘Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid’ van Halbe Zijlstra (2011).

Foto 2: Pieter Bruegel de Oude, ‘Luilekkerland’ (1567). Collectie: Alte Pinakothek, München.

Gelukkig is hedendaagse kunst niet zelfgenoegzaam. Wie weet dat?

with 5 comments

M’n toevallig oog viel op een artikel over hedendaagse beeldende kunst, of liever gezegd de kloof tussen massa en elite van Willem Jan Hilderink voor Dagelijkse Standaard. De titel ‘Gelukkig is hedendaagse kunst niet belerend’ is ongelukkig. Die meent te zeggen dat het publiek zich niet de les laat lezen, maar da’s wat anders. Ik viel vooral over de volgende passage: ‘Wat pas echt wringt, wat echt vervreemdt, is de drang die kunstenaars voelen het klootjesvolk op te leiden, te confronteren, de maat te nemen, belachelijk te maken.’

Dit is een aanname die de auteur niet onderbouwt en die slechts voor 25% juist is. Het is klinkklare onzin dat kunstenaars de drang voelen om de burgers op te leiden, de maat te nemen of belachelijk te maken. Op hoeveel waarnemingen, uitspraken en kunstwerken baseert Hilderink dat? Het is wel juist dat kunstenaars de samenleving een spiegel voorhouden en burgers confronteren. Logisch, want da’s exact de functie van kunst.

Eigenlijk is het precies omgekeerd aan wat Hilderink suggereert. Niet de kunstenaars maken het klootjesvolk belachelijk, maar het klootjesvolk -daartoe aangevoerd door politici van de VVD, gevolgd door die van de PVV en alle andere politici rond het Binnenhof- maken kunst en kunstenaars belachelijk. Met een moeilijk woord wordt dat dédain genoemd. Ofwel, de minachting, de neerbuigendheid en het gebrek aan respect dat de kunstenaars van delen van de samenleving krijgen. Vaak ook nog eens met een trap na.

Het is ten dele waar dat de hedendaagse beeldende kunst het contact met de massa verloren heeft. Hoewel dat wel meevalt voor wie de bezoekcijfers van de kunstmusea ziet en daar langs een oneindig schuifelende grijze golf moet slalommen. Maar het is waar dat de experimentele, grensverleggende kunsten het relatief slecht doen. Dat geldt overigens voor alle disciplines, ook voor dans, film, literatuur, muziek of theater.

Is dat erg? Ja en nee. Het is nu eenmaal een wetmatigheid dat minder behaagzieke kunsten op minder waardering en begrip kunnen rekenen bij het brede publiek. Da’s iets van alle tijden. Pas als kunstenaars de kloof groter en onoverbrugbaarder maken dan nodig is, dan doen ze iets fundamenteel verkeerd. Eerder niet.

Hilderink laat ongenoemd dat musea met educatieve programma’s moeite doen om ‘moeilijke‘ kunst aan het publiek uit te leggen. Het is niet zo dat kunstenaars of musea vanuit een arrogante houding kunst ‘droppen‘. Zo heeft Wim T. Schippers voor Museum Boijmans meer dan 500 vragen per video beantwoord over z’n pindakaasvloer. Iets waarin Hilderink geen kunst kan zien omdat hij het niet begrijpt. Toch de juiste manier om het publiek bij kunst te betrekken die op het eerste gezicht afstoot, vreemd is en onbegrijpelijk lijkt.

Hilderink gaat ook voorbij aan al die beeldende kunstenaars die in wijken, bij manifestaties, op beurzen of in hun atelier tijdens atelierroutes moeite doen om hun kunst telkens weer uit te leggen aan een breed publiek. Kunstenaars die daar ondergemiddeld mee verdienen en doorgaans lange uren maken. En, niet iedereen hoeft geïnteresseerd te zijn in hedendaagse (beeldende) kunst. Zoals ook niet iedereen geïnteresseerd is in voetbal, schaatsen, Big Brother of Dave Roelvink. Ook voor mij nu bekend door Hans Beerekamp. Laat dat zo blijven in de pluriforme Nederlandse samenleving. Gespeeld onbegrip over zowel het een als het ander is ongepast.

Fluxus uit 1962 is voorbeeld voor kunst van nu. Opvolgers? Waar?

with one comment

Fluxus is alles wat kunst vandaag niet meer mag zijn. Daarom is dit verslag uit 1962 van een Fluxus-festival verhelderend over 2014. Twee reacties bij een vorige posting over het hedendaags cultuurbeleid vatten twee aspecten daarvan samen. Karin Wolfs: ‘De kunsten hebben zich instrumenteel laten maken aan hoger gewaardeerde belangen als economie (geld!) en goede doelen waar geen weldenkend mens bezwaar tegen kan hebben (denk aan natuurbehoud of mensenrechten). Waar de overheid terugtreedt op cultureel gebied, sprongen belangenclubs en bedrijven in het gat. Die partijen zijn er niet op uit de vrijheid van kunstenaars te faciliteren, maar naar hun hand te zetten. Met elke zak geld komen er nieuwe eisen bij waar makers rekening mee hebben te houden’ . Jamie Rann: ‘En dit is waar Manifesta 10 hetzelfde probleem tackelt als hedendaagse kunst overal: hoe kan het een breder publiek bereiken dan een smalle coterie van kenners en meelopers?’

Fluxus was tamelijk elitair. Wat maakt het uit? Het lot van de avant-garde is om in de eigen tijd niet begrepen te worden. Begrip en waardering komen per definitie later. Waarom wringt een kunstenaar zich in bochten om publiek en beleidsmakers te behagen? Wat levert dat meer op dan verwaterde kunst die niemand smaakt en schaamte achteraf bij de kunstenaar over eigen behaagzucht? In dat proces van domesticatie en aaibaarheid. Verzeild in dat foute circuit van verkeerde mensen die om de verkeerde redenen met kunst in de weer zijn.

Ok, er moet brood op de plank komen om de huur te betalen. Maar zelfs dan moet een kunstenaar de ruimte nemen om de eigen vrijheid te bevechten. Niet bij voorbaat zonder het gevecht aan te gaan de witte vlag hijsen. Speelsheid, dwarsigheid, spelen met verwachtingen, maatschappijkritiek, het is allemaal mogelijk. Fluxus (of Dada) is geweest, keert niet meer terug, is tijdgebonden en moet niet geïdealiseerd worden. Maar de onverschrokkenheid en de serieuze onzin doen nog steeds navolgen. Dat mist de kunst anno nu. Immens.

Korten op kunst presenteert VVD als beschaving. Is dat verdorven?

with 4 comments

NL1012_0

Een inleiding over Cultureel ondernemerschap en beschaving kondigt een symposium aan op Erasmus Academie op 8, 9 en 10 september. Met medewerking van Arjo Klamer en Slawek Magala. Niet als eerste merkt de inleider op dat de VVD victorie kraait over de cultuurbezuinigingen en meent dat op de markt het cultureel ondernemerschap kan bloeien. Waar dat optimisme op is gebaseerd maakt de VVD niet concreet. Op een haperende economie? Op teruglopende sponsoring door bedrijven of op liberaal wensdenken? Naar verwachting zullen naast de landelijke bezuinigingen en een ingekrompen basisinfrastructuur de lagere overheden in vergelijking met 2011 zo’n half miljard euro op kunst bezuinigen. Volop ontwikkelingen waarop overheden en zogenaamde cultuurondernemers moeten inspelen wil de cultuur in Nederland overleven.

De Erasmus Academie concludeert: ‘Uiteindelijk zal de beschaving best blijven bestaan, zoals de VVD beweert, ook zonder cultuursubsidies. Het is alleen even de vraag welke beschaving.’ Ofwel, welke cultuurpolitiek wordt ontwikkeld om welke kunst te laten bestaan? Kunst die behaagt, kunst die status geeft of kunst die tegendraads is? Da’s een keuze die de politiek maakt. De nog steeds niet geluwde woede van de kunstsector over het bestaande cultuurbeleid balt zich samen in de poster van Loesje. Subsidies aan ABN AMRO hebben de belastingbetaler zo’n 30 miljard euro gekost, zodat ook de kunstsector gedwongen moest inleveren. Welke kunst VVD en PvdA voorop zetten is duidelijk: bankje kijken. Om te kunnen zien hoe de bonussen toenemen op kosten van de staatssteun. In haar vlegelachtigheid heeft de VVD de branie om dat beschaving te noemen.

Foto: Loesje, Cultuurbezuinigingen, 2013.

Kunst is een madam zonder basis. Glans als cultuurpolitiek

with 8 comments

Breitner GH 1890s model for painting

Financieel geograaf Ewald Engelen ziet in een column voor Het Parool de kunst als de hoer van de uitbater. Een pronkzuchtige madam die heeft afgerekend met haar verleden, de wereld is ingetrokken en op geen plek meer thuishoort. Hij is verheugd dat het Amsterdamse museumplein en de omringende musea er weer mooi bijliggen. Het Rijksmuseum, Stedelijk en Van Gogh pronken. De bouwputten zijn dicht, de steigers afgebroken en de zalen stijlvol ingericht. Alles glanst. Laat de toeristen maar komen met hun dikke portemonnee.

In die glanzende oppervlakken ziet Engelen tegelijk een probleem. Het glanst te mooi: ‘Het plein is een geldmachine geworden: visueel aantrekkelijk en esthetisch genotzuchtig, houdt het de bezoeker aanminnig een fictief zelfbeeld voor van avant-gardistisch, elitair kosmopolitisme, die ook bijvoorbeeld non-plaatsen als Schiphol en de Zuidas uitstralen.‘ Het bevalt hem matig, op de koop toe om ouderwets gevonden te worden.

De ouderwetsheid van Engelen is een verwijzing naar Nederland van voor de crisis. Of liever gezegd, van voor de culturele kaalslag door de VVD, geholpen door PVV en niet tegengewerkt door PvdA en CDA. In de optiek van Engelen schuurt er iets op het museumplein. Maar dat valt de witte wijn en kreeft etende elite niet te verwijten. Of de in zwarte kledij met designbrillen vernissages aflopende elite-in-aantocht op weg naar meer.

Het gemis dat Engelen constateert en ervaart zonder het goed onder woorden te kunnen brengen is een direct gevolg van het verstoorde evenwicht van het kunstbeleid. Zoals de VVD dat op de rails heeft gezet om het onder parvenu-achtig leedvermaak integer te laten ontsporen. Het verwijt dat het Rijks, Stedelijk en Van Gogh zijn zoals ze zijn zou een dwaas verwijt zijn. Voor de duidelijkheid, dat zegt Engelen ook niet. Wat Nederland, Engelen en alle kunstliefhebbers van Nederland missen is een tegenwicht voor de grote kunstinstellingen.

In de cultuurbezuinigingen zijn de topinstellingen ontzien. Mede om het beeld van een creatief landje naar het buitenland toe in stand te houden en het toerisme te laten blijven draaien. Op witte wijn en kreeft. Richard Florida als onmisbare noot in cultuurpolitieke beleidstukken die een creatieve klasse in elke stad van het land als een overal opduikend spookleger een basis laat leggen onder elke overheidsinvestering. Grootheidsdenken heeft een keerzijde. Experiment en talentontwikkeling zijn even blingbling als het repareren van het riool. Pas na enkele regeringsperioden wordt zichtbaar dat het ontbreekt. Wie maalt daar nou om? Wie weet dan nog wie Zijlstra, Bussemaker of Rutte waren? Hedendaagse blingblingkapitalisten schuiven de toekomst van de kunst onbezonnen voor zich uit. Da’s het gemis van het museumplein. Onder de oppervlakte ontbreekt de basis.

Foto: George Hendrik Breitner, Schildersmodel, circa 1890.

Op pad met de Piraten naar een beter kunstbeleid

with 2 comments

Nederlandse Piraten doen het vrijwillig. De partij is in ontwikkeling. In allerlei groepen en commissies wordt gewikt en gewogen. De vergelijking met Duitsland is oneerlijk omdat de Duitse Piraten subsidie kregen om een professionele organisatie op te zetten. Dat tempert de verwachtingen voor 12 september. Voordeel is dat bij de Nederlandse Piratenpartij de basis ook over het programma meepraat. Het Piratepad biedt zelfs niet-leden de mogelijkheid om met nieuwe ideeën te komen. Ik gaf input voor de cultuurparagraaf. Denk ook mee:

De bovengemiddelde bezuinigingen van 200 miljoen door staatssecretaris Zijlstra op kunst dreigen door geen enkele partij ongedaan te worden gemaakt. Ook de PvdA zette in contacten met de kunstsector eerder informeel in op minimaal 50 miljoen bezuinigingen.

De netto-opbrengst van de bezuinigingsoperatie is klein en het effect is groot omdat het veel laagbetaalde banen vernietigt. Straks komen in steden gebouwen leeg die nu culturele instellingen huisvesten. Ze kunnen de lasten niet meer dragen omdat de subsidies van rijksoverheid of stedelijke overheden zijn gestopt, of sterk worden verminderd. Dit geeft onvoorziene effecten op deze steden.

Het delen van cultuur en informatie is een kernpunt zodat het voor de hand ligt om voor te stellen de bezuinigingen terug te draaien. Ze in ieder geval tot onder de 50 miljoen te brengen. Een doelmatigheidskorting tussen de 20 en 40 miljoen geeft mooie symboliek tussen de realiteitszin van wel bezuinigen die minder is dan andere partijen voorstellen.

Zijlstra en het advies van de Raad voor Cultuur houden de topinstellingen in stand en korten bovenmatig op de talentontwikkeling en de ontwikkelinstellingen. Ook een generatieconflict omdat jongere kunstenaars zich doorgaans nog aan het ontwikkelen zijn. Het is voor de toekomst van de kunst gewenst om talentontwikkeling in stand te houden.

Terugdringing van de omvang van de kunstsector hoeft niet verkeerd uit te pakken. Dat begint dan met de voorgestelde inkrimping van het kunstonderwijs. Maar de kwaliteitsvernietiging vanwege economische motieven die nu dreigt zal voor de toekomst van de kunstsector rampzalig uitpakken.

Zowel het auteursrecht als de cultuur en informatie moeten breder opgevat worden dan het internet alleen. Want een en ander lopen in elkaar over.

Foto: Affiche protest tegen bezuinigingen in de kunstsector, 2011

VVD is kwade genius achter de afbraak van de kunstsector

with 35 comments

Sinds het verschijnen van het advies ‘Slagen in Cultuur‘ van de Raad voor Cultuur vragen velen zich af wat het beste antwoord is op een bovenmatige bezuiniging van 25% die geen enkele andere sector treft. Hoe kunnen getroffen instellingen en burgers die trots op eigen land, taal en nationale identiteit zijn reageren?

In commentaren wordt het advies over de basisinfrastructuur 2013-2016 van de Raad kinderachtig, zonder kennis van zaken en schoolmeesterachtig genoemd. En de bezuinigingen disproportioneel. Raadsvoorzitter Daalmeijer en staatssecretaris Zijlstra zijn buitenstaanders die zich eerder identificeren met de politiek dan met de kunstsector. In de oppositie zei VVD-cultuurwoordvoerder Han ten Broeke op 26 juni 2008 in een kamerdebat: De Raad die handelt volgens haar professionele autonomie; waar we haar nota bene voor hebben ingeschakeld. In het kabinet Rutte is de professionele autonomie van de Raad voor Cultuur uitgekleed. Els Swaab mocht niet autonoom zijn en Joop Daalmaijer representeert die eigenschap overduidelijk niet.

Een jaar geleden schreef ik als spijtoptant in een stukje ‘VVD staat in voor politieke horror‘: ‘Als ik geweten had dat de VVD zou meegaan in de rancune van de PVV tegen cultuur, dan had ik nooit VVD gestemd. Hoewel de mening van cultuurwoordvoerder Han ten Broeke me bekend was. Ik had logica verwacht van een partij die zou gaan gaat voor een terugtredende overheid, maar daarnaast ruimte zou bieden voor het privé-initiatief. Maar de huidige VVD opereert volstrekt onlogisch en blokkeert zowel het een als het ander.’ Joke Mizée bekritiseerde me toen omdat ze me te goedgelovig vond over de cultuurparagraaf van de VVD. Ze had gelijk.

De VVD is de oorzaak voor de kaalslag op cultuur en heeft dat de afgelopen jaren voorbereid en vormgegeven. Eerst binnen de VVD-fractie bij monde van cultuurwoordvoerder Han ten Broeke, in 2010 door VVD-informateur Ivo Opstelten in het regeerakkoord en in de uitvoering door VVD-staatssecretaris Zijlstra. Een toelichting bij het rapportManifestaties van de vrijheid des geestes’ van de Teldersstichting claimt de eigen verdienste: Omdat cultuur en sport voor de gemiddelde burger vrijetijdsactiviteiten zijn, vormen van vermaak, rijst de vraag hoe de gewijzigde taakopvatting van de overheid op de terreinen van cultuur en sport zich verhoudt tot de liberale staatsopvatting. Joop Daalmeijer nam het op 8 maart 2012 officieel in ontvangst.

Voor de VVD is cultuur dus een vorm van vermaak. Door cultuur als vrijetijdsactiviteit te zien zoals een sportwedstrijd, stadswandeling of kermisbezoek ontkent de VVD het belang van cultuur en kan de overheid er afstand van nemen. In Nederland coalitieland is het de verdienste van andere partijen zoals de PvdA dat de bezuinigingen op de basisinfrastructuur beperkt blijven tot 200 miljoen. Maar geen enkele partij ontkent de bezuinigingen. Verschil is dat de andere partijen cultuur niet als vermaak zien. Wellicht op de PVV na.

Reden waarom de VVD de desintegratie van de cultuursector hoog op haar agenda heeft gezet is electoraal. De VVD scoort ermee. Kunst is niet sexy bij het grote publiek, slecht in staat voor zichzelf op te komen en heeft geen machtsmiddelen. De sector is divers, wordt slecht bestuurd en bestaat uit individuen die meer zijn dan het geheel. Het beste antwoord op de afbraak is geen inhoudelijk debat omdat de VVD daar immuun voor is, maar machtspolitiek. Aan tafel schuiven bij Opstelten, Rutte, Zijlstra en Daalmeijer heeft weinig zin. Ze moeten geïsoleerd worden omdat de VVD een uitermate negatieve kracht voor de Nederlandse cultuur is.

Foto: Shen Shaomin, Oil game machine Exhibition in T Gallery, 2007

%d bloggers liken dit: